U bent hier

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Voorzitter, collega’s, het is voor mij een eer en genoegen om het werkjaar regulier te mogen starten. Voor zij die verwonderd zijn mij hier te zien, wil ik toch een verklaring geven waarom ik hier ben en waarom ik over dit onderwerp een vraag stel. Er zouden twee verklaringen kunnen zijn. Enerzijds is er het feit dat de bezorgdheid rond gezondheid stijgt met de leeftijd. Als ik zie dat ik samen met collega’s Jos De Meyer en Herman De Croo de vragen stel, dan weet ik dat ik in een goed ervaren gezelschap zit van mensen die ik al jarenlang ken en wier gezondheid er altijd maar op vooruitgaat. Dit zou een verklaring kunnen zijn, maar er is ook nog een andere verklaring, namelijk dat varkens en mijn afkomst voor een deel ook een verklaring zijn, in die zin dat ik letterlijk uit de sector kom en dat mijn vader trots zou zijn mocht ik voortdurend interesse tonen voor die varkens. Intussen ben ik uiteraard van beroep veranderd, maar ik wil u toch bevestigen dat mijn advocatenkantoor in Brugge in de Zwijnstraat ligt. Het blijft me dus voortdurend achtervolgen. Tot zover de verantwoording waarom ik mij hier even durf te tonen.

Wat we hier behandelen, is van een niet te onderschatten belang omdat onze gezondheid toch wordt beïnvloed door wat we eten en eigenlijk ook door wat in de varkenssector gebeurt. Vlaanderen is niet volledig bevoegd. Op federaal niveau is onlangs nog het koninklijk besluit van 31 januari 2017 goedgekeurd dat regelt dat iedere kweker zijn antibiotica moet aangeven. Alle reglementeringen rond het gebruik zijn federale bevoegdheid. Wat voor ons belangrijk is, is de voorlichting en sensibilisering maar ook het begeleiden – en dat is het punt hier – van hoe men de productie en de kweek van varkens, en dus ook van ons voedsel, aanpakt.

In dit licht is er deze zomer bijna ongemerkt een belangrijk Europees onderzoeksproject geweest waaraan de Universiteit Gent en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) meewerkten. Het wees uit dat de productiviteit van varkensboeren toenam door het afbouwen van het antibioticagebruik. Dit is een heel belangrijke berichtgeving: gezonder kweken kan dus ook productiever kweken zijn. Per zeug werd binnen dit project 4,46 euro meerwaarde gerealiseerd. Als men de prijsevolutie kent, is dat een bedrag dat niet te onderschatten is. Bovendien was ook de mortaliteit gedaald.

Om dit bij alle varkensbedrijven te doen slagen, is coaching nodig. Ooit hebben ze geleerd dat antibiotica gebruiken productiever en gezonder was. Jaren later weten we welke de gevaren hieraan zijn. Wil men de varkensbedrijven op een productieve manier in de juiste richting helpen, dan is coachen een belangrijk element. Als we dit model willen veralgemenen, zegt de studie, dan moeten de overheid en/of landbouworganisaties investeren in persoonlijke begeleiding. Het gaat hier om een verandering in management en in gewoonten. Een dierenarts kan wel helpen, maar onze ervaring is dat je toch een onafhankelijk persoon nodig hebt om te coachen, zegt de professor.

Minister, zult u gebruikmaken van deze studie om de crisis in de varkenssector te verhelpen, wetende dat wat goed is voor onze gezondheid blijkbaar ook goed is voor de productiviteit? Zult u overleg plegen met de landbouworganisaties om een dergelijk systeem met coaches en verminderd antibioticagebruik op poten te zetten?

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, door de uitgebreide inleiding van onze collega kan ik mij beperken tot de essentie.

