U bent hier

De voorzitter

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Voorzitter, collega’s, in de ochtend van 5 mei 2017 vond er een vergadering plaats van Westtoer, het West-Vlaams toeristisch bedrijf. Een paar weken later zitten we hier. Het was een bijzonder onrustwekkende vergadering. We werden door Westtoer gewezen op wat er aan het gebeuren is inzake toerisme aan de kust. Ze toonden ons twee statistieken. Ik wil ze u doorsturen, minister. Als u dit boven u bed hangt, kunt u niet meer slapen en durft u in het weekend niet meer naar de kust te komen, tenzij u enorm veel lef hebt.

Westtoer is een serieuze organisatie, geleid door Stefaan Gheysen, die dat heel ernstig doet. Ze toonden ons een grafiek van de bestedingen van de afgelopen jaren. In 2013 waren er investeringen in kustspecifieke marketingacties ter waarde van 1,2 miljoen euro. In 2014: 1,2 miljoen euro; in 2015: iets meer dan 450.000 euro; in 2016: 200.000 euro en in 2017: minder dan 200.000 euro. Dat gaat dus over de zuivere campagnes gericht naar de kust.

Anderzijds is er ook het beeld van het Impulsprogramma Kust (IPK). Daaruit blijkt dat er in 2017 niets werd geïnvesteerd: geen 100.000 euro, niets meer. En we komen van heel ver, van zware investeringen. De kust is een product waarin je uiteraard voortdurend moet investeren.

Vorig jaar hadden we een moeilijk jaar op toeristisch vlak, wegens de aanslagen en de problematiek daarrond. Een van de gevolgde strategieën in de kunststeden was om de nabije markten te bewerken. De luchthaven was de moeilijkste weg. De strategie bestond erin om, in samenspraak met verschillende kunststeden, de buurlanden nog beter te bewerken, zodat je de mensen vlugger in je gebied krijgt. De kust is in het bijzonder een regio die enorm aantrekkelijk is voor de buurlanden en waarop je voortdurend moet inzetten. Daarom is het dubbel spijtig dat men de strategie om zich te richten op een sterk product als de kust in de promotie op het Vlaamse niveau praktisch volledig heeft verlaten. Het blijft immers moeilijk om via de Vlaamse meesters mensen naar de kust te krijgen. Het blijft moeilijk om via wielertoerisme mensen specifiek naar de kust te krijgen. Het wordt iets makkelijker om het via festivals te doen en misschien ook via gastronomie. Maar de idee dat je aan de kust die kustbeleving kunt krijgen, dat je die bijzondere zone hebt, blijkt volledig te worden verlaten. Dat is bijzonder spijtig, aangezien we uit een periode komen waarin we de verschillende kustgemeenten dankzij een nationale politiek op één lijn hebben kunnen krijgen en houden. Dit blijkt nu allemaal op de helling te komen staan.

Om het verhaal van Westtoer volledig te maken: ook op andere vlakken binnen het toerisme in West-Vlaanderen maken zij zich zorgen, tot mijn verwondering zelfs ook wat betreft de herdenking van 2014. De oorlog heeft vier jaar geduurd, maar de promotie en de herdenking blijkbaar iets minder lang. Dat zijn niet mijn woorden. Men spreekt van een – ik heb het genoteerd – ‘zuivere verwaarlozing van de kust en West-Vlaanderen’. Het is dus met enige bitterheid dat mensen die als zeer ernstig worden beschouwd, zich effectief zorgen maken over de manier waarop er wordt omgegaan met toerisme in West-Vlaanderen, om dan nog niet te spreken over de Westhoek, die zich tot en met in de jaagpaden verwaarloosd voelt.

Minister, ik heb hierover heel specifieke vragen, ondersteund door mijn collega’s. De heer Sintobin heeft er de middag over gedaan om te bekomen van die vergadering. Mevrouw Coudyser heeft er zelfs een paar dagen over moeten nadenken hoe zij dat aan haar bevriende minister kond kon maken.

Minister, zou u daar iets aan kunnen doen?  Zou u dat themagerichte kunnen verlaten om het regiogerichte niet te verwaarlozen?

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Mijnheer Landuyt, wat betreft dat over de middag tillen: dat is de schuld van mijn medewerker. Hij was misschien niet zo alert als de uwe. En de collega heeft er inderdaad wat langer over gedaan om hier een vraag te stellen en op poleposition te staan om de minister te verdedigen.

Minister, als u de grafieken van de heer Landuyt niet wilt, kunt u ze ook bij mij krijgen.

Ik wil duidelijk stellen dat ik hier niet zit om Westtoer te verdedigen, noch om u te verdedigen of om het even wie, bijvoorbeeld de heer Landuyt. Ik zit hier om duidelijkheid te krijgen. Dit debat over de buitenlandpromotie, de promotie van de kust, gaat nu al de hele legislatuur mee. Kustburgemeester Steve Vandenberghe is trouwens al een paar keer in de clinch gegaan. Mevrouw Coudyser maakte in haar vraagstelling allusie op een niet-onderbouwde stelling van ons allemaal – of toch van een aantal mensen – dat de kust in West-Vlaanderen in het algemeen zou worden ondergewaardeerd door deze Vlaamse minister van Toerisme.

