U bent hier

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) werden metingen gedaan naar de aanwezigheid van schadelijke stoffen – we denken aan kwik, dioxines, pesticiden en vlamvertragende stoffen – in baars en paling in elf rivieren en kanalen in Vlaanderen. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in samenwerking met de Universiteit Antwerpen.

We weten dat het moeilijk is om het gehalte schadelijke stoffen in het oppervlaktewater te meten omdat ze moeilijk oplossen, maar ze stapelen zich wel op in de organismen van de aquatische voedselketen. Daarom bepaalt de kaderrichtlijn Water normen voor de aanwezigheid van die stoffen in het spierweefsel van vissen en mosselen. Uit de metingen blijkt nu dat in alle meetpunten in Vlaanderen sommige schadelijke stoffen in een te hoge concentratie in baars en paling voorkomen. Vissen kunnen natuurlijk gezondheidsproblemen krijgen, maar ook de dieren die die vissen opeten, zoals otters en reigers, kunnen gezondheidsproblemen krijgen en hun voortplantingssysteem aangetast zien. Uiteindelijk kunnen die stoffen ook in het menselijk lichaam terechtkomen.

Begin juli werd dit onderwerp in onze pers nogal uitvoerig besproken. Vandaag is dat nog steeds actueel. Overal is de kwikvervuiling groot; vooral in de Demer, de Dijle en de Dender is die problematisch. Voor fluorhoudende stoffen is het kanaal Gent-Terneuzen er dan weer het slechtst aan toe. De Bovenschelde ten slotte, kent een hoge vervuiling door vlamvertragers, die wellicht in verband te brengen zijn met de textielindustrie daar.

Uit ander onderzoek is gebleken dat er in meer dan de helft van de meetplaatsen in Vlaanderen kleurstoffen aanwezig waren in paling. Ik dacht onmiddellijk, vandaar de uitdrukking: paling in ’t groen. Sommige van die kleurstoffen zijn bekend om hun kankerverwekkende eigenschappen.

Minister, welke conclusies trekt u uit het recente onderzoek die voor uw beleid relevant kunnen zijn? Het uitbaggeren en verwijderen van vervuild slib uit onze waterlopen is een mogelijkheid, maar ook een heel dure oplossing om het leefmilieu te herstellen. Welke projecten – dat is niet alleen uw verantwoordelijkheid, maar heeft ook met uw collega's te maken – waarbij de Vlaamse overheid is betrokken, worden momenteel uitgevoerd of zullen in de nabije toekomst worden uitgevoerd met betrekking tot het verwijderen van vervuild slib? Welke kostprijs hebben die projecten? Naast het verwijderen van het slib zijn er wellicht ook andere methodes mogelijk om de bodem te saneren. Af en toe horen we alternatieve manieren vernoemen. Hebt u daar een zicht op en zijn er alternatieve methodes in Vlaanderen toepasbaar?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Sinds 2015 meet de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) ook prioritaire stoffen in biota. De Europese kaderrichtlijn Water vraagt dat we twaalf vetoplosbare stoffen meten. Het gaat hierbij voornamelijk om stoffen die moeilijk meetbaar zijn in water, maar zich doorheen de voedselketen opstapelen in verschillende organismen. We meten die stoffen in baars en paling. De polycyclische aromatische koolwaterstoffen (paks) worden in zoetwatermosselen geanalyseerd. In 2015 is dat gebeurd op elf meetplaatsen. Op basis van de meetresultaten kunnen we stellen dat diverse vetoplosbare stoffen inderdaad aanwezig zijn in de Vlaamse waterlopen, en dat ze zich ook opstapelen in aquatische organismen.

Er zijn Vlaamse maatregelen geformuleerd, maar ook op het Europese niveau zijn maatregelen nodig om de aanwezigheid van die stoffen in het water op lange termijn terug te dringen.

Wat gebeurt er allemaal? De VMM voert jaarlijks meerdere slibruimingen uit op de waterlopen van eerste categorie, die tot onze bevoegdheid behoren. De onbevaarbare waterlopen van tweede en derde categorie zijn de verantwoordelijkheid van de provincies, de gemeenten en de polders en wateringen. Hierop heb ik geen zicht. Voor de bevaarbare waterlopen ligt de bevoegdheid bij de minister van Openbare Werken.

