U bent hier

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, het gaat nogmaals over de brexit. Het is een brede vraag, maar anderzijds weten we dat de brexit zo belangrijk is voor onze economie en onze werkgelegenheid. Daarom wil ik het debat ook telkens terug naar deze commissie brengen.

We zitten in die onderhandelingsrondes, en we kunnen vaststellen dat er maar een heel beperkte vooruitgang is. U hebt ongetwijfeld ook kennis kunnen nemen van de ‘position papers’ van het Verenigd Koninkrijk. Die spreken over een tijdelijke douane-unie, die kan evolueren naar soepele douanegrenzen en dergelijke meer. Er wordt natuurlijk ook telkens weer gesproken over de grens tussen Ierland en Noord-Ierland. Dat blijft bijzonder delicaat. Tegelijkertijd blijft het voor het Verenigd Koninkrijk bijzonder moeilijk dat het Hof van Justitie bevoegd zou blijven voor hun onderdanen.

EU-onderhandelaar Barnier vindt deze papers totaal onvoldoende. Hij vraagt een duidelijke lijst met verplichtingen inzake de financiële afwikkeling van het scheidingsproces. Hij verwacht ook dat het Europees Hof van Justitie na de uitstap in 2019 wel degelijk bevoegd zou blijven voor EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk. Ik heb u daarover recent een schriftelijke vraag gesteld, en dan blijkt dat maar liefst 35.000 landgenoten actief zijn in het Verenigd Koninkrijk, vooral dan in de city. Uiteraard vraagt Barnier ook een oplossing voor de grens tussen Ierland en Noord-Ierland.

Voor ons is het van belang dat er een goed akkoord komt met het Verenigd Koninkrijk. Wij willen een vlotte afwikkeling van de uitstap. Dat is voor ons bijzonder belangrijk. Wij willen dat er vanuit de haven van Zeebrugge nog steeds export kan gebeuren, zo weinig mogelijk handelsbelemmeringen, en dus ook niet de douanetarieven van de Wereldhandelsorganisatie.

Ik verwijs nog naar uw gesprek met Commissievoorzitter Juncker eind juni. Anderzijds hebt u ook gesproken met EU-onderhandelaar Barnier in de haven van Zeebrugge. Kunt u toelichting geven bij die ontmoetingen met Juncker en Barnier? Is er ondertussen een verdere opvolging gepland? Hebt u kennis kunnen nemen van de voorstellen van de Britse regering, de ‘position papers’, en in het bijzonder de paper met betrekking tot de ‘settled status’ voor onderdanen, wat een gespreksonderwerp was in de eerste ronde? Wat zijn de posities met betrekking tot douanetarieven? Op welke manier heeft Barnier of Juncker daarover toelichting kunnen geven? Hoe staat u daartegenover en hoe evalueert u die situatie, specifiek met de gevolgen voor Vlaanderen en onze export, de haven van Zeebrugge, maar ook andere havens?

Op welke manier wilt u de onderhandelingen verder opvolgen? Hoe gaat u dat doen? Hoe kan Vlaanderen wegen op deze onderhandelingen?

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Zoals u weet, was het de tweede keer dat ik de heer Barnier kon spreken. De eerste keer heb ik hem uitgenodigd op mijn kabinet, de tweede keer was naar aanleiding van het terreinbezoek aan de haven van Zeebrugge, waar ik hem had uitgenodigd. Michel Barnier maakte enkele punten.

Ten eerste wees hij op de tijdsdruk. Hij herhaalt dat trouwens in allerlei interviews. Er moet vaart gemaakt worden met de uittredingsonderhandelingen. Volgens artikel 50 moeten de besprekingen na twee jaar beëindigd zijn. Een mogelijke verlenging van deze termijn vereist unanimiteit en brengt institutionele en politieke moeilijkheden met zich mee. Michel Barnier bleef ook pal achter de gefaseerde aanpak staan die door de 27 lidstaten werd goedgekeurd.

Ten tweede maakte hij duidelijk dat transitiemaatregelen noodzakelijk zullen zijn om een vlotte overgang te bewerkstelligen tussen de eigenlijke uittreding, die voorzien is in maart 2019, en de inwerkingtreding van een akkoord over de toekomstige relaties. Ik heb hem hierin ondersteund. Ik zeg dat al van bij het begin. Zonder een welomschreven transitieperiode kunnen we niet tot een oplossing komen. Er moet rechtszekerheid zijn voor bedrijven, handel, investeringen, en voor de rechten van inwoners als die nog niet zouden zijn geregeld, enzovoort.

