U bent hier

Commissievergadering

donderdag 27 april 2017, 10.13u

Voorzitter
van Jean-Jacques De Gucht aan minister Hilde Crevits
1743 (2016-2017)
De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, in november vorig jaar waren er in deze commissie verschillende vragen om uitleg over de bevordering van het islamonderwijs. Aanleiding destijds was de berichtgeving in de pers dat de Turkse vertegenwoordiger in de Belgische Moslimexecutieve op de rem zou staan bij de ontwikkeling van een kwaliteitsvolle islamopleiding. Op deze vragen kwam er een bemoedigend antwoord van u. Daarbij maakte u terecht een duidelijk onderscheid tussen de islamopleiding, de imams en de islamleerkrachten. Ik zal voor de duidelijkheid bij de opsomming van de voornaamste elementen die ik heb meegenomen uit het antwoord van 10 november 2016 en mijn vragen op basis hiervan, dan ook deze opsplitsing trachten te handhaven.

Ten eerste, de islamleerkrachten. Wij waren samen met u verheugd dat u erin geslaagd bent een engagementsverklaring te krijgen van de Belgische Moslimexecutieve. Het concreet engagement dat hierin aangegaan wordt, is dat een werkgroep zal onderzoeken welke universiteiten en hogescholen geïnteresseerd zijn om in opleidingen te voorzien voor islamleerkrachten. Hierover zou tegen uiterlijk 31 maart een rapport overgemaakt worden. Tegelijk werd onderschreven dat er werk zou worden gemaakt van de bijscholing en een betere inspectie van de huidige islamleerkrachten.

Ten tweede, de islamopleiding. U gaf aan dat er bijzonder weinig inschrijvingen zijn in de bestaande opleidingen en dat de doelgroep niet bereikt wordt. Zo zouden vooral vrouwen de opleiding volgen hoewel zij niet in staat zijn benoemd te worden tot imam. De stuurgroep zou op zoek gaan naar oplossingen om hieraan tegemoet te komen.

Ten derde, de imams. Ten aanzien van de imams benadrukte u, opnieuw terecht, dat de overheid zich niet te mengen heeft in het theologische opleidingstraject. Wel gaat u op zoek naar een draagvlak om het burgerlijke traject mee uit te tekenen op basis van de kennis die aanwezig is in de universiteiten en hogescholen en in samenwerking met de minister van Inburgering, mevrouw Homans. Denk in dezen maar aan de pilootprojecten NT2 voor imams. Ook hier zouden vorderingen zijn. U sprak onder andere over een brief die vanuit de Moslimexecutieve onder de moslimgemeenschap verspreid zou zijn.

Tot slot legde u ook de link naar de ministers Homans en Geens als gevolg van hun respectieve bevoegdheden bij de erkenning van moskeeën en de verloning van de imams. U zei hierover: “Het is zeker een mogelijkheid om, als er eenmaal zicht is op de rol die de Vlaamse hogescholen en universiteiten kunnen spelen bij de scholing en nascholing van imams, om het volgen van een dergelijke scholing als erkenningsvoorwaarde op te nemen. Dat wordt in nauw overleg met de gemeenschappen besproken door de bevoegde ministers.”

Minister, kunt u aangeven wat de bevindingen zijn van de werkgroep inzake de interesse van hogescholen en universiteiten aangaande het aanbieden van een islamopleiding? Hoe staat het met de aangekondigde initiatieven met betrekking tot een bijscholing van de bestaande islamleerkrachten en een verbeterde inspectie? Zijn er vanuit de stuurgroep intussen aanbevelingen gekomen om de doelgroep, zijnde de (potentiële) imams, beter te bereiken met de islamopleidingen?

Blijken de bevindingen van de werkgroep voldoende bemoedigend opdat een scholing en/of nascholing van imams als een voorwaarde kan worden meegenomen ter erkenning van imams? Is in dezen overleg geweest met de bevoegde ministers Geens en Homans? Indien ja, wat is hiervan het resultaat?

