U bent hier

Zaterdag 16 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op zaterdag 16 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit op een zaterdag ingepland.
Onze excuses.

Commissievergadering

dinsdag 19 september 2017, 10.15u

Voorzitter
van Sabine Vermeulen aan minister Joke Schauvliege
2889 (2016-2017)

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, de laatste maanden ontvingen we enkele hoeraberichten over de visbestanden in de Noordzee. Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) was blij: "Nog niet zo lang geleden werd gezegd dat er te veel gevist werd in de Noordzee en er daarom te weinig vis was. Die tijd lijkt intussen helemaal voorbij. In onze wateren zie je dat aan de tong, de pladijs, de tarbot en de griet. Het ziet ernaar uit dat Europa z'n doelstellingen haalt:  tegen 2020 moeten de visbestanden groot genoeg zijn. Over heel Europa zijn er vloten afgebouwd, en dat heeft geleid tot veel betere visbestanden",  klonk er vol overtuiging.

Dat deed bij veel vissers de wenkbrauwen fronsen, want volgens hun ervaringen gaat het niet goed met de zuidelijke Noordzee.

– Jos De Meyer treedt als voorzitter op.

Al deze goednieuwsberichten behandelen de Noordzee als één grote plas en gaan niet in op delen van die plas. Volgens betrokkenen is de zuidelijke Noordzee niks minder dan een catastrofe geworden zonder kabeljauw, zonder zeebaars en andere vissen.

Een rapport van Low Impact Fishery Southern North Sea, een organisatie die de visvangst bij ons in de gaten houdt, zegt dat er toch niet genoeg vis in onze Noordzee zit, toch niet in het deel waar wij vissen. De organisatie trekt samen met vissers uit België, Nederland en het Verenigd Koninkrijk aan de alarmbel.

Minister, hoe staan u en het ILVO tegenover de beweringen van de vissers, die stellen dat er in het zuidelijke deel van de Noordzee wel een probleem met het visbestand is? Klopt het dat het ILVO binnen het wetenschappelijk onderzoek de Noordzee beschouwt als één geheel? Werden er op basis van deze benadering foutieve hoeraberichten de wereld ingestuurd? Is het ILVO geïnteresseerd in het verhaal en de vaststellingen van de vissers? Is het ILVO van plan om het wetenschappelijk onderzoek in te zetten voor vaststellingen in de zuidelijke Noordzee? Is het de bedoeling dat het wetenschappelijk onderzoek nu specifieker zal worden ingezet? Zal hiervoor de medewerking van de vissers gevraagd worden?

Het is opmerkelijk dat net in het gebied waar pulskorvisserij is toegelaten, de vissers er een ineenstorting vaststellen van bepaalde visbestanden. Volgens hen worden ook meer dode en kleinere vissen gevangen. Hoe ver staat het met het onderzoek naar de schadelijkheid of het niet schadelijk zijn van het gebruik van de pulskor? Stellen de beweringen van de vissers de pulskorvisserij opnieuw in vraag?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Vermeulen, wij nemen de signalen die wij krijgen van de vissers zelf, bijzonder ernstig. Ook heeft het ILVO vaak overleg met de vissers en de sector om die zaken te bespreken.

De analyse van onze visbestanden gebeurt op Europees niveau. Daarvoor is er een overeenkomst met de International Council for the Exploration of the Sea (ICES). Voor België is het ILVO verantwoordelijk gesteld voor het verzamelen en overmaken van gegevens. In deze samenwerking worden adviezen opgemaakt voor grote visgebieden zoals de Noordzee. Het wetenschappelijk advies voor de meeste commerciële vissoorten geldt dus voor een groot gebied. Voor bijvoorbeeld tong geldt het advies voor de Noordzee in het geheel.

De zogenaamde hoeraberichten blijven tot nader order correct, want in onze cijfers zien we voorlopig nog geen verandering. De visbestanden doen het in het algemeen vrij goed en steeds beter. Dit is een logisch gevolg van een aantal beleidsmaatregelen van de laatste 25 jaar. De toestand geldt voor de hele Noordzee. De dichtheden kunnen uiteraard wel verschillen in bepaalde gebieden.

De ondervindingen van de vissers hebben betrekking op een deelgebied van de Noordzee, namelijk de zuidelijke Noordzee, en meer bepaald onze kust. Het spreekt voor zich dat wanneer een visbestand dat het goed doet over een groot gebied ineens lokaal zeer intensief bevist wordt, de dichtheden laag zullen zijn. Dit betekent niet dat het bestand het slecht doet.

Zoals ik al zei, volgen wij de vaststellingen goed op, vooral het ILVO dan. Om een inschatting te kunnen maken van de visbestanden op onze kust, moeten de cijfers opnieuw en op een aangepaste manier geanalyseerd worden. Dat zal gebeuren op basis van de signalen die zij hebben gekregen.

