U bent hier

Commissievergadering

donderdag 29 juni 2017, 10.00u

Voorzitter
van Bart Van Malderen aan minister Liesbeth Homans
2529 (2016-2017)

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, 2020 wordt een heel belangrijk jaar. We hebben het voordien gehad met het jaar 2000, maar ik heb het gevoel dat we in 2020 wakker zullen worden in een heel andere wereld, een wereld waarin in Vlaanderen de kinderarmoede is gehalveerd, maar ook een wereld waarin we erin zullen slagen om het voedselverlies in Vlaanderen met 15 procent terug te dringen. Laat ons hopen. Ik denk, eerlijk gezegd, dat we voor beide doelen wel nog wat bijkomende inspanningen nodig zullen hebben.

Op zijn minst word ik in dat idee gesterkt als ik het voortgangsrapport 2016 van het Ketenplatform Voedselverlies las. Dat rapport werd ook goedgekeurd door de Vlaamse Regering. In het Ketenplatform Voedselverlies zitten onder meer de landbouwsector, de voedingsindustrie, de distributiesector, de cateringsector, de horecasector en sectorfederaties. In 2014 engageerden ze zich met zijn allen om het voedselverlies tussen 2015 en 2020 met 15 procent te laten zakken.

Dit is een eerste monotoringrapport met de nulmeting en het levert toch een aantal interessante vaststellingen op. De voedselreststroom bedraagt 3,5 miljoen ton. Drie vierde daarvan zijn onvermijdbare, niet-eetbare nevenstromen. Maar belangrijker, een kwart daarvan of ongeveer 907.000 ton, betreft echt voedselverlies: bruikbaar voedsel dat om een of andere reden niet wordt geconsumeerd of kan worden.

Verder geeft het voortgangsrapport een overzicht van de verschillende acties die de leden van het ketenplatform al concreet hebben genomen in het kader van hun doelstelling om het voedselverlies te doen dalen. Zo engageerden 37 ziekenhuizen zich eind vorig jaar om voedselverliezen te beperken, werd de Schenkingsbeurs georganiseerd waarop bedrijven en supermarkten onverkochte voedingswaren kunnen doneren aan sociale organisaties, en werd de website koelkastinorde.be in het leven geroepen, die mensen tips geeft om voeding slimmer te bewaren.

Het resultaat van die inspanningen is een beetje koffiedik kijken. We moeten nog twee jaar wachten, want dan pas wordt de volgende tussentijdse meting uitgevoerd, wat ons natuurlijk heel dicht bij 2020 brengt.

Minister, ik heb het gevoel dat die sectorfederaties in het Ketenplatform Voedselverlies hun verantwoordelijkheid nemen. Waar ik een beetje op mijn honger blijf zitten, is in de concrete maatregelen die u als minister neemt om voedselverlies tegen te gaan, waar dit toch een van de doelstellingen in uw regeerakkoord en beleidsbrief is. U zou ook een steentje kunnen bijdragen om tegen 2020, naast het halveren van de kinderarmoede, ook voedselverlies met 15 procent te laten dalen.

Je kunt je afvragen waarom er op die periode van vijf jaar maar één keer een bijsturing zal zijn, want de tweede zal te laat komen om nog fundamenteel iets te wijzigen. Kan daaraan tegemoetgekomen worden om sneller inzicht te verwerven in de efficiëntie en de effectiviteit van de activiteiten die zijn opgezet? Ik denk dat we met z’n allen dat doel onderschrijven. We moeten nagaan wat op het terrein realiseerbaar is en taboeloos bijsturen als er zich tekorten zouden voordoen ten opzichte van het te bereiken doel.

Minister Homans heeft het woord.

Collega Van Malderen, in uw schriftelijke versie – ik weet niet of u die woorden letterlijk hebt herhaald vandaag – schrijft u: “Het platform neemt duidelijk zijn verantwoordelijkheid maar waar blijft de minister in deze?” Ik wil wel eventjes benadrukken dat het actieplan waarnaar u verwijst, is opgesteld in samenspraak met mij en mijn kabinet. Als u zegt dat het platform schitterend werk levert maar dat ik achterwege blijf – en ik zal het schitterend werk van het platform absoluut niet ontkennen –, dan is dat er wel mede door mij en mijn kabinet en mijn administratie gekomen omdat wij ook mee aan de touwtjes hebben getrokken.

