U bent hier

Commissievergadering

donderdag 28 september 2017, 10.00u

Voorzitter
van Bart Caron aan minister Hilde Crevits
2650 (2016-2017)

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Voorzitter, minister, collega's, mijn vraag gaat over de tijdelijke projecten muzische vorming, waarbij leerkrachten van het basisonderwijs nascholing volgen bij dko-leerkrachten (deeltijds kunstonderwijs) in de academie. Het eerste project muzische vorming werd gestart in 1997; op dit ogenblik lopen er nog zeven. Deze projecten zijn ontstaan onder invloed van de steeds terugkerende opmerking in de Onderwijsspiegel dat heel veel basisscholen moeilijk de vakoverschrijdende eindtermen muzische vorming halen met hun leerlingen. Terwijl de leerkracht nascholing volgt, neemt iemand anders zijn klas over, vaak een dko-leerkracht.

Die een op een-vervanging maakt het project vrij duur voor de Vlaamse overheid, en tegelijk worden enkel leerkrachten van de basisscholen in de buurt van die zeven academies bereikt. De Vlaamse Regering wil deze middelen efficiënter inzetten zodat op veel meer plaatsen in Vlaanderen en Brussel leerkrachten basisonderwijs kunnen worden bereikt. De tijdelijke projecten worden inderdaad stopgezet als tijdelijk project, maar in de plaats wordt in het nakende nieuwe niveaudecreet wel in ruimte voorzien voor samenwerking met het leerplichtonderwijs.

De structurele verankering en de mogelijkheid tot geografische uitbreiding zijn uiteraard een goede zaak, zeker als er ook een beetje budget tegenover staat dat het mogelijk maakt dat het enige omvang krijgt, maar daar knelt het schoentje. Met andere woorden, het dko moet het doen met de middelen die het vandaag krijgt. Dat betekent dat de academies die de huidige tijdelijke projecten organiseren minder middelen zullen hebben om ze te verdelen over meer initiatieven.

Minister, welke plannen hebt u voor volgend schooljaar? Hoeveel academies en basisscholen worden betrokken in dit project? Welke plannen hebt u voor de jaren daarna? Zult u het beleid bijsturen? Hoe? Zal dat leiden tot een andere verdeling van de middelen? Komen er middelen bij? Zullen de zeven academies die vandaag de projecten organiseren middelen verliezen?

Gaat u ermee akkoord dat dergelijke projecten belangrijk zijn om de kwaliteit van de muzische vorming te verhogen en de interesse voor kunstbeoefening aan te wakkeren?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, zoals u wellicht weet, is de samenwerking tussen het dko en het leerplichtonderwijs een van de speerpunten van het niveaudecreet deeltijds kunstonderwijs dat op 12 mei principieel werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Hiervoor zijn verschillende redenen. Naar de academie gaan, is niet voor alle kinderen een evidente keuze omdat ze bijvoorbeeld van thuis uit niet spontaan in contact komen met kunst en cultuur. Een dko-leerkracht naar de leerplichtklas brengen, kan drempelverlagend werken.

Veel basisscholen hebben het moeilijk om de vakoverschrijdende eindtermen muzische vorming te halen. Door een leerkracht dko in de klas te brengen, kan de leerkracht basisonderwijs op muzisch vlak proeven van de meest recente technieken. Dit kan het behalen van de eindtermen bevorderen. Ja, ik ben dus zeker overtuigd van het belang van deze projecten. Het is net de reden waarom we de inhoud daarvan in heel veel academies en leerplichtscholen willen opstarten. Bij het beantwoorden van vraag twee ga ik er iets dieper op in.

Daartegenover staat dat leerkrachten basisonderwijs een intensieve pedagogische opleiding gekregen hebben. Zij kunnen een bron van inspiratie zijn voor de dko-leerkrachten op het vlak van omgaan met jonge kinderen, diverse klasgroepen enzovoort. Ik twijfel er niet aan dat u deze argumenten en het belang van de kruisbestuiving tussen dko en het leerplichtonderwijs voluit onderschrijft. Dat volgt eigenlijk ook uit uw vraagstelling waarvan ik toch wel een en ander goed heb begrepen.