Ik zeg dat niet ter verdediging van Westtoer, maar Westtoer neemt inderdaad een heel goed, een prachtig initiatief, minister. Dit provinciaal autonoom toerismebedrijf nodigt op regelmatige basis – ik denk twee keer per jaar – alle West-Vlaamse parlementsleden, zowel federaal als Vlaams, uit voor een overleg. Wij, parlementsleden, of toch de meesten onder ons, gaan daarnaartoe, om te luisteren naar mensen zoals Stefaan Gheysen, die toch al lang genoeg in de stiel zitten om te weten waarover ze spreken en waarover het gaat.

Ik denk dat het niet te maken heeft met u als minister, of omdat de twee vorige legislaturen een West-Vlaming minister van Toerisme was – alhoewel. (Opmerkingen van Renaat Landuyt)

Drie. De vorige was ook een West-Vlaming. Maar dat was iets minder, vond ik. (Opmerkingen. Gelach)

Goed. Toen zat ik hier ook nog niet, dus kon ik hem ook niet ondervragen. Maar er is toch duidelijk een meningsverschil tussen enerzijds Westtoer en anderzijds u.

In mijn vraagstelling heb ik de voorgeschiedenis geschetst van dit dossier. Toerisme Vlaanderen heeft indertijd de buitenlandpromotie van onze Vlaamse kust overgenomen: 1,2 miljoen euro. Nadien zijn er enkele afspraken gemaakt om een gerichte campagne te voeren over de Vlaamse kust.

Wat de promotieplannen van Toerisme Vlaanderen betreft, denk ik dat de collega’s die Toerisme volgen en die dit dossier volgen, voldoende weten waarover we spreken. Het is een gegeven dat Westtoer opnieuw aan de alarmbel trekt, minister. U kunt er misschien wel mee lachen, we kennen u ondertussen al een beetje. Maar ik begrijp niet waarom mensen als Stefaan Gheysen en de medewerkers die daar zitten, die gewaardeerde medewerkers zijn en ook gelinkt zijn met Toerisme Vlaanderen, zulke grafieken opmaken. Ik wil ze nog wel eens herhalen, voor de volledigheid van het verslag. Van 1,2 miljoen euro naar minder dan 200.000 euro in 2017 wat betreft de besteding Toerisme Vlaanderen, campagne kust. En inderdaad, wat betreft de investeringen marketingacties via IPK-impulsprojecten, gaan we van een goede 300.000 euro naar 0 in 2017.

Om te benadrukken hoe belangrijk de Vlaamse kust is voor het toerisme in Vlaanderen nog dit: 40 procent van het toerisme in Vlaanderen wordt in de provincie West-Vlaanderen gerealiseerd, en 80 procent van het toerisme in deze provincie wordt aan de kust gerealiseerd. Het klopt dat er nu met speciale projecten wordt gewerkt zoals de Vlaamse meesters en dergelijke meer, maar de heer Landuyt heeft natuurlijk gelijk dat met die initiatieven geen mensen naar de kust worden gelokt.

Minister, hoe reageert u op de bezorgdheid van het provinciaal overheidsbedrijf voor toerisme Westtoer met betrekking tot de substantiële daling van de marketing van de kust in het buitenland door Toerisme Vlaanderen? Kunt u daarover voor eens en altijd duidelijkheid scheppen?

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Ik ben de laatste om te ontkennen dat West-Vlaanderen de toeristische provincie bij uitstek is en dat de Vlaamse kust een trekpleister is voor zeer veel Vlamingen, voor veel Belgen, voor mensen uit de buurlanden en zelfs voor mensen die vanuit verre landen ons land verkennen. Onze Vlaamse kust heeft niet alleen zon, zee en strand, maar heeft ook erfgoed, denk maar aan het nationaal Visserijmuseum Oostduinkerke (NAVIGO) of Raversijde, het Belle-Epoquecentrum in Blankenberge of Sincfala in Knokke-Heist. We hebben ook kunst en cultuur en aan de kust kunnen we ook fietsen en wandelen, zowel recreatief als sportief. Heel West-Vlaanderen heeft unieke troeven.

Ik vind het een beetje spijtig dat we al twee of drie jaar kibbelen over beleidsvisies en beleidskeuzes. De gekozen beleidsvisies zijn, vanuit mijn optiek, ook goede beleidsvisies die de beperkte middelen efficiënt en duurzaam inzetten en die mikken op hefbomen voor een regio. Door het aldus inzetten van beperkte middelen kun je toch een hele regio meetrekken en kun je meer toeristen naar West-Vlaanderen halen, ongeacht of het dan gaat om de Westhoek, het Brugse Ommeland, de kust of de Leiestreek. Dat is uiteindelijk het doel. Er is inderdaad een verschil tussen de visie van Westtoer, dat voorgezeten wordt door een gedeputeerde van sp.a, en van een aantal sp.a-burgermeesters enerzijds en die van N-VA anderzijds. Ik stel namelijk vast dat Westtoer nog altijd dezelfde beleidsvisie hanteert. Dat leid ik af uit het feit dat er 5 miljoen euro wordt uitgegeven aan diverse projecten waarvan ik me soms afvraag wat de return on investment is. Ik heb niets tegen een uitkijktoren, maar lukraak uitkijktorens in het landschap plaatsen en denken dat daarom meer toeristen naar West-Vlaanderen zullen komen, daar heb ik wel vragen bij. Als ik zie dat er subsidies gegeven worden voor de verfraaiing van een toerismekantoor aan de kust, dan stel ik mij daar ook vragen bij. Als ik zie dat er middelen gegeven worden voor meer camperplaatsen, maar zonder visie over de locatie, en louter vanwege het feit dat de gemeente camperplaatsen wil aanbieden, stel ik mij daar vragen bij.

