U bent hier

De heer de Meyer heeft het woord.

Minister, in vorige schriftelijke vragen heb ik u gevraagd wat de pensioeneffecten zouden zijn van zorgkrediet en van het vernieuwde verlof voor verminderde prestaties voor de betrokken personeelsleden. Als minister van Onderwijs staat u ook in voor de onderlinge afstemming en de contacten tussen de Vlaamse en de Federale Regering rond het thema pensioenen, en was u zo vriendelijk om de federale minister van Pensioenen toen te herinneren aan haar brief van november 2016 waarin geïnformeerd werd naar de pensioeneffecten van deze regelingen.

Bij mijn laatste schriftelijke vragen heeft noch de minister van Onderwijs noch de minister van Werk kunnen antwoorden op mijn concrete vragen. Ondertussen zijn een aantal personeelsleden van het Vlaams onderwijs gestart met een tijdelijk opdrachtverlichtend systeem zonder dat ze weten wat het effect ervan zal zijn op hun pensioen.

Minister, bij de invoering van het zorgkrediet werd aangenomen dat deze opdrachtverlichting geen negatief effect zou hebben op het pensioen. Kunt u dat bevestigen?

Telt het zorgkrediet mee in de periodes die men optelt en die beneden de 20 procent van de carrière moeten blijven om pensioennadeel te vermijden? Indien dit nog niet duidelijk is, wanneer dan wel?

Zullen de vernieuwde versies van het ‘verlof voor verminderde prestaties’ hetzelfde effect hebben op het latere pensioen als de vroegere?

Gelden deze antwoorden voor zowel de berekening van de periodes die in aanmerking komen om de nodige anciënniteit voor pensioen te berekenen als voor de berekening van het pensioenbedrag?

Op welke manier en op welke termijn zal het onderwijspersoneel worden ingelicht over de consequenties van hun tijdelijke opdrachtverlichting?

Mijn tweede vraag gaat over het deeltijds werk en periodes van werkloosheid die effect hebben op het pensioen van een werknemer. Het gaat daarbij niet enkel om de berekening van de vroegst mogelijke pensioendatum, maar ook over het pensioenbedrag dat aan iemand kan worden toegekend. In het onderwijs komen periodes van werkloosheid tussen vervangingsopdrachten zeer vaak voor bij leerkrachten die nog niet benoemd zijn. Zelfs bij personeelsleden die recht hebben op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is het geen uitzondering dat in een schooljaar onderbroken wordt door een periode van werkloosheid tussen twee interimbetrekkingen. Voor starters in het onderwijs is dit zelfs eerder regel dan uitzondering. Bij vervangingen wordt een opdracht soms ook omwille van de bevoegdheidsbewijzen of praktische regelingen verdeeld over meer dan één personeelslid, waardoor een vorm van deeltijdse werkloosheid kan overblijven bij de vervanger.

Ik vrees dat we dit systeem morgen niet zullen kunnen oplossen en dat het gedeeltelijk inherent aan ons onderwijssysteem zal blijven dat we moeten werken met interimarissen. Er zijn ziekte- en bevallingsverloven en dergelijke.

Minister, is er al overleg geweest met de federale minister van Pensioenen Bacquelaine over de effecten van onvrijwillige deeltijdse werkloosheid op het pensioen van personeelsleden van het onderwijs? Zo ja, met welk resultaat?

Zo neen, wordt een overleg hierover gepland? Wanneer zal het gebeuren? Wanneer mogen we resultaten verwachten?

De heer Daniëls heeft het woord.

Over de pensioenmaatregelen die de Federale Regering heeft genomen en nog van plan is te nemen, is al heel wat inkt gevloeid en hebben we in deze commissie al een aantal keren gesproken. De communicatie van de recente pensioenmaatregelen uit het federale Zomerakkoord waren op zijn minst verwarrend te noemen. Niemand is daarbij gebaat, zeker niet diegenen die zich op het einde van hun loopbaan bevinden noch diegenen die aan hun loopbaan beginnen en zeker willen zijn dat de pensioenen betaalbaar zullen blijven. Voor beide is natuurlijk wel iets te zeggen.

