U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Voor alle duidelijkheid: ik ben een enorme voorstander van de digitale meter. Ik heb het gisteren nog gezegd tijdens een debat: hoe rapper, hoe liever.

Desalniettemin zijn er adviezen. En die adviezen zijn soms ook leuk om te lezen. Zo is er onder andere het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad). Ik zal samenvatten wat zij schrijven, maar misschien ga ik daarbij wat kort door de bocht. Zij zeggen eigenlijk: misschien zouden we beter nog eens goed overdenken welke rol je die digitale meter wilt geven. Wat moet die juist doen? Weten we zelf al wat we willen?

De SERV en de Minaraad mogen deze vragen uiteraard stellen. Het verwondert mij wel dat zij zich daarbij baseren op studies van 2012, bijvoorbeeld het rapport van Schrijner, voor de prijs van de digitale meter.

Maar er stonden ook een aantal leukere vragen in, onder andere over de discussie over het basismodel. Om naar een slimmer basismodel te gaan voor eigenaars, moet dat worden uitgebreid met slimme toepassingen.

Ik heb in het advies van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG), dat intussen ook is vrijgekomen, gelezen dat ze niet gelukkig zijn dat we spreken van een ‘digitale’ meter. Ze zouden liever hebben dat we het woord ‘slimme’ meter verder gebruiken. Ik vind nochtans dat wij wel zullen bepalen hoe we zullen communiceren, tenzij u daarover een andere visie hebt, minister Tommelein? (Opmerkingen. Gelach)

Maar ‘digitale’ meter is volgens mij het juiste technische woord voor een meter die niet meer ronddraait, maar gewoon digitale uitlezing geeft. Al de rest wordt slim gemaakt door de bijkomende apps.

Dat is ook de zorg van de SERV en de Minaraad. Om de kosten te drukken, werd reeds in de conceptnota geopteerd om voor een basismodel te gaan dat eigenaars eventueel kunnen uitbreiden met slimme toepassingen om volledig te kunnen inspelen op de mogelijkheden van een slim netwerk en nieuwe technologische innovaties, zoals de thuisbatterijen. Ik denk dat we dat ook correct hebben overgenomen uit de conceptnota van de regering.

Minister, het lijkt misschien bizar dat ik u deze vraag stel. Maar kunt u nog eens mondeling toelichten, als antwoord op de SERV en de Minaraad, wat het belangrijkste motief is voor Vlaanderen om de digitale meter in te voeren? Hoe is dit motief duidelijk meegegeven bij de kosten-batenanalyse?

Hoever staan we met die kosten-batenanalyse? In de loop van de vergadering heb ik menen te horen dat dat voor eind april zou zijn. Welke voorwaarden wilt u minimaal opleggen aan de digitale meters die worden gebruikt op ons netwerk?

Verder heb ik nog een bezorgdheid, die voorkomt in het rapport van de SERV en de Minaraad en die ook de mijne is. Hebt u een idee van het huishoudelijke vraagsturingspotentieel, vooral bij elektrische boilers, waarmee men in Antwerpen een proefproject wil starten, circulatiepompen voor verwarming, warmtepompen, diepvriezers, frigo’s en het commerciële vraagsturingspotentieel? Zo niet, bent u van plan hierover eventueel een studie te laten starten, ik denk bijvoorbeeld door EnergyVille? Kan Vlaanderen helpen om deze opportuniteit te benutten?

Concreet suggereren de beide raden om de prioritaire uitrol te onderzoeken voor niet-huishoudelijke verbruikers die nog geen slimme meter hebben – dat lijkt mij ook logisch, we spreken hier over laagspanning, en we hebben daar inderdaad een pak niet-huishoudelijke verbruikers, zoals de bakker, de slager, de garage enzovoort –, voor de huishoudelijke grootverbruikers en daarnaast ook voor cabines en locaties met dreigende netcongestie. Dat vind ik geen slecht advies, in die zin dat het nuttig kan zijn om ook op fijnmazige schaal, lokaal, op de kleine lokale distributiecabines digitale meters te plaatsen, zodat je vanop afstand zeer goed kunt zien waar we al dan niet netcongestie zouden kunnen hebben. Zult u die deelmarkten ook sneller betrekken bij de prioritaire uitrol van deze digitale meter?

