U bent hier

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, opnieuw een vraag die gerelateerd is aan de brexit. Het toont aan hoe belangrijk een goed akkoord met het Verenigd Koninkrijk is vanuit Europa en op welke manier wij ons vanuit Vlaanderen kunnen en moeten voorbereiden.

Naast de vele onzekerheden die er nog zijn, de eerste en de tweede fase, de exitfase en anderzijds de fase voor een nieuw akkoord, zijn er dus nog opportuniteiten voor Vlaanderen.

Vorige week heeft uw federale collega Johan Van Overtveldt onder meer aangekondigd dat twee belangrijke ondernemingen hebben beslist om hun maatschappelijke zetel vanuit Londen naar ons land te brengen. Een ervan was een Japanse verzekeraar, waarvan de hoofdzetel gevestigd was in de city, in London. Uiteindelijk hebben die ondernemingen ingevolge de brexit beslist om naar Brussel, naar ons land, naar Vlaanderen, te komen.

Een andere opportuniteit is de nieuwe uitvalsbasis voor het European Medicines Agency (EMA). In de media en in uw antwoord op een eerdere vraag om uitleg van mezelf, op 25 april 2017, liet u duidelijk merken dat u heel graag het EMA naar ons land wilde halen voor de regio Brussel en omgeving.

Via de Vlaams-Brusselse nieuwszender BRUZZ vernemen we dat deze thematiek op de agenda stond van het Overlegcomité van vorige week. Volgens de berichtgeving zullen de deelstaten samenwerken met de Federale Regering en werden er reeds drie mogelijke locaties voorgesteld. Er werd hierbij onder meer gedacht aan Diegem, Louvain-la-Neuve en Brussel. Het EMA zou zelf een voorkeur hebben voor de locatie in de Wetstraat.

Minister-president, een paar weken geleden zijn wij op bezoek geweest bij het EMA in Londen, waar heel wat landgenoten, Vlamingen werkzaam zijn. Het is een instelling met een paar honderd werknemers, expats van over de hele wereld. Het zou dan ook bijzonder interessant zijn om dit EMA naar ons te brengen. Bij eerdere vragen hebt u al gewezen op de voordelen die er zijn: de vlotte bereikbaarheid, de nabijheid van de luchthaven, het feit dat wij in Vlaanderen een heel sterke farma-industrie hebben, het feit dat wij de hoofdstad zijn van het federale land, van Europa, van Vlaanderen. Dat zijn allerlei opportuniteiten. Ook onze meertaligheid blijkt een troef te zijn om dit dossier binnen te halen. Ik verwijs hiervoor naar uw antwoord enkele weken geleden.

Minister-president, wat is de stand van zaken in dit dossier?

Hoe verlopen de gesprekken met de andere deelstaten, met Wallonië, met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, en met het federale niveau?

Zijn er reeds rechtstreekse contacten geweest tussen Vlaanderen en het EMA? Op welke manier heeft het EMA zijn voorkeur voor Brussel, voor onze regio kenbaar gemaakt?

Blijft de timing aangehouden zoals gepland, waarbij eind juli – dus over drie, vier weken – de kandidaturen, het dossier officieel moet worden ingediend, met twee maanden later, in september, een evaluatie en uiteindelijk in oktober-november de politieke discussie op het niveau van de Europese Raad, tussen de verschillende lidstaten en de uiteindelijke beslissing in november? We moeten kort op de bal spelen om ervoor te zorgen dat we een goed dossier hebben, in de hoop dat we dat effectief kunnen binnenhalen.

Hebt u weet van de mogelijke interesse van andere steden? Zo wordt er onder meer gesuggereerd dat de stad Namen, Namur, interesse heeft om het EMA naar de Waalse hoofdstad te halen. Wat is uw reactie daarop? Is dat ook besproken binnen het Overlegcomité, met minister-president Magnette van de Waalse gewestregering, nu wel min of meer in lopende zaken?

Hebt u behalve Nederland, Denemarken en Catalonië nog weet van andere staten, deelstaten, regio’s, steden die meedingen naar de hoofdzetel van het EMA? En hoe schat u in vergelijking met deze concurrenten momenteel onze kansen in?

