U bent hier

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, we hebben net de regeling van de werkzaamheden gehad. Voor mij is het niet belangrijk wie eerst of lang spreekt, maar het moet vooral de bedoeling zijn om de minister zo veel mogelijk aan het woord te laten om te vernemen wat er zal worden gedaan en wat er reeds is gedaan om deze crisis te doorworstelen en om een toekomst te bieden aan een sector die de afgelopen weken toch serieus onder druk heeft gestaan en nog altijd staat.

Ik heb van in het begin van de crisis geprobeerd om de actualiteit op de voet te volgen en ik heb telkens prints gemaakt van alle artikelen die zijn verschenen. Ik ben ermee gestopt omdat er bijna iedere dag, soms zelfs twee keer per dag, een nieuw feit, al dan niet correct, aan het licht kwam zowel in het binnenland als in het buitenland. Het was dus moeilijk om dit dossier correct op te volgen.

Het is ook niet mijn bedoeling om vandaag – trouwens, we zitten daarvoor in een ‘verkeerd’ parlement – een zoektocht naar schuldigen te doen. Daarvoor hebben we het gerecht, en iedereen weet welke richting het uit gaat. Het is ook niet mijn bedoeling om vandaag een aanval te lanceren op het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Daarvoor zitten we ook in het verkeerde parlement, alhoewel ik me, net zoals mijn collega’s ongetwijfeld, toch wel enkele vragen stel bij de communicatie van het agentschap, de snelheid waarmee werd gecommuniceerd, hoe werd gecommuniceerd. Ik heb ook geprobeerd om de zitting in de Kamer te volgen. Er werd daar een en ander toegelicht en rechtgezet, maar ik denk dat er ongetwijfeld nog een aantal vragen over de werking van het FAVV zijn.

Voor mij is het belangrijk dat de sector wordt ondersteund en dat er geen politieke spelletjes worden gespeeld. Ik wil toch ook benadrukken dat ik het betreur dat bepaalde politieke partijen – en iedereen zal ongetwijfeld wel weten over welke partijen ik het heb – maar ook de media zich hebben laten meeslepen in een soort van circus waar fictie en non-fictie door elkaar werden gegooid, waar sensatie werd gezocht waar er geen nodig was, waar communicatie werd gebracht die totaal verkeerd was. Het was echt jammer. De enige slachtoffers van deze paniekzaaierij zijn de sector en de consument.

Voorzitter, voor mij stonden in dit dossier drie zaken voorop: de voedselveiligheid, de volksgezondheid en natuurlijk ook het belang van de sector. We kunnen niet ontkennen dat dit een sector is die het al niet makkelijk had de afgelopen jaren en dan nu dit, waar ze geen schuld aan hebben. Er werd dan ook nog eens een communicatie gevoerd die de indruk wekt dat sommige bedrijven doelbewust hebben meegewerkt aan deze kwestie. Ik vind dat heel jammer. Ik schrijf dat volledig op conto van die partijen en die media die het nodig vonden om aan die paniekzaaierij mee te doen.

Ik denk dat de redelijkheid de bovenhand moet halen en dat het moment nu is gekomen om te weten van de minister van Landbouw – evaluaties kunnen achteraf gebeuren – op het Vlaamse niveau maar ook op het federale niveau – en ik ontwaar wat miscommunicatie tussen beide niveaus – wie wat kan doen, wie waarvoor moet instaan. Ik denk dat we er, en de sector in de eerste plaats, niet mee gebaat zijn. Minister, ik wil van u vooral weten wat er zal worden gedaan om de sector uit de nood te helpen, wat er reeds is gedaan, wat er is gepland, wat er is afgesproken met het federale niveau, welke maatregelen we op korte termijn maar ook op lange termijn kunnen nemen.

Ik heb er daarnet al naar verwezen: er zijn niet alleen de rechtstreekse gevolgen van de crisis – het vernietigen van eieren, het afsluiten van bedrijven – maar er is op termijn natuurlijk, en dat is misschien nog veel erger, de imagoschade die de sector heeft opgelopen, en dit in een geglobaliseerde wereld waar andere landen klaarstaan – in het verleden hebben we al discussies gevoerd over de eieren uit Oekraïne die massaal werden ingevoerd – om de markt over te nemen, onze markt die onder druk staat en waarvan het imago is beschadigd.

Minister, ik wil vooral die zaken weten, maar ik heb ook een meer gedetailleerde vraag. Er is sprake van fipronil in de eieren en de voedselketen, maar er is ook zoiets als de mestverwerking. Daar schijnt het probleem te zijn dat het FAVV zou hebben gezegd dat die mest niet meer mag worden verwerkt en verspreid, maar naar gecertificeerde verbrandingsinstallaties moet gaan. Dat brengt natuurlijk torenhoge kosten met zich mee. Bent u daarvan op de hoogte? Werd dit trouwens opgelegd door de Mestbank an sich? Het FAVV heeft gezegd dat mestverwerking geen federale, maar een gewestelijke bevoegdheid is.

Degenen die hebben meegedaan aan de paniekzaaierij weten of weten niet dat fipronil een erkend insecticide is dat in de groenteteelt wordt gebruikt, ook bij honden en katten, en dat het dus ook in mest is terug te vinden. Het wordt ook in de plantgoedbehandeling gebruikt, voor zaadbehandeling. Sowieso komt het in de bodem terecht. Bij mijn weten is er geen enkele wetenschappelijke analyse dat fipronil in de bodem, in het milieu schadelijk is. Dat is misschien belangrijk om te weten. Zijn daar resultaten van? Zijn daar wetenschappelijke bewijzen van? Of moeten we alles dat ook maar iets te maken heeft met fipronil naar de verbrandingsoven sturen?

Minister, dit zijn enkele bijkomende vragen. De belangrijkste vraag blijft: hoe kunnen we momenteel op korte en lange termijn de sector ondersteunen? Kunt u ons een relaas geven van hoe een en ander is verlopen tussen het Vlaamse en het federale niveau? Waar situeren zich de grote verschillen of discussies?

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Wij hebben heel veel persberichten gehoord op radio en televisie, elke dag een of twee of drie of vier. Het werd inderdaad een hele hetze zoals collega Sintobin aangaf. Ik heb er enkele zaken uit gehaald die ik opmerkelijk vond, waar de minister haar naam bij stond. Daar heb ik enkele vragen over.

Minister, u stelde voor om het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) aan te spreken om overbruggingskredieten te bepalen voor de noodlijdende bedrijven. Om VLIF-steun te krijgen, moeten de bedrijven aantonen dat ze economisch duurzaam leefbaar zijn, dat ze geen zieltogend bedrijf zijn, om steun te kunnen ontvangen. Welke bedrijven zouden steun kunnen ontvangen? Welke zijn de criteria? Behoren ook de eierhandelaars tot de agrovoedingsindustrie, zodat ze via het VLIF deel kunnen uitmaken van de overbruggingskredieten?

Minister, op 7 augustus antwoordde u dat u geen potje zou reserveren in het VLIF, omdat dat ten nadele zou zijn van andere landbouwers. U kwam terug op die uitspraak, want nu zou u wel een overbruggingskrediet via het VLIF willen aanspreken. Wat deed u van gedachten veranderen? Of was u enigszins voortvarend met die uitspraak?

Is het VLIF-bedrag voor 2017 al gereserveerd of vastgelegd? Kiest u ervoor om een of meerdere categorieën op te schorten aangezien het waarschijnlijk – als het bedrag al is vastgelegd – nadelig zou kunnen zijn voor andere landbouwers en andere nodige investeringen?

Minister, in 2018 zou u een brede weersverzekering in PDPO III subsidiëren. Kan er via PDPO III ook een verzekering zijn om calamiteiten zoals met fipronil te waarborgen? De Boerenbond vraagt aan de overheid om de schade volledig te vergoeden. De N-VA heeft daar enkele bedenkingen bij. We zijn niet meteen gewonnen om schadevergoeding of compensatie door de overheid te regelen. De N-VA is wel absoluut gewonnen voor een samenwerking tussen de banken en de eiersector om geld voor te schieten om deze moeilijke periode te overbruggen, eventueel met een steuntje van de overheid door bijvoorbeeld de waarborgregeling van het VLIF. Dat is ons standpunt dat we willen overbrengen in deze kwestie.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

We kunnen het er toch over eens zijn dat we vandaag in een situatie zitten, in een crisis die nog niet onder controle is. De Vlaamse Regering heeft ervoor gekozen om in de afgelopen weken vooral te zwijgen, en heeft het woord laten voeren door de federale collega’s en het Voedselagentschap.  Dat was niet de juiste strategie, want de consument is vandaag de dag nog steeds ongerust. Ze zien in de winkels lege rekken, er zijn geen eieren meer die ze kunnen kopen. Ze kunnen wel nog bereide pannenkoeken en cakes kopen waar die eieren ook in zitten. Ze stellen zich vragen en ze krijgen niet de juiste antwoorden.

Het is belangrijk om nu eensgezind, Vlaams en federaal, met alle gewesten, met de vijf ministers die bevoegd zijn, aan één koord te trekken en ervoor te zorgen dat die crisis onder controle komt, dat de omvang van de crisis duidelijk is en dat we de consumenten in de eerste plaats signalen kunnen geven of het nu nog veilig is om eieren en kippenvlees te eten of niet.

Want, sta me toe, bij de publieke opinie heerst er vandaag echt wel ongerustheid, en er moeten duidelijke signalen komen. U bent bevoegd voor de landbouw. U bent Vlaams minister. Het speelt zich vooral af in de Vlaamse landbouwbedrijven. Ik denk dat het moment nu daar is om hard op tafel te kloppen en vooral om in de taskforce die is opgericht, waarbij er voor schadevergoedingen wordt gezorgd en naar oplossingen wordt gezocht, ook te zoeken naar andere vormen van landbouw, naar meer duurzame vormen van landbouw, waarbij de druk van de ketel wordt gehaald bij de grote industriële pluimveehouderijen, die binnen de zes weken hun kippen moeten hebben vetgemest of anders verdwijnen hun marges. Ik denk dat de tijd vandaag rijp is om in kaart te brengen of de preventieve antibiotica en pesticiden die worden gebruikt, schadelijk zijn voor de volksgezondheid of niet. Vandaag hebben we heel wat vragen, waar nu dringend antwoorden op moeten komen, en kunnen we lessen trekken uit de afgelopen weken. We moeten er allemaal eensgezind aan meewerken.

We moeten niet zwijgen en we moeten vooral niet de zwartepiet doorschuiven naar andere landen. Als er vandaag in zeventien landen eieren worden teruggetrokken, als vandaag Zuid-Korea geen producten meer uit België wil invoeren, dan is er wel een probleem, niet alleen op vlak van financiële schade maar ook op vlak van imago. Dat probleem mogen we echt niet miskennen. Ik denk dat vandaag de tijd rijp is om met alle gewesten en met uw federale collega’s daar een actieplan voor op te stellen.

Ik denk ook dat we vandaag op het punt staan om eens de schade in kaart te brengen. Ik hoor tal van bedragen. Sommigen spreken over 10 miljoen euro schade; anderen spreken over 100.000 euro schade per landbouwbedrijf. Kortom, vandaag circuleren tal van bedragen, maar ik heb nog nergens een concrete berekening gezien van wat effectief de financiële schade is. Het is belangrijk dat we die bedrijven die vandaag niet te kwader trouw hebben gehandeld, zo snel mogelijk een antwoord kunnen geven over hoe we die schade kunnen vergoeden en met welke maatregelen we naar die mensen kunnen stappen.

Minister, ik wil u vragen om nu als Vlaams minister bevoegd voor de landbouw, hard op tafel te kloppen, mee aan tafel te schuiven bij die taskforce en niet alleen te werken aan schadevergoedingen of aan voorstellen om de schade te beperken, maar ook te werken aan een nieuw soort van landbouw waarin we niet evolueren van crisis naar crisis. Vandaag staan we op het punt om te kiezen voor meer kleinschalige, duurzame biolandbouw, waarbij we eigenlijk evolueren naar een garantie dat de volksgezondheid en de voedselveiligheid niet langer in het gedrang komen.

Minister, ik heb een aantal bijkomende vragen. Hebt u vandaag effectief een zicht op hoe groot de schade is bij de landbouwbedrijven? Bent u bereid om ook een werkgroep op te starten om een duurzame manier van landbouw te ontwikkelen zodat de druk van de ketel verdwijnt bij de grootschalige pluimveebedrijven, waardoor zij geen beroep meer moeten doen op preventieve antibiotica en pesticiden die alleen maar het risico op schade voor de volksgezondheid doen toenemen? Wanneer bent u effectief geïnformeerd over de huidige crisis? Door wie bent u geïnformeerd en welke afspraken zijn er gemaakt op het vlak van communicatie? Hebt u cijfers in uw bezit over hoeveel controles er zijn uitgevoerd op fipronil gedurende de laatste vijf jaar, door wie ze werden uitgevoerd en welke de resultaten hiervan waren?

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik dank de heer Sintobin voor zijn correcte en serene vraagstelling.

Mijnheer Beenders, u bent welkom in de commissie Landbouw. Ik denk dat het een van de eerste keren is dat ik u hier zie. Ik stel voor dat u nog eens meer komt, zodat u ook de sectoren wat leert kennen. Hoe u erin slaagt om, niet gehinderd door enige kennis van zaken, alles door elkaar te haspelen, grenst eigenlijk aan het ongelooflijke.

