U bent hier

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, ik verwijs voor deze vraag naar een debat dat we een kleine twee weken geleden in de plenaire vergadering hebben gevoerd. De verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk zijn niet zonder gevolgen voor de brexitonderhandelingen die van start zijn gegaan. We hebben de beelden gezien van EU-onderhandelaar Barnier, voormalig Frans minister van Buitenlandse Zaken, en Brits brexitminister Davis.

U wees er twee weken geleden nog eens op dat Vlaanderen jaarlijks voor meer dan 27 miljard euro uitvoert naar Groot-Brittannië en onderstreepte het belang van een goed handelsverdrag – we komen er telkens weer op terug ­– een verdrag zoals het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA), hopelijk krijgen we ook een ‘fair trade agreement’ met de Verenigde Staten. U wees op het belang van een open economie, gericht op export die ons kleine Vlaanderen heeft. We moeten er inderdaad voor zorgen dat we met een van onze dichtste buren, het Verenigd Koninkrijk, een zo goed mogelijk handelsverdrag kunnen sluiten, aan goede voorwaarden, met zo weinig mogelijk handelsbelemmeringen, zo weinig mogelijk en het liefst geen douanetarieven. We moeten denken aan onze producten, onze diepvriesproducten, onze farmaceutische producten en materialen. Er zijn heel wat producten die vanuit Vlaanderen via de haven van Antwerpen en nog meer de haven van Zeebrugge, 45 procent van de overslag van Zeebrugge, naar het Verenigd Koninkrijk gaan.

U verklaarde te zullen blijven ijveren voor een zo goed mogelijk handelsverdrag dat ‘zo dicht mogelijk aansluit bij een lidmaatschap’.  Voor de Britten is ‘a brexit a brexit’. Ze stappen op, ze gaan daar niet op terugkomen, al zijn er af en toe liefdesverklaringen aan het Verenigd Koninkrijk. We kunnen ons afvragen of dat wel goed is, dan wel dat we ons focussen op nieuwe goede afspraken vanuit de EU, in het belang van onze economie in Vlaanderen.

U zou een ontmoeting gepland hebben met voorzitter van de Europese Commissie Juncker om de kwestie te bespreken. Ik meen elders nog gelezen te hebben dat u inderdaad hierover hebt gesproken. Kunt u toelichting geven bij het gesprek dat u hebt gehad met voorzitter Juncker?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Vanlouwe, het was een diepgaand en open gesprek. Ik heb vier thema’s aangekaart. Ik heb onze visie op de EU, de brexit, de vrijhandelsakkoorden en het belang van publieke investeringen en de Europese boekhoudregels aangekaart.

Voorzitter Juncker had reeds kennis genomen van de Vlaamse visie op de toekomst van de EU. Hij zei al lachend dat alleen nog het logo van de Europese Commissie mankeerde, en de nota zou zijn goedkeuring wegdragen. Dat betekent toch wel een en ander.

De brexit kwam aan bod. Uiteraard heb ik het belang beklemtoond van de tweede fase en de Vlaamse belangen daarbij: onze export en het behoud van onze welvaart.

Ik heb ook een plus-verdrag bepleit. Ook daar had voorzitter Juncker oren naar. Ik heb hem gezegd dat het een taak is van de EU om de belangen van zijn inwoners te verdedigen. Een exit-verdrag is één zaak, maar wij willen daarna nog goede handelsbetrekkingen kunnen hebben. We willen de belangen van onze exporterende bedrijven en het grote aantal jobs dat daarmee samenhangt, beschermen en behouden. U weet dat ik dat de hele tijd aanbreng.

Ik ben erin geslaagd om ook de brexithoofdonderhandelaar Barnier naar Zeebrugge te halen. Donderdag gaan we naar Zeebrugge, samen met federaal minister van Financiën Van Overtvelt, om hem in contact te brengen met de haven en de exporterende bedrijven en dergelijke. Ik vind dat we op Europees niveau continu en heel sterk moeten beklemtonen welk wezenlijk belang de post-brexitsituatie voor ons is.

Ik heb aan voorzitter Juncker de Vlaamse visie op de handelsverdragen na het EU-Singapore-advies gegeven. U weet dat het Juncker zelf was die voor CETA een van de belangrijke initiatiefnemers was om te zeggen: het is een gemengd verdrag. Ook tot mijn verrassing had hij wel oor naar – ik druk me in diplomatieke termen uit – wat ik daaromtrent verdedigd en bepleit heb.

Ik heb ook de problemen van dumping aangebracht. Bij ArcelorMittal Gent staan heel veel jobs op het spel. Ik heb beklemtoond dat wij verwachten dat de EU op dat vlak beschermende maatregelen neemt. Als Chinees staal gedumpt wordt aan prijzen waar wij onmogelijk mee kunnen concurreren met staal dat geproduceerd wordt in hoogovens die x keer meer vervuilend zijn dan state of the art ArcelorMittal, dan moet Europa ervoor zorgen dat onze producenten en de duizenden werknemers in de sector beschermd worden.

