U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Agro-ecologie wordt steeds meer erkend als een alternatief in de zoektocht naar een duurzamere landbouwproductie. Het staat dan ook in het regeerakkoord dat we zullen inzetten op agro-ecologische innovatie. Ook het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) is met het thema bezig. Omdat agro-ecologie heel specifieke kennis en vaardigheden vergt, is educatie van belang als hefboom om een bredere toepassing van agro-ecologie te verwezenlijken in de Vlaamse landbouw.

Het departement LNE gaf dan ook aan het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) opdracht om een studie uit te voeren naar de mate waarin toekomstige en bestaande landbouwers in contact komen met agro-ecologie. De studie loopt volgens de site van het ILVO nog tot na de paasvakantie. Opzet van het onderzoek was na te gaan welke competenties men dient te ontwikkelen om agro-ecologie toe te passen in de praktijk. Dit werd gematcht aan het huidige educatieve aanbod, waarbij tekortkomingen en kansen inzake educatie worden geïdentificeerd. Het onderzoeksopzet vertrok vanuit de onduidelijkheid of agro-ecologie als alternatief wordt aangeboden aan landbouwers en toekomstige landbouwers en, zo ja, op welke manier. Het doel van de studie was aanbevelingen te doen voor het beleid.

Op 22 februari was er al een slotevenement in Gent, waar resultaten en beleidsaanbevelingen publiek werden gemaakt. Ook VILT berichtte uitgebreid over de voorlopige conclusies van het onderzoek. De focus ligt op educatie en bijgevolg situeren veel beleidsaanbevelingen zich in dat kader. “Maar ook de overheid moet een langetermijnvisie ontwikkelen op agro-ecologie en daarbij concrete doelstellingen formuleren. Er moet een optimale mix van beleidsinstrumenten worden ingezet om de agro-ecologie ingang te doen vinden.” Zo stelt professor Bernard Mazijn van de UGent op VILT.

Minister, welke plaats heeft de agro-ecologische praktijk vandaag in uw landbouwbeleid en in de landbouwcurricula? Op welke manier zult u rekening houden met de aanbevelingen voor alle vormen van  landbouwonderwijs en -vorming? Zult u daarover samenzitten met minister Crevits? Wat zijn de ambities van de overheid inzake het stimuleren van agro-ecologisch produceren?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Joosen, wat de overheidsambities op het vlak van agro-ecologie betreft, is het goed te stellen dat er eigenlijk geen eenduidige definitie of manier is om agro-ecologie te definiëren, en hetzelfde geldt voor de agro-ecologische bedrijven. Het ILVO concludeert dat agro-ecologie een onbekend en moeilijk te vatten begrip is. De contextspecificiteit voor de invulling van agro-ecologie maakt dat veel diverse praktijken agro-ecologie kunnen worden genoemd. Het gaat om een systeembenadering.

Binnen het Europese en Vlaamse landbouwbeleid worden al verschillende vormen van duurzame land- en tuinbouw ondersteund, ongeacht of het gaat om gangbare landbouw, biologische landbouw, agro-ecologie dan wel stadslandbouw. Ik heb hier al een paar keer gezegd dat wij alle landbouw ondersteunen, en dat alle vormen voor ons belangrijk zijn. Wij maken geen onderscheiden. Het beleid voert geen categorieën in die meer of minder worden ondersteund. We maken in principe abstractie van de keuze die de boer of de boerin maakt voor het model dat ze willen hanteren, en wij zorgen ervoor dat iedereen op gelijke manier kan worden ondersteund.

De conclusie van alles wat de voorbije maanden is verschenen over de biolandbouw of de gangbare landbouw, is dat niet alles zo zwart-wit is. Ik heb dat al eens geantwoord op een vraag van de heer Vanderjeugd. Eigenlijk moet alle landbouw duurzaam zijn. Laat ons daar eerlijk over zijn. Dat is het streefdoel dat we allemaal hebben. Maar er zit natuurlijk wel verschil op de manier waarop men die duurzaamheid hanteert of bereikt. Daar ligt de keuzevrijheid van het type bedrijfsvoering. Voor mij is het natuurlijk essentieel dat alle voedsel veilig en goed is voor de burger.

De verscheidenheid in verduurzamende landbouwvormen is iets wat we ondersteunen, om ervoor te zorgen dat niet alles eenheidsworst is en dat de consument keuzes kan maken.

We ondersteunen vandaag de biologische landbouw. Die gaat ook meer uit van een holistische benadering van landbouw, een benadering die ook de agro-ecologie hanteert. Naast de brede waaier aan ondersteuningsmaatregelen zijn er ook nog andere steunmaatregelen gericht op de holistische benadering, bijvoorbeeld de aanplantsubsidie voor boslandbouwsystemen, en de verschillende agromilieu- en klimaatmaatregelen die we aanbieden aan de landbouwers.

De plaats van de agro-ecologische praktijk in de landbouwcurricula, dus in de leerplannen, is een onderdeel van de studie van ILVO waarnaar u verwijst. Er werd een steekproef genomen bij drie secundaire scholen, twee hogescholen, twee universiteiten en twee educatiecentra. De resultaten daarvan zijn opgenomen in het eindrapport dat ILVO aan het finaliseren is. Het is dus nog even afwachten tot men daarmee rond is. Zodra de resultaten er zijn, zullen deze samen met de beleidsaanbevelingen op het vlak van Onderwijs kunnen worden bezorgd aan mijn collega bevoegd voor het onderwijs.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw uitgebreide antwoord.