U spreekt over zes weken. Dat gaat over braadkippen. We zitten hier niet met een crisis in de braadkippensector, het gaat hier over de leghennen. De leghennen blijven dertien maanden in een stal, waardoor er een problematiek van bloedluizen kan ontstaan.

U spreekt over biologische landbouw en kleinschaligheid. Dat heeft hier absoluut niets mee te maken. Het zal u waarschijnlijk niet ontgaan zijn dat er in Nederland een aantal biologische bedrijven geblokkeerd zijn vanwege het feit dat ze net dit product hebben gebruikt. Dit product dat werd verkocht aan de landbouwers, werd gecatalogeerd als een biologisch product, als een natuurproduct. Zo werd het aangeboden aan de landbouwers. Maar er is fraude mee gepleegd. Men heeft de inhoud vervalst, men heeft andere zaken dan die die op het etiket stonden, in het product gemengd, waardoor het een bijzonder goed product leek te zijn wat betreft resultaten in verband met bloedluizen. Maar dit gebeurde dus door misbruik van insecticiden die daar onterecht in werden vermengd. Men heeft de landbouwers dus bedrogen, zowel biologische landbouwers als gangbare landbouwers, zowel grote bedrijven als kleine bedrijven. Dat heeft er dus allemaal totaal niets mee te maken.

Ik ben wel blij dat het Voedselagentschap blijkbaar goed heeft gereageerd en er in de eerste plaats voor heeft gezorgd dat de voedselveiligheid onder controle en gegarandeerd was. Dat is voor ons in eerste instantie belangrijk. Dat is inderdaad een federale aangelegenheid. Wij moeten dat proces in dezen niet maken. Wat wij wel moeten doen – daar hebt u wel een punt – is ervoor zorgen dat via de taskforce wordt gekeken om de mensen die hier getroffen zijn door die frauduleuze praktijk, zo goed mogelijk te helpen.

Minister, ik heb in dezen een aantal concrete vragen en een aantal suggesties die al dan niet kunnen worden meegenomen door u en in de taskforce. Er wordt inderdaad gesproken over het eventueel beroep doen op het Europees crisisfonds. Men heeft ook duidelijk gezegd dat er in verschillende landen eieren zijn gevonden die besmet waren met fipronil. Gaat het dan over eieren die daar zijn geproduceerd of gaat het over eieren die vanuit Nederland daar zijn terechtgekomen? Dat is natuurlijk een verschil. Het is in elk geval duidelijk dat fipronil, dat hier frauduleus is aangeboden, ook zou zijn aangeboden in andere landen, vermoedelijk minstens in Italië en Frankrijk. Daar moeten er ook besmettingen zijn, maar daar horen wij vandaag heel weinig over. Het is belangrijk dat het op het Europese niveau bekeken wordt. Jammer genoeg, hoe meer landen er betrokken zijn, hoe groter de kans is dat Europa in dezen wil ageren.

De VLIF-overbruggingskredieten zijn misschien een optie, maar u weet ook dat een bedrijf dat gebruikmaakt van overbruggingskredieten in dezen, eigenlijk een beetje een stempel krijgt voor de toekomst.

Mensen hebben daar wat schrik voor. Heel wat pluimveehouders komen niet in aanmerking. Dit betekent niet dat de bedrijven niet leefbaar zouden zijn. Vanwege eventuele aanverwante activiteiten, zoals het sorteren van eieren, voldoen ze niet aan de voorwaarden van het VLIF. De vraag is hoe we hiermee eventueel kunnen omgaan. Wat kan hiermee worden gedaan?

Rendac staat in voor de vernietiging van de eieren. Dat is een Vlaamse aangelegenheid. Hoe kunnen we nagaan of de noodzakelijke kosten voor de vernietiging van de eieren tot een minimum kunnen worden beperkt? Kan hier eventueel iets voor worden gedaan?

Wat de verbranding van mest betreft, wordt terecht gesproken over de afzet bij de gecertificeerde verbrandingsovens. We denken dan meteen aan Indaver. Misschien is er ook een mogelijkheid om in eerste instantie te onderzoeken of dit noodzakelijk is. Indien dit noodzakelijk zou zijn, is de vraag of we eventueel met Nederland kunnen samenwerken om de mest, bij wijze van spreken, te verzamelen en betere prijzen voor de verbranding te bedingen.

Daarnaast is er natuurlijk nog het economisch aspect. Ik herinner me, spijtig genoeg, nog de dioxinecrisis in 1999. Toen was er sprake van wat in technische termen de subrogatie wordt genoemd. Dit betekent dat de overheid in de plaats van de getroffenen is getreden. De overheid heeft de procedure in de plaats van de betrokkenen gevoerd. Wordt dit overwogen? Wordt het dossier van de dioxinecrisis opnieuw bovengehaald om na te gaan hoe tijdens een tweede fase vergoedingen zijn uitbetaald aan mensen die op frauduleuze wijze door die crisis zijn getroffen?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Voorzitter, eigenlijk kunnen we heel dit verhaal terugbrengen tot het crimineel gedrag van enkele bedrijven in een ketenmodel. Zoals de heer Dochy net heeft vermeld, hebben die mensen niets anders gedaan dan een biologisch gewaardeerd product te verpesten door er fipronil aan toe te voegen. Om op korte en hevige wijze veel geld te verdienen, heeft een bedrijf voor een wereldwijde eiercrisis gezorgd. We moeten duidelijk stellen dat dit grootschalig crimineel gedrag is.

Het gaat om de vermenging van fipronil en Dega-16. Blijkbaar hebben veel bedrijven in België en Nederland dit gebruikt. Dat heeft iets te maken met de schaal van de bedrijven, maar blijkbaar ook met het effect. Aangezien het een zeer efficiënt product is, ligt het wellicht ook goed in de markt. Het is grootschalig bedrog. Ik vind ook dat in eerste instantie de verantwoordelijken voor deze fraude moeten worden aangepakt.

Mijnheer Dochy, u hebt zeker een punt. Dit is wellicht ook in andere Europese landen verkocht. Het zou me verbazen indien dit niet het geval zou zijn. Dit betekent dat de zaak grondig moet worden uitgespit.

Ik wil het gedrag van die mensen niet relativeren, maar wat de effecten betreft, is het voor een federaal of ander voedselagentschap in België, Nederland of waar dan ook ter wereld niet altijd mogelijk elk product en elke stof te onderzoeken. Hier is een bedrijf op ethisch-deontologisch vlak zwaar uit de bocht gegaan. Deze zaak moet zeer grondig worden aangepakt. Hoe we dit kunnen vermijden, is trouwens een les die we uit de dioxinecrisis hadden kunnen leren, maar wellicht valt dit niet helemaal te vermijden.

Hoewel het onze bevoegdheid niet is, wil ik toch even stellen dat de wijze waarop het FAVV heeft gecommuniceerd de ongerustheid en de paniek enkel heeft doen toenemen. Bij het begin van de problematiek heeft het FAVV het probleem geminimaliseerd. Het FAVV heeft in elk geval proberen gerust te stellen, maar dan zonder feitelijke gegevens te geven. We weten hoe politici en de media hierop reageren. Als we zonder hard materiaal worden gerustgesteld, worden we helemaal ongerust. De consumenten en de voedseldistributiebedrijven nemen die gedeeltelijk over.

Het FAVV heeft de fout gemaakt zich achter het geheim van het onderzoek te verschuilen. Er liep, overigens terecht, meteen een gerechtelijk onderzoek. Het FAVV heeft zich hierachter verscholen om minder informatie te geven dan noodzakelijk was. Indien het FAVV dat van bij het begin had gedaan, zou de omvang van het probleem en zeker de imagoschade voor de sector minder groot zijn geworden.

Er was onduidelijkheid over de waarden. Ook vandaag lezen we nog artikels waarin interpretatieproblemen opduiken in verband met residuwaarden en gezondheidswaarden in Vlaanderen en Nederland. De Europese waarden zouden ook anders worden geïnterpreteerd. Ik ben geen specialist inzake coderingen en normeringen, maar duidelijkheid hierover zou veel mensen hebben kunnen geruststellen. Ik vraag me af of we dan niets hebben geleerd uit de dioxinecrisis.

Minister, ik hoopte eigenlijk dat u als Vlaams minister van Landbouw ook voor die duidelijkheid zou pleiten om de samenleving en de betrokken boeren gerust te stellen. Het is mogelijk dat ik het fout heb. Ik heb het niet allemaal gevolgd. Ik was tijdens een gedeelte van de crisis buitenslands (Opmerkingen)

De crisis is al een tweetal weken aan de gang. Ik ben vijf dagen in Edinburgh geweest. Toen ik terugkwam, was de eiercrisis het hoofdpunt in het Verenigd Koninkrijk. Dat was voorpaginanieuws in alle kranten. Dit toont aan hoe uitgewaaierd dit allemaal is. Ik hoopte dat u voor duidelijkheid zou pleiten. Dat had de crisis kunnen indijken.

Minister, de sector heeft voor vormen van schadevergoeding of tegemoetkoming gepleit. In een eerste reactie hebt u terecht gesteld dat de dader of veroorzaker van het probleem voor de kosten moet opdraaien. Zo hoort het ook in ons model. Natuurlijk zal de schade wellicht veel groter zijn dan de draagkracht van de veroorzaker. In die zin moeten we toch een oplossing vinden voor de getroffen eierboeren. Op dat vlak sluit ik me aan bij de eerdere sprekers.

Waar die kredieten vandaan kunnen komen, weet ik niet. Het kan gaan om overbruggingskredieten in afwachting van een schadevergoeding of om een tegemoetkoming. Dat moet nog worden bekeken.

In eerste instantie moeten we proberen het massaal terug te vorderen en ondertussen een soort van overbruggingskrediet te verlenen via het VLIF, via het Europees crisisfonds, zoals daarnet aangehaald, om de getroffen eierboeren toch een toekomst te gunnen. Want anders gaan ook zij wellicht overkop.

Ik hoop dat dat terugvorderen lukt. Het idee van subrogatie vanuit de overheid, confer de dioxinecrisis, kan een model zijn, zodat voor die sector zelf en de betrokken boeren een levenskrachtige toekomst mogelijk is.

Ik wil ook wel graag eens weten of er ondertussen al meer zicht is op de potentiële schade van de crisis. De Boerenbond heeft op een bepaald moment het cijfer van 10 miljoen euro genoemd. In de Nederlandse media wordt een cijfer genoemd dat 15 tot 20 keer hoger ligt. Is daar al iets over geweten?

Er is door collega’s al gewezen naar het landbouwmodel als potentiële veroorzaker. Dat is waar en niet waar. Grootschaligheid heeft ook voordelen in het bestrijden van ziektebeelden en problemen. Het is niet alléén dat. In ieder geval drukt het ons met onze neus op de feiten, op wat ik ‘het trieste en korte leven van de legkip’ zou noemen, de dertien maanden waarvan sprake.

Als er zich problemen voordoen in een grootschalig bedrijf, dan worden die problemen natuurlijk ook grootschalig. Daar is uitdrukkelijk een oorzakelijk verband. De vraag is: kan het ook anders? Kunnen we meer investeren in betere kooisystemen, in vrije uitloop? Kunnen de problemen op die manier niet worden vermeden?

Hier kan dezelfde discussie gelden als in de varkenssector. Het gaat over een model waarbij de kostprijs heel erg wordt gedrukt via systemen. Je kunt je dus afvragen of die eieren en dat vlees ook enkele centen meer mogen kosten. Is de consument bereid om wat meer te betalen ten bate van een betere kwaliteit van het product zelf, in casu de eieren, en ook in het belang van de levenskwaliteit, het dierenwelzijn, van de betrokken dieren?

Het is in ieder geval een vraag die we ons in de toekomst mogen stellen. Want meteen dook weer de discussie op over de verrijkte kooi, de scharreleieren en de vrije uitloop. Hoe dan ook, de legkip is een machine. Het enige dat nog ontbreekt, is een nog betere controle van de levensloop van die legkip. Als dat het model is: nee, dank u.

Wat dat betreft, sluit ik mij aan bij dierenrechtenactivisten die ervoor pleiten om die legkippen waarvan de eieren met een zeker mate van fipronil besmet zijn, niet allemaal te vernietigen. Luister goed naar de term: vernietigen. En dat gaat dan over dieren, niet over mest.

Maar goed, dat is eerder een zijdelingse kwestie. Ik ben realistisch genoeg om te weten dat we dat vanuit deze zaal niet zullen veranderen. We zitten – helaas – in een economisch model dat die prijs moet drukken en op die manier het dierenwelzijn ernstig aanpast.

Minister, los van de schade voor de betrokken kippenboeren, is er natuurlijk ook de kwestie dat het grote gevolgen heeft voor de export van voedingsproducten uit Vlaanderen. Sommige landen in de wereld reageren: ‘België controleert zijn voedstel onvoldoende. We leggen dus een ban op.’ Hebt u daar zicht op? Wordt dat in kaart gebracht? Zijn er daarover signalen?

Is er naast de schadevergoeding ook zicht op de economische effecten voor de sector? Ik bedoel nog iets anders. Het cynische van het verhaal zou kunnen zijn dat de prijs van eierproducten stijgt en dat het dus voor een aantal eierboeren, zij die geen gecontamineerde eieren hebben, een goede tijd wordt. Het is een beetje cynisch dat dat zou kunnen gebeuren. Ik juich dat ook zeker niet toe. Heeft men zicht op die effecten? Wordt dat in kaart gebracht?

