U bent hier

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) ondersteunt heel wat investeringen in de landbouwsector. Ook voor investeringen met betrekking tot de verbetering van het dierenwelzijn kunnen landbouwers vaak op steun rekenen. Momenteel betaalt het VLIF 30 procent van het investeringsbedrag terug als het gaat over dierenwelzijnsverbeteringen die verder gaan dan het wettelijke minimum. Als het gaat om verbeteringen die wettelijk vastgelegd zijn, dan betaalt het VLIF nog 15 procent terug. Bedrijven kunnen maximaal voor twee investeringen per jaar steun aanvragen voor een maximumbedrag van 1 miljoen euro.

In uw antwoord op mijn schriftelijke vraag van 27 januari 2017 gaf u aan dat afleidingsmateriaal vaak afbreekbaar of kauwbaar is en bijgevolg per definitie geen subsidieerbaar investeringsgoed is. Roerend materiaal moet volgens de VLIF-regelgeving een duurzaamheid hebben van vijf jaar om in aanmerking te komen voor steun. Veel stalverrijkings- en afleidingsmateriaal heeft echter geen duurzaamheid van vijf jaar. Een goed voorbeeld hiervan zijn de maatregelen die varkenshouders kunnen nemen om staartbijten tegen te gaan. Stalverrijking speelt hierin een essentiële rol. Verrijkingsmaterialen gaan van wroetmateriaal, zoals stro, tot kettingen en zelfs ‘speelgoed’ zoals de varkensspeelbal. Al deze investeringen worden vandaag niet gesubsidieerd, hoewel ze bevorderlijk zijn voor het dierenwelzijn, zeker als je ze bekijkt als alternatief voor staartcouperen. Goed afleidingsmateriaal is eetbaar, geurig, kauwbaar, vervormbaar of afbreekbaar, en bijgevolg niet duurzaam.

Worden momenteel alle bestaande initiatieven die het dierenwelzijn verbeteren en duurzamer zijn dan vijf jaar, gesubsidieerd door het VLIF?

Verbeteringswerken voor dierenwelzijn hoeven niet per se duur te zijn. Denkt u er daarom over om voor goedkopere dierenwelzijnsmaatregelen, zoals stalverrijking, de limiet van twee investeringen per jaar te laten vallen?

Overweegt u afleidingsmateriaal als een aparte categorie in het VLIF in te voeren, met daarbij dan een uitzondering op de regeling inzake de vijfjarige duurzaamheid?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, momenteel subsidieert het VLIF alle gekende duurzame investeringstypes. Het is belangrijk dat het geen statische lijst betreft. Indien een nieuwe innovatie of techniek verschijnt of indien nieuwe fabrikanten of installateurs opduiken, staan onze diensten er steeds in sterke mate voor open hierop in te gaan.

Wat de aanvraagmogelijkheden betreft, blijft de regelgeving beperkt tot maximaal twee aanvragen bij het VLIF per kalenderjaar. De praktijk toont aan dat deze aanpak goed werkt. Het VLIF ondersteunt projectmatige bedrijfsinvesteringen met een duurzaam karakter en van een bepaalde omvang. De realiteit is dat de landbouwbedrijven hun investeringsprojecten over de jaren heen spreiden en bijgevolg haast nooit meer dan twee verschillende investeringsprojecten in eenzelfde kalenderjaar starten. Ook met betrekking tot de additieve verwerking zou een versnippering in plaats van de huidige clustering voor problemen kunnen zorgen. Op die manier is het efficiënt voor iedereen.

Het VLIF subsidieert duurzame investeringsprojecten en geen eenmalige of periode aankopen van, bijvoorbeeld, onderhoudsmateriaal of materiaal dat snel degradeert. Dit geldt over heel de lijn. Ook de variabele kosten voor plastic om kuilvoeder af te dekken, komen niet in aanmerking.

De regel inzake de vijfjarige duurzaamheid vindt zijn oorsprong in de Europese regelgeving. De subsidiabele investeringen hebben betrekking op goederen die worden verworden, die aan een veeleer beperkte technologische veroudering onderhevig zijn en die boekhoudkundig over een periode van vijf tot vijftien jaar kunnen worden afgeschreven.

We mogen niet over het hoofd zien dat het VLIF met deze investeringssteun uitvoering geeft aan de tweede pijler van het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid. We moeten dan ook binnen dat kader blijven werken. Wat de GLB-controles betreft, schrijft de EU voor dat tijdens de periode van vijf jaar na de betaaldatum aan de hand van steekproeven opvolgingscontroles moeten worden verricht. Die controles moeten garanderen dat het duurzaam investeringsproject effectief is uitgevoerd en tijdens de volledige periode is behouden.

Dit illustreert dat het gaat om duurzame investeringsprojecten en niet om eetbaar, kauwbaar of afbreekbaar materiaal dat snel verdwijnt of snel aan vervanging toe is. Dat zijn veeleer losse aankopen van materiaal en bijgevolg geen investeringsprojecten.

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb nog een concrete bijkomende vraag over zaken als, bijvoorbeeld, de koematrassen. Ik heb u een schriftelijke vraag gesteld. In uw antwoord hebt u verklaard dat de koematrassen niet als een stalverrijking worden beschouwd. De vraag is dan of het VLIF dit al dan niet subsidieert. Volgens mij gaan die voorwerpen wel degelijk langere tijd mee. Het is geen stalverrijking, maar het dierenwelzijn gaat verder dan enkel de stalverrijking. Volgens mij kan de stalinfrastructuur een weerslag op het dierenwelzijn hebben.

Onlangs heb ik de Thomas More Hogeschool bezocht voor een voorstelling van een onderzoek naar staltechnieken voor varkens. Ik heb daar gezien dat een andere constellatie van de stal vluchtroutes bood voor bepaalde varkens die door de andere varkens worden gepest. Het gevolg was dat er veel minder onderlinge agressiviteit tussen die dieren was.

Volgens u is dit geen afleidingsmateriaal. Ik veronderstel en hoop echter dat het VLIF toch ondersteuning kan bieden voor dergelijke technieken, voor die matten en voor stalaanpassingen. Indien ik het goed begrepen, zijn in dat geval echter geen normen opgelegd. Het VLIF subsidieert nog steeds stallen. Inzake het dierenwelzijn zijn er volgens mij echter zeer weinig tot geen normen.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Engelbosch, het klopt dat op het vlak van het dierenwelzijn niet echt normen worden opgelegd. Dat is niet de intentie van het VLIF. U hebt naar de duurzame investeringen verwijst. Indien die investeringen betrekking op het dierenwelzijn hebben en onder de duurzaamheidsdefinitie vallen, zal het VLIF ze wel subsidiëren. Indien een stal wordt gesubsidieerd, klopt het echter dat hier geen specifieke eisen aan worden gekoppeld op het vlak van het dierenwelzijn.

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, dat is net wat ik problematisch vind. We subsidiëren vanuit het VLIF stallen, maar we vinden het blijkbaar niet nodig eisen te stellen of normen inzake het dierenwelzijn op te leggen. Ik vind dat problematisch.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.