Het is de bedoeling dat op 1 september 2018 het nieuwe decreet in werking zou treden. Voor het eerste schooljaar plannen we als sociale maatregel dat een academie dezelfde omkadering krijgt als in het schooljaar 2017-2018. Dit wil zeggen dat de projecten zoals die vandaag bestaan, nog tot en met het schooljaar 2018-2019 kunnen blijven bestaan. Vanaf 2019-2020 zou er dan een stapsgewijze verankering komen van de samenwerkingsinitiatieven om op kruissnelheid te komen in het jaar 2021-2022. In de tussentijd die nodig is om tot aan die opstap te komen, worden de middelen die voor die projecten zijn vrijgemaakt, in sociale maatregelen gestopt.

Vandaag participeren 7 academies aan het tijdelijk project muzische vorming. Zij bereiken 375 leerkrachten uit het leerplichtonderwijs.

Wat komt er de komende jaren? U hebt het over de tijdelijke projecten muzische vorming. Daarnaast zijn er tijdelijke projecten kunstinitiatie. Wat is het onderscheid? De projecten muzische vorming zijn de volgende. De leerkrachten basisonderwijs volgen een nascholing in de academie. Terwijl deze leerkrachten de nascholing volgen, krijgen hun leerlingen muzische vorming van een dko-leerkracht. Bij kunstinitiatie is het een beetje anders. Leerplichtscholen met een hoog percentage leerlingen die aantikken op SES-indicatoren (socio-economische status) en op GOK-indicatoren (gelijke onderwijskansen) – ten minste 30 procent –, zijn het doelpubliek van deze projecten. De leerplichtschool gaat aan de slag met de academie en lokale culturele verenigingen met als doel meer leerlingen uit moeilijk bereikbare doelgroepen in contact te laten komen met kunst en cultuur. De projecten lopen in 20 academies en dat is goed voor samenwerking met 28 scholen van het leerplichtonderwijs. Ik heb een van die projecten bezocht. Het is bijzonder interessant.

Het is de bedoeling om het beste van beide projecten te integreren in de nieuwe projecten in het kader van het nieuwe decreet. In de toekomstige projecten is het nog steeds de bedoeling dat dko-leerkrachten in het kader van de muzische vakken in het leerplichtonderwijs komen. De leerkracht leerplichtonderwijs gaat evenwel niet langer op datzelfde moment een bijscholing volgen in de academie, maar blijft in de klas aanwezig. Op die manier ontstaat er via co-teaching een directe kruisbestuiving. Een bijkomend voordeel om de leerkracht leerplichtonderwijs in de klas te houden, is dat die hierdoor nieuwe talenten bij leerlingen kan ontdekken. Met twee zie je meer dan alleen en als men intussen bijscholing gaat volgen, ziet men dit niet en is er geen meerwaarde. Daarnaast kan die leerkracht leerplichtonderwijs zijn of haar collega uit het dko op pedagogisch vlak bijstaan. Die competenties kan de dko-leerkracht vervolgens in het dko inzetten.

Een onderzoek als ‘Cultuur leren smaken’ leert ons dat kunst en cultuur nog te vaak een aangelegenheid is van ‘de blanke middenklasse’, waar ik overigens niets tegen heb, maar de vraag is of dit zo moet blijven. Daarom heb ik ervoor gekozen om ook SES- en GOK-indicatoren mee te laten wegen in de gunning van samenwerkingsprojecten tussen dko en leerplichtonderwijs. Ik vind het echt belangrijk om de focus te leggen op die groepen jongeren die nu minder spontaan worden gestimuleerd om deeltijds kunstonderwijs te volgen. Afhankelijk van de lokale context kan er ook samengewerkt worden met een lerarenopleiding en/of een culturele organisatie.

Via het digitaal platform kunstkuur.be dat momenteel ontwikkeld wordt en geïntegreerd zal worden binnen cultuurkuur.be, zullen academies projectaanvragen kunnen indienen, op zoek kunnen gaan naar leerplichtscholen om mee samen te werken. De projecten worden voor drie jaar gegund en kunnen worden verlengd.