Minister, ten slotte hoop ik dat we voor de slachtoffers hiervan, met name de eierboeren en de consument, zoals collega’s stelden, maar ook de kippen in kwestie – want ik zei het al: ook zij zijn hier slachtoffer – een aanpak kunnen plannen die alle partijen tevreden kan stellen. We moeten niet alleen de consument geruststellen voor het gezondheidsrisico, niet alleen de eierboer voor zijn economische leefbaarheid, maar ik hoop dat het ons toch eens tot bezinning brengt, ons eens laat nadenken over de kippen zelf en of de manier waarop wij ons voeden niet beter kan.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, minister, ik was al enkele tientallen jaren in het parlement toen de dioxinecrisis ontstond. Men heeft blijkbaar gedacht dat we een nieuwe, vergelijkbare crisis kenden, ook politiek. Tezelfdertijd is het verschil volgens mij enorm. De periode waarin het gebeurde, gaf aanleiding tot een andere diffusie van dit gebeuren.

Voorzitter, wat mij treft, is dat het ei een ongelooflijk product is. Het is een van de meest voedingsrijke natuurelementen die we vinden. We produceren er in ons land miljarden per jaar. We verwerken dat in honderden afgeleide producten. Het is dus iets heel belangrijks.

Minister, uit wat er in 1999 is gebeurd, hebben we iets geleerd. Want ik ben er, net als de heer Dochy, van overtuigd dat het FAVV zijn werk heeft gedaan. Tegelijkertijd vind ik de vraag die de heer Caron heeft gesteld relevant: quid relatie tussen zo’n onderzoek en wat er gebeurt via het gerecht? Op dat vlak zou er in de toekomst toch nader moeten worden bekeken welke remmen er zijn en welke mogelijkheden.

Ik wil het ook hebben over de reputatieproblematiek. In de taal die ik een beetje meer gewoon ben, zegt men dat een reputatie te voet komt maar te paard vertrekt. Men moet dus bijzonder aandachtig zijn voor alle aanwezige elementen. Ook correct communiceren lijkt me van kapitaal belang.

Minister, u hebt op 17 augustus al een vergadering en op 26 september een vergadering op Europees niveau. Ik denk dat daar dringend een aantal zaken naar boven moeten komen. Zo is de eerste vraag of er ooit iemand ziek is geworden van wat wij mediavol hebben gekend de laatste weken. Ik heb geen enkele informatie dat er van het product in kwestie zieken zijn geweest, er een hospitalisatie is geweest, er gevallen zijn geweest waar de volksgezondheid werd bedreigd. Zeg dat in hemelsnaam als dat zo blijkt te zijn.

Ten tweede is het ook zo dat de venijnige concurrentie onordentelijk kan spelen. Men kan zeggen dat men die Belgische eieren, die Vlaamse eieren niet wenst. Wij hebben alle zekerheid om te kunnen aantonen dat alle mogelijkheden bestonden, misschien onvoldoende op de mediamarkt aangebracht, maar ik ben niet verontrust dat u daar een goede case hebt om te verdedigen.

Het is belangrijk te weten dat wij niet overdrijven. Ik lees een stuk uit het verslag van de Kamercommissie van een van onze collega’s, Fabienne Winckel: “Dit nieuw voedselschandaal moet er ons toe aanzetten om onze productiemodus grondig in vraag te stellen en na te denken over de manier waarop we de korteketendistributie kunnen steunen. De gezondheid van de bevolking en de toekomst van onze samenleving staan op het spel.” Men kan altijd grote woorden gebruiken maar als geen enkel medisch geval in ons land zichtbaar blijkt te zijn geworden door deze oplichterij, die terecht is aangekaart, dan moet men het ook duidelijk met de credibiliteit van de autoriteit, aan de mensen durven zeggen.

Het is de toekomst die hier van belang is. We moeten alle organisaties in Vlaanderen – en we hebben er toch een aantal – kunnen doen samenwerken. Er zijn vijf ministers, men zou kunnen zeggen dat het er vier te veel zijn maar kan ook zeggen dat er vijfmaal meer actie is wanneer men ze kan vermenigvuldigen. Zij zijn volgens mij onmisbaar. Minister, het is niet nu dat u het verleden moet opspitten. Over een aantal maanden, wanneer dit allemaal wat is geluwd, moet u proberen om samen met uw collega’s grondig het scenario na te kijken en na te gaan welke lessen er kunnen worden getrokken uit het verleden. Dat men aan damagecontrol doet en dat men de collega’s die daaronder hebben geleden, vergoedt, is essentieel maar ik vind het ook heel belangrijk dat men de reputatie kan herstellen.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Ik deel de verontwaardiging van deze commissie over de fraudepraktijken, ik deel ook veel van de analyses, maar ik wil het wel iets breder trekken richting milieu en gezondheid omdat ik hier al een aantal keren heb gehoord dat er blijkbaar niets aan de hand zou zijn met het gebruik van fipronil. Het zou geen gevaar zijn voor de volksgezondheid. De heer De Croo zei daarnet dat er toch geen mensen zijn gehospitaliseerd naar aanleiding van deze crisis, maar dat moeten we ook niet verwachten, dat is niet eigen aan het gebruik van fipronil. Maar als we de Hoge Gezondheidsraad mogen geloven, is er wel degelijk een risico voor milieu en gezondheid. Zij maken zich grote zorgen. En het gaat dan inderdaad niet over acute gevallen van mensen die plots in het ziekenhuis terechtkomen, maar over chronische blootstelling aan lage concentraties stoffen zoals fipronil die leiden tot heel wat schade aan het lichaam. Zeker zwangere vrouwen, kinderen, pasgeborenen zijn daar bijzonder gevoelig aan. Wetenschappers verwachten dat de blootstelling aan stoffen zoals fipronil en andere stoffen uit onze omgeving leidt tot meer kanker. Het zou de oorzaak zijn van het groter aantal gevallen kanker vandaag. Is er dus een probleem met het gebruik van fipronil? Ik denk het wel, niet acuut, maar wel op langere termijn.

Volgens de Hoge Gezondheidsraad werd vorig jaar ongeveer 1 ton fipronil gebruikt, voornamelijk in de landbouw. Ik denk dan ook dat zich daar een probleem voordoet. Ik wil dit geval dan ook breder trekken dan de crisis die vandaag inderdaad leidt tot heel wat schade, bezorgdheid, economische schade, mogelijks gezondheidsschade – dat weten we nog niet. Minister, los van deze crisis, zou ik graag van u weten hoe u staat tegenover het gebruik van fipronil in de toekomst. Bent u ervan overtuigd dat gezien de risico’s, het gebruik van fipronil aan banden moet worden gelegd?

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Mevrouw Vermeulen heeft het standpunt van onze partij daarnet al geduid, maar ik heb nog twee korte bedenkingen.

Ik wil niet de knuppel in het hoenderhok of het kippenhok gooien maar ik hoor een algemene consensus dat de boeren vandaag het slachtoffer zijn van fraude. Ik wil dat zeer graag geloven. Mijn vraag is vooralsnog puur informatief: minister, weet u hoe de levering van die producten aan de landbouwbedrijven in de praktijk is verlopen? Zijn die boeren naïef geweest? Er is plots een product dat blijkbaar alles oplost. Er is een firma die dat levert, maar komt die firma dat dan ter plaatse in de stallen spuiten? Of wordt dat product geleverd aan de boeren die dat zelf moeten doen? De boeren kennen blijkbaar de samenstelling van dat product niet. Ik heb ergens gelezen dat wordt verteld dat de samenstelling geheim is. Als ik een pluimveekweker ben, te goeder trouw, dan stel ik me daar toch vragen bij. Minister, kunt u concreet zeggen hoe dat in de praktijk is verlopen en of die landbouwer inderdaad van niets weet, zich geen vragen stelt bij dat wondermiddel dat de problemen in de stal kan oplossen en dus effectief het slachtoffer is van die fraudeurs zonder 100 procent medeweten?

Voor alle duidelijkheid, die vraag is echt puur informatief. Ik beschuldig niemand, maar ik vraag me wel af hoe dat in de praktijk is gegaan. Ik denk dat dat een vraag is die we toch wel mogen stellen.

Een ander aspect dat ik wil aanraken, is de schade die er dan werkelijk is. We horen inderdaad heel wat bedragen, ook vanuit de landbouworganisaties. Ik veronderstel dat u wel al hebt samengezeten met de landbouworganisaties, en specifiek met de Boerenbond. We hebben het in het verleden ook al heel vaak gehad over een allweersverzekering of een risicoverzekering waar dit soort problemen of risico’s eigenlijk ook onder zouden kunnen vallen. Vooralsnog is zo’n verzekering niet haalbaar. U geeft dat vaak aan in de commissie.

De landbouwverenigingen doen natuurlijk wat ze moeten doen. De Boerenbond lobbyt altijd heel vaak, terecht, voor zijn sector, heeft heel vaak ook gesprekken met de diverse regeringen en kabinetten, zoals ze dat moeten doen, maar misschien is het ook raadzaam om eens met hen rond de tafel te zitten, om te bekijken hoe ze zelf meer een actieve rol kunnen opnemen in deze crisissen. We moeten immers niet onder stoelen of banken steken dat de Boerenbond een miljardenorganisatie is, die via diverse holdings overal investeert om de boeren ter wille te zijn. Als ik me niet vergis, heeft de Boerenbond ook nog altijd een heel belangrijk aandeel in KBC Groep. We spreken over overbruggingskredieten, we spreken over renteloze leningen, we spreken over het helpen van de boeren. Misschien kunnen zij ook het nodige doen om ook wat dat betreft mee op de kar te springen en mee te lobbyen, en niet altijd enkel naar de overheid te kijken.

Dat waren de twee vragen, de twee bedenkingen die ik toch nog graag wou toevoegen aan het debat.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik ben eveneens onder de indruk, en ook verontwaardigd, en eigenlijk zelfs ook wat wrevelig over de proporties die dit schandaal heeft aangenomen, een schandaal waarbij we duidelijk kunnen stellen dat er daadwerkelijk criminele praktijken gebeuren, namelijk fraude met producten, met de aanmaak van producten. Dat is iets dat niet kan worden getolereerd. Ik ben dan ook heel blij dat er een gerechtelijk onderzoek is ingesteld. Ik hoop ook dat dat onderzoek diepgaand is, en hopelijk staan daar ook de nodige sancties tegenover, want dit is natuurlijk een zaak die we gewoon niet kunnen tolereren.

Het eerste dat op dat moment belangrijk is, is inderdaad nagaan welk effect dat zou kunnen hebben op onze voedselveiligheid en onze volksgezondheid. We hebben daar inderdaad het FAVV voor, een gerenommeerd agentschap. Ik vind het ongelooflijk spijtig voor iedereen van dat hoog aangeschreven agentschap, dat sterk werk levert, dat dat eigenlijk met een aantal uitspraken wankel wordt gezet of zelfs dreigt te worden onderuitgehaald. Ik vind dat niet terecht. Natuurlijk kan in een crisis de communicatie worden verscherpt, kan er beter worden samengewerkt en zo meer. Daarvoor doet men na elke crisis ook een evaluatie, en ik ga er ook van uit dat uit deze evaluatie ook weer dingen kunnen komen waardoor processen kunnen worden geoptimaliseerd.

We moeten hier inderdaad het proces van de federale Kamer niet overdoen, maar ik denk dus dat het FAVV terecht onderzoek heeft ingesteld en op een goede manier ook de nodige stappen heeft gezet. Ook vandaag communiceert het FAVV heel duidelijk dat er bijkomende onderzoeken zijn gebeurd en dat eigenlijk de geruststellende uitspaak kan worden gedaan dat de volksgezondheid inderdaad niet in het gedrang is, dat onze voedingsproducten ook echt kwaliteitsvol zijn en blijven. Ik zou er dan ook, ook naar aanleiding van een aantal uitspraken die ik heb gehoord, ook hier van collega’s, toe willen oproepen om zelf als politicus te stoppen met paniek zaaien. Dat is een leuk tv-programma, maar het is volgens mij niet gepast in een parlement. Ik denk dat we terecht zelf ook de boodschap van onze veilige voeding moeten kunnen blijven uitdragen.

Wat die communicatie betreft, en wat dat betreft ben ik wat wrevelig en eigenlijk teleurgesteld, het is in een crisis soms moeilijk om te communiceren, maar ik moet vaststellen dat sommigen niet geremd zijn als ze communiceren, dat ze misschien niet eerst de volledige onderzoeken afwachten. De uitspraken over bijvoorbeeld het FAVV of onze onderzoeken hebben voor heel wat ongerustheid en ook onduidelijkheid gezorgd. Ik moet zelfs ook vaststellen dat er soms politieke symbooldiscussies op de voorgrond zijn getrokken, meer nog dan datgene waarover het echt gaat, zijnde die voedselveiligheid en het fipronilverhaal. Ik denk maar aan de discussie waar het FAVV nu al dan niet moet worden ondergebracht. Dat is vandaag niet de discussie. Er is de grootschalige landbouw. Dat het ene type er meer mee te maken heeft dan het andere, klopt zelfs helemaal niet. Dat is een politieke symbooldiscussie die op de voorgrond wordt getrokken, als afleiding, en ik vind dat echt niet correct en ik ben daar zeer in teleurgesteld. Dat men hier zelfs de rekening van een organisatie maakt, dat hoort voor mij eveneens bij de politieke symbooldossiers. Ik vind dat ongelooflijk. We moeten hier bij de kern van de zaak blijven.

