U bent hier

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Voorzitter, de ons bekende aanlandingsverplichting wordt tot 1 januari 2019 gefaseerd ingevoerd in de demersale visserij. De verplichting stelt dat alle vangsten met vangstbeperkingen aan boord moeten worden gehouden, aangeland en tegen quota worden afgeboekt. Hierdoor worden vissers verplicht om soorten waarvoor een vangstbeperking geldt, ongeacht de afmetingen, aan boord te houden en aan te landen. 

De implementatie van de aanlandingsverplichting vormt op korte termijn een van de belangrijkste uitdagingen voor het voorbestaan van de vloot. Op 19 mei gaf de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) zijn advies over de implementatie van de aanlandingsverplichting in de zeevisserijsector. Het advies geeft een aantal suggesties weer over hoe de problematiek van de aanlandingsverplichting bij de Europese instanties zou kunnen worden aangebracht. Verplicht aanlanden mag voor de SALV echter geen doel op zich zijn. De raad is van mening dat de focus in eerste instantie moet liggen op selectief vissen en het vermijden van ongewenste vangsten.

Minister, de grenzen van selectiviteitsverhoging komen stilaan in zicht en er moeten andere mogelijkheden worden onderzocht om ongewenste vangsten maximaal te vermijden. De SALV denkt daarbij bijvoorbeeld aan een tijd- en plaatsbeheer. De SALV meent ook dat ongewenste bijvangsten beperkt kunnen worden door te kijken naar vangstgebieden waar minder ongewenste soorten aanwezig zijn of door op andere ogenblikken of in andere seizoenen te gaan vissen. Hierdoor kan ongewenste vangst vermeden worden door niet te gaan vissen op visgronden waar een hoge teruggooi verwacht wordt. Wat denkt u van dit voorstel? En op welke manier kan/zal het beleid de samenwerking tussen vissers, die nodig is om dit te realiseren, stimuleren of aanmoedigen?

De leden van de Technische Werkcommissie Visserij bepleiten aanpassingen in de regelgeving. Ze vrezen immers dat de uitzonderingen die zijn opgenomen in de verordening en naar best vermogen worden toegepast, niet zullen volstaan om op 1 januari 2019 aan de aanlandingsverplichting voor alle gequoteerde soorten te voldoen. Het valt mij op dat de standpunten van de Technische Werkcommissie Visserij en Natuurpunt op dit punt duidelijk verschillen. Nochtans waren in het vistraject de standpunten van beiden steeds verzoenbaar. De positieve samenwerking tussen ecologie en economie was nooit een probleem voor de uitvoering van het Vistraject en was zelfs uniek te noemen. Betekenen deze meningsverschillen een probleem voor de verdere uitvoering van het Vistraject? Zijn er gedurende de uitvoering van het Vistraject andere beduidende meningsverschillen die de verdere uitvoering in de weg staan? 

De SALV dringt er terecht op aan om de beschikbare middelen van het operationeel programma op kruissnelheid te brengen. Hoe ver staat het met de betoelagingen? Wat is de reden van de vertraging in de uitbetalingen? Zal het beleid erop toezien dat de gevraagde kruissnelheid er komt?

In eerdere antwoorden op vragen over de uitvoering en implementatie van de aanlandingsplicht, was u van mening dat men deze Europese beslissing niet zomaar op de helling kan zetten. Het advies van de SALV bevat wel een aantal zaken die zouden moeten wijzigen voor de definitieve inwerkingtreding in 2019. Bent u van plan dit advies te volgen tijdens komende vergaderingen met Europese instanties? Welke adviezen volgt u en welke niet?

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Ik sluit me aan bij collega Vermeulen. Ik zal niet alles herhalen.

De SALV benadrukt in zijn advies de aanlandingsverplichting als een bepalende factor voor het voortbestaan van onze Vlaamse visserij. Onze visserijsector heeft op zichzelf al heel wat initiatieven genomen met onder meer het Vistraject. Ook onze administratie Landbouw en Visserij heeft er al heel wat aandacht aan besteed. Ook het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) is de thematiek niet onbekend.