Tijdens de laatste commissievergadering waarin het onderwerp van de pensioenen aan bod kwam, op 1 juni dit jaar, gaf u, minister, onder meer het volgende aan. “Naar aanleiding van het dreigende belangenconflict van de Commission Communautaire Française (COCOF) heeft de minister van Pensioenen op 4 mei 2017 een overleg georganiseerd met de onderwijsministers van de drie gemeenschappen. Wij waren daar alle drie aanwezig, samen met de federale minister. Het standpunt dat ik op dit overleg heb ingenomen, ligt in de lijn van het standpunt van de Vlaamse Regering. Het is voor ons geen probleem dat er door iedereen langer moet worden gewerkt. Dat is een logische consequentie van de hervorming. Het is dus voor ons geen punt dat ook leerkrachten langer zullen moeten werken, gelet op de stijgende levensverwachting. Maar daar staat tegenover dat het totale pensioenbedrag niet mag dalen. Wie langer werkt gedurende een periode gelijk aan de studieduur of wie werkt tot de wettelijke pensioenleeftijd, mag geen pensioenverlies lijden ten opzichte van de huidige situatie.”

Collega’s, laat me duidelijk zijn, voor mijn fractie staat het buiten kijf dat inderdaad het pensioenbedrag niet mag dalen als men langer werkt.

Minister, zijn er al gevolgen/effecten bekend van de recent genomen federale maatregelen uit het Zomerakkoord op de pensioenen van het onderwijzend personeel? Zo ja, welke zijn dit?

Hebt u onlangs nog een overleg gehad met minister Bacquelaine? Zo ja, wat was de uitkomst van dit overleg? Zo neen, staat dit in de nabije toekomst op de agenda?

Is er al duidelijkheid over hoe bepaalde, recent aangegane verlofstelsels al dan niet mee zullen worden gerekend voor hetzij de loopbaanvoorwaarde, hetzij de geldelijke voorwaarde?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, collega’s, voor de bezorgde vragen.

Mijnheer De Meyer, mijnheer Daniëls, ik wil er eerst en vooral op wijzen dat dit besluit van de Vlaamse Regering onder de bevoegdheid valt van de minister van Werk. Zowel minister Muyters als ikzelf hebben minister Bacquelaine hierover aangesproken. Ikzelf heb hem op 18 november 2016 en op 3 mei 2017 een brief geschreven.

Recent op 1 augustus heb ik van minister Bacquelaine een antwoord ontvangen op mijn vragen betreffende de inaanmerkingneming van het zorgkrediet en het verlof voor verminderde prestaties. Ik zal dat antwoord aan het commissiesecretariaat bezorgen.

Voor het zorgkrediet en voor het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen antwoordt de minister dat er een ontwerp van koninklijk besluit ‘in voorbereiding’ respectievelijk ‘in behandeling’ is, tot opname van deze verloven in de lijst in de bijlage van de wet van 6 januari 2014. De opname in die lijst betekent dat het verlof in aanmerking komt voor de berekening van het pensioen.

Voor het verlof voor verminderde prestaties heeft minister Bacquelaine aan zijn administratie gevraagd om na te gaan of dit verlof eveneens in de lijst van de wet van 6 januari 2014 kan worden opgenomen.

Uiteraard volg ik dit dossier verder op. Zodra het koninklijk besluit gepubliceerd is om het zorgkrediet, respectievelijk het verlof voor verminderde prestaties, toe te voegen aan de lijst in de bijlage bij de wet van 6 januari 2014, zal ik dat laten opnemen in de omzendbrief over de bewuste verloven.

Ik heb op 12 september 2017 de brief van de minister van pensioenen laten bezorgen aan alle sociale partners van de verschillende onderhandelingscomités, zodat iedereen geïnformeerd is over de stand van zaken. Maar het KB is dus nog niet gepubliceerd. We zijn in blijde verwachting.

Er was een vraag over het effect van het Zomerakkoord op de pensioenen van het onderwijzend personeel.

