U bent hier

De heer Dochy heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik kom niet zo vaak in deze commissie, maar ik kom hier nu blijkbaar op een historisch moment, want het is de laatste commissievergadering van uw secretaris voor hij met pensioen gaat. Hij is een streekgenoot van mij, ik ken hem reeds lang.

Mijn vraag heeft te maken met de Leie, de Schelde en het estuarium, en bij uitbreiding met de IJzer. Er bestaat een verdrag tussen België en Nederland met betrekking tot het voorzien in een evenwicht in de Schelde via het kanaal Gent-Terneuzen en het water dat via de oppervlaktewateren in die kanalen en rivieren terechtkomt.

Het verdrag werd in 1960 afgesloten, het was eerst een Belgische en nu een Vlaamse bevoegdheid. Het is vooral de bedoeling om verzilting tegen te gaan. Enerzijds zou men zorgen voor voldoende waterpeil en dus voldoende bevaarbaarheid, anderzijds zou men voorkomen dat er te veel verzilting is.

Toen een verbreding van de Leie werd voorgesteld, die intussen gedeeltelijk is uitgevoerd, werden studies en simulaties gemaakt om de mogelijke effecten in te schatten. Door de droge periode die nog altijd aanhoudt, vooral in de provincie West-Vlaanderen, heeft de provinciegouverneur beslist om de captatie uit de niet-bevaarbare waterlopen te verbieden. Vandaag heeft hij beslist om dit met nog veertien dagen te verlengen, omdat er blijkbaar vooral in het IJzerbekken zeer hoge zoutconcentraties waarneembaar zijn, wat tot vrees voor verzilting aanzet.

Uiteindelijk heeft dit belangrijke gevolgen voor de landbouwsector. De boeren kunnen het water niet meer gebruiken om te irrigeren, maar de sector heeft er natuurlijk ook belang bij dat de verzilting onder controle blijft.

Enerzijds hebben we natuurlijk onze relatie met Nederland. Daar bestaan verdragen over. Anderzijds zal de toevoer van water uit Frankrijk ongetwijfeld ook een ander element zijn.

Minister, zijn er, gelet op de huidige extreme weersomstandigheden, problemen om de tussen Nederland en Vlaanderen afgesproken debieten te halen? Zijn de destijds gemaakte inschattingen van de impact van de verbreding van de Leie correct? Zijn met Frankrijk gelijkaardige verdragen afgesloten? Zo neen, lopen daarover gesprekken? Zou een dergelijk verdrag nuttig zijn bij gelijkaardige extreme weersomstandigheden in de toekomst?

De heer Maertens heeft het woord.

Voorzitter, de heer Dochy heeft de context al grotendeels geschetst. Ondanks de beperkte regenval eind juni 2017 zorgt de aanhoudende droogte voor een laag waterpeil op al onze bevaarbare waterwegen. De waterwegbeheerders hebben terecht een rist maatregelen genomen om de problemen te beperken. Zo moesten schepen op het Albertkanaal, bijvoorbeeld, in groep door de sluis van Wijnegem. Voor de pleziervaart werden nog strengere maatregelen genomen. Er was een captatieverbod in het Leie- en IJzerbekken. Dergelijke maatregelen zijn de afgelopen jaren nog nooit zo vroeg op het jaar genomen.

Minister, uw beleidsbrief Mobiliteit en Openbare Werken 2016-2017 hebt u een overzicht en een stand van zaken gegeven met betrekking tot enkele acties voor het integraal waterbeleid, de waterbeheersing en de klimaatadaptatie. Zo zouden een aantal klimaatscenario’s worden uitgewerkt om beter te kunnen inschatten wanneer ernstige tekorten dreigen die de drinkwaterproductie en de scheepvaart hinderen.

Minister, kunt u een stand van zaken geven met betrekking tot de klimaatscenario’s waarvan sprake is? Kunt u dit nader toelichten? Bent u van oordeel dat de al dan niet bestaande formele en informele overeenkomsten met Frankrijk en Wallonië over de watertoevoer moeten worden herbekeken? Zo ja, welke initiatieven zult u hiertoe nemen? Bent u van oordeel dat de maatregelen inzake klimaatadaptatie die de waterwegbeheerders al hebben genomen en nog plannen afdoende zullen zijn om de verschillende functies van onze Vlaamse waterwegen te vrijwaren?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, aangezien soms anders zou kunnen worden vermoed, moet ik misschien eerst opmerken dat het Schelde-West-project natuurlijk niet gaat om een mogelijke verbreding van de Leie, maar van het afleidingskanaal van de Leie van Schipdonk tot Heist. Momenteel is geen enkel element van dat project uitgevoerd of gepland. Ik kan op dit ogenblik ook niet echt nagaan in welke mate de gemaakte inschattingen al dan niet correct zijn.

