U bent hier

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Voorzitter, minister, collega’s, het verhaal van Tielt en de undercoverreportage van Animal Rights heeft de voorbije weken heel Vlaanderen in de ban van het dierenwelzijn gebracht. Het is wellicht niet toevallig dat grote dieren zoals varkens nog meer emotie oproepen bij grote delen van de bevolking dan kleinere diersoorten. Niettemin. Het was een schokkende reportage. Collega’s, ik weet niet of jullie ze konden uitkijken in één keer of er fragmenten van hebben gezien. Ik heb er verschrikkelijk veel moeite mee om het te bekijken en, in alle eerlijkheid, ik heb het zelfs niet helemaal bekeken. Ik vond het zo gruwelijk dat het niet te doen was. Het zijn beelden van één maand, waarbij met een grote nonchalance en hoogmoedigheid dieren worden mishandeld, geschopt en geslagen en bij volle bewustzijn de keel worden overgesneden en zelfs verdronken in het bad van 60 graden Celsius. Ik ga er niet in detail op in. In ieder geval, als dat in een maand kan worden gefilmd, dan denk ik dat er misschien wel sprake kan zijn van niet een anekdotisch maar een structureel probleem. Dat moet eerder de gewoonte zijn of toch zeer regelmatig voorkomen, eerder dan dat het een zeer uitzonderlijke situatie is.

Het is goed dat alle betrokkenen, inclusief varkenshouders maar ook de directie van het slachthuis, zelf dat soort praktijken hebben veroordeeld. Dat is een goede aanzet. Ik moet het zeggen zoals het is: het is ook goed, minister, dat u snel en adequaat hebt opgetreden. Dat is ook zo. Vreemd is het wanneer de CEO van het slachthuis verklaart dat hij daar niets van wist. Hij viel gewoon uit de lucht. Er zijn zelfs camera’s, maar ze hadden niet op de camera’s gezien welke praktijken daar aan de hand waren. Het spijt me zeer, maar ik geloof daar geen fluit van. Dat is echt ongeloofwaardig.

Minister, het hele punt waar het om gaat, is dat je de situatie van Tielt niet mag isoleren. Het zou handig zijn mochten we dat kunnen, maar ik vrees dat het niet zo is en dat het een intrinsiek probleem van de sector is, een sector waar de band die normaal aanwezig is tussen mens en dier, verdwenen is, ook als we eten en bij de gedachte dat het over levende dieren gaat waar wij ons mee voeden. Die dieren worden behandeld als een soort van objecten, producten, net zoals planken die we verzagen om een meubel te maken. Sorry voor mijn oneerbiedige vergelijking, maar die indruk heb ik over de praktijken vandaag in dat soort slachthuizen.

Ik ga niet veralgemenen, want dat is even gevaarlijk als het versmallen, maar het is een fenomeen dat onaanvaardbaar is en daarenboven wellicht voor een deel te verklaren is door het feit dat het zo een grootschalige sector geworden is, dat er dagelijks zo veel dieren worden geslacht in het land. Het gaat over 11 miljoen varkens in Vlaanderen elk jaar, veel meer dan wij kunnen opeten. Het is niet eens bedoeld voor onze markt maar voor export. Je zit met een uit de hand gelopen economische sector, als ik het zo mag zeggen, die die vervreemding daarenboven nog eens extra in de hand werkt. Ik noem het in mijn interpellatie buitensporige industrialisering van de varkenssector die leidt tot de ‘verdinging’ van de dieren, wat hun welzijn helemaal niet ten goede komt.

Minister, de controles gebeuren door uw diensten, de Inspectie Dierenwelzijn, maar ook door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), dat het vrij frequent doet. Het is ook zeer merkwaardig dat die grote frequentie blijkbaar niet geleid heeft, toch niet in het recente verleden, tot klachten of tot problemen zoals we die in dat filmpje kunnen zien. Er zal dus in ieder geval heel hard moeten worden ingezet op betere methodes, maar vooral op een beter toezicht op en handhaving van de praktijk.

Minister, steunt u de vraag van Animal Rights en van Groen om het slachthuis van Tielt op zijn minst tijdelijk te sluiten? Vooraleer deze vraag op uw bank lag, had u dat overigens al gedaan, maar ik lees de vraag toch maar voor. Bent u van mening dat een handvol bijkomende inspecteurs – u bent bezig met de aanwerving ervan – de sector kunnen zuiveren van dierenmishandeling? Denkt u dat een industriële varkenshouderij mogelijk is zonder dergelijke gevallen van dierenleed? Zult u werk maken van strengere sancties tegen dierenleed in slachthuizen? Welke andere maatregelen zult u nemen? Baart het u geen zorgen dat dit soort van wantoestanden pas bovenkomen na undercoverreportages, zelden of nooit na inspectie door de overheid? Het is toch merkwaardig dat je als werknemer in een maand tijd met een gsm die film kunt maken.

Werkt het systeem van inspectie door die verschillende instanties volgens u naar behoren? Ik vrees dat daar ook een probleem is. Deelt u mijn inschatting dat de mishandelingen in zeker een deel van de Vlaamse slachthuizen te wijten is aan een mentaliteitsprobleem bij personeelsleden en directie, die dag in dag uit met lijdende dieren bezig zijn?

Minister Weyts heeft het woord.

