U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, in het huidige scholenlandschap zijn er 72 centra die instaan voor de leerlingenbegeleiding (CLB’s). Ze focussen voornamelijk op studiebegeleiding en preventieve gezondheidszorg. De CLB’s zijn al lang vragende partij om de opdrachten van de leerlingenbegeleiding te herbekijken. Ook de N-VA is al lang pleitbezorger voor een grondige hervorming van de centra voor leerlingenbegeleiding om de knelpunten weg te werken die een optimale leerlingenbegeleiding nu nog in de weg staan.

In het regeerakkoord 2014-2019 werd opgenomen dat er een audit zou komen. Op 12 november 2015 werd de audit samen met de wetenschappelijke review opgeleverd. Op basis van de resultaten van deze audit en de review werd op 11 december 2015 een conceptnota ‘Krijtlijnen voor een hervorming van de leerlingenbegeleiding in Vlaanderen’ goedgekeurd. Na de ministerraad van de Vlaamse Regering op 14 juli 2017 kondigde u een doorbraak aan in het dossier leerlingenbegeleiding. De uitrol is gepland voor 1 september 2018.

Met de hervorming van de leerlingenbegeleiding zullen scholen verantwoordelijk worden gesteld voor de uitbouw van een degelijk zorgbeleid. Dat wordt als erkenningsvoorwaarde meegenomen. In artikel 10 van het decreet staat dat het CLB zijn openingsuren tussen 7 uur ’s morgens en 21 uur ’s avonds bepaalt in afstemming met de andere centra in de netoverschrijdende regionale ondersteuningscel. In de regio is er dan minstens steeds één centrum open. Dit moet beantwoorden aan een van de knelpunten die uit de audit is gebleken, namelijk dat er nood is aan een betere bereikbaarheid, ook buiten de schooluren. Artikel 7 en artikel 16 bepalen dat de centra voor leerlingenbegeleiding netoverstijgend samenwerken. Een betere en intensere samenwerking is een goede zaak omdat dit tegemoetkomt aan een gelijkere behandeling van alle leerlingen in Vlaanderen. Het is dan ook noodzakelijk om relevante informatie uit te wisselen om toe te laten dat de scholen en centra hun opdrachten naar behoren kunnen vervullen.

Minister, hoe zal in het huidige onderwijslandschap met de ondersteuningsnetwerken de hervormde leerlingenbegeleiding inspelen op het te voeren zorgbeleid waar de scholen verantwoordelijk voor zullen worden gesteld?

Hoe garandeert u dat de CLB’s bereikbaar zijn, ook na de schooluren, van 17 uur tot 21 uur? Ik zie dat eerder praktisch: beschikbaarheid van informatie en bereikbaarheid.

Hoe garandeert u dat de centra netoverstijgend zullen werken? Artikel 19 bepaalt dat het netoverschrijdend samenwerken een erkenningsvoorwaarde is. Ik begrijp dan uit de artikelen 21 en 22 dat dit waarschijnlijk ook een financierings- of subsidiëringsvoorwaarde is. Misschien is het dan ook belangrijk om te weten wat dan de echte definitie is van het netoverschrijdend samenwerken? Bekijken we dat op bestuurlijk niveau, de organisatie die netoverschrijdend moet zijn, of op werkingsniveau, namelijk ben je ook al netoverschrijdend als je scholen bedient van verschillende netten?

Hoe wilt u er met dit decreet voor zorgen dat de informatiedoorstroom tussen de CLB’s en de scholen geoptimaliseerd wordt? Ik wil ook de link leggen naar de privacywet die nu door Europa wordt opgelegd en waar men zich eerder ook al wel eens op heeft beroepen, namelijk dat er geen informatie kan worden uitgewisseld omwille van privacy. Ik hoor nu geruchten dat het blijkbaar nog een grotere hinderpaal wordt met de richtlijnen die daarover worden gegeven.

