U bent hier

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, ik denk dat sommigen die niet op de hoogte zijn van de problematiek en het dossier, zich na de overvloedige regenval van afgelopen nacht en vanmorgen ongetwijfeld zullen afvragen wat we hier komen vragen. Ik wil er toch wel op wijzen dat dat weinig of geen effect heeft. Ik hoef dat hier eigenlijk niet te zeggen. Het is echter natuurlijk wel een beetje ironisch dat we juist op zo’n moment een vraag stellen.

Ik geef kort even de voorgeschiedenis van de vraag. Minister, collega De Meyer heeft u op 21 juni gevraagd om de procedure in gang te zetten, om aan het KMI te vragen om te bekijken of de aanhoudende droogte als landbouwramp kon worden erkend. Eigenlijk tot ieders verbazing heeft het KMI op 29 juni beslist die niet te erkennen als landbouwramp. Dat is eigenaardig en verbazend, omdat zelfs het KMI in de berichtgeving toch wekenlang, dagenlang heeft gesproken van een uitzonderlijke droogte. Ook u had uitzonderlijke maatregelen genomen, onder andere in onze provincie West-Vlaanderen. Er was het oppompverbod, er waren de uitzonderlijke maatregelen inzake waterverbruik. Iedereen erkende dat er reeds voor miljoenen euro’s schade was in de landbouwsector. Het KMI verwees echter naar de jaren 1989, 2001 en 2011 en beweerde dat er toen een lagere hoeveelheid neerslag werd gemeten. U hebt toen op vraag van de landbouworganisaties gevraagd om een langere periode in rekening te nemen, en u hebt ook een watercoördinator aangesteld, om op langere termijn te kunnen inspelen op uitzonderlijke situaties.

Ik denk dat we met zijn allen, zeker in de commissie, maar ik hoor dat toch ook wel bij de bevolking, hebben vastgesteld dat we toch te kampen hadden met een uitzonderlijke droogte. Eerlijk gezegd, ik vind de periode die wordt beoordeeld en geanalyseerd door het KMI, sowieso te kort. Ik vind dat men de neerslagtekorten over meerdere maanden moet meenemen. Er is een enorm cumulatief regentekort. Normaal gezien zou het antwoord van het KMI er half juli zijn. We zijn ongeveer half juli. Hebt u al nieuws van het KMI?

Misschien moeten we even verder durven te gaan en nadenken over hoe we in de toekomst de criteria moeten herschikken wat het erkennen als landbouwramp betreft. Er moeten natuurlijk wel criteria zijn, maar we moeten ons toch ook durven af te vragen of de criteria wel correct zijn. Wat de landbouwsector betreft, moeten we ook de vraag durven te stellen of we die criteria niet moeten aanpassen aan de teelten. Sommige teelten zijn immers veel zwaarder getroffen door de droogte dan andere. Misschien moeten we ook ter zake eens bekijken wat mogelijk is.

Nu spreek ik natuurlijk als West-Vlaming, maar u hebt samen met mij ook wel kunnen constateren dat de droogte ernstigere gevolgen had in de provincie West-Vlaanderen dan in andere provincies. Misschien moeten we ook eens durven na te denken over de vraag of de erkenning als landbouwramp niet gebiedsgericht, op provinciaal niveau kan worden bekeken. Ik zag afgelopen maandag nog de gedeputeerde van Landbouw van West-Vlaanderen. Ik weet dat men bij de provincie West-Vlaanderen toch ook wel aan het nadenken is over een aantal zaken. Er is bijvoorbeeld ook de weersverzekering. Ik spreek dan van de langere termijn. Dat is een problematiek die hier al heel lang leeft en reeds diverse keren werd besproken, maar blijkbaar vinden de verzekeringsmaatschappijen de markt niet interessant genoeg voor die weersverzekering. Ik weet dat dat wel bestaat in de buurlanden. Er werd gesuggereerd om eventueel samen te werken over de grenzen heen, om de markt toch interessanter te maken voor die verzekeringsmaatschappijen.