Eerst en vooral wil ik hier stellen dat de onderwijspensioenen behoren tot het stelsel van het openbaar rustpensioen ten laste van de schatkist. De belangrijkste hervormingen in dit stelsel van het openbaar rustpensioen die opgenomen zijn in het federaal regeerakkoord, worden besproken in de bijzondere commissie voor de pensioenen van de publieke sector. Ik geef een voorbeeld: de afbouw van de diplomabonificaties voor de berekening van het openbaar pensioen en het dossier van de zware beroepen. Die zitten allemaal in die bijzondere commissie. De Vlaamse Regering is hierin vertegenwoordigd door haar eigen ambtenaren, de lokale en provinciale besturen en het onderwijspersoneel. Daarnaast wordt elk wetsontwerp dat deze pensioenwetgeving wijzigt, onderhandeld in het comité A, waarin ook de Vlaamse overheid is vertegenwoordigd.

De maatregelen uit het Zomerakkoord met betrekking tot pensioenen gaan over Proximus, over de inkomensgarantie voor ouderen en over de gelijkgestelde periodes. In principe heeft het Zomerakkoord geen impact op het stelsel van het overheidspensioen voor het onderwijspersoneel. Bovendien zijn de tijdelijken uit het onderwijs uitgezonderd van de maatregel gemengd pensioen: tijdelijke prestaties in het onderwijs tellen altijd mee voor de berekening van het overheidspensioen als hierop een vaste benoeming volgt.

De maatregel kan een impact hebben voor de berekening van het werknemerspensioen private sector. Bijvoorbeeld voor wie werkloos is geweest, een periode als tijdelijke in het onderwijs heeft gewerkt, maar nadien naar een andere sector is overgestapt. Daar is er dus mogelijk wel een impact.

De heer De Meyer heeft het woord.

Ik zal uw antwoord toch nog eens grondig besturen, omdat de pensioenwetgeving mij niet tot in alle details bekend is.

Ik kijk natuurlijk uit naar de brief die we via de secretaris van de commissie zullen ontvangen.

Minister, het lijkt mij ook nuttig om een signaal te geven aan de secretaris van de commissie als het bewuste KB wordt gepubliceerd, zodat we dit ook met de nodige aandacht kunnen bekijken.

Minister, mag ik uit uw antwoord afleiden dat de onvrijwillige deeltijdse werkloosheid bij onderwijsmensen die daarna effectief worden benoemd in het onderwijs, geen consequenties heeft? (Instemming van minister Hilde Crevits)

Dan is dat positief nieuws.

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw toelichting en uw opvolging ter zake. Ik zal het antwoord van de minister van Pensioenen van nabij analyseren.

Ik wil een heel concreet voorstel doen. Op dit moment hebben we verlofstelsels, vroegere verlofstelsels. De verlofstelsels in Onderwijs zijn ondertussen ook bijgestuurd. Ik zou de oproep willen doen of u niet heel eenvoudig, bij het overzicht van de verlofstelsels die op de website staan en die kunnen worden geraadpleegd, kunt toevoegen of op dit moment al geweten is of dit meetelt voor de loopbaanvoorwaarden, of dit meetelt voor de geldelijke voorwaarden van het pensioen, dan wel of dit op dit moment nog hangende is. En dit zowel voor vroegere pensioenstelsels als voor mensen die erin willen stappen.

Ik denk dat dat al veel verwarring zal vermijden, op vele niveaus. Ook het feit dat mensen weten ‘we weten het nog niet’, is, denk ik, een goed signaal. Want op dit moment worden er vele verhalen verteld van ‘het telt wel, het telt niet, het telt half, het telt misschien, het telt maar voor zoveel procent, voor die breuk’ enzovoort. Er worden allerlei berekeningen gemaakt. Ik sta ervan versteld dat sommige organisaties berekeningen kunnen maken met parameters die nog niet bekend zijn. Dat noemt men dan speculatie. Ik zou dat ook bangmakerij kunnen noemen.

Het kan handig zijn voor de leerkrachten en het onderwijspersoneel dat advies geeft dat de overheid die duidelijkheid, die transparantie op de website zet. Is het geweten, dan zetten we dat erop. Is het nog niet geweten, dan zetten we die duidelijkheid, dat we het nog niet weten, er als overheid ook bij.

