U bent hier

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, er is de voorbije maanden terecht heel wat consternatie en maatschappelijk ongenoegen over de Diyanet-moskeeën in Vlaanderen. Er zijn er in Vlaanderen dertien die erkend zijn door de Vlaamse overheid. We hebben daarover al verschillende keren van gedachten gewisseld, onder meer naar aanleiding van geruchten over spionage in die moskeeën, spionage die zou gebeuren in opdracht van het Erdogan-regime, waarbij tegenstanders van dat regime werden verklikt in Ankara.

Naar aanleiding daarvan zijn er ook rapporten opgesteld door de Staatsveiligheid, die duidelijk zeggen dat heel de Diyanet-structuur als de lange arm van Erdogan is, de propagandamachine van de fundamentalistische Turkse AK-partij van Erdogan hier in Vlaanderen.

U ging in een kranteninterview zelfs nog verder. U zei: “Om te weten dat er iets niet pluis is met Diyanet, heb je echt geen geheim rapport nodig. Dat zie je met het blote oog.” Wat dat betreft, ben ik het met u eens, minister. Maar ik heb het wat moeilijker met alles wat daarop volgde. U zei dat u naar aanleiding van al die elementen de Diyanet-moskeeën eens op de rooster zou leggen. Uiteindelijk bleef het erbij dat u voor één moskee een intrekkingsprocedure hebt opgestart en dat u de andere twaalf Diyanet-moskeeën een briefje hebt geschreven, met daarin een aantal – volgens u – heel pertinente vragen. Wat mij betreft, zijn dat veeleer flauwe vragen, zoals daar zijn: “Wordt er in de moskee AKP-propaganda verspreid? Heeft men in de moskee opgeroepen tegen aanhangers van Gülen? Zijn Gülen-aanhangers welkom in de moskee? Worden er maatregelen genomen in de moskee om de integratie te bevorderen?” Enzovoort, enzovoort. Dat waren in elk geval de vragen die u gericht hebt aan de voorzitters van de Diyanet-moskeeën. U zei ook dat u ondubbelzinnige en duidelijke antwoorden wou. En als u die niet kreeg, zou u op dat moment beoordelen of u al dan niet de procedure tot intrekking van de erkenning van die moskee zou opstarten.

Minister, u weet dat, wat mij betreft, al die vriendelijke vraagjes en al die briefwisseling niet nodig zijn, omdat u met de rapporten van de Staatsveiligheid in de hand – en zoals u zelf zegt, moet je maar met het blote oog naar de Diyanet-moskeeën kijken om te zien dat daar iets mis mee is – voldoende elementen in handen om meteen over te gaan tot de intrekking van de erkenning van die Diyanet-moskeeën.

Er is intussen al bewezen dat Diyanet betrokken is bij het verzamelen van informatie over de Gülen-beweging, de tegenstanders van het Erdogan-regime. Ze nemen actief deel aan de polarisering van de Turkse gemeenschap in Vlaanderen en dergelijke meer. Dat zijn allemaal elementen die u de instrumenten in handen geven om over te gaan tot de intrekking van de erkenning.

Maar intussen hebt u dus een aantal brieven geschreven. Dan is natuurlijk de vraag of u daar ook antwoord op gekregen hebt. Van welke moskeeën hebt u al dan niet antwoord ontvangen? Wat blijkt uit de antwoorden? Hoe beoordeelt u de antwoorden? Zijn ze al dan niet dubbelzinnig en voor interpretatie vatbaar? Vooraf had u aangegeven dat u daar in elk geval niet tevreden mee zou zijn.

Zult u op basis van heel deze procedure, de vragen die u gesteld hebt en de antwoorden die u al dan niet ontvangen hebt, overgaan tot de intrekking van de erkenning van enkele of zelfs alle Diyanet-moskeeën in Vlaanderen?

Wat mij betreft, is er met die Diyanet-moskeeën meer aan de hand. Het is niet alleen een probleem van gebrek aan integratie, van polarisatie en van overtreding van de erkenningscriteria die hier in Vlaanderen zijn opgesteld, maar er is met die moskeeën ook een probleem wat betreft de veiligheid. Dat is dan weer een aspect dat betrekking heeft op het federale niveau, minister. Daarom is mijn laatste vraag: zult u overleg plegen met de Federale Regering om desnoods te komen tot een sluiting van bepaalde of alle Diyanet-moskeeën?