Minister Tommelein heeft het woord.

Collega, de doelstellingen van de digitale meter in Vlaanderen zijn meervoudig. Ik kies inderdaad heel bewust voor het concept ‘digitale’ meter en niet ‘slimme’ meter. Ik bepaal mijn communicatie nog altijd zelf. Het lijkt mij verstandig dat anderen je communicatie niet bepalen. 

De uitrol van de digitale meter is de cruciale basis voor de transitie naar een nieuw energiemodel voor de toekomst, namelijk het decentrale energiesysteem. Ik heb de indruk dat sommige mensen dat nog altijd niet echt begrijpen. De digitale meter faciliteert de decentrale en de lokale productie, die zorgt voor de facilitering van flexibiliteit, van opslag en het gebruik van elektrische voertuigen. Zonder digitale meter zal het veel moeilijker en omslachtiger zijn om de vraagsturing, ‘time of use’-prijzen en -tarieven mogelijk te maken.

Ik kan niet genoeg benadrukken dat de digitale meter ook voordelen biedt voor budgetmeterklanten, aangezien zij geen afzonderlijke meter meer nodig hebben.

De budgetmeterfunctionaliteit kan worden ingezet bij iedere digitale meter. Bovendien laat de digitale meter ook toe om een betere begeleiding van de klant bij opbouw van de schuld of hoog verbruik te doen.

De digitale meter moet het ook mogelijk maken om als eindafnemer op een efficiënte manier met zijn energiegebruik om te kunnen gaan, door middel van inzicht en bewustwording van het energieverbruik en een daaraan aangepast verbruik. Dat zie ik vandaag trouwens ook al bij eigenaars van zonnepanelen. Zij zijn veel bewuster van het energieverbruik, omdat zij op een heel frequente manier hun productie opvolgen. Ik stel op deze Werelddag van de Zon vast dat heel wat mensen gewoon gelukkig zijn met zonnepanelen, omdat ze elke dag zien wat ze produceren.

Er zijn uiteenlopende ervaringen op het vlak van energiebesparing dankzij een digitale meter. De manier waarop feedback aan de netgebruiker gegeven wordt, lijkt hierin cruciaal te zijn. De netgebruiker krijgt een beter inzicht in zijn energieverbruik en meer accurate facturen. Ook zullen betere en meer precieze data mogelijk zijn om aan fraudebestrijding te doen. Het spreekt voor zich dat de bescherming van de privacy in elke doelstelling het uitgangspunt moet zijn.

Door nu te starten met de uitrol, wordt Vlaanderen voorbereid op meer decentrale productie en wordt deze productie tegelijkertijd gefaciliteerd. Er kan zich in Vlaanderen ook een nieuwe sector ontwikkelen met tal van commerciële initiatieven in de nieuwe markt van energiediensten. Nu starten met de uitrol van de digitale meters is de meest natuurlijke weg en past in een algemene digitalisering. Want in ons dagelijks leven is alles al digitaal: de telefoon, de televisie, de radio, de auto en straks dus ook de gas- en elektriciteitsmeter.

Bovendien is het zo dat in de nabije toekomst de vroegere elektromechanische Ferrarismeter niet meer zal worden aangeboden door de meterleveranciers, waardoor de digitale meter ook de énige optie is.

Als laatste zet ook de Europese regelgeving, zowel de huidige als de geplande, alle lidstaten aan om de digitale meters uit te rollen. Het nieuwe Winterpakket van de Europese Commissie – het is hier al aan bod geweest – benadrukt dat consumenten betere informatie verdienen, meer mogelijkheden moeten hebben om deel te nemen in de energiemarkt en meer controle moeten krijgen over hun energiekosten.

