U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Een Huis van het Kind brengt een divers aanbod samen op het vlak van preventieve gezinsondersteuning. Minimaal gaat het om aanbod op het vlak van preventieve gezondheidszorg en opvoedingsondersteuning, alsook om activiteiten die tot doel hebben om ontmoeting en sociale cohesie te bevorderen.

Vorig jaar is er een bevraging gebeurd in de 128 Huizen van het Kind die op dat moment werkzaam waren. Er is gepeild naar hun ervaringen. Ze gaven inkijk in de meerwaarde en knelpunten, de rol van het ‘trekkerschap’, de actoren in het samenwerkingsverband, hun aanbod en de bekendmaking die ze opgezet hebben. Uit de bevraging blijkt dat 8 op de 10 Huizen van het Kind de link maken met lokale armoedebestrijding en een extra groep van 1 op 10 heeft plannen in die richting. 6 op de 10 Huizen van het Kind hebben acties genomen op het vlak van jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg.

In twee derde van alle Huizen van het Kind neemt het lokale bestuur de regie op, zo bleek. In bijna alle huizen is het lokaal bestuur een kernpartner. Zo kunnen de activiteiten goed aansluiten op het lokaal sociaal beleid. Bijna alle Huizen van het Kind richten zich naar de leeftijd van 0 tot 12 jaar, zowel voor kinderen als voor ouders met kinderen. Zo’n 70 tot 80 procent van de Huizen van het Kind richten zich op de prenatale fase, op jongeren en op ouders van jongeren. Voor de preconceptie en plus-18-jarigen en hun ouders liggen de percentages een stuk lager, hoewel dat decretaal mogelijk is.

In 4 op de 10 gevallen zijn de gezinnen betrokken als mede-actor. Omdat er veel verschillende actoren zijn, wordt het versterken en vernieuwen van de samenwerking tussen de actoren als blijvend werkpunt aangehaald. Hierdoor wordt er regelmatig om extra middelen gevraagd om de verdere uitbouw in Vlaanderen en Brussel te ondersteunen. De vraag om extra middelen betreft enerzijds het verder subsidiëren van erkende Huizen van het Kind en anderzijds het belang om verder te investeren in sterk trekkerschap dat moet worden opgenomen om voor verdere groei en uitbreiding te zorgen.

Het streefdoel is dat in 2019 de Huizen van het Kind gebiedsdekkend aanwezig zouden zijn in Vlaanderen en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. In een antwoord op een recente schriftelijke vraag van mij hierover stelt u dat er verschillende hefbomen zijn om dit te bereiken.

Minister, hoe interpreteert u de resultaten van de bevraging? Welke evolutie ziet u daarin? Om kwetsbare gezinnen zo snel mogelijk kennis te laten maken met de Huizen van het Kind, werd decretaal opgenomen dat ze ook toegankelijk zijn in de preconceptuele en prenatale fase. Uit de bevraging blijkt dat een groot gedeelte van de Huizen zich richt op de prenatale fase, op jongeren en op ouders van jongeren. Acht u het aangewezen om ook de toegankelijkheid van de Huizen van het Kind in de preconceptuele en verder in de prenatale fase te verhogen? Ik denk daarbij onder meer aan de verbinding met het lokaal loket kinderopvang, dat hier ook al ter sprake is gekomen telkens wanneer we een gedachtewisseling hebben met mevrouw Verhegge daarover. Die staat over veertien dagen weer op onze agenda. Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat gezinnen meer betrokken worden als medeactor? In heel wat Huizen van het Kind wordt aangegeven dat partners de samenwerking willen versterken. Hoe kan dit worden gestimuleerd? Welke maatregelen neemt u om het streefdoel te realiseren dat de Huizen van het Kind in 2019 gebiedsdekkend aanwezig zouden zijn?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

In juni 2016 werden de toen 128 Huizen van het Kind inderdaad bevraagd vanuit Kind en Gezin. De bevraging werd afgesloten in oktober 2016. 119 Huizen van het Kind vulden de bevraging in. Het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen verwerkte alles en maakte er een onderzoeksrapport van. Kind en Gezin schreef een synthese, die onlangs, op 8 juni, gepubliceerd werd.

Vandaag zijn er inmiddels 141 Huizen van het Kind die werkzaam zijn in 197 Vlaamse gemeenten en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Daarbovenop weten we dat er in een paar tiental gemeenten een dossier wordt voorbereid om een erkenning aan te vragen. In de gemeenten waar er geen werk van wordt gemaakt, worden er door Kind en Gezin, het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning (EXPOO) en de provincies contacten gelegd, veelal met gemeentebesturen of via bestaande samenwerkingsverbanden om de meerwaarde van het Huis van het Kind op de agenda te krijgen. Om direct op uw laatste vraag te antwoorden: er wordt dus gewerkt om het streefdoel te behalen om tegen 2019 gebiedsdekkend aanwezig te zijn.