Wat ik op zich wel een sterk signaal vind, zeker als we kijken naar het Belgische en het Vlaamse niveau, is dat we moeten vaststellen dat de zaak van fipronil aan het licht is gekomen en zijn vervolg heeft gekregen door een goed werkend autocontrolesysteem. Door het feit dat er niet alleen vanuit de overheid wordt gecontroleerd, maar men ook binnen de sector zelf overal autocontrolesystemen heeft, is er een signaal vertrokken dat men moet opletten, dat er een knelpunt is, en in die zin is er ook dadelijk actie ondernomen.

Minister, wat ik me wel afvraag, en dat was de eerste vraag die bij me opkwam, is hoe het mogelijk is dat zo’n product zo ruim kon worden verspreid zonder dat er een alarmfase is ingegaan. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de import van toch wel heel wat liters fipronil vanuit een ander Europees land. Moet ook niet de vraag worden gesteld hoe er Europees eventueel meer autocontrolesystemen kunnen worden ingebouwd als het gaat over de import en export van dergelijke producten? Men moet toch van tevoren weten waarvoor die grote hoeveelheden worden gebruikt, tenzij er natuurlijk ook wat dat betreft fraude is gepleegd en de mensen eigenlijk om de tuin zijn geleid. Dat is natuurlijk een andere zaak, maar anders interesseert het me toch of Europa van plan is om ter zake zelf ook meer actie te ondernemen om die autocontrole in te bouwen op die import en export van dergelijke producten.

Ik zou ook graag hebben dat u ook de communicatie over landsgrenzen heen zou meenemen ten aanzien van Europa. Op welke manier kan die nog beter, kan die nog worden versterkt? Dit is immers echt een typisch voorbeeld van internationale criminaliteit. Ik weet dat wat internationale criminaliteit betreft terreur hoog op de agenda staat, maar als het over voeding gaat, waarbij het zeer typisch is dat er met een aantal landen moet worden samengewerkt, vraag ik me toch ook af op welke manier Europa dat denkt te versterken, om zoiets te vermijden.

Collega Dochy heeft er ook al naar verwezen dat Europa een aantal mogelijkheden heeft om voor schadeclaims en schadevergoedingen fondsen aan te spreken. Ik hoop dat u en de federale collega’s bereid zijn om ook die vraag bij Europa in te dienen.

Bij de productieverspreiding stel ik mij ook de vraag naar etikettering en erkenningen. Ik meen begrepen te hebben dat de chemische producten die op de markt komen, onderworpen zijn aan zeer strenge controles, maar dat dit minder geldt voor natuurlijke producten. In dit geval is een chemisch product toegevoegd aan een natuurlijk product en gaat het over fraude. Toch stel ik me de vraag of we ook voor die natuurlijke producten strenger moeten zijn bij het op de markt brengen. Het is een zaak voor de federale overheid, want etikettering en erkenningen zijn een federale bevoegdheid. Ik vraag me toch af of het in het overleg met de sector en met u, eens kan worden onderzocht, zodat het risico wordt verkleind.

De hamvraag waarrond we hier samenzitten, is wat Vlaanderen kan doen. Collega’s hebben er al naar verwezen. Landbouwers bijstaan en de nodige informatie proberen te verkrijgen op momenten dat de sector er zelf minder gemakkelijk aan kan, is zeker iets waaraan u de nodige aandacht moet geven. Logistieke ondersteuning en de kosten die daarmee gepaard gaan – mestverwerking, verbranding, Rendac-facturen – zijn ook aangehaald. Wij moeten zeker nagaan wat wij maximaal kunnen doen om de sector die gedupeerd is en in dezen ter goeder trouw heeft gehandeld, te kunnen ondersteunen. Ook de overbruggingskredieten zijn al aangehaald. Kan de sector of de landbouwer rekenen op een overbruggingskrediet? Er is ook gesproken over de economische schade. Ik ben zeer geïnteresseerd of het subrogatiemodel tot de mogelijkheden behoort om de sector te ondersteunen. Minister, ik stel me nog wel de vraag of het Vlaanderen is dat als gewest moet handelen dan wel of dit via de federale overheid moet gaan. Ik weet niet of u hierop een antwoord kan geven, maar het is zeker het onderzoeken waard.

Minister, mijn laatste vraag gaat over de imagoschade. Ik ben er echt van overtuigd dat wij in Vlaanderen goede voedingsproducten hebben, de beste kwaliteit leveren en dat we op vlak van voedselveiligheid ongelooflijke troeven hebben. Ik ben dan ook heel erg teleurgesteld dat door de extra heisa dit imago een deuk heeft gekregen. Ik zou u willen vragen om in overleg te gaan, eventueel met de andere gewesten, maar ook met de sector, met de federale collega’s, om een actieplan uit te werken om de imagoschade bij te sturen en te herstellen.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, ik denk dat de fipronilcrisis de ideale zomersoap bij uitstek was. We hebben het allemaal goed kunnen volgen in de media. Het heeft zijn voordelen dat elk aspect van de crisis nauw wordt opgevolgd, maar ook het nadeel dat dit gepaard gaat met overdreven stemmingmakerij en een grote overdosis aan emo. Het is goed dat er een extra commissievergadering is, maar de banken in de commissie Landbouw hebben nog nooit zo vol gezeten. Er is heel wat nieuw volk aanwezig. Het is natuurlijk belangrijk om alles in het juiste perspectief te plaatsen, zeker omdat de volksgezondheid nooit in het gedrang is geweest.

Er wordt soms verwezen naar de dioxinecrisis. Ik denk dat we die vergelijking absoluut niet mogen maken. Collega Dochy had het over de maatregelen die toen werden genomen. Het is goed om na te gaan welke maatregelen we nu kunnen nemen om tegemoet te komen aan de getroffen pluimveesector, want die zal nog meer dan de consument schade lijden. Dat komt vooral door een schakel uit de keten bij de toelevering waarbij serieuze fraude is gepleegd. Het is goed dat er gerechtelijke stappen worden gezet en dat dit zal worden opgevolgd.

In het verhaal zijn er dus heel wat stokers en wordt er aan politieke recuperatie gedaan. Ik heb filmpjes gezien van bepaalde partijen die het debat op flessen trekken en die het proces van de intensieve veehouderij maken terwijl er een groot verschil is. Collega Beenders, ik vind uw betoog grotendeels zeer schandelijk en schadelijk ook voor de sector die getroffen is. Het is belangrijk, en ik loof dan ook de collega’s die zeer sereen te werk gaan, om dit ook zo te doen.

Ik verwijs ook naar een persbericht van de pluimveebond zelf met een misschien wat provocerende titel ‘België moet net fier zijn dat het fipronilschandaal hier eerst boven water is gekomen’. Het bewijst dat de controles die er vandaag zijn, werken en dat we heel snel hebben kunnen ingrijpen. Het is een heel belangrijk aspect dat een beetje ondergesneeuwd is door alle overbodige zaken die naar voren worden gebracht.

Het FAVV heeft in 2016 lof gekregen voor hun kwalitatief werk. Het is natuurlijk een hoofdzakelijk federale materie, minister, maar het is belangrijk dat ook vanuit Vlaanderen het debat wordt gevoerd.

Open Vld pleit ervoor om alles in een goed perspectief te plaatsen. Wij minimaliseren dit zeker niet, maar ik wil de media die hier zeer talrijk aanwezig zijn, oproepen om dit eveneens ter harte te nemen. Voor de sector en alle subsectoren is voorzorg een heel belangrijk aspect.

Mijnheer Caron, u vraagt of het wat meer mag kosten. Ik denk dat u suggereert dat de landbouw die aan een zeer lage prijs producten moet produceren, daardoor het aspect van voedselveiligheid in het gedrang laat komen. Ik hoop dat u dat niet suggereert, want het is zeker niet zo. Het is niet omdat er lage prijzen zijn dat men dat aspect in de productie zou laten vallen, integendeel. De voormalige topman van het FAVV, Piet Vanthemsche, heeft afgelopen weekend in De Tijd gezegd dat ons voedsel veiliger dan ooit is, inclusief het aspect dierenwelzijn, maar dat de consument met voeding heel paradoxaal overweg gaat. Aan de ene kant stelt men hoge eisen aan voedselveiligheid, maar aan de andere kant wil men het product zeer goedkoop kunnen aanschaffen. Het is een zeer grote paradox. Mijnheer Caron, ‘mag het wat meer kosten’ is zeker aan de orde,  maar we mogen niet suggereren dat de voedselveiligheid daarmee in het gedrang zou komen.

Zoals ik al zei, is het belangrijk dat er een extra zitting van de commissie is. We krijgen de gelegenheid om hier duidelijkheid te krijgen en de minister te ondervragen. Minister, morgen is er een eerste samenkomst van de federale taskforce die is opgericht. Ik heb vernomen dat er deze namiddag bij u een overleg plaatsvindt. Ik ga er dan ook van uit dat u morgen bij de taskforce aanwezig zult zijn, want er is ruimte voor de regionale niveaus. Minister, kunt u mij zeggen of u bij het overleg van deze namiddag landbouworganisaties zult betrekken, en zeker de pluimveebond? Ik heb vernomen dat zij pas gisterenavond een uitnodiging hebben gekregen voor het federale overleg van morgen.

Het economische aspect is een belangrijk gegeven, zoals hier al is gezegd. Cijfers van de Boerenbond spreken over een schadevergoeding van 10 miljoen euro. Ik heb contact met de pluimveesector zelf, die stelt dat de schade veel groter zal zijn dan de raming van de Boerenbond. Het is belangrijk dat er niet enkel een schadevergoeding van de overheid komt, maar dat, zoals de heer Caron ook al zei, de veroorzaker van dit schandaal aansprakelijk wordt gesteld. Het gerechtelijk onderzoek zal dit moeten uitwijzen. Het zal niet genoeg zijn, en dus kijk ik ook naar de verzekeringen en naar de Vlaamse overheid.

Minister, hoe ziet u de economisch schade? Op welke balans staat die? Heeft het departement Landbouw daar al cijfergegevens over verzameld? Hoe komt de Boerenbond aan het schadebedrag van 10 miljoen euro? Als die dat kan berekenen, ga ik ervan uit dat het departement dat ook al deels heeft gedaan.

Minister, is het departement bezig met analyses te maken van de hele zaak en met na te gaan hoe alles in cijfermateriaal kan worden gegeven? Hoe kunnen we vanuit Vlaanderen bijdragen om de getroffen pluimveesector tegemoet te komen?

Jos De Meyer (CD&V)

Collega’s, het is duidelijk dat voor alle fracties volksgezondheid voorop staat. De gesprekken die ik tot nu toe heb gehad, hebben me geleerd dat de economische gevolgen groter zijn dan de eerste persberichten lieten uitschijnen. Er zijn niet alleen bedrijven getroffen in Vlaanderen, maar ook in Wallonië, Nederland, Frankrijk en Duitsland, zelfs in Italië. Het is duidelijk dat het niet gaat over een Vlaamse of Nederlandse crisis, maar over een Europese crisis die de pluimveesector treft.

Het proces van het FAVV moeten we in deze commissie niet voeren, evenmin hun al of niet terechte communicatie. Fipronil is niet alleen aangetroffen in zogenaamd gangbare bedrijven, maar ook in biobedrijven, bedrijven met vrije uitloop, en deze morgen las ik zelfs bij hobbykwekers. Het heeft met andere woorden niets te maken met het productiemodel. Het is merkwaardig dat een bestrijdingsmiddel als fipronil in de markt kan worden gebracht als een biologisch middel zonder afdoende controle op de inhoud, en dat het in tientallen bedrijven verspreid geraakt bij mensen die zelf geen schuld treft.

Minister, mijn suggesties voor de aanpak van de crisis zijn de volgende. Volksgezondheid is prioritair, ook als die niet onmiddellijk in het gedrang is gebracht. Paniek in een crisissituatie, niet alleen in deze, maar in om het even welke crisissituatie, is nooit een goede raadgever en werkt contraproductief. Efficiënte en permanente communicatie naar de consument, maar ook naar de producent is noodzakelijk. Een aanpak in Europees verband is in deze zaak hoe dan ook niet alleen wenselijk, maar absoluut noodzakelijk. Zeer belangrijk: geloofwaardigheid en het vertrouwen in de markt herstellen, daar zal keihard aan moeten worden gewerkt.

De vraag naar vergoeding voor de geleden schade in de sector is logisch, begrijpelijk en verantwoord. Dan volgen natuurlijk de vragen: is er al een juiste en betere kijk op hoeveel schade er effectief is? Hoeveel bedrijven zijn er vandaag nog die hun eieren niet mogen leveren? Gedurende welke periode zal dat nog zijn? Hoe zal dit verder worden opgevolgd? Wat zijn de verwachtingen dat die eieren opnieuw mogen worden vrijgegeven? Wat zijn de mogelijkheden op het Europese niveau voor crisismiddelen, zeker aangezien meerdere Europese bedrijven zijn getroffen? Is er een mogelijkheid tot vergoeding via het Sanitair Fonds – ik verwijs naar de dioxinecrisis – of overbruggingskredieten met staatssteun? Ik heb gelezen dat minister Muyters contact zou hebben met de bankensector om de mogelijkheden daar te bekijken. Is dat overleg al gebeurd en wat zijn de resultaten? Zijn er eventueel mogelijkheden via het VLIF?

