U bent hier

Commissievergadering

donderdag 27 april 2017, 10.13u

Voorzitter
van Ingeborg De Meulemeester aan minister Hilde Crevits
1746 (2016-2017)
van Jos De Meyer aan minister Hilde Crevits
1768 (2016-2017)
De voorzitter

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Voorzitter, minister, collega's, mijn vraag valt onder het domein spijbelen, maar handelt eigenlijk over twee verschillende zaken, namelijk de Vlaamse spijbelambtenaar en het luxeverzuim.

Om de uitvoering van het Vlaams actieplan te coördineren, in overleg met de lokale initiatieven, werd dit schooljaar een Vlaamse spijbelambtenaar in dienst genomen. De Vlaamse spijbelambtenaar begeleidt, volgt op en evalueert de implementatie van het actieplan. Jaarlijks zal deze rapporteren over de voortgang van de uitvoering van dat plan. De Vlaamse spijbelambtenaar is nu meer dan een half jaar in dienst.

Een bekende vorm van spijbelen is luxeverzuim. Leerlingen blijven dan weg van school om extra vakantie te nemen. Ook deze paasvakantie bleken veel kinderen en jongeren al vervroegd op vakantie te vertrekken. Toch kunnen er ook andere redenen zijn waarom een leerling niet naar school komt in de weken voor en na de vakantieperiodes.

Sinds de registratie van de afwezigheidsgegevens in de databank van Discimus, hebt u een volledig zicht op het aantal geregistreerde problematische afwezigheden in Vlaanderen. Uit het antwoord op een schriftelijke vraag nummer 352 bleek u nog niet over de cijfergegevens te beschikken inzake het aantal B-codes, problematische afwezigheden, in de week voor en de week na de zomervakantie voor het schooljaar 2015-2016 tot en met de krokusvakantie voor het schooljaar 2016-2017.

Minister, welke acties heeft de Vlaamse spijbelambtenaar reeds ondernomen en hoe werden die aangepakt? Zijn er reeds concrete resultaten? Duiken er problemen op?

Het is acht maanden geleden dat het schooljaar 2016-2017 van start ging. Welke evolutie ziet u inzake luxeverzuim voor het schooljaar 2016-2017? Hoe evalueert u dit ten opzichte van voorgaande schooljaren?

Welke bijkomende maatregelen wenst u eventueel te nemen om sterker in te zetten op het tegengaan van luxeverzuim? Zult u het beleid aanpassen zodat eventuele knelpunten verdwijnen?

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, volgens de officiële bepalingen is de paasvakantie 2017 in het Vlaamse onderwijs gestart op maandag 3 april. Op vrijdag 31 maart was het echter al bijzonder druk op de luchthaven van Zaventem, waar op dat moment zelfs al een aparte rij was georganiseerd waarin gezinnen met kinderen konden aanschuiven voor de controle van hun handbagage. De maatregel was blijkbaar nodig omdat reeds heel wat kinderen mee opstapten.

Vrijdag 31 maart was echter een gewone officiële schooldag en geen vrije dag; het gaat dus om onwettige afwezigheden en om spijbelende kinderen. De minister heeft in de media laten weten dat ze dit luxeverzuim niet bagatelliseert, en dat de samenleving dat ook niet mag doen.

We hebben natuurlijk kennis van het actieplan ‘Samen tegen Schooluitval’ en van de gegevens van de Vlaamse spijbelambtenaar.

Minister, is er een toename of afname van het luxeverzuim tijdens de laatste jaren? Sommige scholen vragen zich ook af op welke wijze ze effectief en efficiënt kunnen optreden tegen luxeverzuim. Wenst u enkel een belangrijk signaal van afkeuring te geven tegen het luxeverzuim, of worden er ook bijkomende en specifieke maatregelen overwogen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, spijtig genoeg tonen, de dag voor schoolvakanties, goed gevulde vertrekhallen van luchthavens dat er nog steeds luxeverzuim is. Luxeverzuim is eigenlijk een veel te positieve term, want het gaat hier wel degelijk over problematische afwezigheid, met medeweten van de ouders. Het gaat dus over spijbelen.

Zoals ik elke keer reageer als zulke berichten binnenkomen, moeten ouders die meewerken aan dit spijbelen zich realiseren dat ze hiermee een signaal geven over de waarde van het schoolgaan. Het gaat hier over een gezamenlijke verantwoordelijkheid en spijbelen zal altijd starten met ‘een eerste keer’.

We nemen deze problematiek dan ook mee in het beleid rond spijbelen, een problematiek die we in zijn totaliteit opvolgen in het actieplan Samen tegen Schooluitval dat is goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 26 juni 2015. In augustus 2016 heb ik inderdaad een spijbelambtenaar aangesteld, Sarah Neyts, om de uitvoering van het actieplan te coördineren en op te volgen. Zij gaat natuurlijk niet alle luchthavens bezoeken de dag voor de vakantie start, maar misschien zou dat wel handig zijn.