Ik hoef er in deze commissie niet op te wijzen dat de landbouwers de afgelopen jaren door verschillende rampen getroffen zijn: de junistorm, de vorstschade enzovoort. Afgelopen woensdag kwam er in de plenaire vergadering een vraag aan minister-president Bourgeois aan bod over het feit dat sommigen nog tot eind 2018 moeten wachten op een schadevergoeding, terwijl ze nu al met nieuwe schade geconfronteerd zijn. Voor sommige mensen is dit het ene verlies na het andere, wat ook leidt tot heel moeilijke situaties.

Minister, heeft het KMI al een beslissing of advies aan u overgemaakt? Zal de droogte dan uiteindelijk toch worden erkend als een landbouwramp? Bent u bereid om criteria zoals teelten en provinciaal en dergelijke te herbekijken?

De heer De Meyer heeft het woord.

Voorzitter, minister, dames en heren, gezien de vraagstelling van collega Sintobin kan ik vrij kort zijn. Hij heeft zeer correct verwezen naar mijn eerste vraag op 21 juni over deze problematiek. Hij heeft ook gesteld dat op 29 juni het KMI besliste om de aanhoudende droogte niet te erkennen als landbouwramp. De landbouwers en landbouwersorganisaties waren hier nogal verbaasd over, temeer daar weerman Frank Deboosere meermaals gewezen had op de uitzonderlijke droogte.

Minister, u hebt – heel terecht vind ik – aan het KMI gevraagd om een nieuwe beoordeling te maken over een langere periode.

De beslissing van het KMI mag verwacht worden midden juli. Denkt u dat de langere periode meer kans maakt om erkend te worden als landbouwramp? Is het een mogelijkheid om bij een negatieve beslissing een nog grotere periode in rekening te nemen? Hoe schat u die beoordeling in?

Zijn er alternatieven voor de boeren om hun schade te verhalen indien er opnieuw een negatieve beslissing volgt vanwege het KMI?

De watercoördinator zal voor het eerst samenkomen met de betrokken sectoren op 4 juli. Welke sectoren worden hiermee exact bedoeld? Hoe zal de watercoördinator te werk gaan? Wanneer kunnen we de eerste concrete voorstellen of aanbevelingen verwachten?

Collega’s, ik wil eigenlijk een pleidooi houden om in drie richtingen te werken, met drie sporen. Het eerste spoor is – en daar gaat mijn specifieke vraag over – de erkenning als landbouwramp van de langere periode die nu in ogenschouw wordt genomen, zeker voor sommige regio’s en het liefst nog voor verschillende provincies. Het tweede spoor – verschillende collega’s en de minister hebben er meermaals naar verwezen – is de weersverzekering. Als ik de landbouwmedia hieromtrent volg en de reactie vanuit de verzekeringswereld, denk ik dat niet een algemene maar wel een meer selectieve weersverzekering voor sommige sectoren met overheidssteun wel kans maakt. We weten allemaal welke de meest kwetsbare teelten zijn en waarvoor een weersverzekering het meest voor de hand ligt. Ik denk in de eerste plaats aan de openluchtgroenten en de fruitsector. Het derde spoor is een structurele aanpak van de waterproblematiek. Daar moet ik u niet meer van overtuigen, minister. Ook daarvoor hebt u reeds de eerste stappen gezet.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Collega’s, ik herhaal wat ik al een aantal keer gezegd heb in deze commissie en in de plenaire. Hoe kan men tot een landbouwramp komen? Er moet zich een weersfenomeen hebben voorgedaan met een uitzonderlijk karakter of van een uitzonderlijke hevigheid. Er moet een rechtstreeks verband zijn met de schade. Volledig analoog aan de tientallen rampen die sinds 1976 erkend zijn als landbouwramp, komt het ook in dit dossier aan de regering toe – vroeger de federale nu de Vlaamse – om te beslissen of aan die beide criteria is voldaan.

