U bent hier

De heer Caron heeft het woord.

Voorzitter, minister, deze vraag dateert al van enkele weken geleden. Dit dossier gaat zo snel dat een vraag snel voorbijgestreefd is, maar niettemin.

Sinds we hier eind vorig jaar het nieuwe Radiodecreet goedkeurden, zien we veel bewegingen binnen de vzw's achter de lokale radio’s. De vraag gaat over de ontmanteling van de ketenradio's, maar uiteraard is dit zowel een lokaal verhaal als een netwerkverhaal. Op zich zijn die bewegingen niet verrassend. Een van de doelstellingen van het Radiodecreet is om verketening tegen te gaan en opnieuw te komen tot een landschap met echt lokaal verankerde en leefbare radio’s. Het lijkt logisch dat de lokale radio’s die doorheen de jaren deel gingen gaan uitmaken van een keten, zich nu herbronnen tot opnieuw authentiek lokale radio’s. Het is natuurlijk de vraag hoever die herbronning strekt. Op zich is het heel gemakkelijk om formeel raden van bestuur van vzw's te wijzigen. Veel moeilijker is het om na te gaan in hoeverre de keten effectief wordt losgeschakeld.

Bepaalde onafhankelijke radio's zijn bekommerd dat de ontmanteling van de huidige ketenradio’s weinig meer dan een formele ontmanteling zal zijn, met gewijzigde bestuurssamenstelling in de vzw’s, maar dat de machinerie achter de radio’s intact zal blijven. Dat is een verschraling en de facto een nieuwe ketenvorming. De verschraling die het nieuwe Radiodecreet wilde tegengaan, wordt dus niet of onvoldoende weggewerkt.

Minister, bent u op de hoogte van de bekommernissen van de onafhankelijke radiozenders en deelt u deze bekommernissen? Kunnen er voldoende garanties gegeven worden dat de lokale radio’s wel degelijk onafhankelijke, authentieke lokale radio’s zijn, blijven of worden? Hoe wordt dit gemonitord? In welke mate wordt er rekening gehouden met het verleden van een radio-omroep, al dan niet als onderdeel van een keten, bij de toekenning van een frequentie?

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister, ik wil eerst nogmaals benadrukken dat iedereen er in deze commissie van overtuigd is dat een hertekening van het radiolandschap nodig was. De ambities van het nieuwe Radiodecreet hebben we dan ook kamerbreed gesteund. Tegelijkertijd was iedereen er zich van bewust dat dit een moeizaam proces zou worden waarbij er moeilijke keuzes zouden moeten worden gemaakt omdat er met de ontbinding van de ketenradio's en het hertekende frequentieplan verliezers zouden zijn. Ik heb ook elke keer herhaald: ‘the proof of the pudding is in the eating’. 

Elke stap bij de uitvoering van het decreet is hier uitvoerig aan bod gekomen. Ook vandaag bij de bespreking van de erkenning van de netwerkradio-omroeporganisaties zullen de verschillende fracties niet alleen hun eigen vragen op tafel gooien, maar ook de bekommernissen van de mensen in de praktijk die we, traditiegetrouw, talrijk in onze mailboxen en andere communicatiekanalen konden aantreffen. Het was een immense stroom. 

Het Departement Cultuur, Jeugd en Media (DCJM) deelde op 14 juli mee dat alle veertien aanvragen voor de vier frequentiepakketten voor netwerkradio-omroeporganisaties ontvankelijk verklaard werden. Daaruit konden we opmaken dat er drie kandidaten waren voor Frequentiepakket 1, de generalistische netwerkradio-omroeporganisatie, drie kandidaten voor Frequentiepakket 2, de zogenaamde Vlaamse of Nederlandstalige netwerkradio-omroeporganisatie, vijf kandidaten voor Frequentiepakket 3, het ander profiel 1, en drie kandidaten voor Frequentiepakket 4, het ander profiel 2.

Waar het profiel van de toekomstige netwerkradio-omroeporganisaties op de eerste twee frequentiepakketten duidelijk omschreven is, stond het de kandidaten voor de overige twee pakketten vrij om zelf een invulling te geven aan het profiel van hun netwerkradio-omroeporganisatie.

Donderdag 14 september raakte in de pers bekend dat de knoop is doorgehakt inzake de toekenning van licenties voor netwerkradio’s. De gelukkigen zijn SBS Belgium voor generalistische radio, VBRO voor het Vlaams en Nederlandstalig profiel, hit fm en Stadsradio Vlaanderen. Zij mogen op dergelijk frequentiepakket rekenen. Deze beslissing werd op de ministerraad van 15 september meegedeeld.

Onmiddellijk na de beslissing stak, enigszins verwacht maar wellicht onderschat, een storm op die nog niet is gaan liggen.

Het grote aantal spelers dat een dossier had ingediend en nul op het rekest kreeg, reageerde bijzonder verslagen. Niet alleen de zenders zelf, maar ook hun trouwe luisteraars hebben uiting gegeven aan hun onbegrip. Zo heeft bijvoorbeeld TOPradio niet minder dan 60.000 handtekeningen van hun trouwe 160.000 luisteraars verzameld. Daarom is het des te belangrijker dat we in deze commissie de selectieprocedure in detail toegelicht krijgen en hierover transparant van gedachten kunnen wisselen.

Over smaken en kleuren valt niet te twisten. Vooraleer we de procedure van de evaluatie onder de loep nemen – en daar valt toch enige kanttekening bij te plaatsen – moet het mij van het hart dat ik teleurgesteld ben dat we in een regio die bulkt van creativiteit, anno 2017 niet verder zijn geraakt dat een vrouwenradio en een stadsradio. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat we oude wijn in nieuwe zakken gepresenteerd krijgen. Maar ja, ‘des goûts et des couleurs …’.

Los van de profielen en de geselecteerde netwerkradio's vind ik dat er zeker wel wat kanttekeningen te plaatsen zijn. Minister, in de evaluatieprocedure zouden criteria niet gespecificeerd worden, en plots blijken ze een doorslaggevende factor te zijn. Ik denk aan het beschikken over een mobiele studio. Er werd duidelijk geen rekening gehouden met de financiële historiek. De status van de zaakvoerder is niet uitgespit. Er zijn financiële projecties die mooi ogen, maar niet haalbaar lijken. Kortom, er is volgens mij een puur ambtelijke evaluatie gebeurd, gebaseerd op de dossiers maar ondermijnd door te weinig affiniteit met de realiteit. 

Gezien mijn vraag om uitleg is ingediend vooraleer deze knelpunten bekend raakten, zijn mijn vragen dan ook meer algemeen van aard. Ik ben gerustgesteld door het feit dat mevrouw Brouwers en de heer Caron er nog dieper op zullen ingaan. Laat er geen twijfel over bestaan dat ik, ongeacht de antwoorden van vandaag, dit dossier grondig wil uitspitten. Bij dezen wil ik u alvast ook vragen of we alle ingediende dossiers en alle beoordelingsdossiers – dus niet enkel de toegekende – kunnen inkijken.

Voor nu verwacht ik dat u ons de selectieprocedure in detail kunt toelichten. Welke criteria hebben de doorslag gegeven bij de toekenning van de verschillende frequentiepakketten? Kunt u het profiel en het beoogde doelpubliek van de netwerkradio’s die hit fm en Stadsradio zullen uitbaten, toelichten? Wat waren de profielen van de overige kandidaten voor Frequentiepakketten 3 en 4? Ik zie dat ik ondertussen antwoord heb gekregen op mijn schriftelijke vraag. Op welke manier zal de leefbaarheid van de netwerkradio’s in de toekomst gemonitord en opgevolgd worden? Stadsradio zegt in elke stad een journalist te zullen hebben. Wat als we constateren dat dit niet kan worden nagekomen? Op welke manier zal de monitoring gebeuren of wat werd beloofd, ook wordt uitgevoerd? 

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, uw beslissing van 15 september 2017 om vier nieuwe netwerkradio's aan te duiden, heeft heel wat beroering veroorzaakt in de sector. Er leven enorme vragen bij de toekenning van de erkenningen. Radio's die niet geselecteerd zijn, bijvoorbeeld ClubFM en TOPradio, gaven zelfs al aan dat ze naar de Raad van State zullen trekken.

Iedereen heeft de afgelopen weken wel contact gehad met een aantal zenders. De onvrede is erg groot, maar het valt me op dat het onbegrip nog groter is dan de ontgoocheling. Ontgoocheling is normaal. We wisten van in het begin dat met veertien kandidaten voor vier plaatsen er tien ontgoocheld zouden zijn. Dat is zeer normaal. Ik wil hier echter uiting geven aan het onbegrip. Ik hoop dat u het ons vandaag al wat beter kunt doen begrijpen. Op zich is het niet gezond dat dit ondertussen al een paar weken aan het sudderen is. Het is normaal dat na een faire competitie iedereen zich moet neerleggen bij de uitslag als de beste heeft gewonnen. Als in een beautycontest beoordelingen verduidelijking behoeven en als de eindrangschikking erg nipt is en kleine details het verschil maken, dan is het normaal dat we hier vragen stellen. Als parlement moeten we dit grondig bekijken.

Minister, ik had een aantal vragen ingediend, maar in de loop van de week zijn daar nog vragen bij gekomen. Ik hoop dat het allemaal nog een beetje coherent blijft. Kunt u meer gedetailleerde informatie geven over de wijze waarop de dossiers zijn beoordeeld? Door wie precies? Ik dacht eerst dat het uw administratie was, maar het zouden tijdelijke externen zijn geweest. Kunt u daar meer uitleg bij geven? Hoe zijn de eindscores tot stand gekomen? U hebt op een bepaald moment gezegd dat het om een externe beoordeling ging door deskundigen. Dan denken mensen dat het is gegaan zoals in het Kunstendecreet, met een jury en dergelijke. Hier is blijkbaar toch een andere methode gebruikt. Het is belangrijk om te weten hoe dat juist in elkaar zat.

Op welke manier werd er rekening gehouden met bijvoorbeeld de digitale ervaring van de indiener? Bij het begin van de hertekening van het radiolandschap zoals we die hier samen de afgelopen jaren hebben gemaakt, was een van de basisuitgangspunten 'een digitaal radiolandschap binnen afzienbare tijd'. Op korte termijn was dit niet haalbaar. In welke mate heeft dit meegespeeld bij de beoordeling?

Op welke wijze werd er rekening gehouden met de handelswijze in het verleden? Zaten er mensen tussen met eerdere faillissementen? Ik heb daar niets van teruggevonden, maar we horen dat dit wel het geval is. In welke mate speelde de huidige radio-infrastructuur mee, zoals studio en zendinstallaties? In welke mate werd er rekening gehouden met commerciële en economische planning, te verwachten reclame-inkomsten enzovoort?

In mijn voorbereiding stond de vraag of de dossiers met elkaar werden vergeleken. Ik heb ondertussen kunnen lezen dat dit niet is gebeurd. Men heeft per onderdeel een score gekregen die dan is opgeteld. Er gebeurde dus een puur mathematische beoordeling per aanvrager zonder afweging van bepaalde gekende en objectiveerbare inzichten vanuit de realiteit en vanuit een maatschappelijke relevantie. Ik vrees dus dat er niet altijd naar de realiteit is gekeken.

In de beoordeling van het financiële plan staat ergens "in vergelijking met de benchmark". Welke benchmark bedoelt men? Dat is heel onduidelijk.