Wat de droogteproblematiek betreft, is het onmogelijk om de gevolgen van een langdurige droogte volledig weg te werken en alle functies te vrijwaren. Er zijn nu eenmaal veel functies, namelijk de drinkwaterbevoorrading, de landbouw, de natuur, het aquatisch ecosysteem en de scheepvaart. Als er sprake is van een langdurige droogte, wordt wel aangetoond dat er tijdens zulke periodes problemen blijven om altijd en overal aan alle watervragen te kunnen voldoen. We moeten soms een aantal keuzes maken.

De investeringen in een pompinstallatie voor de sluizencomplexen op het Albertkanaal zijn een voorbeeld van inspanningen die we effectief leveren om de gevolgen van mogelijke watertekorten in de toekomst te beperken. Ik moet wel zeggen dat de maatregelen op het niveau van de waterwegen natuurlijk end-of-pipe maatregelen zijn die aan het einde van de rit komen. Dit kan niet zonder een brongerichte en stroomgebiedsdekkende set van maatregelen om de veerkracht van het watersysteem te verhogen. Een aanpak op Vlaams niveau is dan ook noodzakelijk.

We beschikken momenteel nog niet over een voldoende goed afwegingskader om het water bij een schaarser aanbod tussen de verschillende functies te verdelen. Onder leiding van minister Schauvliege werkt de werkgroep Waterkwantiteit van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid aan een plan van aanpak voor de waterbeschikbaarheid in Vlaanderen. Alle wateractoren, zowel de waterwegbeheerders als de administratie en de sectoren maken deel uit van dat overleg.

De ervaring van de huidige droogteperiode vormt een belangrijk leerstartpunt voor de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. We zouden per stroomgebied en rivierbekken laagwaterscenario’s moeten opmaken voor de individuele bevaarbare en onbevaarbare waterlopen en kanalen. In die scenario’s moet worden bepaald welke functies van het watersysteem het meest essentieel zijn en in het geval van een aanhoudende droogte moeten worden gevrijwaard.

Daarnaast zorgt het Waterbouwkundig Laboratorium voor een waterallocatiemodel dat het afwegingskader ondersteunt. Er wordt getracht de verschillende klimaatscenario’s door te rekenen. Het gaat dan om een laag-, midden- en hoogwaterscenario.

Wat de internationale en intergewestelijke afspraken betreft, hebben Vlaanderen en Nederland al sinds 1995 een concreet verdrag over het stroomgebied van de Maas. Het uitgangspunt van het Maasafvoerverdrag is een gelijke verdeling van het gebruik tussen Nederland en Vlaanderen, maar ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het debiet van de Maas. In functie van het daggemiddelde van de Maasafvoeren, legt het Maasafvoerverdrag beperkingen op aan het waterverbruik van het Albertkanaal en van de Kempense kanalen, die uitsluitend met water uit de Maas worden gevoed.

Met het oog op het respecteren van dat verdrag heeft De Vlaamse Waterweg (DVW) de voorbije weken gaandeweg een aantal waterbesparende maatregelen moeten nemen om de waterafname in de Maas te beperken, gaande van het terugpompen tot het gedeeltelijk dichtzetten van watervangen en het invoeren van gegroepeerd schutten voor pleziervaart. Al die maatregelen zijn dus genomen net om de gemaakte afspraken met de Nederlanders ook maximaal te kunnen respecteren.

Ondanks die maatregelen overschrijdt het waterverbruik van het Albertkanaal en de Kempense kanalen echter sinds 1 juni op toch heel wat dagen de waarden die zijn toegestaan volgens het verdrag in kwestie. De meerafname voor Vlaanderen gebeurt echter ook in samenspraak en goed nabuurschap met Rijkswaterstaat. Het is dus niet zo dat dat een conflictueuze relatie is. Als eenmaal ook op de andere sluizencomplexen van het Albertkanaal de pompinstallaties operationeel zullen zijn, zullen de waterbesparingsmogelijkheden natuurlijk aanzienlijk toenemen en zullen we, denk ik, ook permanent aan de bepalingen en afspraken van het verdrag kunnen voldoen, ook in tijden van schaarste.