U weet dat ik begin juni de opdracht heb gegeven een vooronderzoek op te starten. In dat kader heeft het KMI een voorlopig rapport opgeleverd dat betrekking had op de periode 1 mei tot 15 juni 2017. Ik heb het op 9 juni gevraagd. Je kunt dus ook niet verder vooruitkijken. Uit het rapport bleek dat de lage neerslaghoeveelheden in die periode niet uitzonderlijk waren, want dit is de voorbije twintig jaar al eerder voorgekomen. We hebben allemaal vastgesteld dat het ook na 15 juni nog extreem droog is gebleven in bepaalde streken. Ik heb de vraag niet zozeer op vraag van de landbouworganisaties gesteld, maar het KMI heeft zelf aangegeven dat ze vermoeden dat, als je een ruimere periode zou nemen, die een uitzonderlijk karakter zou hebben. Vandaar dat ik aan het KMI de vraag heb gesteld om de periode april tot juni te onderzoeken. Drie maanden droogte zou voor ons echt wel uitzonderlijk zijn. In de loop van volgende week verwachten wij het rapport van het KMI waarmee ik dan naar de Vlaamse Regering zal gaan, die zal moeten beslissen of er al dan niet een erkenning van de ramp komt.

In afwachting van de regeringsbeslissing is het best zo dat schadelijders er goed aan doen om teeltschade te laten vaststellen door de gemeentelijke schadevaststellingscommissies of door een onafhankelijke expert. Want mocht de droogteramp dit najaar erkend worden door de Vlaamse Regering, dan moet men voldoende bewijsstukken hebben. Mocht de Vlaamse Regering beslissen om de droogte niet als landbouwramp te erkennen, dan zijn er geen alternatieve vergoedingen mogelijk. Jammer genoeg, maar het is zo. De Europese Unie laat niet toe dat de lidstaten staatssteun geven aan hun ondernemers. Als we naar een andere regeling willen gaan, dan zal dat ook Europees onderzocht moeten worden.

Om de liquiditeitsproblemen die zich kunnen voordoen op de bedrijven enigszins te milderen, zal ik samen met mijn Waalse collega René Collin aan Eurocommissaris Hogan vragen om dit najaar verhoogde voorschotten op de GLB-betalingen te kunnen toekennen aan alle Belgische landbouwers.

De watercoördinator landbouw die ik heb aangesteld, heeft inderdaad op 4 juli voor het eerst alle actoren samengebracht. De deelnemers waren de landbouworganisaties, de producentenorganisaties in de groenteteelt, de Federatie van de Belgische groenteverwerking en de handel in industriegroenten (Vegebe), de beroepsvereniging voor de Belgische aardappelhandel en -verwerking (Belgapom), het Vlasverbond, het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB), het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en de praktijkcentra. Tijdens het overleg werden de acties overlopen.

De acties op korte termijn omvatten de landbouwrampenprocedure en de verplichtingen die voortvloeien uit de GLB-verzamelaanvraag maar waarvan iedereen vermoedt dat de naleving in het gedrang komt door de droogte. We moeten daar dus een oplossing voor zoeken.

Acties op middellange termijn zijn onder meer demonstratieprojecten waarin het thema waterkwaliteit en duurzaam watergebruik centraal staat; de actualisatie van de praktijkgids water in de land- en tuinbouw; voorlichtingsactiviteiten; investeringssteun: binnen het VLIF zijn er diverse mogelijkheden die we nog beter bekend gaan maken; het bedrijfsadviessysteem KRATOS geeft advies op vlak van water. Onderzoek is ook heel belangrijk. Vanuit ILVO en de Vlaamse praktijkcentra zijn er diverse onderzoeken rond de droogteproblematiek. Zo is er al onderzoek rond droogtetolerante gewassen, het waterbergend vermogen van de bodem, alternatieve waterbronnen, methodologieën om stress te bepalen. Ook mogelijkheden van bijkomende waterbuffering, onder andere een gecombineerde aanpak waterschaarste-wateroverlast met ook een meerwaarde voor landbouw, worden verder onderzocht.

De acties op lange termijn omvatten een actieve bijdrage vanuit landbouw bij de opmaak van een plan voor de aanpak van de waterbeschikbaarheid in het kader van werkzaamheden van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeheer (CIW) en de opstart van de opmaak van een praktijkgids klimaat in de land- en tuinbouw in 2018, waar de waterproblematiek ook een belangrijke onderdeel van uitmaakt.