Collega’s, de VREG deelde mij mee dat de kosten-batenanalyse spoedig zal worden afgerond. Het doel is de derde week van mei.

Deze analyse heeft tot doel om de kosten en baten zoals ze werden berekend in 2013, bij te stellen in functie van de nieuwe uitgangspunten die werden gepresenteerd in de conceptnota van 3 februari en de gewijzigde omstandigheden die zich ondertussen hebben voorgedaan, waaronder de daling van de kostprijs van de meters. Daarbij zal de VREG ook een inschatting maken van de gevolgen inzake distributienettarieven. Het rapport zal op de website van úw regulator worden gepubliceerd. (Gelach)

Naast de potentiëlen die in het advies van de SERV en Minaraad zijn weergegeven en veelal uit rapporten van de Europese Commissie komen, heeft EnergyVille in de zomer van 2013 samen met Elia en FEBELIEC het potentieel bij bedrijven die zijn aangesloten op het Elia-net, in kaart gebracht. De bedrijven die de vragenlijst beantwoordden – dat zijn er 29 van de meer dan 100 bevraagden –, blijken te beschikken over een flexibele capaciteit van 631 megawatt, waarvan 134 megawatt vandaag nog niet ‘slim’ wordt ingezet.

Uit die studie blijkt ook dat ongeveer twee derde van deze flexibele capaciteit zeer snel – binnen het kwartier – kan worden aangesproken door de netbeheerder. Maar die capaciteit neemt doorgaans al deel aan de markt. Het overige derde kan pas na een langere reactietijd van enkele uren worden opgeroepen. En vooral hiervan is nog een aanzienlijk deel vandaag niet gebruikt, zo blijkt uit de studie. Maar nogmaals, dit is het potentieel van 29 Vlaamse bedrijven dat in kaart is gebracht.

Een tweede studie van Sia Partners uit 2014 schat het potentieel voor België op ongeveer 1,56 gigawatt, wat 11 procent van de piekvraag vertegenwoordigt.

De industriële sector heeft hierin een aandeel van 43 procent, terwijl de tertiaire en residentiële sectoren een respectievelijk aandeel hebben van 23 en 34 procent van het potentieel van de vraagsturing.

Dit jaar heeft mijn administratie een onderzoek gepland dat moet bestuderen hoe fijne tijdsschalen kunnen worden meegenomen in de energiemodellering. In dat kader zal mogelijk ook de rol van commerciële en huishoudelijke vraagsturing kunnen worden bekeken. Het al dan niet sneller betrekken van deze deelmarkten is onder andere afhankelijk van de resultaten van de bewuste kostenbatenanalyse, die we over een aantal weken zullen kunnen inkijken.

De Vlaamse Regering heeft op dit vlak al keuzes gemaakt. Ik kan niet vooruitlopen op de resultaten van de kosten-batenanalyse van de VREG of op een nieuwe of bijkomende beslissing van de regering.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, hebt u geantwoord op mijn laatste vraag om digitale meters te plaatsen in cabines en locaties?

We zullen bekijken wat de kosten-batenanalyse van de VREG is. We hebben keuzes gemaakt. Ik zal nu niet vooruitlopen op eventuele nieuwe keuzes inzake digitale meters die we bijkomend zullen maken. Uw vraag over de cabines is niet vervat in de conceptnota digitale meters die ik op 3 februari 2017 heb voorgelegd. Als er dus een nieuwe beslissing moet worden genomen, dan zal ik daarmee apart naar de regering moeten om eventueel de conceptnota digitale meters aan te passen aan uw voorstellen. Ik wil toch eerst wachten op het eerste, belangrijke luik, namelijk de kosten-batenanalyse van de VREG.

Met een snelle berekening leer ik uit de cijfers dat het huishoudelijk vraagsturingspotentieel ongeveer 600 megawatt bedraagt. Dat is 34 procent van 11 procent van 16.000 megawatt. Dat is niet niks, dat is enorm veel. Als bij de uitrol een digitale meter dit kan opleveren aan potentieel om de vraag te sturen, dan is dat belangrijk.