Ik dank u alvast hartelijk voor uw antwoorden.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dat was bijzonder hoffelijk, mijnheer De Gucht.

Ik heb dat zo geleerd.

Minister Hilde Crevits

U bent naar een goede school gegaan.

Ik ben me daarvan bewust.

Minister Hilde Crevits

Met uw zelfvertrouwen zit het ook snor. (Gelach)

Mijnheer De Gucht, u bent terminologisch zeer correct geweest, waarvoor mijn appreciatie. In dit dossier wordt er nogal eens vaak van alles door elkaar gehaald, zeker als het over de opleidingen gaat. Ik stel vast dat u dat niet doet, wat positief is.

U geeft in uw vraag zelf aan dat de overheid zich niet kan mengen met het theologische opleidingstraject van in dezen de islamitische geloofsgemeenschap. Ik merk dat wanneer men spreekt over een imamopleiding, men daar vaak naar verwijst.

We moeten drie zaken onderscheiden. Een imamopleiding betreft de vorming van imams. Dit is de theologische vorming van personen tot imam. In Vlaanderen is er hiertoe vanuit de islamitische geloofsgemeenschap geen gecoördineerd aanbod.

Ten tweede is er de vorming voor imams. Dit is de burgerlijke vorming voor imams die reeds in dienst zijn. De focus ligt hier meer op professionalisering. In dit verband is er het aanbod van Jisr al Amana in samenwerking met de instellingen van de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen (AUHA). Ook de optie islamitische theologie en godsdienstwetenschappen binnen de master wereldreligies aan de KU Leuven zou je als professionaliseringsaanbod voor imams kunnen beschouwen.

Ten derde, en los van het debat rond de imams – maar voor mij ook bijzonder relevant –, is er de vorming van islamleerkrachten die op onze scholen komen.

Uiteraard kan de Moslimexecutieve het initiatief nemen om een deel van hun theologische en/of burgerlijke vorming uit te besteden aan een hogeschool of universiteit. Ook dan zal het curriculum mee bepaald worden door de Moslimexecutieve. Ik heb in het verleden niet onder stoelen of banken gestopt dat ik daar eigenlijk grote fan en grote voorstander van ben. De Moslimexecutieve zou er ook voor kunnen kiezen om een civiel effect te koppelen aan het volgen van een bepaalde opleiding. Voor mij is het van belang om de Moslimexecutieve zo ver te krijgen dat ze een stukje van de theologische vorming hier laten gebeuren. Het gaat dan om een deel van de opleiding tot imam, dus geen professionaliseringstraject.

Tijdens de vergaderingen van de stuurgroep gaven de hogescholen en universiteiten aan zeker hun expertise op het vlak van organisatie en methodologie van het organiseren van opleidingen ter beschikking te willen stellen. De Moslimexecutieve waardeert deze hulp omdat ze hier zelf minder mee vertrouwd is. Vooraleer de hogescholen en universiteiten hun hulp effectief kunnen aanbieden, dient de Moslimexecutieve een beslissing te nemen of men in Vlaanderen – liefst in samenwerking met het hoger onderwijs – een deel of het geheel van de theologische vorming wil organiseren. Dit zou zonder meer een positieve zaak zijn, maar de overheid kan dit niet opleggen.

Indien de Moslimexecutieve beslist in Vlaanderen een imamopleiding te organiseren in samenwerking met het hoger onderwijs, dient men eerst uitsluitsel te hebben over de inhoud van de opleiding. Zoals ik in mijn antwoord op 10 november heb aangegeven, maakt de Moslimexecutieve intern de oefening over de competenties waarover een imam moet beschikken. Deze werkgroep is ondertussen al een paar keer samengekomen. Dit dossier ligt gevoelig. Voor mij is het positief dat men intern naar een draagvlak zoekt om dan vervolgens te kijken of en met welke hogescholen en universiteiten dat zou kunnen.