Ter informatie, dit plan bevat 52 acties. 50 acties hiervan zijn opgestart of gerealiseerd. Ik licht de belangrijkste toe. De eerste gaat over de 5 B-codes. Sinds 1 september 2016 spelen school en centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) korter op de bal bij problematische afwezigheden. De school is verplicht, wanneer een leerling 5 B-codes heeft, contact op te nemen met het CLB. 5 B-codes, dat wil zeggen na 5 halve dagen problematische afwezigheid van de leerling. Tot vóór 1 september 2016 was dat 10 B-codes. Dus, die ene dag spijbelen voor een schoolvakantie levert al 2 B-codes op omdat het over twee halve dagen gaat. Als in het verslag van het CLB staat dat ze vaker moeten interveniëren, kan dat natuurlijk een gevolg zijn van de verstrenging van de regels. Beschouw dit als een positieve zaak, de CLB's beschouwen dit ook als een positieve zaak.

Een tweede actie zijn de netwerken Samen tegen Schooluitval. Sinds 1 september 2016 is er per provincie en voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een netwerk ‘Samen tegen Schooluitval’ aan de slag met telkens één voltijdse medewerker. Deze netwerken hebben in het eerste trimester een brede omgevingsanalyse opgemaakt. Daarop werden de lokale actoren samengebracht om na te gaan hoe die strijd nog kan worden verbeterd.

Een derde actie zijn de Vlaamse krachtlijnen inzake aanpak van de spijbelproblematiek die werden goedgekeurd eind december. In het kader van sporadisch luxeverzuim hoop ik dat scholen en CLB deze krachtlijnen nooit nodig zullen hebben. Schooldirecties en lokale besturen werden in januari 2017 herinnerd aan het bestaan van deze Vlaamse krachtlijnen.

De spijbelproblematiek wordt ook gemonitord om de vinger aan de pols te houden. U weet dat het belangrijke rapport ‘Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?’ zeer interessant materiaal kan opleveren. Het rapport van schooljaar 2015-2016 verwacht ik voor de zomervakantie.

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) heeft sinds het ontstaan van Discimus een overzicht van de afwezigheden van alle leerlingen in het lager en secundair onderwijs. Hierdoor kan mijn administratie nagaan of leerlingen meer problematisch afwezig zijn in de weken voor en na de vakantieperiodes. Maar, het is moeilijk om uit deze gegevens juiste conclusies te trekken over luxeverzuim. Scholen registreren namelijk een B-code, maar bij AgODi kan men niet zien welke reden er achter die B-code schuil gaat: griep, gebroken sleutelbeen dan wel een reis naar Spanje.

We moeten er dus rekening mee houden dat niet elke problematische afwezigheid in de week voor of na een vakantieperiode luxeverzuim is. Het kan net zo goed zijn dat leerlingen ziek waren, maar na een vakantieperiode geen ziektebriefje meer binnenbrengen. Dit leidt tot een verhoging in het aantal geregistreerde problematische afwezigheden, maar dit moet uiteraard worden uitgezuiverd.

Cijfers van het huidige schooljaar analyseren en evalueren moet dan ook altijd met de nodige voorzichtigheid gebeuren. Scholen krijgen namelijk de tijd om de aan- en afwezigheden in Discimus te registeren. We zullen dus in de zomer zien hoe het met de afgesloten gegevens zit, en dan zullen we ook met kennis van zaken kunnen rapporteren.

Ik heb dat briefje dus afgeschaft om de eenvoudige reden dat ik uit de rapportering heb vastgesteld dat de invoering van het briefje geen effect heeft gehad. In het kader van Tarra lijkt het mij een beetje gek dat we mensen verplichten naar de huisarts te gaan als het aantal afwezigheden toch even hoog blijft.

Luxeverzuim zien we als een van de vele vormen van problematische afwezigheid. Sowieso geef ik een signaal van afkeuring. Ik heb het ook nog altijd moeilijk als mensen zeggen, zeker in het secundair onderwijs, dat er geen school is vlak voor de vakantie. Scholen moeten wel hun leerlingen kunnen evalueren. Scholen zijn verplicht om ook een aanbod te doen voor de leerlingen, maar als je wil dat de klassenraden in alle ernst evaluaties kunnen maken, dan heeft dat als gevolg dat er ook wat tijd voor moet worden genomen.

Effectief en efficiënt optreden doen scholen door iedere dag, ook de dagen voor en na schoolvakanties, in een zinvol lesprogramma te voorzien. Daarenboven kunnen scholen preventief communiceren om luxeverzuim te voorkomen door te benoemen welke meerwaarde het is om kinderen ook deze dagen naar school te laten komen.