Een goed bestuur kijkt in principe verder vooruit en heeft een visie op de toekomst. Mijn fractie is ervan overtuigd dat een duurzamer landbouw- en voedingssysteem de toekomst is. Het is van zeer groot belang dat we daarom ten gronde gaan nadenken over hoe we de agro-ecologie kunnen ondersteunen en er een draagvlak voor kunnen creëren bij onze Vlaamse land- en tuinbouwers. Via educatie en ook andere beleidsinstrumenten kan dat. We zijn dus alleszins zeer blij met deze studie en met de resultaten die nu worden gepresenteerd. Wij zullen blijven ijveren voor ambitieuze ambities en doelstellingen.

Maar er is natuurlijk ook de consument in dit verhaal. Het onderzoek geeft aan dat ook daar de educatie belangrijk is, over landbouw en voedingssystemen. Dat zou moeten worden meegenomen in alle lagere en secundaire scholen. Maar ik heb begrepen dat, zodra de resultaten er zijn, minister Crevits die zal krijgen en dat er dan in overleg kan worden getreden.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Minister, in uw antwoord gebruikt u tweemaal het woord ‘holistisch’. Dan weet je dat het bij benadering is. Ik neem u dat niet kwalijk. Als je niet meer goed weet hoe je iets moet definiëren, gebruik dan het woord ‘holistisch’. Dan ben je eruit. Niemand weet toch wat dat betekent.

Er was een tijd waarin wijlen mijn goede collega André Denys, ikzelf en tienduizenden anderen in Gent manifesteerden tegen mevrouw Dua. Misschien was u daarbij. Het was ongeveer vijftien jaar geleden. Het ging toen in zekere zin om landbouw tegen milieu. Sindsdien is er gelukkig heel veel overeenstemming gekomen. Ik verwijs naar een aantal concepten die u aanhaalde, zoals stadslandbouw, biolandbouw, intensieve landbouw en extensieve landbouw die bestaat in Vlaanderen. Ik beken dat ik niet goed weet wat het is. Ik ben ook nieuwsgierig om dit concept van naderbij te bekijken.

Wat mij wel intrigeert, is dat dat concept ook zou worden onderwezen in de scholen en vormingen, waar landbouwingenieurs en landbouwers worden opgeleid. Ik geloof daar echt in. Men zou moeten benadrukken dat er niet per definitie een antinomie zou moeten zijn tussen landbouw en ecologie. Dat vind ik belangrijk. Misschien kunnen de landbouwers opdrachten vervullen door het land op gepaste wijze te bewerken en door de middelen die zij of de maatschappij aanbrengen om het geheel, het beperkt patrimonium van open ruimtes dat we nog hebben, optimaal te verzekeren en ecologisch te benaderen. Zo kan er een samenwerking en aanvulling komen tussen de ene en de andere.

Voorzitter, op een dag zullen we misschien gemeenschappelijke defilés houden in Gent, niet tégen minister Schauvliege, maar mét minister Schauvliege, omdat zij in haar eigen persoon, zoals de ‘Heilige Tweevuldigheid’, landbouw en milieu moet verzoenen.

Jos De Meyer (CD&V)

Collega’s, naar aanleiding van deze vraag zou ik graag een suggestie doen. Voor onze fractie is duurzame landbouw uiteraard een bijzonder belangrijk thema. Ik denk dat dat voor alle fracties zo is.

Minister, zou het mogelijk zinvol zijn dat, op uw initiatief, jaarlijks met het veld – ik denk dan aan de administratie Landbouw, maar ook het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en andere instanties – een studienamiddag of studiedag zou worden georganiseerd voor het onderwijsveld, de hogescholen die agrarisch onderwijs aanbieden, de land- en tuinbouwscholen in de diverse koepels, rond de nieuwe inzichten die er zijn op het vlak van duurzame land- en tuinbouw. Mogelijk kan dat dan in samenwerking met het ministerie van Landbouw. Ik wilde u deze concrete suggestie graag meegeven naar aanleiding van deze vraag.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, er is veel, maar misschien ook weinig, gezegd. De vraag naar de holistische aanpak zat ook in de vraag verweven.

Uiteraard is het voor mij een goede suggestie om daar jaarlijks wat meer aandacht aan te besteden en een studiedag te organiseren. Ik neem die suggestie zeker ter harte.

Maar ik blijf er wel bij dat we moeten opletten dat we niet naar een landbouwpraktijk met twee snelheden gaan, waarbij we een groep achterlaten en zeggen: ‘Jullie moeten niet duurzaam zijn’ en waar er een andere groep is die vooroploopt en zegt: ‘Wij zijn de duurzame landbouw.’

Ik herhaal dat het voor mij van belang is dat alle landbouw en ook alle producten die daaruit voortkomen, duurzaam zijn en ook gezond en goed voor de consument. Daarom draait het. Dat moeten we blijven benadrukken. We moeten de koplopers ondersteunen, en dat doen we ook. Maar tegelijk moeten we diegenen die eerder kiezen voor de traditionele landbouw, blijven begeleiden en ondersteunen op vlak van vragen die ze hebben. We moeten hen blijven laten vernieuwen en hen kennis laten maken met de nieuwe mogelijkheden die er zijn.

Ik vind het positief dat er een brede waaier is. We zeggen vanuit Landbouw altijd: ‘Eenheidsworst, iedereen hetzelfde, dat werkt niet in het marktmodel dat we kennen.’ Het is dus goed dat er kan worden gedifferentieerd en dat er bepaalde niches zijn. Het is inderdaad heel belangrijk dat de consumenten goed weten hoe en wat. Die informatie moet op een correctie manier terechtkomen bij de consument. De studiedag kan zowel voor diegenen die initiatief willen nemen als voor het ruime veld en de consument van belang zijn.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Ik sluit graag aan bij uw constructief voorstel dat een meerwaarde zou kunnen betekenen. Wordt zeker vervolgd.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.