Wat de budgetten betreft, gaat er vandaag 1,9 miljoen euro naar de tijdelijke projecten muzische vorming en kunstinitiatie. In het kader van het nieuwe decreet wordt 4,4 miljoen euro uitgetrokken. Hierdoor zullen alle academies ruwweg in zes klassen leerplichtonderwijs twee lestijden per week kunnen ondersteunen. Na drie jaar kan er worden besloten om een samenwerkingsinitiatief met andere scholen uit het leerplichtonderwijs op te starten, dan wel het project te verlengen of stop te zetten. De bijkomende middelen zijn afkomstig van de pilootprojecten dko die sinds 1 september 2015 zijn stopgezet.

Bovendien nemen we ook een maatregel rond het zittenblijven in de hogere graad dko. We leren dat de grootste motivatie om te blijven zitten in de hogere graad studieduurverlenging is. Het is de bedoeling dat leerlingen in het kader van levenslang leren na het afstuderen een nieuwe opleiding binnen het dko kunnen volgen of de weg vinden naar lokale culturele initiatieven om hun vaardigheden te kunnen ontplooien.

De openendfinanciering in het deeltijds kunstonderwijs blijft bestaan. Laat mij daarover duidelijk zijn. Alleen zien we dat sommigen blijven zitten en nog eens blijven zitten, ten eeuwigen dage. Ik heb daarover lang discussie gevoerd met onze mensen. Iemand die bijvoorbeeld piano volgt, kan perfect vervolgens samenspel piano volgen. Je moet ook eens buiten de oever durven te treden om iets nieuws te proberen. Daarom bekijken we de budgetten voor zittenblijven en vinden we dat het goed zou zijn dat mensen een keer iets anders zouden doen. Ik ken nu ook toevallig een paar pianospelers die in deze situatie zouden zitten. Je kunt dat dus perfect doen en dan zit je opnieuw in de gewone financiering. Maar het ten eeuwigen dage blijven zitten, vind ik niet zo’n goed alternatief.

Die permanente zittenblijvers zullen we wel nog financieren, maar die worden aan 50 procent gefinancierd. Het is de bedoeling dat we de middelen die we op die manier genereren, investeren in de samenwerking met het leerplichtonderwijs, om net die doelgroepen te bereiken die anders minder gemakkelijk de weg naar het dko vinden.

Wat de huidige tijdelijke projecten betreft, zijn er 375 leerkrachten – ik heb dat net gezegd – die worden bereikt. Via het nieuwe decreet willen we elke academie in Vlaanderen de kans geven om een dergelijk project op te starten. Ik vind het niet goed dat we blijven zitten bij dat beperkte aantal academies. We kunnen veel meer leerlingen én leerkrachten bereiken. Dat betekent niet dat ik de opgedane kennis van de academies niet wil honoreren, integendeel. We hebben aan onze administratie de opdracht gegeven om bij het vormgeven van het uitvoeringsbesluit álle academies die een tijdelijk project lopen hebben, te bezoeken om de opgedane kennis zo maximaal te integreren. Want in onderwijs is dat iets dat we niet zo vaak doen: kennis delen. Je begint aan iets, je doet een project, de bedoeling is dat je daar iets uit leert, maar dat blijft zitten bij dat project. Eigenlijk moeten we die kennis verspreid krijgen over Vlaanderen.

Via een lerend netwerk kunnen de good practices worden uitgewisseld. Dat materiaal zal ook ter beschikking worden gesteld op kunstkuur.be. Dat is zeer belangrijk, omdat op die manier iedereen daartoe toegang kan krijgen.

Alle academies die vandaag in een project participeren, kunnen op deze wijze een inspiratiebron zijn voor de andere academies die hier nog geen ervaring mee hebben.

Mijnheer Caron, uiteraard wordt het ontwerp van decreet momenteel onderhandeld met de sociale partners. De input inzake de samenwerking tussen het leerplichtonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs zal in de mate van het mogelijke mee worden verwerkt met het oog op de tweede principiële goedkeuring. De gesprekken lopen nu volop.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik vind het een goede koerswijziging en een goede aanpassing, die inderdaad vooral een verbreding van de doelgroep kan bewerkstelligen, ook naar GOK- en SES-leerlingen, waar die criteria hoog zijn. U hebt gelijk, de blanke middenklasse is een grote participant in kunst en cultuur. We moeten vooral inzetten op de niet-blanke middenklasse.