Ik wil ook nog meegeven, en dat weet u ook, dat de hoofdverantwoordelijkheid voor voedselverlies bij collega Schauvliege ligt, wat natuurlijk niet wegneemt dat ik ook een belangrijke verantwoordelijkheid in dezen heb omdat ik ook een lid ben van de Vlaamse Regering, en ook een lid dat samen met collega Schauvliege, samen met de ketenpartners, een Ketenroadmap heeft opgesteld in 2015 en er ook uitvoering aan geeft.

U weet dat het beleid inzake voeding er voornamelijk op is gericht om kwalitatieve en gezonde voedseloverschotten te heroriënteren naar mensen in armoede. Het is heel belangrijk om te benadrukken dat het woord ‘kwalitatief’ zeker niet mag ontbreken. Het is jammer – niemand van de aanwezigen hier vandaag doet dat – dat er dikwijls een karikatuur van wordt gemaakt: we geven de mensen die jammer genoeg in armoede leven, eigenlijk gewoon de porties vlees en groenten die we zelfs niet meer aan ons huisdier zouden willen geven. Quod non. Iedereen hier aanwezig weet dat dat niet klopt, maar het is wel jammer dat dat soms in de perceptie zo naar voren wordt gebracht. Er zijn wel degelijk heel veel voedseloverschotten die nog perfect consumeerbaar zijn en die gewoon worden weggegooid, en dat moeten we vermijden.

Ik faciliteer op die wijze de verdeling van voedsel aan mensen in armoede. Voedseloverschotten moeten op een effectieve en zeer efficiënte manier hun weg vinden naar personen die daar nood aan hebben. De maatregelen die ik in dat kader onderneem, zijn allemaal opgenomen in de zogenaamde Ketenroadmap. Mijnheer Van Malderen, u hebt ernaar verwezen, maar ik zal toch even herhalen.

Zo wordt het expertisecentrum omtrent ‘Sociaal aan de slag met voedselverlies’ van de Koepel van Milieuondernemers in de Sociale Economie (KOMOSIE) door mij ondersteund. Dit centrum verzamelt, verwerkt en verspreidt kennis omtrent het heroriënteren van kwalitatieve voedingsoverschotten naar mensen in armoede. Jaarlijks krijgen ze daarvoor een subsidie van 60.000 euro.

Ik financier ook het project ‘Hefboomprojecten maken gezonde voeding bereikbaar voor iedereen’, ook van KOMOSIE, om innovatieve samenwerkingen te realiseren tussen de sociale en reguliere economie. Zo werd bijvoorbeeld gewerkt aan een pilootproject voor een logistiek samenwerkingsverband tussen sociale organisaties en Makro, de grote keten die u wel kent. Er werd daarvoor een subsidie van 248.000 euro toegekend. Ik heb het bedrijf Makro genoemd, maar er zijn ook nog andere bedrijven die veeleer lokaal werken. Zo heeft Delhaize in Antwerpen een soortgelijk project opgezet met armoedeverenigingen die dan vanaf 18 uur nog zeer kwalitatieve voedseloverschotten kunnen komen halen, gratis en voor niets.

Ik ondersteun ook het zogenaamde project van het Regionaal Instituut voor Maatschappelijk Opbouwwerk (RIMO) ‘Distributief model voor gezonde voeding - Hefboom voor sociale activering’. Het is een project van RIMO Limburg, en ondertussen beter bekend onder de naam Depot Margo. Initieel was het de bedoeling van mijn voorgangster, mevrouw Lieten, om dit project een einddatum te geven, maar we hebben het verlengd. We hebben er extra subsidies aan gegeven. In mei 2017 was reeds 50 ton voedseloverschotten sociaal herverdeeld door dit project.

We ondersteunen ook de webapplicatie ‘de Schenkingsbeurs’. Dat is een interfederaal initiatief dat werd gelanceerd door federaal minister Borsus van Landbouw. Via de subsidiëring van KOMOSIE ondersteunen we dit in Vlaanderen. Deze app dient om voedseloverschotten te bestrijden door schenkingen aan sociale organisaties te vergemakkelijken. Diverse organisaties in Vlaanderen kunnen zich registreren om voedseloverschotten te ontvangen. Via de applicatie werd in de laatste twaalf maanden 85 ton voedseloverschotten sociaal geheroriënteerd. In het totale aantal ton dat er jammer genoeg nog altijd is aan voedseloverschotten of voedselverlies, lijken dat misschien kleine getallen, maar als je alles optelt, zijn het wel handige en zeer goede instrumenten. Ik gaf een aantal voorbeelden, maar er zijn natuurlijk nog andere instrumenten.