In de regeringsverklaring van deze Vlaamse Regering vond men de voedingssector in Vlaanderen – men sprak over Flanders Food Valley – bijzonder belangrijk. Dat is correct. De fundamentele vraag is natuurlijk hoe we in de toekomst een dergelijke crisis kunnen voorkomen. Hoe gaan we vanaf vandaag en morgen het vertrouwen opnieuw opbouwen?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, bedankt voor de verschillende uiteenzettingen. Ik wil beginnen met duidelijk te stellen dat in de eerste plaats de consument, maar ook de producenten zelf, de sector het grote slachtoffer zijn van wat hier is gebeurd. Het is jammer dat sommigen de sector met de vinger wijzen, terwijl die zelf ook het slachtoffer is van een frauduleuze praktijk. Het gaat om een frauduleuze toeleverancier die een product heeft toegevoegd dat eigenlijk verboden is om daarvoor te worden gebruikt, en waar men niet van op de hoogte was. Het heeft dus niets te maken met een praktijk door producenten die niet is toegelaten, het is echt frauduleus volgens de informatie die we op dit moment hebben. Het is ook goed dat er een gerechtelijk onderzoek over plaatsvindt op dit moment en dat het parket daar zijn werk kan doen.

Collega’s, alles inzake veiligheid van de voedselketen is een federale bevoegdheid. Dat zit bij twee federale ministers, mevrouw De Block en de heer Ducarme. Dat wordt door hen aangestuurd. U weet dat er vorige week een bijzondere commissie heeft plaatsgevonden in het federale parlement, waar het FAVV toelichting heeft gegeven over de aanpak van deze crisis. Dat is dus een federale bevoegdheid. Er is ook een crisiscel opgericht en een callcenter waar iedereen terechtkan met specifieke vragen. Die bevoegdheid situeert zich daar. Het hele debat of het FAVV al of niet goed werk heeft gedaan, hoort thuis in het parlement waar daarover vorige week uitgebreid toelichting is gegeven.

Hoe zijn we vanuit onze bevoegdheid in dat debat betrokken geweest? Het is onze eigen dienst, de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), die zelf contact heeft opgenomen met het FAVV op 31 juli. We kregen berichten over onderzoek dat plaatsvindt naar fipronil, vooral inzake de mest. Ze hebben zelf contact genomen met het FAVV, waarna ze informatie hebben ontvangen.

Op 10 augustus heeft er een vergadering plaatsgevonden, maar dat is al overal uitgebreid aan bod gekomen. De premier heeft er alle niveaus, de Federale Regering en de gewestelijke deelregeringen, maar ook de betrokken sectoren samengebracht, om een ruimer overleg te hebben over hoe we dit nu verder gaan aanpakken. Er zijn zes conclusies uit getrokken. De eerste is dat er een taskforce wordt opgericht die de zaken technisch verder uitklaart. De eerste technische taskforce vindt morgen plaats om 10 uur in de Wetstraat 16. Daar zal onder andere de laatste stand van zaken worden gerapporteerd. Daar zal natuurlijk ook worden geluisterd naar de sectoren. Vlaanderen en de andere gewesten kunnen daar een aantal punten op de tafel leggen. Uiteraard zullen we bepaalde punten die hier aan bod zijn gekomen, morgen op de tafel leggen.

De tweede conclusie was dat het FAVV zo snel mogelijk alle informatie vrijgeeft aan iedereen en ruim communiceert over de geblokkeerde bedrijven. Gisteren nog is er een nieuw persbericht van het FAVV met de laatste stand van zaken de deur uitgegaan.

De derde conclusie uit de vergadering van 10 augustus was dat de Federale Regering verder overleg zal plegen over wat er financieel, maar ook fiscaal en sociaal moet gebeuren, maar ook wat men kan doen voor de sector, die toch enorme gevolgen ondervindt, terwijl hij niet aan de oorzaak ligt. Er wordt ook een uniek loket opgericht.

De vierde conclusie is dat de federale overheid financieel en juridisch zal bestuderen of er overbruggingskredieten zullen worden toegekend aan de sectoren. De vijfde conclusie is dat er met Europa contact zou worden genomen vanuit de federale overheid in samenspraak met de deelstaten, en dat er met de andere getroffen Europese landen, namelijk Duitsland en Nederland – maar dat breidt uit, zoals door collega's is gezegd – contact wordt opgenomen om dat dossier samen Europees op de tafel te leggen. In september is er een overleg met de Europese commissaris over dit thema. De zesde conclusie gaat over de ruime communicatie naar de consumenten, namelijk dat die op een correcte manier moet verlopen.

Wat staat er nog op de agenda? Deze namiddag om 14 uur is er een overleg op Vlaams niveau. Ik heb dat samengeroepen in overleg met collega Muyters. Wie is daarop uitgenodigd? Alle organisaties die deel uitmaken van Agrofront, de werkgevers en de distributiesector. Daar gaan we de laatste stand van zaken opmaken wat betreft de economische schade. We gaan dat breed bekijken en op basis daarvan luisteren naar verschillende vragen die op tafel liggen en bekijken hoe we dat verder aanpakken.

Volgende week is er een vergadering, ook in samenspraak met collega Muyters, waar ik ook aanwezig zal zijn, met de banken, om naar hen te luisteren of zij een tegemoetkoming kunnen doen aan de sector die met liquiditeitsproblemen zit. We hebben dat ook gedaan in de Ruslandcrisis. Toen hebben wij ook de banken samengebracht en gekeken hoe we de nodige goodwill kunnen creëren bij de banken om te zorgen dat zij voor de sectoren die zonder dat zij fouten hebben gemaakt of er zelf schuld aan hebben, in financiële problemen komen, niet direct tot actie overgaan maar ook de nodige empathie en goodwill aan de dag leggen. Dat zijn dus twee vergaderingen die we samen hebben afgesproken, de ene deze namiddag en de andere volgende week.

Ik heb in de inleiding al gezegd dat alles erop wijst dat er fraude van een toeleverancier of een dienstleverancier in het spel is en dat dat de oorzaak is van de hele crisis die we nu kennen. Ik heb al een paar keer in de media gezegd, en ik blijf dat herhalen, dat als iemand moedwillig fraude pleegt en daardoor schade ontstaat, het aan degene is die de schade heeft veroorzaakt, die moedwillig heeft gefraudeerd, om die schade te vergoeden. Dat is logisch. Als we het anders zouden doen, zou het misschien zelfs een signaal zijn naar fraudeurs dat als er schade is, de overheid zich wel zal bemoeien en alles zal betalen. We moeten er alles aan doen opdat het gerechtelijk onderzoek goed verloopt, dat de schuldigen kunnen worden aangeduid, dat er goede dossiers worden ingediend, maar ook dat alle schade die veroorzaakt is, goed op de tafel komt en er een degelijke burgerlijkepartijstelling is waar die schade kan worden geraamd.

Aan de collega's die op dit moment aan mij vragen of er al een zicht is op de omvang van de schade en de economische gevolgen van dit alles, zeg ik dat we er op dit moment nog geen klaar zicht op hebben. De gedetailleerde informatie zit vooral bij het FAVV. Pas op het moment dat alles weer is vrijgegeven, alles is opgelijst en de burgerlijkepartijstellingen zijn verzameld en ingediend, zullen we daar een heel duidelijk zicht op hebben. Uiteraard zal deze namiddag in de vergadering met de ruime sector aan bod komen wat de laatste stand van zaken is.

Het heeft volgens mij ook niets te maken met het type landbouw of veehouderij waar wij voor staan. Het is al vaak in de commissie aan bod gekomen dat wij vanuit de Vlaamse overheid alle soorten landbouw ondersteunen. Of het nu de korte keten is, kleinschalig of grootschalig, dat maakt voor de overheid niet uit. Wij ondersteunen alle soorten landbouw. Wij maken daar geen keuzes in. Het is de bedrijfsleider zelf die die keuze moet maken. Waarom zeg ik dat? Ik zie hier geen verband met al of niet kleinschalige of intensieve veehouderij. Zoals de voorzitter, collega Rombouts en nog andere collega's reeds hebben aangehaald, zijn zelfs bedrijven die vrije uitloop kennen of biobedrijven zijn, bijvoorbeeld in Nederland, evengoed betrokken in dit schandaal omdat zij een natuurlijk product hebben aangekocht dat is aangeprezen door de toeleverancier, maar waarvan blijkt dat ermee gesjoemeld is en er andere producten in zitten. Eigenlijk heeft dit dus niets te maken met welk soort landbouwmodel wij kennen.

De sector zelf culpabiliseren, vind ik heel verregaand. De sector zelf is het grootste slachtoffer en is heel zwaar getroffen. Ik vind het jammer dat er politiek geprobeerd wordt om de sector zelf te gaan culpabiliseren. Daar moeten we heel voorzichtig mee zijn. Zij zijn het eerste grote slachtoffer, samen met de consument, van wat zich hier heeft afgespeeld. Zij hebben grote zorgen om goede eieren te produceren, conform de normen op het vlak van milieu en dierenwelzijn en zijn daardoor getroffen.

Je hebt aan de ene kant de eieren die het verboden product bevatten, maar ik heb ook een aantal vragen gekregen, collega Sintobin, over de mest. Het klopt dat ook in mest er een restproduct van fipronil is aangetroffen en dat er dan ook actie is ondernomen door de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Vandaar ook dat de VLM op 31 juli contact heeft opgenomen met het FAVV om de lijsten te krijgen van de betrokken bedrijven. Wij hanteren eigenlijk dezelfde aanpak die ook in het buitenland wordt toegepast: alle kippenmesttransporten afkomstig van pluimveebedrijven die op de lijst staan, zijn preventief geblokkeerd. Die mest kan enkel als categorie 1-afvalproduct worden afgevoerd naar een erkende verbrandingsinstallatie. Dat brengt inderdaad een meerkost met zich mee. Maar vanuit het voorzorgsprincipe is het logisch dat de mest die dat product bevat, niet meer kan worden uitgevoerd op het land en op een veilige manier moet worden verwerkt. Als uit staalnames blijkt dat de fipronilwaarden in de mest zich onder de grenswaarden bevinden, kan die wel worden vrijgegeven. Het is niet iets wat wij vanuit de Mestbank of de VLM hebben uitgevonden, het wordt Europees geregeld. Het is ook logisch dat wij dat op die manier, op een veilige voorzorgsmanier volgen.

Er wordt ook goed gecommuniceerd met de verschillende bedrijven die daardoor getroffen worden. Er is ook een heel duidelijk aanspreekpunt per regio binnen de VLM en de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), waar zij terechtkunnen voor alle informatie.

Er zijn nog heel wat andere bijvragen gesteld. Ik zal proberen om die allemaal zo goed mogelijk te beantwoorden. De eerste vraag ging over hoe het nu zit met schadevergoeding, overbruggingskredieten en waarborgen. Er is inderdaad van alles gezegd en geschreven. Ik blijf bij mijn standpunt. Ik wil nog eens herhalen dat ik vind dat wie fraude heeft gepleegd, moet opdraaien voor de gigantische schade die daardoor is opgetreden. Die lijn moeten we aanhouden. Ik zal dat op dezelfde manier blijven verdedigen.

We weten allemaal dat een gerechtelijk onderzoek en het voeren van een volledig proces heel veel tijd in beslag kan nemen. Ondertussen zijn er landbouwbedrijven die in de problemen kunnen komen met liquiditeiten. Daarom denkt de federale overheid na over overbruggingskredieten. Dat is niet iets dat wij op de tafel leggen of dat wij willen doen. Dat is een beetje de verwarring waar collega Vermeulen het over heeft. Wat wij willen doen vanuit Vlaanderen, is ons binnen het VLIF borg stellen. Wij willen in een waarborg voorzien. Wanneer landbouwbedrijven die getroffen zijn, een overbruggingskrediet krijgen, of dat nu federaal is – we moeten afwachten of men dat federaal zal doen –, of dat nu komt via de banken – het bankenoverleg zal volgende week plaatsvinden –, dan vraagt men vaak dat er een waarborg wordt gesteld. Maar de bedrijven zijn daar niet meer toe in staat. De bedoeling zou zijn dat wij een ministerieel besluit maken – we hebben dat ook gedaan naar aanleiding van de Ruslandcrisis – waarin we een waarborg stellen vanuit de overheid als dat overbruggingskrediet om een of andere reden niet zou kunnen worden terugbetaald. Dan staat de overheid garant en geeft een waarborg om op die manier de bedrijven te helpen.

Dat is heel redelijk. We kunnen dat binnen onze landbouwbevoegdheid doen voor de landbouwbedrijven, maar niet voor de andere sectoren. Het VLIF is er voor de landbouwbedrijven. Er zijn me hierover vragen gesteld. Indien, bijvoorbeeld, eierhandelaars of andere organisaties die in eieren handelen, hierdoor zijn getroffen, kunnen we het waarborgfonds van het VLIF niet gebruiken. Dat zal op een andere manier moeten gebeuren.

Ik heb al overleg gepleegd met minister Muyters. Ik heb begrepen dat hij nagaat of hij vanuit zijn bevoegdheid voor economie eventueel een regeling voor die andere sectoren kan uitwerken. Dat is iets wat hij verder moet bekijken.