Op 14 januari 2016 keurde het Vlaams Parlement unaniem een resolutie goed die pleitte voor reductie van antibioticagebruik bij nutsdieren. De Vlaamse veehouders hebben reeds ernstige inspanningen gedaan om ook effectief het gebruik van antibiotica te beperken, maar de afname gaat minder snel dan bijvoorbeeld in Nederland. Toch blijkt uit een Europese studie bij Franse, Duitse, Zweedse en Belgische gesloten varkensbedrijven dat het antibioticagebruik zou kunnen halveren zonder negatieve economische gevolgen. De studie, waaraan ook ILVO en de Universiteit Gent meewerkten, wees op de realisatie van een meerwaarde van 4,46 euro per zeug op de bedrijven waar werd ingezet op een gerichte vaccinatie en een betere bioveiligheid.

Professor Jeroen Dewulf van de Universiteit Gent benadrukt samen met de onderzoekers het grote belang van coaching in de uitgeteste aanpak. De onderzoekers hadden eerder een ondersteunende dan een controlerende taak, en men werkte met bedrijfsspecifieke interventiepakketten.

Hoewel het regelen van antibioticagebruik bij nutsdieren valt onder de federale materie, is in het algemeen voorlichting, vorming, onderwijs en bij uitbreiding ook sensibilisering Vlaamse materie. Vandaar mijn vraag aan de minister.

Minister, hoe kunnen de al bestaande inspanningen naar antibioticareductie bij de Vlaamse veehouders – dat mag toch ook eens onderstreept worden – verder positief gestimuleerd worden? Hoe ziet u de rol van de landbouwvoorlichting in een verdere reductie van antibioticagebruik bij nutsdieren? Hoe kan de voorlichting meer inzetten op de nodige bedrijfsspecifieke aanpak en coaching? Welke middelen worden nu gebruikt in de campagne naar reductie van antibioticagebruik bij nutsdieren? Kunnen de middelen daartoe nog worden verhoogd?

Uit de analyse van de onderzoekers blijkt dat zelfs bij schommelende prijzen voor voer, biggen en varkens hoe dan ook een grotere economische return per zeug overblijft als preventief antibioticagebruik wordt teruggedrongen. Is het belangrijk om, naast de gezondheidsvoordelen door het vermijden van resistentie, ook de economische voordelen van antibioticareductie te belichten in de coaching?

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, ik ben de derde en de laatste in de reeks. Er zijn interessante dingen gezegd, minister. Ik zal misschien in mijn repliek wat dingen toevoegen. Omdat men in Vlaanderen nogal veel Latijn spreekt: ‘in cauda venenum’.

Wij hebben allemaal dezelfde documentatie, de thesis van mevrouw Postma van mei 2016 aan de Gentse universiteit. Het is een studie uitgevoerd op 227 varkensbedrijven in België, Duitsland, Frankrijk en Zweden. Wij bleken bij de hoge antibioticaverbruikers te horen in die sector. Maar de inspanningen leveren resultaten af. Onze algemene resolutie ter zake was pertinent volgens mij.

Ik zal niet herhalen wat wij op 13 januari 2016 in de resolutie hebben goedgekeurd wat betreft onze eigen bevoegdheid, voorzitter, naast de activiteit van AMCRA, die heel belangrijk is en waar de coaching bijzonder positief bleek te zijn, zoals de collega's al aanhaalden.

Minister, welke maatregelen werden tot nu toe genomen in uitvoering van onze resolutie die eenparig werd goedgekeurd op 13 januari 2016, zoals de voorzitter daarnet zegde? In welke mate is het bedrijfsadviessysteem KRATOS daarbij betrokken, bijzonder wat betreft de antibioticavermindering bij de nutsdieren? Hoeveel dierenhouders deden al een beroep op KRATOS in dat antibioticabeleid? Welke inspanningen heeft het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) gedaan? Een van de punten uit de resolutie was dat wij onze verkoop in het buitenland van varkensvlees en andere waren zouden promoten en kaderen in een verminderd maar ook gecontroleerd antibioticagebruik. VLAM had daar een taak voor. Welke zijn de aandachtspunten van uw jaarprogramma van 2018, waarin onder impuls van deze maatregelen en ook naar aanleiding van de fipronilcrisis, voedselkwaliteit wordt uitvergroot en aan belang wint?