Collega's, dat is de stand van zaken. We blijven het goed opvolgen. Ik verwacht, maar ik heb geen glazen bol, dat het KMI tot de conclusie zal komen, aangezien ze het zelf al een stukje hebben aangegeven, dat dit een uitzonderlijke omstandigheid zal zijn waarna we het dossier verder zullen opmaken.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik erken dat u de nodige stappen hebt gezet. We hebben uiteindelijk allemaal dezelfde beweegredenen. Het blijft een eigenaardig fenomeen – als ik dat woord mag gebruiken – dat het KMI die uitzonderlijke droogte, waarover ze zelf permanent heeft gesproken bij monde van Frank Deboosere en misschien ook anderen, niet erkend heeft als landbouwramp. Het KMI geeft zelf aan, zoals u ook zegt, dat door een langere periode in acht te nemen, het waarschijnlijk toch wordt erkend als landbouwramp. Het zorgt uiteindelijk toch, ik zal niet zeggen paniek, voor ongerustheid.

Het is inderdaad ook belangrijk dat de teeltschade wordt vastgesteld zodat alles vlugger ingang kan schieten als de erkenning er eenmaal is. Ik reken erop dat de Vlaamse Regering uiteindelijk toch de uitzonderlijke droogte zal erkennen als landbouwramp.

Minister, ik heb een kleine vraag. Stel dat het KMI het toch niet erkent als landbouwramp, kan de Vlaamse Regering dit dan overrulen of is ze gebonden aan dit advies? Mocht de Vlaamse Regering dit kunnen overrulen, zou ik oproepen om dit te doen.

Het is een ander debat, maar de Europese Unie bepaalt of wij al dan niet andere maatregelen kunnen nemen in uitzonderlijke situaties. Het is een moeilijke kwestie. U zegt dat het Europees moet worden geregeld. Er zijn natuurlijk verschillende situaties in andere landen. Onze fractie pleit er altijd voor om regionaal te werken in zulke kwesties.

Ik heb vertrouwen in de aanstelling van de watercoördinator. Ik hoop dat er in de toekomst een aantal resultaten zullen zijn die iedereen ten goede kunnen komen. Ik blijf erbij dat we zulke situaties provinciaal en zelfs regionaal moeten durven aan te pakken, misschien per teeltsoort.

Nogmaals, de situatie in onze provincie was toch uitzonderlijk. Ik begrijp zelfs niet dat het niet automatisch erkend wordt als landbouwramp als we zien welke uitzonderlijke maatregelen er werden genomen. Ik reken op het gezond verstand van de Vlaamse Regering om uiteindelijk de droogte te erkennen als landbouwramp. (Opmerkingen van Bart Caron)

Gaat u niet akkoord, mijnheer Caron?

De heer De Meyer heeft het woord.  

Als zelfs de oppositie rekent op het gezond verstand van de Vlaamse Regering, waarom zou ik het dan niet doen?

Minister, u hebt reeds aangegeven dat het KMI zelf heeft gesuggereerd om een langere periode te laten onderzoeken. Samen met u leven we dus op hoop dat er een nieuwe uitspraak komt die wel kans biedt aan de Vlaamse Regering om minstens voor sommige teelten en minstens voor sommige regio's deze uitzonderlijke droogte wel te erkennen als landbouwramp.

De milde regen die we vandaag kennen, luidt hopelijk een periode in van geen schaarste aan regen, maar dit mag de volgende weken, maanden, jaren de aandacht niet doen verslappen om wel structurele maatregelen te nemen voor de volgende jaren. Ik denk dat het bijzonder belangrijk is dat op dat vlak verder werk wordt gemaakt van uw engagement, minister.

De heer Caron heeft het woord.