Hoe zal dit decreet ervoor zorgen dat de leerlingenbegeleiding korter op de bal speelt, bij de leerling die het nodig heeft, en dit ook in verhouding tot de ondersteuningsnetwerken?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega, ik dank u voor uw vraag. Ik zit een beetje gewrongen omdat we met de regering een eerste principiële goedkeuring hebben gegeven aan het decreet. Het decreet moet nog een tweede en een derde principiële goedkeuring krijgen. Het is nog niet in werking en het zal eerst uitgebreid worden besproken in de commissie. Na de definitieve goedkeuring wordt het door de regering naar het parlement gestuurd. We zullen hier alles nog uitvoerig bespreken. Ik ga nu al proberen uw voornaamste bezorgdheden te beantwoorden, maar we hebben nu pas de eerste principiële goedkeuring gedaan en het moet dus nog definitief worden goedgekeurd.

Alles wat ik zeg, is onder voorbehoud van een tweede en derde goedkeuring door de regering.

Ik heb hier vandaag al een paar keer gezegd dat voor mij de regeling waarbij het zorgbeleid in de school een erkenningsvoorwaarde wordt, een van de pijlers is van de nieuwe leerlingenbegeleiding. Het is een houvast in de school.

Zoals in onze krijtlijnennota staat, is leerlingenbegeleiding een samenspel van heel veel actoren: de school en de leraren, het CLB, de pedagogische begeleidingsdienst, en andere actoren die leerlingen begeleiden. Dat kan crisishulp zijn, een internaat of een welzijnsorganisatie. Het is vandaag niet duidelijk waar de taak van de ene eindigt en die van de andere begint. Met dit voorontwerp van decreet willen we scherper aflijnen wie waarvoor bevoegd is en wie de eindverantwoordelijkheid moet nemen.

We willen dat scholen de kennis over hun leerlingen vertalen in een schoolbreed beleid van leerlingenbegeleiding. Ik zei het al, het voeren van een beleid van leerlingenbegeleiding wordt een erkenningsvoorwaarde. Leerlingenbegeleiding behoort vanaf de inwerkingtreding, maar wat mij betreft vanaf vandaag, tot de kernopdracht van scholen. Het biedt een hefboom om scholen die er nog onvoldoende in slagen een goede leerlingenbegeleiding op stapel te zetten, in deze opdracht te ondersteunen en te remediëren.

Wat nog nieuw is met dit ontwerp van decreet, is dat we in een gezamenlijk referentiekader voorzien voor alle actoren in de leerlingenbegeleiding. De vier begeleidingsdomeinen – onderwijsloopbaan, leren en studeren, sociaal en psychisch functioneren, preventieve gezondheidszorg – waar vandaag het CLB al mee werkt, worden ook het referentiekader voor de scholen. Dus, dat wordt gelijk.

Het zorgcontinuüm, ook al gekend via het M-decreet, zal bepalen wanneer actoren op elkaar inhaken. In de brede basiszorg neemt de school het voortouw. De school moet het implementeren van een beleid op leerlingenbegeleiding niet alleen realiseren: we stellen duidelijk dat ze bij de opmaak en evaluatie van het beleid contact moeten opnemen met de pedagogische begeleidingsdienst. Het CLB blijft een belangrijke partner om inhoudelijke input te geven.

In het voorontwerp komen we tegemoet aan een pijnpunt dat ook in de audit werd aangehaald: ouders, leerlingen maar ook welzijnsactoren hebben nood aan een CLB dat bereikbaar is buiten de werkuren en in de vakantieperiodes. Vandaag zijn er centra die één avond in de week open zijn, of individuele medewerkers tonen zich bereid om avondafspraken te maken. Maar dit moet echt worden ingebed in de structurele werking van de CLB’s.