De resultaten tonen voor mij aan dat de Huizen van het Kind een werkbaar instrument zijn om een geïntegreerd gezinsbeleid lokaal vorm te geven.

Dat blijkt, ten eerste, uit de hoeveelheid initiatieven die er ontstaan doorheen Vlaanderen en Brussel. Bijna tweehonderd gemeenten en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest maken op dit moment werk van de Huizen van het Kind. Dat is een succes.

Ten tweede blijkt het ook uit de hoeveelheid en diversiteit aan actoren die meewerken in de Huizen van het Kind. Ik weet niet of u de tijd kreeg om de publicatie grondig te bekijken, maar naast de lokale besturen, die u terecht vermeldt, zijn ook volgende actoren betrokken: kinderopvang; onderwijsactoren, zoals centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s) en scholen; jeugdhulpactoren, zoals centra algemeen welzijnswerk (CAW’s) en centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (ckg’s); actoren werkzaam in de opvang en de vrije tijd, bijvoorbeeld de jeugddienst, bibliotheken, de buitenschoolse kinderopvang; gezondheidszorgactoren, naast de consultatiebureaus ook ziekenfondsen, lokaal gezondheidsoverleg (LOGO), centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg's); opvoedingsondersteunende actoren, zoals regioteams Kind en Gezin, opvoedingswinkels; kraam- en gezinszorg, met kraamhulp- en zorg, vroedvrouwen, expertisecentra kraamzorg; socio-culturele verenigingen, zoals de Gezinsbond; en actoren die specifieke werkingen hebben voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen, zoals inloopteams, verenigingen waar armen het woord nemen, welzijnsschakels, integratiediensten en noem maar op.

Dat de Huizen van het Kind een werkbaar instrument bieden om een geïntegreerd gezinsbeleid vorm te geven, blijkt ten derde uit de hoeveelheid linken die er worden gelegd. Zo goed als alle Huizen van het Kind leggen linken tussen levensdomeinen die voor gezinnen van belang zijn: opvoeding, sociale cohesie, opvang en vrije tijd, gezondheid, onderwijs, praktische ondersteuning. Zes op de tien maakt nu al de link naar de jeugdhulp en de geestelijke gezondheidszorg. Acht op de tien maakt de link met lokale kinderarmoedebestrijding. We kunnen dus sterke cijfers voorleggen. Vanuit de Vlaamse Regering injecteren we op dit moment ongeveer 1.300.000 euro in die samenwerkingsverbanden. We krijgen met andere woorden een grote 'return on investment'.

Maar we weten dat investering nodig is om deze samenwerkingsverbanden te bestendigen en verder te laten uitgroeien tot laagdrempelige basisvoorzieningen in Vlaanderen en Brussel. We willen die investering op verschillende manieren waarmaken. We hebben op 21 juni gecommuniceerd dat er budget beschikbaar is om de link met de rechtstreeks toegankelijke hulp en de basisdienstverlening vanuit Kind en Gezin, CLB’s, CAW’s enzovoort te versterken. De Huizen van het Kind spelen hier een belangrijke rol in. We hebben middelen beschikbaar gesteld voor KOALA-initiatieven (Kind- en Ouderactiviteiten voor Lokale Armoedebestrijding), waarbij we investeren in de Huizen van het Kind met een specifiek gezinsondersteunend aanbod voor kwetsbare gezinnen, gecombineerd met trap 3-plaatsen in de kinderopvang. We voorzien ook in bijkomende middelen om nieuwe Huizen van het Kind te subsidiëren. We bereiden daarvoor een oproep voor voor een tweede uitbreidingsronde. We trekken daarvoor ongeveer 1 miljoen euro uit.

Daarnaast wordt er ook volop ingezet op de verdere inhoudelijke ondersteuning van de Huizen van het Kind. Het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning (EXPOO), Kind en Gezin en de partners in ondersteuning organiseren een ondersteunend aanbod voor de Huizen van het Kind, gaande van lerende netwerken tot individuele procesbegeleiding. Kind en Gezin werkt samen met de Huizen van het Kind aan een referentiekader voor wijkgerichte netwerken, ter verdere ondersteuning van het lokale gezinsbeleid.

