U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 2 mei 2017, 14.30u

Voorzitter
Vraag om uitleg van Manuela Van Werde aan Geert Bourgeois, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed, over historische liften in gebouwen
De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

– Jan Van Esbroeck treedt als voorzitter op.

“De antieke lift, met haar prachtige harmonicadeuren, is met uitsterven bedreigd.” Dat is het verhaal dat Canvas onlangs bracht in het programma Culture Club. De Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA) grijpt dit aan om de problematiek opnieuw op de politieke agenda te plaatsen.

Om de veiligheid van liften in onze gebouwen te verbeteren, werd de Europese richtlijn van 1995 in ons land vertaald in het KB van 9 maart 2003. De grond van dit besluit was dat eigenaars en beheerders van liften met regelmatige tussenpozen een risicoanalyse van de lift moesten laten uitvoeren door een erkende dienst zodra de lift 10 jaar oud is.

In het antwoord op een vraag van Dirk Van Mechelen uit 2011 hebt u toegelicht wat dit KB betekent voor historische liften. U verwees daarbij naar de wetgeving anno 2011 en het KB van 2003, waar wel degelijk aandacht was voor de erfgoedwaarde van historische liften in de veiligheidsanalyse. Artikel 4 van het KB bepaalde namelijk dat “ook met de historische waarde van de lift rekening gehouden kan worden” en dit na advies van de bevoegde diensten.

Om deze beoordeling te doen, werd binnen de FOD Economie een subcommissie voor historische liften opgericht, waarin zowel mensen van de gewestelijke administraties Onroerend Erfgoed zetelen als ‘bevoegde diensten voor de veiligheid van liften, bijgestaan door technische experts op het vlak van oudere liften’. In uw antwoord op de vraag van de heer Van Mechelen gaf u toe dat de werking en procedure van deze commissie toen onvoldoende gekend was. Bij het antwoord werd ook een soort van intern  afwegingskader of syllabus voor de heropwaardering van historische liften gevoegd. Die syllabus werd toegelicht op de studiedag ‘Jonge monumenten voor de huidige samenleving’ in september 2011 in Antwerpen. Sindsdien bleef het stil rond dit thema.

Nu terug naar vandaag. De Europese richtlijn uit 1995 werd in februari 2014 gewijzigd. In de nieuwe richtlijn is er sprake van nieuwe definities, krijgen importeurs en distributeurs eigen verplichtingen opgelegd, en worden de voorschriften voor conformiteitsbeoordelingsinstanties verstrengd. De essentiële veiligheidseisen veranderen niet. Deze richtlijn werd op voorstel van minister Peeters omgezet in nationaal recht door middel van het KB van 12 april 2016.

Minister-president, hoeveel waardevolle historische liften zijn er vandaag beschermd?

Welke stappen hebt u sinds 2011 gezet om het historisch liftenpatrimonium in Vlaanderen veilig te stellen?

Hoe evalueert u het overleg tussen uw agentschap en de bevoegde diensten voor de veiligheid van liften binnen de subcommissie Historische Liften van de FOD Economie? Is die commissie nog actief en welke resultaten heeft haar werking opgeleverd?

Welke initiatieven hebt u genomen om de werking en de procedure van deze commissie beter bekend te maken?

Bestaat vandaag nog altijd de mogelijkheid om bij de veiligheidsanalyse ook rekening te houden met de historische waarde van de lift en dus een afwijking te verkrijgen, zoals bepaald in artikel 4 van het KB van 2003? Of werd die geschrapt in het KB van 2016? Werd de aanpassing van dit KB naar aanleiding van de gewijzigde Europese richtlijn besproken met uw diensten of kabinet?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Er wordt geen specifiek beleid voor historische liften gevoerd. Het agentschap ontvangt ook geen signalen over recente problemen hieromtrent.

De essentie van de liftenproblematiek wordt geregeld op Europees vlak. Hieruit werd het KB van 2003 afgeleid waarbij verouderde liften om veiligheidsredenen moeten worden gemoderniseerd. Dat gaat dan bijvoorbeeld over gesloten liftdeuren, trekkracht van kabels, signalen inzake veiligheid, enzovoort. De regelgeving legt deadlines op voor het oplossen van de grootste euvels. De deadline is 1 januari 2018.

De uitzonderingsgrond, die bepaald is in artikel 4 van het KB, wordt weinig of niet gebruikt.

Als een historische lift wordt bedreigd, kan een consultatie gebeuren bij een federale commissie die bevoegd is voor historische liften, en deze kan uitzonderingsmaatregelen bepleiten bij de veiligheidsinstanties die de liften controleren. Deze commissie ontvangt echter amper vragen. Aan de Nederlandstalige kamer van deze commissie werd nog geen enkele vraag om afwijking voorgelegd. Dit kan betekenen dat de weg naar de uitzondering moeilijk te vinden is, of dat weinig betrokkenen de waarde van historische liften erkennen en willen behouden.