Daarom namen we bij de werkingsprincipes op dat CLB’s leerling- en schoolnabij werken. Dit is niet alleen een voorwaarde van fysieke nabijheid, maar ook van praktische toegankelijkheid. We maken mogelijk dat centra voor 9 uur en na 17 uur open zijn. Omdat het ook werkbaar moet zijn voor het personeel en in overeenstemming met de personeelsregelgeving, bakenden we het af van 7 uur ’s ochtends tot 21 uur ’s avonds. We willen CLB-medewerkers niet verplichten tot nachtwerk. Daar zou niemand bij gebaat zijn. We hebben de collectieve sluiting in de kerstvakantie en paasvakantie geschrapt, met uitzondering van de week tussen kerst en nieuw. Zo kunnen leerlingen die ondersteuning nodig hebben bij heroriëntering, ook in de vakanties geholpen worden. Net als vandaag zijn de centra gesloten tussen 15 juli en 15 augustus.

Ik verwacht vanaf 2023, we hebben nog wat tijd, dat de centra hierover regionaal en netoverstijgend afspraken maken. Voor mij is het niet nodig dat elk centrum fysiek toegankelijk is, ze moeten per regio afspreken met elkaar zodat er ten minste steeds één centrum open is, behalve in de sluitingsperiodes. Het moet niet op elk centrumniveau, maar het moet breder.

De datum staat op 2023 omdat we vanaf dan de netoverstijgende samenwerking verplichten. Daar is een groot debat over gevoerd. We hebben daar een goede oplossing gevonden waarbij we die netoverstijgende samenwerking toch gaan verplichten.

Vandaag werken al heel wat centra netoverstijgend samen. De CLBch@t, het project voor protocollering en diagnostiek Prodia en het registratiesysteem van de CLB’s LARS, zijn in Vlaanderen brede voorbeelden. Maar ook regionaal zien we goede voorbeelden. In Gent bundelen alle CLB’s de krachten in TOPunt vzw; in Antwerpen organiseren de CLB’s en de stad het centraal meldpunt voor risicojongeren en ook in Brussel en Vlaams-Brabant is zo’n meldpunt operationeel.

Met de hervorming willen we dat álle centra in een bepaalde regio vanaf 2023 netoverstijgend samenwerken. Ze moeten niet één structuur gaan vormen, ze kunnen netgebonden blijven, maar ze moeten wel samenwerken.

Betreffende de informatiedoorstroming: in functie van de samenwerking tussen school en CLB verwacht ik dat beide actoren relevante informatie met elkaar uitwisselen. Dit kan een goede leerlingenbegeleiding alleen maar versterken.

De leerlingenbegeleiding moet korter op de bal spelen. Het ontwerp van decreet verscherpt de rol en taken van elke actor, maar benoemt vooral de eerste rol die de school moet opnemen. In veel scholen wordt vandaag al kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding aangeboden. De kerntaak blijft bij de school, maar de CLB’s moeten de draaischijf zijn die vervolgens de ondersteuning opnemen en uitzoeken hoe men kinderen en jongeren kan versterken. Dat zal in een netoverschrijdende context moeten gebeuren.

Nogmaals, dit is allemaal onder voorbehoud. Het is allemaal in evolutie.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Ik heb veel antwoorden gekregen. Het is inderdaad belangrijk om het goed scherp af te lijnen en het ontwerp van decreet daarvoor te gebruiken, zodat er een duidelijke verhouding is tot de ondersteuningsnetwerken en dat zij aanvullend kunnen samenwerken. Het is belangrijk dat er minstens één CLB langer open is, uiteraard mogen dat er ook meerdere zijn.

De klemtoon ligt op het netoverschrijdend samenwerken. Daar leid ik uit af dat, zodra men kan aantonen dat men een samenwerkingsverband heeft onder een bepaald project of werkingsvorm, men voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.

Ik heb nog een bijkomende vraag over de visitatie. Ik heb op het overleg van de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) gehoord dat de visitatie die gepland was halverwege de legislatuur effectief doorgaat, dat de informatiedossiers daarvoor werden ingediend en dat er waarschijnlijk bezoeken gepland werden in december en januari. Kunt u daarvoor een verdere tijdslijn geven? In welke mate kan dit nog invloed hebben op het ontwerp van decreet?