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, ook ik heb een vraag over de brief die u gestuurd hebt naar die twaalf Diyanet-moskeeën. We weten ondertussen allemaal dat er in die moskeeën zaken gebeuren die onder het bewind van Erdogan staan en dat die niet echt bijdragen tot het harmonieus samenleven. Hebt u ondertussen al antwoord gekregen van twaalf van die dertien Diyanet-moskeeën en wat is de teneur van die antwoorden? Indien niet, waarom hebt u geen antwoord gekregen? Wat gaat u daarmee doen? Welke verdere stappen gaat u ondernemen?

Minister Homans heeft het woord.

Collega’s, de twee vraagstellers hebben het goed geduid, maar voor de niet-vraagstellers wil ik nog even wijzen op het belangrijke verschil tussen enerzijds het dossier van de Fatih-moskee in Beringen, waarvoor de procedure tot intrekking van de erkenning is opgestart, loopt en bijna afgelopen is, en anderzijds de twaalf andere erkende Diyanet-moskeeën waar het nu concreet over gaat. De twee vraagstellers hebben het goed gesitueerd, maar het is belangrijk om dat hier nog eventjes te zeggen.

Mijnheer Janssens, misschien was het een lapsus – dat kan iedereen overkomen, het overkomt mij ook – maar ik heb geen rapporten van de Staatsveiligheid van de individuele moskeeën. Ik heb een algemeen rapport van de Staatsveiligheid over Diyanet, een zeer algemeen rapport waar geen Diyanet-moskeeën individueel bij naam worden genoemd. Ik heb alleen een algemeen rapport van eind januari te mijner beschikking. En dan heb ik natuurlijk nog dat afzonderlijke rapport over de Fatih-moskee in Beringen. Ik wil dat nog even voor alle duidelijkheid zeggen: ik heb geen individuele rapporten van de Staatsveiligheid.

Ik heb in deze commissie ook al heel dikwijls gezegd dat een erkenning individueel gebeurt, en niet collectief. Het zou dus nogal vreemd zijn om de procedure tot intrekking van de erkenning wel collectief te doen, en niet individueel. Ik herhaal dat omdat dat heel belangrijk is, om die laatste boodschap ook mee te nemen in het kader van wat ik net heb gezegd, namelijk dat ik geen individuele rapporten van de Staatsveiligheid krijg over die twaalf andere erkende Diyanet-moskeeën.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat wij moeten roeien met de riemen die we hebben in Vlaanderen. U hebt terecht gewezen op de bevoegdheidsverdeling die er is, mijnheer Janssens. Het sluiten van moskeeën en dergelijke meer, ik kan daar voorstander of geen voorstander van zijn, dat maakt zelfs niet uit, maar ik ben daar niet voor bevoegd. U hebt in uw vraagstelling terecht aangehaald dat dat een federale bevoegdheid is.

Concreet nu: Fatih in Beringen is opgestart en loopt binnenkort af, en dan zal ik niet nalaten u te laten weten wat mijn beslissing ter zake zal zijn. Het lijkt mij nogal evident dat dat gebeurt.

Wat de andere twaalf moskeeën betreft, heb ik gedaan wat ik eerder heb aangekondigd. Ik heb ze allemaal een brief gestuurd. Dit was niet de eerste stap in de officiële procedure tot intrekking van de erkenning. Ik heb dat ook duidelijk gesteld.

Een van de redenen is dat ik van de Staatsveiligheid geen individuele dossiers  over de twaalf andere erkende Diyanet-moskeeën heb gekregen. De erkenning verloopt niet collectief en de intrekking kan dan ook niet collectief gebeuren.

Mijnheer Janssens, ik heb een algemeen antwoord gekregen. Ik ben eigenlijk niet verbaasd. Sommigen waren op voorhand al die mening toegedaan. Tijdens vorige vergaderingen had u er ook weinig vertrouwen in. Dat geldt ook voor mij. Ik had er weinig vertrouwen in dat ik een echt bevredigend antwoord zou ontvangen.