Ik denk dat de ketenbenadering die we hanteren, door luxeverzuim ook mee op te nemen en het aantal dagen problematische afwezigheid drastisch naar beneden te halen vooraleer het CLB wordt ingeschakeld, eigenlijk de belangrijkste ingreep is die we – wat mij betreft terecht – hebben gedaan om de globale strijd tegen de problematische afwezigheid te voeren.

De voorzitter

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) over de spijbelambtenaar was negatief. De Vlor stelde dat de middelen om het leerrecht te garanderen zo dicht mogelijk bij de leerlingen moesten worden ingezet en vond dat het takenpakket van de spijbelambtenaar niet realistisch was en veel te omvangrijk. U zegt dat er al 50 acties zijn opgestart, sinds augustus. Minister, ik veronderstel dat u nog steeds heil ziet in de aanstelling van de Vlaamse spijbelambtenaar. Die 50 acties moeten wel worden gerealiseerd. U zegt al lachend dat u haar eens naar de luchthaven zult sturen, maar ik denk dat er toch nog wel wat werk op de plank ligt om daar verder aan te werken.

Uit verschillende persartikels bleek dat heel wat ouders helemaal geen graten zien in het luxeverzuim. Ze geven gewoon interviews, er is geen enkel probleem. Ik denk dat luxeverzuim, zoals u zelf ook zegt, echt een vorm van spijbelen is en dat we er moeten op blijven inzetten.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

De minister heeft gelijk dat deze vorm van problematische afwezigheid niet kan en dat hier een zeer grote verantwoordelijkheid bij de ouders ligt. Minister, ik wil u dan ook aanmoedigen om het signaal te blijven geven dat u dit maatschappelijk onverantwoord vindt en niet minimaliseert. Ik vind ook dat we vanuit de commissie Onderwijs blijvend hetzelfde moeten doen. Schoolteams voelen zich soms machteloos bij dit probleem. Het is daarom nuttig dat schoolteams, directies, mensen van het schoolsecretariaat en leerkrachten weten dat we dit vanuit de overheid ten zeerste afkeuren en alle mogelijkheden zoeken om hun in hun strijd – ik gebruik een groot woord – tegen luxeverzuim te ondersteunen.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Ik wil nog even wijzen op de mogelijk grote impact die steden en gemeenten kunnen hebben in deze problematiek. Een aantal steden, bijvoorbeeld Antwerpen, hebben een stedelijke spijbelambtenaar. Vlaanderen heeft nu een Vlaamse spijbelambtenaar. Er zijn ook provinciale netwerken tegen schooluitval.

We hebben daarnet bij een andere vraag gehad over het nut van datadeling en informatiedeling. Ik zou namens nogal wat schepenen van Onderwijs willen zeggen dat een nog veel betere informatiedeling ook met de lokale verantwoordelijken in stadsbesturen, een extra duw kan geven. Ik weet dat heel wat schoolbesturen wat bevreesd zijn om dit soort informatie te delen met het politieke niveau. Ze hebben schrik dat we daarmee de pers zouden zoeken. In een goed afgesproken kader met het recht op privacy voor scholen moet dit echter kunnen. Er zou een soort vertrouwelijkheidsclausule kunnen zijn. Het ontbreken van snelle, accurate informatie is voor nogal wat schepenen van Onderwijs en stadsbesturen die vooruit willen gaan in deze problematiek, een hinderpaal. Ook daar ontstaat er dan Tarra, netto of bruto bij die lokale besturen. Mocht er op dat vlak nog een betere informatiedeling zijn met de steden en gemeenten, kan er een extra bijdrage op dat niveau worden geleverd.

Kathleen Helsen (CD&V)

Ik geloof zelf eerder in een aanpak waarbij scholen ouders overtuigen van het belang om elke dag aanwezig te zijn. Ouders begrijpen niet altijd waarom het belangrijk is om hun kind naar school te sturen. Het is een kracht als scholen aantonen waarom elke dag aanwezig zijn, noodzakelijk is. Het gaat binnen onderwijs niet enkel en alleen over kennisoverdracht, ook alle andere vormen van ontwikkeling zijn cruciaal. Net op die dagen dat de leerkrachten samen een evaluatie maken van kinderen, worden er andere activiteiten georganiseerd dan de pure overdracht van kennis. Die zijn ook belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Als dat kan worden aangetoond, zitten we in een ander kader.

We zitten in een onderwijs waar heel sterk het accent wordt gelegd op kennisoverdracht. Vanuit ouders wordt daar ook heel sterk de aandacht op getrokken. Dat blijkt ook uit gesprekken tussen school en ouders. Het gaat dan vaak over het evalueren van de kennis van leerlingen, terwijl de aandacht voor de andere aspecten in de ontwikkeling zeker zo belangrijk zijn. Daar liggen kansen om dit met de ouders aan te grijpen. Daar zit een grote kracht die onvoldoende wordt benut. Ik vraag u om ook daar de nadruk op te leggen.