Ik sta heel positief ten aanzien van het voorstel. Mag ik dat hardop zeggen? Ja. Ik ben ook blij dat elke academie de kans krijgt om in te stappen en dat er dus met elke lagere school stappen worden gezet.

Het is zoals u zegt: het is eigenlijk ook een beetje het verhaal van ‘train the trainer’, van het doorgeven van de kennis. Want je kunt niet in elke school elk jaar oneindig zo’n project inzetten. Je moet de kennis doorgeven. Dat is goed. Ik sta in ieder geval positief ten aanzien van de keuzes die worden gemaakt.  

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Minister, ik sluit mij heel graag aan bij de vraag van de heer Caron, ook vanuit het belang dat ik hecht aan de projecten die er geweest zijn en dus het vervolg voor de scholen, zoals u het zeer uitvoerig hebt toegelicht.

Minister, ik ben op de websites van Musi’X, Kunstenbad en Kunstig Competent naar sfeerbeelden gaan kijken. Dan zie je inderdaad hoe bijvoorbeeld jonge kinderen en een aantal leerkrachten bijzonder genieten van dat aanbod.

U gaf daarnet aan – en ik denk dat dat correct is – de leerkracht dko bij het leerplichtonderwijs te zetten. Maar dko is natuurlijk een aanbod van heel wat verschillende dingen. Ik kan mij voorstellen dat een muzikant zeer bedreven is in het aanbrengen van muziek en iemand die uit een kunstacademie komt in schilderen en dergelijke. Maar we kunnen geen vier of vijf leerkrachten bij die mensen zetten. Hoe ziet u dat? Hoe kunnen we daarmee verder omgaan?

Wat de verdeling van de middelen betreft, geeft u aan dat dat voor een stuk wordt gehaald uit de maatregelen die u neemt rond het zittenblijven in de hogere graad. Ook dat lijkt mij inderdaad de waarheid te zijn, als mensen dat blijven en blijven herhalen.

In afgeleide daarvan, minister, is het mij bekend geraakt dat heel wat ouderen die de weg hebben gevonden naar het dko, afhaken omdat ze daar een examen moeten afleggen. Het examen speelt hen dus parten. Zij willen dat als hobby doen, gedurende verschillende jaren. Maar het examen bijkomend afleggen, is voor een aantal van hen een drempel en is een reden om af te haken.

Misschien moet dat eens worden bekeken en kan er daarvoor een oplossing worden gevonden. Het is niet meteen een aanvulling op de vraag van collega Caron, maar het is wel een vraag die leeft.

Ik had verder genoteerd: hoe zult u dat aanpakken en op welke manier zult u in de toekomst voortwerken? Maar dat hebt u in uw antwoord zeer duidelijk aangegeven, waarvoor dank.

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Minister, collega Caron, het is een zeer interessant thema, zeker de link naar muzische vorming in het kleuter- en lager onderwijs. Wij hebben daarover al verschillende keren het woord gevoerd, met verschillende collega’s, vooral als de Onderwijsspiegel wordt voorgesteld en voornamelijk wat het lager onderwijs betreft, waar nog altijd meer dan 40 procent van de scholen niet voldoet. Op dat terrein is er bij de leerkrachten, directies en pedagogische begeleiding wel een ‘sense of urgency’. Het is trouwens een positieve evolutie. Het aantal van wie er wel voldoet, stijgt namelijk.

Ik heb echter een vraag. 4,4 miljoen euro inzetten om twee lesuren in zes klassen voor elk dko mogelijk te maken, is goed. Dat is meer dan wat we nu doen. Maar als we het nu eens zouden omdraaien? Stel dat we inzetten op leerkrachten in het leerplichtonderwijs, waarom zouden leerkrachten die meer muzisch moet worden geschoold, geen doelpubliek kunnen worden van dko’s? Wij zijn er op lokaal terrein over aan het nadenken om de twee academies, die alles bestrijken wat academies kunnen doen, een aanbod te laten samenstellen voor leerkrachten van het lager onderwijs, om hun op twintig of dertig weken het hele palet aan te bieden.