Met dit laatste SALV-advies worden de puntjes nog eens op de i gezet en worden er concrete aanbevelingen gedaan naar u, minister. Vandaar mijn vragen.

Minister, hoe zult u inspelen op het advies van de SALV? Zult u bepaalde specifieke initiatieven nemen om de zaken te optimaliseren? Deelt u de aanbeveling om maximale inspanningen te doen om voor platvis en zeker voor schol een overlevingsuitzondering te verkrijgen alvorens ze onder de aanlandingsverplichting te plaatsen? De SALV kwam niet tot overeenstemming over het vervolgtraject indien er geen oplossingen kunnen worden gevonden voor een correcte toepassing van de huidige regelgeving. Hoe ziet u dit vervolgtraject? Als laatste punt vraagt de SALV om rekening te houden met de gevolgen op financieel en sociaal vlak op korte en lange termijn van de invoering van de aanlandingsverplichting. U bevestigde al op 22 februari op een vraag van mij dat wetenschappelijk onderzoek zeer belangrijk is in dezen. Daarom had ik graag de stand van zaken vernomen over hoe dit probleem verder gemonitord wordt vanuit de Vlaamse overheid.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, het is niet de eerste keer dat we over deze problematiek praten in de commissie. De basisverordening van het gemeenschappelijk visserijbeleid en zeker het luik over de geleidelijke invoering van de aanlandingsplicht, zorgt voor grote uitdagingen voor onze visserij. De sector heeft al heel wat inspanningen gedaan om de selectiviteit goed te verhogen en we blijven daar verder op inzetten om de technieken verder te optimaliseren. Natuurlijk moeten we ook onderzoek blijvend stimuleren om te kijken welke vistechnieken de overlevingskansen van ongewenste vangsten verhogen. Ik wil dat vissers en wetenschap heel nauw samenwerken: de vissers hebben de praktijkervaring, de wetenschappers kunnen hen helpen om aan te tonen of hun voorstellen en suggesties de gewenste effecten hebben.

Ik ga volledig akkoord met de SALV die stelt dat naast selectief vistuig, waar we op de grenzen van de mogelijkheden aanbotsen, we moeten inzetten op het voorkomen van ongewenste vangst. De vangstsamenstelling is afhankelijk van het seizoen en van het vangstgebied. Het doel is dat de paaigebieden vermeden worden, maar ook de gebieden met veel jonge vissen en dat ongewenste vangsten, zoals van een soort waarvan de quotarechten bijna uitgeput zijn, vermeden worden.

Hiervoor is kennis maar ook kennisoverdracht nodig. Binnen de taskforce van het convenant en binnen de werkgroep vernieuwing van het convenant onderzoekt men hoe daaraan kan worden tegemoetgekomen. Er is nood aan het bundelen van de kennis die er al is, maar er is ook nood aan verder onderzoek om de kennishiaten op te vullen.

Alle beschikbare informatie moet bij de vissers geraken. Daarbij is het belangrijk dat die kennisuitwisseling interactief is, dat vissers zelf aan collega’s en aan wetenschappers kunnen melden welk gebied op dat moment niet interessant is bijvoorbeeld wegens te veel bijvangsten. Dit vraagt een mentaliteitswijziging. Vissers zijn jagers en delen niet gemakkelijk hun beroepskennis. Voor het mijden van paaigebieden wordt nu al gewerkt via het quotabeheer.

Hierbij kan ik opleggen dat bepaalde gebieden gesloten zijn voor visserij voor een bepaalde periode. Het grote probleem bij de aanlandplicht, zoals hier al vaak is gezegd, is het ontstaan van zogenaamde knelsoorten, in het Engels ‘choke species’ genoemd. Dit betekent dat wanneer in een gebied het quotum van één soort is opgevist, deze soort niet meer mag worden gevangen en teruggegooid. Om te voorkomen dat deze soort nog gevangen wordt, moet het gehele gebied worden gesloten voor de rest van het jaar. In 2016 hebben we op deze manier reeds drie visserijen volledig stilgelegd door uitputting van een bepaalde gequoteerde soort.