De beelden die we allemaal te zien hebben gekregen uit het slachthuis van Tielt, tarten natuurlijk elke verbeelding. Ik heb er zelf akte van genomen met veel verontwaardiging en afschuw. Ik heb ook onmiddellijk ingegrepen door juridisch te bekijken of ik de productie in dat slachthuis kon laten stilleggen. U moet weten: een slachthuis is in de eerste plaats een federale bevoegdheid van Volksgezondheid. Vanuit de Vlaamse bevoegdheid Dierenwelzijn is dat maar in ondergeschikte orde. Maar goed, tegen de middag was dat vlugge onderzoek rond en hebben we onmiddellijk de stillegging van de productie bevolen. Dat zal ook zo blijven tot wanneer we staalharde garanties hebben inzake dierenwelzijn, vooraleer er weer sprake kan zijn van een heropstart van het betrokken slachthuis.

Slachthuizen moeten een standaardwerkwijze hebben, waarin ze stap voor stap heel het proces, vanaf de aankomst van de dieren in het slachthuis tot het levenseinde en de broeibak, beschrijven. Het moet gedetailleerd worden beschreven hoe er moet worden gehandeld en hoe er moet worden gereageerd als er iets misloopt. Daar zijn twee aspecten aan verbonden. Op het technische vlak waren er wel wat mankementen vast te stellen in het betrokken slachthuis. De bedrijfsexploitant moet er natuurlijk voor zorgen dat alle personeelsleden perfect op de hoogte zijn van die standaardwerkwijze en wat te doen in elke stap en ook wanneer er iets misloopt.

Daarnaast moet elk slachthuis ook een functionaris hebben voor dierenwelzijn. In dit geval bleek het erg onduidelijk te zijn of er überhaupt nog een functionaris voor dierenwelzijn was. Het is wel een vereiste om te kunnen produceren. Bleek dat er op dat moment geen functionaris voor dierenwelzijn in werking was. Die functionaris moet ervoor zorgen dat het dierenwelzijn in het slachthuis wordt gerespecteerd. Hij kan ook het personeel verplichten om maatregelen te nemen. Daartoe is hij gemachtigd. Hij moet ook oplossingen aandragen in het kader van dierenwelzijnsproblemen. Hij rapporteert rechtstreeks aan de bedrijfsarts.

De primaire verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de dierenwelzijnsregelgeving wordt nageleefd in het slachthuis, berust natuurlijk finaal bij de bedrijfsexploitant. Hij is ervoor verantwoordelijk wat zijn personeel doet en niet doet. Hij moet erop toezien dat ook de voorschriften inzake dierenwelzijn door iedereen worden nageleefd.

Naast die zelfcontrole kijken de dierenartsen met opdracht – we noemen dat de dmo’s – toe op het dierenwelzijn. Ze hangen af van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Ze zijn permanent aanwezig tijdens de slachturen en houden niet enkel toezicht op het slachtproces na het kelen, maar ook op de aanvoer van de dieren, het verblijf in de wachthokken en het slachten zelf. Ze stellen tweewekelijks een verslag op en melden eventuele problemen in dat verslag. In geval van problemen inzake dierenwelzijn, geven ze dat door aan de Inspectie Dierenwelzijn, die dan instaat voor de verdere opvolging.

Naast de dierenartsen met opdracht en de functionaris voor dierenwelzijn, zijn er ook inspecteurs van het FAVV zelf die controles uitoefenen. Ze kijken in principe niet toe op dierenwelzijn. Met hun federale petje op is hun opdracht voedselveiligheid. We hebben echter wel een protocol vastgelegd met hen. Dat heeft lang geduurd in het kader van de bevoegdheidsoverdracht van Dierenwelzijn naar de deelstaten. Vanuit de logica dat er al een inspecteur is voor het FAVV, hebben wij gedacht dat die ook een functie moet uitoefenen inzake dierenwelzijn, namelijk minstens melding moet maken aan de Inspectie Dierenwelzijn als hij problemen vaststelt inzake dierenwelzijn.

In 2017 hebben we een plan opgesteld, voorheen bestond dat niet. Het is een inspectierotatie, waarbij elk slachthuis minstens één keer per jaar wordt geïnspecteerd door onze Inspectie Dierenwelzijn. Dat gebeurt vanzelfsprekend onaangekondigd en onverwacht. Er bestaat voor de slachthuizen dus wel een controlesysteem. Helaas blijkt dat in dit geval – als je de onderscheiden trappen bekijkt, dan is dat niet niks – niet voldoende geweest te zijn.

Ik heb momenteel niet echt een indicatie dat je de problematiek van Tielt mag verruimen tot alle slachthuizen in Vlaanderen, maar ‘better safe than sorry’. Ik had voor donderdag onmiddellijk een overleg gepland met de sector om te bekijken welke maatregelen zich opdringen. Gelet op deze interpellatie heb ik vooraf al contact opgenomen en heb ik alvast twee maatregelen voorgesteld aan de sector waarover we een principieel akkoord hebben.

Eén: gelet op het adagium ‘better safe than sorry’, is dat een volledige doorlichting van alle slachthuizen in Vlaanderen door een onafhankelijke externe partij onder mijn auspiciën. Het is gefinancierd door de sector, maar er is een garantie met betrekking tot de onafhankelijkheid en de onafhankelijke werking van die externe partij.