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Mijn fractie heeft steeds gevraagd dat deze legislatuur de CLB’s hervormd zouden worden. Dat is ook de reden waarom het in het regeerakkoord staat.

Ik ben een beetje verrast over de timing van de vraag. Er is een eerste versie goedgekeurd in de regering. Uiteraard gaan we dit ontwerp van decreet hier nog bespreken.

Bij vraag drie zou ik een kleine nuance willen aanbrengen. Er zijn netoverstijgende afspraken tussen de CLB’s, er is een netoverstijgende werking, een netoverstijgende samenwerking en er zijn netoverstijgende CLB’s. Ik zou toch wel goed opletten dat we deze vier begrippen uit elkaar houden.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, ik was eerst niet van plan om tussen te komen, maar ik wil toch een aantal zaken graag in herinnering brengen. Er is een audit uitgevoerd door PwC op de CLB’s met onze vragen rond efficiëntie en de aanwending van de beschikbare middelen. De minister heeft er al een aantal keren op gewezen, er zijn extra middelen voor onderwijs. Daar zijn wij heel blij mee. Het is niet weinig, maar het is niet voor alles.

In het kader van het debat dat wij daar gehad hebben over de ondersteuningsnetwerken zijn de CLB’s verplicht om maximaal urenpersoneel en middelen in te zetten waarvoor ze dienen. Als de N-VA spreekt over netoverschrijdend of regionaal, gaat het erom die middelen maximaal in te zetten waarvoor ze dienen: leerlingenbegeleiding. De middelen dienen niet om heel veel tijd te spenderen aan vergaderingen en ‘bovennettelijke’ structuren en coördinatoren en dergelijke. Dat is niet de bedoeling. Minister, ik denk ook niet dat dat uw bedoeling is om middelen daar extra in te steken. De vragen die je krijgt en de wachtlijsten bij de CLB’s nemen veel tijd in beslag. De vraag is: hoe kunnen we maximaal leerlingenbegeleiding – in de ruime zin van het woord – realiseren op de plaats waar het hoort?

Verder wil ik nog meegeven dat in het verleden ook in het kader van integrale jeugdzorg heel wat taken naar de CLB’s gekomen zijn. Die worden nu met uw onderwijsmiddelen opgelost. Minister, het lijkt mij zinvol om met minister Vandeurzen na te gaan voor welke taken – extra taken, niet deze van de samenvoeging van PMS en MST – die eigenlijk welzijnstaken zijn, Welzijn zijn deel van de verantwoordelijkheid kan opnemen.

Kathleen Helsen (CD&V)

Mijnheer Daniëls, het is eigenlijk wel zo dat de CLB’s organisaties zijn die leerlingenbegeleiding doen, niet enkel en alleen gekoppeld aan de scholen, maar in de breedte. Ze hebben overleg met de ouders, ook vaak met andere leden van het gezin. Het overleg met andere welzijnsinstellingen is in functie van een goede leerlingenbegeleiding op school vaak belangrijk.

U zegt dat de uren maximaal moeten worden ingezet om aan leerlingenbegeleiding te doen. Overleggen met andere partners die ook met het kind aan de slag gaan, is een belangrijke activiteit die in het kader van een goede leerlingenbegeleiding op school door de CLB’s ook wordt opgenomen. Er wordt overleg gepleegd, vaak ook op school, met verschillende leerkrachten op school, maar ook met andere instanties die bij het kind betrokken zijn.