Ik stel vast dat Toerisme Vlaanderen en de minister, die ik gerust wil verdedigen, inzetten op het creëren van hefbomen om een grotere, nieuwe groep toeristen naar West-Vlaanderen te lokken. De minister koos ervoor om een subsidielijn hefboomprojecten te creëren, in het kader van de Vlaamse meesters en in het kader van kernattracties en in het kader van de meetingindustrie (MICE). Helaas moet ik ook vaststellen dat van de dossiers die vanuit West-Vlaanderen in de eerste ronde werden ingediend er geen enkel goed werd bevonden, niet door de minister, maar door een onafhankelijke jury. Dan bloedt mijn hart. Westtoer zou beter de hand in eigen boezem steken in plaats van de schuld door te schuiven naar de minister of naar Toerisme Vlaanderen, denk ik dan.

In de tweede ronde zijn er nog drie projecten in de running, twee voor Brugge en één project rond wielertoerisme dat is ingediend door Westtoer. We hopen dat de onafhankelijke jury zal zeggen dat het goede projecten zijn, die een hefboom voor de regio creëren en die een nieuwe groep toeristen naar West-Vlaanderen zullen halen.

Dit spelletje duurt nu al lang genoeg. Ik heb mijn vraag twee dagen geleden ingediend om deze discussie te kunnen objectiveren, zodat we kunnen debatteren op basis van de cijfers van wat West-Vlaanderen krijgt aan subsidies. Ik denk in de eerste plaats aan de subsidies voor de hefbomen. Daarnaast bestaan er nog reguliere subsidiekanalen: de subsidies voor jeugdverblijven, de gewone logiessubsidies, de subsidies aan Toerisme voor Allen. Minister, hoeveel van dergelijke subsidies zijn naar West-Vlaanderen gegaan?

Ik hoor vaak veel opmerkingen over de promotie. Over de vraag wat een goede promotiecampagne is, hebben we in deze commissie al vaak gediscussieerd. Ook in dit verband opteren we voor een efficiënte en duurzame oplossing. Dat is inderdaad niet meer geografisch, waarbij je perfect kunt zeggen dat de kust, bijvoorbeeld, 1,2 miljoen euro subsidies krijgt, de Kempen krijgen er zoveel en de kunststeden zoveel. Toerisme Vlaanderen werkt voor heel Vlaanderen en per thema. Hoe ga je doelgroepen in het buitenland benaderen om de troeven van Vlaanderen, zoals kunst en cultuur, wielerwedstrijden, festivals te promoten? De vraag is ook hoe je die troeven matcht met de juiste doelgroep om hem naar Vlaanderen te halen. Dat is volgens mij een goede strategie en een goede manier van werken. Minister, kunt u ook wat dit betreft, een overzicht geven van de promotiecampagnes? Op welke manier komt West-Vlaanderen concreet aan bod binnen de uitrol van deze marketingstrategie ?

West-Vlaanderen leeft vooral van de buurlanden. Zijn er in het kader van de nieuwe strategie specifieke marketingacties in de buurlanden, zoals Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië waar West-Vlaanderen aan bod komt? Britten zijn en blijven geïnteresseerd in de Eerste Wereldoorlog. Ik begrijp niet waarom de heer Landuyt denkt dat er geen promotie meer zou zijn voor de ‘Groote Oorlog’. We hebben daar miljoenen in geïnvesteerd. Waarom zouden we die promotie laten stilvallen? Los daarvan heeft de Westhoek, naast die ‘Groote Oorlog’ nog vele andere troeven die we in die promotie moeten meenemen.

Toerisme gaat over economie maar ook over andere zaken: het heeft een impact op alle beleidsdomeinen. Minister, we mogen dit niet te eng bekijken, maar we moeten ook kijken naar andere investeringen, die u als minister van Openbare werken of van Dierenwelzijn doet. Investeringen om de bereikbaarheid voor de toerist groter te maken hebben ook een impact op de toeristische ondernemers en op de toeristen die naar West-Vlaanderen komen. Minister, kunt u ons een aantal concrete voorbeelden en cijfers geven van inspanningen van die aard die u wel degelijk doet, ook voor West-Vlaanderen? 

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mijnheer Sintobin , ik heb u al een keer of vijf voor eens en voor altijd duidelijkheid gegeven, maar dat is vruchteloos als de euro bij u niet wil vallen. Ik heb begrepen dat er inderdaad overleg is geweest bij Westtoer en dat daar een verkeerde voorstelling van zaken werd gegeven.

De discussie die we bij herhaling hebben gevoerd, is de volgende. Het is onze beleidsvisie om in de promotie niet langer te focussen op geografische bestemmingen. Voorheen hadden we drie macro-producten: de kunststeden, de regio’s en de kust. Daar werd altijd een budget aan toebedeeld.