Mijnheer Van Malderen, omdat u die vraag hebt gesteld, kan ik niet anders dan nog eens verwijzen naar de 1 euromaaltijden. Ik ga niet in op het concept op zich, daar is al voldoende over gediscussieerd. Ik zie de 1 euromaaltijden ook niet als hét instrument om armoede eindelijk uit Vlaanderen te kunnen bannen, maar daar wordt ook met voedseloverschotten gewerkt.

Concrete voorbeelden zijn Leuven, Lokeren, Heist-op-den-Berg, De Panne, Turnhout en Mechelen. Daar wordt echt wel zeer intensief ingezet op 1 euromaaltijden bereiden, wel met producten die anders op de voedseloverschotberg zouden belanden. Dat is dus een goede zaak.

Waarom laat de tussentijdse meting zolang op zich wachten? Waarom duurt het zo lang? De monitoring wordt uitgevoerd door de OVAM. Voor meer informatie kunt u terecht bij minister Schauvliege. Sowieso volg ik de verschillende projecten onder mijn bevoegdheid permanent op en rapporteer ik er ook elk jaar over in mijn beleidsbrief.

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, maak u geen zorgen. Ik wil u gerust alle krediet geven dat u toekomt voor het feit dat uw kabinet dit ketenplatform voedselverlies mee heeft opgezet. Met dat krediet komt een zekere verantwoordelijkheid, en ministeriële verantwoordelijkheid betekent natuurlijk ook dat men antwoordt op het moment dat er vragen in het parlement worden gesteld. Dat hangt samen met de job.

Minister, ik dank voor het antwoord dat u hebt gegeven op mijn vragen. Dat neemt niet weg dat ik nog enkele bedenkingen en vragen heb.

Waar ik op mijn honger bleef zitten, is in de structurele uitrol van de projecten. U hebt daarnet gezegd dat er op een gegeven moment vorige legislatuur een einddatum is gezet op het project creatief omgaan met voedseloverschotten. Dat is evident bij proefprojecten. De vaststelling is dat dit project positief werd geëvalueerd. Op dat moment moet het eigenlijk de bedoeling zijn om een uitrol te doen, niet alleen qua geografie maar ook naar methode en naar groepen. Als iets na een bepaalde proefperiode goed is, dan is het niet zozeer zaak om het project te verlengen, maar wel om het uit te rollen, want waarom zouden we anderen iets ontzeggen dat op het terrein zijn waarde heeft bewezen?

Waar ik evenzeer de link te weinig gemaakt zie worden, is met wat ik gelukkig steeds meer zie, namelijk de projecten rond alles wat te maken heeft, en in variaties, met het concept sociale kruidenier, waar je aan een verlaagde prijs producten koopt, waar mensen hun keuze kunnen maken en waar sociaal contact en omgang meegenomen wordt in het concept. Wij hebben er eerder voor gepleit om te stimuleren dat er een sociale kruidenier zou zijn in elk zorggebied en niet, zoals vandaag, een beetje afhankelijk van de goodwill die op lokaal niveau bestaat. Ik vraag uitdrukkelijk om daar een stimulerend beleid ter zake te voeren. Niet dat we iets hebben tegen voedselbanken. We hebben het debat hier al eerder gevoerd, er zijn een aantal tekorten: het komt niet eigentijds over, de keuze van mensen is beperkt, er is te weinig aanbod aan verse producten enzovoort. Dat zijn allemaal zaken die je in de sociale kruidenier zou kunnen opvangen en tegelijkertijd ook iets doen aan overschotten.