Voorzitter, u was net in gesprek met de minister toen ik het verduidelijkte. Ik heb duidelijk gezegd dat het mij niet gaat om het overleg over de CLB’s in een structuur. Dat is wat ik aanhaalde. Uiteraard is er overleg met de welzijnswerking, met scholen, met CAW’s, met de centra voor geestelijke gezondheidszorg in het belang van de leerlingen en de ouders. Dat spreekt voor zich; daar had ik het niet over. Dus ik ga akkoord met uw toelichting. Dat is eigenlijk wat ik gezegd heb.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, bedankt voor de aanvullende opmerkingen. De helderheid van de begrippen is elementair. Heldere taakaflijning is dat voor mij. Dat was eigenlijk mijn eerste kennismaking met de CLB’s. Ik ken ze al uit mijn tijd en de tijd van mijn kinderen. En nu kom ik bij een organisatie die volgens mij te weinig trots kent. Zij kregen een kritische audit met positieve punten en werkpunten. We moeten hun duidelijk maken wat hun kernopdracht is, wat ze moeten doen, wat ze mogen verwachten van de scholen, ook in het basiszorgbeleid, wat het luik integrale jeugdhulp is waarvoor zij de draaischijf zijn en blijven. Dat laatste willen ze ook; ik heb het hun gevraagd. Als jullie dat niet meer willen, pakken we dat weg, maar het is wel op maat gesneden. Het ontwerp van decreet heeft als doel dat allemaal transparanter te maken.

Mevrouw Krekels, de visitatie waarnaar u verwijst, is de visitatie van de pedagogische begeleidingsdiensten. Die zal in het voorjaar van 2019 klaar zijn. Het is interessant dat u dat zegt, want het toont ook aan dat we de rol van het CLB en de pedagogische begeleiding zuiver moeten zetten. Voor mij is het eigenlijk wel duidelijk. De pedagogische begeleiding – ik heb het net gezegd – kan leerkracht en school zijn; het CLB is leerlingenbegeleiding en geen schoolbegeleiding. Daar moeten we ook keuzes durven maken, anders is iedereen voor alles verantwoordelijk en lijn je niet meer scherp af. Ik heb geleerd in een organisatie, het is in een kabinet ook zo, als men iedereen voor alles verantwoordelijk maakt, gebeuren de dingen niet. Er moeten eindverantwoordelijken zijn. Dat wil ik met dit ontwerp van decreet ook wel een beetje oplossen in het belang van de goede leerlingenbegeleiding, de goede en transparante communicatie, ook naar ouders toe.

Voor mij is het ook verrassend, mijnheer De Meyer, dat de vraag geagendeerd is. Ik heb aan de voorzitter gevraagd hoe dat komt. Dat komt natuurlijk omdat het ontwerp van decreet nog niet is ingediend in het parlement. We zitten in een overgangsfase. De Vlor moet nog advies geven, de Raad van State moet er zich nog over buigen, er moet formeel worden onderhandeld. Er is dus nog van alles in beweging. Het is ook niet slecht om een aantal krijtlijnen uit te zetten. Ik vind jullie inbreng ook nuttig. Deze is helemaal niet strijdig met de zaken die in het ontwerp van decreet staan.

Mijnheer Daniëls, ik heb uw vraag – denk ik – wel juist begrepen. We hebben daar ook over gediscussieerd in de regering. Wat is dat nu die netoverschrijdende samenwerking? Ik heb moeite gedaan om consortia af te schaffen. Ik heb dus heel veel wat is afgeschaft, en ik wil dat de samenwerking een samenwerking is die de leerling versterkt.

In Gent hebben de CLB’s zich gebundeld in de vzw TOPunt. Dat is geen constructie die erboven hangt. Dat is samenwerking, en dat vind ik goed. Men moet dat niet voor alles doen, want dat is het snijpunt. De CLB’s zijn echt zeer gevoelig op het punt van hun pedagogisch project als het gaat over leerlingenbegeleiding. We kunnen dat wel wat zo zien. Als het gaat over integrale jeugdhulp kunnen we dat niet doen. We gaan daar een evenwicht moeten vinden. Ik wil geen nieuwe structuur, en ook geen EVA of iets anders. Het voorbeeld van Gent vind ik goed om uit te rollen over Vlaanderen. Ik ga ervan uit dat we dit hier nog uitgebreid zullen bespreken.

Dank voor uw antwoord, minister. Ik zal het zeker meenemen. Dat komt zeker nog eens terug.

Wat betreft de visitatie: mijn verontschuldigingen, ik heb dat verkeerd geassocieerd.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.