U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

De problematiek van echtscheidingen en hoe vechtscheidingen een grote invloed kunnen hebben op de kinderen ligt mij na aan het hart. Ouderverstoting is een fenomeen waarbij een kind zich meestal na een echtscheiding, afkeert van één van de ouders, zonder gegronde reden. Niet altijd, maar meestal speelt de ouder met wie het kind een sterke band heeft door middel van manipulatie een rol in die verstoting. Niet zelden speelt dat proces zich af in het kader van een (v)echtscheiding. Er wordt geschat dat het om zo’n 50.000 gevallen gaat in ons land, een schatting die de afgelopen jaren constant is gebleven.

De gevolgen van ouderverstoting kunnen desastreus zijn voor zowel de verstoten ouder als het verstotende kind. Ouderverstoting wordt door experts bestempeld als kindermishandeling omdat de band tussen het kind en een ouder volledig wordt kapot gemaakt. De kinderen krijgen als volwassenen vaak ernstige psychische problemen. Ze lijden aan verlies van identiteit, grote onzekerheid en onevenwichtigheid en ze hebben moeite met het inschatten van de sociale werkelijkheid. Ook de verstoten ouder lijdt fysiek en psychisch. Beiden zijn dus slachtoffer in geval van ouderverstoting.

Therapeutisch aanbod voor psychisch lijden vindt men in Vlaanderen bij de centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg's) en de centra algemeen welzijnswerk (CAW's). Tevens is de vzw ‘Huis van Vereniging’ opgericht, met als doel het verzoeningsproces bij ouderverstoting weer op te starten en te begeleiden.

Minister, welke maatregelen neemt u om ouderverstoting in geval van co-ouderschap te beperken?

Erkent u de evolutie dat het aandeel van de mama’s die worden verstoten in geval van co-ouderschap toeneemt wanneer het verblijfsrecht wordt toegekend aan de vader?

Hebt u cijfers over het aantal interactieproblemen geregistreerd door het cgg voor 2015 en 2016? Graag een opsplitsing volgens leeftijd.

Hoe verklaart u de evolutie in de cijfers?

Hebt u cijfers over het gebruik van de bezoekruimtes die het CAW ter beschikking stelt in het kader van een verzoeningsprocedure bij ouderverstoting?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De problematiek van oudervervreemding past meestal in problematische vechtscheidingen. In mijn beleidsnota heb ik een aantal beleidsinitiatieven vooropgesteld om personen met problemen ten gevolge van een echtscheiding te ondersteunen. Een van de acties in dit kader betreft het informeren van professionals en vrijwilligers over de impact van (v)echtscheidingen, zodat zij hier meer inzicht in krijgen en niet mee partij worden in het conflict. In overleg dat we hebben met deskundigen op dit vlak, maant men ons hier tot grote voorzichtigheid aan in het oordelen of beoordelen van de ingezette methodieken. Wat er zich afspeelt tussen ouders onderling en hoe kinderen hierop reageren, is bijzonder complex. We vinden het terecht dat, in het belang van het kind, het fenomeen ouderverstoting en oudervervreemding voldoende aandacht krijgt.

Zoals in de vraag aangehaald, bieden de CAW's begeleiding in scheidingssituaties, waarbij ouders worden begeleid in de wijze waarop wordt omgegaan met een gezinsbreuk. In deze begeleiding wordt het kind of worden de kinderen centraal gesteld, wordt gewerkt aan hechte relaties tussen ouders en kind(eren) en wordt geleerd constructief om te gaan met meningsverschillen om zo te vermijden dat kinderen de inzet worden van de scheiding.

Daarnaast organiseren de centra voor algemeen welzijnswerk (CAW’s) ook bezoekruimtes. In dit verband bieden de CAW’s begeleiding aan in vechtscheidingen als het contact tussen een kind en een van de ouders en/of broers of zussen wegens aanslepende ouderlijke conflicten is verbroken. De doelstelling van deze begeleiding is het herstel van de ouderlijke verantwoordelijkheid enerzijds en het herstel van een passende omgangsregeling tussen het kind en de ouder en/of broers of zussen anderzijds.