Welkom in de moderniteit, voortaan willen we vooral inzetten op de promotie van de thema’s waarin we ons onderscheiden van onze naaste concurrenten, en dat zijn onze buurlanden. De focus ligt dan op Vlaamse meesters en kunst en cultuur, op gastronomie, op wielererfgoed, op familievriendelijkheid en op de ‘Groote Oorlog’. Op basis van die troeven kunnen we toeristen aantrekken en vervolgens naar geografische bestemmingen binnen Vlaanderen leiden. De promotie wordt niet langer op een apothekersweegschaal afgewogen tussen bestemmingen die weinig met elkaar gemeen hebben. Dat is inderdaad een nieuwe en modernere visie. Het is volgens mij een efficiënte promotie. Het verleden heeft zijn verdienste maar nu gaan we resoluut door met deze vorm van promotie en we zien ook dat dit vruchten afwerpt. We besteden nu trouwens meer aan toeristische promotie, maar je kunt dat per thema moeilijk omslaan, herrekenen of vertalen naar de geografische spreiding. De verdedigers van die andere macroproducten, namelijk de vertegenwoordigers van de kunststeden of van de regio’s, zouden hetzelfde verhaal kunnen brengen als u. Ze kunnen het bedrag dat ze vroeger kregen ook niet terugvinden. Het bedrag voor de totaliteit van de promotie is groter, maar het gaat niet specifiek over de kunststeden alleen of de groene regio’s alleen, maar wel over de thema’s waarmee Vlaanderen in het buitenland kan scoren.

De beschikbare marketing- en promotiebudgetten zetten wij thematisch in. Ik heb enkele daarvan al vermeld. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen koppeling wordt gemaakt  met geografische locaties, maar het vertrekpunt is anders. Als u op vakantie gaat naar het buitenland, gaat u toch ook niet in de eerste plaats zeggen: 'ik ga naar Zwitserland' en pas daarna: 'wat zal ik daar gaan doen?'. Eerst kiest u of u witl gaan voor een bergvakantie, voor kunst en cultuur of voor een strandvakantie. Vervolgens kiest u de locatie. Dat is de aanpak die we voorstaan.

Nogmaals, dat wil helemaal niet zeggen dat we geen geografische koppelingen maken en dat we dat niet meenemen in marketingacties. We doen dat trouwens ook voor de kust. Daarom heeft Toerisme Vlaanderen ook aan Westtoer de vraag gesteld welke acties ze volgend jaar plannen, zodat we die kunnen meenemen in onze promotie. Op basis van die lijst kunnen we dan ook met de buitenlandkantoren bekijken welke acties en specifieke evenementen we kunnen uitrollen om ook de Vlaamse kust specifiek extra te promoten. De investeringen in aparte, kustspecifieke marketingacties; bedroegen tijdens de vorige legislatuur inderdaad 1,2 miljoen euro. Vervolgens hebben we de overgang gemaakt en daarvoor heb ik in 2015 samengezeten met de kustburgemeesters. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt en er is voor gezorgd dat er nog werd voorzien in een budget van 600.000 euro voor de promotie van de kust in de buurlanden. Dat was de duidelijke afspraak. Nu, twee jaar later, worden hier daarover zware beschuldigingen geformuleerd. Dat budget werd aangewend voor specifieke promocampagnes voor de kust via die buitenlandkantoren, maar het is niet altijd mogelijk om dat budgettair strikt af te bakenen en tot in detail weer te geven welk budget er voor de promotie van de kust werd ingezet.

Ik heb een hele lijst van campagnes die we hebben gevoerd in de buurlanden, ook rond de kust. In Nederland was er bijvoorbeeld een mediacampagne met Plus Magazine. Dat gaat over een dubbele partnermailing met 200.000 bestemmelingen in mei en september. In Duitsland is er een kustactie met mediaspelers gericht op families, vooral in Noordrijn-Westfalen. Daar hebben we redactionele bijdragen over gastronomie, cultuur, attracties. In Frankrijk hebben we met Westtoer, ondersteund door Sunparks, campagne gevoerd met vijf verschillende media. Daarbij hebben we een mediakatern verspreid via diverse kanalen.

Mijnheer Landuyt, u haalt aan dat er na 2014 geen inspanningen werden geleverd inzake de herdenking van de Groote Oorlog. Waar haalt u dat in godsnaam? Woont u in West-Vlaanderen? Woont u daar? Leeft u daar? Anders zou u toch misschien weten dat wij gedurende de volledige herdenkingsperiode – en dus niet alleen in 2014 – aan de creatie van reispakketten hebben gewerkt in het aanbod van lokale touroperators. Dit voorjaar – dus niet 2014 – zijn er bijvoorbeeld een aantal groepsreizen voor pers uit Canada, Australië, Groot-Brittannië, Ierland en Nieuw-Zeeland. Er is een studiereis met zeven touroperators uit Australië, die trouwens ook Brussel en Brugge zullen aandoen, en een groepsreis voor Canadese media. Dat gaat ook specifiek rond de Slag bij Passchendaele, die op zich de aanleiding vormt voor verschillende persreizen vanuit Nederland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de Verenigde Staten. Dat wordt allemaal op poten gezet. Het programma wordt heel specifiek aangevuld richting de Franse markt, met verhalen over de luchtvaartheld Guynemer, die gesneuveld is in Langemark. Er heeft een vroegboekcampagne rond Passchendaele plaatsgevonden in Australië en Nieuw-Zeeland. Momenteel loopt die in Groot-Brittannië, en later komen ook Ierland en Canada aan bod.