Minister, bent u van oordeel dat er nog meer werk kan en moet worden gemaakt van de coaching van nutsdierenhouders in verband met verminderend maar ook verantwoord antibioticagebruik? Op welke manier ziet u dat?

Aangezien Nederland hier voor één keer een gidsland blijkt te zijn met een strenger antibioticabeleid: kunnen wij aan praktijkuitwisseling doen, nu de verstandhouding tussen beide landen uitstekend is?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, collega's, bedankt voor de vraagstelling. Het is niet de eerste keer dat we hier ingaan op antibioticagebruik. Er zijn heel nuttige hoorzittingen geweest. Er is ook de resolutie die is aangenomen.

Er is inderdaad een onderzoeksproject, waarnaar wordt verwezen. Uiteraard levert dat heel interessante inzichten op. Het is heel belangrijk dat we de boodschap moeten blijven formuleren dat antibioticagebruik voor de varkenshouderij absoluut kan worden gereduceerd en dat er niet moet worden ingeboet op productiviteit. Want dat is wat je vaak hoort: ‘We hebben die productiviteit nodig.’ Dit onderzoeksproject bevestigt nog eens duidelijk dat dat niet het geval is.

Welke concrete stappen moeten nu worden gezet? Ik wil herhalen wat ik al heel vaak heb gezegd. Het beleid zit bij de federale ministers De Block en Ducarme. Zij moeten aan de slag gaan op basis van deze onderzoeksresultaten. Ik ga ervan uit dat dit ook zal worden besproken op AMCRA, het kenniscentrum waarin de federale overheid maar ook de landbouworganisaties zitten, om verdere acties te bekijken en te bespreken. AMCRA was hier trouwens ook te gast bij de hoorzitting. Het doet bijzonder nuttig werk.

Hoe zit het met de andere lidstaten? Ook daar gebeurt het overleg met de federale overheid. Het is zelfs zo dat binnen Europa bijvoorbeeld dit valt onder volksgezondheid en voedselveiligheid. Het wordt dus in die raad besproken. Collega Ducarme vertegenwoordigt daar ons land.

Wat doen wij op Vlaams niveau? Ik heb al een paar keer aangegeven naar aanleiding van verschillende vragen die zijn gesteld, dat wij vooral inzetten op sensibilisering, preventie en verder onderzoek en op het begeleiden van de landbouwers. Er worden heel wat studiedagen georganiseerd – in 2018 komen daar een heel pak bij – om aan voorlichting, preventie en sensibilisering te doen. Er is een specifiek programma op PlattelandsTv.

In het kader van de tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid financieren wij sinds 1 september een operationele groep die de koppeling maakt tussen antibioticareductie en kostprijsmanagement. Dit kadert binnen de Europese innovatiepartnerschappen.

U ziet dat wij op het terrein effectief investeren in die kennis en die sensibilisering. Het algemene beleid is federaal, en wij doen vanuit het landbouwbeleid vooral sensibilisering en voorlichting.

U vroeg hoe het zit met KRATOS, mijnheer De Croo. Er is geen aparte module voor het dierengezondheidsbeleid, omdat die expertise niet bij de gewesten zit, maar bij de federale agentschappen voor geneesmiddelen en voedselveiligheid, en ook bij de dienst Volksgezondheid – dieren- en plantengezondheid, zoals dat heet. De federale overheid heeft een aantal van die taken gedelegeerd naar de vzw Dierengezondheidszorg Vlaanderen, afgekort DGZV. Dat is een organisatie die onder andere programma’s uitvoert ter bestrijding van dierenziekten.

Uiteraard is er ook de sectorwerkgroep binnen VLAM. Op dit moment wordt het jaarprogramma uitgewerkt voor 2018. Het is ons dus nog niet bekend welk onderdeel het verantwoorde antibioticagebruik daarin zal innemen. Men is daar dus zeker mee bezig, maar het zijn uiteraard de partners zelf die daar rond de tafel zitten om daar verder op in te zetten.

Vanuit onze bevoegdheid, collega’s, nemen wij de problematiek dus uitermate ernstig. Wij doen, binnen de bevoegdheden die we hebben, alles om dat zo veel als mogelijk te reduceren.