De voorbije tien jaar werd gemiddeld 140.000 kubieke meter slib per jaar verwijderd uit de onbevaarbare waterlopen. Dit komt overeen met de aangroei aan slib. De gemiddelde kostprijs bedraagt 30 euro per kubieke meter slib. Hoe sterker de verontreiniging, hoe hoger de kostprijs is. Bij een sterke verontreiniging loopt de kostprijs veelal op tot hoger dan 50 euro per kubieke meter. Aangezien een groot deel van de waterbodems verontreinigd is, wordt bij deze slibruimingen ook een deel van de historische verontreiniging verwijderd.

De voorbije jaren werd onder meer verontreinigd slib verwijderd uit de Antitankgracht, de Dijle, het Schijn, de Winge, de Bellebeek, de Heulebeek, de Houtensluisvaart, de Dommel, de Zuidlede, de Mandel en de Vliet-Grote Molenbeek. De prioriteiten van de slibruimingen voor de onbevaarbare waterlopen worden bepaald op basis van voornamelijk hydraulische en ecologische doelstellingen. Het positieve effect op de waterbodemkwaliteit blijkt onder meer uit het waterbodemmeetnet van de VMM. De VMM toonde op basis van de langdurige analyses in het kader van dit meetnet aan dat er een afname is van de sterk verontreinigde waterbodems van 50 naar 20 procent gedurende de voorbije tien jaar. Het aandeel van waterbodems met een matige kwaliteit nam hierdoor toe van 40 naar 60 procent.

De ruiming om ecologische redenen wordt gestart wanneer er geen toevoer van verontreiniging meer is en nadat de opwaartse trajecten gesaneerd zijn. Prioriteit wordt ook gegeven aan waterlopen waar de verwijdering van het slib belangrijk is voor de realisatie van de goede ecologische toestand. In 2017 werd door de VMM en de OVAM de waterbodemsanering van de Winterbeek in Tessenderlo gestart. Daar wordt ook de harde bodem onder het slib en de oevers verwijderd omdat dat verder gaat dan enkel het slib dat daar dus ook aanwezig is. Die waterloop is ongeveer 17 kilometer lang. Dat gebeurt in vier trajecten. De kostprijs van de sanering van het eerste traject bedraagt 2,4 miljoen euro. In 2018 zal de VMM ook starten met de voorbereiding van de sanering van de Grote Laak. De sanering van beide waterlopen is belangrijk voor zowel de realisatie van de doelstellingen van de kaderrichtlijn Water als voor de Habitatrichtlijn.

Het is duidelijk dat de verwijdering van verontreinigd slib de meest duurzame maatregel is. Het is echter niet duidelijk dat een verwijdering steeds noodzakelijk is. In sommige gevallen kan de historische verontreiniging met bijvoorbeeld zware metalen ingekapseld liggen onder jongere, minder vervuilde lagen met als gevolg dat de impact van het verontreinigde slib op het watersysteem beperkt is. In deze gevallen is een sanering natuurlijk niet prioritair, omdat het verwijderen van slib negatiever kan zijn dan dat je het laat liggen.

De VMM wil de komende jaren inzetten op onderzoek met betrekking tot de interactie van de historische verontreiniging van de waterbodem, de waterkwaliteit en de verontreiniging van biotische elementen. Dit is noodzakelijk voor de prioritering van de saneringen en een zo kosteneffectief mogelijke aanpak want dat kost natuurlijk allemaal handenvol geld.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, ik begrijp dat u zegt dat er alternatieven zijn, maar dat het daar nog niet zo ver mee staat. U hebt het dan over het juridische samenspel.

Naar uw zeggen hebt u alleen gegevens over onbevaarbare waterlopen van eerste categorie, waarvoor wij verantwoordelijk zijn, en niet van de tweede en derde categorie, waarvoor de provincies en gemeenten verantwoordelijk zijn. Verder in uw antwoord hebt u het toch over cijfers voor onbevaarbare waterlopen van 140.000 kubieke meter per jaar. Geldt dat enkel voor dat ene stuk waarvoor de VMM verantwoordelijk is?

Minister, ik weet dat het een moeilijk probleem is. Het is zeer duur, en als je die bodems saneert, moet je ervan op aan kunnen dat er geen vervuiling bij komt. Het heeft dan wel zin, maar het is niet echt duurzaam. Uit uw antwoord begrijp ik dat op de punten waar de allergrootste problemen bestaan, er toch vooruitgang wordt geboekt. U hebt het over een afname van 50 naar 20 procent van de sterkst verontreinigde bodems. Misschien is dat toch wel een lichtpunt. Ik hoop alleen dat de wetenschappers er misschien in slagen om met andere methodes dan het ruimen straks aan de slag te kunnen gaan.