In de Europese Unie heb ik er al op gewezen welke drastische gevolgen de strikte uitvoering van de aanlandingsverplichting heeft. Daarom dring ik erop aan om de uitzonderingen maximaal te kunnen toepassen, uiteraard met respect voor het finale doel, namelijk de visbestanden op maximale duurzame opbrengst brengen, liefst zo snel mogelijk en uiterlijk tegen 2020. In die zin ga ik akkoord met de SALV dat de aanlandplicht niet het doel, maar wel een van de middelen is om die maximaal duurzame opbrengst te bereiken. Wat het doel betreft, zie ik geen verschil tussen Natuurpunt en de overige leden van de Technische Werkcommissie Visserij. Het verschil zit vaak in de snelheid waarmee men het doel wil bereiken. Ik merk wel veel begrip bij Natuurpunt voor de zoektocht van de vissers.

Duurzame bestanden kunnen we maar bereiken door een multidisciplinaire aanpak met een mix van maatregelen, zoals selectief vistuig, maximale toepassing van de uitzonderingen, bewijzen van de overlevingskansen van bepaalde soorten, de de-minimisregeling, efficiënt en flexibel quotabeheer, quotatop-up en ruil met andere lidstaten en, zoals de SALV adviseert, het vermijden van visgronden waar een hoge teruggooi of een teveel van een bijna uitgeputte quotasoort verwacht wordt.

Collega Vanderjeugd, ik ben ervan overtuigd dat we, samen met andere lidstaten, maximale inspanningen moeten leveren om aan te tonen wat de overlevingskansen van platvis en zeker van schol zijn bij teruggooi. Ons land is vertegenwoordigd in de technische en highlevelgroepen Noordwestelijke wateren, Zuidwestelijke wateren alsook Noordzee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid, waar we het nodige doen om echt werkbare oplossingen te vinden. Pas als we kunnen aantonen dat we alles geprobeerd hebben en bij een evaluatie blijkt dat er nog bepaalde grote problemen vastgesteld worden, kan worden aangedrongen op een gedeeltelijke aanpassing van de regelgeving, mits een goede motivering, want anders wordt de vraag onmiddellijk verworpen. We zullen dan als lidstaat ook niet alleen staan met dit probleem en met het aandringen op een oplossing.

Ik ben het ook eens met de SALV dat investeringen van de sector in duurzaamheid maar ook het noodzakelijke onderzoek om de sector vooruit te helpen, moeten kunnen rekenen op Vlaamse en Europese steun, uiteraard binnen de grenzen van wat op Europees vlak kan. Ik zal er bij mijn medewerkers op aandringen om deze dossiers met hoge prioriteit te behandelen. Er is vertraging geweest bij de opstart van het programma, onder meer omdat we vanuit Wallonië nog extra middelen kregen in het oude programma en we dit eerst moesten afronden, maar ook omdat de regelgeving moest worden aangepast aan de nieuwe Europese verordeningen. Nu zijn deze problemen van de baan en kunnen we voluit gaan voor de uitvoering van dit programma.

Collega Vermeulen, het klopt dat ik van mening ben dat we de bepalingen uit het Europees Gemeenschappelijk Visserijbeleid niet zomaar op de helling kunnen zetten. U moet weten dat er bij de opmaak van die regelgeving sterk op werd aangedrongen om de regels niet zo streng te maken, maar er was geen draagvlak voor. Dit neemt niet weg dat ik heel goed besef dat onze gemengde visserij voor een hele grote uitdaging staat.

We hebben al een weg afgelegd, en zoals ik al aanhaalde, is ons doel een maximale duurzame opbrengst halen voor alle visbestanden. Aanlandingsverplichting is hierbij een middel en niet het doel en samen met de andere lidstaten zoeken we naar werkbare oplossingen.

De aanbevelingen van de SALV vind ik waardevol. Ik wens de SALV dan ook te feliciteren met hun uitgebreide en onderbouwde adviezen.