Tot slot kwam de investeringsproblematiek ter sprake. U weet dat we met de afschrijvingsregels niet ver geraken omdat daar zwaar verzet tegen blijft bestaan bij heel belangrijke lidstaten. De flexibiliteitsclausule, naar mijn aanvoelen – en dat is ook gebleken in het gesprek met Europees commissaris van Financiën Moscovici dat ik had samen met minister Tommelein – maakt meer en meer opgeld. Op het ogenblik moet er een ‘output gap’ zijn van meer dan 1,5 procent. Ik vind dat die weg moet, zodat we investeringen kunnen doen die een tijdelijke afwijking van uw pad in het groene stabiliteitspact inhouden.

Commissaris Moscovici en voorzitter Juncker hebben daar oren naar. Men kaatst een beetje de bal terug, men vraagt een definitie. Ik vind dat men daar geen gedetailleerde definitie van kan geven. Ik pleit er al maanden en misschien nog langer voor om dat toe te passen voor eenmalige, strategische, grote, duurzame, groeibevorderende investeringen die uitzonderlijk zijn, uiteraard niet voor investeringen die we bij manier van spreken dagelijks doen, die we elk jaar doen, dat kun je niet maken. Daar zul je ook nooit groen licht voor krijgen van de EU.

Ik vind dat als de EU tot een definitie komt, het dan aan de EU is om te oordelen welke investeringen daaraan beantwoorden en welke een fiat krijgen. Op het ogenblik profiteert alleen Italië van die flexibiliteitsclausule. Ook daarover was het een vruchtbaar gesprek met voorzitter Juncker. Hij heeft gezegd dat hij een bezoek zal brengen aan Vlaanderen, en hij staat open voor een bezoek aan dit parlement.

Er is dus een hele wissel binnen de Europese Commissie. De Eurocommissarissen beseffen dat subsidiariteit heel belangrijk is. Ik laat uiteraard nooit achterwege om te beklemtonen dat wij de volle bevoegdheid hebben in tal van aangelegenheden die ook Europese bevoegdheden zijn. Daar is een kentering merkbaar, en dat is belangrijk. Hij heeft bevestigd dat hij graag op bezoek wil komen, al moet hij zich daar niet zo ver voor verplaatsen. Ik denk dat dit als slot van het gesprek een goed resultaat is.

De voorzitter

Ik neem nota van de suggestie. We zullen het kabinet-Juncker contacteren, dan kan hij eens naar een serieus parlement komen, aangezien hij het Europees Parlement belachelijk vindt. We zullen zorgen dat we met meer dan dertig zijn, meld hem dat maar, commissiesecretaris. Dan zal hij zeker komen.

Bedankt, minister-president, we gaan dat niet laten liggen. We gaan die man, als het enigszins lukt, tot hier brengen.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Dank u wel, minister-president, voor uw zeer goede uiteenzetting. Het is inderdaad van belang dat u die moeilijke thema’s behandeld hebt. Het belangt ons allemaal aan, het belangt Vlaanderen aan. Het gaat over werkgelegenheid en economische groei. Het belangt de toekomst aan, het belangt ons land binnen de Europese Unie aan.

U bent de moeilijkere punten niet uit de weg gegaan, waaronder het Oosterweeldossier. U hebt inderdaad de suggestie gedaan om te kiezen voor een andere optie, namelijk een soort afwijking, een flexibeler situatie, als het gaat om eenmalige, grote, groeibevorderende infrastructuurprojecten. Ik ga verder niet veel uitspraken doen over het Oosterweeldossier, het is niet iets dat ik van nabij opvolg, maar het feit dat we het al dan niet moeten opnemen in onze boekhouding heeft wel een enorm grote impact op de mogelijkheden voor Vlaanderen daarbuiten.

Ik vind het alvast een goede zaak dat u thema’s zoals de brexit en de visie op de toekomst van de EU hebt besproken. Dat is ook een belangrijk thema. Voorzitter Juncker heeft een witboek geschreven over de toekomst van Europa. Hij laat de opties open: een status-quo of een ‘less is more’? Moeten we juist minder doen? Moet er een Europa komen met twee snelheden? Het is goed dat u daarover gesproken hebt. Ik hoop dat we hier in het Vlaams Parlement dat debat ook nog eens kunnen voeren.

Het is ook een goede zaak dat voorzitter Juncker op bezoek komt in navolging van enkele Eurocommissarissen die we hier gezien hebben. Eurocommissaris Wallström kwam hier spreken over CETA en TTIP en deed dat ook in andere deelstaatparlementen. We hebben mevrouw Thyssen op bezoek gehad. Nog vroeger kwam Europees president Van Rompuy spreken. Vorige week zagen we commissaris Moscovici die toelichting kwam geven. Ik heb de indruk dat we hem nog eens duidelijk moeten maken dat we met betrekking tot de begroting toch ook ons Vlaams hervormingsprogramma hebben en dat we niet allemaal onder die Belgische begrotingsparaplu schuilen, want dat er hier en daar wel wat verschillen zijn in de begrotingsaanpak.