Waarom werden de dossiers niet in hun geheel beoordeeld? Vindt u dat geen gemis en in welke mate zult u hiermee rekening houden bij de vele erkenningen van de lokale frequentiepakketten waarover nog moet worden beslist? Als er bij dit dossier beoordelingen zijn gemaakt die misschien niet voor 100 procent correct zijn, wat staat ons dan nog te wachten voor de lokale radio's? Deze bekommernis wil ik echt uiten. Ik geef een voorbeeld. Er staat ergens: "Een aantal aanvragers kreeg minder punten omdat ze geen sportprogramma voorzien." In de kwalificatiecriteria in de uitvoeringsbesluiten staat er nergens iets over sport. Plots duikt dat dan op. Sport is dan blijkbaar plots een belangrijk element voor een van de netwerkradio's. Er staan dus eigenaardigheden in en het is belangrijk dat we daar wat uitleg over krijgen.

Bent u van mening dat de toegekende erkenningen voor doelgroepenradio’s zullen leiden tot een meer gedifferentieerd landschap en een geprofessionaliseerde radiosector en aldus beantwoorden aan de doelstellingen van het radiobeleid van deze regering?

Ik wil dat concreter maken. Ik heb deze ochtend tijdens het naar hier rijden eventjes naar hit fm geluisterd. Dat is constant muziek, onderbroken door nieuws. Ik neem aan dat daar nu wat lifestylespotjes tussen zullen komen. Is dat voldoende differentiatie? Ik vraag u dat oprecht. Zijn er al geen dergelijke zenders in het landschap?

Over pakket 4 maak ik me grote zorgen. Die zender noemt zichzelf Stadsradio Vlaanderen. Ik heb niets tegen stadsradio's, integendeel. Ik woon in een stad en ik vind het fantastisch dat we een stadsradio zouden hebben. Dit gaat echter over een netwerkradio. Ik stel me vragen bij hoe dat allemaal zal marcheren. We horen – misschien is het niet waar, maar het zal goed moeten worden gecontroleerd – dat er plannen zijn om de uitzendingen in de steden te ontkoppelen. Dat is volgens mij niet toegelaten volgens het decreet. Daarmee gaan ze vooral in rechtstreekse concurrentie met de lokale zenders. Dat moeten we toch echt vermijden. Het hele radiodossier is opgebouwd vanuit digitalisering op lange termijn maar ook vanuit opnieuw serieuze kansen geven aan lokale radio's. Ik zou nu niet willen dat een van de netwerkradio's in directe concurrentie gaat met de lokale radio's die nog moeten worden gegund. Ook op vlak van digitalisering zou dat een probleem kunnen zijn want we horen nog altijd dat het heel moeilijk is om lokale radio's ooit op het digitale te zetten. Misschien is er tegen dan een oplossing. Dat is eventueel een moeilijkheid. We vinden verder ook dat pakket 4 een redelijke generalistisch profiel heeft, maar dat is onze evaluatie.

De erkenningen werden toegekend na beoordeling van de ingediende dossiers. Hoe zal concreet worden gecontroleerd dat de ingediende plannen ook effectief gerealiseerd worden volgens artikel 16 van het Radiodecreet? Dat artikel betreft de handhaving. Komen er bijvoorbeeld contracten met die radio's? Hoe zal dat verder verlopen? We hopen dat er een goede handhaving komt.

Pakket 4 werd toegekend aan BG Consulting, maar de eigenaar van Stadsradio Vlaanderen zou ook al in de eerste erkenningsronde voor lokale radio’s enkele frequentiepakketten toegewezen hebben gekregen en zou nog lopende aanvragen hebben. We horen dat deze al op de markt wordt aangeboden, bij wijze van spreken. Je vindt daar weinig schriftelijk van terug, zo slim zijn ze wel. Maar we waren het er toch allemaal over eens dat het verhandelen van frequenties niet meer zou mogen kunnen. Hoe zult u dat controleren?

U keurde al 35 lokaleradiodossiers goed aan het begin van de zomervakantie. Wanneer volgt de rest?

De inwerkingtreding is decretaal vastgelegd. We kunnen daar misschien niet veel aan doen, buiten een wijziging van het decreet. Gezien de vele procedures die lopen en worden opgestart, is het misschien wel wenselijk om de inwerkingtreding uit te stellen met enkele maanden. Dat heeft zijn voor- en nadelen. U hoeft daar niet meteen op te antwoorden, maar ik vind wel dat daarover moet worden nagedacht. Uiteindelijk heeft de VRM nog geen enkele zendvergunning gegeven. Wat zal er uit de rechtszaken komen? Stel u voor dat een rechter beslist dat dit niet kan, dan staan we daar ook. Anderzijds zijn er lokale radio's die ondertussen wel hun vergunning hebben gehad en sinds de zomer al duchtig bezig zijn om alles op punt te stellen. Het heeft voor- en nadelen, maar ik vraag u om er toch over na te denken en alles af te wegen. 

FM-frequenties zijn een schaars goed. Voorziet u daarom op korte termijn in een nieuwe erkenningsronde voor die frequentiepakketten waarvoor geen aanvraagdossiers zijn ingediend of erkenningen zijn goedgekeurd na afloop van de huidige erkenningsronde? Wat zult u doen met de 'overschotjes' in de frequenties die op een of andere manier aan niemand worden gegund? Komt er op korte termijn een nieuwe erkenningsronde?  

De heer Caron heeft het woord.

Voorzitter, ik heb ook nog een vraag over de erkenning van de netwerkradio's. Hopelijk werken ze beter dan de livestream van het Vlaams Parlement, want die is weer eens uitgevallen. Blijkbaar is dit een thema dat een aantal mensen beroert. Is het een vorm van boycot of zo? (Gelach. Opmerkingen van Wilfried Vandaele)

Men werkt er blijkbaar aan, maar nu to the point. 

Minister, u hebt een beslissing genomen over de netwerkradio's. De procedure lijkt me correct verlopen en de criteria correct gehanteerd. Dat was mijn bevinding toen ik de dossiers die bij de regeringsbeslissing zaten, opende. Ambtelijk lijkt me de aanpak voorbeeldig te noemen. Toch rijzen er een heel aantal vragen en bedenkingen bij de finale beslissing en bij de hantering van de criteria. Dat is de afgelopen weken her en der gebleken, onder meer uit de vloed aan mails waar al naar is verwezen.

Ik haal een aantal pijnpunten aan om vooral verduidelijking van u te krijgen. Zo wordt bijvoorbeeld weinig rekening gehouden met de betrouwbaarheid, zakelijk en bestuurlijk, van de bestuurders en/of zaakvoerder van de omroeporganisatie. Dat is bijvoorbeeld wel het geval voor radio-ervaring. Uiteraard is de bestuurskant ook een belangrijke kant. Is er onderzoek gedaan naar antecedenten, faillissementen of vereffeningen? We hebben allemaal de mails gezien die circuleerden over bepaalde personen. Ik schrok overigens ook van bepaalde punten. Die wijzen op een potentieel financieel probleem voor die netwerkradio's. Zou dat geen effect moeten hebben op het onderdeel ‘zaakvoerder’ uit de beoordeling? Dat is in de punten alleszins niet te zien.

Ook de interpretatie of beoordeling van het businessplan/financieel plan is kwetsbaar. Gisteren zei iemand me dat afhankelijk van de codering en de gebruikte terminologie, men meer of minder punten krijgt. Ik wil u dat off the record wel eens in detail vertellen, maar ongetwijfeld weet u het zelf ook.

Wie als indiener een doorstart maakt met een voorzichtig scenario en een beperkt tekort, krijgt op het vlak van solvabiliteit een slechtere score dan wie een reusachtig, ambitieus plan beschrijft, terwijl de eerste wel een solvabiliteitsattest heeft en de tweede niet. Daar wordt dan geen rekening mee gehouden in de beoordeling.

Tevens blijken er enkele interpretatieproblemen bij de technische uitrusting – mevrouw Brouwers verwees er al naar – zoals het al dan niet beschikken over een mobiele studio, het hebben van genoeg studio's of er nog moeten bijzetten. Met dat soort zaken is op een heel bizarre manier rekening gehouden.

Soms is de interpretatiemarge te verklaren omdat in sommige dossiers bepaalde onderdelen meer beschreven zijn, in extenso, en in andere dossiers meer summier. Er was natuurlijk maar 60 pagina’s echte dossierruimte. Ik neem aan dat het dan ook niet simpel was om dit te beoordelen. Er zijn nog veel meer technische opmerkingen die ook mijn petje te boven gaan, maar ze komen wel allemaal naar boven.

Uit alle elementen samen durf ik te concluderen dat er enerzijds bij de beoordeling te weinig rekening is gehouden met de realiteit op het terrein. Het is nogal achter de 'desk' gebeurd. Anderzijds ontbreekt er een vorm van tegensprekelijkheid. Dat is geen verwijt, want we hebben het decreet goedgekeurd. Maar er ontbreekt een vorm van tegensprekelijkheid die indieners in de gelegenheid stelt om materiële fouten recht te zetten. Dat is bijvoorbeeld de gewoonte in de cultuursector. Het is ook iets dat effecten kan hebben voor de lokale radio’s.

Minister, ik heb een hele reeks concrete vragen. Hoe werden de dossiers beoordeeld? Voor ik mijn vragen opmaakte, heb ik het hele proces van het decreet, de memorie, de besprekingen en het uitvoeringsbesluit nog eens doorgenomen, om te proberen de vragen te stellen die ertoe doen. De vragen die ik stel, gaan over dingen die niet beschreven zijn in het wettelijk materiaal en die tot de toepassing behoren. Daar zit natuurlijk de interpretatiemarge op.

Gebeurde de beoordeling door ambtenaren? Hebben zij voldoende competenties met betrekking tot radioformats, commerciële exploitatie, een businessplan, technische uitrusting en bestuur? Werden daar intern verschillende beoordelaars voor ingezet? Werden er externe experten bij betrokken? Zo ja, op welke wijze? Wie bepaalde de scores van de respectieve onderdelen? Gebeurde dat door dezelfde beoordelaars voor de verschillende aanvragen binnen dezelfde frequentiepakketten? Het komt op dezelfde vraag neer over het vergelijken.

Zijn volgens u de aanvullende kwalificatiecriteria gelijk beoordeeld? Werden er door de administratie verduidelijkende vragen gesteld aan de indieners in de periode tussen de indieningsdatum en de beslissing? Dat is geen vraag die vist naar iets dat niet koosjer zou zijn in de procedure, maar een vraag die er probeert voor te zorgen dat er in de beoordeling geen fouten gebeuren en dat er over onduidelijkheden aan de aanvragers meer informatie wordt gevraagd om de kwaliteit van de beoordeling te verbeteren.

Werd er een doorlichting gemaakt van het bestuursorgaan, de bestuursleden, de aanvragende netwerkradio’s? Heeft de uitkomst ervan een mogelijk effect op de scores? Werden de elementen uit de ingediende dossiers gecontroleerd op waarheidsgetrouwheid? Zijn er bankwaarborgen? Zijn er contracten met de medewerkers? Zijn er contracten om op bepaalde sites te mogen uitzenden? Ligt dat vast of is dat woord tegen woord?

Tegen welke datum moet een netwerkradio volledig operationeel zijn, inclusief het bestrijken van het voorziene grondgebied? Wat gebeurt er als een netwerkradio dat niet haalt? SBS laat bijvoorbeeld weten dat ze niet meteen zouden starten, maar in de loop van 2018. Ik vind in onze regelgeving daarover geen concrete bepalingen terug, tenzij ik erover heb gekeken.