Graag had ik van u op deze, niet echt detailvragen, maar opvolgingsvragen, een antwoord. Ik dank u alvast.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Vanlouwe, u weet dat ik de allereerste ben geweest – het was in Davos, ik zal het niet vergeten – die ervoor gepleit heeft om te proberen het Europees Geneesmiddelen Agentschap naar ons land te halen. Tot dan toe werd bijna uitsluitend gesproken over de European Banking Authority. Ik sta daar volledig achter. Ik hoop dat het lukt. Maar ik denk niet dat we voor de European Banking Authority zoveel troeven hebben als we hebben voor het EMA.

Het is uiteraard zo dat een land, een lidstaat, de kandidaatstelling moet indienen. Vlaanderen kan dat op zich niet. De Europese Raad heeft eind juni de procedure en de criteria voor de toewijzing van het EMA goedgekeurd. Op 28 juni hebben we in het Overlegcomité een akkoord bereikt om formeel onze kandidatuur in te dienen.

Er komt een gemeenschappelijke kandidatuur genaamd Brussels Greater Area, of Brussel en Omgeving, die drie alternatieven bevat. In het kader van de officiële voorstelling van het dossier aan de Europese instanties zal evenwel rekening worden gehouden met de tijdens een plaatsbezoek sterk geuite voorkeur van het technisch team van het EMA voor het alternatief van het Brusselse stadscentrum en van de site The ONE. Daarnaast zijn er twee alternatieven: Diegem en Louvain-la-Neuve. De afspraak is dat de site The ONE in eerste instantie zal worden ontwikkeld, maar dat de twee andere daarbij als volwaardige alternatieven worden aangediend. Omdat we, ten eerste, de keuze moeten binnenhalen om bij ons te komen en, ten tweede, omdat je nooit weet hoe een dubbeltje rollen kan. Het kan geen kwaad dat er drie alternatieven worden voorgesteld.

Er is een goede samenwerking met de andere entiteiten om tegen 31 juli een dossier in te dienen. Er is een EMA taskforce, waarvan Flanders Investment & Trade (FIT) deel uitmaakt. Die komt op wekelijkse basis samen om dat dossier helemaal klaar te hebben.

FIT heeft daarin zeer sterk werk geleverd. U kent onze troeven, ik zal ze hier niet herhalen. Ik denk dat we bij de Europese landen tot de top behoren als het erop aankomt om troeven te hebben voor de huisvesting van een Europees Geneesmiddelen Agentschap.

We werken trouwens al samen sinds eind maart. We zijn al tot een promotionele brochure gekomen. In dezelfde geest van die promotionele brochure wordt nu een technisch dossier uitgewerkt.

Alle contacten met het EMA gebeuren gezamenlijk, het federale niveau en de deelstaten. Dat is de afspraak. Op 31 mei 2017 – ik verwees er al naar – bezocht het technisch team van het EMA dat de verhuis moet voorbereiden de drie locaties. Mijn kabinet en FIT waren daarbij aanwezig. Het EMA heeft natuurlijk nog geen expliciete voorkeur bekendgemaakt, maar liet informeel wel verstaan dat de locatie in de Wetstraat wat hen betreft het best beantwoordt aan de criteria en de timing die de Europese Raad vooropstelt. Het zit natuurlijk vlakbij het Europese centrum daar, dat kun je moeilijk ontkennen.

Maar wij behouden onze alternatieve locatie. Dat is zo overeengekomen op het overlegcentrum: de drie locaties worden ingediend, met in eerste instantie de site The ONE.

Uit ervaring weten we dat het goed is dat je bij kandidaat-investeerders – en we behandelen dit als een kandidaat-investeerder – verschillende potentiële sites openhoudt.  We zullen de vooropgestelde timing kunnen aanhouden.

Ik heb geen weet van een mogelijke interesse van Namen. Die is bij mijn weten alleszins op geen enkel moment vooropgesteld. Die optie is nooit ter sprake gekomen.

Het is wel zo dat we op dit ogenblik weet hebben, formeel of informeel, van negentien kandidaatstellingen van lidstaten. Bij mijn weten zijn er nog meer, maar tot nu toe hebben we kennis van negentien. De competitie zal dus serieus zijn.

