U bent hier

Commissievergadering

woensdag 19 april 2017, 10.15u

Voorzitter
van Francesco Vanderjeugd aan minister Joke Schauvliege
1836 (2016-2017)
De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Uit een bevraging die er kwam op uw initiatief inzake de crisis in de varkenshouderij, blijkt dat 28 procent van de 1171 deelnemende varkenshouders te kennen geven uit het beroep te willen stappen. Een groot aantal andere varkenshouders heeft zijn bedrijf al verkocht aan veevoederleveranciers en werkt sindsdien in loondienst, maar dat wordt niet ervaren als een ideale oplossing.

In eerste instantie is er afkeuring door bepaalde collega’s die dit geen goede zaak voor de sector vinden en het zichzelf zeker niet zouden zien doen. Maar belangrijker is het feit dat de meeste varkenshouders ook zware schulden hebben. Die schulden vereffenen ze niet zomaar door het bedrijf te verkopen en in loondienst te gaan werken. Dat is een heel belangrijk element in dezen.

Minister, uit de enquête blijkt nog dat een op de drie varkensboeren de toekomst van het eigen bedrijf en die van de sector in het algemeen wat somber inzien. De helft vindt dat de varkensstapel in Vlaanderen te groot is en dat onrendabele bedrijven de sector moeten verlaten. 28 procent wil er ook effectief uitstappen, maar kan dat niet vanwege de schulden bij banken en bij diverse veevoederleveranciers.

Inmiddels gaat het iets beter in de varkenshouderij. De prijzen zijn sinds de tweede helft van vorig jaar gestegen. Maar de crisis heeft meer dan zeven jaar geduurd – het gezegde zegt zeven magere jaren, zeven vette, en ik hoop dat dat ook het geval is voor de sector – waardoor de schulden zich in vele bedrijven hebben opgestapeld. Met de antwoorden op deze enquête wordt duidelijk dat het beleid nog werk voor de boeg heeft om de varkenshouderij opnieuw structureel gezond te krijgen.

Intussen weet ik dat de resultaten en de bevindingen van de enquête op internet terug te vinden zijn. Dat was toen ik deze vraag indiende nog niet helemaal duidelijk.

Minister, hoe schat u dit hoge aantal varkenshouders in dat aangeeft te willen stoppen met hun bedrijf, maar dat niet kan wegens de hoge schuldenberg?

Hebt u al aangegeven voorlopig niet te denken aan een warme sanering of een verbod om de varkensstapel nog verder uit te breiden? Aan welke maatregelen denkt u dan wel om varkenshouders die het willen de gelegenheid te geven om te stoppen met hun bedrijf zodat het beheer van hun schuldenberg draaglijk zou worden?

Zult u op Europees niveau eventueel de warme sanering van de varkenshouderij ter sprake brengen? Hierover hebben we het al vaak gehad.

Welke andere resultaten zijn nog gebleken uit de enquête? Welke concrete opvolging wilt u geven aan deze enquête?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Vanderjeugd, het signaal dat 28 procent van de Vlaamse varkensboeren zegt te willen stoppen, is uiteraard duidelijk aangekomen.

Het rapport waarnaar wordt verwezen, is een eerste algemene verwerking van de resultaten. We gaan de resultaten nu dieper analyseren, per bedrijfstak. Het is heel belangrijk om te weten welke bedrijven, welk type, welk soort bedrijven, dit aangeven. Dat zal dan ook verder worden besproken met alle andere actoren. 

Laten we niet vergeten dat varkensboeren die in de problemen zitten ook vandaag al een beroep kunnen doen op begeleiding. Ik verwijs naar de vzw Boeren op een Kruispunt die dat echt op bedrijfsniveau, op maat van een bedrijf, doen. Vaak kan dat ook een doorstart zijn, bijvoorbeeld in dezelfde of een andere tak. In een aantal gevallen kan dit stoppen betekenen.

Het is niet omdat boeren een hoge schuldenberg hebben dat ze sowieso moeten stoppen. Dat hangt allemaal af van wat de specifieke situatie is. 

Voor mij is een warme sanering geen optie. Daarover hebben we het hier al vaak gehad. Waarom geloof ik daar niet in? Als wij op Belgisch of Vlaams niveau – een nog kleinere schaal – van overheidswege productiebeperkende maatregelen opleggen, zal dat geen effect hebben. Het is niet zinvol omdat we ons in een eengemaakte Europese markt bevinden. De ruimte die op die manier vrijkomt, zal direct worden ingenomen door een buitenlandse productiestijging. Marktaandeel verliezen gaat veel sneller dan het nadien ook weer terugwinnen. Het is belangrijk om het actuele Vlaamse marktaandeel te behouden, gezien onze productie op het vlak van kwaliteit, voedselveiligheid en milieu-efficiëntie.