Twee: de rol van de functionaris voor dierenwelzijn. Vandaag is dat iemand die wordt aangeworven en wordt betaald door de bedrijfsexploitant. Mij lijkt het belangrijk dat die in een onafhankelijke positie kan staan ten opzichte van die bedrijfsexploitant en dat hij dus een soort beschermd statuut geniet, net zoals je bijvoorbeeld een syndicaal afgevaardigde hebt. Dat moet niet volledig copy-paste zijn, maar u snapt de logica: dat je een soort beschermd statuut hebt van die functionaris inzake dierenwelzijn, dat die in volle onafhankelijkheid kan rapporteren over schendingen van de dierenwelzijnswetgeving aan mijn diensten en dat er dus geen enkele remming of belemmering moet ontstaan, waarbij die moet vrezen voor bepaalde sanctionering door zijn broodheer, in casu de bedrijfsexploitant. Het is misschien ook goed dat die een soort staffunctie zou krijgen – maar dat is dan van ondergeschikt belang – zodat die ook op enig niveau zou staan, ook met betrekking tot het uitoefenen van enig gezag en autoriteit ten aanzien van de mensen op de werkvloer. Maar de onafhankelijke status is het allerbelangrijkste.

Daarnaast willen we de controle op het terrein ook versterken. Er lopen reeds gesprekken met het FAVV en de gewesten over de opdracht en de selectie van de dierenartsen met opdracht. Die functioneren eigenlijk vooral als uitvoerder van het beleid op het vlak van Volksgezondheid, maar we zouden vanuit de gewesten ook meer een aansturende rol willen krijgen wat betreft het vastleggen van het takenpakket en de selectie van die dierenartsen met opdracht, want uiteindelijk worden zij verondersteld permanent aanwezig te zijn tijdens het slachtproces. Dat zijn extra ogen die we daar op het terrein, op de werkvloer hebben.

Ik sta natuurlijk open voor elk voorstel met betrekking tot de versterking van dierenwelzijn. Er werden verschillende suggesties gedaan, bijvoorbeeld over extra camera’s. Ik wil dat allemaal onder ogen zien, maar ik heb dat ook onmiddellijk een beetje genuanceerd, in die zin dat camera’s niet alles dekken. Je spreekt over grote ruimtes. Camera’s zouden dan bijna bediend moeten worden, als je elk detail wilt capteren. Een wonde van een dier kun je op een grote afstand niet gadeslaan met een camera die een brede hoek heeft. Je zou dan bijna moeten gaan inzoomen. Je zou ook iemand moeten hebben die nagenoeg permanent die beelden kan zien, want anders is het gewoon nuttig ex post, maar niet ex ante. Ik snap wel dat men zegt dat je daarmee aan het personeel de indruk geeft dat men waakzaam moet zijn, ook op het vlak van dierenwelzijn, maar ik weet niet hoelang dat effect in het menselijke brein blijft en in welke mate zo’n effect duurzaam is, of dat het na verschillende maanden misschien wegebt. Ik sta er dus voor open, maar ik heb natuurlijk liever controle op twee benen, dus van mensen op het terrein met een onafhankelijke status.

Wat het slachthuis in Tielt betreft, heeft de dierenarts met opdracht vorig jaar in een van zijn tweewekelijkse verslagen gewezen op beperkte afwijkingen. Er werd een proces-verbaal opgesteld en er werden maatregelen opgelegd. Daarnaast heeft de inspectie Dierenwelzijn een melding gekregen van een inspecteur van het FAVV over een incident met het systeem om de varkens voort te drijven. De inspectiedienst heeft op basis daarvan ook zelf een controle uitgevoerd, waarbij men dan een aantal overtredingen heeft vastgesteld, waar ook een proces-verbaal rond werd opgesteld en maatregelen werden opgelegd. De bedrijfsexploitant heeft daar ook op gereageerd en heeft geantwoord welke corrigerende maatregelen hij dan naar voren heeft geschoven.

Naar aanleiding van de beelden van Animal Rights heb ik de inspectiedienst onmiddellijk de opdracht gegeven om vorige week donderdag ter plaatse te gaan en een grondige controle uit te voeren en ervoor te zorgen dat men de visu kon vaststellen dat de activiteiten werden stilgelegd. Er werden dan ook een aantal overtredingen vastgesteld.

Nu is er het luik van de strafrechtelijke vervolging van de verantwoordelijken, van de mensen die zich bezondigd hebben aan manifeste dierenmishandeling. Het parket stelt de vervolging in. Wij hebben de nodige documenten bezorgd. Gelet op de ernst van de feiten, heb ik onmiddellijk beslist tot het stilleggen van de productie. De betrokken personeelsleden, zowel van het slachthuis als van de onderaannemers, worden geïdentificeerd. We hebben die beelden ook zonder blurring opgevraagd. Ik kan de slachtvergunningen van betrokken mensen namelijk intrekken op basis van de identificatie aan de hand van de beelden. Dat zullen we dus ook doen. Dat staat los van de strafrechtelijke vervolging. Dat heeft gewoon betrekking op de mogelijkheid die ik heb om de slachtvergunning in te trekken. En dat zal ook gebeuren.