Waar ik echt op mijn honger ben blijven zitten, is in een cijfermatige benadering van de impact van het beleid. Eigenlijk moet het perfect mogelijk zijn om die dingen te meten. Het grote voordeel dat u met elk van die sectorfederaties aan tafel zit, is dat ze hebben kunnen uitrekenen hoeveel voedsel er verloren gaat en hoeveel daarvan bruikbaar is. 907.000 ton is in theorie herbruikbaar, 15 procent daarvan is 13.600 ton. Dat is het target. Ik ga er zelfs van uit dat u niet alle 13.600 ton wil inzetten in het kader van armoedebestrijding, maar op zijn minst moet er toch een target zijn waar u op mikt. Als we weten waar we vandaag staan, dan kunnen we ook afmeten of die inspanning voldoende is en of er bijkomende acties mogelijk zijn. Verwijzen naar OVAM vind ik in dezen, minister, al te gemakkelijk. Het doet afbreuk aan uw grote verdienste en verantwoordelijkheid in dit project.

Minister Homans heeft het woord.

Collega Van Malderen, ik wil met het laatste beginnen. Er is wel degelijk een doel. Het platform heeft zich in 2014 geëngageerd om het voedselverlies tussen 2015 en 2020 met 15 procent te doen dalen. Dat is wel degelijk een doel of een target, zoals u het noemt. Dat wordt gemonitord door minister Schauvliege. Als u daar meer vragen over hebt, dan kunt u die aan collega Schauvliege stellen.

Wat de structurele uitrol betreft, is het net het doel van de zogenaamde Ketenroadmap om ook zaken structureel te kunnen verankeren en structureel te kunnen gaan werken. Maar, collega's, ik vind het nog altijd heel belangrijk om ook aan evaluatie te doen. Het zou onnodig en niet zinvol zijn om bijvoorbeeld projecten structureel te gaan ondersteunen, al dan niet financieel, als uit de evaluatie blijkt dat ze absoluut niet het doel bereiken dat we willen. Ben ik er voorstander van om zoveel mogelijk structurele zaken te ondersteunen of te stimuleren? Ja, maar tussentijdse evaluaties vind ik echt wel onontbeerlijk.

Wat betreft het stimuleren van initiatieven, hebt u het voorbeeld van de sociale kruideniers aangehaald. Dat gebeurt ook via KOMOSIE, dat zeer goed werk levert. U weet ook dat zij verschillende actoren bij elkaar brengen en inzetten op het delen van zogenaamde goede praktijken en heel veel initiatieven proberen te stimuleren. Men zegt: ‘Start daarmee, wij hebben hier voorbeelden, zij doen het zo.’ Je kunt allemaal van elkaar leren. Vandaar dat het expertisecentrum KOMOSIE in dezen structureel door ons wordt ondersteund, niet alleen financieel maar ook logistiek. Ze hebben in dezen een zeer belangrijke taak en volbrengen die op een zeer goede manier.

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, ik denk dat we op dit punt nog zullen moeten terugkomen want het antwoord van de minister heeft zijn waarde maar is niet toereikend. Verwijzen naar evaluaties, is een open deur intrappen. Ik ga er trouwens van uit dat de minister de projecten geëvalueerd heeft alvorens ze te verlengen. Dat lijkt me de evidentie zelf. In plaats van te verlengen, moet je op een gegeven moment durven zeggen dat je het uitrolt als het goed is.

Minister, ik wil trouwens verwijzen naar een van de entree-interviews die u als minister hebt gegeven waarin u zegt dat we projecten minder nodig hebben en we meer naar structureel beleid moeten. Dat is een zin die ik volledig kan onderschrijven. Een beetje in dezelfde orde is het uitrollen van sociale kruideniers. U laat dat over aan KOMOSIE. Ik denk dat die mensen effectief de expertise hebben, maar we vragen daar een stuk meer kader in te creëren en een stuk harder te gaan trekken om ervoor te zorgen dat we tegen een bepaalde termijn in Vlaanderen die werkvorm van sociale kruidenier in een zorggebied kunnen aanbieden, en niet zoals vandaag in gemeente A en B wel en in gemeente C, D en E niet.

Ik denk dat je moet kijken naar objectieve standaarden en zeggen: dit kunnen we doen. Die standaarden zijn voorhanden, dus waarom zouden we ze niet gebruiken? Ik houd mijzelf voor om dit op de voet op te volgen en te proberen om hier toch iets meer systematiek in te krijgen. Het volstaat niet om te zeggen: anderen hebben 15 procent als target vooropgesteld, en dan geloven we er maar in dat we dat tegen 2020 zullen halen. Er is ook voor andere doelen al gebleken dat daar meer actie nodig is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.