Minister, onze regulator, niet de uwe, maar de onze, waar u niets aan te zeggen hebt, maar die wel iets te zeggen heeft aan u, had ook een aantal opmerkingen die vrij technisch van aard waren over extra functionaliteiten, submetering enzovoort, maar vooral ook over de problemen met de compensatieregeling. Ze zeggen dat je dat niet zomaar kunt doen, een compensatieregeling uitwerken voor de terugdraaiende teller, want daarmee grijp je in op een aantal belangrijke componenten van de energiefactuur die tot de bevoegdheid van andere instanties behoren. Ze hebben het dan uiteraard over de federale overheid. Met andere woorden, onze regulator wijst erop dat uw conceptnota ofwel anders moet worden geformuleerd, ofwel moet u er rekening mee houden. Zelfs onze regulator zal bepalen wat u mag doen.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik verbaas me een beetje over de stelligheid waarmee de discussie over het verschil tussen de digitale en de slimme meter wordt gevoerd. De terminologie is blijkbaar belangrijk voor de een en de ander. Ik hoop alleen dat het niet betekent dat sommigen hebben begrepen dat het niet slim is om de digitale meter te gebruiken. Mijnheer Gryffroy, ik hoop dat dat niet de boodschap is.

Net zoals u kijk ik uit naar de analyse van onze regulator, die moet hopen dat onze minister geen ongeleid, maar een in banen geleid projectiel wordt. Ik wil benadrukken dat ik, net als u, het potentieel van de digitale, al dan niet slimme meter zie als het gaat over vraagsturing en gebruikssturing en dus ook over potentiële besparingsmogelijkheden. Minister, ik wil erop aandringen dat men de uitrol, indien die gebeurt – dat zal op termijn onvermijdelijk gebeuren –, tenminste op een slimme manier doet. 

Als men aan de hand van de analyses merkt dat het voor sommige gebruikers en abonnees voordelig is om daar voorrang aan te geven, en dat een aansluiting voor een aantal gebruikers en abonnees absoluut niet voordelig is op dit moment, moet men onder ogen zien dat het niet slim zou zijn om die versneld, laat staan verplicht in te voeren. Het zou bijzonder schadelijk zijn voor het toekomstige reductiepotentieel dat hierin zit, indien men weerstanden bij de bevolking zou creëren omdat men mensen kosten doet betalen waar ze op dit moment geen return van zouden krijgen. Voor heel wat gezinnen is dat vandaag nog steeds het geval, omdat sommige randvoorwaarden niet zijn vervuld.

Ik ben mij ervan bewust dat dat in sommige gevallen een kip-of-eidiscussie is en dat op een bepaald moment de eerste stap moet worden gezet, maar ik stel toch voor dat we het voluntarisme niet in de eerste plaats op rekening van een aantal gezinnen, vaak gezinnen met een bijzonder laag verbruik en bijzonder weinig middelen, zetten. Ik zeg niet dat men dat op dit moment aan het doen is, maar ik wil er aandacht voor blijven vragen dat men er alles aan doet om dat te vermijden. Dat heeft mijn partij altijd gedaan.

Het is niet mijn bedoeling om hier een opruiende tussenkomst van te maken. Ik vind wel dat de aandacht hiervoor bijzonder groot moet zijn en blijven. Dus geef de voorrang bij de invoering aan degenen die er vandaag al hun voordeel mee kunnen doen. Voor het draagvlak kan dat alleen maar positief zijn.

De discussie over slim of digitaal is inderdaad een zinloze discussie. De digitale meter zal alleszins moeten zorgen voor een slim net. Ik deel de bezorgdheid van de heer Tobback, dat we ervoor moeten zorgen dat degenen die de baten hebben, daar deels voor moeten betalen. Andersom mogen de kosten niet disproportioneel wegen op de mensen die er geen of nog geen baat bij hebben. Dat is heel cruciaal voor het draagvlak en dat hebben we zeker nodig, minister, als we van deze uitrol een succes willen maken.