Is het toegelaten dat een organisatie die zowel een erkenning krijgt als netwerkradio als een erkenning van een of meerdere lokale radio’s, de frequenties van deze laatste te koop aanbiedt? Mag je dus 'commerce' voeren met binnengehaalde erkenningen? Ik vraag dat om het euvel van vroeger te vermijden, want toen mocht het en op die manier zijn de ketenradio's ontstaan.

Ik verneem dat meerdere indieners een procedure willen starten bij de Raad van State om de schorsing en/of vernietiging van de beslissing te bedingen. Is het niet wenselijk de procedure voor een aantal maanden op te schorten tot er duidelijkheid komt? Voor mij moet het niet, maar ik vraag het omdat de technische gevolgen en de investering van een erkenning en een vergunning dusdanig groot zijn dat er geen weg terug is. Als men bij de opstart een zendmast en technische uitrusting aankoopt voor 200.000 euro maar als de erkenning dan in februari door de Raad van State wordt vernietigd, wat dan? Dat is niet de schuld van de aanvrager, maar van de overheid. Ik probeer dus te vermijden dat we in een moeilijker vaarwater zouden terechtkomen. Het is meer een vraag uit voorzichtigheid dan om een vraag om de beslissing te herzien, want dat vraag ik niet.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik begin met een eerder kort antwoord op de eerste vraag van de heer Caron omdat veel van de andere vragen vervat zitten in de drie volgende vragen. Die zal ik zo gedetailleerd mogelijk beantwoorden, waarna ik zal afronden met enkele meer algemene beschouwingen.

Mijnheer Caron, wat de ontmanteling van de ketenradio’s betreft, word ik net als u en de andere collega’s gecontacteerd door de verschillende omroeporganisaties. Ik ben dus op de hoogte van de bezorgdheden van de lokale radio-omroepen. Maar zoals u weet, zitten we vandaag in een lopende erkenningsronde. Ik wil en kan dan ook geen uitspraken doen die op een of andere manier een voorafname zouden zijn – of aldus zouden worden geïnterpreteerd – op de resultaten van deze erkenningsronde.

Bij de uittekening van de krijtlijnen van deze erkenningsronde zijn we niet over één nacht ijs gegaan. Uit de conceptnota blijkt dat we wel degelijk gaan voor een versterking van lokale radio’s. Lokale radio’s hebben een unieke positie in ons radiolandschap omdat ze dicht bij hun luisteraars staan, die als het ware hun buren en vrienden kunnen zijn en die dus sterke banden kunnen hebben met hun lokaliteit, regio, gemeente of stad.

De erkenningsronde is lopende, en nogmaals: ik kan en wil niet vooruitlopen op resultaten of interpretaties die zullen worden gegeven in het kader van de erkenningen.

Wat mogelijke onverenigbaarheden betreft, verwijs ik naar de bepalingen in het uitvoeringsbesluit met betrekking tot de procedure. Deze moeten worden geregulariseerd in uitvoering van artikel 13, laatste lid, dat stelt: “De erkenning wordt verleend onder voorwaarde dat de netwerkomroeporganisatie die de erkenning krijgt, desgevallend en binnen de 2 maanden na het verkrijgen van de erkenning haar eigendomsstructuur en statuten en bestuurders aanpast teneinde in overeenstemming te zijn met de bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 en van dit besluit.” Het is dus wel degelijk voorzien dat men zich in een korte overgangsperiode moet conformeren, en er is het toezicht op de erkenningen vanuit de bevoegdheid van de Vlaamse Regulator voor de Media.

Het decreet en het uitvoeringsbesluit vermelden de aanvullende kwalificatiecriteria die worden gebruikt bij de erkenning van radio-omroepen. Enige voorafname aan interpretatie van het lopende werk is vandaag niet aan de orde. Eenmaal de erkenningsronde voor de lokale radio-omroeporganisatie afgelopen is, wil ik gerust meer duiding geven over de manier waarop de procedure is verlopen en over de gehanteerde criteria, maar dat kan ik op dit moment niet doen. Ik zal dat meteen wel doen voor de netwerkomroeporganisaties. Het komt erop neer dat voor een heel beperkte weging het verleden wel degelijk een rol heeft, maar die is beperkt. De dossiers worden ingediend voor de toekomst, maar niet voor het verleden.

Mijnheer Caron, u mag me straks nog bijkomend ondervragen indien dit antwoord te beknopt zou zijn. Een aantal zaken komen echter terug in de nu iets uitgebreidere antwoorden op uw vragen en op de vragen van mevrouw Brouwers en mevrouw Segers.

Zoals in mijn antwoord van daarnet al aangegeven, wil ik in de eerste plaats stellen dat ik mij genoodzaakt zie enige voorzichtigheid en terughoudendheid aan de dag te leggen bij het beantwoorden van vragen over de erkenningsronde op dit moment. Ik zit in een juridische procedure en mijn bewegingsruimte is zeer beperkt. Sommigen zouden dat kunnen interpreteren als zou ik niet willen of kunnen antwoorden, maar ik moet in een lopende erkenningsronde met de nodige omzichtigheid te werk gaan. Mijn handen en voeten zijn meer gebonden aan procedures dan u zou verwachten. Indien ik u echter zou ontgoochelen met te weinig informatie, mag u nadien nog bijkomende vragen stellen.

Mijnheer Caron, de jury bestond uit zes personen. Het zijn personen die zowel via interne mobiliteit als extern door het departement aangeworven werden in het voorjaar en die gerekruteerd werden op basis van een specifiek functieprofiel voor deze erkenningsronde. Zo werd tijdens de selectie bijvoorbeeld ook gekeken naar affiniteit met de aanvullende kwalificatiecriteria zoals die in het besluit en het decreet waren ingeschreven, dit om een complementair beoordelingsteam te vormen waarmee de diverse competenties gebundeld werden in functie van deze erkenningsronde.

De scoring van de respectieve onderdelen werd vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 houdende diverse uitvoeringsbepalingen over de netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep of het zogenaamde procedurebesluit.

Voor de netwerkomroeporganisaties ging het voor het generalistische profiel van netwerkpakket 1 specifiek over artikel 3 van dit uitvoeringsbesluit. Voor de Nederlandstalige en Vlaamse profielen van netwerkpakket 2 en de andere profielen van netwerkpakket 3 en 4 was artikel 4 van dit besluit van toepassing. In het verslag aan de regering dat als een memorie van toelichting bij dat besluit is gevoegd, worden er nog een aantal zaken toegelicht die relevant zijn voor de beoordeling. Voor de lokale dossiers verwijs ik naar artikel 5 van dat besluit.

De manier van beoordelen werd opgenomen in de bijlage van de ministeriële besluiten. Ik zal die laten uitdelen.

In een eerste fase wordt elk dossier in detail gelezen, bestudeerd en krijgt het een definitieve eindbeoordeling. In een tweede fase wordt de gemotiveerde eindbeoordeling gedetailleerd nagelezen door een controleur. De controleur zorgt er in een tweede fase voor dat er geen interpretatieverschillen zijn in de strengheid van de score en de motivering. Er is dus wel degelijk een dubbel mechanisme aanwezig.

Het procedurebesluit bepaalt niet dat verduidelijkende vragen konden worden gesteld tussen de indieningsdatum en de beslissing. Net als in vorige erkenningsrondes werd enkel naar het dossier van de aanvragers gekeken. Alle informatie in verband met de aanvullende kwalificatiecriteria was mee te geven in het oorspronkelijk dossier en elke aanvrager had wel degelijk de kans om zijn zaak uitgebreid toe te lichten via dit dossier.

Er waren geen contacten, onder meer om eventuele perceptie over ongelijke behandeling en eventuele belangenvermenging te voorkomen. We kunnen hierover van mening verschillen, maar de beoordeling van een radiodossier is niet helemaal hetzelfde als van een kunstendossier. De helpdesk van het departement was wel altijd beschikbaar voor vragen over de procedure.

Wat de doorlichting van het bestuursorgaan van de dossierindiener betreft, verwijs ik opnieuw naar het decretale en procedurele kader dat is opgesteld voor deze erkenningsronde en waarbinnen wordt gewerkt.

Wat de samenstelling van de bestuursorganen van de netwerkzenders betreft, waren de voorwaarden duidelijk: elke aanvrager moest een lijst van bestuurders met vermelding van hun functie binnen de rechtspersoon opgeven, samen met een door elke bestuurder persoonlijk ondertekende verklaring dat hij of zij geen politiek mandaat bekleedt en geen beheerder of bestuurder is bij de VRT.

Het procedurebesluit bepaalt verder dat de aanvrager, na het verkrijgen van de erkenning, twee maanden de tijd heeft om de eigendomsstructuren, statuten en bestuurders aan te passen om zich conform te stellen aan de eisen van het Mediadecreet. Deze bepaling werd ingeschreven omdat we enerzijds zitten met de cross-ownership-beperkingen van het decreet en we anderzijds de mogelijkheid hebben gelaten dat één rechtspersoon voor meerdere frequentiepakketten kon kandideren. Vandaar dat men na het verkrijgen van een erkenning zijn of haar statuten nog moet kunnen aanpassen om te voldoen aan de cross-ownership-beperkingen.

Het alternatief zou geweest zijn dat voor elk ingediend dossier de kandidaat-radio-omroep per aanvraag een nieuwe rechtspersoon had moeten oprichten. Dergelijke administratieve overlast was te zwaar om op te leggen.

Wat de waarheidsgetrouwheid van de dossiers betreft, is bij de beoordeling van de dossiers enkel en alleen rekening gehouden met de informatie die in het dossier werd meegegeven. Dat is natuurlijk eigen aan een beauty contest-procedure waarbij men uitgaat van het ingediende dossier. Ook in vorige erkenningsrondes was dat trouwens zo.

Voor verdere uitleg bij de procedure verwijs ik naar de eerste bijlage van het ministerieel besluit in dit verband die op de website van het departement staat. Ik heb het net laten ronddelen. Het gaat over het document dat specifiek naar het eerste netwerkpakket verwijst, maar de procedure en het wegingsmechanisme zijn dezelfde voor alle vier de netwerkpakketten.

Het krijgen van een erkenning betekent niet dat de aanvrager de engagementen die zijn gemaakt in zijn of haar dossier daarna zomaar naast zich neer kan leggen. Het is de VRM die toezicht houdt op de erkenningsvoorwaarden, zoals het decreet ook stelt: om erkend te worden en te blijven. Elke wijziging in de gegevens die in de offerte werden ingediend, moet, zoals gezegd, worden voorgelegd aan de VRM. De VRM kan, zoals u weet, ook sancties opleggen bij het niet-naleven van de decretale bepalingen.

Wat de datum betreft waarop een netwerkradio volledig operationeel moet zijn, verwijs ik opnieuw naar het decreet. Artikel 134 stelt dat als de landelijke, regionale, netwerk- of lokale radio-omroeporganisatie één jaar na de datum van ingang van de erkenning nog niet uitzendt, de erkenning door de Vlaamse Regulator voor de Media ambtshalve kan worden ingetrokken. Het is de VRM die desgevallend sancties kan opleggen.