Hiertoe worden door de medewerkers van de bezoekruimte gesprekken met alle betrokkenen en begeleide contacten tussen ouder en kind georganiseerd. De begeleiding is tijdelijk en beoogt een regeling zonder tussenkomst van de hulpverlening. Vaak zijn kinderen bij de start van de begeleiding terughoudend tegenover een hernieuwd contact met hun ouder. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend: uit zorg voor de ouder waar het kind bij verblijft; uit schrik dat de ouder waarmee het contact werd verbroken, boos zal zijn; vanuit een gevoel in de steek te zijn gelaten of al te veel geïnvesteerd te hebben in de relatie en daar telkens weer in teleurgesteld te zijn; op basis van de negatieve uitlatingen van de ouder waar het kind bij verblijft; vanuit een overlevingsreflex omdat de echtscheidingscontext ondraaglijk is, enzovoort. Het is de taak van de medewerkers van de bezoekruimte om met het kind of de jongere te ontwarren wat de onderliggende oorzaak van de terughoudendheid is en wat er nodig is van de ouders om opnieuw de stap naar de ouder te kunnen zetten. De medewerkers van de bezoekruimte ondersteunen ouders om hierin hun ouderlijke verantwoordelijkheid op te nemen.

In begeleiding is het belangrijk de noden van het kind naar de ouders te vertalen en van beide ouders een actieve inzet te vragen. Soms is hiervoor individuele begeleiding voor een van beide ouders nodig. Waar nodig worden kinderen ondersteund om hun noden naar hun ouders en ruimere familie zuiver te krijgen en over te brengen.

CAW-hulpverleners stellen vast dat een heel bepalend element in deze context de tijd is. Het verstoten van een ouder is een overlevingsmechanisme van kinderen en het resultaat van een proces. In deze problematiek is het belangrijk om kort op de bal te spelen: hoe langer de contactbreuk tussen ouder en kind duurt, hoe groter de vervreemding kan worden en hoe meer de situatie verstart. Er moet dus snel en adequaat opgetreden worden ten aanzien van de ouders.

Met het oog op het aanpakken van scheidingsproblemen werd dit jaar een projectsubsidie aan de CAW’s toegekend. Aan de CAW’s werd onder meer gevraagd versterkt in te zetten op bemiddelings- en begeleidingstrajecten met gezinnen met kinderen in een problematische scheidingssituatie, en een intersectorale visie en traject uit te werken met betrekking tot de aanpak van problematische scheidingssituaties waarin kinderen zijn betrokken. Dit traject wordt ondersteund door het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk. De bedoeling is op basis van zowel wetenschappelijke inzichten als praktijkervaring in te zetten op een continuüm van mogelijke interventies in het kader van de problematiek van echtscheiding en de gevolgen voor kinderen. Dit continuüm start met het inzetten op preventie/vroegdetectie tot en met intensieve hulpverleningsprogramma’s. Het is duidelijk dat hier een intersectorale visie nodig is waarbij zowel het algemeen welzijnswerk, de Huizen van het Kind, de jeugdhulp, de geestelijke gezondheidszorg en de justitiehuizen betrokken moeten worden, evenals het onderwijs.

We verwachten deze maand een eerste terugkoppeling vanuit de CAW’s. Bedoeling is dat hier zowel bestaande als vernieuwende projecten een plaats in krijgen.

U verwijst ook naar de begeleiding van gescheiden ouders door de centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg’s). De cgg’s trachten steeds beide ouders te betrekken. Indien dit niet lukt, overleggen de cgg’s meestal met de verwijzer of stelt men bemiddeling voor, bijvoorbeeld in een CAW.

Een belangrijk behandeldoel is het verhogen van de empathie van ouders in wat de noden zijn van kinderen. Soms biedt ook de ruimte zelf waar de behandelingen doorgaan, voor kinderen de mogelijkheid om gefaseerd te werken en de verstoten ouder toch indirect aanwezig te stellen via bijvoorbeeld spelmateriaal in een niet-bedreigende sfeer. Broers en zussen kunnen eveneens belangrijke hefbomen zijn in het begeleidingstraject.

Bij de opstart van een gespecialiseerde ggz-behandeling (geestelijke gezondheidszorg) in een cgg worden beide ouders geïnformeerd. Indien ze geen veto stellen, kan een exploratie worden gestart waarbij er ook een exploratie is van de gezinscontext. Niet enkel binnen de cgg-kinderen- en -jongerenteams wordt men geconfronteerd met de problematiek van ouderverstoting; ook binnen de volwassenenteams komt dit aan bod. Cliënten komen niet in eerste instantie voor de problematiek van ouderverstoting of vervreemding in begeleiding, maar dit kan wel een onderliggend probleem zijn.

