U bent hier

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Voorzitter, ten gevolge van een undercoveroperatie in het animalarium van de VUB is vorig jaar commotie ontstaan. Hierna hebben de VUB en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest nieuwe maatregelen met betrekking tot dierenproeven getroffen. De beelden van de dierenrechtenactiviste, die we allemaal hebben gezien, hebben een aantal wantoestanden aangetoond. We hebben dit hier al besproken. Ook tijdens de hoorzitting hebben we dit punt even aangehaald.

Toen de wantoestanden bekend raakten, heeft de Brusselse staatssecretaris voor Dierenwelzijn het laboratorium laten doorlichten. Ze heeft de universiteit gevraagd gedurende drie maanden geen nieuwe onderzoeken met proefdieren te starten. Dat verbod is inmiddels afgelopen. Mits een tweemaandelijkse rapportering kunnen nieuwe onderzoeken gefaseerd opnieuw worden gestart. Dit moet echter wel gebeuren onder het toezicht van een inspecteur-dierenarts.

Minister, dit alles speelt zich natuurlijk buiten uw bevoegdheden af. Naar aanleiding van de wantoestanden in het animalarium zijn echter vragen gesteld over de toestanden in de Vlaamse proeflaboratoria. Daarnaast heeft de Brusselse staatssecretaris een actieplan uitgewerkt om dergelijke toestanden in de toekomst te vermijden. Hiervoor heeft ze de medewerking van de Vlaamse en Waalse ministers van Dierenwelzijn ingeroepen. Ze heeft meer bepaald gevraagd om een centraal kadaster van dierenproeven op te stellen. Dit moet dubbele onderzoeken vermijden, waardoor minder proefdieren nodig zijn.

Hebt u kennisgenomen van het actieplan dat de Brusselse staatssecretaris heeft opgesteld? Bevat dit actieplan praktijken die ook in Vlaanderen kunnen worden toegepast? Welke initiatieven hebt u sinds de bekendmaking van de wantoestanden genomen in Vlaanderen? Hoeveel controles hebben plaatsgevonden? Wat waren de vaststellingen? Hebt u een formele vraag gekregen van de Brusselse staatssecretaris om samen met het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een centraal kadaster van dierenproeven op te richten? Hoe staat u tegenover deze vraag? Wat hebt u geantwoord of zult u nog antwoorden op deze vraag? Hoe ziet u de oprichting van een centraal kadaster? Concreet bedoel ik dan de vraag welk aandeel van de financiering Vlaanderen op zich zal nemen.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, ik heb kennis genomen van de maatregelen die naar voren zijn geschoven. Die maatregelen corresponderen grotendeels met het beleid dat wij hier al voeren. Sinds de regionalisering kijken we, bijvoorbeeld, strikter toe op de werking van de ethische commissies. We oefenen striktere controles uit op de beslissingen die deze commissies nemen en op de dierenproeven in Vlaanderen zelf.

Daarnaast hebben we de Proefdierencommissie opgericht. Vroeger bestond er een federaal deontologisch orgaan, samengesteld uit vertegenwoordigers van belangenverenigingen. Dat hebben we afgeschaft. De leden die deel uitmaken van de betrokken commissie, zijn veeleer geselecteerd op basis van hun biomedische, biologische en ethische expertise en van hun kennis over dierenwelzijn dan op het feit dat ze behoren tot of vertegenwoordigers zijn van een belangenvereniging. In die commissie zetelen trouwens ook twee vertegenwoordigers van de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn.

Ik zal even op de cijfers ingaan. Jaarlijks wordt een derde van de Vlaamse laboratoria gecontroleerd. We doen dit vanzelfsprekend onaangekondigd. Voor zover ik weet, was dat in Brussel niet het geval. In 2015 zijn 44 inspecties uitgevoerd en zijn in 25 laboratoria inbreuken vastgesteld. In 2016 zijn 42 inspecties uitgevoerd en zijn in 28 laboratoria inbreuken vastgesteld. De inbreuken die worden aangetroffen, zijn voor alle duidelijkheid in hoofdzaak inbreuken van administratieve aard. Meestal gaat het om de wijze waarop gegevens worden bijgehouden of om de registratie van bepaalde zaken. In elk geval zal het aantal controles in 2017 minstens gelijk blijven. Als het even kan, zullen we nog een tandje bij steken.