Daarnaast zal via de werkgroep Kust van het convenant voor duurzame visserij de medewerking van de vissers worden gevraagd om gericht onderzoek te verrichten omtrent de geschetste problematiek. De hobbyvissers wijzen inderdaad naar de pulsvisserij als grote schuldige. Dit kan indirect wel correct zijn, want de toegenomen bevissing op onze kust is louter toe te schrijven aan pulskotters. De puls zorgt er enerzijds voor dat er meer tong gevangen wordt met eenzelfde visserij-inspanning en anderzijds laat het ook toe dat bepaalde visgronden nu wel kunnen worden bevist, terwijl dat vroeger niet kon. Wij vermoeden dus dat het vooral de toename van deze activiteit is die de mogelijke oorzaak is en niet zozeer de techniek op zich. De studies rond effecten van de pulsvisserij zijn vrij uitgebreid en wijzen niet echt op een probleem. We weten dat de vangsten van pulskotters erg levendig zijn, meer dan deze van de traditionele boomkor. Dat de pulskor massaal dieren doodt, is zeer onwaarschijnlijk volgens het ILVO. Hoe dan ook is de conclusie dat er nog verder onderzoek nodig is om dit zeker te weten en goed in kaart te brengen.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Minister, voor mij was het wel een verrassing dat de wetenschap niet op de hoogte was van de ineenstorting van bepaalde soorten in de zuidelijke Noordzee. Ik heb deze zomer meermaals op zee vertoefd om duikers te gaan dumpen op wrakken. Wrakken waren vroeger prachtige oases waar grote vissen zaten en dergelijke meer. De duikers waren zeer enthousiast als ze boven kwamen omdat ze veel vis hadden gezien. Nu zit daar enkel nog eens een zeester, een krabbetje, een kreeft en soms eens een steenbolk. Blijkbaar amuseert die zich hier nog wel. De duikers komen boven en zeggen dat er geen vis meer te zien is. Ik kan echt wel beamen dat hobbyvissers en andere vissers zeggen dat er zich echt wel een probleem stelt in de zuidelijke Noordzee.

Ik ben wel tevreden dat u zegt dat de techniek van de pulskorvisserij op punt staat en dat het indirect wel correct zou kunnen zijn dat daar een probleem is, maar dat dat niet aan de techniek ligt. Ik stel me nog altijd verdere vragen. Hoe meer ik naar antwoorden zoek, hoe meer vragen ik vind. Reden te meer om voorzichtig te zijn met technieken waarvan nog niet bewezen is dat ze volledig onschadelijk zijn, ook niet op lange termijn. Maar als u zegt dat het niet bewezen is dat de pulskor schadelijk zou zijn en dat er verder onderzoek nodig is, dan stel ik voor dat we dat blijven doen, zeker wat betreft de teruggooi die moet kunnen worden aangewezen.

Maar wat de Nederlanders hier doen voor onze zuidelijke Noordzee, is misschien toch niet aan te moedigen. Zij hebben echt wel de pulskor gebruikt in de tijd dat er nog helemaal geen onderzoek was. Ik blijf het nog enigszins in vraag stellen, maar mijns inziens is nog niet het bewijs geleverd dat alles in orde is met die pulskor. Er is dus inderdaad nog wel wat werk aan.

De heer Verstreken heeft het woord.

We hebben het rapport van de Low Impact Fishery Southern Northsea gekregen, met de getuigenissen van vissers, waar de collega ook naar verwees. De vissers wijzen inderdaad de pulskor als schuldige aan, hoewel de zandwinning en de windmolenparken de visserijbestanden misschien ook geen deugd hebben gedaan. Volgens de vissers is het effect van de pulskor op open zee nog niet genoeg onderzocht. Dat werd aangekaart bij het ILVO. Ik hoor uit de getuigenissen van vissers dat de mensen van het ILVO daar ook aanwezig waren. Welke gevolgen worden er aan die getuigenissen gegeven?

Minister, collega’s hebben die getuigenissen ook meegenomen naar het Europees Parlement, waar uiteindelijk ook wordt beslist over de quota. Vorige donderdag werd gestemd over de meerjarige visserijquota van de Noordzee, die de overbevissing moeten tegengaan. Naar verluidt was dat plan niet aangepast aan het specifieke karakter van het Vlaamse deel van de Noordzee. Het meerjarenplan is nog niet definitief. Op dit moment vinden de onderhandelingen plaats. In welke mate ziet u als minister nog mogelijkheden om het plan af te stemmen op de noden van de Vlaamse vissers?

En hebt u er enig zicht op wanneer het proefproject van ILVO afloopt en wanneer de resultaten daarvan bekend zullen zijn?

