U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, tijdens de paasvakantie konden we in een krant de bezorgdheden of de noodkreten lezen van een aantal cultuurcentra, zoals De Grote Post, C-mine en cultuurhuis De Warande in Turnhout. Zij lieten hun bezorgdheden blijken over de inkanteling van de Vlaamse cultuursubsidies in het Gemeentefonds. De grootste bezorgdheid van de culturele centra is dat gemeentebesturen in de nieuwe legislatuur de middelen zouden aanwenden voor andere projecten. Vanaf 2019 hebben de gemeenten de handen vrij om de subsidies te besteden zoals ze dat willen.

Dat zorgt niet enkel op gemeentelijk niveau voor onzekerheid, maar ook op Vlaams niveau. Het zal voor Vlaanderen heel moeilijk worden om werk te maken van globaal beleid, aangezien de gemeentebesturen niet verplicht zijn om aan te geven wat ze met het geld zullen doen. Daarbij is het belangrijk dat de gemeenten en de culturele centra goede afspraken maken over inhoud, organisatie en de financiën van de werking.

Ondertussen hebben ook de bibliotheken, bij monde van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD), zich aangesloten bij deze bezorgdheden.

Er is ook schrik dat de middelen van de steden en gemeenten onder druk komen te staan. Wat daarvan de gevolgen zouden zijn, is nog niet duidelijk. In ieder geval is er de vrees dat er minder geld naar de culturele centra zal gaan.

Vanwege hun bezorgdheden en onzekerheden hebben drie centra een werkgroep opgestart, met de bedoeling om na te denken over het signaal dat ze aan u willen geven. Daarom heb ik de volgende vragen, minister. Deelt u de bezorgdheid van de culturele centra? Zult u de resultaten van de werkgroep meenemen en daarmee inspelen op het Regiodecreet? U stelt dat u dit proces zult monitoren. Welke indicatoren zult u daarvoor hanteren? Welke instrumenten hebt u in de hand om dat te doen? En welke maatregelen kunt u nemen, als blijkt dat gemeenten minder middelen aan cultuur besteden, wetende dat de middelen overgeheveld zijn naar het Gemeentefonds, u dus niet financieel kunt sanctioneren, en dat de minister van Binnenlands Bestuur hiervoor bevoegd is? Hoe ziet u dat?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Aangezien ik zelf deelnemende partij was aan het krantenartikel waar u uw vraag op baseert, denk ik toch te kunnen stellen dat we te maken hebben met een bezorgdheid van de culturele centra. Ofwel luister ik niet goed, maar een noodkreet heb ik vooralsnog niet gehoord.

In uitvoering van het regeerakkoord 2014-2019 werden de middelen van het lokaal cultuurbeleid vanaf 2016 toegevoegd aan het Gemeentefonds. Dat betekent inderdaad dat de vroegere subsidiëring van cultuurcentra en van openbare bibliotheken voortaan gebeurt via een onvoorwaardelijke, maar ook transparante financiering via het Gemeentefonds. Ik heb herhaaldelijk gezegd dat dit een blijk is van vertrouwen in de lokale besturen, die vanuit de eigen context en kennis van het veld een passend beleid kunnen uitrollen.

De Vlaamse overheid heeft decennialang een actief ondersteuningsbeleid gevoerd, wat geleid heeft tot sterke en slagkrachtige cultuurcentra. Ik erken en waardeer de bezorgdheid van de cultuurcentra, maar ik heb er ook vertrouwen in dat de centra in staat zijn om te wegen op de toekomstige beleidsopties van de eigen gemeente.

Bovendien zie ik dat er, net als bij bibliotheken, verschillende steden en gemeenten stevige infrastructurele inspanningen blijven doen: er zijn nieuwe culturele centra in Tervuren, Halle en Zaventem, en in Heusden-Zolder staat het in de steigers. Aanvragen voor FoCI-ondersteuning (Fonds Culturele Infrastructuur) illustreren dat eveneens. Met andere woorden: de investering en/of de renovatie van die zaken is verre van stilgevallen.