Toerisme Vlaanderen plant ook nog een grote pers- en publieksactie gericht op het Verenigd Koninkrijk, maar ook Ierland, Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, de Verenigde Staten en Nederland. In september wordt er een ‘street art’-werk gecreëerd in Melbourne, heel specifiek om daar nog wat buzz te creëren en promotie te voeren rond Passchendaele. Eind september, begin oktober is er een gelijkaardige Passchendaele-actie rond workshops en zijn er reizen naar Halifax en Ottawa, Canada.

Ik kan u nog een volledige opsomming geven van nog heel wat andere initiatieven op de Nederlandse markt. Het is dus wel vrij uitvoerig.

U had ook nog een vraag gesteld over jaagpaden. Dat wordt er ook nog even bij gesleurd. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

De vraag is door de heer Landuyt gesteld.

Renaat Landuyt (sp·a)

U gebruikt het woord erbij sleuren.

In alle rust: alles wat we hier brengen, geeft u de kans om te zeggen of Westtoer alle parlementsleden misleidt of niet.

De voorzitter

Collega, u kunt straks repliceren.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Uw vraag ging blijkbaar over de Westhoek, specifiek voor wat de jaagpaden en aanhorigheden betreft. Ik kan u zeggen dat er jaarlijks ongeveer 5 kilometer toplaag wordt vernieuwd op de jaagpaden. De overgroeide randen van de jaagpaden worden machinaal afgestoken. De jaagpaden worden machinaal geveegd. Drie keer per seizoen wordt langs de paden gemaaid. Men tracht de putten maximaal op te vullen met koude asfalt. Takken enzovoort worden weggehaald.

Mevrouw Coudyser, u vroeg wat dat allemaal heel specifiek aan bedragen en verhoudingen betekent, vermits er een beeld wordt gecreëerd dat West-Vlaanderen wordt achtergesteld en genegeerd. Ik geef wat percentages. Wat de logiespremies betreft, is er de afgelopen drie jaar ongeveer 1,4 miljoen euro toegekend aan West-Vlaanderen. Dat is 47 procent van het budget. Ik kan u zeggen dat de subsidie voor Toerisme voor Allen zo’n 2 miljoen euro bedroeg, 33 procent. Als je dat op een apothekersweegschaal zou afwegen, zou je misschien zeggen: ‘Oei, dat is wat te veel of dat is wat te weinig.’ Maar goed, u stelt de vraag.

– Güler Turan treedt als voorzitter op.

Minister Ben Weyts

Het totaalbudget voor hefboomprojecten bedroeg 73 miljoen euro, waarvan 17 miljoen euro nog moet worden verdeeld.  Fiets- en wandelnetwerken zitten ongeveer op 500.000 euro, 22 procent voor West-Vlaanderen. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan, ook met betrekking tot wat men vraagt in verband met Waterwegen en Zeekanaal (W&Z). Voor 2014-2019 spreken we voor W&Z over een budget van 280 miljoen euro. Dat is 30 procent voor West-Vlaanderen. In verband met het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust spreken we over een ordegrootte van 210 miljoen euro, 88 procent voor West-Vlaanderen. 88 procent! De afdeling Maritieme Toegang: 35 procent, een budget van 600 miljoen euro voor West-Vlaanderen. Wat De Lijn betreft, gaat in deze regeerperiode 26 procent naar West-Vlaanderen. (Opmerkingen)

Als u het vraagt, doen we de afweging. Ik zie u knikken. Men vraagt om dat hier op een apothekersschaaltje af te wegen. Ik kan u zeggen: geen enkele provincie wordt achtergesteld, zeker West-Vlaanderen niet. (Opmerkingen. Gelach)

De voorzitter

Dat is een zeer intelligente vraag. We houden die voor straks. Laat u niet afleiden, minister.

Minister Ben Weyts

Ik weet dat die cijfers u zeer enthousiast maken.

Ik zal het korter houden. Ik ken de West-Vlamingen als zeer warme mensen, heel hardwerkende mensen die geloven in hun eigen kunnen, die creatief en dynamisch zijn, die de handen uit de mouwen steken. Het zijn geen mensen die voor hun succes volledig afhankelijk zijn van anderen, maar die heel goed kunnen samenwerken.

De voorzitter

Tot daar een pleidooi voor de West-Vlamingen. Laten we afspreken dat we de andere provincies vandaag buiten beschouwing houden. Ik denk dat er al genoeg munitie is voor de West-Vlamingen onder ons.

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Ik ben wat verwonderd over de stijl van de reactie. Blijkbaar moet er ergens een gevoelig punt zijn. Dit is geen thema om u onrustig te maken. Ik heb toerisme nooit beschouwd als een partijpolitiek gegeven, mevrouw Coudyser. Ik denk dat de eenheid van visie rond kusttoerisme altijd een van onze sterktes is geweest. Men moet niet boos zijn dat er een verschil in visie is. Ik vind dit zelfs normaal in een democratie. Dat men verontwaardigd is, dat er een visie wordt tegengesproken, dat er vragen rond worden gesteld, dat lijkt mij de evidentie zelf. Dat men elkaar dan verwijt ‘mijn visie is modern en de uwe is ouderwets’, vind ik niet nodig. Je moet, zeker in een parlement en zelfs over toerisme, kunnen spreken over een visie.

