U bent hier

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, vandaag kunnen privéontwikkelaars al bijdragen in de bouw en renovatie van sociale woningen. Daarvoor bestaan verschillende procedures en contractvormen. Zo zijn er al Design & Build (D&B) en Constructieve Benadering Overheidsopdrachten (CBO), waarbij de private partner telkens instaat voor het ontwerp en de bouw. Bij CBO wordt van de private partner ook verwacht dat hij de grond inbrengt.

Op 30 mei jongstleden ondertekenden de Nederlandse wooncorporatie FidesWonen en aannemer Kroon & De Koning uit Zwijndrecht een Design Build & Maintenance-overeenkomst (DB&M) voor 42 nieuwbouwwoningen. Hierbij staat de ontwikkelaar niet alleen in voor het ontwerp en de bouw, maar ook voor het onderhoud over een langere periode. Moderne woningen hebben immers veel meer technieken, zoals bijvoorbeeld ventilatiesystemen, warmtepomp enzovoort. Hoe duurzamer de ingebouwde technieken zijn, hoe lager de onderhoudskosten. Onderhoud is daarbij heel erg belangrijk. In deze nieuwe contractvorm moet de aannemer er bijgevolg voor zorgen dat zijn onderhoudskosten niet te hoog oplopen. En dat is een goede zaak, ook voor de bewoners die comfortabel kunnen wonen en tegelijk een duidelijk zicht hebben op hun energie- en onderhoudskost. Vandaag is binnen CBO enkel ontwerp en bouw mogelijk, en dan nog alleen maar op zelf ingebrachte gronden.

Minister, overweegt u om de DB&M-piste voor sociale woningbouw te onderzoeken en eventueel mogelijk te maken? Hebt u de voor- en nadelen hiervan reeds onderzocht? Zo ja, wat waren de resultaten hiervan? Zo niet, is het opportuun om alternatieve benaderingen voor bouwopdrachten te onderzoeken? Wilt u dergelijke aangepaste vorm van CBO uitbreiden naar niet-ingebrachte gronden?

Minister Homans heeft het woord.

De privaat-publieke samenwerking (pps) voor het realiseren van sociale woningen werd al gelanceerd in 2001. Van Roey Vastgoed en Fortis realiseerden onder de naam SOWO-Invest acht pilootprojecten in Vlaanderen, namelijk in de steden Aalst, Antwerpen, Gent, Lommel en Izegem. Na evaluatie bleek dit systeem wel ontzettend duur te zijn. Deze pps omvatte naast Design, Build en Maintain ook de component Finance (DBFM).

Het is ook zo dat beheer en onderhoud op dit ogenblik vooral worden georganiseerd door de sociale huisvestingsmaatschappijen zelf voor hun gehele patrimonium. Door de schaalvergroting naar hun volledige patrimonium is dit voordeliger dan de opsplitsing per bouwproject. Dat spreekt voor zich. Ik kan ook aangeven dat de duurzaamheid waar u op doelt, al is verwerkt in de ontwerprichtlijnen en normen van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) waaraan sociale woningen moeten voldoen.

Wil ik dergelijke aangepaste vorm van CBO uitbreiden naar niet-ingebrachte gronden? Hiervoor gebruikt de VMSW al twee procedures, namelijk de zogenaamde grote en de kleine Design & Build. In de kleine Design & Build-procedure selecteert de VMSW per provincie een bouwteam voor een periode van drie jaar. De SHM’s of een andere sociale woonactor kunnen dan met behulp van een raamcontract met dat bouwteam vooraf bepaalde types sociale woningen bouwen op gronden in hun eigendom.

De VMSW heeft de kleine Design & Build-procedure ontwikkeld om op een vlotte manier kleinere gronden in te vullen. Bij de grote Design & Build wordt er voor een bepaalde grond een bouwteam geselecteerd voor het ontwerpen en realiseren van sociale woningbouw.

Het verschil met de kleine D&B is dat ontwikkelaars hier ook verantwoordelijk zijn voor de aanleg van infrastructuur. Het betreft steeds een project en geen raamcontract voor verschillende percelen.

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Bedankt voor uw antwoord, minister. U hebt verwezen naar proefprojecten die al in 2001 zijn opgestart. Belangrijk daarbij is op te merken dat schaalgrootte altijd belangrijk is. Ik denk dat dat ook een bepalende factor is, als je dat onderzoek vandaag opnieuw zou voeren. Een belangrijk onderscheid daarbij, in vergelijking met mijn vraag, is ook dat de component ‘finance’ erbij zat. In 2001 zal dat inderdaad wel gemakkelijker dan vandaag voor een hogere kostprijs kunnen hebben gezorgd.

Het belangrijkste onderscheid is natuurlijk vooral de evolutie tussen 2001 en vandaag wat betreft nieuwe technieken en nieuwe technologieën, waarvan de duurzaamheid ook afhangt van het goede onderhoud. En dat was vooral ook de insteek van mijn vraag: hoe kunnen we ook in de toekomst de onderhoudskosten van die nieuw gebouwde woningen zo goed mogelijk beheersen en zo laag mogelijk houden? Kunnen de inzichten die sinds 2001 zijn verworven, niet op een of andere manier geactualiseerd worden, rekening houdend met in de eerste plaats nieuwe technieken en nieuwe technologieën en met het feit dat we vandaag in een heel andere context zitten dan in 2001 als het gaat over het financieren van investeringen?

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Anseeuw, wat het onderhoud betreft, heb ik aangegeven dat het voor de sociale huisvestingsmaatschappijen beter is om dat zelf te doen, omdat ze dan het gehele patrimonium kunnen doen in plaats van de aparte stukjes.

Ik kan nog iets zeggen over uw provincie, mijnheer Anseeuw. De proefprocedure in West-Vlaanderen loopt begin 2018 af. En het is niet altijd zo, maar de eerlijkheid gebiedt mij om nu wel toe te geven dat het de beste provincie is van de vijf Vlaamse provincies. Momenteel is er al zicht op driehonderd bijkomende sociale woningen die met deze procedure gerealiseerd zijn. In vergelijking met de vier andere Vlaamse provincies is dit echt wel een pluim die de steden en gemeenten in de provincie West-Vlaanderen op hun hoed mogen steken.

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Bedankt voor het goede nieuws uit West-Vlaanderen. Ik hoop toch dat er binnen de VMSW nog eens wordt nagedacht en rekening gehouden met de schaalgrootte. Die schaalgrootte is immers cruciaal. Kan het niet minstens zo interessant zijn om die ‘maintenance’-component mogelijk te maken? Dat hoeft geen verplichting te zijn. Ik denk dat het toch de moeite waard is om dat nog eens te bekijken binnen de VMSW of zo.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.