Mijn administratie richt zich bij voorrang tot de eigenaars van beschermde historische liften. Dat is evident. Vandaag zijn er slechts negentien beschermd. Al de betrokken eigenaars zijn op de hoogte gebracht van de problematiek en ook van de mogelijkheden. Ze zijn op de hoogte gebracht van het bestaan van de liftencommissie.

De uitdaging ligt bij de niet-beschermde liften. Er zijn heel wat historische liften die niet beschermd zijn. Er is ook geen specifiek beschermingsbeleid voor historische liften. Als er een bescherming gebeurt, is dat normaal gezien in het kader van de bescherming van een gebouw.

Het KB sluit niet uit dat de liftencommissie zich ook uitspreekt over liften die niet beschermd zijn, voor zover er een advies is van een erfgoeddienst.

Het is dus zaak om de betrokken actoren te mobiliseren om problemen met historische liften te melden aan de commissie. De Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA) beveelt eigenaars van bedreigde liften aan mijn agentschap te contacteren. Uiteraard kan niet alleen het agentschap hierin een rol opnemen, ook de stedelijke erfgoeddiensten kunnen adviezen verstrekken daaromtrent. Ik heb het agentschap verzocht om via de communicatiekanalen die ter beschikking staan – de website, overleg met architecten en dergelijke – de regelgeving nog bekender te maken voor zover dat nodig is.

Op 11 mei 2015 verstuurde de directeur-generaal van de FOD Economie een herinneringsbrief naar alle lifteninstallateurs over de regelgeving inzake veiligheid van liften. Deze brief besteedt ook aandacht aan de historisch waardevolle liften: “De werkgroep zal vergaderen voor zover de eigenaar expliciet vermeldt dat hij sommige aspecten van zijn oude lift wil behouden of dat de dienst Monumenten en Landschappen vindt dat de lift wel degelijk een historische waarde heeft.” Op 6 mei 2015 werd een soortgelijke brief met vermelding van die mogelijkheid naar alle syndici over het hele land gestuurd.

De syndici van een mede-eigendom zijn dus op de hoogte. De lifteninstallateurs zijn op de hoogte. Wat de beschermde liften betreft, heeft mijn agentschap het nodige gedaan in relatie tot de eigenaars en met betrekking tot de liftenconstructeurs.

Het recente KB van 12 april 2016 betreft het op de markt brengen van liften en veiligheidscomponenten van liften. Het actualiseert een ouder KB van 1998 en heeft geen enkele impact op artikel 4 van het KB van 9 maart 2003 waarover ik het zopas had en dat voorziet in uitzonderingsregels voor historische liften.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister-president, al sinds 1990 wordt gewaarschuwd voor het verdwijnen van historisch waardevolle liften. Ik heb zelf twintig jaar in een gebouw gewoond met zo’n prachtige houten lift met harmonicadeurtjes. Hij werd echt wel honderd keer per dag gebruikt. Bij elke vergadering van de eigenaars was er verwarring. Moet die lift worden aangepast? Hoeveel gaat dat kosten? Dat is natuurlijk de grote zorg van mede-eigenaars. Daardoor lopen we het gevaar dat er heel veel mooie historisch waardevolle liften verdwijnen.

U zegt dat de subcommissie te weinig bekend is. Met mijn twintig jaar ervaring kan ik dat beamen. Niemand wist waar hij terechtkon voor informatie.

In 2012 heeft de stad Antwerpen een oproep gedaan om historische personenliften van voor 1958 te signaleren omdat de dienst Monumentenzorg in Antwerpen het artistieke karakter van zoveel mogelijk liften die gebouwd werden voor 1958 wenste te behouden.

Minister-president, werd uw administratie op de een of andere manier betrokken bij dat initiatief van de stad Antwerpen? Vindt u dat er nood is aan een betere bescherming? Vindt u dat het probleem inderdaad zo acuut is als VVIA laat uitschijnen? Bent u van plan om er een afwegingskader voor op te stellen of om bijkomende initiatieven te nemen voor de bescherming van de meest waardevolle liften?

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Ik vind dit een zeer boeiende vraag omdat ze gaat over iets ongelooflijk moois. Vooral in de grotere steden heeft men in heel veel gebouwen door toedoen van de onduidelijkheid de afgelopen jaren die liften ofwel vermassacreerd ofwel volledig afgebroken, om er dan een lelijke koker voor in de plaats te zetten. Dat heeft, zoals mevrouw Van Werde zei, inderdaad voor een groot deel te maken met het feit dat de syndici niet of te weinig op de hoogte zijn.