Ik blijf zeker de moslimgemeenschap oproepen om die uitgestoken hand van ons hoger onderwijs ten volle te grijpen. De maatschappelijke nood aan goed opgeleide en geïntegreerde imams blijft immers groot.

Wat de opleidingen voor imams betreft, werden de pilootprojecten NT2-opleidingen en maatschappelijke oriëntatie voor zittende imams als zeer positief ervaren. Men vraagt om dit aanbod te bestendigen. Ik heb dit met het kabinet van minister Homans bekeken en we hebben het project verlengd tot 31 juli 2017.

Wanneer de imams voldoende kennis hebben van het Nederlands en onze samenleving, behoort een burgerlijke vervolgopleiding aan een hogeschool of universiteit uiteraard veel meer tot de mogelijkheden. De kennis van het Nederlands werd binnen de stuurgroep als belangrijkste oorzaak benoemd waarom het professionaliseringsinitiatief van Jisr al Amana zijn doelpubliek, de imams, niet bereikte. Hierdoor komen we dus tegemoet aan het grootste knelpunt waardoor het professionaliseringstraject tot nu toe zijn doel miste.

We gaan verder in overleg met de Moslimexecutieve over de professionalisering van de imams. Dergelijke opleiding kan volgende elementen bevatten: bijkomende lessen Nederlands, versterken van de kennis over Vlaanderen, een luik burgerschap, de plaats van religie binnen onze gemeenschap, terugkommomenten enzovoort. Maar ook hier is een draagvlak binnen de moslimgemeenschap essentieel om de juiste doelgroep te kunnen bereiken.

De erkenningsvoorwaarden behoren niet tot mijn bevoegdheid als minister van Onderwijs. Ik kan me daar dan ook moeilijk over uitspreken. Het lijkt me echter evident dat jongeren met een moslimachtergrond in de toekomst ook in Vlaanderen een imamopleiding kunnen genieten. Ik ben er een grote voorstander van om in erkende moskeeën met goed geïntegreerde imams te werken. Er vindt op regelmatige basis overleg plaats met minister Homans en met federaal minister van Justitie Geens.

Wat de bijscholing van bestaande leerkrachten betreft, verwijs ik graag naar mijn antwoord op de schriftelijke vraag van Nadia Sminate van 16 februari 2017. Ik heb toen geantwoord dat ik samen met de koepels van het officieel onderwijs en het GO! bekijk hoe we tot afspraken kunnen komen om de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken maximaal te laten participeren aan de bijscholingen. Het gaat hierbij voornamelijk om een praktische aangelegenheid. Leerkrachten levensbeschouwelijke vakken hebben vaak een erg versnipperde lesopdracht waardoor er met verschillende scholen afspraken gemaakt moeten worden, wil een leerkracht een bijscholing volgen.

In de werkgroep interlevensbeschouwelijke dialoog, waar zowel de onderwijsinspectie als de levensbeschouwingen en de onderwijsverstrekkers zetelen, werd afgesproken dat wanneer er belangrijke hervormingen op til zijn binnen een bepaalde levensbeschouwing, bijvoorbeeld een nieuw leerplan, de onderwijsverstrekkers hier tijdig over ingelicht worden. Op die manier kan deze bijscholing ingepast worden in de kalender van de scholen.

In uitvoering van de engagementsverklaring heb ik aan het korps van inspecteurs-adviseurs islamitische godsdienst vanaf het schooljaar 2016-2017 één vte verlof voor bijzondere opdracht toegekend. Deze persoon is gedetacheerd aan de onderwijsinspectie, net om die kwaliteit te bewaken van het islamonderwijs in de officiële scholen. Die toegevoegde kracht zet zich in op het terrein van de adviseursfunctie die de inspecteurs-adviseurs opnemen. Zij – het is een vrouw – kan Vlaanderenbreed ingezet worden voor de didactische ondersteuning van de leraren. Het organiseren van studiedagen, het screenen en moderniseren van het lesmateriaal en het opzetten van een website behoren tot haar taken.