Het is waar dat er in Toerisme Vlaanderen een visie is binnengebracht, wellicht via deskundigen, die zeggen dat wij promotie moeten maken via thema’s. En het is evengoed waar dat er op het terrein veel deskundigen zijn die daar zeer ongelukkig over zijn. Dat is een realiteit. Ik vind niet dat men kwalijk moet nemen dat dat ongelukkig zijn blijft duren en dat men zelfs in cijfers probeert te tonen waar het ongeluk zit. Als men ervan uitgaat dat de visie om te werken in thema’s de moderne visie is en de visie om te werken op steden en regio’s de ouderwetse visie is, dan is dat heel vervelend als je dat toepast op een van de thema’s die zeer veel worden gehanteerd, lichtjes tot onze ontgoocheling, met name dat je het bier en de pralines in Brugge vindt.

Wij krijgen in Brugge op vraag van Toerisme Vlaanderen journalisten voor het bier en de pralines. Dit is niet de keuze die wij op West-Vlaams niveau nemen inzake toerisme. Wij slagen er aan de kust in om met negen gemeenten overeen te komen dat we kunst opnieuw op het zand wensen te brengen, dat we de meerwaardezoeker ook willen aantrekken in de kustregio, met het specifieke van de kustregio dat de zee er is, met het specifieke dat er grote stranden zijn. Want dat is het echte onderscheid dat je kunt maken. Natuurlijk hebben we daar ook erfgoed. We hebben daar zelfs eten, wielrenners en alles wat je overal vindt. Maar het specifieke is dat je die zone aan de kust hebt, waar er enorm veel grote stranden zijn en dat er zee is. En er komen veel Duitsers.

Maar het erge is dat men, als men dan verwijst, zoals de minister terecht doet, naar de acties die in Frankrijk en Duitsland gebeuren voor onze kust, naar de regio wijst en niet naar die thema’s. Want als je reclame maakt voor bier, zou je kunnen denken aan Brugge en ook aan de kust, omdat ze daar ook bier drinken. Maar dit is niet specifiek wat je verwacht als promotie voor uw regio. En dat is de frustratie die in alle geledingen zit.

Op die vergadering van Westtoer was niet alleen de deskundige van Westtoer aanwezig. Er was ook de voorzitter, die blijkbaar van sp.a is. Dat zal het probleem zijn. Dat heeft er niets mee te maken, hé. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Nee, u hebt dat niet gezegd. Dat verwijt ik ú niet. Mevrouw Coudyser heeft dat gezegd, in haar verdedigingsdrang. Je moet dat niet partijpolitiek gaan vertalen.

Trouwens, het kabinet-Bourgeois was daarop aanwezig, met een akkoord over die documenten. Letterlijk akkoord. Ik kan de namen noemen van wie er aanwezig was. Het kabinet-Bourgeois ging akkoord met wat er gebracht werd. Dit zijn geen politieke pamfletten die ze naar voren hebben gebracht. Dit zijn de documenten, de cijfers zoals zij ze uit de documenten hebben gehaald, met een soort vraag waaraan we proberen te voldoen: ‘Wil je dit vertalen naar Brussel?’ Dat was de impliciete vraag.

Ik heb mevrouw Coudyser daar niet horen discussiëren over hoe slecht Westtoer het deed. Dit was niet de sfeer van de vergadering. We hebben alle thema’s grondig bekeken.

Wat de herdenking van 1914-1918 betreft, dat heb ik niet uitgevonden. Op die vergadering heeft men gezegd: ‘In het Ieperse is het stilgevallen.’ Men heeft zelfs verwezen naar alle acties waarnaar u ook hebt verwezen. En dat men dan zegt: ‘Ze hebben veel gekost, maar ze zaten er een beetje naast.’ Dat mag ik toch wel zeggen?

Wat de jaagpaden betreft en de manier waarop ze worden aangepakt: andere West-Vlamingen hebben ons daar gezegd wat er aan het gebeuren is. Ik verwijt u niets, ik heb u gevraagd of het waar is.

Ik begrijp niet – en het verontrust mij – dat men meteen in een egelstand staat, in plaats van te bekijken of we kunnen nuanceren.

De voorzitter

Mijnheer Landuyt, u had twee minuten de tijd. Kunt u afronden?

Renaat Landuyt (sp·a)

U zou moeten weten wat ik hier heb meegemaakt. We hebben hier bij de oorspronkelijke vraagstelling een minutenlang pleidooi gehoord, met een aanval op mijn partij, terwijl wij ons strikt aan de regels houden. (Gelach)

Over de partijgrenzen heen moet je kunnen zeggen wat goed is.

De voorzitter

Solidariteit binnen de partijgrenzen is wat moeilijker, mijnheer Landuyt. Rondt u gerust af.

Renaat Landuyt (sp·a)

Ik sluit af. Ik vind dat de minister zijn recht van verdediging heeft uitgeoefend.