Ik dank u daarvoor.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Ik heb nog een heel korte, bijkomende vraag, over de pensioenen voor de leraren van de centra voor basiseducatie. Als ik me niet vergis, krijgen zij nu hetzelfde statuut als het reguliere onderwijs. Bij de onderhandelingen hierover werd er afgesproken dat de periode tussen 2008, bij de start van de centra voor basiseducatie, en 2017, zou meetellen bij de overstap naar het nieuwe statuut. Zult u ervoor zorgen en hoe zult u ervoor zorgen dat die afspraken ook worden nageleefd?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer De Meyer, het antwoord op uw vraag is ja. Er zijn geen consequenties voor het overheidspensioen.

Mijnheer Daniëls, ik zal kijken wat we kunnen doen. Maar ik ben eerder terughoudend. Het is een goede suggestie. Maar wij proberen van de FOD Pensioenen altijd zo duidelijk mogelijke informatie te krijgen. En als de FOD Pensioenen ons iets niet bevestigt, dan is dat een vervelende kwestie. Het is een moeilijke evenwichtsoefening die we moeten doen. En wat ik wilde vermijden, is dat plots iedereen zich baseert op Vlaamse gegevens en dat men dan federaal gebeurlijk iets anders beslist. Ik zou ook kunnen zeggen: ‘Het is onzeker’. Maar ik heb al gemerkt dat, als je op een website bij leraren zet: ‘Het is onzeker’, dat akelige proporties kan aannemen.

Mevrouw Soens, wat de basiseducatie betreft: de brief over de pensioenen is federale materie. We kunnen die brief bezorgen. Ik zal die brief aan het commissiesecretariaat overmaken.

De heer De Meyer heeft het woord.

Minister, uw aanvullende antwoord, dat duidelijk werd bevestigd, is bijzonder belangrijk.

Ik vroeg een vijftal keer wanneer en hoe het onderwijzend personeel zal worden geïnformeerd. Communicatie hierover is bijzonder belangrijk gezien de vele vragen, zorgen en misverstanden. Minister, u hebt gezegd dat er een omzendbrief zal komen als het KB is gepubliceerd. De heer Daniëls geeft de waardevolle suggestie om te bekijken wat er op de website kan worden gepubliceerd. Als er effectief duidelijkheid is, zou ik er ook voor pleiten om de mensen op een eenvoudige manier via Klasse te informeren. Dat middel is voor veel mensen toegankelijk.

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik begrijp een beetje uw reserve om zaken op de website te zetten. Maar het probleem is dat leerkrachten nu totaal niet weten waaraan en waaraf. Dan denk ik dat het beter is om de kritiek van mensen die daar gebruik van maken om de ongerustheid op te kloppen, in de kiem te smoren. Daarom moeten we publiceren wat we al weten. Als de brief van minister Bacquelaine zegt dat voor het verlof verminderde prestaties (VVP) Zorgkrediet en VVP Medische redenen een KB in ontwikkeling is, dan is dat ook informatie die we kunnen geven. Ik neem aan dat de mensen van uw administratie wat betreft dit dossier de vinger zeer nauwgezet aan de pols houden. Ik pleit er dus voor om de duidelijkheid die we hebben te creëren, en als er nog onduidelijkheid is dat ook met zoveel woorden te zeggen. Maar we moeten tenminste de mensen die garen proberen te spinnen van onduidelijkheid, die kans niet meer geven.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Daniëls, ik zal daarover eens met minister Homans spreken. Als ik dergelijke zaken op de website zet voor het onderwijspersoneel, moet dat ook voor het overheidspersoneel. We mogen niet in verspreide cadans werken.

Klasse is ook een communicatiemogelijkheid.

Minister Hilde Crevits

Het gaat over niet-besliste punten. Mijnheer De Meyer, ik ben het ermee eens dat we kunnen communiceren over datgene wat we met zekerheid kunnen afleiden uit de brief van minister Bacquelaine. Maar het gaat over de onzekerheden. Hoe gaan we daarmee om? Ik zal proberen daar gelijke cadans te houden met minister Homans, die bevoegd is voor de ambtenaren en voor ons overheidspersoneel. We moeten gelijkheid in de informatie nastreven.

Wat die pensioenen betreft, is er een heel grote hap voor mij. Als je, op deze Dag van de Leraar, alle leraren optelt, en daar ook nog het ondersteunend personeel bij, komen we op 180.000. Ik heb vandaag vrij voluntaristisch gerekend.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.