Ik denk dat het de moeite is dat we hier tot het uiterste gaan, omdat we beschikken over heel veel troeven. De farmaceutische industrie, die een van de sterke spelers in Vlaanderen is, kijkt er enorm naar uit en is ook dankbaar voor de inspanningen die we doen. We hebben uiteraard nog geen resultaat, maar ik ben er toch een beetje trots op dat ik die idee heb gelanceerd, zodat we er nu ook volop voor kunnen gaan.

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, ik dank u. Het kan inderdaad niet worden ontkend dat de Vlaamse Regering, en zeker ook in overleg met de Federale Regering en andere deelstaatregeringen, effectief inspanningen heeft gedaan om een goed gedragen dossier voor te bereiden. Ondertussen wordt er inderdaad gewerkt met alternatieven, waardoor Europa of de verschillende leden van de Europese Raad op een goede en gedegen manier een keuze kunnen maken.

Als ik het goed begrijp, zijn er nu nog maar 19 kandidaat-staten of -lidstaten. Ik dacht dat u een paar weken geleden sprak over 26, dat er van de resterende 27 lidstaten toen 1 zijn kandidatuur niet had gesteld, een van de Baltische staten. Ik stel vast dat er iets minder kandidaten zijn dan in het verleden, waardoor die concurrentie natuurlijk iets minder groot wordt.

Maar ik blijf erbij: we moeten vooral opletten. In de eerste plaats moeten we ervoor zorgen dat we het dossier binnenhalen en dat er dan een keuze worden gemaakt tussen de verschillende alternatieven die er bestaan tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel.

Maar we mogen ook niet uit het oog verliezen dat ook die andere lidstaten van de Europese Unie enorme inspanningen doen. Ik zeg dat gewoon om erop te wijzen dat we inderdaad een stevig dossier moeten hebben. Vorige keer heb ik u reeds gewezen op het dossier van Catalonië, Barcelona, dat zich ook kandidaat had gesteld. Er waren drie steden in Spanje die zich kandidaat hadden gesteld: Malaga, Alicante en Barcelona. Uiteindelijk heeft de Catalaanse regering, in overleg met de andere deelstaten en de centrale Spaanse regering, beslist dat men voluit zou gaan voor Barcelona. Men heeft daar ook een bepaalde farma-industrie die volgens mij niet opweegt tegen ónze sterke farma-industrie. Alle multinationals hebben hier in Europa een zetel. Wij hebben natuurlijk ook Janssen Pharmaceutica als een sterke poot binnen een multinational zoals Johnson & Johnson. We hebben ook veel kleinere farmabedrijven. Er wordt vanuit ons land ook veel uitgevoerd.

Maar ondertussen was het mij opgevallen dat bijvoorbeeld ook Amsterdam een bepaald dossier had ingediend. Ik zie dat zij daarin bepaalde troeven proberen uit te spelen. Ik zie gewoon wat ik op de website van Amsterdam heb gevonden. De Nederlandse overheid, spreekt, samen met Amsterdam, over ‘continuity, connectivity, community, commitment’. Ze schrijven ook: ’90 procent of the people speak English’. Ik zou nog wel eens willen zien of dat ook zo is. Maar men probeert natuurlijk allemaal argumenten aan te halen.

Ik wilde er gewoon op wijzen dat ook andere lidstaten dossiers inbrengen. Ik hoop dat wij er effectief in zullen slagen om het EMA hier in Vlaanderen, in Brussel, te brengen. Ik denk dat wij inderdaad de nodige troeven hebben en dat wij die moeten uitspelen. Het EMA, het Europees Geneesmiddelen Agentschap, hoort zeker thuis in Brussel, hoofdstad van Vlaanderen, van het federale niveau en van Europa.

Rik Daems (Open Vld)

Minister-president, we hebben het EMA bezocht in Londen. Ik denk dat we daar toen heel interessante relaties hebben opgebouwd.

Ik heb een randbemerking. Mocht het zo zijn dat u denkt dat er daar vanuit de parlementaire hoek op een of andere manier een bijdrage kan worden geleverd, denk ik dat we dat absoluut willen doen.

