U bent hier

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Minister, in de hervorming van de sociale economie de voorbije jaren was de gelijkschakeling van de verschillende statuten en financieringsstromen een van de belangrijkste uitdagingen. Binnen de Vlaamse bevoegdheden inzake de sociale economie is een belangrijke stap gezet met de hervorming binnen het maatwerk en de lokale diensteneconomie. Ook bij de regularisatie van de gesco-maatregel is die gelijkschakeling aan bod gekomen, maar werden de gesco’s bij de sociale werkplaatsen uit de regularisatie gehouden. De Vlaamse Regering heeft toen beslist dat de gesco-bijdragevermindering ongewijzigd behouden blijft tot aan de gelijkschakeling van de verschillende statuten tussen de maatwerkbedrijven.

Nu, na de zesde staatshervorming, werd de hervorming van de SINE-maatregel (sociale inschakelingseconomie) ook vooropgesteld. Ook de SINE-maatregel is een belangrijk element in de gelijkschakeling van de statuten en de financieringsstromen. Er werd ook een conceptnota gepresenteerd met betrekking tot de SINE-hervorming. We hebben die hier ook al een keer besproken. Ook daarin kwam dat aandachtspunt heel duidelijk naar voren. Tot slot zijn er de federale structurele vermindering en Sociale Maribel, die ook voor grote verschillen qua statuut en financieringsstromen zorgen.

Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat die gelijkschakeling geen gemakkelijke oefening is of zal worden. Vooral door de impact van die vier maatregelen, namelijk SINE, gesco, structurele vermindering en Sociale Maribel, op de ondernemingen in de sociale economie is een globale aanpak absoluut noodzakelijk.

Het Maatwerkdecreet, en de opmaak van de uitvoeringsbesluiten, was alleszins een eerste belangrijke stap in het proces.

De aangekondigde goedkeuring van het uitvoeringsbesluit Maatwerk in maart 2017 betekent niet alleen dat de impasse door de beslissing van de Raad van State kan worden weggewerkt, het kan voor de sector ook het begin betekenen voor de verdere gelijkschakeling van statuten en financieringsstromen.

Minister, welke acties hebt u reeds ondernomen in het kader van een gelijkschakeling van statuten en financieringsstromen? Hebt u een overzicht van de verschillen die momenteel bestaan? U hebt de voorbije jaren aangekondigd om overleg op te starten met de collega’s van de federale overheid. Wat is hier de stand van zaken en hoe evalueert u dit overleg? Hebt u de gelijkschakeling al besproken met de sector? Zijn er afspraken gemaakt over de verdere stappen in het kader van de gelijkschakeling van de statuten en de financieringsstromen? De SINE-maatregel vormt samen met de gesco, de Sociale Maribel en de structurele vermindering een cruciaal element in de gelijkschakeling van de statuten en financieringsstromen. Een hervorming van de SINE die niet past binnen deze globale oefening, is volgens ons niet evident. Is een gelijkschakeling van de verschillende statuten en financieringsstromen naar ondernemingen in de sociale economie een voorwaarde om door te gaan met de SINE-hervorming? Wat is uw ambitie met betrekking tot de gelijkschakeling van de statuten en financieringsstromen? Hoe ziet u het verdere verloop in de nabije toekomst?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, u weet dat de gelijkschakeling altijd gekoppeld is geweest aan de uitvoering van het Maatwerkdecreet. We weten allemaal dat er een schorsing is geweest van het decreet zelf en dus ook van de werkzaamheden wat betreft de gelijkschakeling. Met de stap naar het zogenaamde ‘maatwerk bis’ is er weer een basis om deze oefening opnieuw op te nemen.

We hebben alvast volgende zaken ondernomen. Na de goedkeuring van het nieuwe Maatwerkbesluit hebben we snel het initiatief genomen om in overleg met de koepels op korte termijn een plan van aanpak uit te werken. Zoals u weet, zijn hier verschillende partijen op verschillende niveaus aan zet. In dat kader laat ik alvast een studie uitvoeren die alle huidige verschillen in statuten en financieringsstromen op zowel het Vlaamse als het federale vlak in kaart zal brengen zodat de volgende stappen in het overleg gezet kunnen worden. Daar kom ik zo meteen nog even op terug.

In het verleden is er een overzicht gemaakt van de verschillen met betrekking tot de cao’s, maar gelet op het feit dat de sociale werkplaatsen en de beschutte werkplaatsen in verschillende categorieën van de sociale zekerheid zitten – daar ga ik straks ook nog iets dieper op in – en er ondertussen hervormingen gebeurd zijn in het federale en het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid, is deze lijst absoluut niet meer up-to-date. Die oefening zal opnieuw grondig gemaakt moeten worden.

Wat de SINE-maatregel concreet betreft, verwijst u naar de link met de gesco’s, de Sociale Maribel en dergelijke meer. Wat ik wel even wil aanstippen, collega Beenders, is dat u in de situering van uw vraag verwijst naar de goedgekeurde conceptnota ‘Naar een nieuw ondersteuningskader in de sociale economie’. De opmerking die u maakt, of de lezing die u geeft, is evenwel niet correct. Er wordt in de nota inderdaad gewezen op het belang van een gelijkschakeling van de erkenningsprocedure tussen de verschillende types van bedrijven, maar dit slaat enkel op het onderscheid tussen enerzijds de federaal, en nu Vlaams, erkende inschakelingsbedrijven en anderzijds de inschakelingsbedrijven die hun erkenning halen uit hun statuut als LDE-onderneming (lokale diensteneconomie) of via het OCMW, en slaat dus niet op de gelijkschakeling van statuten en financieringsstromen voor al deze organisaties.