De inzet van de toegevoegde leraar wordt opgevolgd door de drie inspecteurs-adviseurs en de inspecteur-generaal die hiervoor een werkwijze en rapportering afspreken om daarover op de hoogte te worden gehouden.

In uitvoering van de engagementsverklaring brengt de onderwijsinspectie in samenspraak met de levensbeschouwingen de functie-invulling van de inspecteurs-adviseurs in kaart om na te gaan of alle decretale opdrachten nageleefd worden en er geen opdrachten zijn opgenomen die eigenlijk niet door een inspecteur-adviseur opgenomen mogen worden.

Binnenkort vindt opnieuw een overleg plaats. Tegen eind dit schooljaar zal die oefening volledig afgerond zijn. Wanneer er onregelmatigheden vastgesteld worden, zal dit bekeken worden met de erkende instantie.

Daarnaast zal ook tegen het einde van dit schooljaar een sjabloon gemaakt worden zodat alle levensbeschouwingen op dezelfde manier hun jaarverslagen opmaken.

Door deze twee oefeningen zullen we een veel beter zicht krijgen op het reilen en zeilen van de inspectie levensbeschouwelijke vakken. Dat was ook een bijzonder aandachtspunt dat wij enkele maanden geleden hebben vastgesteld.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb nog een paar korte vragen.

Normaal gezien zou u tegen 31 maart een rapport moeten hebben gekregen in verband met de universiteiten en hogescholen. Is dat rapport beschikbaar? Kunnen wij dat inkijken? Het kunnen inkijken van dat rapport is een van de redenen waarom ik deze vraag om uitleg heb ingediend.

Is er vanuit de vertegenwoordiger van Diyanet van de Turkse tak binnen de Moslimexecutieve nog altijd zoveel weerzin tegen een volwaardige imamopleiding in Vlaanderen?

Wat de controle in het onderwijs van de islamleerkrachten betreft, vind ik het heel positief dat daar iemand aan toegevoegd is. Als ik echter hoor wat die persoon allemaal moet doen, wetende hoeveel moslimleerkrachten en hoe weinig inspecteurs er momenteel zijn in Vlaanderen, vraag ik me af of dat wel volstaat. Ik weet dat het al niet eenvoudig was om daar een persoon op te zetten, maar ik vraag u wel om die persoon voldoende te omkaderen. Wat zijn de mogelijkheden, rekening houdend met haar takenpakket?

Wat de imams betreft, is er de theologische en de burgerlijke opleiding. U hebt het ook gehad over de zittende imams en eventueel bijkomende lessen Nederlands. Op welke manier denkt u die mensen daar maximaal toe te kunnen bewegen? Is het mogelijk om een doorstroming te faciliteren? U zegt dat als ze het Nederlands beter beheersen, de kans reëel is dat ze naar de hogeschool gaan voor een extra burgerlijke opleiding islam. Is er een plan voor een betere doorstroming?

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Wat die bijscholingen betreft en de hogescholen die ter zake initiatieven nemen, wil ik mijn bezorgdheid uiten over de leerplannen die daar heersen. Onlangs hadden wij een gesprek met de heer Laroes die al die zaken opvolgt en bij de Moslimexecutieve ingang probeert te vinden voor de imamopleidingen.

De leerplannen gaan over de islamopleidingen voor de leerkrachten, maar blijken nog altijd te worden geïmporteerd vanuit Duitsland die op hun beurt zijn ingevoerd vanuit het Turkse ministerie. Zij worden wel vertaald naar het Vlaams onderwijs, maar daar stopt het dan ook. De heer Laroes pleit ervoor om actie te ondernemen om die leerplannen veel meer te laten inbedden in onze Vlaamse cultuur, terwijl het nu louter gaat over een vertaling van de Turkse visie. Het zou een eerste stap kunnen zijn om van het Vlaamse islamgegeven een begin te kunnen maken en openheid te creëren.