Tot slot was er dan ook nog de vraag over de gevolgen op economisch en sociaal vlak. Die worden door mijn diensten opgevolgd via de gegevens omtrent aanvoer en besomming. Ik begrijp natuurlijk dat er veel werk is aan het aan boord houden van soorten die dan toch niets opbrengen, maar algemeen zijn de resultaten van de sector op dit moment wel positief.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

U zei daarnet dat het verschil tussen de visserij en Natuurpunt de snelheid is waarmee men iets wil bereiken. Natuurpunt is daarin zeer realistisch, want zij willen echt tegen de deadline van 2019 het doel op zich, namelijk de volledige implementatie van de aanlandingsplicht, terwijl ik merk dat de visserij langer talmt en de overheid ook een beetje talmt. Na het stellen van de vraag verscheen er een persbericht dat de Scheveningengroep een uitzondering vraagt voor de aanlanding van schol. Ze willen anderhalf jaar langer onderzoek en de Europese Commissie volgt meestal de afspraken van EU-landen rond de Noordzee. Waarschijnlijk zal die uitzondering er dus ook komen.

We komen dan ook bij het feit dat uitzonderingen, het onderzoek op overleving, niet enkel het doel op zich mogen zijn, maar slechts een deel van het antwoord zijn. Ik denk dat er vooral nog meer moet worden ingezet op intensief en selectief vissen. We komen dan bij het Europees Fonds voor Maritieme Zaken waar men als overheid talmt door die projecten goed te keuren. Ik hoop dat er echt dringend werk van wordt gemaakt.

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoop in ieder geval dat de SALV voor het vervolgtraject tot dezelfde mening komt zodat we daar ook een vervolg zien.

Ik was vorige zondag in Nieuwpoort voor de vissershulde. We zagen de vaartuigen die werden gezegend en die op dit moment onder Nederlandse licentie varen. Het kan een onderdeel zijn van een selectievere en duurzamere visvangst. Ook binnen de visserijsector beweegt er heel wat op dit moment.

Ik heb nog een vraag over het SALV-advies. Bij punt 8 staat er een aanbeveling om te zoeken naar extra afzet en vermarkting en daardoor het verbod op directe menselijke consumptie te beperken. Uiteraard blijft selectieve visvangst de eerste en belangrijkste uitdaging, maar er wordt altijd nog een deel vis gevangen die moet worden aangeland en waarvoor naar een meerwaardecreatie moet worden gezocht. Het is vis die niet voor menselijke consumptie kan worden verkocht, maar wel kan worden verwerkt als bijvoorbeeld voeding. Minister, hoe ziet u deze uitdaging?

Omdat we er al een tijdje niets meer over hebben gehoord, wil ik ook van de gelegenheid gebruikmaken om te informeren naar de stand van zaken in het conflict tussen de Vlaamse reders en de Vlaamse Visveiling.

De heer Caron heeft het woord.

Ik heb het advies ook grondig gelezen en ook de tegenstellingen die tussen een aantal leden van de SALV en Natuurpunt naar boven komen. Minister, het gaat misschien toch over net iets meer dan over fasering en timing. Het gaat ook over het principe of je echt de aanlandingsplicht wilt realiseren dan wel of je, bij wijze van spreken, grotere mazen in het net wilt, figuurlijk bedoeld. Ik denk dat we er op de langere termijn belang bij hebben, ook voor onze vloot, dat we niet pleiten om die aanlandingsplicht soepeler te maken en uitzonderingen toe te staan. Minister, u hebt zelf heel wat alternatieven geformuleerd als mogelijkheid om problemen met visgronden die bijvoorbeeld gesloten dreigen te worden, op te lossen. Laat ons die mogelijkheden uitputten. Ik zou me echt niet willen voorstellen dat we in een situatie terechtkomen waar we die aanlandingsplicht versoepelen behalve – die uitzondering wil ik nog overwegen – als uit voldoende wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de gevraagde uitzondering geen achteruitgang of vertragend herstel van de visgronden als gevolg heeft. Als de wetenschap dat aantoont, tot daar aan toe.

