U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, op 12 maart 2014 werd het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, het M-decreet, goedgekeurd. Het M-decreet geeft elk kind het recht om zich in te schrijven in een gewone school. Door het M-decreet werd verwacht dat meer leerlingen van het buitengewoon onderwijs naar het gewoon onderwijs zouden overstappen. Die verwachting werd ook ingelost, maar nu wordt ook een omgekeerde beweging vastgesteld.

Op donderdag 8 juni berichtte De Morgen dat 158 kleuters, 770 lagereschoolkinderen en 342 leerlingen uit het secundair onderwijs de stap van het gewoon onderwijs naar het buitengewoon onderwijs hebben gezet. Dat lijkt te wijzen op een trendbreuk in vergelijking met de aantallen die u vorig jaar, in de commissievergadering van 4 februari 2016, bekendmaakte. Tijdens het vorige schooljaar maakten 240 leerlingen uit het basisonderwijs en 80 leerlingen uit het secundair onderwijs de overstap naar het buitengewoon onderwijs.

Minister, hoe verklaart u die verschuivingen? Is er inderdaad sprake van een trendbreuk? Gaat het om leerlingen die in een school voor gewoon onderwijs waren ingeschreven onder ontbindende voorwaarden? Hebt u daar zicht op? Binnen welke types werden de grootste verschuivingen vastgesteld? Hoe verklaart u die cijfers? Acht u bijkomend onderzoek nodig? Welke bijkomende maatregelen wilt u nog nemen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Krekels, ik moet eerst een nuancering maken bij uw vraag. De cijfers die in De Morgen stonden, waren fout. Mijn administratie heeft voor de schooljaren 2012-2013 tot 2016-2017 de overgangen tussen oktober en februari in hetzelfde schooljaar in kaart gebracht. De cijfers in de krant waren fout, maar het is niet omdat de journalist een fout gemaakt heeft. Er zijn gewoon verschillende cijfers met elkaar vergeleken. Ik was ook verrast door het artikel. Ik heb mijn administratie gevraagd om alles nu nauwkeurig in kaart te brengen, om te zien of er substantiële verschillen zijn of niet. Ik heb die cijfers zelf niet publiek willen maken. Het is logisch wat die journalist gedaan heeft. Ik wil zeker niet stigmatiseren. We hebben er ook niet op gereageerd. Ik zal u de cijfers vandaag meegeven. Als je alles juist elkaar tegen elkaar afzet, krijg je andere cijfers.

Wat leren de cijfers van de overstappen ons? In het kleuteronderwijs bijvoorbeeld waren er in 2012-2013 153, en in 2016-2017 147. In het lager onderwijs waren er in 2012-2013 796 overstappen, en dat blijft ongeveer zo in 2013-2014: 780. Maar dan waren er in 2014-2015 645, in 2015-2016 514 en in 2016-2017 weer wat meer, namelijk 695. Maar als je dus gaat afzetten ten opzichte van de jaren voor het M-decreet, dan zie je dat het nu zeker niet meer is dan zoveel jaar geleden.

Hetzelfde geldt voor het secundair onderwijs, waar we in 2012-2013 aan 287 zaten. Dan ging het naar 291, dan naar 257, dan naar 233, en nu zitten we op een historisch laagtepunt van 229 in 2016-2017. Ook voor het DBSO zien we een zeer zware daling. In 2012-2013 waren het er nog 39, in 2016-2017 zijn het er 16. Je kunt dus onmogelijk besluiten dat er een trendbreuk zou zijn.

De jaren voordat het M-decreet werd ingevoerd, stapten er elk jaar leerlingen over van het gewoon naar het buitengewoon onderwijs. Met de invoering van het M-decreet is dat niet gewijzigd. Je ziet dat er nog altijd leerlingen overstappen van het gewoon naar het buitengewoon onderwijs. Maar het is niet zo dat er nu beduidend meer leerlingen overstappen tijdens het schooljaar. Mocht dat zo zijn, dan zou je in een situatie komen waarvan je zou kunnen zeggen dat de CLB’s zeggen: probeer het eens, en je kunt dan overstappen. Dat wens ik niet.

We kunnen dus niet zeggen dat er een stijging is, integendeel. Op het niveau van het lager onderwijs is er in het schooljaar 2016-2017 ten opzichte van het schooljaar voordien wel een toename van het aantal leerlingen dat van het gewoon naar het buitengewoon onderwijs overstapt, maar die overstap was er ook in het verleden. We zien dat die ook voor het lager onderwijs onder het niveau blijft van voor het M-decreet. Voor vorig jaar en twee jaar geleden zien we een stijging, maar als je het tegen de jaren ervoor afzet, is het eigenlijk geen substantieel verschil.

Ons M-decreet zet in op inclusie, maar verhindert oriëntering naar buitengewoon onderwijs uiteraard niet. Er zullen dus ook in de toekomst elk jaar wel wat leerlingen de overstap maken.

Ik heb de cijfers genuanceerd, maar als we dan toch naar de bewegingen kijken, zonder over ‘substantieel’ te spreken, dan gaat het voor het kleuteronderwijs over type 2 en 9, voor lager en secundair over type 3, 9 en basisaanbod. Type 9 en basisaanbod zijn nieuwe types, die respectievelijk leerlingen met ASS die vroeger in andere types terechtkwamen, opvangen en leerlingen type 1 en 8 opvangen, omdat die types in afbouw zijn. De overstappen die we zien, zijn dus vrij logisch.

Ons bijkomend onderzoek had vooral betrekking op de cijfers. Dat hebben we dan ook effectief herbekeken. Maar ik denk niet dat er nu bijkomend onderzoek nodig is. De cijfers zijn stabiel, zelfs lichtjes in dalende lijn.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Bedankt, minister. Ik ben tevreden dat de cijfers niet echt klopten. U weet dat wij altijd wel pleitbezorger zijn geweest – en u trouwens ook – van het buitengewoon onderwijs naast het gewoon onderwijs. We willen dat zeker behouden.

We horen vaak geruchten van ouders die zeggen dat het zo moeilijk is om in het buitengewoon onderwijs te geraken. Deze cijfers spreken dat dan eigenlijk ook wat tegen, omdat ze in gelijke richting gaan als ervoor.

Hebt u er zicht op of het sinds het M-decreet vooral leerlingen zijn die onder ontbindende voorwaarden zijn ingeschreven? Of zit daar niet veel verschil op met voorheen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dat laatste moet ik bekijken, collega Krekels. Ik weet niet of we daar zicht op hebben, op alle verslagen. Maar als ik de types zie, zou het wel kunnen natuurlijk. Type 9 is een nieuw type. Het kan wel zijn. Ik weet het niet. Als we cijfers hebben, zal ik ze aan de commissie bezorgen.

Maar het heeft mij ook verrast wat een lawine aan reacties je krijgt door één kop in de krant. En je hebt de kans niet om te nuanceren. Ik vind dat een spijtige zaak.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.