Het slachthuis van Tielt moet nu een gedetailleerd actieplan voorleggen, dat harde garanties biedt voor het respecteren van dierenwelzijn in elke stap van het proces, van de vrachtwagen tot de broeibak en alle stappen daartussen. We hebben ondertussen meerdere actieplannen gekregen. Ik denk dat men met de administratie momenteel aan versie vier zit.

We blijven daarop opmerkingen maken. Wat wordt voorgesteld, is voor ons nog schier onvoldoende.

Daarenboven heb ik zonet kennisgenomen van het feit dat de bedrijfsexploitant blijkbaar twee paden wenst te behandelen: enerzijds een actieplan indienen met het oog op een wederopening, maar anderzijds via de Raad van State de procedure van uiterst dringende noodzakelijkheid opstarten. We worden gedagvaard, in die zin dat men bij de Raad van State tracht mijn beslissing tot het stilleggen van de activiteiten aan te vechten. Als men die weg wenst te bewandelen en men denkt dat dat succesvol kan zijn, en dan nog ook eens via de pers druk probeert uit te oefenen op mij en mijn diensten, om tot een heropening te leiden, dan lijkt me dat een weinig productieve werkwijze.

De bedrijfsexploitant zal een staalhard actieplan moeten voorleggen met harde garanties inzake het respecteren van het dierenwelzijn bij elke stap in het proces. Ik heb daar met de federatie een principieel akkoord voor de doorlichting van de sector, dus sowieso zal het eerste slachthuis dat, als het wordt heropgestart, wordt geviseerd en volledig doorgelicht, vanzelfsprekend dat van Tielt zijn. Ik kan u zeggen, gelet op het aanhangig maken van de procedure, dat ik niet onmiddellijk geneigd ben om vandaag of de volgende dagen te beslissen tot een heropening; vooral ook omdat de laatste versie van het actieplan die we voorgeschoteld hebben gekregen, niet voldoet inzake garanties voor het dierenwelzijn.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Dank u wel, minister. U hebt een glashelder en duidelijk antwoord gegeven. Het ondersteunt de kracht van uw beleid, ik hoop dat dat blijvend is. En tegelijk legt het enkele pijnpunten bloot, zeker wat dat slachthuis betreft en misschien voor heel de sector, dat durf ik niet te zeggen.

Een eerste extra element: het is toch een feit dat er een relatie is tussen de behandeling van de dieren tot de slacht en de kwaliteit van het vlees. Wordt dat element dan genegeerd? Of is het dan toch niet zo? Leveren dieren met stress en een slechte behandeling dan even goede kwaliteit van vlees? Ik zou zeggen: dat blijkt van niet. Dat alleen al zou een trigger moeten zijn voor de sector en zeker voor het slachthuis in Tielt om daar werk van te maken.

Maar veel belangrijker is natuurlijk dat men van kwade wil is – ik wil het woord bijna niet gebruiken, maar het lijkt er toch wel sterk op.

Nog een element, waar ik bijna van mijn stoel van val, is dat men naar de Raad van State is gestapt om de sluiting of schorsing aan te vechten. Tegelijk probeert men te ontsnappen aan de regels, dat is wat men op die manier probeert te bereiken. Men wil het juridische gevecht bij de Raad van State leveren boven het dierenwelzijn, in die rangorde, ik ben net als u verbolgen dat het op die manier gaat.

Daarenboven zit men aan versie vier van het actieplan. Dat betekent dat er bij de exploitant onvoldoende goede wil of intentie is om de problematiek ten gronde aan te pakken. Men blijft de grenzen aftasten.

De heer Sanctorum heeft een voorstel van resolutie ingediend voor een externe doorlichting. Dat is exact hetzelfde voorstel als het uwe. We willen het deze namiddag bij hoogdringendheid agenderen in de plenaire vergadering. Dat klopt toch, collega? (Instemming van Hermes Sanctorum)

We zullen het voorstel doen om eventueel het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) daarvoor aan te stellen. Maar een externe onafhankelijke doorlichting van de sector is absoluut noodzakelijk. Minister, u hebt het goed begrepen, niet van de ene of van de andere, maar van alle bedrijven in de sector.

Ik val evengoed van mijn stoel van het feit dat een functionaris voor dierenwelzijn die vereist is in een slachthuis, er niet was, of er min of meer niet meer was. In al deze elementen komt de lichtzinnigheid van de aanpak naar voren, en dat is totaal onaanvaardbaar.

Er loopt bij de provincie West-Vlaanderen een vergunningsaanvraag voor een verdubbeling van de slachtcapaciteit voor dat slachthuis. Dat stond gisteren in de kranten. Men wil tot een volume komen van 2,5 miljoen geslachte dieren per jaar. Daarvoor wil men zelfs herbevestigd agrarisch gebied aansnijden via een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) om dat om te zetten. Waar eindigt dat?