In die financiële en inhoudelijke ondersteuning zal het ook belangrijk zijn om ervoor te blijven zorgen dat gezinnen meer betrokken worden als medeactor. Een Huis van het Kind moet echt vorm krijgen in sterke participatie met de burger. Vier op tien Huizen doen dat of hebben concrete plannen. Daar zit dus nog een groot groeipotentieel. In de oproepen die we uitsturen naar de Huizen van het Kind, is participatie van de burger steeds een belangrijk criterium. In het ondersteunend aanbod van EXPOO, Kind en Gezin en partners in ondersteuning zal participatie extra nadruk gaan krijgen, onder meer door het ontsluiten van inzichten en goede praktijken die er bestaan op het vlak van participatie, het aanbieden van vorming en het verder uitwerken van tools. De resultaten van de werkgroep ‘Jong en Betrokken’ in het kader van de conferentie ‘De Toekomst is Jong’ bieden daartoe handvatten. De bevraging leert ons dat de Huizen van het Kind participatie zeker vorm willen geven, maar daar tools en tips voor missen. We zijn er zeker van dat daar nog winst kan worden geboekt.

We delen uw visie dat de toegang naar dienstverlening zo vroeg mogelijk dient te gebeuren en dat een kind en een gezin in kwetsbare levensomstandigheden veel sterker zullen staan als ondersteuning reeds van voor de geboorte beschikbaar is. In de bevraging zien we dat er een substantieel deel van de Huizen van het Kind daar ook op inzet. Iets meer dan 70 procent van de Huizen van het Kind richt zich op de prenatale levensfase. Heel wat Huizen van het Kind vermelden dat ze perinatale werkgroepen hebben opgestart, waar ze vanuit een samenwerking met Kind en Gezin, vroedvrouwen, expertisecentra kraamzorg, ziekenhuizen, wijkgezondheidscentra en gynaecologen verder werk maken van het ondersteunen van aanstaande kwetsbare gezinnen, een ondersteuning die zowel medisch, psychosociaal als materieel vorm kan krijgen. Het is ook in die context dat er meer en meer aandacht komt voor de preconceptionele fase, denk aan gezond zwanger worden, of onder meer aan de linken die recent op enkele plaatsen werden uitgebouwd met betrekking tot het thema kinderwens.

In juni 2016 organiseerde EXPOO een studiedag ‘Groeien naar ouderschap’, in functie van het versterken van de aandacht voor de prenatale periode in de Huizen van het Kind. EXPOO verzamelt inzichten en goede praktijken en verspreidt die via de website expoo.be. Ook op de recente uitwisselingsdag voor de Huizen van het Kind op 8 juni werd in twee workshops kennis gedeeld rond dit thema. Momenteel onderzoekt EXPOO in samenwerking met partners ook een aantal buitenlandse programma’s – centering pregnancy en family foundations/ouderteam – met het oog op een mogelijke vertaling naar de Vlaamse context.

De versterkte aandacht voor de preconceptionele en prenatale periode wordt gekaderd door de roadmap die ontwikkeld werd om de Huizen van het Kind als samenwerkingsverband verder uit te bouwen tot laagdrempelige basisvoorzieningen waar alle gezinnen met kinderen en aanstaande gezinnen terechtkunnen voor alles wat met opvoeden en opgroeien te maken heeft en daarin gepast ondersteund kunnen worden. De roadmap zal in het najaar en in 2018 verder geconcretiseerd worden in samenwerking met de Huizen van het Kind en de betrokken beleidsdomeinen en actoren. De voorlopige versie van de roadmap is al te vinden op de website van de Huizen van het Kind.

Bij de opstart van de Huizen van het Kind hadden we niet kunnen denken dat we vandaag in zo veel gemeenten al zo ver zouden staan in de ontwikkeling van de Huizen van het Kind als een baken waarin zo veel verschillende actoren zich dagdagelijks engageren om op een coherentie manier de ondersteuning van gezinnen op verschillende levensdomeinen te trachten te verbinden. Dat toont dat de Huizen van het Kind aansluiten bij hoe actoren willen samenwerken én bij hoe gezinnen en aanstaande gezinnen ondersteund willen worden. Er zit nog veel potentieel in de samenwerkingsverbanden Huizen van het Kind en we willen dat potentieel stelselmatig concreet invullen. We willen dat doen op basis van de huidige manier van werken, met name met respect voor de lokale dynamiek.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Bedankt, minister. U hebt een aantal cijfers gegeven. Er kan inderdaad van een succes gesproken worden, als er amper enkele jaren na het decreet al in zo veel gemeenten een Huis van het Kind beschikbaar is. De bevraging heeft geleerd hoeveel verschillende partners erbij betrokken zijn. Ik herinner me dat we toen de discussie hebben gevoerd over hoe stringent je dat moet maken, of je echt heel dwingend gaat aflijnen wie er allemaal betrokken moet zijn, wie er initiatief moet nemen, of dat we dat van onderuit zouden laten groeien. Er is duidelijk voor het laatste gekozen, en ik denk dat dat nu ook zijn effect heeft. Als je de diversiteit op het terrein ziet, denk ik dat dat gewoon de neerslag is van de dynamiek die er in een lokaal gezinsbeleid kan ontstaan, en de partners die daarin worden samengebracht.