Die bijkomende persoon bij de inspectie is een nieuw gegeven, dat wist ik niet. Tot nu toe wist ik dat de heer Azzouz de enige inspecteur is die het Nederlands machtig is waardoor hij in heel Vlaanderen de verantwoordelijkheid draagt om dit onderwijs te inspecteren. De twee à drie andere personen die bij de inspectie werken, zijn het Nederlands absoluut niet machtig. Ik heb dit uit een moslimbron die de inspectie zou kennen. Ik toets gewoon af of dat inderdaad klopt. Wanneer er effectief maar een persoon is die het Nederlands machtig is, en we hebben het over het functioneel inzetten van controle, dan moeten we misschien eens nadenken of dit wel de goede manier is om die twee à drie mensen die het Nederlands niet machtig zijn als functioneel te beschouwen.

In het kader van de bijscholing van de islamleerkrachten heb ik gehoord dat er afspraken worden gemaakt en initiatieven worden genomen. Op initiatief van mevrouw Heremans en in combinatie met de organisatie Centre Bruxellois d’Action Interculturelle (CBAI) is een samenwerking ontstaan om binnen het GO! een bijscholingsprogramma op te zetten voor alle leerkrachten die nu werkzaam zijn, specifiek over de kenmerken van radicalisering en uiteraard ook over de inhoud. Zal dit ook navolging krijgen in het gemeentelijk onderwijs?

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Mevrouw Krekels, in Vilvoorde werkt de cel radicalisering netoverstijgend en netoverschrijdend. We hebben dat woord gisteren ook al een aantal keren gebruikt. Het heeft absoluut geen zin om de zaken apart te organiseren. Het aanbod, wie het ook organiseert, is voor iedereen.

Minister, u zei dat wordt onderzocht of de inspecteur-adviseurs levensbeschouwelijke vakken taken doen die eventueel niet tot hun takenpakket zouden behoren, maar die ze nu wel uitvoeren. Is die controle voor alle inspecteur-adviseurs, ook voor de katholieke godsdienst en de niet-confessionele zedenleer? Het lijkt me belangrijk dat die mensen tijd krijgen om betere inspecties te doen en dat zij geen taken uitvoeren die niet tot hun takenpakket zouden moeten behoren. Ik ben benieuwd naar het resultaat van dat onderzoek.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik wil de vraag van mevrouw Krekels over die leerplannen nogmaals benadrukken, want dat is de kern waar iets vastzit. Het is niet omdat men iets vertaalt naar het Nederlands dat het ook inhoudelijk en contextueel vertaald is.

Daarnaast is er de kwestie van de kennis van het Nederlands van de islamleerkrachten. We hebben een regelgeving die stelt dat leerkrachten Nederlands moeten kennen op niveau C1. Men kan iemand die dat niveau niet heeft bereikt tijdelijk voor 3 jaar aanstellen. Ook voor de inspectie en de begeleiding hebben we in 2009 een nieuwe nultelling gemaakt. Het is nu 2017, ik neem aan dat de aanstelling van iedereen van begeleiding en inspectie die het Nederlands niet kent op niveau C1, in 2015 is beëindigd. Ik ben benieuwd hoeveel aanstellingen er beëindigd zijn, dan wel hoeveel mensen van inspectie en begeleiding of leerkrachten nu nog aan de slag zijn en nog altijd niet over niveau C1 beschikken. Ik neem aan dat C1 is afgeleverd door een instelling die daartoe gemachtigd is.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Er is een werkgroep samengekomen met de hogescholen om na te gaan of het mogelijk is dat de hogescholen zelf opleidingen verzorgen tot islamleerkracht. De Karel de Groteschool heeft zelf gecommuniceerd dat zij de opleiding tot islamleerkracht zou verzorgen. Voor mij is het heel belangrijk dat dit gebeurt. U hebt zelf aangegeven dat het belangrijk is dat de opleiding kwalitatief is en dat dit gebeurt door mensen die een sterk opleidingstraject hebben gevolgd. Ik verwijs naar de discussie over de vereiste bekwaamheidsbewijzen.