Tot slot maakte hij de aanwezige bedrijven en sectororganisaties duidelijk dat zelfs bij een optimaal akkoord een ‘business as usual’-scenario niet meer mogelijk zal zijn. We moeten ons daar ten volle van bewust zijn. Er bestaat geen ideaal scenario zonder negatieve gevolgen. Dit is onmogelijk. Dit zal zware effecten hebben in eender welke hypothese. In bepaalde hypotheses zullen de gevolgen zeer erg zijn, in andere is er schadebeperking. Michel Barnier zei dus dat de bedrijven zich daarop moeten voorbereiden.

Mede op mijn vraag heeft België er ten aanzien van de EU-27-onderhandelingen al op aangedrongen dat de Europese Commissie aan de bedrijven zoveel mogelijk duidelijkheid zou verschaffen over het postbrexit- en transitiescenario.

Het VK heeft tijdens de zomervakantie verschillende ‘position papers’ gepubliceerd, zowel over aspecten van de uittreding als over de toekomstige relaties. Hoewel deze laatste categorie ons in de huidige onderhandelingsfase weinig vooruithelpt, zijn dergelijke documenten toch interessant. Zij geven inzicht in hoe het VK in de toekomst verder wil gaan met de EU. Toch moet worden gezegd dat de meeste van die Britse papers vrij algemeen zijn. Zij beschrijven veeleer een palet van mogelijkheden dan concrete en uitgewerkte voorkeursscenario’s. Er is ook geen duidelijke impactanalyse, laat staan een kostenberekening van de voorgestelde aanpak. Als we het bijvoorbeeld over de toekomstige douaneafhandeling van goederen en diensten hebben, lijkt mij dat nochtans een niet te verwaarlozen detail.

De paper inzake de rechten van burgers was een van de eerste. De ‘settled status’ die het VK aan iedere EU-burger die vijf jaar in het VK verblijft wil aanbieden, is een stap in de goede richting. Het is echter essentieel dat alle procedurele kwesties grondig worden uitgeklaard. Hierbij moeten we streven naar een zo licht mogelijke administratieve procedure. We willen niet dat EU-burgers in de toekomst de tachtig pagina’s lange papers moeten invullen die het VK vandaag van migranten uit niet-EU landen vereist. Het aantal gevraagde attesten moet tot een minimum herleid worden, geen twee keer gevraagd worden en liefst moet de gehele ‘settle status’-procedure binnen een redelijke termijn en digitaal worden afgehandeld. Het is bovendien belangrijk dat de gevolgen voor zelfstandigen, grensarbeiders en gedetacheerden mee in de discussie worden opgenomen. Vlamingen die in het VK werken, vallen vaak onder deze categorieën. Dit werd overgenomen in de Belgische positie. Het gecoördineerde Belgische standpunt luidt bovendien dat de zogenaamde ‘cut-off date’, de datum waarop de huidige regelgeving inzake deze materie in het VK niet langer geldig is, niet eerder kan worden vastgelegd dan op de datum van de effectieve terugtrekking. Elke andere ‘cut-off date’ dreigt juridische en administratieve chaos te genereren.

Na drie onderhandelingsrondes werd wel degelijk vooruitgang geboekt. Meer bepaald op het vlak van de rechten van grensarbeiders en beroepskwalificaties groeien de onderhandelaars naar elkaar toe. Maar de grote knoop zit nog altijd in de effectieve waterdichte handhaving van deze rechten. Direct toezicht door het Europees Hof van Justitie bij het verzekeren van de verworven rechten van EU-burgers met een ‘settled status’ ligt voor het VK bijzonder moeilijk.