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Minister, ik dank u voor de resumé. Ik ben direct mee met wat er allemaal gebeurt qua beleid, maar ik had mijn vraag eigenlijk gesteld naar aanleiding van een specifieke conclusie in een specifieke studie, waarin wordt uitgewezen dat je het sensibiliseren in dit geval kunt herleiden tot een systeem van coaching, dat ertoe leidt dat de productie stijgt bij de varkenskwekers. Die is zelfs bestand tegen prijsevoluties, want die 4,5 is eigenlijk 1,5, als je alles neutraliseert door de prijsevolutie. Die studie geeft eigenlijk een heel concreet voorstel om én gezondheid én productie van de sector te verhogen. Bent u bereid om dat systeem, samen met de landbouworganisaties, effectief op te stellen? Daar heb ik geen antwoord op gehoord.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Het hangt er natuurlijk van af met welk oor je naar het antwoord van de minister luistert. Ik heb begrepen dat er reeds heel veel inspanningen gebeuren en dat die op het vlak van sensibilisering – en daar hoort ook coaching bij – zullen worden voortgezet. Maar het is juist dat professor Dewulf en de onderzoekers het belang van die coaching heel sterk benadrukken. Het is fundamenteel dat de federale overheid, Vlaanderen, AMCRA – en die mogen hier wel eens vermeld worden voor het bijzonder nuttige en waardevolle werk dat ze doen –, onderzoeksinstellingen, landbouworganisaties en de veehouders zelf verder werken aan het terugdringen van het antibioticagebruik in de veehouderij.

Ik heb er in mijn inleiding al op gewezen: er zijn reeds inspanningen gebeurd, maar het is evident dat die in de toekomst moeten worden voortgezet. Die studie kan daarbij ongetwijfeld een stimulans zijn.

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, ik beken dat ik een beetje misbruik ga maken van de bevoegdheid van dit parlement, maar een van de redenen waarom ik deze vraag destijds gesteld heb, en nu opnieuw stel, is de volgende. Sedert jaren zit ik de Koninklijke Stichting Prinses Lilian voor Cardiologie voor. Die stichting heeft belangrijke ‘visiting professors’, die de toer van onze universiteiten doen. Wij krijgen de top van de wereld hier. In april jongstleden hadden we professor Daniel Kahne van Harvard te gast, die aan onze universiteiten een onheilspellende reeks berichten gaf. Hij is de wereldspecialist in de resistentie van antibiotica. Die man, die waarschijnlijk een toekomstige Nobelprijswinnaar is, zei dat wij ons zouden moeten voorbereiden op iets zoals de zwarte pest in de jaren 1300. Hij voorspelde 200 miljoen doden in het Westen bij het wegblijven van iets dat de resistentie van antibiotica kan bevechten. Dat is een heel verontrustende boodschap, wetenschappelijk uitgedragen in Leuven, Gent, Brussel en andere. Hij zei ook een beetje cynisch: “If you are really ill, don’t go to a hospital.” Als je echt ziek bent, ga dan niet naar een ziekenhuis.

Als we dan vroegen waarom er geen nieuwe antibiotica komen tegen die resistentie die zich ontwikkelt, dan zei hij heel koel en cynisch dat de grote bedrijven dat niet meer doen. Nieuwe medicatie kost 3, 4, 5 miljard euro of nog meer om te worden gedefinieerd en uitgevonden. Zij doen het niet meer, omdat men niet weet hoe lang de resistentie tegen antibiotica kan oplopen, van een dag tot enkele maanden of een jaar. En gezien het gebruik van antibiotica in een aantal bronnen die ook de mensen bereiken, wou ik dit vandaag onderstrepen. Het is geen goed nieuws. Ik ben bijzonder verontrust. Die lezing die in april jongstleden onze diverse universiteiten aandeed, is regelrecht schrikaanjagend.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Minister, deze keer heb ik me ingehouden om een vraag om uitleg te stellen. Tijdens de plenaire vergadering van 21 juni laatstleden maakte u de opmerking dat ik u maar vragen bleef stellen over antibioticagebruik terwijl dat in feite niet echt uw bevoegdheid is. Ik heb mezelf dus ingehouden, maar ik ben heel erg blij dat andere leden dat wel hebben gedaan. Er komt zelfs een nieuwe bezoeker in deze commissie om een vraag te stellen. Ik blijf het belang onderstrepen van de strijd die we moeten voeren tegen antibioticaresistentie. U had me tijdens die plenaire vergadering ook gezegd dat het een kost is voor de boeren om antibiotica te gebruiken, en dat klopt ook. Ze dienen niet voor niets antibiotica toe aan een dier. Wat mij betreft, blijft antibiotica echter nog veel te goedkoop. Dat is inderdaad een federale bevoegdheid. We zullen dat hier niet oplossen.