Het feit dat Commissievoorzitter Juncker bereid is om naar onze commissie te komen of naar de plenaire vergadering, is een positieve zaak. We kunnen alvast uitvoering geven aan verklaring 51 bij het Verdrag van Lissabon waaruit klaar en duidelijk een standpunt van het federale land naar voren komt, maar tegelijkertijd van de deelstaten: de deelstaatparlementen staan voor hun bevoegdheden op hetzelfde niveau, en ik denk dat het geformuleerd staat dat de parlementen van de deelstaten een component zijn van de twee kamers op het federale niveau. Dan is het eigenlijk een evidentie dat hij ook naar het Vlaams Parlement komt.

Maar ik kan alleen maar vaststellen, minister-president, dat het subsidiariteitsprincipe inderdaad meer gerespecteerd wordt. Vanuit Brussel daalt men soms af vanuit zijn ivoren toren en doet men inspanningen om naar de deelstaatparlementen te gaan om toelichting te geven met betrekking tot het beleid, niet enkel via het Europees Parlement maar ook rechtstreeks in contact met de volksvertegenwoordigers van de lidstaten. Ik denk dat we de Europese leiders en commissarissen daar inderdaad stelselmatig op moeten wijzen. Het zou bijna een evidentie moeten zijn dat al die Eurocommissarissen toch minstens eenmaal in de verschillende parlementen van de lidstaten zouden langsgaan om hun beleid toe te lichten.

In ieder geval, dank ik u voor de correcte en goede opvolging van deze verschillende problemen, en meer bepaald van de visie op de toekomst van Europa en de effecten van de brexit op onze economie in Vlaanderen.

Rik Daems (Open Vld)

Ik heb twee opmerkingen die ik graag wil meegeven. Toen we Eurocommissaris Moscovici hier ontvangen hebben, heeft hij wel degelijk aangegeven dat hij een opening wou maken om het Oosterweeldossier, of andere grote disproportionele investeringen op een andere manier budgetmatig of comptabiliteitsmatig te behandelen. Dat was trouwens vrij grappig, want nog nooit had iemand hem het probleem kunnen uitleggen, en toen in drie seconden had hij het toch verstaan. Hij was daar misschien wat van geschrokken. Ik denk dat er wel een opening is.

In die context hebben we een commissie Alternatieve Financiering. Het is de bedoeling om rechtstreeks met de Europese autoriteiten contact te leggen. Wie weet dat we daar een piste uitvinden, ik ga niet vooruitlopen op de feiten, maar ik heb toch het gevoel dat daar beweging is. Er is toch een probleem van proportionaliteit als je dat vergelijkt binnen het orkest van Europese investeringen, los van het feit dat als je Vlaanderen als aparte entiteit zou bekijken dat absoluut geen probleem zou zijn. Dat is de realiteit. Het is omdat je autoriteit 1 en 2 samenvoegt, dat die problematiek er is.

Ik heb begrepen dat u donderdag met minister Barnier samenkomt. Ik kijk uit naar de resultaten van dat gesprek. Het zal onder meer gaan over de douane-unie. U kent mijn mening daarover. We moeten dit diplomatiek juist aanpakken. De huidige meerderheid in Groot-Brittannië is labiel. De Ierse conservatieven met hun tien zetels moeten die meerderheid ondersteunen, dat is wat er gebeurt. Een van de essentiële voorwaarden van de Noord-Ierse conservatieven is een ‘open boarder’ met Ierland. Dat kan natuurlijk alleen maar als Groot-Brittannië binnen de douane-unie blijft.

Dat is een element dat ik gewoon meegeef, maar dat wist u waarschijnlijk al, om eventueel met minister Barnier te bespreken. Als men dat politiek-diplomatiek goed aanpakt, kan dat er wel toe leiden dat Groot-Brittannië in de douane-unie blijft.

Het is de douane-unie die – als zij eruit gaan – 80 of meer procent van de problematiek te nadele van de Belgische of Vlaamse exporteurs veroorzaakt. Ziedaar wat ik wilde meegeven in de context van uw bezoek, en uiteraard houdt dat rechtstreeks verband met de brexit.

Wij kijken zeker uit naar het resultaat. Normaal gezien stoppen onze commissieactiviteiten na vandaag, we gaan in reces. Na het reces zouden we het op prijs stellen dat we via het secretariaat desgevallend informatie daarover kunnen delen met de commissieleden en desgevallend met de leden van de commissie Economie die daar ook mee bezig zijn. Dat zijn enkele opmerkingen die geen antwoord behoeven.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Dit is een opvolggesprek, ik heb minister Barnier bij mij op het Martelarenplein uitgenodigd, uit dat gesprek is voortgevloeid dat we samen een bezoek zullen brengen aan Zeebrugge. Uiteraard gaat het over de douaneproblematiek. Ik heb de goede hoop dat er minstens een douane-unie uit zal komen, zeker gelet op de situatie tussen Noord-Ierland en de republiek. Aan de andere kant is het natuurlijk ook zo dat ik blijf kloppen op de nagel van de enorme economische en exportbelangen. Elke gelegenheid grijpen we daarvoor te baat.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.