U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Collega's, ik denk dat we allemaal zwaar aangedaan waren door de beelden die we op onze schermen kregen van de gifgasaanval op 4 april op de stad Khan Sheikhoun, in de provincie Idlib in Syrië. In mijn vraag sprak ik over 58 doden, maar enkele dagen later was er sprake van meer dan honderd. Ik ken zelfs de laatste telling niet. Het is dramatisch: heel veel slachtoffers, waaronder ook, zoals altijd, heel veel kinderen, spijtig genoeg.

Er waren veel gewonden, van wie een groot aantal zeer ernstig. Enkele uren na die aanval werd ook een ziekenhuis gebombardeerd waar de gewonden werden verzorgd.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties had toen al beslist om op 5 april bijeen te komen en zich te buigen over die aanval. Federaal vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo vroeg het joint investigation team een onderzoek te voeren om na te gaan wie die aanslag heeft gepleegd. En als de vermoedens zouden worden bevestigd, hoopte hij naar eigen zeggen op een strenge veroordeling.

Het verdriet op dat moment was zo groot dat iedereen iets van betekenis wilde doen voor die mensen. Ik dacht een kleine bijdrage te kunnen leveren door u een vraag te stellen, minister-president. Dit geeft me ook de gelegenheid om te informeren naar de stand van zaken. Deze aanval is een pikzwarte episode in het Syrische conflict dat al heel veel slachtoffers heeft gemaakt.

Minister-president, mijn vragen dateren van 4 april, maar ik denk dat ze vandaag nog evengoed van toepassing zijn. Veroordeelt u wat er is gebeurd in de Syrische stad Idlib? Uiteraard doet u dat, maar ik wil u dat horen bevestigen en herhalen. Ik heb er echter geen seconde aan getwijfeld dat u dit zou veroordelen.

Welke actie kan de internationale gemeenschap ondernemen? Welke input kan Vlaanderen geven aan de Belgische vertegenwoordiger van de Verenigde Naties? Is er nog dringende medische hulp nodig? Kunnen wij nog een of andere bijdrage leveren? Kunt u een stand van zaken geven over de afhandeling van die aanval? Welke juridische acties heeft de internationale gemeenschap daaraan gekoppeld?

Welke bijdrage heeft Vlaanderen kunnen leveren in deze verschillende facetten?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Turan, wij waren allemaal getroffen door die gruwelijke gifgasaanval in Khan Sheikhoun. Het is ongelofelijk hoe mensen, niet eens vechtende partijen, op zulke afschuwelijke gruwelijke wijze gewond geraken en sterven of levenslang getroffen zijn. Ik denk dat we het allemaal eens zijn in ons protest daartegen en ons aansluiten bij de talloze protesten die wereldwijd zijn geuit. Dat is het positieve, namelijk dat iedereen wereldwijd zegt dat dit een rode lijn is die overschreven is.

Ik sluit me aan bij mevrouw Mogherini, hoge vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, die het regime van president Assad verantwoordelijk acht voor deze oorlogsmisdaad. Op het terrein zijn momenteel niet de diplomaten aan zet, maar de oorlogvoerende partijen. Het is een kluwen van bewegingen, elk met een eigen agenda. We moeten wat dat betreft heel duidelijk en nederig zijn: de internationale gemeenschap is de enige die daar iets in beweging zou kunnen brengen. We kennen echter de situatie van de grootmachten daarin en hun bewegingen op het schaakbord. Onze inbreng daarin is nihil.

De Europese Unie moet de geluidsversterker zijn voor heel Europa en moet hameren op het handhaven van het internationaal humanitair recht. Dit is ook het standpunt dat wij innemen.

De DGE-vergadering (Directie-generaal Europese Zaken en coördinatie) met vertegenwoordigers van de federale overheid en de deelstaten viel net voor de aanval. Ik verwacht geen enkele discussie binnen de DGE over het standpunt dat zal worden verdedigd. Iedereen zal uiteraard op dezelfde lijn zitten. De vraag is alleen wat we kunnen doen.

Er is uiteraard nood aan medische hulp in de provincie Idlib. U hebt ook terecht gezegd dat na die aanval ook de ziekenhuisinfrastructuur – en niet alleen de infrastructuur maar ook mensen – zijn gebombardeerd. Dat gebied is zeer moeilijk bereikbaar voor hulpverleners. Enkel de grens met Turkije, in het westen, is nog open. Het grootste deel van het gebied is omsingeld door het Syrische leger en zijn Russische en Iraanse bondgenoten.

De eerste dringende medische hulp na de gifgasaanval is ondertussen geleverd door Turkije. Na de gifgasaanval heeft het land een konvooi van dertig ziekenwagens naar Idlib kunnen sturen. Er zijn 32 zwaargewonden overgebracht naar Turkije.

Vlaanderen heeft al meermaals zijn verantwoordelijkheid genomen ten aanzien van het Syrische conflict, in de mate van het mogelijke. Zo ondersteunen wij Unesco om de site van Palmyra te beschermen. Wij hebben ook noodhulp verstrekt aan het Rode Kruis dat zich niet ter plekke inzet voor de gewonden, maar wel voor de ontheemden.

Verder is er de structurele ondersteuning van het Global Forum for Media Development voor de uitbouw en coördinatie van vrije, pluralistische en professionele media in Syrië en andere landen. Deze steun sluit aan bij de oproep van mevrouw Mogherini om nu al in te zetten op de post-conflictsituatie.