De hogescholen hebben daarbij afgesproken dat er een aanbod zal zijn. Er is overleg met de gemeenschap, maar daar is geen formeel rapport over gemaakt. Het doel is dat iedereen die islamleerkracht wordt een opleiding via de hogeschool kan volgen.

De Thomas Moore Hogeschool en de Arteveldeschool bieden die opleiding ook aan.

Ik ben het er helemaal mee eens dat de leerplannen meer moeten zijn dan een loutere vertaling in het Nederlands, maar de essentie van een leerplan bij levensbeschouwingen is de grondslag van de religie zelf. We zijn volop in overleg met de Moslimexecutieve en met de inspecteur-adviseur die is aangeworven. Mevrouw Krekels en mijnheer Daniëls, ik kan jullie volgen, leerplannen worden inderdaad gemaakt door de onderwijsverstrekkers, maar hier gaat het over levensbeschouwelijke leerplannen. We voeren nu een volgehouden overleg waarbij we mensen samenbrengen en hen proberen te overtuigen van de meerwaarde van islamleerkrachten in scholen wanneer het gaat over een goede integratie van jongeren. Daar wordt volop aan gewerkt.

Wat die vertaling betreft, moeten we de opmerkingen die hier zijn gemaakt eens bekijken.

De inspecteur-adviseur neemt een deel van de adviestaak van de inspectie weg. Wij konden totaal niet meer aan hen toekennen. We moeten nagaan hoeveel leerlingen welke levensbeschouwing volgen en hoeveel eenheden aan inspectie we dan moeten inzetten. We zagen dat er een tekort was bij de islam, en dat tekort hebben we bijgepast. Als we daar nog meer mensen op zetten, moeten we dat ook voor de andere levensbeschouwingen doen. In tijden van besparingen bij de overheid is er geen enkele ratio om er nog meer aan te stellen. Mevrouw Krekels, het gaat om een Limburgse dame die perfect Nederlands spreekt. Van de andere inspecteurs is er een inspecteur die het Nederlands minder goed beheerst, de heer Azzouz spreekt heel goed Nederlands en ook de heer Malik spreekt Nederlands.

Er is heel veel overleg om op het belang te wijzen van de manier waarop zij hun taak vervullen.

Collega De Ro, u vroeg of we dat gaan doen voor iedereen. Uiteraard, als we inspecteurs aanstellen, is het wel de bedoeling dat ze zich concentreren op de taak die ze krijgen. Voor mij is ook die eenduidige rapportering van belang. Ik kan natuurlijk geen rapporten publiek maken die over individuele leerkrachten gaan, maar ik wil wel nagaan of we op een geaggregeerd niveau iets publiek kunnen maken. Hoe transparanter alles is, hoe meer vertrouwen er kan zijn. Samen met de levensbeschouwingen moeten we dus echt zoeken naar een transparante rapportering. Als we al weten dat de eigen rapportering uniform gebeurt, is dat voor mij al een stapje naar een goede samenwerking.

Ik weet niet wie de opmerking maakte over de Turkse tak en het verzet dat er zou zijn om tot een opleiding te komen. Ik hoed mij voor alles wat nu polariserend kan zijn. We zijn op vrij intense basis gesprekken aan het voeren. Ik wil echt iedereen meekrijgen. Het zijn heel delicate kwesties, maar ik heb geen andere weg dan te proberen iedereen mee te krijgen, ook om in een opleidingstraject te stappen.