Wij weten allemaal dat ons land een moeilijke staatsstructuur heeft en dat de federale wetgeving het onmogelijk maakt om statuten en financieringsstromen voor al die organisaties gelijk te trekken. Ik geef een aantal voorbeelden die u wellicht niet onbekend zijn, maar ik denk dat het goed is dat in het verslag een aantal voorbeelden komen te staan. U weet dat de huidige beschutte werkplaatsen, de zogenaamde categorie 3, een hogere structurele vermindering op de RSZ-bijdragen (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) hebben dan de sociale werkplaatsen, de categorie 1. De huidige sociale werkplaatsen kunnen een beroep doen op het gesco-statuut voor het omkaderingspersoneel, de beschutte werkplaatsen kunnen dat dan weer niet. Collega’s, voor alle duidelijkheid: dit gaat niet over onze zogenaamde project-gesco’s, dat staat er los van. Een laatste voorbeeld van onderscheid is dat de huidige beschutte werkplaatsen een beroep kunnen doen op de Sociale Maribel, en de sociale werkplaatsen niet.

Maar wij hebben in het verleden al dikwijls aan de federale alarmbel getrokken, als ik het zo plastisch mag uitdrukken, maar er was weinig animo voor overleg. Misschien omdat ze jullie vragen hebben gezien, ik weet het niet, maar wij zijn gisteren gecontacteerd door de Federale Regering, en morgen hebben we een overleg om de lijst up-to-date te maken. Ik heb in het begin van mijn antwoord gezegd dat er veel dingen zijn gebeurd. Hoe is nu de stand van zaken in verband met een lijst van waar de ongelijkheden zitten in de financieringsstromen tussen enerzijds de beschutte en anderzijds de sociale werkplaatsen, als ik ze nog even zo mag noemen? Hoe kunnen we dat eventueel gelijkschakelen? Ik denk dat het niet fair is dat er een onderscheid is tussen de types van werkplaatsen. De Federale Regering heeft ons in ieder geval uitgenodigd om dat morgen te bespreken. Ik denk dat dat een goede zaak is. Wordt dus vervolgd.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Minister, dank u wel voor de duidelijke antwoorden op alle vragen. Ik denk dat we ook vooral moeten uitkijken naar de studie die u hebt besteld, ik denk dat dat heel belangrijk is, maar dat we ook rekening moeten houden met wat de impact zal zijn van gelijkschakeling op de leefbaarheid van de ondernemingen. Ik weet niet of dat deel uitmaakt van de studie die u hebt besteld, maar daar moeten we zeker aandacht voor houden. Zit dat mee in de studie, zodat we richting ondernemingen antwoorden kunnen formuleren als uw studie is afgerond? De vraag is dus: wordt in de studie die u besteld hebt, ook een impactstudie gemaakt naar de leefbaarheid van de ondernemingen wanneer de gelijkschakeling zou worden doorgevoerd? Worden niet alleen de verschillen opgesomd waar u naar op zoek bent, maar ook een antwoord gegeven op de vraag: als die gelijkschakeling er komt, wat is dan de impact op de leefbaarheid van de ondernemingen?

De voorzitter

Mevrouw Claes heeft het woord.

Sonja Claes (CD&V)

Ik wil vragen naar de timing van dit alles. Wanneer verwacht u de studie te hebben en hoe moeten we dat dan verder zien? U hebt gezegd dat de SINE-hervorming gekoppeld is aan het ingaan van het Maatwerkdecreet. Is dat dan 1 januari 2019? Is dat het doel van de hervorming, of welke timing is er? Hoe snel wilt u daarin gaan?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Claes, het is de bedoeling dat de SINE-hervorming van start gaat op 1 januari 2019. Wat uw andere bijkomende vraag betreft, ben ik afhankelijk van het federale niveau, maar aangezien men daar een grote bereidheid toont om deze problematiek te proberen oplossen, denk ik dat we ook daar 2019 te kunnen halen. Maar ik kan niet vooruitlopen op de zaken, enige voorzichtigheid is hier wel geboden.

Mijnheer Beenders, de studie moet de resultaten van de verschillende financieringsstromen en dergelijke in kaart brengen. Zodra we die resultaten hebben, zullen we natuurlijk ook een impactanalyse maken van de impact op de diverse vormen van ondernemingen om te kijken wie benadeeld wordt, wie bevoordeeld wordt en dergelijke meer, om dat tot een minimum te kunnen herleiden. Maar daar hebben we eerst de resultaten van de studie over de financieringsstromen voor nodig.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

We kijken uit naar die resultaten. Misschien moeten we van deze mogelijkheid gebruik maken om de gedachtewisseling over SINE weer op te pikken en op de agenda te zetten zodat de commissie ook daar een vervolg aan kan breien, want dat is cruciaal in uw verhaal om de gelijkschakeling te realiseren.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.