Ik sluit me aan bij de bezorgdheden van de vraagstellers met de opmerking dat het in dit geval om een zeer diverse situatie gaat. In Zuid-West-Vlaanderen is er bijvoorbeeld al een groot verschil tussen de Westhoek en de regio richting Deinze. Minister, adviseert het KMI op dat vlak gediversifieerd? In de Westhoek hebben ze anderhalve week geleden een zware stortvlaag gehad met tennisgrote hagelstenen die meer schade hebben berokkend dan water hebben opgeleverd voor de landbouw. Het noorden van West-Vlaanderen, waaronder de regio van Knokke, bleef poederdroog.

Er moet volgens mij ook nagedacht worden over de lange termijn. We hebben daar al over gediscussieerd. Met de hulp van die watercoördinator zou een soort nationaal/Vlaams actieplan moeten worden opgesteld dat de wateroverlast in de winter omzet in waterreserve in de zomer. We moeten verder investeren in buffering, natte natuur. De combinatie van beide kan ook een natuurlijke meerwaarde opleveren. Men heeft natuurlijk wel meer ruimte nodig om dat water te stockeren, maar ik denk dat we op die manier toch iets verder moeten denken dan het seizoen dit jaar lang is.

Ik woon langs de Leie, wat er verder niets toe doet, maar daar wordt nog altijd stevig water opgepompt uit rivieren, mondingen en beken ondanks het verbod dat de gouverneur had uitgevaardigd. Ik ben medebestuurder van een natuurgebiedje dat een dode Leiearm bevat. Ook daar wordt stevig uit gepompt terwijl dat ook niet mag. Alle begrip voor de ellende van de landbouwers, maar ik zou liever hebben dat er meer water kan worden gebufferd dan dat er op die manier naar water moet worden gezocht.

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, u hebt zeer goed gehandeld in dit dossier. U hebt zelf het initiatief genomen om de vraag te stellen aan het KMI. Het KMI heeft u een antwoord bezorgd, en daar hebt u onmiddellijk op ingespeeld. Dat is de goede gang van zaken. Sommigen konden het niet laten u te verwijten dat er geen erkenning als landbouwramp zou komen als gevolg van een negatief advies van het KMI. Dat hebt u natuurlijk niet zelf in de hand. Dat is een wetenschappelijk onderzoek. We moeten inderdaad hopen dat het KMI erin slaagt om die erkenning als uitzonderlijke weersomstandigheden op papier te zetten, want dit is uiteraard niet te begrijpen. Er zijn uitzonderlijke maatregelen genomen en toch zou het weerskarakter niet uitzonderlijk zijn. We zullen echter moeten afwachten wat er uit de bus komt.

Ik ben ook zeer blij met de aanstelling van de watercoördinator. Het is belangrijk dat er op lange termijn, ook investeringsgericht, een aantal zaken op het niveau van landbouwbedrijven of collectief, desgevallend ook in samenwerking met de waterloopbeheerders, kunnen worden georganiseerd om bij nieuwe droogteperiodes die er ongetwijfeld nog zullen komen, te kunnen voorzien in voldoende water. Dat is heel belangrijk. De landbouwers zijn vragende partij om gericht te investeren. Dat alles coördineren is een zeer goede zaak.

We hebben hier al meermaals over deze problematiek gesproken en ik ben zeer blij met het kamerbrede enthousiasme daarover in deze commissie. Ik zou echter heel nadrukkelijk willen vragen dat ieder voor zich in zijn eigen fractie en de eigen ministers, wanneer het gaat over de meerderheid, datzelfde signaal geven. Wanneer desgevallend het KMI een positief advies geeft, kan dat dossier dan ook vooruitgang boeken in de Vlaamse Regering en is er bereidwilligheid bij de collega’s van de minister van Landbouw om met hetzelfde enthousiasme als hier in de commissie die steun te geven aan de landbouwers die noodzakelijk is als gevolg van de ramp waardoor zij getroffen zijn in 2016 en 2017. Het water staat verschillende landbouwbedrijven aan de lippen ondanks de droogte.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Het advies van het KMI kan overruled worden. Wanneer het KMI tot de vaststelling komt dat dit niet uitzonderlijk is, kan de Vlaamse Regering dit toch nog als een ramp erkennen. Dat zal niet evident zijn en ook bijkomende motivering vragen. Ik ga er echter van uit dat dit niet zo zal zijn, maar ik wil niet vooruitlopen op de feiten.