Minister-president, u hebt het in uw antwoord al aangehaald: het is een goede zaak dat er contact wordt opgenomen, en dat er inderdaad een brief is gestuurd naar die organisaties. Maar het zou toch goed zijn mocht er een uitgebreide brief komen. Daarnaast zou er eventueel contact moeten worden opgenomen met de dienst Monumentenzorg en Onroerend Erfgoed om eens te bekijken welke gebouwen er kunnen worden beschermd. Het gaat dan vooral om appartementsgebouwen in de grote steden die vandaag niet op de lijst staan van beschermd onroerend erfgoed, gebouwen uit de jaren 40 en 50 die soms wel eens aftands worden bevonden maar die eigenlijk fantastisch zijn. Ze zijn jammer genoeg nog niet op die lijst terechtgekomen, waardoor er vandaag nog steeds van verdwijnen doordat ze daar soms in plaats van dertig vijftig appartementen in kunnen steken. Dan worden die gebouwen jammer genoeg afgebroken. We zouden moeten kunnen bekijken op welke manier we die appartementsgebouwen kunnen beschermen. 

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Van Werde, het agentschap is niet op de hoogte gebracht van het initiatief van de stad Antwerpen. Het gaat ook geen apart beleid voeren inzake bescherming van liften. Dat moet in het kader van een volledig gebouw. Als je de lift intern beschermt, en er komt een sloopaanvraag of een vraag tot vervanging, dan zit de hele zaak geblokkeerd. Het is ook onbegonnen werk om daaraan te beginnen. Dat belet niet dat de aandacht voor de historische waarde daarvan zeer belangrijk is.

Maar ik wil er toch ook op wijzen dat de Europese regelgeving, vertaald in federale wetgeving, echt wel nodig is. Het gaat om veiligheid. U hebt allemaal gelezen dat in augustus 2016 een stagiaire-apothekeres gestorven is in een lift in een apotheek in Gent omdat er geen veiligheidssysteem op zat. Die jongedame is met een afvalcontainer naar beneden gegaan en is geklemd geraakt. Op een lift moet er onmiddellijk een blokkeringssysteem zitten. Dat is er niet in die oude liften. En dus bepaalt dat KB dat die veiligheidsmaatregelen er moeten zijn tegen 1 januari 2018. Laat ons dus hopen dat iedereen ervan bewust is: veiligheid primeert.

Ik heb de veiligheidsmaatregelen die moeten worden genomen geschetst. Ik ben geen technicus, maar naar mijn aanvoelen is het een beetje verkeerd om te zeggen dat het ofwel om het behoud van die historische liften gaat ofwel om veiligheid. Met dat artikel 4 van het KB van 2003 kun je uitzonderingen vragen, maar er zijn veiligheidsnormen die moeten worden nageleefd: elektronische ogen die de lift onmiddellijk blokkeren, de kabelsterkte, het dichtgaan van deuren en dergelijke meer. Dat is bijzonder belangrijk. Elk gevaar voor een mensenleven moet in dezen natuurlijk vermeden worden.

De directeur van de FOD Economie heeft in mei 2015 zowel de vereniging van de syndici als de lifteninstallateurs aangeschreven.

Ik vraag aan mijn agentschap op de banken hier om, als we die informatie kunnen krijgen, de vereniging van syndici aan te schrijven en er nog eens op te wijzen dat het belangrijk is dat er zorg en liefde blijft voor de historische liften, maar dat er een koninklijk besluit is dat zegt dat er veiligheidsverplichtingen zijn, maar dat er precies voor historische liften uitzonderingsmaatregelen kunnen worden gevraagd bij die commissie die tot nu toe geen aanvragen heeft gekregen. Voor het geval er syndici zouden zijn die dat niet doorspelen aan de mede-eigenaars is het misschien goed dat we vragen aan steden en gemeenten of de lokale besturen om dat te verspreiden in de gemeenten zodat alle eigenaars en mede-eigenaars die informatie ook nog eens zien.

Het gaat natuurlijk over een zaak van eventuele burgerlijke aansprakelijkheid. Als de datum van 1 januari 2018 voorbij is en er zijn geen veiligheidsmaatregelen genomen, dan komt er eventueel burgerlijke aansprakelijkheid in het geding. Dat kan zeer vervelend zijn voor mensen, maar bovenal is het een zaak van veiligheid, waarbij een combinatie met het behoud van het historisch karakter van die liften kan worden verzekerd.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister-president, het klopt natuurlijk dat veiligheid belangrijk is. Daar kan niemand iets op tegen hebben. Ik hoop dat uw beleid toch ook aandacht heeft voor die oude liften, want dat zijn echt prachtige staaltjes van technisch industrieel vernuft.

Mijnheer De Gucht, ik steun uw oproep om te kijken of we een inventaris kunnen maken van historisch waardevolle liften. Minister-president, ik ben blij dat u zegt dat uw administratie samen met de FOD Economie de eigenaars zal sensibiliseren. Om in het jargon te blijven: ik hoop dat dat met deze vraag om uitleg weer in de lift zit.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vraag om uitleg van Manuela Van Werde aan Geert Bourgeois, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed, over afwegingskaders met betrekking tot onroerend erfgoed

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.