Veel cgg-cliënten komen uit kansarme milieus. In de oriënteringsfase besteedt men dan ook aandacht in de anamnese aan de familiale voorgeschiedenis. Dikwijls is die problematisch en geeft die aanleiding tot de ontwikkeling van persoonlijkheids- of identiteitsproblemen op volwassen leeftijd. Het gebrek aan geborgenheid en een vaste plaats geeft dikwijls aanleiding tot hechtingsproblemen.

In het kader van deze vraag willen we graag ook nog eens verwijzen naar het initiatief van de kind-check. De bedoeling is dat professionals, in elke setting, wanneer ze met volwassenen werken, een systematiek hanteren om de gevolgen voor kinderen in te schatten. De kind-check wordt door het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin vertaald naar de Vlaamse situatie en zal stapsgewijs in de hulpverlening worden geïmplementeerd.

Wij hebben geen concrete cijfers over de evolutie van het aandeel van mama’s die worden verstoten in geval van co-ouderschap, en we kunnen daarover dan ook geen uitspraken doen.

In het elektronisch patiëntendossier (EPD) van de cgg is ‘oudervervreemding’ of ‘ouderverstoting’ geen term die geregistreerd wordt. Wel hebben we cijfers over de aanmeldingsredenen die in lijn hiervan liggen. Ik zal die cijfers aan het verslag laten toevoegen.

We zien in 2016 gelijkaardige cijfers als in 2015 en stellen daarin geen opmerkelijke evoluties vast.

We beschikken niet over cijfers over het aantal begeleidingen binnen de CAW’s die specifiek betrekking hebben op oudervervreemding of ouderverstoting. Dit cliëntkenmerk en deze problematiek worden niet specifiek geregistreerd.

Op basis van het jaarverslag 2015 over alle CAW’s stellen we vast dat er 24.150 typemodules liepen. Deze modules geven een vorm van begeleiding of soort hulpverlening aan. Van de module partnerrelatie en ouderschapsbemiddeling werden er 2761 geregistreerd en van de module bezoekruimte 1593.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het uitvoerig antwoord. Het is een zeer complexe problematiek. U hebt een overzicht gegeven van wat er allemaal gebeurt. Het gaat onder meer om de neutrale bezoekruimten en om de inspanningen die worden geleverd door de cgg’s, de CAW’s, en dergelijke. Er lopen ter zake heel wat projecten. Het is absoluut nodig dat we hier vanuit het beleidsdomein Welzijn op inzetten.

Ik heb nog een bijkomende vraag. U hebt verklaard dat het alleszins belangrijk is de contactbreuk zo kort mogelijk te houden. Indien ik het goed heb, is dat hier al eens ter sprake gekomen of hebt u dit punt in uw beleidsbrief opgenomen. Om na te gaan of er behoefte is aan een bijkomende inzet om de wachttijden zo kort mogelijk te houden, zouden de neutrale bezoekruimten worden geëvalueerd. Hoe staat het hiermee?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Voorzitter, ouderverstoting is een reëel probleem. Natuurlijk worden niet enkel de moeders verstoten. Onder de slachtoffers bevinden zich ook heel wat vaders. Uit onderzoek blijkt zelfs dat meer vaders dan moeders hiervan het slachtoffer worden.

Uit het antwoord op een eerdere vraag van de heer Bajart is gebleken dat de CAW’s en de cgg’s ouderverstoting niet registreren. Dat is jammer, want we weten niet hoe groot het probleem is. Onderzoek toont aan dat 4 procent van de ouders hun kind na de echtscheiding niet meer fysiek zien. Volgens sommigen is dit een onderschatting.

Het lijkt me belangrijk dit probleem aan te pakken. Natuurlijk komen niet enkel de verstoten ouders beschadigd uit dit proces, ook de kinderen raken ernstig verstoord in hun ontwikkeling.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ik zou graag een gelijklopende bedenking formuleren. Er zijn ernstige risico’s op ontwikkelingsstoornissen, waaronder ook minderwaardigheidscomplexen en een verhoogd schuldgevoel, vastgesteld bij kinderen die in een dergelijke positie terechtkomen. U hebt verklaard dat er geen registratie is. Meten is weten. Volgens mij verdient het aanbeveling hiernaar te kijken.