Wat de diversiteit betreft, heb ik aan het KMI gevraagd om specifiek de regio’s te bekijken. Wanneer men een algemeen overzicht van Vlaanderen maakt, zal men een heel ander gevoel krijgen dan wanneer men de situatie streek per streek bekijkt.

Wat de investeringen in buffering en de aandacht voor water op land- en tuinbouwbedrijven betreft, volg ik u volledig. Dat is ook de reden waarom we daar zeer sterk op inzetten, ook vanuit de verschillende onderzoeken die we doen, de praktijkcentra, de ondersteuning. Ik was maandag nog op bezoek bij een fruitkwekerij in Deinze waar men alle regenwater buffert en waardoor men ook bij deze droogte de fruitbomen voldoende water kan geven. Dat is een voorbeeld van hoe men zeer slim kan investeren. Ik ben het er volledig mee eens dat daar meer aandacht voor moet zijn. Ik zeg dat trouwens al lang, al van lang voor deze droge periode. In 2010 had ik het bijvoorbeeld over onze grondwaterlagen en over het feit dat die op sommige plaatsen in Vlaanderen in het gedrang komen. Ik werd toen een beetje verketterd in bepaalde regio’s. Te weinig grondwater in Vlaanderen leek ondenkbaar, terwijl nu iedereen inziet dat dit wel degelijk klopt. Wij voeren daar al lang een beleid rond, ook op het vlak van vergunningen. We proberen bedrijven te stimuleren om in te zetten op alternatieven door hun vergunning stelselmatig af te bouwen en hen te verplichten op zoek te gaan naar nieuwe methodes zoals het hergebruik van afvalwater of regenwater, of grijs water zoals we dat noemen.

Ik ben ook blij dat hier de algemene bereidheid is om de richting uit te gaan van de erkenning van die ramp. Dat sterkt me in de overtuiging dat we voldoende aandacht moeten hebben voor deze tegenslagen die zich opstapelen voor onze landbouwers. Het is zeker niet evident te worden geconfronteerd met eerst storm, hagel, vorst en nu dan droogte. Dat zijn opeenvolgende tegenslagen waar we niet blind voor mogen zijn.

Voor de erkenning als landbouwramp bekijken wij de zaken vanuit de teelten en het effect dat die heeft op de teelten. Wat drinkwater betreft, zijn er uitzonderlijke maatregelen. Dat zijn twee aparte zaken. Het is raar dat uitzonderlijke maatregelen worden genomen om het drinkwater veilig te stellen terwijl het KMI zegt dat het niet over een uitzonderlijke situatie gaat, maar beide hebben op zich niets met elkaar te maken. Ze staan los van elkaar, maar ik begrijp wel dat zij met elkaar worden verward. Ik ga er echter van uit dat het KMI dit keer een positief advies zal geven en dat we de procedure kunnen verderzetten.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik reken nogmaals, om de heer De Meyer bij te treden, op het enthousiasme – ik hoor een beetje twijfel bij de heer Dochy over dat enthousiasme bij de andere meerderheidspartijen – om de droogte alsnog te erkennen als landbouwramp.

We rekenen er allemaal op dat het advies van het KMI nu wél zal zijn dat het een landbouwramp is, maar ik ben blij te vernemen dat, indien het advies dat niet zegt, de Vlaamse Regering dat kan overrulen.

Mijnheer Dochy, ik hoop dus, samen met u, dat het enthousiasme bij alle partijen, zeker bij de meerderheidspartijen, er zal zijn om binnen afzienbare tijd de droogte alsnog te erkennen als landbouwramp. 

De heer De Meyer heeft het woord.

Minister, ik dank u, enerzijds voor uw aanvullend antwoord en de daarbij horende nuanceringen, maar ook voor uw engagement in dit dossier. We hopen dat dit engagement wordt gedeeld door de hele Vlaamse Regering.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.