U bent hier

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, in ons land is Jonagold het favoriete appelras. Het is ondertussen al 40 jaar op de markt en het heeft zijn waarde bewezen. Nieuwe appelrassen komen en gaan, maar geen enkel ervan kan wedijveren met de populaire Jonagold. De meeste concurrentie komt van Pink Lady, een Australisch appelras dat de Vlaamse consument steeds vaker kan verleiden.

Alle Pink Lady’s zijn import, want het ras kan in Vlaanderen niet geteeld worden. De prijs van Pink Lady is vaak het dubbele van die van de eigen Jonagold, en toch haalt het ras goede verkoopcijfers. Het is dan ook duidelijk dat er ruimte is voor andere rassen die een meerwaarde hebben omdat ze voor een eigen smaaktoets zorgen. De Vlaamse telers hebben er dan wel alle belang bij dat het gaat over rassen die zij hier kunnen telen.

Samen met enkele fruittelers wil de winkelketen Colruyt de productie van twee nieuwe appelsoorten in handen nemen: Magic Star en Coryphée. Ondanks de exotische naam gaat het om inlandse creaties en binnenlandse teelt. Er wordt niet enkel gestreefd naar een smaakvol product, maar men wil de consument bovendien een zo milieuvriendelijk en gezond mogelijk product aanbieden. De veredelaars gaan er prat op dat beide rassen zeer resistent zijn tegen ziektes als schurft en witziekte, en dat men ze goed kan bewaren. De nieuwe rassen kunnen dus een aanwinst zijn voor zowel de consument, de teler als het milieu.

Nu de fruitsector nog steeds de naweeën voelt van het Russisch handelsembargo en geregeld tegenvallende weersomstandigheden is het niet vanzelfsprekend om als teler te investeren in een volledig nieuw ras. In die context is het jammer dat het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) wel de aanplant wil ondersteunen van de nieuwe rassen, maar achterloopt op het vlak van het bijhouden van de rassenlijst. De echte pioniers komen met andere woorden te vroeg opdat ze op 30 procent investeringssteun zouden kunnen rekenen. De oogstbescherming met hagelnetten wordt wel ondersteund door de Europese en Vlaamse overheid.

Minister, klopt het dat de aanplant van de nieuwe rassen nog niet kan worden ondersteund door het VLIF omdat de rassen nog niet op de lijst staan? Bestaat er een procedure om dat te doen?

Wat zijn de criteria om nieuwe rassen op te nemen in de lijst van het VLIF?

Meer algemeen zou ik de vraag willen stellen aan welke voorwaarden innovatieve projecten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de steun door het VLIF. Zijn de regels hiervoor voldoende soepel? Bent u van plan om dit eventueel te evalueren en bij te sturen?

Ik verwijs ook even naar de vraag van daarnet. U stelde daarin dat nieuwe technieken uitermate belangrijk zijn en dat ze ook worden ondersteund door het VLIF. Kunt u daarrond algemeen en ook specifiek voor deze situatie enige verduidelijking geven?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer De Meyer, het klopt dat de rassen Magic Star en Coryphée niet op de VLIF-lijst staan van fruitrassen die in aanmerking komen voor die 30 procent steun. Hoe komt dat? De producent van Coryphée heeft nog geen aanvraag gedaan en kan dus ook niet mee opgenomen zijn. Voor Magic Star is er wel een dossier in behandeling en is de beoordeling opgestart. Daarover zal dus uitsluitsel kunnen worden gegeven.

Periodiek gebeuren er aanpassingen aan de VLIF-lijst. Juridisch gezien loopt dat via een besluit van de Vlaamse Regering. Maar we weten natuurlijk ook dat daar een procedure aan voorafgaat, zoals het inwinnen van advies van de Inspectie van Financiën, het verlenen van een begrotingsakkoord en het inwinnen van een advies van de Raad van State. Dat neemt dus wel wat tijd in beslag. We clusteren dat ook wel wat, omdat dat natuurlijk efficiënter is. Als je, bij wijze van spreken, elke maand zo’n dossier naar de regering moet brengen, zijn we natuurlijk niet goed bezig. 

Om nieuwe rassen in de VLIF-lijst op te nemen, moet er vooraf een evaluatie gebeuren door een expertgroep uit de fruitsector. Zij beoordelen dat teelttechnisch en kijken ook naar de commerciële plannen. Bovendien moet iedere teler die een nieuwe variëteit aanplant aan de leverplicht ten aanzien van de telersvereniging kunnen voldoen.