Minister, dat is uw verantwoordelijkheid niet, ik weet het. U moet bij wijze van spreken beslissingen nemen ‘at the end of the pipe’, op het einde van het dierenleven, bij de slacht, waar we het straks ook over zullen hebben. Hier moeten maatregelen genomen worden in de loop van de gang der dingen. De vraag is: moeten wij de capaciteit van onze slachthuizen nog vergroten? Is dat de toekomst in Vlaanderen? Ook dat leidt ertoe dat zulke toestanden voorkomen. Hoe meer dieren we slachten, ook voor de export, hoe minder de band met onze levende dieren zal zijn. Ik steun u in ieder geval bij de maatregelen die u wilt nemen.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Voorzitter, minister, collega's, op mijn beurt wil ik benadrukken dat u erg correct bent opgetreden. U bent meteen overgegaan tot het stilleggen van het slachthuis. Het was op administratief vlak onduidelijk hoe de vork aan de steel zat, maar het bedrijf werd zeer snel stilgelegd. Ik begrijp ook dat u de zaak op de voet opvolgt, om er zeker van te zijn dat die misstanden zich niet zouden herhalen in dat slachthuis. Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar ik denk dat we met een systemisch probleem worden geconfronteerd. U zei dat er een uitgebreid controlemechanisme bestaat: de dierenartsen met opdracht, de inspecteurs van het FAVV, de inspecteurs van uw administratie Dierenwelzijn.

De naakte cijfers zijn evenwel indrukwekkend. Het slachthuis in Tielt slacht 6.500 dieren per uur. Dat betekent dat om de 5,5 seconden een varken wordt geslacht. Ik denk dat dit nooit echt behoorlijk kan gebeuren. Dat is praktisch onmogelijk. Want wat gebeurt er wanneer er iets misloopt? Legt men de slachtlijn stil wanneer blijkt dat een dier kreupel is of wanneer een dier niet goed is verdoofd? We zijn geconfronteerd met een systemisch probleem. Ik besef dat we dat niet van vandaag op morgen kunnen oplossen. Maar we kunnen dat ten minste toch erkennen, en stappen beginnen te nemen.

Minister, naast tevredenheid over uw initiële optreden ben ik ook tevreden met het standpunt dat u hier verwoordde. U kondigde een aantal zaken aan, zoals de doorlichting. We zijn natuurlijk vragende partij. Toch een nuance: in mijn voorstel wordt een doorlichting van het hele proces gevraagd, en niet alleen van de slachthuizen zelf. Men zou het proces vanaf het ophalen in het primaire bedrijf moeten onderzoeken. Op elk moment van de keten kan er veel misgaan met dierenwelzijn. Maar goed, als er al een doorlichting van de slachthuizen gebeurt, dan vind ik dat al heel erg prima. Ook wat u zegt over het beschermd statuut van de functionaris dierenwelzijn is erg goed, want zo zal hij veel minder onder druk staan van zijn werkomgeving. Het is immers geen gemakkelijke taak.

Ik heb nog twee punten. We zitten aan de vierde versie van het actieplan. Ik twijfel er niet aan dat die erg correct worden uitgevoerd. Maar ik vraag me af hoe de beoordeling gebeurt. Hoe gaan uw diensten daarbij te werk? Ten slotte, wat de uitbreiding betreft, weet ik dat u niet bevoegd bent. Het is in de eerste plaats de provincie West-Vlaanderen die zich moet uitspreken over het PRUP en later ook over de omgevingsvergunning. Het baart me zorgen. Ik had het al over die 5,5 seconden per varken. Uit het milieueffectenrapport blijkt zelfs dat het fysisch gewoon niet mogelijk is een uitbreiding te realiseren dankzij het versnellen van de slachtlijn. Dat kan maar door het aantal werkuren op te drijven. Waar gaan we naartoe? Ik hoop in elk geval dat de uitbreiding er niet zal komen. Het is me ook niet duidelijk hoe het ene proces wordt afgestemd op het andere. Het zou absurd zijn dat een RUP voor West-Vlaanderen zou worden goedgekeurd waarmee die uitbreiding wordt mogelijk gemaakt, en dat ondertussen een – juridische – discussie met de uitbater van het slachthuis gaande is.

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, na het zien van de schokkende beelden is de verachting in de samenleving algemeen. Uiteraard deel ik die. De feiten hebben zich geruime tijd kunnen afspelen in een erkend groot slachthuis, waar regelmatig controles gebeuren. Dat daar dan dergelijke praktijken gebeuren, toont aan dat er iets aan de controles schort. Een doorlichting is dan ook een goede zaak.

Bovendien is het toch ook opmerkelijk dat de tweewekelijkse bezoeken van het FAVV aan het betrokken slachthuis niet iets eerder aan de oppervlakte hebben gebracht. Het slachthuis werd telkens gunstig beoordeeld, en dat doet toch vragen stellen over de manier waarop men de controles en bezoeken heeft aangepakt. Ik denk dat ook dat deel zal uitmaken van de doorlichting die u wilt laten doen door een onafhankelijke partij. Zo’n diepgaand onderzoek is nodig. Het is correct dat dit al onderhandeld is met de sector. Hebt u al signalen opgevangen uit andere slachthuizen? Hebt u al signalen gekregen dat dit breder gaat dan alleen maar het slachthuis waarover op dit moment sprake is? Zonder uiteraard de hele sector te willen viseren en te veralgemenen, mogen we deze vraag toch wel al stellen.

Bovendien dreigt er imagoschade voor de hele sector, niet alleen voor de slachthuizen maar ook voor de varkenshouders. Ik vind het in elk geval goed dat zij zich al uitdrukkelijk hebben gedistantieerd van de gruwel die we hebben gezien in de beelden van Animal Rights. Het kan absoluut niet dat dierenwelzijn en normbesef van ondergeschikt belang zijn in welke fase van de productie van vlees dan ook.