U vroeg of ik de resultaten van de werkgroep, waarvan sprake in het artikel, wil meenemen. Zeker en vast. Het Regiodecreet zal in eerste instantie een antwoord bieden op de gewijzigde taakstelling van de provincies en streven naar een maximale continuering van subsidiëring. Tegelijkertijd streef ik ernaar om hefbomen in te bouwen die complementair en verbindend zijn ten aanzien van het Vlaamse en lokale cultuurbeleid enerzijds en versterkend werken tussen de verschillende sectoren binnen het cultuurbeleid en ten aanzien van andere beleidsdomeinen anderzijds. Momenteel werk ik aan een visienota die de krachtlijnen voor het Regiodecreet uittekent. Het uittekenen van een dergelijk beleid op regionale schaal in synergie met de Vlaamse decreten allerhande, zeker in de cultuursector, maar zelfs breder, en ook in interactie met de presentatiecentra, waarvan cultuurcentra een belangrijke, zo niet de belangrijkste speler zijn, is net een van de krachtlijnen. De input van de cultuurcentra is dan ook steeds welkom.

Los van de bezorgdheid die door een aantal centra werd geuit, is het zeker goed dat we regelmatig contact houden met hen of hun vertegenwoordigers, om te kijken welke rol zij in het brede cultuurbeleid kunnen blijven spelen, al was het maar als motoren van cultuurspreiding.

Mijn administratie heeft de afgelopen jaren sterk geïnvesteerd in monitoringinstrumenten, bijvoorbeeld Cultuurcentra in Cijfers en het Bibliotheek Informatie- en Opvolgingssysteem. In die instrumenten kunnen respectievelijk de cultuurcentra en de bibliotheken zeer nauwkeurig gegevens over hun werking registreren. Intussen werd de ontsluiting van de verzamelde gegevens naar een nieuw niveau getild met de website www.kennisportaalccenbib.be. Naast die gespecialiseerde opvolgings- en rapporteringsinstrumenten werd in 2015 het traject Lokale Monitoring opgestart. Dat moet uitmonden in een set van indicatoren met relevante beleidsinformatie over de sectoren cultuur, jeugd en sport.

Vanuit de genomen beleidsopties is er niet in sancties voorzien, in elk geval niet momenteel. Ik ga ervan uit dat het lokale cultuurbeleid door een decennialang volgehouden Vlaamse ondersteuning een sterke positie heeft verworven binnen de gemeentelijke context en dat het die positie ook kan verzilveren in de aanloop naar de nieuwe gemeentelijke legislatuur.

U hebt ook gezien waarmee het desbetreffende artikel begint, namelijk met een zeer particulier verhaal in Oostende, waar ik ook niet van weet waarom de financiering of de zekerheid van financiering vanuit het gemeentebestuur, waar ik en u nauwer bij betrokken zijn dan we denken, plots maar zo laat tot een overeenkomst komt met De Grote Post. Ik stel me daar ook vragen bij, maar dat is een particuliere situatie, die ik niet meteen koppel aan het bredere beleidsgegeven van uw vraag.

Uiteraard zijn er een aantal bezorgde mensen, uit Genk, uit Strombeek en nog iemand anders, die vragen hoe het nu verder gaat. Die antwoorden heb ik u proberen te geven. En naar goede gewoonte zullen we over dit onderwerp ten minste niet op korte termijn tot een consensus komen.

Ik ben er wel echt van overtuigd, mevrouw Idrissi, dat het feit dat het nu de eerste keer is sedert drie gemeenteraadsverkiezingen dat het, net zoals voor andere sectoren, ook voor de cultuurcentra en bibliotheken niet of minder duidelijk is wat hun lot zal zijn na de verkiezingen, voor hen ook een enorme activering, mobilisering en zelfs lobbykracht inhoudt. Ik wil het daartoe niet herleiden, en ik ga met hen praten en dergelijke meer, maar mocht ik hen zijn, zou ik daar wel gebruik van maken om mezelf tot een thema van de gemeenteraadsverkiezingen te maken. Want dat is het misschien ook al voor een deel. Daarmee wil ik hen niet het bos in sturen en zeggen dat dat het beste advies is dat ik hun kan geven, maar ik zou het zeker doen, omdat op die manier misschien meer dan andere keren de cultuur in het hart van de gemeentelijke verkiezingen zal staan, het liefst op zo veel mogelijk plaatsen. Dat was in het verleden niet zo, want het was toch allemaal geregeld en men kreeg het geld van Vlaanderen.