Het antwoord heeft me nogal teleurgesteld omdat het om een gecoördineerd antwoord gaat. Ik weet niet wie het heeft gecoördineerd, maar in elk geval heeft een overkoepelende of coördinerende instantie ervoor gezorgd dat de twaalf individuele Diyanet-moskeeën allemaal exact hetzelfde antwoord hebben gegeven. Mensen mogen me veel proberen wijs te maken, maar dit lijkt me net iets te toevallig. Volgens mij is er op dit vlak enige coördinatie geweest.

Ik zal even overlopen wat concreet in die identieke antwoorden staat. Indien ik toch een voordeel moet zoeken in het feit dat ik twaalf dezelfde brieven heb gekregen, is het wel dat ik maar een brief hoef te citeren. Ik zal me beperken tot de belangrijkste argumenten in de brief van de twaalf moskeeën.

Mevrouw Sminate, ze beschrijven in algemene termen de noodzaak van de strijd tegen radicalisme en extremisme. Dit is vorige week ook aan bod gekomen in de Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering, waarvan u de voorzitter bent. Het ging toen om deradicalisering, maar ongeveer een derde van de vergadering is over de erkenning van moskeeën gepraat. Dit neemt niet weg dat ik daar toen een antwoord op heb gegeven, dat ik hier nog eens zal herhalen. Ik zal me tot de essentie beperken.

Ik heb nooit beweerd dat er in die moskeeën problemen met radicalisering en extremisme zijn. Dat heb ik niet beweerd. Indien ik in de commissie of in de media aanklaag wat in bepaalde moskeeën gaande is, gaat het veeleer over de polarisering, over het importeren van buitenlandse conflicten of over het opzetten van bevolkingsgroepen tegen elkaar. Ik ben nogal geneigd de redenering te volgen dat weinig mensen die naar Syrië vertrekken bewuste en trouwe bezoekers van die moskeeën zijn. Zij zoeken hun heil ergens anders. Zij komen niet meer in die moskee of zijn er zelfs al buitengezet. Dit neemt niet weg dat er andere problemen kunnen zijn. Ik heb ze daarnet al opgesomd.

In het antwoord van de moskeeën staat dat de ze noodzaak onderschrijven van het bestrijden van radicalisme en extremisme. Het zou er nog aan mankeren. Ik vind het logisch dat een instantie dit doet.

Ze schrijven tevens dat ze strijden tegen organisaties, bewegingen of groeperingen die geweld en haat tegen anderen zouden prediken. Dat is nogal vaag. Dat kan natuurlijk op allerlei organisaties slaan.

Ze schrijven ook dat alle mensen, van welke afkomst of met welke filosofische overtuiging dan ook, in de moskee welkom zijn. Het is verboden in de moskee politieke toespraken te houden of voor een of andere politieke partij te ageren.

Ze benadrukken alle twaalf op dezelfde manier en met exact dezelfde woorden nooit informatie te hebben verstrekt over de identiteit of de filosofische overtuigingen van de gelovigen.

Met deze identieke brieven wekken de twaalf Diyanet-moskeeën de indruk dat het om een gezamenlijk optreden gaat of dat ze worden gestuurd. Dat is het minste wat ik kan zeggen. Ik wil het nog in het midden laten, maar de toekomst zal het uitwijzen.

In de brieven wordt formeel ontkend bij te dragen aan de maatschappelijke profilering, een term die is gevallen in het rapport dat de Staatsveiligheid eind januari heeft ingediend. Een van onze belangrijkste erkenningscriteria is de maatschappelijke relevantie, de bevordering van de maatschappelijke integratie en dergelijke.

Ik kan niet anders dan akte van die brieven te nemen. Ik ben niets met dergelijke antwoorden. Die antwoorden had ik ook aan mijn kinderen van 10 en 13 jaar oud kunnen vragen. Dit betekent dat we de volgende stappen moeten zetten.