Deze problematiek hangt ook samen met de discussie over de handhaving van het uiteindelijke terugtrekkingsakkoord. Zowel de EU als het VK houdt op dit ogenblik zeer stevig vast aan de autonomie van de respectieve rechtsordes. Voor Londen is ‘directe jurisdictie’ door het Hof van Justitie niet langer gewenst. Net zoals de voorzitter van het Europees Hof van Justitie, professor Koen Lenaerts, wijs ik op precedenten van indirecte jurisdictie van het Europees Hof van Justitie. Zo is er bijvoorbeeld de indirecte jurisdictie van het Europees Hof van Justitie in Noorwegen, IJsland en Liechtenstein op basis van bepalingen in het akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte. Uit de Britse papers kan vooralsnog niet eenduidig worden opgemaakt hoe zij staan tegenover dergelijke vormen van indirecte jurisdictie zoals het Europees Hof van Justitie dat vandaag heeft in de EFTA-landen (European Free Trade Association) ingevolge artikel 105 en artikel 111 van de EER-overeenkomst (Europese Economische Ruimte). Ik vind het in elk geval een interessante gedachte van de voorzitter van Hof.

Hoewel het VK meermaals aangaf om uit de Europese interne markt en uit de douane-unie te willen stappen, blijkt uit de papers dat het VK de handel zo vlot mogelijk wenst te houden, inclusief een nauwe douanesamenwerking, zodat de handelsbetrekkingen kunnen blijven floreren. Maar als het VK de interne markt en de douane-unie verlaat – wat vooralsnog de keuze is van het kabinet- en de regering-May – kunnen onze handelsbanden nooit zo voordelig zijn als vandaag. Ik vrees dus dat we in de toekomst gaan naar ‘damage control’ en dat we zullen moeten proberen de economische schade te beperken.

VK-onderhandelaar Davis vraagt nu van de EU en haar lidstaten creativiteit en flexibiliteit om tot nieuwe regelingen te komen. Gezien de grote impact van de brexit op de Vlaamse economie sta ik uiteraard open voor creatieve oplossingen, maar tegelijkertijd roep ik op tot realisme. Er moet zo snel mogelijk een efficiënt en werkbaar kader worden overeengekomen dat de belangen van onze Vlaamse havens en economie zo weinig mogelijk schade berokkent. Zo moet men bijvoorbeeld bij douanezaken inventief zijn en denken aan e-douanetechnieken om de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken. We moeten overgaan tot het wederzijdse erkennen van economisch operationele spelers. Onze havens moeten de mogelijkheid hebben om als een voorpost douaneformaliteiten af te handelen. Dat gebeurt nu al in Calais, waar Britse douane er proactief voor zorgt dat de zaken snel gaan. We moeten het principe ‘my export is your import’ laten bestuderen. Intra-Belgisch bekijken we samen met minister Van Overtveldt of er werkbare oplossingen kunnen worden voorgesteld, die we dan op onze beurt kunnen bezorgen aan Michel Barnier en zijn team.

Volgens de Vlaamse Regering is een overgangsregeling nodig alvorens nieuwe processen in te voeren, want een dergelijke implementatie vraagt natuurlijk tijd. Maar het zijn vooral onze bedrijven en niet het minst onze kmo’s die de nodige tijd nodig zullen hebben om zich aan te passen aan de nieuwe post-brexitsituatie. Ik streef naar een regeling die maximaal aanleunt bij de huidige situatie, maar het is duidelijk dat de overeenkomst met het VK niet enkel een verhaal van lusten kan zijn. Dit verhaal mag de integriteit van de interne markt en de douane-unie niet op de helling zetten. Ik steun Michel Barnier bij het bewaken van die zaken.

Hoe zal ik dit proces opvolgen en mogelijk beïnvloeden? Ik doe dat in de eerste plaats intra-Belgisch. De intra-Belgische posities houden tot nu toe rekening met de posities die wij innemen en voorbereiden. Uiteraard heb ik tal van internationale contacten. Zo heb ik in de marge van de ceremonie op Tyne Cot toch een tiental minuten kunnen praten met Theresa May. U weet dat ik ook Boris Johnson, David Jones en anderen heb ontmoet, en uiteraard ook tal van ambassadeurs. Vanmorgen had ik nog contact met een ‘minister of state’. Uiteraard leg ik ook directe lijnen met de hoogste vertegenwoordigers van de Europese Commissie: met de heren Juncker, Timmermans en Barnier. Onze afvaardigingen bij de EU en het Departement Buitenlandse Zaken zijn zeer actief. Zij maken werk van de ‘outreach’ om onze belangen te vrijwaren.