Er zijn dus een aantal onzekerheden verbonden aan de huidige situatie, maar er zijn ook een aantal voordelen aan verbonden. Dat is de stand van zaken die ik u nog eens wou meedelen.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Bedankt, minister. Gelijk welke coalitie van gelijk welke kleur, het kan in elke coalitie voorkomen. Eerlijk gezegd ben ik een beetje verbaasd. Vroeger was er een zekerheid, want je wist hoeveel geld je zou hebben. U had dat heel gemakkelijk kunnen aanpakken door die middelen te oormerken. Dat zou u geen frank extra gekost hebben, maar dat zou behoed hebben dat cultuurcentra en anderen moeten gaan lobbyen en smeken en gaan aankloppen: alstublieft, vergeet cultuur niet. Ook al denk ik dat het belangrijk is dat ze dat toen, die druk van ‘alstublieft, laat die koek die vandaag aan cultuur wordt gegeven vanuit het Gemeentefonds, zo groot blijven’ is er nu wel heel erg. Er is geen enkele hefboom. Enerzijds zijn de middelen niet geoormerkt, en anderzijds bevestigt u mijn vrees dat er ook geen sancties zullen zijn. (Opmerkingen van minister Sven Gatz)

Natuurlijk moet je vertrouwen geven aan gemeenten, maar op het moment dat er één gemeente tussen zit die het echt aan haar laars lapt, kun je niet sanctioneren.

De voorzitter

Mevrouw Bastiaens heeft het woord

Caroline Bastiaens (CD&V)

Minister, zoals u weet, ben ik het helemaal met u eens dat we vertrouwen moeten hebben in de lokale besturen. Ik ben het er evenzeer mee eens dat de culturele centra en de bibliotheken dankzij het Vlaamse cultuurbeleid van de afgelopen decennia een sterke positie verworven hebben en dat ze die helemaal niet zo snel kwijt zullen spelen.

Net zoals u geloof ik ook in het positieve van het debat. We gaan inderdaad richting die lokale verkiezingen, en laat ons inderdaad ook maar eens wat debat voeren, ook over lokaal cultuurbeleid. Ik kan u zeggen dat ik de eerste uitnodiging voor een dergelijk debat al in mijn mailbox gekregen heb. Er zijn dus best al wel wat organisaties die daaraan gaan beginnen.

Dat gezegd zijnde, werd ook afgelopen maandag op de Staat van het Boek vanuit de sector nog eens die bezorgdheid geuit rond de monitoring.

U hebt inderdaad de genomen initiatieven genoemd. Dat is positief, maar ik denk dat we ook waakzaam moeten blijven. Intussen bent u ongetwijfeld op de hoogte van het initiatief dat een aantal middenveldorganisaties hebben genomen in het kader van de burgerbevraging over het aanbod. Vanuit de sector blijkt dat er nog een zekere honger is, ik kan dan ook alleen maar toejuichen dat die initiatieven worden genomen. We moeten waakzaam zijn en ervoor zorgen dat we een match kunnen maken tussen al die gegevens zodat dit een goed werkinstrument kan zijn en de sterke positie die het lokaal cultuurbeleid heeft verworven, behouden kan blijven.

Bart Caron (Groen)

Ik zal de discussie niet heropenen, en ik aanvaard de situatie zoals ze is. De decretale basis is nu zo gemaakt. Minister, ik wil u aanbevelen om in het boek ‘Over Bach, cement en de postbode’ van Miek De Kepper – het gaat over de geschiedenis van het lokaal cultuurbeleid – dat ongeveer een maand geleden is voorgesteld in De Krook in Gent, het laatste commentaarhoofdstuk  te lezen van professor Filip De Rynck.

Hij heeft een bestuurlijke maar ook politiek gekleurde beschouwing gemaakt over die lange periode waarbij hij vaststelt dat de situatie is wat ze is, en ik volg hem daarin. We zijn zoveel jaren later, de Vlaamse overheid hoeft niet meer op alle punten regulerend en controlerend op te treden, die tijd is voorbij. We hebben een volwassen sector gekregen. Maar dat betekent omgekeerd ook niet dat er geen relatie meer moet zijn tussen het lokale en Vlaamse niveau ook wat betreft cultuurcentra, openbare bibliotheken en het brede lokale cultuurbeleid. We zullen wellicht nieuwe stimuli, nieuwe vormen van instrumentaria kunnen ontwikkelen om innoverende tendensen waar te maken, wat die ook mogen zijn.