In het Mediadecreet staan geen bepalingen die inhouden dat men een erkenning kan verkopen. Onverenigbaarheden moeten geregulariseerd worden door de radio-omroep in kwestie in uitvoering van artikel 13, laatste lid van het procedurebesluit. Hier zal wel degelijk op toegezien worden omdat het ook tot de uitdrukkelijke opdracht van de Vlaamse Regulator van de Media behoort.

Wat klachten tot annulering van de beslissing van de regering bij de Raad van State betreft, ben ik me er zeker van bewust dat een aantal kandidaat-netwerkradio-omroepen die naast een erkenning hebben gegrepen, ontgoocheld zijn en juridische procedures willen opstarten. Als democraat en als legalist respecteer ik dat. Een aantal hebben dit aangekondigd maar vooralsnog hebben wij niets ontvangen. Maar zoals u weet, bedraagt de termijn voor het indien van een klacht bij de Raad van State zestig dagen, te rekenen vanaf 15 september. Men heeft dus nog tijd om dat te doen.

De erkenningsronde uitstellen is voor mij geen optie want de erkenningen vervallen op 31 december 2017.

Mevrouw Segers, de diverse kwalificatiecriteria die gebruikt zijn bij de beoordeling, zijn toegelicht in het procedurebesluit. Elk van de criteria kon omstandig worden toegelicht door de aanvrager. In het procedurebesluit is ook het gewicht bepaald dat aan elk van de te toetsen criteria wordt toegekend. Alle criteria samen geven de doorslag bij de toekenning van de frequentiepakketten. De gehanteerde werkwijze en vragenlijst zijn opgesteld om tot een zo objectief mogelijke beoordeling te komen en zijn niet op maat van deze of gene geschreven.

Uw opmerking wat betreft het subjectieve bij het format en de programmering zou terecht zijn geweest indien de vragen een waardeoordeel over het format of de programmering zelf zouden inhouden, maar dat is niet gebeurd omdat er geen preferenties waren inzake format. De vier erkenningen zijn het gevolg van een toetsing die als doel had na te gaan of en in welke mate het gepresenteerde format van de aanvrager doorheen het dossier en elk van zijn elementen werd gestaafd. Wij hebben twee formats in de netwerkpakketten bepaald en twee andere eerder opengelaten. Men zou nu kunnen zeggen dat ik als minister – om het met een grapje te zeggen – een bijzondere voorkeur heb voor een vrouwenradio. Dat is niet zo, maar die is wel als beste uit het betrokken pakket uitgekomen. Er is geen wens van de administratie, het kabinet of de minister om deze of gene radio of een bepaald soort muziek meer of minder te hebben. Buiten het generalistisch profiel van het eerste pakket en het Vlaams of Nederlandstalig profiel van een ander pakket hebben wij de dossiers zoveel mogelijk voor zich laten spreken bij de beoordeling, met de criteria die ik net heb rondgedeeld.

Wij kunnen de dossiers niet als geheel openbaar maken. Ik wil gerust tot op de grens gaan van de wet op de openbaarheid van bestuur, maar er zitten ook concurrentiële gegevens in die dossiers die niet zomaar kunnen worden vrijgegeven. Wat wij zeker kunnen doen, is de beoordelingsexcels bezorgen, die nog wat gedetailleerder zijn per netwerkpakket, maar de dossiers op zich overmaken kan ik niet, dat is in strijd met de wet op de openbaarheid van bestuur. Indien u het daar niet mee eens bent, kunt u zich wenden tot de bevoegde commissie. Wij zitten nu in een partijenmeningsverschil. Wanneer u vindt dat ik bepaalde regels niet correct toepas of interpreteer, dan zijn er zeker onafhankelijke derden die daarover kunnen oordelen. Die excels volgen snel, nadien kunt u bijkomende vragen stellen tot ik op een gegeven moment verplicht ben de grens te respecteren. U kunt dan altijd uw gram proberen te halen bij de commissie die toeziet op de naleving van de wet op de openbaarheid van bestuur, daar heb ik geen enkel probleem mee. Ik wil in algemene zin zeggen dat wij ook een aantal reguliere klanten hebben, geen parlementsleden die van naald tot draad, zeker in de radiosector, gegevens opvragen. Wij bezorgen veel gegevens maar sommige gegevens kunnen wij niet geven. Een aantal gegevens krijgt men, andere niet. De wet op de openbaarheid van bestuur beschermt bepaalde partijen voor een transparante besluitvorming maar beschermt ook een aantal personen en bedrijven binnen de lopende procedures. Daar moet altijd een goed evenwicht in gevonden worden.

Mevrouw Segers, de vraag over het profiel en het beoogde doelpubliek van enkele netwerkradio’s overlapt met wat u me via uw schriftelijke vraag nummer 339 stelde, maar ik zal het hier nog eens overlopen voor de collega’s en voor de buitenwereld.

Hit fm richt zich naar een voornamelijk vrouwelijk publiek waarbij vrouwelijke rolmodellen sterk aan bod zullen komen. De doelgroep is de actieve (stedelijke) vrouw tussen 21 en 48 jaar oud en haar gezin.

Topradio profileert zich als doelgroepenradio door de focus te leggen op dancemuziek en de nieuwste muzikale trends te programmeren en richt zich primair op de leeftijdsgroep 18-34 jaar.

Radio FG Vlaanderen beschrijft zich als een gerenommeerde stadsradio en wil groeien tot een Vlaamse jongerenzender met uptempo hitmuziek. Radio FG Vlaanderen kiest daarbij om muziek met hogere beats per minuut te programmeren. De beoogde doelgroep van Radio FG Vlaanderen zijn jongeren en jongvolwassenen tot 35 jaar oud.

Stadsradio Vlaanderen heeft ingediend op zowel netwerkpakket 3 als netwerkpakket 4 en wil de brug slaan tussen de lokale radio en de landelijke. Een eigen nieuwsdienst zal daarbij sterk inzetten op lokale invalshoeken in het ontvangstgebied, met bijvoorbeeld niet alleen algemene journaals maar ook elk uur provinciaal en stedelijk nieuws. De netwerkradio-omroeporganisatie richt zich met een classic hits format op alle Vlamingen.

Radio Maria heeft eveneens ingediend op zowel netwerkpakket 3 als netwerkpakket 4 en is een religieus geïnspireerde en sociale radio, die open staat voor en respect heeft voor iedere strekking en elke cultuur. De netwerkradio-omroeporganisatie richt zich naar iedereen die op zoek is naar zingeving in zijn of haar leven.

ClubFM is de derde kandidaat die heeft ingediend op netwerkpakket 4, tevens ook op netwerkpakket 1 als Radio ROXX, en brengt een brede kwalitatieve mix van volwassen pop en rock, van de grootste hits en classics uit de jaren 70, 80 en 90 tot de muziek van vandaag. De netwerkradio-omroeporganisatie richt zich tot de actieve Vlaamse bevolking tussen 20 en 45 jaar oud.

De VRM houdt toezicht op de bepalingen van het Mediadecreet en maakt jaarlijks het mediaconcentratierapport.

De scoring van de respectieve onderdelen werd vastgelegd conform het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017. Verdere tekst en duiding van de procedure werd ook meegegeven met de eerste bijlage van het ministerieel besluit waaruit ik ook hoger al citeerde. Alle informatie die buiten de dossiers viel, werd niet in de evaluatie opgenomen. De financiële credibiliteit van het dossier moet dus binnen het dossier zelf worden gevonden. Dat geldt ook voor de andere criteria, het inhoudelijke, het technische. De geloofwaardigheid moet binnen het dossier zelf worden gevonden, dat is wat onderzocht is. Dat is ook logisch. Het gaat namelijk om een erkenning in de toekomst: 1 januari 2018 is daarbij uiteraard de nieuwe datum.

Elk ingediend dossier werd op zichzelf en dus op de ingediende informatie beoordeeld. Zoals ik daarnet aangaf, was dit ook zo in vorige erkenningsrondes. Er is uitgegaan van een geobjectiveerde vragenlijst per criterium om elke netwerkomroeporganisatie op dezelfde manier te kunnen beoordelen. In die zin is er een puur mathematische beoordeling gemaakt van de dossiers, immers de dossiers met de beste overall scores hebben het gehaald. Dat is ook letterlijk het kader van het Procedurebesluit, dat in percentages voorziet. Aangezien de sterktes en zwaktes van de dossiers op verschillende punten lagen, is dit ook de meest objectieve manier van beoordelen.

Voor de lokale zenders zal de werkwijze dezelfde zijn voor zover de aanvullende kwalificatiecriteria overeenkomen. De maatschappelijke relevantie van de ingediende aanvragen voor de netwerkdossiers moest overigens worden verantwoord via de motivering van de credibiliteit en aantoonbare publieke waarde die bij het kwalificatiecriterium format hoorde, en is dus opgenomen in de scoring.

Voor de lokale dossiers waarvoor momenteel de erkenningsronde nog lopende is, wordt gevraagd om de band met de gemeenschap te staven met relevante bewijsstukken. Die worden ook mee opgenomen in de beoordeling.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik de erkenningsprocedure in dezelfde objectiviteit wil voortzetten binnen het kader dat ik ter beschikking heb.

Mevrouw Brouwers, wat de resultaten voor een meer gedifferentieerd landschap en meer geprofessionaliseerde radiosector betreft, zijn de erkenningen gebeurd binnen het kader van de conceptnota – ruim aan bod gekomen en door u en anderen in ruime mate gedeeld –, het decreet – door u en anderen unaniem goedgekeurd in dit parlement – en de uitvoeringsbesluiten. De doelstellingen van deze documenten zijn en waren het gedifferentieerde landschap en de professionalisering. Ik heb natuurlijk geen glazen bol, maar tot op heden heb ik geen tegenindicatie dat deze doelstellingen niet gehaald zullen worden.

Deze regering maar ook het parlement – sommigen zullen dat niet graag horen – wilden met de erkenningsronde de ketenvorming in het radiolandschap, die aanleiding geeft tot een verschraling van het lokale radioaanbod, stoppen en tegelijk mogelijkheden creëren voor bestaande en nieuwe spelers binnen de sector. Door deze erkenningsronde komen er in 2018 vier nieuwe commerciële radio’s bij. Elk van deze netwerkradio’s heeft een gevarieerde programmatie en een verscheiden doelpubliek. Elk van deze radio's is als beste uit een objectief gevoerde beoordeling gekomen. Ik sta dan ook achter deze beslissing.

Ik kan niet vooruitlopen op de erkenningen van de lokale radio-omroepen, maar ook daar staat en stond de leefbaarheid voorop, onder meer via het voorzien in aangepaste frequentiepakketten. Uiteraard is the proof of the pudding in the eating. Het lijkt me dan ook vreemd om nu al het radio-landschap te gaan evalueren op basis van de erkenning of niet-erkenning van bepaalde spelers zonder dat zelfs de omroepen al in de lucht zitten. Dit is een redenering die men wel degelijk op twee manieren kan gebruiken. Men kan zeggen dat we van de oude al wisten wat we hadden en van de nieuwe niet, maar het is dan wel vreemd dat men van sommige nieuwe al bij voorbaat zegt dat het allemaal niet zal lukken. Men moet goed beseffen welke redenering men maakt. Ik denk dan ook dat we pas eind 2018 zullen kunnen zien waartoe een en ander heeft geleid.

Mevrouw Brouwers, u stelt een vraag over de controle. Mijn antwoord daarop is hetzelfde als op de vraag van mevrouw Segers: het is de VRM die toezicht houdt op de naleving van de bepalingen van het Mediadecreet.