Het gaat niet om een potje dat we bij het VLIF wegnemen. Het gaat om een waarborg die wij verstrekken. Er is me al gevraagd of we kunnen werken aan een systeem waarin de sector zichzelf verzekert. Dat kan uiteraard, maar dat systeem bestaat al. De heer De Croo heeft er daarnet al naar verwezen. Dit systeem is uitgewerkt naar aanleiding van de dioxinecrisis. De sector heeft toen vastgesteld dat het nodig was zelf een fonds op te richten. Indien zich dan nog een crisis zou voordoen, zou dat fonds kunnen worden aangewend om de sector tijdelijke overbruggingen te geven en om ervoor te zorgen dat de grootste noden worden weggenomen. Dat is het Sanitair Fonds, dat bestaat op het niveau van de federale overheid. De sector draagt hier zelf toe bij.

Aangezien de procedure nog lang kan duren, vind ik het meer dan logisch dat het Sanitair Fonds in eerste instantie die voorschotten zal betalen indien sectoren in de problemen komen. Ik zal dat morgen ook op tafel leggen tijdens het overleg met de federale overheid. Dat geld zit daar. Het fonds is ervoor opgericht. Het is een bevoegdheid van de federale overheid. Dit fonds kan hiervoor worden aangewend.

Ik vind dat wie de schade heeft veroorzaakt, de schade ook moet vergoeden. Indien we als Vlaamse overheid iets zouden willen doen, kunnen we dat niet zomaar. Er is nog zoiets als de Europese regeling inzake staatssteun. Zodra we tussenbeide komen, moeten we de Europese Commissie eerst vragen of we dat kunnen doen. We moeten vragen of dit geen staatssteun is die onrechtmatig wordt toegekend of die een verstoring van de markt met zich zou kunnen meebrengen.

Mijnheer Engelbosch, we zouden vanuit het PDPO eventueel een calamiteitenfonds kunnen oprichten. Volgens mij bestaat dat al binnen de federale overheid. Ik zie er de meerwaarde niet van in dat binnen het PDPO voor landbouw te doen.

Ik vind het zeer belangrijk dat een dergelijke verzekering nooit tussenbeide zal komen indien fraude is gepleegd. Indien er fraude is gepleegd, zal de verzekeraar naar de veroorzaker kijken en daar alles op verhalen. Een dergelijke verzekering kan goed zijn voor bepaalde weersfenomenen of uitzonderlijke omstandigheden, maar niet als de sectoren in de problemen komen door malafide praktijken die niet door de beugel kunnen. Het lijkt me geen oplossing voor deze problematiek.

Mijnheer Beenders, we hebben de schade nog niet in kaart gebracht. Het FAVV beschikt momenteel over de meest gedetailleerde informatie. Ik denk echter niet dat het FAVV al over alle gedetailleerde gegevens beschikt. Eenmaal we ons verder in het proces bevinden, zullen we dit volledig in kaart kunnen brengen.

Wat de export en de productie betreft, brengen onze landbouwdiensten alles nauwgezet in kaart. Indien we over cijfers beschikken, zullen we ze natuurlijk op een transparante wijze bekendmaken. Die cijfers zijn trouwens voor heel de sector en daarbuiten beschikbaar. We kunnen hieruit een en ander distilleren, maar op dit ogenblik hebben we nog geen zicht op de exacte schade of op de gevolgen. Daarvoor is de tijdspanne waarin de crisis zich afspeelt, nog te kort.

Er is me gevraagd wat ik morgen, tijdens de vergadering van de taskforce, als Vlaams minister op tafel zal leggen. Ik vind dat we in de werkgroep duidelijke afspraken moeten maken. Wie moet op welk ogenblik wie op de hoogte brengen indien er een probleem is? We moeten daar nog duidelijker afspraken over maken. Volgens mij is het voor iedereen duidelijk dat goede informatie nog specifieker moet worden uitgewisseld. We moeten een to-dolijstje hebben waarop staat wie op welk ogenblik moet worden verwittigd. Het lijkt me nuttig en nodig dit lijstje op te stellen. Met betrekking tot de vraag wie op welk ogenblik moet worden geïnformeerd en bij de zaak moet worden betrokken, moeten we lessen trekken uit wat zich nu heeft afgespeeld.

Ik zal tevens op tafel leggen dat het Sanitair Fonds moet bijdragen en dat we allemaal samen aan de Europese Commissie moeten vragen om te kijken naar de crisisfondsen en naar de wijze waarop de crisis zich uitbreidt. Dit doet zich niet enkel voor bij ons. Het is duidelijk dat dit op Europese schaal goed moet worden onderzocht.

Mijnheer Beenders, u hebt gevraagd of een werkgroep moet worden opgericht met betrekking tot de landbouwschaal. U hebt die debatten in de commissie niet meegemaakt. We hebben hierover al heel vaak van gedachten gewisseld. We hebben hierover hoorzittingen gehouden. Volgens mij wisselen we hierover vaak van gedachten.

Vanuit de overheid speelt voor mij het landbouwmodel op zich geen rol. Ik ondersteun alle landbouwmodellen. Ik ben de minister van Landbouw van alle landbouwsoorten. Ik vind het onaanvaardbaar dat er wordt gesjoemeld en dat er fraudeurs zijn. Heel de sector doet heel hard zijn best. Dat geldt voor de biosector en voor de grotere industriële landbouw. Iedereen doet zijn best om goede, gezonde producten af te leveren. Ik vind het bijzonder erg dat heel de sector, van biolandbouw tot industriële landbouw, wordt meegetrokken in een crisis waarmee die bedrijven niets te maken hebben. We moeten er trouwens alles aan doen om dat imago te herstellen. Ik kom daar straks nog op terug.

Mijnheer Dochy, uw vragen over het crisisfonds heb ik daarnet al beantwoord. We zullen die vraag uiteraard aan de Europese Commissie stellen. De waarborg vanuit het VLIF heb ik daarnet al geduid. Daarnaast komen natuurlijk nog twee bijkomende kosten op de sector af.

Rendac staat in voor de vernietiging van de eieren. Ik heb vanuit de sector signalen ontvangen dat voor die vernietiging hoge bedragen worden gevraagd. We zullen dat deze namiddag nog verder bespreken. Ik zal, samen met de sector, nagaan wat we Rendac kunnen vragen. Het is natuurlijk een bedrijf. De overheid heeft hier niet echt een impact op. Ik vind het maar logisch dat we nagaan hoe we ervoor kunnen zorgen dat het om redelijke bedragen gaat.

De verbranding van de mest is een tweede bijkomende kost die op de bedrijven afkomt. Ik heb daarnet geduid waarover het gaat. Het gaat om een beperkt aantal bedrijven dat mest moet verbranden. Indaver zal hiervoor zorgen. Indaver zal met Nederland samenwerken om over voldoende capaciteit te beschikken. Deze namiddag zullen we, samen met de sector, nagaan hoe we die verwerking moeten benaderen.

Wat het economisch aspect betreft, is me gevraagd op welke manier de overheid zelf de procedure kan voeren. De taskforce zal dit morgen bekijken. Het lijkt me logisch dat de federale overheid de verzameling van de dossiers zou trekken en dat de overheid actie zou ondernemen. Indien bepaalde gegevens nuttig zouden zijn of indien we kunnen bemiddelen, zal onze landbouwadministratie dat natuurlijk graag doen. Ik vind het echter belangrijk dat we goede afspraken maken.

Het heeft geen zin dat landbouworganisaties, de federale overheid en de gewesten elk op hun eigen manier beginnen allerlei dossiers op te stellen. Morgen moeten we, over alle bestuursniveaus heen, goede afspraken maken over hoe we dit zullen aanpakken. De dossiers moeten goed in elkaar zitten. Er moet een correct dossier worden ingediend voor alle schade die een oorzakelijk verband met de fraude heeft, zodat die schade nadien kan worden vergoed.

Mijnheer Caron, u hebt voor duidelijkheid gepleit. Iedereen pleit uiteraard voor duidelijkheid. Wij hebben dat ook gedaan. Om die reden hebben onze diensten contact opgenomen met het FAVV en werken we actief mee aan de werkgroep die is opgericht.

U vroeg of ik over cijfers beschikte over hoeveel controles er de voorbije vijf jaar zijn uitgevoerd naar de aanwezigheid van fipronil. Daarop moet ik ‘nee’ antwoorden. Dit is een bevoegdheid van het FAVV, wij beschikken niet over die gegevens.

De gevolgen van de export zijn we in kaart aan het brengen, specifiek voor de landbouwsector en de ruime voedingssector, waarnaar ook de voorzitter heeft verwezen.

Mijnheer De Croo, u vraagt hoe het nu zit met de ruime sector en de eierprijs. De eierprijs wordt wekelijks vastgelegd en gerapporteerd aan de Europese Commissie. De eerste week is de prijs inderdaad met 6 procent gestegen. We moeten dat verder opvolgen. Aan de hand van de eerste analyses die wij krijgen, krijgt de export uiteraard klappen.

U stelt ook de vraag of de volksgezondheid bedreigd is. Dat is een federale bevoegdheid. Ik heb uiteraard contact gehad met mijn collega Jo Vandeurzen. De vraag van mevrouw Robeyns, die vandaag niet aanwezig is, was namelijk voor een deel ook aan hem gericht. Ze vroeg namelijk hoe het zit met de volksgezondheid, met het welzijn van de mensen. Ook de heer Sanctorum heeft daarover vragen gesteld. Ik heb informatie ontvangen van de diensten van minister Vandeurzen. Zij stellen dat dit een federale bevoegdheid is. De federale overheidsdienst Volksgezondheid heeft vorige week in het parlement verkondigd en ook aan de diensten van Jo Vandeurzen laten weten dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid.

Mijnheer Sanctorum, uiteraard moeten we het gebruik van alle soorten bestrijdingsmiddelen, pesticiden goed blijven opvolgen. Dat is iets dat Europees wordt aangepakt. U weet dat er op Europees niveau het agentschap is, dat alle producten screent die worden verboden of toegelaten, met een onafhankelijk, ruim wetenschappelijk panel. Op basis daarvan nemen zij beslissingen.

Het is ook op basis daarvan dat men heeft beslist dat fipronil iets is dat kan worden gebruikt, vooral voor huisdieren als honden en katten. Zo bevat een kattenband tegen vlooien fipronil. Dat is toegelaten. Het kan ook worden gebruikt in bepaalde teelten, maar is niet toegelaten in de sector waarin het nu gebruikt is, de sector van de leghennen. Dat is een duidelijk voorschrift vanuit Europa, dat door de fraudeurs hier met de voeten is getreden. Dat heeft de gevolgen gehad die we op dit moment ook allemaal zien.

Mijnheer Engelbosch, u vraagt hoe dat concreet in zijn werk gaat. Weet die landbouwer van niets? Gebruikt die dan een product waarvan hij niet weet wat erin zit? Dat is natuurlijk net wat het onderzoek zal moeten uitwijzen. Ik weet dat ook niet. Ik was er niet bij toen dat allemaal is verkocht en onderhandeld. Ik weet dat ook niet. Maar ik hoop en heb er vertrouwen in dat dat gerechtelijk onderzoek dat aan het licht zal brengen. Het lijkt mij logisch dat het parket daar verder naar zal polsen, heel veel mensen daarover zal ondervragen en de waarheid daarover aan het licht zal brengen.

Mevrouw Rombouts, de controle van import en export van dergelijke producten is eveneens een federale bevoegdheid. Het is het FAVV dat de export en import van producten controleert, die ook aftekent en bekijkt wat erin zit. Er moet inderdaad op Europees niveau worden bekeken hoe dat mogelijk is. Het FAVV zal daarover op federaal niveau verder duiding moeten geven. We moeten vanuit de federale overheid daarover op Europees vlak het debat verder aangaan.

Ook de communicatie over de landsgrenzen heen – daar hebt u een punt – is iets dat op Europees niveau verder moet worden bekeken. Ook de controle, de etikettering van producten – of het nu industriële of natuurlijke producten zijn – gebeurt door het FAVV en op Europees niveau. Het is een federale bevoegdheid. Het lijkt mij logisch – voor zover ik daarover uitspraken moet doen – dat dit op een correcte, goede manier moet gebeuren. Iedereen heeft uiteraard recht op correcte producten die juist worden gerapporteerd en geëtiketteerd.

Mijnheer Vanderjeugd, ik heb een antwoord gegeven op de vraag wie er deze namiddag rond de tafel zit. We hebben de logica van het federale niveau doorgetrokken: het Agrofront, de werkgevers en de distributiesector.

Ik weet dat er vragen zijn om ook andere sectoren of organisaties daarbij te betrekken. Ik sta daar uiteraard voor open. Ik heb begrepen dat men ook morgen bij het overleg is. Voor deze namiddag hebben we de lijn van de eerste federale meeting doorgetrokken: Agrofront, de werkgevers en de distributiesector. Maar ik sluit niet uit dat ook de ruimere pluimveesector daarbij wordt betrokken.

Mijnheer De Meyer, heel veel van uw vragen zijn al beantwoord. We moeten inderdaad op korte termijn maatregelen nemen, maar ook op lange termijn. Uit elke crisis kun je lessen trekken. Elke crisis zorgt voor een verbetering. Dat is jammer genoeg zo gebeurd met de dioxinecrisis, en we zullen dat ook vandaag moeten doen. Op lange termijn moeten we daaruit conclusies trekken, zowel vanuit de meerderheid als vanuit de oppositie, op alle niveaus. We zullen dat vanuit Vlaanderen ook zeker doen.