Professor De Rynck geeft zelf geen uitdrukkelijke sporen aan, ik doe dat ook niet, maar één belangrijk idee blijft wel naar voren komen. Al hadden de gemeenten vroeger 80 procent van de lokale initiatieven en Vlaanderen maar 20 procent, Vlaanderen had de sleutelbos in handen. We hebben dat wel gegenereerd en de gemeenten kunnen motiveren om dat te doen. Er is een sterke interactie tussen het handelen van twee overheidsniveaus die elkaar vooruit kunnen jagen in een grote autonomie ten opzichte van elkaar. Ik denk dat dat de toekomst is. De vraag is hoe we een nieuwe relatie kunnen ontwikkelen om elkaar vooruit te jagen.

Het decreet Lokaal Cultuurbeleid had oorspronkelijk de bedoeling om via het lokaal cultuurbeleidsplan de aandacht voor het cultuurbeleid lokaal, in de gemeente, bij verenigingen enzovoort te verhogen, maar het is verzwolgen in de vele plannen die nadien zijn gevolgd. Ik kan u uit ervaring zeggen dat dit ook effectief heeft gewerkt, maar dat heeft ook zijn tijd en gaat dus over. In die zin staan we nu voor een nieuwe, uitdagende periode.

Mevrouw Bastiaens, maandag bij de start van Boekegem heeft het veld uitdrukkelijk gesignaleerd dat men zeer ongerust is en dat er hier en daar ook afbouw is, vooral in bibliotheken, van het aantal medewerkers en filialen en van de openingsuren. De monitoring is absoluut noodzakelijk om dit in beeld te kunnen krijgen. Ik wil niet pessimistisch zijn, ik denk dat we voor een toekomst staan waarbij we een nieuwe vorm van instrumentarium en van samenwerking moeten ontwikkelen tussen Vlaanderen en de lokale besturen, ten bate van het lokaal cultuurbeleid.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik denk defensief dat we waakzaam blijven, en dat is inderdaad ook nodig. We gaan monitoren, ik weet ook niet hoe het politieke debat hierover eruit zal zien, in de aanloop naar de verkiezingen, maar ik vind ook dat we dat moeten voeren. Tegen dan zullen we alweer wat wijzer zijn. Dat kan ook paradoxaal genoeg indien dingen niet in de goede richting zouden gaan. Maar offensief denk ik ook dat het goed is om het Regiodecreet, zelfs als het bedoeld is als veilige landingsplaats voor de provinciale initiatieven, mee aan te wenden. Zo zal het geconcipieerd worden om de relatie waar de heer Caron naar verwees, op een nieuwe manier leven te geven.

Met andere woorden, er is een defensieve lijn en een offensieve lijn. We zijn niet, om het met de woorden van Francis Fukuyama te zeggen, aan het einde van de geschiedenis. We zitten nu in een overgangsperiode en bekijken hoe die lokale cultuurcentra en bibliotheken en hun onderlinge verhouding ten opzichte van de Vlaamse overheid er binnen enkele jaren zullen uitzien.

Ik begrijp de ongerustheid van een aantal centra, ik wens alleen niet men die ook nog eens onnodig aanwakkert en het kleinste teken ziet als een teken van onheil. Met de 305 gemeenten die Vlaanderen rijk is plus de 19 Brusselse gemeenten zal er altijd wel ergens een rimpeling op het wateroppervlak zijn, om welke reden dan ook.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, als ik deze vragen met de regelmaat van klok in dit parlement blijf stellen, dan is dat juist omdat ik waakzaam wil blijven. Ik wil dat u daarover nadenkt, dat u zegt dat u de ongerustheid van sommige centra deelt maar ook dat u zich bewust bent van wat er zou kunnen gebeuren, in de negatieve maar ook in de positieve betekenis van het woord. Ik hoop samen met u dat ik aan het eind van deze legislatuur moet toegeven dat mijn ongerustheid ongegrond was.

We hebben maandag vanuit het bibliotheekwezen heel duidelijk signalen gekregen. Als die ongerustheid er is, als die leeft, dan is het mijn taak om die in dit parlement een stem te geven.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.