Momenteel zijn die installaties op de sluizencomplexen van Ham en Olen werkzaam, maar er komt dus ook een installatie op het sluizencomplex van Hasselt. Dat is eigenlijk nu al in aanbouw. Ook op de overige sluizencomplexen willen we dergelijke installaties bouwen.

Wat het stroomgebied van de Schelde betreft, verdeelt Waterwegen en Zeekanaal (W&Z) de beschikbare debieten die worden aangevoerd via Leie en Schelde, zodat de diverse waterwegverbindingen elk een minimumdebiet hebben, dus de polders in de kustregio om de verzilting tegen te gaan, de Zeeschelde gezien de ecologische waarde van het Schelde-estuarium en het kanaal Gent-Terneuzen gezien het verdrag. Een belangrijk deel van het beschikbare debiet wordt daarenboven ook nog eens gecapteerd voor landbouw- en andere doeleinden. Sinds 22 juni 2017 kunnen we echter niet meer voldoen aan het verdrag, dat stelt dat er gemiddeld over twee maanden een minimumdebiet van 13 kubieke meter per seconde moet zijn. Intussen is het tweemaandelijks gemiddelde gezakt tot ongeveer 10 kubieke meter per seconde.

Er zijn geen formele overeenkomsten inzake watertoevoer met Wallonië en Frankrijk. Wel zijn er informele gesprekken op ambtelijk niveau tussen W&Z en Voies navigables de France (VNF). Die verlopen goed, en het is de intentie om een afsprakenprotocol voor het beheer van de peilen en debieten op Leie en Schelde op te stellen. Ook de Waalse waterwegbeheerder zou daarbij worden betrokken. Op meer lokale schaal is er een protocol voor het gezamenlijk beheer van de Grensleie, dat al in de ontwerpfase zit. Daarbij zijn W&Z, VNF en Service Public de Wallonie allemaal betrokken.

Inzake de wateraanvoer naar het kanaal van Charleroi en de Dender is er ook geen formele overeenkomst tussen Vlaanderen en Wallonië. Eventuele aanpassingen aan de infrastructuur of het beheer worden ook ambtelijk besproken. Dat gaat dus wel. Tot op heden kon de afstemming over de waterpeilen steeds gebeuren via die afspraken en rezen er eigenlijk nog geen wezenlijke problemen voor de scheepvaart.

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Ik wil toch even polsen in welke mate er een verschil is: er is enerzijds het afgesloten verdrag met Nederland, dat toch wel heel geformaliseerd en uitgewerkt is, en anderzijds zijn er ambtelijke afspraken met Wallonië en Frankrijk. Aangezien we toch ook spijtig genoeg moeten vrezen dat hetgeen we nu tegenkomen, misschien in de toekomst nog zal gebeuren, zou het geen meerwaarde hebben om die ook in een wat meer formeel kader te gieten, in de vorm van een verdrag of toch een overeenkomst tussen Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk wat de aanvoer van het water voor Leie, Schelde en IJzer betreft? Ik herhaal het immers nogmaals: net vandaag is beslist om in elk geval voor het IJzerbekken heel uitdrukkelijk de maatregelen te verlengen, omdat men daar toch wel sterk verhoogde concentraties van zilt water vaststelt. Dat is dus een problematiek die we toch niet mogen veronachtzamen. We moeten daar onze aandacht bij houden.

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik wil het ook even hebben over de mogelijkheden die er zijn om tussen Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk toch iets formelere afspraken te maken. U hebt het zelf gehad over een afsprakenprotocol samen met Frankrijk en Wallonië inzake het beheer van peilen en debieten in het gebied van Leie en Schelde. Nu zijn er informele afspraken, die weliswaar worden gehonoreerd, maar het is de bedoeling om daar een formeler afsprakenprotocol over te maken. Hebt u enig zicht op een concrete timing, gelet op de voorbereiding die ter zake gaande is? Wanneer zou dat er kunnen komen? We stellen immers vast dat er inzake het verdrag tussen Vlaanderen en Nederland toch goed gevolg wordt gegeven aan alle afspraken. Wat Frankrijk en Wallonië betreft, wordt dat misschien het best ook formeler dan vandaag.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is daadwerkelijk wel de bedoeling om die afspraken ook in een formeel protocol te gieten, zowel wat Wallonië betreft als met Frankrijk. De eerste gesprekken daarover zijn gestart. Een formelere timing kan ik u bij dezen niet onmiddellijk geven, maar de intentie is er wel en de gesprekken daarover lopen eigenlijk al, vooral vanuit het perspectief van de klimaatgevolgen voor de aanwezigheid van water voor onze diverse functies.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.