Want wat mevrouw Celis zegt, is waar: je kunt een heel interessante leerkracht gitaar krijgen, en dat is absoluut een troef, maar om muzische vorming te hebben, moet je het hele palet kunnen bestrijken. Uiteraard is het een belangrijke opdracht dat leerkrachten die nieuw worden gevormd in de lerarenopleiding dat beter zullen kunnen in de toekomst. Daar is werk aan. Maar er zijn tienduizenden leerkrachten actief in het lager onderwijs. Er zijn dko’s vlak in de buurt, die gekend zijn door de leerkrachten en bereikbaar zijn.

Ik vraag me af of we daar geen impuls moeten geven met de sector voor een doelgroep, die niet de kinderen zijn, noch de volwassenen die kunst en cultuur willen volgen, maar leerkrachten, zodat leerkrachten aan leerkrachten de goesting, maar ook de vaardigheden en competenties bijbrengen. Dat is misschien een beetje out of the box denken, maar ik hoor veel te veel negatieve reacties van mensen die tijd moeten vrijmaken om naar nascholingen te gaan, in Brussel of universitaire steden en die daar niet echt tevreden over zijn. Dat kost ook veel geld. Terwijl die instellingen, zowel het volwassenonderwijs als de academies, heel dicht in de buurt zijn, de locaties kennen, net als de zorgen en noden die er op lokaal terrein zijn.

Ik vind dat de centra voor volwassenonderwijs en in deze vraag de academies de collega-leerkrachten van het leerplichtonderwijs in de toekomst als een doelgroep zouden moeten kunnen bekijken. Ik weet niet of dat wettelijk mogelijk is. Mocht het wettelijk niet mogelijk zijn, zouden we het misschien moeten aanpassen in het Niveaudecreet. Ik denk echter wel dat het mogelijk is, maar dat we het alleen wat meer onder de aandacht moeten brengen en mensen moeten samenbrengen.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Ik wil onderschrijven dat wij het ook heel belangrijk vinden dat er interactie is tussen het deeltijds kunstonderwijs en het leerplichtonderwijs. Over de organisatie van deeltijds kunstonderwijs wordt al verschillende legislaturen gepalaverd. Ik durf dat zo toch wel te zeggen. Ik ben blij dat er tijdens deze legislatuur een echte doorbraak komt en dat in die doorbraak linken richting leerplichtonderwijs in overweging worden genomen. Ik vind het trouwens niet alleen belangrijk dat het richting leerplichtonderwijs gaat, maar ook richting amateurkunsten. Ik ben er zeker van dat door de leerkracht dko samen in de klas te zetten met de andere leerkracht, je daardoor wellicht niet alleen de andere leerkracht meer zult stimuleren maar misschien ook de toegankelijkheid tot het deeltijds kunstonderwijs voor kinderen zult vergroten. We weten dat de toegang tot deeltijds kunstonderwijs voor bepaalde doelgroepen nog steeds heel moeilijk is. Er is vaak een vrij eenzijdige populatie in het deeltijds kunstonderwijs. Ook dat kan daar een belangrijke factor in zijn.

Minister, ik ben heel tevreden met de wijziging die zich nu aandient, waarbij er geen wissel zal worden gemaakt tussen de leerkracht dko en de leerkracht in het leerplichtonderwijs, maar dat u ze het samen zult laten aanpakken. Ik zie daar alleen maar voordelen in.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Ik wil nog even ingaan op de financiering, zodat ik het juist begrijp. Er is altijd van uitgegaan dat de hele hervorming budgetneutraal zou zijn. U hebt aangegeven dat de openendfinanciering blijft bestaan. U hebt ook aangegeven waar die 4,2 miljoen euro vandaan komt om de projecten te financieren. Ik heb ook gehoord dat er 6 miljoen euro in het algemeen zou worden vrijgemaakt voor projecten. Is dat dan voor bestaande projecten? Of komt dat geld alleen maar vrij voor nieuwe projecten? Kunnen bestaande projecten daarmee verder worden gefinancierd?

U gaf ook aan dat de gon- en SES-indicatoren mee zouden worden opgenomen. Is dat dan alleen voor die projecten waar de heer Caron aan refereert of ook in het algemeen?