Minister Hilde Crevits

Ik heb het gevoel dat we allemaal op een lijn zitten. Dat doet me wel plezier. Iedereen veroordeelt krachtig luxeverzuim en erkent dat dit aanleiding kan geven later tot hardnekkig spijbelen of het niet zo nauw nemen met de regels die gelden in scholen. Verschillende leden hebben ook het belang onderstreept van de waarde van evaluaties en het aanbod dat in die periode op scholen wordt gegeven.

Ik heb uiteraard de taken van de spijbelambtenaar niet naar beneden willen halen, maar elk jaar wordt mij die vraag gesteld naar aanleiding van beelden uit de luchthavens. Mijnheer De Meyer, ik weet niet of u graag van de grond gaat en misschien zelf naar de luchthavens gaat. (Gelach)

Die beelden blijven natuurlijk wel hangen. Dat geeft de indruk dat de helft van de populatie kinderen in Vlaanderen niet naar school gaat. Ik wil erop wijzen dat het overgrote deel van de ouders zeer verantwoord is ten aanzien van hun kinderen en dat luxeverzuim ook veroordeelt. Er zijn er elk jaar die mij kwaad aanschrijven dat ze zo goedkoper op vakantie zouden kunnen gaan en dat ik de schoolvakanties meer moet spreiden. Die argumenten wegen voor mij niet door. Er is voldoende vakantie tijdens het schooljaar waarin mensen hun vakanties kunnen plannen. Als er school is, dan moet je naar school gaan.

Als ik zeg dat we de spijbelambtenaar naar de luchthaven kunnen sturen, dan heeft dat helemaal niets te maken met het in vraag stellen van haar taak. Ik vind de aanstelling van die spijbelambtenaar zeer belangrijk en ik vind dat zij een bijzonder grote toegevoegde waarde heeft om dat lokale niveau te ondersteunen. De beste plaats om het problematische spijbelgedrag aan te pakken, is het niveau zo dicht mogelijk bij de leerling. Dan komen we bij de school en het netwerk rond de school, zijnde de lokale overheid. We zien dat lokale overheden en scholen de handen in elkaar slaan. Voor mij is de spijbelambtenaar de persoon die de provinciale en lokale netwerken kan versterken en zo een brugfunctie kan vervullen naar Vlaanderen.

Mijnheer De Ro, we hebben inderdaad Exceltabellen met problematische afwezigheden op stedelijk en gemeentelijk niveau. Voor mij is het geen enkel probleem om die gegevens te delen. Ik vind dat ook relevant. De vraag is of je gegevens kunt delen op schoolniveau, want die zijn eigendom van de scholen. De gegevens delen op gemeentelijk niveau vind ik geen enkel probleem. Ik wil dat ook vrij snel doen. We kunnen dat eventueel op de website van AgODi zetten, eventueel op een privédeel. Dat kan gemeenten de kans geven om met de lokale netwerken van scholen samen te zitten en de problematiek te evalueren. Ik ben zeker bereid om dat te doen. Ik zal ook vragen aan onze spijbelambtenaar om daar initiatief rond te nemen omdat gemeenten daarmee kunnen worden geholpen. Als we dat zo doen, overschrijden we eigenlijk geen privacygrenzen. Als het gebeurt op een geanonimiseerde basis, dan kan het lokale bestuur daarmee aan de slag.

De voorzitter

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Ik denk dat het een heel goed idee is om de lokale netwerken te versterken, maar ik denk dat dit voor een dame alleen niet eenvoudig is. Ik weet niet hoe ze dit zal aanpakken. Dat zal niet zo eenvoudig zijn als je maar alleen werkt.

Minister Hilde Crevits

We hebben ons actieplan waarvan zij de opvolging moet monitoren. We zullen na het eerste jaar zien wat de efficiëntie is. Als minister vind ik het van belang dat ik een aanspreekpunt heb in mijn administratie als het gaat over spijbelen. Drie jaar geleden heb ik vastgesteld dat als ik informatie wilde, ik bij een aantal mensen terecht moest. Voor mij is het van belang om één contactpunt te hebben. Als hier een debat wordt gevoerd over spijbelen, dan kan ze meekomen naar de commissie. Het is iemand die zich voltijds met deze problematiek bezighoudt en kijkt hoe lokale besturen samen kunnen worden gebracht. Als we het thema belangrijk vinden, dan moeten we ook iemand de verantwoordelijkheid geven. Voor mij heeft die persoon een gezicht. Zij vormt voor mij het aanspreekpunt.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik ben het eens met het aanvullend antwoord van de minister.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.