Het departement is, na de erkenning van 35 lokale radio-omroepen in juli, momenteel bezig met de behandeling van de andere dossiers van de kandidaat-lokale radio-omroepen. Ik hoop zo snel mogelijk hun advies te ontvangen. Ik voorzie in een erkenning van deze laatste groep ten laatste begin november. Van de 35 radio’s die een erkenning hebben gekregen, zijn er een 25-tal die intussen een zendvergunning bij de regulator hebben aangevraagd. Na de erkenning moet ook de zendvergunning worden aangevraagd. Ik neem aan dat dit ook voor de andere het geval zal zijn.

Mevrouw Brouwers, u vraagt wat we zullen doen wanneer er na de verschillende rondes in getrapte procedure nog FM-frequenties overblijven. De optie staat altijd open om dan een nieuwe erkenningsronde te doen, maar de beslissing werd tot op heden nog niet genomen. Ik moet nu eerst de verschillende procedures afwerken en dan kijken wat er kan gebeuren. Maar laat het duidelijk zijn dat ik het zeker niet uitsluit.

Dit waren de antwoorden op de punctuele vragen, maar u mag gerust bijkomende vragen stellen. Sommigen hebben mij aangewreven dat ik onvoldoende informatie geef. Natuurlijk kan het mooiste meisje maar geven wat ze heeft en kan ook de lelijkste minister maar geven wat hij heeft. Ik bedoel dat sommige mensen verwachten dat er antwoorden zijn die er niet zijn. Ik geef de antwoorden die kunnen worden gegeven op basis van de procedures die wij hebben afgesproken. Daarnaast is daar niet altijd nog heel veel aan toe te voegen.

Ik wil nog eens van deze gelegenheid gebruikmaken om de context van de erkenningsronde nog eens te duiden voor zover dat nodig is. Ten eerste is dit traject een proces van lange duur. We hebben samen een lange weg afgelegd, en met ‘we’ bedoel ik in eerste instantie u als parlementsleden en als commissie Media maar ook de regering en de interkabinettenwerkgroepen, en daarnaast ook in belangrijke mate de radiosector zelf. Dit is niet iets dat uit de lucht komt vallen.

Ik wil daarbij ook nog zeggen dat de vorige regering het zich misschien wel gemakkelijk heeft gemaakt door de negenjarige hernieuwingsverplichting voor de frequenties voor zich uit te schuiven en dat ik nu de boter heb gevreten terwijl men beter de beslissingen in die periode had genomen. Dan had men het decreet gerespecteerd en had men niet de indruk gewekt door van negen naar de facto nu veertien jaar te gaan – ik geef toe dat ik ook één jaar extra op mijn conto heb door het goed voorbereiden van de procedure – het misschien toch nooit meer zou gebeuren en dat bepaalde radio’s eigenaar zijn van een frequentie. Dat is niet het geval, dat is altijd heel duidelijk geweest. Laten we daar elkaar dus goed in de ogen kijken over wie nu heel veel kritiek heeft op bepaalde beslissingen en waarom de vorige mediaminister destijds beslist heeft om de frequenties nog eens een aantal jaren te verlengen. Men kan dat niet blijven doen omdat de Raad van State ons anders zou terugfluiten en zeggen dat we een schaars goed als de frequenties regelmatig en correct opnieuw moeten verdelen en herverdelen. Zo niet, overtreden we het gelijkheidsbeginsel.

We hebben ook een aantal startoefeningen gedaan. Zo hebben we gekeken of er een vierde landelijke FM-zender bij kon komen. Dat was niet mogelijk. U herinnert zich dat ik in volle zomer de wacht ben aangezegd door een mediagroep die geen genoegen nam met het rapport van de administratie en de VRM dat een extra landelijk pakket niet mogelijk was. Zij vragen de rechter om te verplichten een onafhankelijke instantie aan te stellen die moet nagaan of een vierde landelijk pakket mogelijk is. Sommigen zouden ervan kunnen uitgaan dat wie nu de vier netwerkradio’s heeft binnengehaald, tevreden is, maar dat blijkt dus niet helemaal het geval te zijn. Er zijn nog een aantal rekeningen die openstaan, op zijn minst juridisch. Dit gaat dus allemaal redelijk ver. Wij hebben maanden aan een stuk met de beste mensen van de administratie en de VRM al die berekeningen over die FM-frequenties gedaan. Ik ben ook zelf op het terrein geweest om te zien of een dergelijke vierde landelijke zender mogelijk is of niet. Met de metingen die ik heb gezien en die grondig waren voorbereid door de VRM was dat niet mogelijk, maar dat wordt door sommigen in vraag gesteld als hebben wij een eerder subjectieve beslissing genomen.

We hebben wel degelijk die oefening gedaan. We hebben gezien dat dat niet gaat. We hebben ook de verkoop van een VRT-radio overwogen. Na enige grondige economische analyse hebben we dat niet gedaan. Dat zou wel een aardige som duiten hebben opgebracht, maar dat zou na twee jaar een nog grotere som duiten hebben gekost aan de belastingbetaler, die dat dan toch op de een of andere manier zou moeten ophoesten. We hebben dus gezegd dat het sop de kool niet waard is. Het gat in de haag zal alleen maar groter worden, we gaan dat niet doen. Het zijn allemaal betwistbare beslissingen, dat weet ik, maar we hebben ze wel in alle transparantie genomen.

Ook de zerobased benadering door te zeggen: gooi alles open zoals in Nederland, hebben we niet gevolgd omdat ik niet zo enthousiast ben over de huidige complementariteit en gevarieerdheid van het Nederlandse radiolandschap. Ik vind dat wij veeleer een gidsland zijn voor Nederland dan omgekeerd. De gezondheid van onze totale reclamemarkt blijkt daar ook uit. Er is geen enkel land in Europa, op Ierland na, dat zoveel reclame ophaalt in de radio. Natuurlijk is dat geen doel op zich, dat weet ik ook wel. Op het moment dat de reclamemarkt heel zwaar onder druk staat voor onze andere mediaspelers, is het goed om te weten dat die markt nog steeds kerngezond is door de gedifferentieerde aanpak van ons radiolandschap. Op dit ogenblik zijn de radioluisteraars ook nettofinancierders van televisieprogramma's, hoe vreemd dat ook moge klinken in deze mediagroepen. Al die zaken hebben we dus bekeken.

Ik weet dat sommigen dit niet graag horen, maar er moest een eind komen aan de ketenradio's, aan de toch wel gespannen voet van de organische groei van die radio's met het Radiodecreet. Vriend en vijand hebben hier gezegd dat we er iets aan moesten doen. Ik heb dat nu gedaan. Nu blijkt dat dat door sommigen heel anders wordt geïnterpreteerd. Ik neem daar akte van. Ik heb van in het begin mijn kaarten op tafel gelegd, en er zit niks in mijn handen en niks in mijn mouwen.

Wij willen de lokale radio's versterken. Dat zal nu blijken. Ook daar zijn er nog wel wat loodjes te leggen. Ik kijk daar met gespannen hoop naar. Het is allemaal heel plezant, algemene regels maken samen met het parlement, maar iemand moet de euvele moed hebben om individuele beslissingen te nemen, en dat blijkt dan de minister te zijn. Maar goed, we zullen dat doen. Dat is de verantwoordelijkheid die bij de functie hoort.

Wat de keuze aan zenders voor de luisteraars betreft, als het al niet een status quo blijft, want er was nu al een zekere differentiatie, is de vraag of dat nu beter zal worden in de toekomst. Dat zal blijken. Het zal zeker niet verslechteren. In het slechtste geval blijft dat hetzelfde, en in het beste geval wordt het zelfs nog iets beter. Ik spreek mezelf niet uit over de inhoud. Ik weet dat bepaalde luisteraars van ontgoochelde radio's zeggen: je houdt zeker niet van dancemuziek, maar dat heeft helemaal niks met de zaak te maken. Ik ben geen dj, ik draai geen plaatjes, mijn persoonlijke voorkeur voor de beoordeling van radio's of kunstensubsidies – zie ik liever opera of toneel –, dat heeft allemaal geen belang. De dossiers worden beoordeeld op de manier waarop ze worden beoordeeld. Dat wil ik toch maar eens benadrukken.

Als liberaal denk ik wel te kunnen zeggen dat wanneer het radiolandschap verder kan evolueren en groeien en bloeien, en wanneer wij gaandeweg de geslaagde stap kunnen zetten – het staat nog niet vast dat dat zo is – naar DAB+, dan is het toch wel zinvol om het huidige nationale landschap met vijf VRT-radio's en drie privéradio's gestaag te zien evolueren naar vijf VRT-radio's en zeven privéradio's. Waarmee ik niks wil zeggen over marktaandelen. Die zijn vandaag wat ze zijn, en in de toekomst zullen we wel zien hoe dat evolueert. De keuze zal in elk geval niet verminderen, maar veeleer vermeerderen.

De kwalificatiecriteria waren meervoudig in de besluiten. We hebben gekeken welke formats worden ingevuld, hoe die worden ingevuld, wat met media-ervaring? Er is dus wel een element dat naar het verleden verwijst.

Mevrouw Brouwers, u hebt verwezen naar een benchmark. Die staat in een voetnoot op pagina 11 van het dossiertje. De Nationale Bank gebruikt die benchmark om de gezondheid in een bepaalde sector, in dit geval de media- of de radiosector, te meten wanneer men ervan uitgaat dat een businessplan wel of niet gezond is. We hebben ons ook op dergelijke zaken beroepen om dit te doen, en dan uiteraard de specifieke bepalingen volgens het type netwerkprofiel met de vier pakketten die u kent.

Ook het gewicht is na wikken en wegen bepaald: zoveel punten voor dit criterium en zoveel punten voor het andere. Men kan niet zeggen dat dit niet objectief en transparant is gebeurd. Men kan er wel kritiek op hebben, maar niet dat het niet objectief en transparant is.

De kritische blik naar de dossiers is er wel degelijk gekomen door de tweetrapsbeoordeling. Die zijn niet gewoon na één beoordeling mijn richting uitgestuurd. Er is wel degelijk een tweetrapsbeoordeling geweest, zodat er toch een bepaalde kwaliteitstoets binnen de beoordeling mogelijk is.

Sommigen zullen het niet geloven, maar ik begrijp de ontgoocheling van degenen die het niet hebben gehaald. Ik begrijp ook zeer goed dat ik voor het eerst in bepaalde huiskamers ben binnengekomen als iemand van wie men tot dan toe nog nooit had gehoord, en die nu hun favoriete radio afschaft. Ik heb de hele voorbereiding en de procedure met u en in belangrijke mate met de media- en de radiosector doorlopen. Ik neem daarmee zeker de ontgoocheling van de radiomakers en hun passie niet weg, en zeker ook niet de woede, soms zelfs zeer duidelijk in mijn richting geventileerd door de luisteraars. Ik bewandelde een pad en een lijn, en ik blijf die volgen. Er zijn geen bochten in dat parcours. Misschien kunt u mij in andere gevallen wel van bochten beschuldigen, maar hier is dat niet het geval.

Er zaten heel sterke dossiers tussen, er waren hoge scores. Die verschillen van pakket tot pakket. Ook de tactische afweging over hoeveel pakketten men moest indienen, en of men voor dit of dat pakket en voor meer dan één pakket niet beter had gedaan, dat kan ik allemaal beoordelen. Maar men kan er mij moeilijk van beschuldigen dat dat mijn verantwoordelijkheid is. Ik begrijp de frustratie en de misnoegdheid daarover wel.