De aanlandingsplicht is een gezond principe. Vis die je levend uit de zee haalt, tel je bij en ga je niet verdonkeremanen als het over visgronden en visbestanden op langere termijn gaat.

Ik wil me graag aansluiten bij de laatste bemerking van de heer Caron, namelijk het belang van een samenwerking tussen wetenschappelijk onderzoek en de vissers. Gezien het relatieve belang van onze visserijvloot op Europees niveau, denk ik dat zo'n onderzoek en samenwerking ook het best op Europees niveau gebeurt.

Collega's, misschien hebben jullie recent ook een artikel gelezen over de zeer kritische houding van de Nederlandse vissers tegenover de aanlandingsplicht. Minister, hoe wordt deze aanlandingsplicht in de andere, en soms toch wel belangrijkere Europese landen inzake visserij, onthaald? Wordt dit effectief in dezelfde mate toegepast als bij ons?

Collega Vermeulen, men is volop bezig met de projecten. Het is geen kwestie van talmen, maar er waren ook een aantal praktische obstakels. Ik heb ze daarnet genoemd. Er wordt inderdaad dringend werk van gemaakt.

Als we het hebben over duurzaamheid, zijn voor mij de drie pijlers van belang: de economische pijler, de sociale pijler en de ecologische pijler. Door wat u voorstelt, om snel snel te gaan en snel door te duwen, ben ik ervan overtuigd dat duurzaamheid in het gedrang komt. U spreekt zichzelf een beetje tegen, denk ik, ook in uw vraagstelling waar u het aan de ene kant sterk opneemt voor de vissers en de sector die het economisch moeilijk heeft, maar aan de andere kant zegt dat we sneller moeten gaan en bruusker ervoor moeten zorgen dat de aanlandingsplicht voor de visserij wordt doorgeduwd. Ik denk niet dat dat de juiste weg is. Ik geloof heel sterk in het samenwerken tussen wat praktisch haalbaar is en wetenschappelijk onderzoek omdat verder te onderbouwen.

Collega Vanderjeugd, de afzet zullen we in overleg met de sector verder onderzoeken. Het conflict is opgelost. Er is op dit moment geen conflict meer. Men is opnieuw on speaking terms en het werkt opnieuw in de praktijk.

Collega De Meyer, u vraagt naar onderzoek. Ik heb dat aangehaald in mijn antwoord. Het ILVO werkt heel nauw samen met andere onderzoeksinstellingen in andere landen. Het is belangrijk om dat mee te geven.

Ook in de andere lidstaten zijn er problemen. Iedereen heeft drempelvrees en ziet dat op zich afkomen. Die vrees is overal even groot. Wat bij ons het verschil is, is dat wij een relatief kleine sector hebben die heel beperkt is, terwijl het soms in andere lidstaten om bijzonder grote vloten gaat die de investeringen die moeten gebeuren, beter aankunnen. Dat maakt voor ons wel een verschil. We moeten daar rekening mee houden. Dat geldt trouwens niet alleen voor de visserij, maar omdat we een kleine regio zijn is dat een effect dat dubbel zo hard aankomt in de sector.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Minister, ik ben het niet eens met uw stelling dat ik prefereer dat het snel snel zou moeten gaan. Ik noteer enkel dat er nu een uitstel voor de aanlandingsplicht van schol komt. Minister, ik hoop dat u dit uitstel zult aangrijpen om vanaf morgen te bekijken wat er echt moet gebeuren om de aanlandingsplicht in te voeren in onze visserij, als het kan liefst voor onze deadline. Daarvoor zitten we dan inderdaad bij de pot van aanzienlijke middelen van het Europees fonds. Ik hoop echt dat de projecten die daar lopen zeer snel worden goedgekeurd.

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het is inderdaad positief dat dit conflict effectief gekoeld en opgelost zou zijn. Ik ga er dan ook van uit dat er volop wordt aangeland aan onze visserijen en dat de bemiddelaar die u hebt aangesteld, Frans Coussement, vandaag niet meer actief is en zijn job uitstekend heeft gedaan. Het is in ieder geval positief dat dat een goede afloop kent.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.