Ik wil me aansluiten bij de leden die zeggen dat u correct hebt gehandeld, dat u goed en daadkrachtig hebt opgetreden. Het moet me alleen nog van het hart dat de daadkracht die u in dit dossier hebt getoond en die ik onderschrijf, in schril contrast staat met het gebrek aan beleid dat we tot nu toe hebben gezien met betrekking tot de problematiek van het onverdoofd slachten in het kader van religieuze festiviteiten, zoals het Offerfeest, waar jaarlijks duizenden dieren op een gruwelijke wijze worden gekeeld. De daadkracht die u nu hebt getoond, had u ook al in dat dossier kunnen tonen. Dan hadden we drie jaar na uw aanstelling als minister van Dierenwelzijn ook in dat dossier al een goede beslissing gehad die tot nu toe op de lange baan is geschoven. Ik heb begrepen dat we daarover straks een debat zullen hebben bij de voorstelling van het rapport van de heer Vanthemsche. Ik kijk daarnaar uit.

De heer Dochy heeft het woord.

Voorzitter, ik wil me in eerste instantie aansluiten bij de verontwaardiging na het zien van de beelden. Het is verschrikkelijk en onmogelijk te geloven dat dit vandaag de dag nog mogelijk is in onze slachthuizen. Het is evident dat dit moet stoppen. De minister heeft inderdaad krachtdadig opgetreden.

Mijn verontwaardiging gaat er vooral over dat dat dierenleed onaanvaardbaar is en in tweede instantie dat deze beelden en praktijken opnieuw een negatief imago op de sector leggen. Er is ook zeer veel verontwaardiging bij de varkenshouders. Gisterenavond was ik nog op een vergadering waar heel wat varkenshouders aanwezig waren. Ze voelen zich voor een stuk bedrogen door de volgende schakel in de keten. Mensen doen inspanningen om het dierenwelzijn zo goed mogelijk op hun bedrijf in orde te houden. Het laden van de varkens – waar ik zelf heel wat ervaring mee heb – is geen sinecure, maar gebeurt op een wijze die aanvaardbaar is op vlak van dierenwelzijn. Als je dan de afhandeling van het proces ziet op zo’n manier, dan is dat bijzonder pijnlijk.

Daarmee wil ik meteen ook de link leggen naar het feit dat ik betreur dat sommige leden het nodig vinden om ook zaken die niets te maken hebben met dierenwelzijn, hierbij te sleuren. Het al dan niet uitbreiden van het slachthuis heeft an sich niets te maken met dierenwelzijn, maar met milieu, ruimtelijke ordening en dergelijke. Ik zou het spijtig vinden, mocht daar een link worden gelegd.

We moeten de zaak aanpakken waar het probleem zit. Daarom is het belangrijk dat er op vlak van handhaving een aantal zaken gebeuren. De wetgeving is heel duidelijk. Wat daar gebeurt, kan niet, maar er is een probleem op het vlak van handhaving.

Minister, is er tussen uw diensten en het FAVV coördinatie? Er is een samenwerkingsprotocol geschreven destijds in het kader van de overdracht van de bevoegdheid. Maar is er overleg? Is er voldoende coördinatie om op termijn een betere controle te kunnen uitoefenen om te voorkomen dat dergelijke praktijken zich nog zouden voordoen?

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Voorzitter, Vlaanderen heeft vorige week een immense wake-upcall gekregen inzake dierenwelzijn, en vooral het gebrek eraan, bij de beelden die we hebben gezien. Een ding is duidelijk: wat gebeurd is, kan niet. Er zijn geen excuses voor. Dit is onaanvaardbaar en er moeten asap maatregelen worden genomen. Dit vereist kordate actie en die hebt u ondernomen, minister. Ook mijn fractie is tevreden met de acties die u al hebt ondernomen. Uiteraard kijken we uit naar het actieplan dat u inzake deze materie donderdag samen met de Federatie van het Belgisch Vlees (FEBEV) zult voorstellen.

Ik wil het eerst hebben over de controles. U hebt daar in het beleid al heel veel aandacht aan gegeven. Het staat ook in elke beleidsbrief dat controles erg belangrijk zijn. Er werden ook extra personeelsleden voor aangeworven, elf als ik me niet vergis. U geeft nu opnieuw aan dat u de controles wilt versterken. Uiteraard is dat een heel goede zaak. In uw laatste beleidsbrief staat duidelijk dat u het controlebeleidsplan zult evalueren. Wat is daar momenteel de stand van zaken? Wilt u, met de gebeurtenissen die niet kunnen in het hoofd, hiermee verder rekening houden?

Dan is er het aspect van de functionaris die aanwezig dient te zijn en die in het betrokken slachthuis niet aanwezig zou zijn geweest. Na het debacle komt deze positie belangrijker dan ooit naar voren. U zegt terecht dat die persoon in een moeilijke positie zit in het bedrijf. Het is belangrijk dat hij onafhankelijk kan functioneren om zijn taak naar behoren uit te voeren. Ook daar zitten we op één lijn.