Dat is dus absoluut zeer goed. Ik geloof ook zeker nog in heel veel groeipotentieel en veel meer dwarsverbindingen dan vandaag. Op veel plaatsen is het ook nog relatief pril. Dan moeten we niet verwachten dat er al ineens heel veel actoren – hoewel er al heel veel zijn – betrokken gaan worden, maar ik zie dat aantal hoe dan ook zeker nog stijgen op het terrein.

Mijn bekommernis rond het zo vroeg mogelijk betrekken van gezinnen of aanstaande gezinnen, dus het verlagen van de drempel om kwetsbare gezinnen zo vroeg mogelijk kennis te laten maken met die Huizen van het Kind, daar hebt u naar verwezen. Ik zal dat alleszins blijven opvolgen, maar ik heb er vertrouwen in dat dat ook wel een bezorgdheid is van de partners op het terrein en van lokale besturen, en dat zij daar ook verder op zullen inzetten.

Waar er zeker nog meer potentieel is, is de betrokkenheid en de participatie van de burgers en de inwoners, maar ik hoop dat er ook op dat terrein nog een aantal zaken zullen evolueren.

We hopen alleszins dat in 2019 de Huizen van het Kind gebiedsdekkend zullen zijn en dat die verder vorm kunnen krijgen, op basis van de lokale dynamiek in het gezinsbeleid.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Minister, ik sluit me aan bij uw lofzang op een preventief en geïntegreerd gezinsbeleid, en preventieve gezinszorg. De Huizen van het Kind – ik spreek uit lokale ervaring – zijn daar een zeer grote hefboom. Bij ons is er een samenwerkingsverband van zeven gemeenten en daarbij zijn veel verschillende actoren betrokken. De return on investment is er groot en er is nog veel potentieel in te vullen.

Ik wil echter ook een kanttekening plaatsen. De Huizen van het Kind organiseren al veel zaken zoals prenatale activiteiten en peuterspeelpunten. Door het snoeien in de verschillende subsidiekanalen, worden sommige samenwerkingsverbanden toch gedwongen om bijvoorbeeld te snijden in hun peuterspeelpunten. Als je dat intellectueel bekijkt, is dit compleet crazy. Iedereen is het erover eens dat daar een grote return on investment is, dat je er de kinderarmoede mee bestrijdt, en toch word je door financiële redenen gedwongen, tenzij de lokale besturen het overnemen van de Vlaamse overheid, om daarin te snijden. Je krijgt dat niet uitgelegd, maar je krijgt ook niet uitgelegd dat de Vlaamse Regering af en toe een last blijft doorschuiven naar die lokale besturen.

Minister, als u zegt dat u dat gaat stimuleren, dan ben ik daar blij mee. Maar vergeet ook de bestaande samenwerkingsverbanden niet in die stimulatie, zodat ze niet moeten snijden in hun activiteiten, waarover we het allemaal eens zijn, u in de eerste plaats, dat ze positief zijn.

We zien de Huizen van het Kind als een oplossing voor heel wat problemen. Ik wil voorstellen dat we de resultaten van die bevraging toegelicht krijgen in de commissie. Dat impliceert dat het belangrijk is voor ons, dat we een goed zicht krijgen op wat er vandaag precies bestaat inzake aanbod en hoe ze willen evolueren in de toekomst.

Minister, bevraagt die studie de ervaring van verenigingen waar armen het woord nemen? De Huizen van het Kind worden sterk naar voren geschoven in de strijd tegen armoede. Het is daarom belangrijk dat we de ervaring kennen van die doelgroep.

Minister Jo Vandeurzen

Of dat laatste in deze evaluatie is gebeurd, dat denk ik eerlijk gezegd niet. Dit is meer een inventaris van de reacties vanuit de verschillende initiatieven zelf. In de werking van Kind en Gezin wordt er geregeld overlegd met die verenigingen als het gaat over armoederisico’s en kinderarmoede. Ik neem aan dat er met die organisaties voldoende overleg is over het totale preventieve gezinsbeleid.

Mijnheer Bertels, we proberen de inspanningen in ons beleidsdomein zoveel mogelijk te continueren. U hebt kunnen merken dat er onlangs door de tussenkomst van de Koning Boudewijnstichting en nog een milde schenker, een belangrijke extra inspanning kan gebeuren waarbij ook de Huizen van het Kind in beeld komen. We gaan echt kijken hoe we in de volgende jaren het aantal gemeenten kunnen vergroten die zich mee willen engageren in de Huizen van het Kind.

Ik blijf erbij dat het concept dat misschien voor sommigen, zeker als je het decreet leest, veeleer vaag en abstract overkwam, doorheen de praktijk van velen op het terrein toch heel concreet is. Een concept dat ook een lokale invulling mogelijk maakt, is een succesvolle formule gebleken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.