Sommigen vinden dat er op basis van de enquêteresultaten een bestuurlijke reflex zou moeten ontstaan om de Vlaamse varkenssector te beteugelen met nieuwe of aangescherpte regels, bijvoorbeeld op het vlak van gesaneerde dieraantallen.

Ik vind dat geen goed idee. In tegenstelling tot de meeste lidstaten hebben we vandaag in Vlaanderen al een heel uniek systeem van nutriëntenemissierechten. Wie meer varkens wil gaan houden, moet vandaag al emissierechten van een andere landbouwer kopen, of moet de mest verwerken die hij niet kan plaatsen op landbouwgrond. Ik geloof er niet in dat de varkensmarkt ‘maakbaar’ is door de overheid, of dat de overheid voor betere prijzen kan zorgen voor de varkenshouders die het moeilijk hebben.

Ik geloof er echter wel sterk in dat de varkenshouders zich, naar analogie van de fruit- en groenteboeren, beter moeten organiseren en het veelal heersende individualisme moeten overstijgen. Ik geloof daarbij in de producentenorganisaties om dat op die manier sterker te maken.

Zonder samenwerking in de keten is het ieder voor zich en hebben de economische wetmatigheden het voor het zeggen, en op termijn overleven de sterksten. Dat is voor de familiale varkensbedrijven niet anders dan voor familiale kruideniers, bakkers of elektronicazaken, die als geïsoleerde individuen ook moeilijk kunnen concurreren met grotere distributieketens of met de e-commerce. Samenwerken en zich onderling organiseren is dus de boodschap. In deze sector kan dat met die producentenorganisaties. Maar ik ga niet mee in het verhaal van gereguleerde begrenzingen of overheidsbeperkingen.

Wat betreft de andere resultaten van de enquête verwijs ik u naar het rapport dat integraal op de website staat. Het is weinig zinvol om dat hier allemaal te overlopen.

Zoals ik daarnet al zei, is dit een eerste algemeen rapport. We zullen dat verder concretiseren en verfijnen en op basis daarvan verder in gesprek gaan met de sector.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Ik dank u voor uw duidelijk antwoord, minister. U geeft bepaalde aspecten aan die zeer belangrijk kunnen zijn. Ik snap dat u de resultaten van de enquête nog verder zult uitdiepen. We zullen dit dan ook verder mee opvolgen.

We kunnen moeilijk álle elementen opnoemen, maar een heel belangrijk element, heel specifiek, dat blijkt uit de enquête is dat de varkenshouders – een groot deel ervan – niet echt rekening houden met de marktinformatie die ze ter beschikking krijgen. 41 procent houdt zijn productie aan, ook al weten ze dat er slechtere marktprijsvooruitzichten zijn. Misschien is dat ook een heel belangrijk element. Het zou toch logisch zijn, als men weet dat de prijzen dalen, zou men toch de productie moeten aanpassen? Dat is natuurlijk geen evidentie voor alle bedrijven om dat zomaar te doen. Misschien is dat wel een element waar we rond kunnen sensibiliseren, zodat men beter met die marktinformatie leert omgaan. Het is maar één element, er zullen in de toekomst nog wel andere elementen aan bod komen. Misschien kunnen we daar dieper op ingaan vandaag.

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Ik wil me heel graag aansluiten bij de vraag van de heer Vanderjeugd.

Ik was eigenlijk niet zo verwonderd over de uitslag van dit verhaal. We zeggen altijd: de varkensboeren zitten al decennialang – helaas – in de problemen. We hebben de massaproductie. We hebben al vaak aangehaald dat we naar de niches moeten overstappen, naar de korte keten en de bioproductie. Dat zijn de sectoren binnen de varkenssector waar vandaag de problemen minder groot zijn en die we eigenlijk veel minder horen. Dat is de weg die we moeten blijven bewandelen. Ik volg u ter zake, minister: de producentenorganisaties kunnen daarin een grote rol spelen. Samen staan ze sterker en kunnen ze zich focussen en richten op die niches. Zo kunnen ze afstappen van die massaproductie die men overal kan vinden. Dat is de manier om uit de malaise te geraken binnen de varkenssector.

Die producentenorganisaties binnen de varkenssector, zijn die er? Is er dat één? Zijn er dat meerdere? Hoe werken ze precies? Kunt u daaromtrent wat meer duiding geven? Hoe is dat precies georganiseerd binnen de varkenssector?

Hoe strookt heel dit verhaal met het beleid Ruimtelijke Ordening? We zeggen altijd dat er ruimte moet zijn voor landbouw. Daar ben ik het voor alle duidelijkheid helemaal mee eens. We zien landbouwbedrijven in agrarisch gebied, wat vrij logisch is natuurlijk. De vierkantshoeves zijn vandaag problematisch. Men tracht deze vaak om te vormen naar appartementen of woningen. We moeten durven stellen dat we al geruime tijd in een nieuwe realiteit verkeren. Het landbouwareaal zal stilaan afnemen. We zien dat nu de varkensboeren in de problemen komen. Stemt u uw ruimtelijk beleid daarop af? Of doet u gewoon wat de intentie was inzake Ruimtelijke Ordening?