Ik heb er in het verleden bij de hoorzittingen die we hebben gehouden in het kader van onverdoofd slachten ook al naar verwezen: de slachtopleidingen zijn heel belangrijk. Zij krijgen dan een vakbekwaamheidsattest. Die opleidingen moeten verder worden uitgebouwd, dat is prioritair en van heel groot belang.

Ik heb me laten vertellen dat zij in het begin ook een tijdelijke vergunning krijgen. Ik vraag me af of ook daar het schoentje niet wringt. Zeker in het kader van het volgende debat dat we vandaag in deze commissie zullen voeren, is het heel belangrijk om die slachtingen met een heel goede opleiding uit te voeren.

Die functionarissen krijgen ook een opleiding in de Thomas More Hogeschool. Die opleiding zou maar eenmaal per jaar kunnen worden gestart. Misschien is het mogelijk om die frequenter te laten starten. Het zou goed zijn om daar op regelmatigere basis te kunnen instappen.

Wat de aanwezigheid van camera’s betreft, hebt u gezegd dat die niet het volledige gebied bedekken. Na bevraging blijkt ook dat er in 88 procent van de gevallen camera’s aanwezig zijn, 60 procent in de stallen en 40 procent bij de verdovingsapparatuur. Er zijn dus al heel wat camera’s aanwezig, maar het is ook belangrijk dat die beelden worden gecontroleerd. Het is zinloos dat er camera’s hangen wanneer de beelden niet worden gecontroleerd. Wanneer er dus meer camera’s worden gehangen, moet de zekerheid bestaan dat die beelden effectief worden gecontroleerd.

Ook doorlichting is heel belangrijk, niet alleen in het kader van het dierenwelzijn, wat uiteraard prioritair is, maar ook om het negatieve imago dat de varkenssector heeft opgelopen en zijn geloofwaardigheid door te lichten. Dat is van heel groot belang in het kader van het dierenwelzijn.

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Ik zal niet herhalen wat de collega’s hebben gezegd. Ik kan alle sprekers bijtreden. Ik denk dat iedereen kamerbreed heeft bevestigd dat de minister de juiste stappen heeft gezet en snel en accuraat heeft gehandeld. Het waren hallucinante beelden die we daar hebben gezien en ik ben blij en dankbaar dat Animal Rights die beelden naar buiten heeft gebracht.

De minister heeft ook aangekondigd dat er nog een doorlichting komt en dat er verdere stappen worden gezet, wij kunnen dat alleen ondersteunen. Ik weet dat er vanuit het parlement ook verschillende initiatieven lopen en verschillende vragen zijn naar ondersteuning van resoluties en decreten. Ik denk dat het inderdaad nuttig is dat wij ook vanuit het parlement deze situatie op een serieuze en serene manier benaderen. En daarom, voorzitter, zou ik graag straks tijdens de regeling van de werkzaamheden willen voorstellen om hoorzittingen te organiseren met de sector, de slachthuizen, de dierenartsen, de varkenshouders, de dierenwelzijnsorganisaties en alle andere mogelijke betrokkenen. Het is de bedoeling dit samen vanuit het parlement verder op te volgen en niet te gaan naar een opbod van initiatieven die misschien niet volledig zijn doorgesproken of juridisch haalbaar zijn.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Een voorstel tot hoorzitting wil ik alvast mee ondersteunen.

Minister, ik zal niet herhalen wat hier al is gezegd. U hebt kordaat gehandeld en de maatregelen die u zonet hebt aangekondigd, zijn goede maatregelen. Het voorval bewijst ook dat ze nodig zijn. Ik had dezelfde opmerkingen genoteerd als de heer Sanctorum, namelijk: als er een doorlichting komt, gebeurt die dan niet het best van het hele slachtproces? Alle gebreken en alle lacunes op alle niveaus moeten daarbij in kaart worden gebracht, niet alleen de werking van het slachthuis zelf maar ook de opleiding van het personeel. Ik stel me daar wat vragen over.

Minister, is er ook geen nood aan strengere sancties? Kunnen we op dat vlak de wetgeving niet verstrengen? We zijn nu aan de vierde versie van het actieplan, maar moeten we niet op een bepaald moment wat kordater en strenger optreden? Ik kan hier op dit moment ook niet zeggen waar die grens dan ligt, maar vraag is toch of we geen strengere sancties moeten invoeren zoals hoge boetes of het intrekken van vergunningen bij herhaalde inbreuken.

Uiteraard zijn er meer steekproefsgewijze controles nodig. We kijken allemaal reikhalzend uit naar die bijkomende inspecteurs. Ik stel me persoonlijk ook wel de vraag of al die inspecties vandaag effectief onaangekondigd gebeuren. Ik weet niet of u daarop kunt antwoorden maar ik stel me daar openlijk vragen bij. Als u zegt dat de dierenartsen met opdracht, het FAVV en de Inspectie Dierenwelzijn controles uitoefenen maar er is niemand die zulke serieuze problemen detecteert, dan kunnen we ons daar toch wel wat vragen bij stellen.

Hoe ervaart u de samenwerking met die verschillende inspectiediensten, zowel op federaal als op Vlaams niveau? De heer Caron had die vraag gesteld, maar u hebt daar niet echt op geantwoord. Zijn daar bepaalde problemen? Ervaart u dat die slecht of goed functioneren?