Minister, u mag alleen niet zeggen dat 200.000 euro ten opzichte van 1,2 miljoen euro een apothekersschaaltje is. Dat vind ik een verschrikkelijke apothekersschaal. Het heeft er niets mee te maken.

De teneur is dat we ter plaatse, door het moeilijke jaar 2016, ons expliciet hebben gericht op de naburige landen. Als je dan zegt dat er wielrenners zijn en mensen die bier drinken, dan heb je het niet specifiek genoeg over het strand en over de zee gehad.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Mevrouw Coudyser, ik volg nu twaalf jaar het beleidsdomein Toerisme, en het is vandaag de eerste keer dat ik iemand hoor die een frontale aanval opent op Westtoer en er een politiek spelletje van maakt. Ik vind het ook niet plezant dat die gedeputeerde een socialist is, want ik ben ook niet zot van socialisten. De heer Landuyt weet dat, vandaar dat ik naar Brugge verhuis. (Opmerkingen van Renaat Landuyt)

U opent hier frontaal de aanval op Westtoer dat in het verleden heeft bewezen over heel wat ervaring en bekwame mensen te beschikken, maar die dag zelf heb ik u niet gehoord. En ja, het kabinet-Bourgeois was daar aanwezig en ja, ik kan ook de namen noemen en ja, ze hebben mee dat document onderschreven.

Minister, ik vind uw manier van antwoorden ook een beetje denigrerend. U begint met te zeggen dat u me het na vijfmaal nog eens zult uitleggen tot mijn euro valt. U bent zelf ook parlementslid geweest, en u bent wellicht ook naar vergaderingen geweest van verenigingen of comités waar men je als parlementslid vraagt om te gaan luisteren wat er verkeerd loopt. Ik ben begonnen met te zeggen dat ik hier niet ben gekomen om Westtoer te verdedigen, maar enkel om mijn taak als parlementslid te vervullen. En als wij tweemaal per jaar worden uitgenodigd door Westtoer om te vernemen wat hun visie, verzuchtingen en problemen zijn, dan is het onze taak om daar vragen over te stellen aan de bevoegde minister. Tijdens de twee vorige legislaturen was dat schering en inslag en werden er voortdurend vragen gesteld aan minister Bourgeois.

Mevrouw Coudyser, er is inderdaad een verschil in beleidsvisie. Vroeger was er de geografische bepaling van de kust, de kunststeden en de groene regio’s terwijl er nu wordt gewerkt met promotiethema’s. Ik merk alleen op dat zowel u, minister als mevrouw Coudyser het beleid dat minister Bourgeois gedurende tien jaar heeft gevoerd, afkraakt. Minister Bourgeois is gedurende tien jaar verkeerd bezig geweest. Er moet geen aparte promotie worden gevoerd voor de kust. Er was toen zelfs een kunststedenactieplan, u herinnert zich misschien wat daaraan is voorafgegaan en welke middelen daar naartoe zijn gegaan. Maar nu is dat plotseling allemaal slecht. Het is uw volste recht om er een andere mening op na te houden, maar het is ook ons recht om hier vragen te stellen naar aanleiding van een overleg met Westtoer.

En blijkbaar valt mijn euro niet – ik kan nog ergens begrijpen dat u dat zegt – maar blijkbaar valt de euro van Westtoer ook niet. U gaat me toch niet vertellen dat Westtoer louter op basis van een verschillende mening en visie, al 2,5 jaar keer op keer beweert dat het niet voldoende middelen krijgt en dat er onvoldoende promotie wordt gemaakt voor de kust. Begrijpen zij dat dan niet? Misschien moet u een overleg organiseren met Westtoer, ik wil u zelfs naar de kantoren van Westtoer in Brugge brengen. U kunt misschien eens met die mensen rond tafel gaan zitten en daar de zaak uitklaren.

Wat de Eerste Wereldoorlog betreft, heb ik dat ook gehoord, maar ik heb dat niet in mijn vraag opgenomen omdat ik het daar niet mee eens was. Ik heb u eerder al gevraagd wat na 1918, en u hebt daar een aantal antwoorden op gegeven. Wat de jaagpaden betreft, ga ik dit niet onnodig opblazen, maar ik heb op 5 mei een schriftelijke vraag ingediend waar ik nog geen antwoord op gekregen heb. Volgens de regels moest ik dat al ontvangen hebben.

Minister, ik stel voor dat u contact opneemt met Westtoer en dat alles wordt uitgeklaard, zo niet, zitten we hier over zes maanden opnieuw.

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het word.

Ik denk dat we het over één zaak eens zijn, namelijk dat er een verschil in beleidskeuzes en beleidsvisie bestaat. Ik heb daar geen enkel probleem mee, maar ik wil Westtoer wel oproepen om mee te stappen in het verhaal van deze beleidsvisie en niet te blijven hangen in het verleden. Ik roep hen op om vooruit te kijken, actie te ondernemen in het huidige kader en mee te werken. Ik hoor dat Toerisme Vlaanderen vraagt welke zaken kunnen worden opgenomen in hun promotie, ik kan dat alleen maar ondersteunen.