De volgende stap houdt in dat we de lokale besturen op wier grondgebied de twaalf moskeeën actief zijn, zullen bevragen. Ik zal het anders formuleren. Een moskee heeft een werkingsgebied, wat breder kan zijn dan het grondgebied van de gemeente. Het gaat dus om alle gemeenten die deel uitmaken van het werkingsgebied van de twaalf moskeeën.

Ik zal de politiek verantwoordelijken om een zeer duidelijk antwoord vragen. Ik vraag het niet meer aan de moskeebesturen, maar aan de mensen die een politieke verantwoordelijkheid dragen. Ik ben natuurlijk afhankelijk van hun goedwillendheid. Tenzij ik de procedure start, kan ik hen niet dwingen. Zoals ik daarnet heb verklaard, heb ik echter geen enkel criterium op basis waarvan ik voor die twaalf moskeeën de procedure kan starten. Ik zal bijgevolg vriendelijk vragen mijn vraag te beantwoorden. Ik hoop dat de politiek verantwoordelijken goed zullen nadenken over die vragen en over de ernst hiervan. Ik hoop dat ze duidelijke antwoorden zullen geven.

Ik wil nog even iets herhalen dat ik vorige week en zelfs daarvoor al heb verklaard. Het Agentschap Binnenlands Bestuur zal binnenkort een bestek uitsturen voor een onafhankelijk onderzoek van de erkenningscriteria en van de wijze waarop de handhaving van de erkenningscriteria kan worden uitgevoerd.

Ik heb in de media allerlei zaken gelezen. Soms gaat het om spelletjes, zoals in het geval van de betogen van de Limburgse provincieraad. Blijkbaar weet niemand nog wat hij wordt verondersteld te doen. Als ze subsidies kunnen uitdelen, doen ze dat. Over wat nu werkelijk hun taak in het handhavingsproces is, blijven ze nogal onduidelijk. Ik heb al aangekondigd dat dit onderzoek eraan komt. Dit is zeer belangrijk.

Ik sluit af met wat ik altijd al heb gesteld. Ik herhaal dat ik geen enkele geloofsgemeenschap meer zal erkennen zolang dat onderzoek loopt. Dat geldt niet enkel voor moskeeën.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, het is vanzelfsprekend geen verrassing dat u van de Diyanet-moskeeën een nietszeggend algemeen en gecoördineerd antwoord hebt gekregen. Er zijn trouwens al precedenten, bijvoorbeeld uw gesprekken met de Turkse ambassadeur of met het Executief van de Moslims van België. Ook toen hebt u nietszeggende antwoorden gekregen. Ze beweren van niets te weten, dat volgens hen alles naar wens verloopt in de Diyanet-moskeeën en dat er niets aan de hand is.

Volgens mij laat u de Turkse gemeenschap en dan vooral de verantwoordelijken van de Diyanet-moskeeën met uw voeten spelen. U krijgt geen antwoord. U hebt op voorhand verklaard dat u geen ondubbelzinnige en voor interpretatie vatbare antwoorden wilde krijgen. Uiteindelijk hebt u zeer dubbelzinnige antwoorden gekregen die enkel voor interpretatie vatbaar zijn. Dit is de manier waarop met een verzoek van een minister wordt omgegaan. Die moskeeën zijn door de Vlaamse overheid erkend en functioneren met belastinggeld, maar de bevoegde minister krijgt geen antwoorden. Er wordt effectief met uw voeten gerammeld.

Minister, waarom hebt u niet de politieke moed de enige logische en consequente beslissing met betrekking tot deze kwestie te nemen? U moet de intrekking van de erkenning van elke Diyanet-moskee starten. U hebt in een kranteninterview zelf verklaard dat we zelfs met het blote oog kunnen zien wat er daar allemaal aan de hand is en dat u daar geen rapporten van de Veiligheid van de Staat of briefjes van moskeebesturen voor nodig hebt. U hebt zich in datzelfde interview hardop afgevraagd of Vlaanderen de waanzin van president Erdogan moet blijven subsidiëren.