Bij bodemverontreiniging horen we ook dat het zijn gang laten gaan van de natuur in bepaalde bodems om bepaalde stoffen op termijn weg te werken, ook een oplossing kan zijn. Men moet niet altijd alles afgraven en saneren. Soms kan men bepaalde processen in situ zijn gang laten gaan. Ik hoop dat we ook voor de waterbodems methodes vinden die ons snel resultaat geven en die minder duur zijn.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Ik wil erkennen dat die persistente organische en andere nauwelijks afbreekbare polluenten zowat de grootste uitdaging zijn op het vlak van vervuiling. Dat blijft gemakkelijk honderden jaren aanwezig in onder andere de waterbodems; het accumuleert in allerlei organismen en dieren. Het is een gigantische uitdaging om dat op te ruimen. Minister, dat erken ik, maar ik blijf toch op mijn honger zitten bij die aanpak. Al heel veel jaren is de aanpak: als de verontreiniging heel ernstig is, dan gaan we ruimen, want we moeten iets doen. We stellen vast dat die stoffen daar zitten en we blijven er beter af, want als we eraan komen, gaan we misschien bepaalde processen in gang zetten die we niet willen. Dat is een nogal minimalistische aanpak. Nogmaals, het is een aanpak die al ongeveer twintig jaar bestaat. Minister, dat is niet uw rechtstreekse verantwoordelijkheid, maar ik blijf toch op mijn honger zitten bij die aanpak.

We moeten naar een ander systeem gaan bij de aanpak van die verontreiniging. We weten dat die stoffen overal aanwezig zijn. In de ene rivier zit er misschien wat meer pcb’s, in de andere wat meer vlamvertragers, maar het is overal vervuild. Het niveau van verontreiniging kan misschien wel eens veranderen, die stoffen zitten overal. Ik hoop dan ook dat we aandachtig zijn voor de nieuwe technieken om die verontreiniging echt volledig weg te werken.

Minister, ik heb aandachtig naar uw antwoord geluisterd. Begrijp ik het goed dat u zegt: het enige afwegingskader inzake sanering van die bodems wordt louter een bepaalde mate van vervuilingsgraad? Of zijn er andere elementen die een rol spelen zoals kostprijs of moeilijkheid van het saneren?

U zegt dat er niet echt andere methodes zijn om de sanering van de bodems aan te pakken. Is er onderzoek naar gebeurd dat veelbelovend lijkt, of staat het nog helemaal in de kinderschoenen? Inzake het saneren van bodems met bepaalde polluenten, zijn er wel veelbelovende alternatieve toepassingen met bacteriën enzovoort. Ik ben op dat vlak geen specialist, maar ik wil horen of er op het vlak van de sanering van bodems toekomstmuziek zit in het verdere onderzoek en of er veelbelovende resultaten op stapel staan.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega's, het feit dat we stap voor stap werken, heeft een aantal oorzaken. Een daarvan is dat je financieel de zaak moet kunnen aanpakken. Als we vandaag zouden beslissen dat we binnen dit en twee jaar alle verontreinigingen in die waterbodems weghalen, dan zouden we dat kunnen, stel dat er genoeg aannemers en aanbestedingen zijn die dat kunnen doen. Dat is al de eerste randvoorwaarde. De tweede is dat we miljoenen euro’s nodig hebben. Waar gaan we die halen? We moeten een prioriteit instellen en stap voor stap te werk gaan. Het is een combinatie waarbinnen die prioriteit gebeurt. De VMM gaat er natuurlijk van uit dat ze eerst te werk gaan waar het niet veilig is en er het meeste risico is voor mens en natuur. Dat is logisch. Op basis daarvan wordt een prioriteit opgemaakt en wordt daar werk van gemaakt.

Ik heb nu niet direct de informatie bij me welk verder onderzoek er gebeurt en wat daar de laatste stand van zaken is. Ik zal het opvragen bij onze diensten. Onze diensten maar ook heel wat onderzoeksinstellingen kennende, zal daar zeker verder werk van worden gemaakt en zullen er misschien ook wel al resultaten zijn, maar ik heb die niet bij mij. Ik zal ze opvragen en aan u allen bezorgen als we daar de antwoorden op hebben.

De voorzitter

Er is dus het voorstel van de minister om aan de commissie de gegevens te bezorgen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.