Ik heb ook nog een concrete vraag over het VLIF. Als bedrijven die dat aanvragen, VLIF-steun krijgen, wordt er dan rekening gehouden met de financiële situatie en capaciteit van het bedrijf op dat moment? Of wordt dat niet bekeken? Er zijn boeren die willen stoppen, er zijn er die hun bedrijf willen uitbreiden en andere willen in loondienst gaan werken. Wordt de situatie in dat bedrijf dan afgetoetst voor er VLIF-steun wordt gegeven?

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik ga niet opnieuw de discussie voeren over de doeltreffendheid van de warme sanering. U hebt zich daar terecht over uitgesproken, en ik deel uw standpunt ter zake. Maar ik krijg het signaal naar aanleiding van het rapport van mensen die bedrijven begeleiden, dat het voor sommige bedrijven, niet voor allemaal, goed zou zijn dat ze saneren door te desinvesteren zodat ze minder afhankelijk worden van de banken. Uiteraard zijn het de bedrijfsleiders die deze beslissing moeten nemen. Maar het zou goed zijn mocht het beleid dat makkelijker bespreekbaar maken, want soms spelen er vooroordelen mee. Mocht het beleid zich daar duidelijker over uitspreken, dat dit een mogelijkheid kan zijn voor sommige bedrijven, dan zouden die bedrijfsleiders gemakkelijker deze weg kiezen.

De marktinfo is een belangrijk aspect. Als ondernemer moet je niet alleen met de dieren maar ook met de cijfers bezig zijn. Intussen is er één producentenvereniging opgericht. Ik was aanwezig op de algemene vergadering en heb gezien dat een van hun grootste prioriteiten is de marktinformatie gericht naar de varkensboeren te brengen. Dat werkt. Wat dat betreft, was daar een positieve ‘vibe’ voelbaar: mensen trekken elkaar mee, leren van elkaar. U vermeldde daarnet de mogelijkheid om te desinvesteren. In dat verband wil ik ook verwijzen naar KRATOS: als bedrijven een onafhankelijk advies willen, kunnen ze daarop een beroep doen, ze moeten daarvoor niet altijd naar hun bank of naar de voederleverancier, die hen vaak al in een bepaalde richting duwen.

Wat ruimtelijke ordening betreft, gaat de Vlaamse Regering in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen voor een ‘ontharding’ in het agrarisch gebied. Dat staat heel expliciet in het witboek. Dat is gebaseerd op het feit dat er inderdaad een evolutie aan de gang is. We houden daar rekening mee. Het is wel zo dat het areaal van varkensboeren eigenlijk vrij beperkt is. Ze hebben niet veel grond nodig. Ze hebben enkel stallen.

Bij de beslissing over het al of niet toekennen van de VLIF-steun is de financiële situatie van het bedrijf een van de elementen die mee in overweging worden genomen.

In verband met de vraag naar mogelijke desinvestering verwijs ik ook naar ‘Boeren op een kruispunt’, die over heel wat expertise beschikken.

Ik ben geen voorstander van een warme sanering en ik heb ook al aangegeven waarom niet: het is volgens mij geen oplossing voor de markt en ook niet voor de varkensboeren. Ik kan me wel voorstellen dat als je aan individuele varkensboeren, die net uit een zware crisis komen, vraagt of ze zouden ingaan op een voorstel om te stoppen wanneer de overheid hun daar geld voor geeft, dat ze daar ‘ja’ op antwoorden. Dat zou ik zelf ook doen en ik heb daar alle begrip voor. Het is een logisch antwoord, maar zo gaan we die sector niet structureel gezonder maken, om de redenen die ik daarnet heb aangegeven.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, er zijn op dit moment heel wat tools voorhanden, maar we moeten ze op de juiste manier en zo goed mogelijk tot bij de betrokken sector brengen. Als die vraag zo gesteld wordt, zou het inderdaad onlogisch zijn om daar niet op die manier op te reageren. Het gaat vaak om familiebedrijven, die al generaties lang meegaan en met trots opgebouwd zijn. Maar met trots alleen betaal je de rekeningen niet.

Minister, ik vraag u telkens weer of u de warme sanering zult bepleiten op Europees niveau, omdat ik niet wil dat er plots een position switch zou komen. Ik ben het namelijk met u eens: het is niet zinvol om de productie hier af te bouwen en ze vanuit andere landen weer te importeren. Samen met mijn collega’s in deze commissie kijk ik uit naar het vervolg van de resultaten van die enquête. We houden dat nauwlettend in het oog. Het is belangrijk om blijvend de vinger aan de pols te houden om te weten hoe we het beleid zo correct en zo kordaat mogelijk kunnen bijsturen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.