De studie van de VREG over kosten en baten zal er allicht in voorzien dat de uitrol gefaseerd zal verlopen, maar ook dan is het van belang te bekijken wie voordeel heeft en dus deels zal meebetalen, en wie geen voordeel heeft en dus niet of nog niet zal meebetalen. Dit staat ook in de conceptnota. Voor mij is dat heel erg belangrijk.

Collega’s, we zijn het in grote lijnen eens. Dat heb ik ook opgemerkt bij de bespreking van de conceptnota digitale meters. Nadat er nogal wat rumoer is geweest in de media, kwam iedereen tot de vaststelling dat de conceptnota beantwoordde aan de meest dringende vragen op het terrein.

Ik weet dat er een opmerking is over de compensatieregeling, maar ik ben me nog altijd bewust van het feit dat we de doelstellingen hernieuwbare energie moeten halen, dat de federale overheid daar weinig voor moet doen, behoudens ervoor zorgen dat de windmolenparken in de Noordzee er komen. Voor de rest ligt alles bij de gewesten om ervoor te zorgen dat dat wordt gerealiseerd.

Ik weet heel duidelijk wat ik met die compensatieregeling heb verkregen, namelijk dat ik op geen enkele manier wil dat mensen die investeren in zonnepanelen, het rendement niet kunnen halen dat ze hadden vooropgesteld bij de plaatsing van die zonnepanelen. Of het anders moet worden geformuleerd, laat ik in het midden, maar voor mij is het overduidelijk dat ik mensen niet aanspoor om zonnepanelen te plaatsen om dan achteraf te zeggen dat ik ze dan wel op de een of andere manier zal bedotten met het afschaffen van een voordeel dat ze in hun berekening hebben meegenomen.

Mijnheer Tobback, uiteraard vind ik dat we die gefaseerde, verstandige, slimme invoering moeten doen. Het is niet mijn bedoeling om vandaag te zeggen dat iedereen morgen die digitale meter moet hebben. Dat zou ook praktisch niet kunnen. We gaan beginnen met nieuwbouw, met grote vernieuwbouw, met mensen die een PV-installatie hebben, omdat zij het meest maximale, efficiënte gebruik kennen. We zullen beginnen met de budgetmeters, en op die manier zullen die toch al bij een paar duizend mensen in Vlaanderen verdwijnen. Er moet nog één keer worden langsgegaan voor de digitale meter, en daarmee is het dan ook gedaan. De budgetmeters zijn verdwenen, de kost is verdwenen, maar vooral is het stigma verdwenen voor mensen waar we budgetmeters moeten plaatsen.

Iedereen beschikt dan over dezelfde meter, die we vanop afstand kunnen gebruiken.

We zullen dit op een slimme manier doorvoeren. Volgens mij is de verkeerde indruk gewekt da elke Vlaming, waar hij ook woont, van vandaag op morgen zou moeten overschakelen op een digitale meter. We werken zeer duidelijk gefaseerd. Ik denk dat we het daarover eens zijn.

Ik kijk met veel interesse uit naar de kosten-batenanalyse die er zo snel mogelijk moet komen. Ik herhaal nogmaals dat de individuele Vlaming geen verhoging van de energiefactuur zal zien vanwege de omschakeling van de ene naar de andere meter. Als een meter wordt vervangen, zal dat op de individuele energiefactuur niet te zien zijn.

Uit de kosten-batenanalyse zal blijken welke impact dit op de globale energiefactuur heeft. Het is overduidelijk dat de elementen die tijdens de voorbije jaren zijn gewijzigd een belangrijke rol zullen spelen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Mijnheer Tobback, het zou interessant zijn de slimme meter niet slim te noemen. Het gaat om een digitale meter die we slim moeten inzetten. Er is een groot verschil tussen een slimme digitale meter en een slimme meter.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.