Mijnheer Landuyt, u zegt dat u geen antwoord hebt gekregen op uw vraag. Ik wil verwijzen naar mijn vraag om uitleg die ik heb gesteld – een van mijn vele – van woensdag 15 juni 2016. Dat ging ook over het feit dat er meer winst kan worden gemaakt per afgeleverd vleesvarken wanneer antibiotica worden vervangen door bioveiligheidsmaatregelen en gerichte vaccinaties. De minister heeft toen geantwoord dat er winst kan worden geboekt door de veehouder en de dierenarts te begeleiden en hun vertrouwen te geven om het onnodige deel van het antibioticagebruik achterwege te laten. Dat onnodige deel vertegenwoordigt helaas nog altijd een te groot deel van het totale antibioticagebruik.

Vandaag las ik – hoera, hoera – in VILT dat er een nieuw initiatief is gelanceerd door onder andere een onderzoeksinstelling met als naam EU-JAMRAI. Het uitgangspunt daarbij is de ‘One Health’-aanpak waarbij preventie en controle van antibioticaresistentie bij mens, dier en milieu centraal staan. Daarbij moeten bestaande initiatieven versterkt worden door samenwerking te stimuleren. Ik heb ook al eens een oproep gedaan om de mosterd af en toe te halen in Nederland. U hebt daar ook tijdens die plenaire vergadering op geantwoord.

Ik blijf tevreden dat andere leden deze vragen stellen. Dit getuigt ervan dat we ongerust blijven en dat deze problematiek ons zeer na aan het hart ligt. Er moet dringend iets aan gedaan worden. Ook het nieuwe initiatief dat door de Europese instellingen wordt genomen, bewijst dat er blijvend aan moet worden gewerkt, ook vanuit het landbouwbeleid en vanuit Vlaanderen. Ik bedank nog eens de leden om deze vragen te stellen.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Het is opmerkelijk om vast te stellen hoe men met betrekking tot het dossier van het antibioticagebruik weigert om een bevoegdheid te erkennen terwijl men dat wel doet voor bepaalde zaken met betrekking tot volksgezondheid en waarbij dan boos naar de federale overheid wordt gewezen. We moeten op dat vlak ook een beetje consequent zijn.

Ik zeg dat de bevoegdheid met betrekking tot volksgezondheid en voedselveiligheid op het federale niveau zit, maar dat neemt niet weg dat we deze problematiek ernstig nemen. Ik heb dat ook al heel vaak aangetoond. We voeren studies uit, we doen aan voorlichting. Onze onderzoeksinstellingen zetten daar volop op in. Dat toont aan dat we op dat vlak onze verantwoordelijkheid nemen. We kunnen niet vanuit onze bevoegdheid individueel sturen. Wij doen aan groepsvoorlichting. We zorgen ervoor dat men goed is geïnformeerd.

Tijdens de plenaire vergadering heb ik aangegeven dat ik het een goede suggestie vond van mevrouw Vermeulen om na te gaan wat we samen met de dierenartsen kunnen doen. Dat project wordt momenteel uitgerold. We zijn gestart met na te gaan hoe we dit concreet kunnen aanpakken. Ik vond het een zeer waardevolle suggestie om na te gaan of we met hen een alliantie kunnen aangaan om meer en betere resultaten te boeken.