Ik wil benadrukken: iedereen heeft dezelfde kans gekregen, en ik vind dat nog altijd een faire kans. Men wist van in het begin dat niet iedereen erbij zou zijn. Ik kan ook niet toveren. Het aantal frequenties is wat het is, en ook die hebben we met deze clustering zo rechtvaardig mogelijk verdeeld. Ook de regels zijn bij het begin van het spel vastgelegd. Het is dan ook wat jammer om te zien dat winst of verlies bepalend zijn om te zien of die regels goed zijn of niet. Maar goed, dat klasseer ik onder de noemer ontgoocheling. Verder kan ik daar niets over zeggen.

De gemotiveerde objectieve beoordeling heb ik al aangehaald. De sprong naar het digitale landschap kent u ook. Ik probeer de lijn naar een duurzaam radiolandschap verder te volgen. Samen met deze regering hervorm ik wel degelijk en voer ik beslissingen uit, en ik meen nog steeds te kunnen zeggen: met correcte procedures en transparante communicatie.

Voorzitter en dierbare vragenstellers, ik hoop dat u op alle of dan toch de meeste vragen een antwoord hebt gekregen. Als dat niet zo is, ben ik uiteraard ter beschikking.

De heer Caron heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw zeer gedetailleerd en uitgebreid antwoord. Ik zeg het niet vaak, maar dit is absoluut goed verduidelijkt. Ik wil toch eerst een inhoudelijke opmerking maken. We hebben gemerkt dat de meeste mediacommissieleden alleen beantwoorden aan het profiel van Radio Maria. Die zijn heel ontgoocheld dat er geen netwerkradio voor hen zal zijn. Dit is geen spirituele opmerking; het is een grapje. Het valt wel op dat de doelgroep van die radio's bijna allemaal in de plus-35 en soms wat oudere categorie valt. Wellicht is dat de categorie die ook het meest vatbaar is voor reclame. Dit was een grapje, om de stemming niet te negatief te maken.

Ik kan verschillende elementen aanhalen. Minister, ik denk dat we een fout hebben gemaakt door in de procedure geen vorm van repliekrecht in te voeren, zoals we wel doen in de kunsten, al is het maar om materiële fouten te kunnen rechtzetten. Het zou goed zijn dat, voor de volgende ronde er komt en na de evaluatie van deze ronde als ze is afgewerkt, daarover wordt nagedacht: dat iemand die een dossier indient, een voorlopig advies krijgt met zijn criteria en daar ook op kan reageren, zodat die jury in tweede orde er nog eens over kan gaan en eventuele fouten kan rechtzetten. De gevolgen zijn natuurlijk zeer hard voor wie er niet bij is.

Minister, ik begrijp het niet als u zegt dat er een verschil is met Cultuur, tenzij u een stukje vertrouwelijkheid of het commerciële aspect en de bijhorende vertrouwelijkheid ervan bedoelt. Een repliekrecht dat in een-op-eenrelatie tussen de indiener en de overheid is, zou in de toekomst problemen kunnen vermijden.

Minister, als iemand een erkenning verkrijgt en straks eventueel een vergunning, kan die die dan doorverkopen?

Minister Sven Gatz

Neen.

Dit decreet sluit dat duidelijk uit, toch? Oké, dank u wel voor de verduidelijking.

U zegt dat we niet naar het verleden zullen kijken, maar naar vandaag en naar de toekomst, en dat de dossiers daarop zijn beoordeeld. Minister, u weet ook dat al die nieuwe indieners allemaal dezelfde zijn als de oude. We moeten niet doen alsof we out of the blue een nieuw radiolandschap maken met actoren, bestuurders en initiatiefnemers die voorheen geen radio maakten. Op zich is het niet verkeerd om de kwaliteiten, de prestaties van de indieners in het verleden mee in ogenschouw te nemen bij de beoordeling, omdat u op die manier de realiteitswaarde van de beoordeling sterk kunt verhogen. Dat is wat ik mis in dit dossier.

U zegt dat het een mathematische beoordeling is, zoals de procedurebesluiten inderdaad voorschrijven. Het zal ook gebeuren voor lokale radio. Het is wel zo dat in sommige pakketten de eindconclusie en de puntenscores zeer dicht bij elkaar liggen zodat een verschil op een criterium een markant verschil in de totale uitslag veroorzaakt. Kijk maar hoe dicht sommigen bij elkaar liggen.

Ik wil off the record wel een paar voorbeelden geven van fouten in de puntenscores. Er zijn effectief fouten gebeurd die bepaalde radio's benadelen of bevoordelen. Dat is toch een heel delicate kwestie.

Ik heb niet meteen een oplossing voor hoe u met die realitycheck moet omgaan of hoe u dat erin moet brengen. Dat was ook een probleem van de jury. De kennis van de realiteit van het radiolandschap ontbrak wat. Ik ben voorzichtig in mijn uitspraak: ik zal geen mensen beschuldigen. Daardoor zijn een aantal interpretatiefouten gebeurd, met de gevolgen die we kennen.

Overigens, dit document en de verheldering van de criteria is sterk. Het is een uitstekend document. Daar doe ik niets van af. Als je natuurlijk alleen vanop je bureau en vanuit een dossier, zonder het verleden te verdisconteren en met weinig kennis van het radiolandschap, beoordeelt, dan kom je uit waar je uitkomt. En dat is jammer. In andere decreten is wat in het verleden is gepresteerd, vaak een element geweest dat bij de beoordeling meespeelde. We zullen afwachten wat er verder gebeurt bij de Raad van State en hoe die daarmee omgaat.

Minister, ik heb nog een vraag en een voorstel. Wat als een van deze netwerkradio's in de loop van 2018 er niet in slaagt om op te starten binnen de contouren van het eigen dossier? Ik bedoel daarmee: met de formats die daar zijn voorgesteld en het bereik over Vlaanderen. Als een van de zenders dit niet voor elkaar krijgt, wat gebeurt er dan? Misschien staat dat in het decreet. Ik ken het niet van buiten, vergeef me dit. Is er dan opnieuw een beautycontest voor de opengevallen plaats? Hoe gaat dat? Of zijn we voor een aantal jaren weg? Daarover krijg ik graag duidelijkheid.

Dan mijn voorstel. Minister, waarom kan de mogelijkheid niet worden gecreëerd dat er volgend jaar zo snel mogelijk op DAB+…? Sommige van de spelers die vandaag actief zijn: de twee meest voor de hand liggende kennen we. Dat zijn MENT TV en TOPradio. Laat ons de zaken noemen zoals ze zijn. Is het niet mogelijk dat zij een kans krijgen op DAB+ om hun activiteiten te ontplooien? Ze kunnen dat, maar het kost veel geld. Zolang we DAB+ in Vlaanderen niet tot in de huiskamer en de autoradio krijgen, is dat voor die mensen onhaalbaar. Er is dus een gap tussen meer ruimte – als liberaal kunt u dat alleen maar toejuichen – in de ether en meer kansen voor ondernemers. Reclame werven voor die DAB+ en daar je radio van doen leven, is vandaag totaal onhoudbaar.

Minister, met een steuntje of in ieder geval met een doorgedreven implementatie van DAB+, misschien ook met een steuntje van uw kant en een call om daar een oplossing voor te vinden, kunt u toegang geven aan enkele spelers die vandaag wel degelijk een complementaire plaats in dit landschap innemen. Ik wil u dit voorstel doen. U moet er niet op antwoorden. Ik wil u alleen vragen om er eens over na te denken, om die overweging te maken, ook opdat de knowhow, de kennis, het bereik, de doelgroep van die mensen niet verloren zou gaan. Dat is het geval voor MENT TV, in het belang van Vlaamse artiesten, want dat is een profiel. In de verengelsing van een hele entertainmentmarkt kunnen we dat alleen maar bevorderen. Misschien geldt dit nog voor andere voorbeelden. Ik bedoel dit niet met uitsluiting, maar het zijn twee potentiële radio's – de ene bestaat en de andere nog niet – die een uitgesproken profiel hebben dat complementair is aan het profiel van alle andere radio-aanbieders in Vlaanderen. Laat ons de ether verrijken. Denk daar eens over na.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister, het klopt dat u niet over één nacht ijs bent gegaan voor het maken van het decreet en voor het maken van de uitvoeringsbesluiten. Het klopt dat de beoordeling heel objectief en transparant is gebeurd, en toch is er iets misgelopen. U zegt dat het dezelfde objectieve manier is als bij de vorige erkenningen. Wel, daar zijn ook zaken misgelopen. Zeker met het oog op wat nog moet volgen, de erkenningen voor de lokale radio's, waar er 80 frequenties zijn voor ongeveer 190 indieners, is nu het moment om…

Minister, u zegt dat we in een lopende procedure zitten en dat u niet meer kunt bijsturen. Toch denk ik dat dat nodig zal zijn, want over een paar weken zal het kot opnieuw te klein zijn – ik wil u trouwens vragen wanneer dat proces afgelopen is.

We wisten dat de experts zouden worden aangeworven. Ook daarin bent u altijd heel transparant geweest. We kenden ook de profielen. Toch frons ik mijn wenkbrauwen als ik zie dat bij het profiel van die experts die werden aangeworven, letterlijk staat: “Kennis en ervaring over het medialandschap en/of het radiolandschap is een pluspunt.” Een pluspunt, geen vereiste. Minister, hadden die mensen dat? Ik zeg zeker niet dat ze hun werk niet hebben gedaan, maar waren die mensen beslagen genoeg, kenden ze het veld voldoende?

Inzake de procedure sluit ik me aan bij de heer Caron. Uit alles blijkt dat een realitycheck volledig ontbreekt. Met alle respect, minister, u zegt dat de beoordeling van dit dossier niet hetzelfde is als het Kunstendecreet. Ik ben lang voorzitter geweest van de Adviescommissie Kunsten, en mijn ervaring was dat sommige kunstenorganisaties professionele dossierschrijvers in huis hebben of halen. Het gebeurde dan nogal eens dat die dossiers beter werden beoordeeld. Daarom hebben we een format ingevoerd.

Dit is een sector die daar niet elke dag mee bezig is. Kunstenorganisaties doen dat ondertussen bijna jaarlijks, projectsubsidies aanvragen, maar in deze sector gebeurt dat maar om de zoveel jaar. We hebben dat ook gezien bij de input, dat er eigenlijk weinig kwam. Dat zijn dus geen professionele dossierschrijvers. Dat ze hun dossiers niet volledig hebben opgemaakt, is triest voor hen. Des te meer was het dan goed geweest om op zijn minst een plaatsbezoek, een gesprek en zeker een repliekmogelijkheid voor verduidelijking te hebben. Dat had veel opgelost, vooral omdat er zulke kleine verschillen zijn tussen de punten die zijn gegeven. Je vraagt je daardoor af: klopt de uitkomst wel? Is dit wel wat eruit had moeten komen?

Minister, ik begrijp ook niet dat u in het businessplan niet checkt wat het financieel verleden van de indiener is. Het is blijkbaar niet gecheckt of bijvoorbeeld iemand al failliet is gegaan. De realitycheck had er eigenlijk moeten zijn, want het gevoel bestaat dat er enkel op dossiers is geoordeeld. U zei dat het de enige manier was om het te doen. Zo is ook in de vorige ronde gebleken.