Ik heb er daarnet al op gewezen dat we goede afspraken moeten maken rond de communicatie. Ik denk dat heel wat zaken verder moeten worden uitgeklaard op het Europese niveau. En dan is er natuurlijk ook het Sanitair Fonds, mijnheer De Meyer, waarnaar u verwezen hebt, met de vraag hoe dat nu zit, of dat moet bijdragen. Volgens mij is dat het eerste fonds dat moet bijdragen. Het is daarvoor opgericht. De middelen komen uit de sector en kunnen daarvoor worden aangewend. Het was net naar aanleiding van de dioxinecrisis dat dat Sanitair Fonds is opgericht.

Wij proberen vanuit de bevoegdheid die we hebben – en die is in dezen beperkt – het nodige te doen – ik verwijs dan naar het VLIF. Maar het laatste punt waarbij ik even wil stilstaan – en dat hebben ook heel wat collega’s aangehaald – is de enorme knauw die de sector in zijn geloofwaardigheid, in het consumentenvertrouwen, maar ook wat betreft de export naar het buitenland heeft gekend. Ik vind dan ook dat het onze eerste taak is om op korte, maar ook op lange termijn te proberen om dat vertrouwen in die sector, in onze ruimere voedingsindustrie, zoveel mogelijk te herstellen. En dat vind ik dan wel een taak van de Vlaamse overheid.

Hoe zullen we dat doen? Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) voert promotie rond onze producten. We vinden dat we nog veel meer en beter onze getroffen producten in de markt zullen moeten zetten. Het gaat dan in de eerste plaats over de eieren. Dat zullen we ook doen. VLAM heeft daarin een belangrijke taak om dat op die manier zoveel mogelijk terug te herstellen. We zullen vanuit de overheid overleg plegen met VLAM om na te gaan hoe dat op de beste manier verloopt.

Het klopt – een paar collega’s hebben dat gezegd – dat deze crisis aan het licht is gekomen door onder andere autocontrole. Het FAVV heeft in het federale parlement toegelicht hoe alles is gelopen. Maar de eerste alarmbel is er gekomen door de sector zelf die controle doet. Men heeft vastgesteld dat er een product was dat ze niet gebruiken. Zij hebben dat gemeld bij het FAVV. Op zich is dat een goed signaal. Het toont aan dat de sector die controles doet en ook inzet op de veiligheid. Ik denk dat we misschien nog meer moeten benadrukken, ook naar het buitenland toe, dat die sector nu inderdaad in een crisis zit, dat er iets gebruikt is dat niet kan, dat het om fraude gaat en dat dit net aan het licht is gekomen door ons goede controlesysteem. Ik weet dat het een dubbel verhaal is, maar we moeten dat op een goede manier communiceren.

Een aantal collega’s hebben gezegd dat geloofwaardigheid heel snel verdwijnt, maar heel traag terugkomt. Ik vrees dat het inderdaad een werk van lange adem zal zijn. Maar we zullen, binnen de bevoegdheden die we hebben, zoveel mogelijk het imago van de sector op die manier blijven promoten, in binnen- en buitenland, want het is belangrijk dat we dat ook naar buiten toe doen.

Ook daar zal Europa, zeker buiten de Europese grenzen, gezamenlijk dat vertrouwen moeten herstellen en – en dat zal ook mijn vraag zijn – voldoende middelen moeten uitrekken om die geloofwaardigheid in het buitenland, buiten de Europese Unie, te herstellen.

Collega’s, ik heb u een overzicht gegeven van de geplande vergaderingen en de vergaderingen die de voorbije dagen hebben plaatsgevonden. Ik heb ook duiding gegeven bij de context en bij wat wij vanuit de Vlaamse overheid, binnen onze bevoegdheden, die – ik herhaal het nog eens – beperkt zijn, willen doen.

Wat onze Vlaamse bevoegdheden betreft, heb ik verwezen naar de waarborg binnen het VLIF en naar VLAM. De mestopslag is geblokkeerd omdat er heel veel stalen moeten worden genomen. Dat kost veel geld, en ik heb dan ook de intentie om na te gaan of we binnen onze budgetten de sector kunnen tegemoetkomen voor die extra kosten. Dat is iets wat wij vanuit onze eigen bevoegdheden kunnen doen en dat dus niet rechtstreeks gelinkt is aan schade door de fraude. Het gaat over een bijkomende kost die daaraan gekoppeld is. Zelfs al gaat het om een kleine bijdrage, we kunnen ten aanzien van de sector een geste doen om de kostprijs van die meststalen naar beneden te halen.

De voorzitter

Minister, ik dank u namens de collega’s voor uw antwoord. Het benadrukt nogmaals de complexiteit van het probleem. Sommige elementen van het dossier zullen nog weken, maanden of zelfs jaren opvolging vragen.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het serene debat, hoewel sommige partijen toch hebben geprobeerd om een debat te voeren over het soort landbouw dat we in Vlaanderen zullen moeten gaan uitoefenen. Dit was echter niet het onderwerp van discussie vandaag. Er zijn nog andere vragen gesteld en uitspraken gedaan die me enigszins tegen de borst hebben gestuit, mijnheer Engelbosch, maar het was blijkbaar niet uw bedoeling, met name de vraag hoe een landbouwer een dergelijk product kan kopen en of die niet weet wat daarin zit. Ik denk dat er ook in andere sectoren malafide verkopers zijn, ik stel me soms ook vragen bij andere oplichterijen. Ik denk dat landbouwers te goeder trouw zijn en vooral bezig zijn met hun bedrijf en hun administratie. Zij hebben enorm veel werk en als er dan een verkoper langskomt die een topproduct aanbiedt, gaat de landbouwer niet vragen wat daarin zit en dergelijke. Maar de bedoeling van uw verhaal was iets anders.

Er zijn een aantal serene uiteenzettingen geweest. Ik ben ook blij, minister, met de lijst die u hebt gemaakt van afspraken die zijn gemaakt op 10 augustus en van wat er mogelijk is op het federale en Vlaamse niveau. Ik heb een heilige schrik van taskforces en werkgroepen, we hebben er in het verleden in andere sectoren ook al tal van opgericht.

Ik ben het met u eens dat u zegt dat de fraudeurs de schade zullen moeten betalen. U hebt terecht ook opgemerkt hoe lang gerechtelijke procedures, zeker in dergelijke gevallen, kunnen duren. Voor een aantal landbouwers is de nood momenteel bijzonder hoog. Zij hebben geen nood aan gerechtelijke procedures waar ze jarenlang in verwikkeld zitten, om dan nog niet te spreken over het financiële en emotionele aspect. Landbouwers hebben noodhulp nodig en vandaar uw verwijzing naar het VLIF. De waarborgstelling is een heel goede zaak. Het Sanitair Fonds is daarvoor opgericht en moet daarvoor worden gebruikt. We moeten nagaan waar de nood eerst moet worden gelenigd.

Wat Europa betreft, bewijst het nogmaals onze kritische houding tegenover Europa dat een land in een dergelijke situatie eerst moet gaan vragen of het zijn landbouwers mag steunen wanneer zich een crisis voordoet. U kent ons standpunt daarover.

Ik ben ook blij dat u de sector tegemoetkomt voor wat het kippenmesttransport en eventueel ook Rendac betreft. Het zijn natuurlijk vooral de producent en de consument – en ik ben blij dat u dat vermeldt – die hier het slachtoffer van zijn. Wat VLAM betreft, gaat het over een maatregel die we op relatief korte termijn zouden kunnen nemen.

Wat het economische aspect betreft, zullen er hopelijk zo snel mogelijk oplossingen uit de bus komen. Verder denk ik ook vooral aan de imagoschade. Politieke partijen en media hebben van deze crisis gebruikgemaakt om alles op te blazen. Ze hadden het over een tweede dioxineschandaal, terwijl ze weten hoe gevoelig mensen daarvoor zijn. Ik vind het een echte schande, en ik durf dit nu na dit debat te zeggen, wat er is gebeurd en wat sommige politici die nu wat terugkrabbelen na de uitleg die ze hebben gekregen en sensatiebeluste media durven te zeggen. Maar hoe meer sensatie, hoe groter de krantenverkoop, dus hoe groter de koppen, hoe beter.

Mijnheer Sanctorum, ik ga akkoord dat we waakzaam moeten zijn voor dergelijke zaken, maar ik ben toch blij dat minister Schauvliege en andere, federale, ministers hebben bevestigd dat er geen probleem was met de volksgezondheid, en ik hoop dat de hier aanwezige media dat opnemen.

Minister, zou u voor de eerste vergadering van het nieuwe parlementaire jaar een lijst van de aangekondigde maatregelen kunnen bezorgen?

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

In de politiek is het gangbaar dat elke kraai denkt dat zijn eieren het witst zijn. In deze commissie leek het eerste ei, dat werd gelegd door de heer Beenders, me een windei te zijn.

Minister, u hebt onze steun in uw aanpak. We hebben dezelfde overtuiging. U bent net als de N-VA gewonnen voor een samenwerking tussen de banken en de eiersector om te voorzien in kredieten met een waarborgregeling, via het VLIF bijvoorbeeld. U bent ervoor gewonnen dat niet de overheid maar de fraudeurs de schadevergoeding moeten betalen. De eieren vallen inderdaad niet altijd bij de overheid te halen. Ik stel me daar een vraag bij: wat als de fraudeur niet veel pluimen op zijn kop meer heeft maar een kale kip blijkt te zijn?

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Ik zou kunnen ingaan op alle kritiek die ik op mijn uiteenzetting heb gekregen, maar ik vind dat de minister daar op een correcte manier op heeft gereageerd, en dat apprecieer ik het meest. Wat is wel niet apprecieer, is het woord ‘schandelijk’ dat de heer Vanderjeugd in de mond heeft genomen. Ik vind dat woord nogal fel overdreven, zeker wanneer iemand van zijn eigen partij zegt dat er pas iets mis is met de volksgezondheid wanneer er iemand in het ziekenhuis belandt. We moeten niet zo kort door de bocht gaan. Het is onze taak ervoor te zorgen dat we niet evolueren van crisis tot crisis. Binnen deze discussie zouden we een breder debat moeten kunnen voeren om bepaalde zaken die vandaag worden toegepast in de landbouw, welk type dan ook, in vraag te stellen en te bespreken. Dit is het forum om dat te doen. Als dat niet wordt geapprecieerd door de meerderheid, is dat haar probleem, maar ik vind het ver van correct om te proberen ons daarmee te destabiliseren. Ik sta dan ook volledig achter mijn uiteenzetting en wilde nu enkel nog eens de puntjes op de i zetten.

Minister, we hebben deze commissie bijeengeroepen om een duidelijker beeld te krijgen van de situatie, en ik denk dat u alle informatie hebt gegeven die vandaag beschikbaar is. U hebt dat op een serene en correcte manier gedaan, en ik hoop dat u ook de volgende dagen en weken, wanneer een aantal cruciale vergaderingen op de agenda staan, op tafel zult blijven kloppen, vooral om de belangen van de Vlaamse landbouwers en de getroffen bedrijven te verdedigen. Ik hoop dat ook uw minister-president inspanningen zal doen om in het buitenland het imago en het vertrouwen te herstellen. VLAM zal inspanningen doen die vooral voor Vlaanderen belangrijk zijn, maar als ik lees dat in het buitenland het probleem misschien nog veel groter is, hoop ik dat er parallel wordt gewerkt vanop dat niveau, zodat de minister-president ook daar eventuele schade kan beperken.

We staan niet ver meer van de start van het parlementaire jaar, en ik ben er zeker van dat dit dossier de komende weken nog dikwijls zal terugkomen. Minister, ik hoop echter voor u dat we u ook de komende weken meer gaan horen wanneer er resultaten worden geboekt in het verdere verloop van dit dossier.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, ik wil u op mijn beurt bedanken, vooral ook voor de structurele aanpak. Het lijkt me ook wel heel belangrijk dat er coördinatie is tussen het gewest en de federale overheid. Er zijn inderdaad taskforces. Soms heeft men misschien slechte ervaringen met taskforces, maar er moet toch worden overlegd. Ik vind het ook belangrijk dat er structureel en goed wordt overlegd met de sector. Daarom zou het een beetje gevaarlijk zijn om hier voorafnames te doen en definitieve conclusies te trekken over de manier waarop en wat er zou moeten gebeuren. Als er op een goede, structurele manier overleg wordt gevoerd met de sector, dan zal men ook de conclusies en de definitieve regeling moeten treffen nadat het overleg is gepleegd, en niet voorafgaand. In die zin zou ik toch wel voorzichtig zijn met het trekken van definitieve conclusies hier, naar aanleiding van die bespreking.

Minister, ik ben ook zeer tevreden over het VLIF-verhaal. U spreekt over de waarborgregeling. U weet inderdaad dat een aantal bedrijven niet in de categorie van VLIF-steunbedrijven kunnen vallen, bijvoorbeeld omdat ze ook een pakstation hebben annex aan het leghennenbedrijf. Ik begrijp dat kan worden bekeken of er daarvoor een oplossing kan worden gezocht, via uw collega, minister Muyters. Het is toch wel belangrijk om dat in het oog te houden, want het gaat niet over gigantisch veel bedrijven. Ieder bedrijf zal wel een duidelijk profiel hebben, en dan zal moeten worden bekeken hoe daar eventueel, indien de noodzaak er is, kan worden geholpen.