Ik zal niet meer terugkomen op die promotie en op het thematische aspect, maar ik heb wel gehoord dat er een koppeling is tussen het thematische aspect en de regio’s en dat er vanuit Toerisme Vlaanderen wel degelijk mediacampagnes worden opgezet in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Ik heb ook gehoord dat naast de reguliere subsidies ook wordt voorzien in ettelijke bedragen voor West-Vlaanderen. Alle provincies worden goed bedeeld ondanks het feit dat we nog altijd in een periode van budgettaire krapte zitten. Ik heb niet de indruk dat de budgetten voor toerisme heel fel zouden zijn gedaald. Los daarvan klopt het dat het investeren in waterwegen, jachthavens en kusttrams ook ten goede komt van het toerisme. We moeten dat beschouwen als één geheel.

Verder wil ik de kust nog oproepen om verder werk te maken van de seizoensverbreding. De kust is inderdaad uniek, in de zomer komt iedereen graag naar het strand, de bars en alles wat daarrond te doen is, maar er zijn ook tien andere maanden in het jaar en dan zijn onze kunst- en cultuursteden de moeite van het bezoeken waard. Oostende heeft daar heel veel te bieden, net zoals ook andere kuststeden. We moeten daar verder op inzetten. Tot slot wil ik gemeenten oproepen om samen te werken. Als wij toeristen naar de Vlaamse kust lokken, dan doet het er voor mij in eerste instantie niet toe of ze nu naar Oostende, Bredene of Knokke-Heist gaan. Het is van belang dat ze naar die Vlaamse kust komen, elk kustgemeente heeft dan wel haar eigen identiteit en DNA en dat zal de toerist ook ontdekken.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik heb die discussies al meermaals gevoerd. Wanneer men een nieuwe beleidsvisie uiteenzet, gebeurt dat aan het begin van de legislatuur en op basis van de discussie over de beleidsbrief en de beleidsnota. We hebben dat al uitgepraat, maar dat komt telkens terug. Het is wat het is. We hebben gekozen voor een thematische promotie, voordien werd er gewerkt met macroproducten. Ik was zelf deelachtig aan die vorige beleidskeuzes, want ik was kabinetschef van Geert Bourgeois. Elke tijd en elke visie hebben hun verdiensten. We hebben nu heel resoluut gekozen voor een andere visie. U mag het daar oneens mee zijn, maar wat u niet mag doen, is die budgetten met elkaar vergelijken, want dan vergelijkt u appelen met peren. Bovendien zijn de totale budgetten toegenomen, en daar zou ik me toch vooral vrolijk over maken.

De voorzitter

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Minister, ik vind het vooral hoopgevend dat u zegt dat u kunt veranderen van visie, dat kunnen we zeker appreciëren. We kunnen dat debat niet blijven herhalen, we moeten iets vinden om de effectiviteit van deze manier van werken te kunnen aantonen. U zult veel meer mensen kunnen geruststellen als u een soort meetinstrument vindt om te tonen dat deze thematische benadering even effectief of zelfs effectiever is dan de regiobenadering. Zoals mevrouw Coudyser voortdurend benadrukt, is de kust een uniek product. Dat wordt benadrukt in de promoties. In de buurlanden verlaat men eigenlijk het thema en verwijst men terecht naar de kuststrook, dat is wat wij vragen en wat ook het meest effectief is. Als we ons daartegenover kunnen wapenen om Westtoer uit te leggen dat er andere manieren zijn om de effecten te meten, dan zou dat voor ons meegenomen zijn. Zo kunnen we uw visie ook in een beter daglicht stellen.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, we kennen intussen uw stijl van antwoorden, maar ik ben toch blij dat we nogmaals het debat hebben gevoerd. Ik wil er niet op blijven terugkomen, maar wij doen gewoon onze plicht. We gaan naar een overleg en we komen hier vragen stellen op basis van dat overleg. Zoals de heer Landuyt zei, hebben wij dat niet gezegd. U kunt misschien het verslag opvragen. Ik kan u ook de grafieken bezorgen, blijkbaar is daar al twee jaar lang niet alleen een verschil in visie wat het beleid betreft maar ook een andere kijk op de cijfers. Dat je die niet op een weegschaal kunt leggen, weet ik ook wel, maar ik vind het niet correct dat men alles op een hoop gooit en zelfs de budgetten van Openbare Werken voor Toerisme zou inzetten. Op die manier kan men alle beleidsdomeinen afschaffen en er één beleidsdomein van maken.

Ik blijf erbij dat onze Vlaamse kust een aparte benadering verdient en niet mee kan gaan in het thematische verhaal. Ik stel dat trouwens ook vast in het buitenland, in Frankrijk, Duitsland en Nederland, waar men via de Côte d’Opale of de kust in Cadzand ook de regio benadrukt en niet zozeer een thema.

Minister, ik blijf bij mijn suggestie dat u best contact opneemt met Westtoer. Zij zullen wel bereid zijn om tot bij u te komen om dit voor eens en altijd uit te klaren.

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Ik reken op u, collega, om aan Westtoer te vragen om het beleid en de return on investment te monitoren. U zult dan waarschijnlijk zien dat deze beleidsvisie toch loont. Verder wil ik vooral hoop en perspectief bieden en naar de toekomst kijken, vooral voor onze vele Vlaamse toeristische ondernemers die elke dag hard werken om de toerist gastvrij te ontvangen. Vergeet ook niet dat heel die toeristische sector zeker in West-Vlaanderen een grote tewerkstelling creëert. We moeten dat koesteren.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.