Minister, u zegt dat de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) zal toetsen op decretale bepalingen, over wat er is ingediend, namelijk welke zendschema's er worden beloofd, hoeveel nieuws ze brengen, of ze journalisten gaan aannemen. De raden van bestuur zijn gescreend, maar wat gebeurt er als er mensen worden vervangen in raden van bestuur, als het materiaal dat nu beschikbaar is, misschien wordt verkocht? De opvolging van wat er in concreto zal gebeuren, kan de VRM niet doen. Die heeft daar niet genoeg mensen voor. En dit is echt wel cruciaal.

Er zijn natuurlijk nog een aantal lopende procedures bij de Raad van State. Onder andere de Franse Gemeenschap heeft bij de Raad van State een procedure aanhangig gemaakt over het frequentieplan. Er zijn dus nog een aantal zaken die onzeker zijn. Ik wil pleiten voor een opschorting van enkele maanden en een verlenging van de bestaande vergunningen om klaarheid te scheppen.

TOPradio kan inderdaad theoretisch op DAB+. In de komende jaren zal dat echter niet leefbaar zijn, want er is in elke huiskamer bijlange nog geen DAB+. De gesprekken die u met FEBIAC wilt voeren om te zorgen dat er volgend jaar in de nieuwe auto’s DAB+-toestellen standaard worden geplaatst … Auto's rijden gemiddeld acht jaar rond, dus dat zal echt nog heel lang duren voor die DAB+ volledig is ontplooid. U zult drie versnellingen vooruit moeten gaan om dat te kunnen doen.

Minister, ik wil u danken voor uw bereidheid om de beoordelingsexcellen te willen geven. De dossiers kunt u niet geven, maar die zal ik aanvragen via recht op inzage. Ik wil aan de collega's suggereren om het idee te onderzoeken een hoorzitting te houden met de mensen die hebben beoordeeld.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, u hebt gezegd dat de erkenningen opschorten in de tijd decretaal niet kan. Dat klopt. Maar dat vroeg ik niet. Ik vroeg of het wel of niet voordelig zou zijn om het te doen. Zouden we daar niet beter eens over nadenken? Als de uitkomst is dat we dat beter zouden doen, dan kunnen we nog altijd de datum verleggen met een spoeddecreet. Ik hoop dat u mijn vraag niet verkeerd hebt begrepen.

Het was niet voorzien om tijdens de procedure hun repliek te kunnen geven, en dat was ook duidelijk. Materiële fouten zijn op die manier niet rechtgezet. Op een bepaald moment staat in het dossier dat iemand lid is van de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC), en dat wordt zomaar aangenomen, terwijl die man daar ondertussen al een jaar uit is. Het zal nu ook niet afhangen van dat soort dingen of ze wel of niet gewonnen hebben in de procedure, maar toch zitten er misschien nog dingen in die men zorgvuldiger had kunnen bekijken. Door er nog eens door te gaan op een repliekmoment komen bepaalde zaken misschien naar boven. Maar goed, het is nu zo. Minister, bij toekomstige uitvoeringsbesluiten die in uw handen liggen – als het decretaal moet worden onderbouwd, ook goed – moeten we daar zeker over nadenken.

Minister, u hebt ook heel affirmatief gezegd dat er geen verschraling van het landschap zal zijn. Ik hoop dat u gelijk hebt en dat we volgend jaar hier geen vragen moeten komen stellen over reclame-inkomsten die in het radiolandschap dalen. Er waren hoe dan ook veertien ketenradio's waarvan er nu de facto drie overblijven, en er komt een nieuwe.

We hebben gezegd dat we een Nederlandstalige zender willen, met vooral Nederlandstalige liedjes. Misschien is het onvoldoende gespecificeerd dat dat ook Vlaamse liedjes moeten zijn. Collega Verstreken zegt dat het een managementbureau voor Nederlandse artiesten is die dat heeft binnengehaald en dat ze dus ook voornamelijk Hollandse liedjes draaien. Ik weet dat niet, want ik kan dat momenteel niet ontvangen. Ik heb geprobeerd om dat te ontvangen, maar ik zit te ver. Het zit in West- en Oost-Vlaanderen. Onze Vlaamse artiesten komen natuurlijk op Radio 2 en op de radio's van de VRT aan bod, maar het was toch ook onze bedoeling dat ze voldoende kansen kregen op het tweede pakket.

Ik hoop dat er geen verschraling is. Hieraan wil ik het verhaal van DAB+ koppelen, want dat kan het landschap weer sterker maken door meer mogelijkheden te bieden. Op dit moment is dat enkel rendabel voor zenders die voldoende reclame-inkomsten hebben via een FM-radiozender. DAB+ alleen bereikt veel te weinig luisteraars. In al mijn vorige vragen heb ik altijd gezegd: ga daar alstublieft mee vooruit. We merken echter dat dat toch nog onvoldoende snel gaat.

Minister, een stand van zaken van de digitale uitrol is misschien voor een andere vraag. In elk geval wil ik de vraag van collega Caron ondersteunen of u misschien bereid bent om er eens over na te denken om de zenders die het voortouw nemen in de digitalisering – die we toch allemaal willen –, en dus ook zware financiële inspanningen hebben geleverd of moeten leveren, eventueel financieel te ondersteunen. Dat kan bijvoorbeeld door een bijdrage in de digitale transmissiekosten, in afwachting van de analoge switch-off. U hoeft vandaag niet te antwoorden op deze vraag. Stel dat degenen die er buitengevallen zijn zoals FamilyRadio, Club FM, TOPradio, MENT – die nog geen radio is, maar kom –, enkel via DAB+ zouden willen proberen uit te zenden, maar dat nu niet financieel rendabel achten – wat het ook niet is op dit moment –, met een financieel steuntje in de rug zouden ze misschien toch op DAB+ kunnen beginnen uitzenden. Dat is dan ook een trigger voor de consument. Al die fans van TOPradio zullen dan misschien een digitale radio kopen om hun favoriete zender te kunnen blijven beluisteren.

Ik geef nu dat voorbeeld omdat daar heel veel om te doen is geweest. Ik wil niemand voortrekken. Op die manier krijg je extra aanbod in het radiolandschap dat nu dreigt te verdwijnen. We weten allemaal dat DAB+ veel zuiverder in het oor klinkt en dat we op het scherm dan ook eens kunnen kijken welk weer het wordt. Dat alleen is echter onvoldoende om een consument te doen overstappen, zoals ook is gebleken bij de integratie van digitale televisie. Het is de extra content die het interessant maakt. Dat kun je proberen een duwtje in de goede richting te geven. Het is dus ook in het belang van de digitalisering van het radiolandschap dat u onderzoekt welke incentives kunnen worden gegeven om een meer divers radiolandschap op DAB+ te behouden en verder te ontwikkelen.

U hebt goed geantwoord wat de VRM allemaal heeft aan controlemogelijkheden. Ik hoop dat ik u goed heb begrepen dat er ook bij het toekennen van de zendvergunningen telkens wordt nagekeken of alles in orde is. Dat men niet zegt: ze hebben een vergunning gekregen van de administratie en de minister, dus hier is het papiertje. Ik hoop dat ze nakijken of het in orde is met het bestuur enzovoort. Ik hoop dus dat dit een extra controle is en dat het geen pure formaliteit is.

Ik steun de opmerking van mevrouw Segers omdat we ook een beetje vermoeden dat de huidige bezetting van de VRM misschien onvoldoende is om het nieuwe gegeven van de netwerkradio's, zeker in de beginfase, te controleren. Hebben ze voldoende personeel en competenties om dat in goede banen te leiden?

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, eerst dit terzijde: ik zou niet zo ver gaan als mevrouw Brouwers om mij af te zetten tegen de Nederlandse muziek of de muziek van onze noorderburen. Misschien is het af en toe nuttig om op dat vlak samen te werken.

Er is al heel veel gezegd. De N-VA staat op dezelfde lijn als u, namelijk dat we ons vanuit de partijen niet moeten proberen te moeien met de manier waarop de selectie gebeurt. Dat is de lijn die we ook hebben verdedigd en dat blijft ook nu ons standpunt. Alleen moeten we er dan wel voor 200 procent zeker van zijn dat de selectie op een kwaliteitsvolle manier is gebeurd. Dat is dan wel heel belangrijk. Als de politiek iets uit handen geeft, moeten we er echt wel op kunnen rekenen dat het op een goede, correcte en kwaliteitsvolle manier verloopt. Sommigen plaatsen daar nu vraagtekens bij en geven voorbeelden van waar het misschien is misgelopen. Zo was het financieel plan van iemand die niet is geselecteerd, waterdicht opgesteld met een accountant en bankwaarborg, maar kreeg die toch een slechte quotering, terwijl anderen een minder goed financieel plan hadden met veel beloftes op papier zonder toevoeging van een balans, met een wankel verleden op vlak van financiële zekerheid, maar die kreeg toch meer vertrouwen van de jury door een hogere quotering.

Ik vroeg me terloops af dat als iemand in zijn dossier op een bepaald onderdeel geen document heeft toegevoegd of een bepaalde vraag niet heeft beantwoord, of het dossier dan onontvankelijk is? Vliegt die er dan uit of krijgt die alleen maar een nul op dat onderdeel? Ik denk het tweede. Dat zijn dingen waarover gediscussieerd kan worden en waarin misschien niet is voorzien. Ik weet het niet.

We hebben al gehoord dat men blijkbaar in bepaalde dossiers punten heeft afgetrokken omdat er geen sportprogramma's waren gepland of omdat men geen eigen mobiele studio heeft maar daarvoor een beroep doet op externe firma's. Verschillende betrokkenen zeggen dat de beoordelaars/experten onervaren waren en stellen zich daar vragen bij. Dat hebben de andere leden ook al gezegd.

Dat alles heel delicaat is, blijkt ook uit de cijfers. Zo zien we dat een kandidaat 94,81 procent haalt en de concurrerende kandidaat 93,50 procent. Dat zit zo dicht bij elkaar dat je echt niet voorzichtig genoeg kunt zijn bij de beoordeling. Je kunt het natuurlijk nog ingewikkelder maken door te zeggen dat andere pakketten worden binnengehaald door kandidaten die slechts in de 80 procent haalden. Dat is het systeem waarvoor we hebben gekozen, en u hebt dat in alle transparantie hier op de tafel gelegd. Pas nadien zie je dan dingen waarvan je je afvraagt of het niet anders had moeten gebeuren.

Bij ons rijst ook de vraag, kijkend naar het verleden, of de dossiers zullen worden uitgevoerd zoals ze nu op papier staan. Hoe zullen we dat bewaken? Dat was in het verleden bij de vorige erkenningsronde een van de grote problemen. Ik heb soms het gevoel dat hoezeer we ook van plan waren om nu niet in die val te trappen, dat we dat misschien toch onvoldoende hebben dichtgetimmerd en dat de val misschien opnieuw openstaat. Dat gevoel heb ik af en toe. 

Ik zal niet in herhaling vallen. Ik sluit me aan bij een aantal terechte vragen van de anderen, onder andere over de verhouding netwerkradio-lokale radio en de eventuele overlap of concurrentie die kan ontstaan.

Minister, inzake het inzagerecht hebt u natuurlijk gelijk dat het om bedrijfsgevoelige gegevens gaat die we niet zomaar op straat kunnen gooien. We hebben nog steeds de mogelijkheid om dit via de parlementsvoorzitter onder de vertrouwelijkheidsclausule in te zien. Het nadeel voor ons is dat we er dan niets mee kunnen doen. Het is niet altijd aantrekkelijk om van die procedure gebruik te maken omdat we er dan over moeten zwijgen.