Indien er een vraag zou binnenkomen voor het verstrekken van noodhulp, zullen wij die inderdaad bekijken. Maar momenteel lijkt het me niet realistisch om een van onze ngo’s ter plekke te sturen. Het gaat over oorlogsgebied dat volledig is omsingeld waarbij er enkel nog een opening is aan Turkse zijde. Dankzij hen is daar een colonne naartoe kunnen gaan en zijn 32 zwaargewonde mensen geëvacueerd. Dat is gebeurd onder bescherming van het leger, niet van een ngo die ter plekke een tentenkamp gaat opslaan. Dat is helaas niet aan de orde. Ik hoop dat daar een lichtpunt komt en een situatie ontstaat waarbij de meest dringende hulpverlening – ik weet niet of het dan nog de medische zal zijn, het zal wellicht een andere hulpverlening zijn – kan worden verleend. Met de beperkte middelen die we hebben, staan we daar zeker voor open.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Ik word daar emotioneel van, zoals wellicht iedereen. Ik word moedeloos van zoveel slachtoffers en van een situatie die nog altijd niet onder controle is. Ik begrijp dat wij daar rechtstreeks, zeker op militair vlak, niet veel kunnen doen. Ik denk dat we de Turkse interventie en militairen heel dankbaar mogen zijn dat die hulpgoederen tot daar zijn geraakt. Hebt u een stand van zaken van de situatie daar? Is die regio nog altijd omsingeld? Mijn vraag dateert van bijna een maand geleden. Kan er niet meer hulp worden geboden?

Hebben die 32 mensen die in Turkije zijn opgevangen andere hulpbehoevende mensen achtergelaten, of is iedereen meegenomen? Is het mogelijk om een aantal van die slachtoffers naar onze eigen brandwondencentra te halen? Wat wij minstens kunnen doen, is aan Turkije vragen of er slachtoffers zijn die wij kunnen opvangen. De internationale gemeenschap klinkt inderdaad als één homogene groep. Het is tragisch en ik neem het niemand kwalijk, maar het wringt dat we niet meer kunnen doen. Ik zie zelf ook niet wat, tenzij het opnemen van een aantal slachtoffers in onze eigen brandwondencentra. Is die vraag gesteld aan Turkije? Als het niet nodig is, dan hoeft het natuurlijk ook niet.

Wij kunnen vanuit Vlaanderen de situatie opvolgen en eventueel klaarstaan wanneer post-hulp moet worden geboden, maar spijtig genoeg hoor ik vandaag van u dat daar momenteel nog geen opening voor is.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire (N-VA)

Minister-president, het zijn extreem gruwelijke beelden. Ik denk dat we daar vanuit Vlaanderen nog meer gevoelig voor zijn, gezien onze geschiedenis van het gebruik van chemische wapens en gas als oorlogsinstrument.

De vraag is hoe het zal eindigen. Het is helaas niet zo dat er twee strijdende partijen zijn en een internationale gemeenschap. Het is oneindig veel ingewikkelder. Er is aan beide zijden een kluwen: de meest onwaarschijnlijke allianties sluiten zich aan bij elkaar en tegen elkaar, en zijn doorspekt met allerlei organisaties die zelfs niet centraal georganiseerd of gecontroleerd worden en die dikwijls dichter bij criminaliteit aanleunen dan bij politieke doelstellingen.

Deze oorlog wordt ook voor een deel in de media gevoerd. Het is om moedeloos van te worden dat je zoveel tegenstrijdige informatie krijgt. Ik weet in elk geval wel dat het regime-Assad niet aan zijn proefstuk toe is op dat vlak. Je kunt zelfs teruggaan naar 1982. Als je de opstand in Hama googelt, dan kom je bij 40.000 doden. Daar zijn toen ook hoogstwaarschijnlijk chemische wapens ingezet om de opstand neer te slaan. Ik heb daar in 1994, lang geleden dus, vragen over gesteld in de Senaat. Men is daar dus niet aan zijn proefstuk toe, maar de jongens aan de overkant zijn ook geen koorknapen.

Vanuit Vlaanderen zitten we niet in een positie om, anders dan ons aan te sluiten bij het Europese standpunt, daar heel veel te doen. Wat we wel kunnen doen, zijn de faciliteiten en de expertise die we in huis hebben in de mate dat het nodig is, ter beschikking stellen van de slachtoffers. Het is natuurlijk een druppel op een hete plaat, maar het is een symbool dat we daar heel erg mee inzitten en dat we zo maximaal mogelijk trachten te helpen binnen onze mogelijkheden.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik voel me daar onmachtig bij en heb er niet zo veel aan toe te voegen. Het laatste bericht dat we hadden toen we deze vraag binnenkregen, was dat de Syrische democratische strijdkrachten aan het oprukken waren naar Rakka met de steun van de internationale coalitie, maar dat ook daar weer andere troepen probeerden om die opmars te verhinderen. Uiteraard zijn we niet in de omstandigheid om daar accuraat informatie over te verstrekken. Ik weet ook niet of de federale overheid daartoe in staat is. Het zijn wisselende posities. Het is daar oorlog en niemand heeft er een goed zicht op, behalve met satellieten – en dan nog.

Er is geen directe vraag gekomen. Als zwaargewonden meegenomen zijn door ziekenwagens van het Turkse leger, dan denk ik dat ze de nodige zorgen kunnen krijgen. Er is in elk geval geen vraag aan ons gesteld. Mocht dat gebeuren, dan zullen we dat bekijken. We moeten zien hoe de situatie evolueert en op het moment dat er gebieden zijn waar het voor ngo’s doenbaar is om op te treden, kunnen we nagaan of we op een of andere manier ondersteuning kunnen bieden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.