Ik vind het belangrijk dat er een financiële regeling komt waarvan de gevolgen niet onevenredig ten laste mogen vallen van de EU-programma’s die van belang zijn voor begunstigden in Vlaanderen, zoals Horizon 2020, Erasmus en andere. Zoals ik eerder zei, is het belangrijk dat we zo snel mogelijk praten over de uitwerking van de toekomstige relaties. Maar we hebben afgesproken dat we dat maar doen als er voldoende vooruitgang is geboekt op drie cruciale punten: de rechten van burgers, de situatie aan de Ierse grens en de financiële regeling. Ik dring daar de hele tijd op aan. Nu moeten de Britten met concrete voorstellen komen waarover kan worden gepraat.

Het verwondert u niet dat ik pleit voor een handelsvriendelijke brexit. Ik denk dat ik de eerste was die voor een ‘soft brexit’ heeft gepleit. Maar we moeten naast een akkoord over handel ook een ‘plus treaty’ hebben, dat gaat over andere zaken zoals wetenschappelijke en academische samenwerking, de uitwisseling van jongeren, energie, transport en samenwerking inzake de Noordzee. Daarover zal de komende decennia veel te doen zijn. Ook federale aangelegenheden zoals ‘intelligence service’, defensie enzovoort moeten daarin opgenomen zijn. Ik laat de idee niet los om een macroregionale strategie te hebben voor de Noordzee. Ik vind het bijzonder belangrijk dat we daar werk van maken. Ons instrument is de intra-Belgische coördinatievergadering, georganiseerd door de FOD Buitenlandse Zaken. Zo kunnen wij maximaal wegen op het Belgische standpunt, dat dan op zijn beurt in de ad-hocwerkgroep van de Raad aan bod zal komen. De Raad Algemene Zaken, de Europese Raad en wijzelf bereiden dit intra-Vlaams voor in de Werkgroep Handel en Investeringsbeleid van de Vlaamse Regering.

We moeten ook proberen de onzekerheid voor onze burgers en bedrijven weg te werken. Het zou goed zijn dat een transitieperiode de mogelijkheid creëert voor de toekomstige verdragsrechtelijke relaties. Het is belangrijk dat die periode lang genoeg duurt, zodat we de kans hebben om tot kwaliteitsvolle akkoorden te komen. Tegelijkertijd moeten wij burgers en bedrijven voorbereiden op de – gezien de huidige stand van zaken – onvermijdelijke brexit, waarbij we economische schade zullen lijden, waarbij de EU verzwakt zal worden, alsook de lidstaten die veel handel drijven met het VK. Vlaanderen is na Ierland het tweede meest blootgesteld aan de negatieve gevolgen van de brexit.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, u hebt zeer uitvoerig geantwoord. Het is goed dat dit van zo nabij wordt opgevolgd en dat u rechtstreekse gesprekken hebt met Commissievoorzitter Juncker en met onderhandelaar Barnier. U hebt de meeste punten die werden besproken in die eerste onderhandelingsrondes aangehaald. Een van de punten uit de ‘position papers’ waarover we vooral via de media meer informatie hebben gekregen, zijn de financiële verplichtingen. Zo wordt er gesproken van een factuur van 40 miljard euro. Hebt u ook daarover met de heren Juncker en Barnier gesproken? Dat kan natuurlijk ook onze economie beïnvloeden.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik heb daar nog niet over gesproken. Dat is nu een zaak van de Europese Commissie, die een berekening heeft gemaakt. Voor zover ik ben geïnformeerd, is er nog geen duidelijke standpuntbepaling van de Britten over dat budgettaire ‘settlement’. Dat is prioritair, niet in de zin dat de EU vraagt dat er een detailakkoord is over elk van die drie punten, maar wel dat er minstens een budgettaire methodologie is, een raamwerk waarbinnen men tot finalisering kan komen. Wat de wederzijdse rechten betreft, moet dat, denk ik, wel heel concreet zijn. Daar ligt, wat mij betreft, de bal bij de Britten. Zij moeten met serieuze voorstellen komen. Het is duidelijk dat het Europese standpunt stelt dat eerst over die drie zaken op grote lijnen minstens methodologisch een overeenkomst moet worden bereikt, vooraleer het tweede en in mijn ogen allerbelangrijkste luik kan worden aangepakt.

Dit onderwerp zal de komende jaren actueel blijven. Ik neem aan dat u onze commissie geregeld op de hoogte zult houden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.