Wat zijn de technische criteria? Het moet getest zijn in een erkend praktijkcentrum; het moet geschikt zijn voor het Belgische klimaat; het moet een aanvulling zijn van het huidige assortiment; een mutant of selectie van het standaard ras moet een meerwaarde hebben ten opzichte van het standaard ras. De volgende commerciële criteria spelen: een kwaliteitshandboek, een aanplantingsplan, een marketing verkoopplan en het engagement van een erkende telersvereniging.

Collega, wat betreft uw algemene vraag over subsidiabele innovatieve projecten, ga ik ervan uit dat u erop doelt dat de specifieke projectoproep die het VLIF enige tijd geleden gedaan heeft in dit kader een oproep is die gebeurt naast het reguliere VLIF. Daar is innovatie vrij breed gedefinieerd. Het kan gaan over een implementatie van nieuwe of significant verbeterde producten of diensten, processen, technieken, wijzen van vermarkten of organisatiestructuren die het potentieel hebben de economische kracht van de landbouwsector te versterken.

De regelgeving die aan de basis ligt van deze projectoproep die we nu voor het tweede jaar op rij doen, bepaalt dat kandidaat-projecten beoordeeld worden op basis van vier criteria waarvoor een beoordelingskader met een puntensysteem is uitgewerkt. Welke criteria zijn dat? De mate van innovatie; de mate van economische, sociale of ecologische impact; de mate waarin het project concreet, realistisch en uitvoerbaar is; en tot slot de mate waarin de investering aansluit bij de samenwerking in de keten of ketenoverschrijdend is.

Uiteraard zal er een evaluatie komen. Maar het gaat om de tweede indieningsronde, die  zelfs nog niet volledig is afgerond. Het is nu dus nog te vroeg om al een grondige evaluatie te doen of om al conclusies te kunnen trekken.

Mijnheer De Meyer, ik hoop dat ik uw vragen hiermee heb kunnen beantwoorden.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, ik twijfel er uiteraard niet aan dat de geëigende procedures hier gevolgd zijn. Laat dat duidelijk zijn.

Mijn vraag is eerder de aanleiding voor de ruimere bezorgdheid. Innovatie, zo horen we meermaals van vele leden van de commissie, is uitermate belangrijk voor de sector. Het belangrijke beleidsinstrument VLIF gaat hiermee op de nodige soepele manier om en laat zo voldoende ruimte voor het ondersteunen van nieuwe projecten. Het was vooral die bezorgdheid die ik naar aanleiding van dit concreet punt naar voren wilde brengen. 

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, minister, het is Nicolaï in Sint-Truiden die de rassen heeft ontwikkeld. Neven Fruit uit Waremme en de Gebroeders Bangels uit Gingelom, bekende fruitkwekers, hebben die in productie gebracht. Zoals daarnet gezegd, is het Colruyt die de productie overneemt, met een methode die volgens mij origineel is.

Colruyt engageert zich om die appelsoorten te distribueren in zijn 580 verkooppunten ,  om een professionele promotie te doen en tegelijk een waarborg van afname te doen. Het kan natuurlijk allemaal verkeerd aflopen. Zo is de vorst daarin niet beschreven. Het engagement loopt voor vier jaar, tot november 2022 voor Magic Star en tot 2027 voor Coryphée.

Men kan zich daarbij vragen stellen. Ik vind het goed dat er nieuwe producten naar voren komen, zelfs indien men de oudere rassen ‘renoveert’, zodat ze in kwantiteit en kwaliteit opnieuw bruikbaar zijn. Ik heb daar niets op tegen. Wat wel belangrijk is, is dat men een soort monopolie moet vermijden.

De Jonathan – u hebt ernaar verwezen, voorzitter – was een innovatie van 40 à 50 jaar geleden. Er was ook de Elstar. We zouden heel wat variëteiten kunnen opnoemen die zijn gekomen en soms zijn gegaan. Het is een originele combinatie van een groot distributiebedrijf met een boomkweker, fruitkwekers met promotiemogelijkheden. Uiteraard mag dat geen monopoliesysteem tot stand brengen. Daarom is het blijkbaar beperkt. Ik weet niet hoe het precies in elkaar zit.