We nemen dit probleem zeker ernstig. De signalen die de heer De Croo hier heeft vertolkt, kennen we uiteraard. Dat zorgt ervoor dat we ervoor gaan vanuit onze bevoegdheid. We blijven dit verder opvolgen. Uiteraard voeren we de Vlaamse resolutie met alle ernst binnen onze mogelijkheden uit.

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Ik blijf hier bijleren. Er is het feit dat bijna honderd jaar parlementaire ervaring van de drie vraagstellers mevrouw Vermeulen wil versterken in haar bezorgdheid over antibiotica in de varkenssector en dus uiteindelijk ook in ons lichaam. Ik begrijp dan ook niet dat als u zo’n wetenschappelijk onderbouwde suggestie krijgt om een initiatief te nemen, u zich verbergt achter het feit dat individuele begeleiding geen Vlaamse bevoegdheid is. Ik heb op beide niveaus gewerkt. U kunt toch niet anders dan proactief uw bevoegdheid uitoefenen. Hier krijgt u de mogelijkheid om wat bedoeld wordt met sensibilisering en met begeleiding concreet uit te werken. Dit gebeurt evengoed in het werkgelegenheidsbeleid. Zet organisaties samen die concrete acties uitrollen waarvan ze per percentage, bijna per euro, het rendement kunnen meten. Zorg ervoor dat wij de kweker begeleiden, individueel maar vanuit een collectieve afspraak, om even gezonde varkens te kweken zonder de zware middelen te moeten gebruiken die op termijn zo schadelijk zijn voor onze gezondheid. U krijgt op een blaadje een methode van aanpak die concreter is – met alle respect – dan alle studies en resoluties. Professoren stellen een heel concrete maatregel voor op grond van studies en vergelijkingen met het buitenland.

En wij zeggen: ‘We zijn niet bevoegd.’ Ik vind dit zo ontgoochelend. Als we voortdurend zeggen dat anderen het werk moeten doen, kunnen we toch geen beleid voeren?

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Over de doelstellingen zijn we het allemaal eens: het verminderen van het antibioticagebruik in de veehouderij, wetende dat er al inspanningen zijn geleverd maar ook dat die moeten worden voortgezet. Wie welke bevoegdheid heeft, zal voor de consument maar ook voor de landbouwer in kwestie minder belangrijk zijn.

Ik wil nog een tip meegeven. Het is misschien nuttig dat de federaal bevoegde minister en de landbouwministers van de verschillende gewesten zouden samenzitten om de nodige afspraken te maken, om te achterhalen hoe ze efficiënt moeten reageren op deze toch wel bijzonder interessante studie.

Minister, ik ben het ook eens met uw aanvullende antwoord, dat de dierenartsen een bijzonder belangrijke rol spelen, en dat we moeten inzetten op de voortzetting van het gesprek met de dierenartsen hierover.

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

In de vele interviews naar aanleiding van iets waarvoor ik niet verantwoordelijk ben, mijn tachtigste verjaardag, heb ik gezegd dat een aantal bedreigingen op ons afkomen. Daarbij heb ik de resistentie voor antibiotica fors in de verf gezet. Dit kan in onze beschaving en voor onze geneeskunde een drama worden.

Minister, ik geloof in uw goede wil. Maar ik ben ervan overtuigd dat wij over de grenzen tussen de bevoegdheden en de regio’s heen moeten samenwerken met de collega’s die daarmee te maken hebben. We moeten op Europees vlak en misschien zelfs wereldwijd de resistentie tegen antibiotica aanpakken. De G20, de vergadering van de meest krachtdadige of meest krachtdadig geachte leiders en landen van deze wereld, heeft in november 2016 in Hamburg de resistentie tegen antibiotica als een strijdpunt in haar resoluties aangescherpt. Daar werd weinig over gesproken. Als het al op dát niveau wordt behandeld, moeten wij alle hens aan dek roepen om het hier collectief naar best vermogen waar te maken.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.