Er is wat ongerustheid over de financiering. Er komen 6-jarigen bij, wat natuurlijk weegt op het budget. U speelt ook wat met de coëfficiënten van leerlingen. De coëfficiënten zullen in de toekomst veranderen, wat maakt dat in sommige graden waar scholen wat ruimte hadden om dingen te compenseren, die ruimte soms wegvalt. Dat zorgt ervoor dat de financiering van de 6-jarigen neerkomt op het feit dat men maar een vierde ter beschikking heeft van het bedrag in vergelijking met de vorige jaren.

Veel scholen, academies maken de oefening van de financiering en gaan na wat dat betekent voor hun werking. Ik heb een gesprek gehad met de muziek- en woordacademie van onze gemeente, meer bepaald Wijnegem, Schilde en Zoersel. Ze vroegen of u niet zou kunnen overwegen om een soort van pilootscholenproject te doen omtrent de financiering om na te gaan wat dit kan betekenen voor de werking van de academies. Mocht u dat overwegen, dan zou de muziek-en woordacademie van Wijnegem met filialen in Schilde en Zoersel daar zeker kandidaat voor willen zijn.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zie dat twee eminente vertegenwoordigers van de driehoek die u vermeldde, hier aanwezig zijn. We kunnen dus al een deal sluiten. (Gelach)

Het ontwerp van decreet zelf zal in deze commissie nog worden besproken. Mevrouw Krekels heeft heel veel extra vragen gesteld. Die kunnen zeker tijdens de bespreking van het ontwerp aan bod komen. Er is nu over onderhandeld met de vakbonden maar het moet nog een tweede keer naar de regering. Veel van uw opmerkingen heb ik ook al te horen gekregen.

We hebben gisteren de Septemberverklaring besproken. Ik raad u allen aan om bladzijde 25 en 26 van het cijferboekje eens te bekijken en te kijken naar de stijging van de budgetten. Het is spectaculair hoeveel extra geld naar Onderwijs gaat. Ik begrijp bij elke hervorming dat men boter bij de vis vraagt, dat men geld nodig heeft. We moeten echter ook eens de omgekeerde redenering durven te maken. We hebben aan het deeltijds kunstonderwijs steeds gezegd dat deze hervorming budgetneutraal moest zijn. Budgetneutraal betekent wel met een open end. Deze regering heeft aan het begin van de legislatuur de afspraak gemaakt dat jongeren voor een zeer goedkoop tarief moeten kunnen deelnemen aan het deeltijds kunstonderwijs. We hebben alle tarieven verhoogd, maar die voor deelname aan het deeltijds kunstonderwijs niet.

Ik wil er ook nog op wijzen dat het dko onderwijs is. Iemand maakte de opmerking dat men niet meer aan het examen wil meedoen. Voor volwassenen gebeurt nu soms permanente evaluatie. Het gebeurt niet overal meer met een examen, maar het is wel onderwijs. Die keuze hebben we ook een tijd geleden gemaakt. Als je zegt dat het bezighouding is, dan moet het anders. Het is het ene of het andere. Onderwijs betekent dat er een evaluatiemoment is. Dat zijn daarom niet overal examens, het kan ook via permanente evaluatie. Ik zal me daar niet over uitspreken, dat is de autonomie van degenen die het inrichten.

De openendfinanciering blijft bestaan. Per leerling extra heb je ook extra budget. Dat mogen we ook niet vergeten. Als je zegt dat het in een gesloten enveloppe is, dan betekent dat dat we niet gaan sleutelen aan de gewichten van de leerlingen. Maar eigenlijk is het zo dat als er meer leerlingen deelnemen, er ook extra budget is. Dat is op zich een goede zaak.

Een van de krachtlijnen van deze hervorming is de vrijheid. Ik vind – en dat wordt door iedereen positief geapprecieerd – het vreselijk als ik zie wat ik als minister of wij als regering allemaal moeten goedkeuren, bijvoorbeeld wat betreft het inrichten van een instrument. In de Westhoek is er de folk. Ik kan me inbeelden dat men in Vilvoorde saz en oed wil. (Opmerkingen van Jo De Ro)

Of elektronische muziek, maar ik heb daar kritiek op gehad omdat men dat geen muziek vindt. Voor mij is het van belang dat men de autonomie heeft om in te richten wat men wil zonder steeds mijn toelating te moeten vragen, maar dat men dan ook autonoom het budget beheert. Je kunt natuurlijk niet alles willen. We hebben die vrijheid ook onderstreept. In het kader van die vrijheid hebben we ook gezegd dat 6-jarigen kunnen starten met een instrument, maar ook daarvoor wordt de enveloppe in principe niet uitgebreid. Men moet het doen binnen de bestaande middelen.