Volgens mij hebben we daar geen bevoegdheid, dat vermoed ik althans, noch in de lokale, noch in de Vlaamse, noch in de federale, misschien in de Europese regelgeving. Het zou misschien interessant zijn om dat tableau eens te vervolledigen. Daar deel ik de mening van onze voorzitter. Is dat frequent? Is dat de nieuwe trend? Zal het VLIF daar verder in meegaan als een partner? De vragen die zijn gesteld, zijn pertinent. Mocht u dat opvolgen, misschien ook voor andere producten, niet alleen in de fruitsector maar ook in de vleessector of elders waar dat systeem zou kunnen opduiken of uitgewerkt worden, vraag ik u om dit met positieve aandacht te volgen.

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Voorzitter, ik ben zeer blij met de vraag van collega De Meyer. Het is in het verleden al vaker gezegd in de commissie dat we in de fruitsector moeten zorgen voor innovatie, om toch een beetje de concurrentie voor te kunnen blijven en een van de belangrijkste fruitsectoren in Europa te blijven. In die zin moeten we plannen voor innovatie echt ondersteunen. Er zijn heel wat fruitboomkwekers, zeker in de Haspengouwse regio, die continu op zoek zijn naar nieuwe rassen en nieuwe mogelijkheden die de concurrentie kunnen aangaan met het buitenland. Daar moeten we volop op blijven inzetten. Het Proefcentrum Fruitteelt in Sint-Truiden speelt daar een zeer belangrijke rol in, samen met de kwekers. Die samenwerkingen verlopen zeer goed en zeer vlot.

Ik ben ook blij, collega De Meyer, dat u pleit voor een aanpassing van het VLIF en dat we moeten bekijken wat daar eventueel kan gebeuren, want we merken in de fruitsector dat het VLIF soms iets te beperkend is. Minister, u zegt dat u periodiek eventueel aanpassingen doet aan wat subsidieerbaar is voor het VLIF. Onze fractie zegt dat al langer en al vaker, en in vele beleidsdomeinen wat de landbouw betreft, en niet enkel in de fruitsector. We moeten durven kijken waar er een aanpassing van het VLIF moet komen. Dit is nog zo een verhaal waarvoor het nuttig kan zijn om eens te kijken of het geen tijd wordt om een aanpassing te doen aan de voorwaarden van het VLIF.

Minister, u zei dat een van de voorwaarden om steun te kunnen krijgen van het VLIF, is dat er een engagement moet zijn van telersverenigingen. Mijn concrete vraag is wat daar precies de reden van is. Er zijn vandaag ook fruittelers die op zichzelf groot genoeg zijn om een product commercieel te ontwikkelen. Waarom moet het specifiek via telersverenigingen gebeuren?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, het project van Colruyt is een privaat project met een aantal telers. Er is niet echt ondersteuning van het VLIF gevraagd. Als dat zo is, dan moeten we naar de criteria kijken om te zien wat dat verder geeft. We zijn daar op zich niet bij betrokken, maar we kunnen dat alleen maar toejuichen. We hebben al vaak gezegd dat we geloven in samenwerkingen in de keten. Dit is een voorbeeld waar een winkel, een winkelketen of een supermarkt zegt meer te willen inzetten op lokale producten en op die manier een duurzame relatie aan te gaan. Dat gebeurt trouwens niet alleen bij fruit, we hebben dat ook al bij varkensvlees en dergelijke zien ontstaan. Dat werkt wel en dat loopt goed in de praktijk. Dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Collega Engelbosch, die producentenorganisaties zorgen ervoor dat er op die manier voldoende afzet is en er een grote groep van telers bereikt wordt. Dat is de bedoeling die daarachter zit. We stimuleren dat op die manier. Wij geloven er ook wel in. De fruitsector heeft in het verleden al bewezen dat dat een goede manier van werken is. Daarom is dat zo opgenomen in de voorschriften.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het VLIF een bijzonder belangrijk beleidsinstrument is, dat zeer goed werk levert in Vlaanderen. Dat heb ik al meermaals in de commissie gezegd. Het moet een permanent aandachtspunt zijn dat er voldoende ruimte is binnen de reglementering voor de werking van het VLIF zodat ze kunnen inspelen op de vernieuwingen die zich voordoen in de sector. Bij dezen wil ik dit punt afsluiten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.