Het antwoord op die vraag is blijkbaar ja. Vorig jaar is bijna 1 miljoen euro aan subsidies naar de moskeeën gegaan. De Diyanet-moskeeën in Vlaanderen hebben meer dan 528.000 euro ontvangen. Blijkbaar vindt u dat allemaal goed. Indien u de erkenning van de moskeeën zou intrekken, zou het meteen gedaan zijn met de provinciale subsidiëring, die enkel is gebaseerd op een decreet dat het Vlaams Parlement heeft goedgekeurd.

Minister, u zult nu opnieuw een briefje sturen, weliswaar niet meer naar de moskeeën, maar naar de lokale besturen. Ik kan u nu al vertellen wat het antwoord zal zijn. Ze zullen antwoorden dat de moskeeën goed in de lokale gemeenschap zijn ingebed. Dat hebben ze tot nu toe ook altijd verklaard als een provinciebestuur vroeg om het verslag dat jaarlijks bij het budget van de moskeeën moet worden gevoegd. Geen enkele lokale overheid antwoordt dat er problemen met een moskee zijn. Niemand wil zijn eigen islamitische achterband voor het hoofd stoten.

U koopt nu eigenlijk tijd omdat u niet de moed hebt om de enige logische, consequente beslissing met betrekking tot dit dossier te nemen. U moet de procedure tot intrekking van de erkenning niet starten met betrekking tot een moskee, maar met betrekking tot alle dertien Diyanet-moskeeën in Vlaanderen.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Dat de moskeeën een gecoördineerd antwoord hebben gestuurd, bewijst nog maar eens dat er inmenging van bovenaf is. Het goede van de zaak is dat er in de Diyanet-moskeeën geen sprake van radicalisering is. Dat weten we allemaal al langer. De vraag is natuurlijk of we vanuit de Vlaamse overheid moeten bijdragen tot instanties die de integratie niet echt bevorderen, om het met een eufemisme te zeggen.

Het probleem is dat u, als minister, objectieve criteria nodig hebt om tot een beslissing over te gaan. Dat lijkt me nogal logisch. De kern van het probleem is de discrepantie tussen de informatie die u nodig hebt om de erkenningscriteria te handhaven en de informatie die de verschillende actoren leveren. Daar moeten we volgens mij werk van maken. De kern van het probleem is dat u de individuele rapporten over die moskeeën niet krijgt. Daar moeten we verder over nadenken.

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Minister, ik noteer dat binnenkort een beslissing over de intrekking van de erkenning van de Fatih-moskee zal worden genomen. De adviezen komen eraan. Ik had die beslissing tegen het einde van juni 2017 verwacht. De mensen die me hier vragen over stelden, heb ik geantwoord dat dit zeker zestig dagen zou duren en dat ze waarschijnlijk tot eind juni 2017 zouden moeten wachten tot de minister de knoop zou doorhakken.

Het is een goede zaak dat dit wordt opgevolgd en dat vragen worden gesteld. Ik vind het echter een beetje voorbarig uit een gebundeld antwoord af te leiden dat alles van bovenaf wordt gemanipuleerd. Ik vind het logisch dat er overleg is tussen organisaties die in eenzelfde structuur zitten.

Wat de erkenningscriteria betreft, blijf ik me vragen stellen. De maatschappelijke relevantie is absoluut een punt. We kunnen dat aan de lokale inbedding koppelen. Ik vind in de teksten zeven criteria. Indien we daar de bevordering van de integratie uithalen, kan dit enkel mits enige interpretatie. De bevordering van de integratie is zeer positief en kan een element van de maatschappelijke relevantie vormen. Voor de stelling dat de erkenning afhankelijk moet zijn van de mate waarin de integratie wordt bevorderd en dat de erkenning moet worden ingetrokken als hiervoor te weinig wordt gedaan, vind ik in de regelgeving echter geen grondslag.

Ik vind dat we voorzichtig moeten zijn met de interpretaties van de regelgeving. We moeten beseffen dat het hier administratiefrechtelijke handelingen betreft. Die handelingen moeten steeds op teksten zijn gebaseerd. In een rechtsstaat is een sanctie vaak gebaseerd op een beperkende en niet op een uitbreidende lezing van de teksten.

Minister, we zullen zien hoe dit allemaal zal aflopen. Volgens mij zal dit dossier nog vaak aan bod komen. Ik kijk uit naar de volgende handelingen die u zult stellen.