Dat is het repressieve, controlerende gedeelte. Het preventieve aspect is natuurlijk ook belangrijk. Dit jaar zal ik zorgen voor de ontwikkeling van een voortgezette opleiding proefdierkunde. Die opleiding zal binnen een periode van een jaar in elke provincie tweemaal worden georganiseerd. We gaan ervan uit dat aan elke opleiding ongeveer 190 mensen zullen kunnen deelnemen. Dit betekent dat we met die vorming in totaal ongeveer 1900 mensen zullen kunnen bereiken. Het betreft een beperkte opleiding voor diegenen die zich met proefdieren bezighouden. Het belangrijkste element is de maximale herkenning van pijnsignalen bij dieren.

We zullen die opleiding trouwens in de vorm van een cursus online publiceren. We zullen ervoor zorgen dat de cursus wordt geregistreerd en gefilmd. Als we dit online zetten, kunnen we een ruimer bereik krijgen dan enkel de 1900 mensen die we in theorie op jaarbasis kunnen bereiken.

Ik heb van staatssecretaris Debaets de vraag gekregen te vergaderen over een centraal kadaster van dierenproeven om op die manier dubbele proeven te vermijden. Ik heb hierop gereageerd en laten weten dat ik wil vergaderen over elk voorstel in functie van het dierenwelzijn. Het is echter zo dat die informatie er nu al is. Onderzoekers moeten die informatie opnemen in de niet-technische samenvatting die ze voor elk onderzoeksvoorstel moeten opstellen. Elk gewest publiceert de niet-technische samenvattingen van de goedgekeurde projecten op zijn website.

Dat is trouwens ook het resultaat van een Europese verplichting. Die informatie is dus al publiek beschikbaar. Ik weet niet of een dubbele publicatie iets bijdraagt, maar ik sta open voor elk voorstel. Ik heb aangeboden om daarover met onze respectieve kabinetten samen te zitten.

Het belangrijkste is wel de kennis over en het stimuleren van de ontwikkeling van alternatieven. Daar hebben we ook in geïnvesteerd. Meer bepaald heb ik 250.000 euro uitgetrokken voor de oprichting van een platform voor alternatieve methodes. Dat is nu van start gegaan, met betrokkenheid van de Nederlanders. Ik heb daarover vergaderd met de Nederlanders die ook zelf dat initiatief nemen, gelijk sporend met ons. Zo is er een kruisbestuiving in onze begeleidende commissie – ik heb zelf de eerste vergadering bijgewoond – waarin ook een vertegenwoordiger zit van de Nederlanders, zodat we snel kunnen kortsluiten en leren van elkaars praktijken.

We willen de bestaande expertise binnen Vlaamse onderzoeksinstellingen in kaart brengen en verzamelen in een databank, waardoor onderzoekers gemakkelijker kunnen nagaan welke alternatieve methodes er zijn ter vervanging van dierproeven en welke onderzoekspistes het meest veelbelovend zijn. Daardoor ondersteunen we zowel het gebruik als de ontwikkeling van alternatieven. Het is de bedoeling dat onderzoekers, vooraleer ze overgaan tot een beslissing of zelfs maar een voorstel formuleren voor dierproeven, eerst op basis van een platform kijken of wat ze willen onderzoeken niet al onderzocht is, al dan niet met dierproeven, en of ze het onderzoek niet met alternatieven kunnen doen zonder daarvoor dus levende wezens te moeten gebruiken.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik ben tevreden met uw antwoord. Het stimuleren van die alternatieven is inderdaad het allerbelangrijkste. Het klopt dat we in de hoorzitting van 19 april jongstleden hebben vernomen dat dat platform voor de alternatieve methode voor dierproeven werd opgestart, en dat er begin oktober een grote kick-off voor is gepland. Dat is inderdaad heel belangrijk. Als we kunnen leren van de expertise van onze Nederlandse collega’s – wat vast het geval is, zeker als we de hoorzittingen hebben gevolgd –, is dat een goede zaak. Is hiervoor een concreet tijdspad afgesproken?