Zullen we werken met pilootscholen? Ik wil de komende maanden met plezier de budgettaire oefening maken met een aantal scholen, maar ik zou wel graag de hervorming laten starten op het afgesproken moment. Ik heb al vaak gezegd dat er altijd redenen zijn om hervormingen niet te laten doorgaan. Mevrouw Schryvers wees er daarnet al op dat hier al zoveel over is gebabbeld. We staan nu op een keerpunt. Er is ook zwaar geïnvesteerd in het luisteren naar de gevoeligheden bij de directies van het deeltijds kunstonderwijs. Ik kan niet beloven dat er nog miljoenen manna uit de lucht zullen vallen. Dat is onmogelijk. Weet dat het kader iets beter is dan een gesloten enveloppe.

Er waren vragen over hoe dit zal worden ingericht in de verschillende scholen. Een academie kan op maat van de school gaan kiezen welke leerkracht ze waar inzet. Een van de leden vroeg hoe dit zal gebeuren omdat het wat raar is: 2 uur voor 6 klassen. Dat behoort tot de autonomie van de academie. Sommigen zullen ervoor kiezen om 3 jaar hetzelfde te doen, anderen zullen ervoor kiezen om jaar na jaar te wisselen. Voor mij is dat eigenlijk gelijk. Ik zal me er verder ook niet echt mee bezighouden. Dat is hun autonomie, maar de mogelijkheden zijn wel veel ruimer dan vroeger.

Ik ben blij dat iedereen hier zonder uitzondering de grote meerwaarde ziet in het feit dat de leerkracht niet meer uit de klas wordt getrokken. Ik zie in alle scholen waar er aan co-teaching wordt gedaan dat dit een gigantisch positieve impact heeft op het welbevinden van de leraren, met minder eenzaamheid, en ze worden leergieriger.

De heer De Ro zei daarnet dat de eindtermen niet worden gehaald. In sommige scholen heb je onderwijzers die fantastisch zijn voor bijvoorbeeld muzische vorming. Ik denk dat scholen op dat vlak ook wat klasdoorberekend aan de slag kunnen om de bestaande competenties wat meer uit te spelen. Ook dit kan goed zijn voor de kruisbestuiving met dko. Ik zie de wisselwerking echt op twee punten. Als de dko’ers binnenkomen in de gewone scholen kunnen ze ook een aantal extra pedagogische vaardigheden opdoen. Dat is bijzonder positief.

Mijnheer De Ro, als ik het goed begrijp, pleit u eigenlijk voor een extra module binnen het dko. Het nieuwe decreet zorgt ervoor dat academies een potje ter beschikking zullen krijgen om bijscholingen te organiseren. Leerkrachten kunnen ook terecht in het reguliere aanbod. Ik vind uw opmerking heel belangrijk omdat ik ook vind dat een leerkracht niet naar Gent of Brussel moet gaan als hij of zij in Torhout woont en er daar een academie is. In dat geval moet je die bijscholing daar kunnen volgen. In principe zal dat mogelijk worden. Ik weet niet of het nodig is om het decreet aan te passen met een nieuwe module. We kunnen dat nog bekijken, maar in het kader van de autonomie kan men zich perfect richten op het doelpubliek.

In de samenwerkingsinitiatieven waar ik net over gesproken heb, is het ook mogelijk dat er in het kader van stages in de lerarenopleiding studenten in zo’n project terechtkomen. Dat is niet onbelangrijk. Door de hervorming van de lerarenopleiding kan de lerarenstage voor een stukje worden gedaan in een samenwerkingsinitiatief met dko. Daar ontstaan ook nieuwe mogelijkheden. Als ik zie wat sommige onderwijzers of directeurs presteren op een podium, dan is dat ongelooflijk. Daar zie je heel wat creatief en muzisch talent. In het kader van een stage kan men perfect in zo’n samenwerking terechtkomen, wat ook weer positief is om de groep breder te maken. Al deze zaken zijn in de toekomst mogelijk.