Wat collega Karin Heremans betreft: heel veel gemeenten organiseren scholingen. Ik heb in het parlement gezegd dat er nieuw leerplan is er collega Sminate zei dat het plan niet werd toegepast. Voor mij is het van belang dat die leerkrachten dan de kans krijgen om de bijscholing te volgen. Iedereen werkt in vaak versnipperde situaties. Wat is onze taak? Er is een nieuw leerplan waarover we samenzitten met de onderwijsverstrekkers. Dat betekent dan dat zij kunnen zorgen dat hun leerkrachten de kans krijgen om naar de bijscholing te gaan. Het zit ‘m vaak in kleine dingen. Als je het niet weet, kan je geen begrip opbrengen voor het feit dat er naar een bijscholing moet worden gegaan. In die zin denk ik dat wat Karin Heremans doet, bijval verdient. Het gebeurt ook op andere plaatsen. Dat is de weg die we moeten volgen om aan integratie te werken. Mensen kunnen ook een beroep doen op ons departement, op onder andere Emilie Le Roi en Khaled. Zij reizen letterlijk Vlaanderen rond om die verbindingen te maken.

Collega Daniëls had een vraag over de taal en het voldoende machtig zijn van de taal door leerkrachten. Vorig schooljaar zijn er bij twee leerkrachten indicaties gevonden dat zij de taal onvoldoende machtig waren. We hebben de indruk dat het echt verbetert, dat de resultaten van enkele jaren geleden een stuk beter zijn. Voor de twee gevallen die wij kennen, is contact opgenomen met de school om hun leerkrachten te contacteren. Ik heb het ook al in de plenaire vergadering gezegd: er is een taalvereiste in onze scholen, de onderwijstaal is Nederlands en dat geldt voor iedereen. Daar wordt dus op toegezien.

Ministers, op verschillende hogescholen kan men die opleiding tot islamleerkracht volgen. Ik ga er vanuit dat het een opleiding van vier jaar is, een bacheloropleiding? Een bacheloropleiding is drie jaar. Als je die doorlooptijd ziet en als je een bijkomende opleiding kunt krijgen, kunnen we dan stellen dat we binnen dit en zes jaar van elke islamleerkrachtt zouden mogen verwachten dat er een bijkomende opleiding is geweest en dat er op dat moment toch een redelijk aantal islamleerkrachten is afgestudeerd van die hogescholen die hun weg naar het onderwijs vinden? Binnen afzienbare tijd zijn er dan echt opgeleide islamleerkrachten in Vlaanderen.

Minister, ik was die man die de vraag gesteld heeft over de Turkse gemeenschap, en dat is niet om te polariseren. De realiteit is dat je volgens mij tot in den treure zult mogen samenzitten met mensen van Diyanet om hen te overtuigen tot een imamopleiding te komen. De realiteit zal zijn dat zij dat nooit zullen toestaan, om de eenvoudige reden dat het een overheidsinstelling is van een – sinds elf dagen – autocratie die het niet noodzakelijk ziet zitten om te luisteren naar wat een Vlaams minister van Onderwijs daarover denkt en die enkel en alleen naar de orders van het Diaynet-bestuur in Turkije gaat luisteren. Ik wil niet de zwartgallige persoon uithangen, maar ik denk dat je op een bepaald moment knopen moet doorhakken en moet zeggen: ‘Als het niet gaat met jullie, zoeken we naar een oplossing, maar er komt een.’ Ik denk dat je dat zult moeten doen als je iedereen op dezelfde lijn wilt krijgen, anders hebben we over 20 jaar nog altijd geen opleiding.

Ik onthoud – en ik vind dat ook positief – dat de islamopleiding tot een punt komt. Zolang we nog altijd levensbeschouwing meegeven op de scholen, is het een positief gegeven dat we dat op een goede manier doen, dat er wordt ingezet op lessen Nederlands en op een betere doorstroming naar de extra burgerlijke opleidingen. Ik hoop dat we de controle op die leerplannen kunnen optimaliseren. En ik hoop dat u mijn advies – en ik weet dat u dat niet zult bevestigen in commissie – ter harte zult nemen. Het is echt niet om te polariseren, maar op een bepaald moment moet je keuzes maken als je wilt landen. Ik weet niet of dat tijdens deze legislatuur gaat gebeuren, maar ik hoop van wel. Ik denk dat u een verbindend persoon kunt zijn. Ik denk alleen niet dat je dat zult bereiken door aan tafel te gaan zitten met mensen die eigenlijk de beslissing niet nemen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.