Ik dank u trouwens dat u de piste hebt geopend. Het zou inderdaad een belangrijke verwezenlijking zijn mocht het EMA naar hier komen.

Ik stel vast – en dat vind ik persoonlijk belangrijk – dat dit een gezamenlijke inspanning is van Vlaanderen met het federale niveau en de andere regio’s. Het is een beetje in de context van ‘eerst een beer schieten en dan het vel verdelen’. Dat vind ik niet slecht. Mocht het zo kunnen op vele andere vlakken, dan zou ons dat ook nog sieren. Zeker in dezen, het aantrekken van investeringen, is dit de juiste aanpak. Hoe je het ook draait of keert, uiteindelijk is het Vlaanderen dat de beste troeven heeft om dat dan ook te laten landen.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

We moeten het dossier nog voorbereiden. We waren inderdaad eerst. Het mag ook worden gezegd dat, als ik me niet vergis – minister-president, misschien kunt u dat bevestigen –, FIT het dossier van het EMA heeft voorbereid voor België.

In de eerste plaats was dat om naar Vlaanderen te trekken. Anderzijds is het wel een organisatie vanuit Vlaanderen die dat heel goed heeft voorbereid, en dat mag ook eens worden gezegd. Dat is ook belangrijk. Het zou echt tof zijn als we het naar hier kunnen halen, maar ook als het naar België komt, zou dat een economische meerwaarde betekenen. Het zou mensen naar hier trekken. Dat is heel positief, niet tof, maar economisch interessant.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik wil nog iets verduidelijken, want blijkbaar is er een misverstand. Het inhoudelijke dossier is klaar. Alle Vlaamse troeven zijn er ook in opgenomen. We hebben dat opgemaakt in FIT. Ik heb die troeven al uitvoerig gebracht. We hebben het hoogste percentage van de hele Europese Unie inzake R&D in farmaceutica. We hebben de snelste omzetting van klinische studies. We hebben de tien grootste farmaceutische bedrijven wereldwijd met een vestiging in Vlaanderen. We hebben het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). We hebben dus tal van troeven uitgespeeld, en ik vergeet er nog een aantal.

Dat dossier is klaar. Wat nu wordt afgewerkt, is het technische dossier waarover we een overeenkomst hebben bereikt op het Overlegcomité. Dat is het technische dossier voor elk van die sites, maar inhoudelijk zijn we volledig klaar en draaien de diplomatie en de mogelijke contacten op volle toeren. Dus bedankt als u zegt dat u een bijdrage kunt leveren. Alle baten zullen helpen.

Mijnheer Vanlouwe, we zijn geen kandidaat tegen niemand. Alle anderen hebben ook troeven en leven in de overtuiging dat ze de beste troeven hebben. Alleen zijn wij daar ook van overtuigd. We zijn kandidaat voor onszelf. Daar hebben we heel veel troeven voor en die gaan we ook uitspelen. Maar laat ons niet naïef zijn. Finaal zullen er heel sterke politieke afwegingen meespelen, zoals dat tot nu toe voor elke andere vestiging van Europese instellingen het geval is geweest. Ik hoop dat er een paar allianties kunnen worden gesmeed. Het allerbeste dossier hebben zal op zich een belangrijke troef zijn, maar zal niet de enige afweging zijn die zal worden gemaakt bij die keuze.

In de mate dat u het EMA hebt bezocht en dat wij die contacten hebben, is dat wel heel belangrijk, want ultiem is de voorkeur van EMA ook een van de factoren. Continuïteit is voor hen belangrijk. Zolang ze in Londen zitten, is een gemakkelijke overstap heen en weer naar de nieuwe vestiging belangrijk, zodat daarin geen breuk ontstaat. Er zullen tal van elementen meespelen. Uiteindelijk zullen er politieke keuzes worden gemaakt.

Denemarken is een sterke kandidaat, Nederland is een sterke kandidaat, Barcelona is een sterke kandidaat enzovoort. Ik sluit absoluut niet uit dat er tegen 31 juli 26 kandidaten zijn. Ik heb nu weet van 20, maar iedereen voelt zich geroepen. Het is ook een bijzonder sterke instelling die heel veel genereert.

De voorzitter

Wij zijn in ieder geval de beste.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.