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Het is goed dat we de vinger aan de pols houden. De vragen van collega Vermeulen zijn zeer pertinent. Ze mogen bij wijze van spreken als een SOS gezien worden, dat we die visbestanden goed moeten opvolgen.

Mijn vraag, minister, gaat over het gegeven dat collega Verstreken ook aanhaalde, namelijk de berichtgeving over de Europese parlementsleden van CD&V en N-VA. Aangezien de quota voor de Noordzee nog niet definitief zijn en u dus ook nog wat ruimte hebt op Europees niveau, hoe evalueert u die stemming in het Europees Parlement met betrekking tot de voorziene quota in de Noordzee? Volgt u de stellingen van de Europarlementsleden daarin?

De heer Caron heeft het woord.

Het is de eerste keer dat zo duidelijk blijkt dat de hoeraberichten over de visbestanden die zich herstellen en de relatie tot de visquota, doorkruist worden door andere berichten die, toch voor bepaalde zones in de Noordzee, andere informatie meegeven dan het schijnbaar is. Het vergt absoluut nader onderzoek. U zegt het ook zelf, minister. Want hier speelt natuurlijk niet alleen een economisch motief – dat door de pulskorvisserij de bestanden daar dalen – maar je hebt natuurlijk ook meteen een aanslag op de biodiversiteit van de Noordzee en op evenwichten tussen vissoorten, planten enzovoort die daar voorkomen. Het is absoluut noodzakelijk om dat te onderzoeken. De voorbije weken is er bijvoorbeeld ook weer vrij veel discussie geweest over de aanlandingsplicht van de Belgische visserij. Ik zou de discussie over de aanlanding niet graag besmet zien worden door de vaststelling dat in die zuidelijke Noordzee, vooral door buitenlandse schepen, een belangrijke mate van leegvissen voorkomt. Een verfijning van de visbestanden en de quota dringt zich op.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, zoals ik daarnet al zei, nemen wij die signalen ernstig. Maar ik denk dat we op de korte termijn dat nu vooral moeten objectiveren, en verder onderzoek en studie doen naar wat de oorzaken zijn en of de signalen kloppen.

Het proefproject Pulsvisserij loopt nog een tijdje, collega Verstreken. We hebben daar dus nog niet echt resultaten van. Ik weet ook niet wat de exacte timing is. Ik zal dat opvragen.

De quota en dergelijke, dat wordt altijd in de Visserijraad van december beslist. Daar gaat ook heel veel onderzoek aan vooraf, waarin ook deelgebieden bekeken worden. Wij doen daar ook altijd onze inbreng vanuit onze Vlaamse visserij, waar wij ook altijd het evenwicht zoeken tussen aan de ene kant duurzaamheid en ervoor zorgen dat het visbestand op peil blijft, en aan de andere kant ook duurzaamheid voor onze vissers, zodat zij hun economische activiteit verder kunnen uitoefenen.

Hetzelfde geldt voor de aanlandingsplicht. Dat is ook de stelling die wij aannemen, collega’s. Het klopt dat er recent een aantal vragen waren en bijkomende acties ondernomen zijn door het parlement. Dat zal ook verder worden besproken in de Raad. Als lidstaat België hebben wij ook altijd het standpunt ingenomen dat daar een goed evenwicht moet worden gevonden. Enerzijds zijn er de duurzame visbestanden. Dat is ook economisch belangrijk voor onze sector, dat de visbestanden op punt blijven. Maar anderzijds moet het ook haalbaar en werkbaar zijn voor onze vissers. Dat zal ook de verdere houding en stelling zijn die wij zullen aannemen.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Ik vind het een beetje jammer dat het meerjarenplan voor de Noordzee van Europa bij deze vraag behandeld wordt. Ik zou dat liever apart gezien hebben, omdat dat een veel bredere discussie kan opleveren. Hier gaat het echt over de problematiek van de visbestanden in de zuidelijke Noordzee, die dan eventueel gerelateerd wordt aan de pulskor.

Een punt dat nog niet behandeld is, is de vraag of het klimaat hier voor iets tussen zit. Dat moet misschien ook nog verder onderzocht worden. De temperatuur van de zuidelijke Noordzee bedraagt ongeveer 18 graden, ter hoogte van Noorwegen is dat ongeveer 14 graden. Kabeljauw gedijt beter in kouder water, dus die trekt misschien naar daar. Misschien heeft de klimaatopwarming daarmee te maken. Zijn voedsel gedijt daar ook beter. De steenbolk voelt zich dan weer beter in water van 18 graden. Misschien is dat ook iets om mee te nemen in het onderzoek, of de klimaatopwarming hier ook voor iets tussen zit.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.