Ik herhaal nog eens mijn suggestie met betrekking tot het drukken van de kostprijs om eventueel te overleggen met Nederland wat die mestverbranding betreft, en zeker ook wat de verwerking van die eieren betreft. Er zouden eventueel hennen moeten worden afgeslacht. Ook die verwerking kost gigantisch veel geld. We moeten er inderdaad over waken dat dat marktconform gebeurt. De overheid kan misschien zelfs helpen om die kostprijs nog een stukje te verlagen. Alle kosten die niet moeten worden gemaakt, moeten immers op termijn dan ook zeker niet worden vergoed.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Collega’s, ik voel me ook een beetje geviseerd, maar misschien doelt men niet op mij als men de hele tijd zegt dat sommige partijen – meervoud – garen proberen te spinnen bij deze crisis. Ik probeer genuanceerd te zijn, maar blijkbaar volstaat dat niet. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Ja, ik heb de tweetberichten deze ochtend op de trein nog eens nagelezen. Los van het feit dat ze niet altijd even creatief waren, vertelden ze wel altijd hetzelfde verhaal, met name dat we nood hebben aan transparantie om de gezondheid van de bevolking centraal te stellen en de ongerustheid weg te nemen.

Ik ben niet de eerste die het opmerkt, maar fipronil is wat de landbouw betreft alleen toegelaten in zaadbehandelingen van uien, sjalotten en prei. Ik wil dat toch even kwijt. Ik heb het nog even opgezocht in de documenten van het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT). Dat betekent dat de relatief grote hoeveelheden die, als ik me niet vergis, uit Roemenië werden geïmporteerd, ergens misschien een belletje hadden moeten doen rinkelen. Ik weet niet wie daarvoor verantwoordelijk is. Ik vermoed dat het ook de federale overheid is, hoewel de kans groot is dat het in Europees verband een product is dat misschien niet permanent wordt gemonitord. Dat zou kunnen. In ieder geval is dat een vreemde zaak. Ik zou het kunnen vergelijken met de hormonenhandel die vroeger in een aantal andere sectoren ook een bel deed rinkelen. Het is echter wat het is: men heeft het niet opgemerkt.

Ik wil toch ook even kwijt dat de Belgische biosector niet is getroffen door de problematiek. Minister, u hebt dat ook gezegd. De nuance die ik hier wil inbrengen, is dat Dega-16, dat door Poultry-Vision wordt gemaakt en door Chickfriend wordt verkocht, geen erkenning heeft als bioproduct. Het is het bedrijf zelf dat in zijn eigen communicatie stelde dat het mocht worden gebruikt in de biologische landbouw, terwijl die erkenning er niet is. Net omdat die erkenning er niet is, hebben Belgische biobedrijven het ook niet gebruikt, omdat ze zichzelf zeer strenge normen opleggen. In Nederland, daarentegen, in het bij een klein aantal bedrijven wel gebruikt. Niet bij ons. Die gebruiken natuurlijke middelen. Ik wil dat toch even stellen. Er is ook het type landbouw. Het is misschien rooskleurig. Het had door een frauduleuze firma inderdaad ook in een product met een biolabel kunnen worden verwerkt, maar dat zou wel heel grof zijn geweest. Het had echter gekund, je weet nooit.

Ook kwam deze gedachte bij me op: Rendac wijst erop hoe duur de factuur dan weer wordt voor de verwerking van de afgevoerde, te vernietigen eieren, maar sommigen zien in een crisis ook de dollartekens voor hun ogen flitsen.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw toch wel zeer duidelijk antwoord. Ik denk dat we met velen hier op eenzelfde lijn zitten en dat u de zaken ook absoluut in perspectief bekijkt. Het is ook belangrijk dat u uw verantwoordelijkheid neemt voor wat u kunt doen binnen uw Vlaamse bevoegdheid. Het gaat inderdaad over die fraude, niet over de sector zelf. U hebt dat meermaals herhaald en daar dank ik u ook ten zeerste voor. U gaat morgen naar die taskforce. Het gerechtelijk onderzoek zal natuurlijk een heel eind lopen, maar het is misschien belangrijk dat u daar gaat bepleiten, wat u goed kunt, dat men niet zou aanmodderen met die taskforce, zoals collega Sintobin ook stelt, dat men snel zou handelen.

U geeft ook zeer terecht het sterke signaal dat het de veroorzaker is die ervoor zal moeten opdraaien, maar zoals collega Vermeulen ben ik ook wat bang dat, indien daar niets meer of niet voldoende te rapen zal zijn, we alsnog voor een stuk zullen moeten tegemoetkomen. Maar goed, de toekomst zal dat uitwijzen, en ook wat dat betreft, moeten we natuurlijk het gerechtelijk onderzoek afwachten.

Positief is dat u vanuit Vlaanderen ook bekijkt of de mogelijkheid er zou zijn, mits het akkoord van Europa, om in een borgstelling te voorzien via het VLIF, maar ik vraag me dan enkel af aan welke voorwaarden men zal moeten voldoen om daarvan te kunnen gebruikmaken. Als ik het goed begrijp, zijn er immers heel wat leghennenbedrijven die vandaag niet in aanmerking komen voor VLIF-steun. Misschien zal daar dus nog wat aan moeten worden gesleuteld om dat breder te trekken.

Wat de imagoschade en VLAM betreft, het is zo dat VLAM ook buitenlandse activiteiten doet. VLAM, dat is natuurlijk de sector zelf, en zij moeten zelf bekijken hoe ze hun imago kunnen oppoetsen, dat onterecht een ferme deuk heeft gekregen, maar misschien is het niet oninteressant om vanuit Vlaanderen ook in extra middelen te voorzien om daaraan tegemoet te komen.

Collega Beenders, voor de rest zal ik niet ingaan op wat u zei. Ook ik blijf staan achter wat ik daarnet heb gezegd.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, ik wil me aansluiten bij de collega’s die de minister vooral hebben bedankt om het gesprek en de discussie op een goede, transparante en serene manier te kunnen voeren, en vooral ook voor de openheid waarmee ze het schandaal en de frauduleuze praktijken duidelijk heeft erkend en benoemd, en ook omdat ze inderdaad wil bekijken welke mogelijkheden de overheid heeft om de sector die in dezen de dupe is, de nodige ondersteuning te doen genieten, en dat op een gecoördineerde manier, in overleg met alle partners aan dezelfde tafel.

Minister, er is het feit dat u inderdaad heel duidelijk de fraudeurs aanduidt als verantwoordelijken. Met andere woorden, als er schade is, moet die schade in eerste instantie bij hen worden gelegd. Dat is een basisprincipe dat eigenlijk niemand hier in vraag stelt. Dat u dat heel duidelijk hebt gesteld, is heel belangrijk, zeker ook als signaal aan fraudeurs of eventuele potentiële fraudeurs. We kennen echter ook allemaal de realiteit, en in die zin is het terecht dat u bekijkt op welke manier we die bedrijven die moeilijke periode kunnen doen overbruggen. De vraag werd inderdaad gesteld: wat als er geen pluimen meer zijn? Ik denk dus dat we in dezen ook enige realiteitszin moeten hebben en bekijken wat de andere mogelijkheden zijn als we daar rekening mee houden.

Dan is er de kwestie van het zich laten verzekeren door de sector. Collega Engelbosch sprak daar daarstraks ook over. U bent daar ook op ingegaan. Ik heb dezelfde terechte vraag: kan men zich verzekeren tegen fraude? Ik denk dat er ter zake op zich geen verzekeringssysteem is. (Opmerkingen van Jelle Engelbosch)

Omnium zelfs. Collega Engelbosch, ik stel voor dat u verzekeringsagent wordt en dat u probeert dat rond te krijgen, maar ik denk dat we ter zake ook enige realiteitszin moeten hebben. Dat klinkt misschien wel interessant, maar ik ben benieuwd welke eerste verzekeringsagent ik overtuigd krijg om mee te doen aan een verzekering tegen fraude.

In die zin heb ik alleszins niet duidelijk uit uw mond gehoord dat in dezen overheidstussenkomst totaal niet aan de orde is, integendeel zelfs, want u hebt ook gesproken over een aantal eventuele kosten die kunnen worden gedrukt of vergoed. Ik hoop ook dat de piste van subrogatie ofwel door de Vlaamse overheid ofwel door de federale wordt onderzocht om op die manier de schade maximaal te vergoeden of alleszins te neutraliseren.

Minister, ik ben heel blij dat u onderstreept dat u wilt werken aan een actieplan voor het imagoherstel. Ik denk dat het cruciaal is. Wij hebben er ook allemaal een belangrijke rol in te spelen, samen met de sector, samen met Europa. Ik blijf zelf met een aantal vragen voor Europa zitten. Ik hoop daar in september meer klaarheid over te krijgen want ik vind dat Europa nog een aantal processen zou kunnen optimaliseren en versterken. Ik reken dus ook op Europa.

Collega’s, ik hoop dat er een stukje politieke zelfreflectie kan gebeuren. Ik hoop dat echt. Ik heb daarstraks al gezegd dat ik ben geschrokken van de schaalvergroting die dit schandaal heeft gekregen gewoon door communicatie vanuit onze eigen politieke wereld. Omdat ik daar zelf ook deel van uitmaak, vind ik dat we zelf kritisch mogen zijn en aan zelfreflectie moeten durven te doen. Collega Caron, ik spreek er u niet persoonlijk op aan, maar de petitie ‘Eiercrisis: genoeg is genoeg. Voedselagentschap hoort onder Volksgezondheid. Teken de petitie’ is volgens mij niet gepast in deze crisisperiode. De rekening maken van andere organisaties moeten we niet doen. In die zin hoop ik dat het debat op een serene manier verder kan gaan.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, ik was vergeten te zeggen dat ik niet goed uit het antwoord van de minister kon afleiden of men ook de pluimveesector deze namiddag op het overleg heeft uitgenodigd.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik heb één vraagje. Ik ben waarschijnlijk onvoldoende oplettend geweest toen u antwoordde over de Europese crisismiddelen. Kunt u daar nogmaals iets meer over vertellen? Welke mogelijkheden zijn er eventueel op Europees vlak, er rekening mee houdende dat het niet enkel een Vlaamse, maar duidelijk een Europese crisis is?

Collega’s, ik wil u vragen om zeker tot het einde van de vergadering te blijven voor de regeling van de werkzaamheden. Persoonlijk zou ik liefst niet wachten tot het parlementair jaar start om een opvolgingsvergadering te houden. Ik zou die liever vroeger houden.

Collega’s, de eerste cruciale vraag die iedereen zich stelt, gaat over de ruime schade die een oorzakelijk verband heeft met de fout, met de fraude, en die moet worden verhaald op wie ze heeft veroorzaakt, maar wat als de fraudeur geen middelen heeft of onvoldoende middelen? Wat gebeurt er dan? Het was ook een van de conclusies van de dioxinecrisis. We gaan een sanitair fonds oprichten dat het geld gaat voorschieten. Het zal uiteraard worden gerecupereerd bij de fraudeur of de schadeveroorzaker op het moment dat er een uitspraak is. Als blijkt dat er onvoldoende middelen zijn, dan wordt het federale Sanitair Fonds uiteraard verder aangewend en kunnen de middelen niet worden gerecupereerd. Dat is de manier waarop, naar aanleiding van de dioxinecrisis, het systeem is uitgewerkt.

Wat de promotie en het actieplan imagoschade betreft, is het voor mij cruciaal dat we er goed werk van maken. Het gaat niet alleen over het binnenland, collega Beenders, het gaat ook over export. Kunnen we zomaar vanuit de overheid extra middelen aan VLAM geven? We moeten opnieuw aan Europa vragen of dat geoorloofde staatssteun is. Nu zijn het sectormiddelen. VLAM voert eigenlijk promotie met sectormiddelen en met een deel Europese middelen dat door Europa is goedgekeurd als staatssteun. Als we een bijkomend bedrag willen geven, moeten we vragen om dat goed te keuren. We kunnen dat in de gesprekken met Europa bespreken.

Er is gevraagd naar het VLIF en de waarborg. Wat als een bedrijf niet in aanmerking komt voor VLIF-steun? Men zal geen beroep kunnen doen op de waarborgregeling binnen het VLIF als men niet als landbouwbedrijf wordt erkend of binnen het VLIF steun kan krijgen. Maar, dat is ook de reden waarom ik samen met collega Muyters aan het onderzoeken ben of die sectoren dan geen waarborgregeling kunnen krijgen binnen Economie. De poot Landbouw zit dus binnen het VLIF, en daar is een regeling en kan het snel gaan. Binnen Economie moet men onderzoeken hoe het kan worden uitgewerkt en binnen welk fonds men dat moet verhalen. Ik ben dus in contact en in gesprek met collega Muyters, die het zal onderzoeken. Het is dus van belang om die beide waarborgregelingen verder uit te werken.

Er is gevraagd naar Europa en het crisisfonds. Dit moeten we met de Europese Commissie onderzoeken en met Europa bespreken. Het is belangrijk om dat met verschillende landen te doen. Europa zal nooit akkoord gaan om dat alleen voor Vlaanderen of voor België te erkennen. Het zal moeten worden goedgekeurd. Het zijn landbouwmiddelen die daarvoor worden gereserveerd. Het wordt geval per geval onderzocht. Het is geen eenvoudige procedure, leert mij het verleden. We zullen het in ieder geval full force op tafel leggen op Europees vlak omdat het toch wel een crisis is die aan het uitdeinen is en die toch in het crisisfonds moet kunnen worden ondergebracht.

Aan de collega’s die hebben gevraagd om verder op de hoogte te worden gehouden over de volgende stappen die worden gezet: uiteraard ben ik heel graag bereid om alle informatie te delen. Als het parlement me roept of een commissie samenroept, zal ik met veel plezier hier aanwezig zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg en de gedachtewisseling zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.