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Kennes, hoewel ik denk al op alle vragen te hebben geantwoord, wil ik nog kort op de maatschappelijke relevantie ingaan. Ik vind het opzetten van bevolkingsgroepen tegen elkaar niet maatschappelijk relevant.

Ik vind dat ingaan tegen het criterium maatschappelijke relevantie. U kunt dan zeggen dat u dat niet interpreteert als integratie bevorderen. Bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, aanhangers van Erdogan en aanhangers van Gülen, dat staat voor mij haaks op het criterium maatschappelijke relevantie. We zullen afwachten wat het allemaal brengt.

Collega's, ik sluit me aan bij het betoog van collega Sminate, wat u wellicht niet zal verwonderen, dat het natuurlijk veel gemakkelijker zou zijn mochten wij van die 12 erkende Diyanet-moskeeën, los van de Fatih in Beringen, individuele dossiers krijgen van de Staatsveiligheid, maar het antwoord is gewoon ‘neen’. Ik moet dus roeien met de riemen die ik heb. Mijnheer Janssens, het is uw volste recht om te zeggen: ‘Toon politieke moed en start de procedure op.’ Als u me kunt zeggen op basis van welk criterium en van welk artikel in de huidige regelgeving, die we nu dus gaan aanpassen omdat we vinden dat ze tekortschiet, ik dat kan doen, dan zal ik de eerste zijn om uw goede raad op te volgen. Maar u moet dan wel heel consequent en heel eerlijk met de regelgeving in de hand, de Vlaamse regelgeving, zeggen op basis waarvan ik het moet doen.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, ik ga u meteen op hun wenken bedienen. Luister even mee naar een citaat: “Diyanet gaat mee in de AKP-politiek en draagt bij aan de polarisatie binnen de Turkse samenleving door het profileren van Turkse staatsvijanden. (…) Polarisatie tussen bevolkingsgroepen gaat regelrecht in tegen de erkenningscriteria die we in Vlaanderen hanteren.” Dat is een letterlijk citaat uit uw eigen persbericht van 7 april.

Leg dit citaat naast het rapport van de Staatsveiligheid dat niet over individuele Diyanet-moskeeën gaat maar over de Diyanet-structuur in zijn algemeenheid en dan hebt u alle elementen, alle instrumenten in handen om de erkenning van alle Diyanet-moskeeën onmiddellijk in te trekken. Maar u doet dat niet, u koopt tijd, u neemt geen enkele politieke beslissing. U gaat nog wat briefjes sturen en voor u het weet bent u aan het einde van de legislatuur en zullen de Diyanet-moskeeën in Vlaanderen nog altijd erkend zijn en zullen die nog altijd gesubsidieerd worden.

De grote vraag daarbij blijft waarom u nalaat in dezen daadkrachtig op te treden. Minister, u weet dat er problemen zijn met Diyanet. U zegt het zelf, u ziet dat met het blote oog. In het antwoord op een schriftelijke vraag zegt u: “Er zijn zelfs verschillende moskeeën die geen rechtsgeldig verkozen bestuur meer hebben, wat ook al een overtreding is van de erkenningscriteria in Vlaanderen.” U hebt zoveel in handen om op te treden. U hebt zoveel in handen om te doen wat u moet doen en ervoor zorgen dat niet alleen de erkenning wordt ingetrokken maar ook dat er geen belastinggeld meer naar die moskeeën kan gaan. Maar u doet dat niet. Er zal maar één iemand u daarvoor dankbaar zijn en dat is de heer Erdogan.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Collega Janssens, ik heb het aantal keer dat de minister in haar antwoord heeft gezegd dat er niet collectief kan worden ingetrokken, niet geteld: drie keer, vier keer, misschien vijf keer? U kunt het misschien nalezen in het verslag.

Ik begin mij persoonlijk vragen te stellen bij het feit dat er geen verslagen komen vanuit de Staatsveiligheid ondanks de vele vragen die er vanuit Vlaanderen gekomen zijn. Ik stel mij de vraag: bestaan de rapporten, waarom wil men ze niet geven? Ik vind het heel vreemd.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.