Minister, wat u hebt gezegd over het preventieve luik is ook superbelangrijk. Uit de beelden die we hebben gezien van het animalarium in de VUB, is gebleken dat het herkennen van pijnsignalen ook heel belangrijk is. Ik ben heel tevreden met de opleiding die wordt gestart, maar vooral dat u het ook openstelt voor iedereen door het online te publiceren. Heel goed dus wat dat betreft.

Inzake mijn vragen en die van collega Debaets over samenwerking met Brussel, dient u dat gesprek met een open blik aan te gaan en waar mogelijk expertise te delen met ons. Als een kruisbestuiving mogelijk is, als het nog kan worden verbeterd, moeten we daar vanuit Vlaanderen zeker voor openstaan en samenwerken.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister, ik ben er zelf niet uit of zo’n kadaster voor dierproeven een groot verschil zal uitmaken, maar ik vond uw argument een beetje vreemd. Als ik het goed heb begrepen, zegt u dat onderzoeksgroepen al niet-technische samenvattingen moeten aanleveren en publiek maken via de website en zo. Ik begrijp niet goed waarom dat een argument is tegen een centralisatie via dat kadaster. Eerlijk gezegd zie ik de link niet, los van mijn vraag of zo’n kadaster nu zo heiligmakend is.

Minister, u hebt al geregeld aangegeven dat er een toegenomen controle is in Vlaanderen op laboratoria die dierproeven uitvoeren. Per jaar wordt een derde van de labo’s gecontroleerd. U zegt er altijd bij dat dat onaangekondigd gebeurt. Bent u daar 100 procent zeker van? Ik zal u vertellen waarom ik die vraag stel. Dat is omdat ik af en toe een signaal hoor dat dat wel is aangekondigd. Ik beweer niet dat wat ik zeg, representatief is, maar ik hoor die signalen wel vanuit labo’s zelf. Kunt u garanderen dat er nooit ook maar enige informatie beschikbaar is dat de controle zal gebeuren? Ik wil daar toch wat zekerheid over, want ik maak me daar eigenlijk wel wat zorgen over.

Er bestaat een gezegde: zeg nooit nooit.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het tijdspad voor het platform: ik was bij de opstart en ik heb de hele voorstelling gezien. Pin me hier niet op vast, maar er is een hele fasering waarbij het normaal gezien tegen het einde van 2018 volledig operationeel zou moeten zijn. Dat herinner ik me van de vergadering die ik maanden geleden heb bijgewoond.

De vraag naar de controles: ik ga ervan uit dat die inderdaad altijd onaangekondigd zijn. Ik heb geen aanwijzingen om het tegendeel te concluderen. Ze worden altijd onaangekondigd uitgevoerd.

De vraag naar het kadaster: het is een bemerking van mij dat het dubbelop is. Het moet al worden gepubliceerd als resultante van een Europese verplichting. Wat je zou kunnen doen, is dat de informatie van de drie gewesten op één plaats zou komen. Maar dat is het dan ook. Ik weet niet wat daarvan de grote meerwaarde zou zijn. Ik sta er alleszins voor open.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik heb het daarnet vergeten te vragen, maar waar zal de opleiding om pijnsignalen bij dierproeven beter te herkennen, worden gegeven?

Minister Ben Weyts

Het is de bedoeling om ze per provincie te organiseren, maar over de locaties kan ik nog niets zeggen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.