Mevrouw Krekels, wat de budgetten betreft, had ik in het totaal 4,4 miljoen euro gezegd voor nieuwe projecten – dus geen 6 miljoen euro, maar 4,4 miljoen euro. Daar komt 1,9 miljoen euro van de bestaande tijdelijke projecten. Inzake de pilootprojecten gaat het om 301.000 euro. 2 miljoen euro komt van het zittenblijven. Als je dat allemaal optelt, kom je ongeveer aan 4,4 miljoen euro. Die 6 miljoen euro komt misschien van de zes lestijden. (Opmerkingen van Kathleen Krekels)

Dat is misschien het potje waarnaar ik verwees. Dat heeft hier niets mee te maken. Dat zijn andere middelen. (Opmerkingen van Kathleen Krekels)

In principe is het zo dat de financieringswijze dezelfde is. Ik ken niet alle techniciteiten. Ik heb die ooit goed in mijn hoofd gehad. Voor de projecten spelen SES en GOK een rol. We hebben wel de keuze gemaakt om de bijdrage van de ouders voor iedereen zeer laag te houden. De toelatingsbijdrage is zeer laag en daar zit ook een correctie op, denk ik. (Opmerkingen van Kathleen Krekels)

Ik denk dat dit gelijk blijft, zoals in het verleden.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik ben blij te horen dat de bekommernis breed wordt gedeeld. Ik ben een beetje een vreemde eend hier in de bijt. Mijn invalshoek is niet onderwijskundig, maar wel de culturele kant. Dat mag ook, hé? We vinden elkaar daarin.

De opmerking van mevrouw Celis over de examens heeft volgens mij een andere achtergrond. De minister heeft gelijk. Er is een onderwijsverlenging, vooral bij volwassenen, om langer te kunnen musiceren en langer naar het deeltijds kunstonderwijs te gaan. Dat zijn relatief kostelijke uren in de hogere graden. In die zin mogen we daar wel wat strenger op toezien. Bij de vraag of er examens moeten zijn, permanente evaluatie of niets, is het misschien kwestie om bij volwassenen het aantal keren dat men een jaar mag overzitten, te limiteren. Laat ons eerlijk zijn, een dko-school is geen amateurkunstenorganisatie. Dat is een opleidingsplek uit Onderwijs. Wil je muziek spelen, wil je schilderen of wat dan ook, dan moet je dat op een andere plek voortzetten. Dat is een terechte bekommernis. Op die manier wordt ook ruimte gemaakt voor jonge en nieuwe mensen die kansen krijgen.

De andere voorstellen, onder meer die van de heer De Ro, over de opleiding van leerkrachten basisonderwijs en dergelijke, lijken mij interessant om te bevorderen. Ik ben ook wat ouder aan het worden en ik kan me niet van de indruk ontdoen dat muzische vorming, het elementair zingen, musiceren, schilderen, creatief bezig zijn bij oudere generaties en in het oudere type onderwijs iets nadrukkelijker aanwezig was. Laat ons die inhaalbeweging maar doen.

Ik kijk uit naar het nieuwe decreet. De vele opmerkingen die door de sector worden geformuleerd, nemen we ter harte en kunnen we meenemen in de bespreking. Ik blijf de openendfinanciering van het dko principieel toejuichen. Dat is een belangrijke kwestie in de verbreding ervan. Dat betekent niet dat we het niet goed moeten beheren. Dat wil het decreet ook doen. Er blijft een soort van toegang voor iedereen, een democratische gedachte, waarbij iedereen een opleiding kan volgen in kunst en cultuur, quid of het professioneel gericht is, quid op amateurniveau of als participant.

De minister wil nog iets rechtzetten in haar antwoord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Krekels, ik denk dat u iets nog niet weet. Voor de 6-jarigen is in de versie van het ontwerp van decreet dat is goedgekeurd in 2 miljoen euro recurrent voorzien. Er is de pot voor de nascholingen. Voor deze 6-jarigen was er aanvankelijk in niets voorzien. Tijdens de budgetbesprekingen is er in 2 miljoen euro recurrent voorzien. Ik denk dat dit de reden is waarom u dat vroeg. Het komt dus niet allemaal uit eigen middelen, maar er is in die middelen voorzien. Dat maakt het surplus iets minder budgetneutraal.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.