Tijdens de voorbereidingen van deze vraag om uitleg heb ik dit even nagekeken. Volgens sommige bronnen gaat het om 50.000 gevallen op jaarbasis. Anderen hebben het over 4 procent. Het is natuurlijk waardevol als 2700 of 1593 mensen een gedeeltelijk herstel kunnen zien met behulp van een neutrale bezoekruimte of een CAW. Het moet echter duidelijk zijn dat we nog niet aan het begin van een oplossing staan. Metingen zouden een belangrijke insteek kunnen vormen voor de vraag welke capaciteit we nodig hebben. Dit staat nog los van de vraag over wie het gaat, de vader of de moeder, of om hoeveel kinderen het gaat.

We moeten de mechanismen en de achtergrond die tot dergelijke processen leiden beter analyseren en leren kennen. In de literatuur zijn verschillende insteken te vinden. Een eenduidige, heldere analyse heb ik vooralsnog niet gevonden. Er is nog wat werk voor de experts om na te gaan wat de mechanismen zijn en hoe we ze zo snel mogelijk kunnen detecteren. We weten dat een ontsporing best zo kort mogelijk blijft. Indien we kunnen ingrijpen voor de relatie ontspoort, zouden we echter al veel latere problemen in het leven van de kinderen en hun ouders kunnen voorkomen.

Minister, bent u bereid mee een aanzet te geven om tot een verbeterd meetsysteem te komen? Dit meetsysteem moet ook naar de achtergronden en de mechanismen in het proces kijken.

Minister Jo Vandeurzen

Als we in Vlaanderen in preventie investeren en voor duurzame relaties pleiten, is dat natuurlijk omdat daar het een en het ander start. We kunnen daar beter op inzetten dan enkel na te gaan hoe we moeten remediëren indien er escalaties zijn.

In 2017 hebben we de CAW’s in de provincies versterkt. We hebben hun gevraagd om een nieuwe impuls te geven aan het aanbod inzake relatieondersteuning en om heel in het bijzonder in te zetten op de kwaliteit van de neutrale bezoekruimten.

Ik heb me laten vertellen dat een evaluatie wordt voorbereid. Het is de bedoeling die inspanning in 2018 te continueren. Wanneer het evaluatieverslag exact beschikbaar zal zijn, is me niet bekend. Met de CAW’s is afgesproken dat ze aan de hand van de nieuwe middelen werk zullen maken van een evaluatie.

Wat de registratie betreft, is het altijd gemakkelijk voor een minister een vraag vanuit een parlement te beantwoorden met de stelling dat hij het zal doen. De vraag is enkel of het allemaal wel operationeel werkbaar is. Ik zal vragen of we meer gespecificeerde cijfers kunnen krijgen. Iets zegt me dat dit op het eerste gezicht gemakkelijk lijkt, maar misschien toch wat complexer is. Een van de redenen waarom dit wellicht iets meer voeten in de aarde zal hebben, is dat het niet allemaal enkel langs de CAW’s en de cgg’s loopt. We moeten het ook eens geraken over definities met betrekking tot vonnissen, arresten en een aantal andere zaken.

Mij lijkt dat een omvangrijke oefening te zijn, maar ik zal het steunpunt van de CAW's de vraag eens stellen. Ik wil er toch wel op wijzen dat ouderverstoting vaak een aspect is van vechtscheidingen en dat cijfers rond de inspanningen in relatiebemiddeling en echtscheidingsbemiddeling op zichzelf ook wel iets zeggen over het aantal situaties waarin er vanuit het perspectief van de kinderen alle reden is om in te zetten op andere dan juridische conflictbeslechting om de situatie na de echtscheiding te kunnen regelen. Het past dus wel in een wat breder verhaal. Zoals gezegd, hebben we daarover wel cijfers, voor zover men een beroep doet op het aanbod dat in onze welzijnsvoorzieningen beschikbaar is.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik wil vragen om in de toekomst verder in te zetten op wat er ook nu al is, namelijk inzetten op relatiebemiddeling, de gevolgen van vechtscheidingen en de ondersteuning van kinderen die dergelijke vechtscheidingen meemaken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.