Minister, we hebben alle vertrouwen in de manier waarop u dit hebt voorbereid. We zaten er ook allemaal bij, zeker de leden van de meerderheid en in zekere zin ook de leden van deze commissie. Mocht blijken dat de beoordeling onvoldoende kwaliteitsvol en onvoldoende deskundig is gebeurd – en dat is niet met opzet en geen kwestie van gesjoemel –, dan hebben we met zijn allen een probleem, vandaag al voor die vier netwerkradio's, maar morgen in het kwadraat voor de vele lokale erkenningen die moeten volgen.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, dames en heren, ik dank u voor de bijkomende vragen en beschouwingen. Ik zal proberen er een antwoord op te geven. 

Ik heb gehoord dat er iets is misgelopen en dat we ervoor moeten opletten dat het kot niet te klein zal zijn weldra bij de beoordeling van de lokaleradiopakketten. Het probleem is natuurlijk dat het kot te klein is. Het FM-kot is niet groot genoeg. Het kot is inderdaad te klein. Ik kan u nu al zeggen dat het te klein zal zijn. Ik wil daarmee niet alles weg relativeren, maar "er is iets misgelopen want er zijn mensen ontevreden. Ik had me kunnen voorstellen" – en er zijn hier een aantal namen genoemd van radio-organisaties – "dat anderen het gehaald zouden hebben of gehaald zouden kunnen hebben". Welnu, dan zou de discussie niet fundamenteel verschillen van die van vandaag, omdat de ontevredenheid dan van de andere kant zou komen. Het spijt me, maar dat is nu eenmaal een probleem waar ik voor sta en waar ik ook geen oplossing voor heb. Ik probeer dit wel degelijk op te vangen met correcte procedures.

Het is wel degelijk zo dat media-ervaring voor tien punten heeft meegespeeld. Is dat genoeg? Dat is dan weer een andere discussie. Men kan zeggen dat het er twintig hadden moeten zijn, maar het is toch wel mee in rekening gebracht.

U moet me echt niet vragen dat ik inga op particuliere elementen die sommigen hebben gehoord en die ik ook al wel heb gelezen, zoals: ‘In dit dossier is dat ene puntje niet goed beoordeeld en in dat dossier heeft men daar een punt verloren.’ Ik kan me daar onmogelijk over uitspreken. Dat was ook niet uw vraag, maar ik zal dat dus zeker niet doen. Voor de Raad van State zal blijken of de procedure de toets van de rechtszekerheid doorstaat. Dat is de enige manier om dat te weten te komen. Ik weet dat dat een omslachtige procedure is en geen bijzonder korte, maar het is wat het is.

Ik maak me nog steeds sterk dat de jury wel degelijk dermate divers was samengesteld. Het waren telkens zes mensen per dossier, met een tweede check om na te gaan of de interpretatieverschillen tussen de dossiers vergelijkbaar waren. Hiermee wil ik aangeven dat er wel degelijk een beoordeling in de diepte is gebeurd. De perfecte jury, ook in de kunstensector, bestaat niet. Dat is ook het argument dat men vaak krijgt: als het dossier niet goed genoeg is beoordeeld, kijkt men vaak naar de examinator. Ik wil daarmee niet de bal opnieuw in het kamp leggen van diegenen die dit zeggen, maar we hebben met voldoende mensen met meer dan voldoende competentie de weging willen doen. Die weging is dan nog eens verdeeld over verschillende criteria en dergelijke meer. Dan is de samengestelde score op basis van alle wegingen en al die mensen nog eens een tweede keer gecontroleerd. Men kan nog veel meer doen, maar dan nog zou er wellicht iets misgegaan zijn volgens sommigen die het niet zouden hebben gehaald.

We hebben gekozen voor de ‘beauty contest’ met een jury die deze puntenscores optelt. In Nederland heeft men het anders gedaan. Daar ging het om wie het meeste geld had. Dat is ook niet het ideale systeem. Dat zou misschien interessant zijn geweest voor de staatskas, maar het was niet de bedoeling vanuit de overheid om geld uit de zakken van de radio's te kloppen, de doenbare inschrijvingsbijdrage niet te na gesproken. Dat leek ons niet de juiste keuze. Niemand heeft daar trouwens naar gevraagd.

Wat als netwerkradio niet start? Het is altijd moeilijk om op 'wat als'-vragen te antwoorden. In voorkomend geval kan ik me inbeelden dat het dan opnieuw – dat is een beetje de vraag van mevrouw Brouwers over de resterende FM-frequentiepakketten – opengesteld zal worden, maar uiteraard met procedures vergelijkbaar met die van de eerste drie die dan wel zouden zijn gestart. Ik kan daar niet op vooruitlopen. Ik kan alleen maar zeggen dat mij dat op dit ogenblik het enig mogelijke alternatief lijkt.

Er is de vraag om DAB+ veel sneller in te voeren. Er bestaat een bepaalde snelheid die we kunnen en mogen opvoeren, maar er bestaat geen snelheid waarbij we dat plots kunnen halveren qua tijd. Zelfs mocht ik dat doen, dan zouden diegenen die me dat nu vragen met de beste bedoelingen, me zeggen dat er veel klachten zijn van mensen die op kosten zijn gejaagd omdat ze een nieuwe radio moeten kopen en zouden ze me vragen of het niet wat trager kan. We proberen de juiste middenweg te vinden. We zijn er, in tegenstelling tot wat ik u beloofd had op het einde van het vorig parlementaire jaar, niet toe geraakt om daar nog eens een discussie over te hebben. Ik kan u dat nu wel beloven voor de komende weken. Dan zal ik u kunnen uitleggen op basis van ik weet door de consultant die ons bijstaat, wat een realistische uitrol is. Ik geloof zeker nog in de mogelijkheden van DAB+. Het zou vreemd zijn mocht ik het tegendeel zeggen. Aan welke snelheid het zal gaan en hoe lang de overgangsperiode nog zal duren, daar zullen we het zeker nog over hebben. Dat ik bijkomende inspanningen wil en wellicht kan leveren op het vlak van communicatie inzake DAB+, is zeker een uitgangspunt dat ik met u deel. Of dat op korte termijn soelaas biedt aan diegenen die de netwerkradio-erkenningen niet hebben gehaald, is zeer twijfelachtig. Daar wel ik ook wel duidelijk over zijn.

In tegenstelling tot het monopolie dat de overheid gehouden heeft op de FM-frequenties, hebben we dat niet gedaan op de DAB+-frequenties. Dat is een beslissing van de vorige regering waarmee ik naar best vermogen omga. Op dit ogenblik is het daar wel degelijk de operator die de FM-frequenties tot 2024 voor ons mag uitbaten. Die bepaalt per strekkende DAB+-meter wie erop komt en wie niet. Quid dat we bijkomende pakketten wellicht zullen vrijmaken. Maar dat is een andere aanpak, met als nadeel dat we dat minder kunnen afstemmen, maar met als voordeel dat mensen daar gemakkelijker op kunnen, ook zonder dossier.

Ik wil nog ingaan op twee niet onbelangrijke elementen. De VRM laat mij staande de vergadering weten dat hij wel degelijk over manschappen en deskundigheid beschikt om die controles uit te voeren. U moet zich dat ook zo voorstellen. Het is niet zo dat alle radio's – het zijn er inderdaad veel: diegene die er nu zijn en diegene die er in de toekomst nog zullen bij komen – elke dag op dezelfde manier worden gecontroleerd. Doorheen de weken en maanden is het wel zo dat wanneer men ergens niet voldoet aan de gestelde voorwaarden die men zelf had ingevuld, men dan wel door de mand valt en dat dit wel degelijk tot sancties leidt.

Dan was er de niet onbelangrijke vraag over de opschorting. Het is heel gevaarlijk om tijdens lopende procedures de regels te veranderen. U mag niet vergeten dat er twee of drie weken geleden vier netwerkradio's een bepaald juridisch recht van de Vlaamse Regering hebben gekregen. Mochten we nu beslissen – die bal licht evengoed in uw kamp als parlementsleden als in die van mij als minister – om een opschorting van x aantal maanden te doen, dan zou dat ook vanwege die vier rechthebbenden tot procedures aanleiding kunnen geven. Ik zeg niet dat dat zo is, maar het kan. Er zijn altijd twee kanten aan een medaille. Ik loop daar absoluut niet warm voor, omdat we een hele accordeon van verschillende juridische beslissingen na elkaar aan het nemen zijn en nog moeten nemen. Als we plots een veel te lange noot met die accordeon spelen, dan kan het wel eens vals gaan klinken. U hoort dat mijn enthousiasme daar bijzonder klein voor is. Natuurlijk is de decreetgever meester over zijn werkzaamheden. Het is heus niet alleen de regering die u uitnodigt om onze ontwerpen van decreet goed te keuren. U kunt daar zelf ook over beslissen. U dreigt daarmee wel een doos van Pandora te openen die u nooit meer zult kunnen sluiten. Dat wil ik meegeven als eerste antwoord op een debat dat wellicht nog niet volledig is afgerond.

Ik denk dat ik hiermee een eerbare poging heb gedaan om te antwoorden op de tweede vragenronde, maar misschien zijn er nog punctuele vragen.

De heer Caron heeft het woord.

Laat ons afwachten hoe deze dossiers verder evolueren, hoe ze worden geïmplementeerd, wat er bij de Raad van State komt en vooral hoe die oordeelt over de aanpak. Verschillende leden, ikzelf in elk geval, zouden graag de dossiers grondig ter inzage kunnen krijgen. We zullen dat met een vertrouwelijkheidsprocedure moeten doen. Dat blijft dus ook binnenskamers.

Minister, ik twijfel niet aan de competentie van uw beoordelaars, maar het ontbreken van de realitycheck en van een repliek leidt tot vergissingen. Ik denk dat dit gewoon zo is. Ik geef u het voordeel van de twijfel. U hebt de procedure zelf correct uitgevoerd. U hebt de moed gehad om een beslissing te nemen. Ik wil dat onderstrepen. Het vorige uitstel van de erkenningen was een onmachtsbeslissing omdat er toen absoluut geen competentie aanwezig was om die ronde te doen. Men heeft dat gewoon voor zich uitgeschoven. Die moed hebt u wel. Ik begrijp het delicate van de kwestie maar al te goed. ‘On verra.’

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, ik wil u nogmaals danken voor het uitvoerige antwoord. Normaal hebben we binnen het bestek van vragen om uitleg niet zoveel tijd om onze punten te maken. Het is goed dat we hierover een goed gesprek hebben kunnen voeren omdat er toch wel wat beroering over is. Dit dossier kan ons aanzetten tot de nodige zelfreflectie. We zijn mee verantwoordelijk voor het decreet. Misschien moeten we het hele Mediadecreet toch eens onder de loep nemen. Ook deze morgen al waren er vragen over media. Misschien moeten we een serieuze evaluatie maken op verschillende punten.

Voor de rest moeten we afwachten wat de komende procedures geven, zoals de heer Caron zegt.

Doos van Pandora openen door te verlengen? Ja, maar als we het niet doen, dan komt er ook een doos van Pandora op u af, minister. Het is me een beetje eender. We zullen nu maar afwachten wat de Raad van State hierover te zeggen heeft.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.