Ik sluit me graag aan. Ik denk dat iedereen geschrokken is en verbolgen over de beelden die getoond zijn. Over de partijgrenzen heen komt een afkeurend signaal over de manier van werken. U hebt daarnet toegelicht dat er al heel wat controles gebeuren. De vraag die wij ons allen stellen, is op welke manier dit dan toch kan gebeuren en waar de eventuele heikele punten liggen in de controle om die te verscherpen zodat dit toch niet als een bedrijfscultuur kan binnensluipen.

U hebt al gesproken met de slachthuissector. Zij hebben dadelijk de hand gereikt om na te gaan hoe men daarmee kan omgaan. U hebt ook een aantal voorstellen toegelicht, onder meer over de rol van de functionaris voor dierenwelzijn. Ik wil een vraag stellen over de opleiding. Zijn er verbetermogelijkheden voor de opleiding en de positie van de functionaris? Ik begrijp dat u die onafhankelijke rol wel wilt aannemen, maar moet ik daaruit afleiden dat hij effectief door de overheid zal worden aangesteld, maar toch bij het bedrijf werkt? Is er al duidelijkheid over hoe u precies die onafhankelijkheid zult kunnen invullen?

Welke onderzoeken zijn er opgestart en met welk doel? Op welke manier zullen we daar transparantie in kunnen krijgen? Ik verneem dat een collega naar een hoorzitting vraagt. We kunnen dat in de regeling van de werkzaamheden bespreken. Welke onderzoeken zijn er? Hoe ziet u mogelijkheden om daar transparantie over te geven aan het parlement om na te gaan welke bijsturingen er op het vlak van de controle mogelijk zijn?

Er gaat een doorlichting gebeuren omdat u momenteel niet de signalen hebt dat het om normale praktijken in de slachthuizen gaat. We zijn uiteraard wel alert en we moeten nagaan waar er verbetering mogelijk is, want dat zoiets kan gebeuren, daar kan niemand mee instemmen.

Ik wil me ook even aansluiten bij de bezorgdheid rond de imagoschade, die ruimer is dan enkel voor de slachthuizen. Er wordt natuurlijk een slachthuis in beeld gebracht maar de hele sector, en voornamelijk ook de varkenshouders, komt in een hele moeilijke positie en krijgt hierdoor ook imagoschade. Wordt erover gesproken? Het is natuurlijk niet enkel uw bevoegdheid, minister, maar ik kan me wel inbeelden dat u daar ook bezorgd over bent. Ook collega's van de regering maken zich mogelijk zorgen. Is erover gesproken binnen de regering of hebt uzelf voorstellen over hoe de overheid steun kan bieden om het imago te veranderen?

Dit is inderdaad een smet op het blazoen van de slachterijsector, maar ook van de varkenshouderijsector. Ik heb hartverscheurende mails gekregen van mensen die zich ongelooflijk aangesproken voelen terwijl het helemaal niet zo dient te zijn. Er zijn heel wat bonafide mensen bezig in de sector, maar zij delen ook in de klappen.

Het is waar dat er een systeem bestaat dat als je de opleiding vakbekwaamheid om te mogen slachten, aanvat, je onmiddellijk ook een soort stage doet op de werkvloer. Je gaat dus onmiddellijk aan het werk. Hetzelfde geldt voor de opleiding voor functionaris van dierenwelzijn, die dezelfde ratio volgt. Ik heb het niet vernoemd, maar het staat wel op de agenda in mijn bespreking. Waarom heb ik het niet vernoemd? Omdat het mij nog niet zo duidelijk is of we er kunnen op ingrijpen omdat de regel van het onmiddellijk kunnen starten op de werkvloer, vervat zit in de Europese verordening. Ik weet niet of we er juridisch van kunnen afwijken. We moeten dat nog onderzoeken. Het zal een beetje een kwestie van interpretatie zijn. De logica zit in de verordening zelf. Ik weet dus niet of we er kunnen aan raken; ik zou het wel graag doen. Ik heb het trouwens al besproken met de sectorvertegenwoordiger, waar er ook bereidheid is. Dat is dus het probleem niet. Er is enkel de vraag of we het juridisch kunnen in overeenstemming met de Europese verordening.

De rol van de functionaris van dierenwelzijn en zijn onafhankelijke positie moet ik nog in detail uitwerken. Dit wordt ongetwijfeld niet gemakkelijk, maar ik wil wel de huidige logica bewaren dat hij wordt betaald door het betrokken slachthuis. Ik wil niet in de plaats treden of de belastingbetaler laten opdraaien voor het loon van die betrokken functionaris. Ik wil er gewoon voor zorgen dat hij onafhankelijk kan handelen en stappen kan ondernemen onafhankelijk van de bedrijfsexploitant. Ik denk dat de sector daar erg gebaat bij zou zijn. De stage loopt trouwens over drie maanden, bij mijn weten. Zoals gezegd, zullen we nagaan of we dit kunnen herzien.

Het is eigenlijk nogal straf dat de bedrijfsexport met mijn diensten in een soort van onderhandeling verkeert ten aanzien van de actieplannen die in detail omvatten welke stappen de betrokken exploitant wil zetten in functie van dierenwelzijn om te kunnen heropstarten, maar vervolgens een juridische procedure aanhangig maakt op basis waarvan hij kan zeggen dat hij niet moet heropstarten omdat hij de beslissing tot het stilleggen van het proces aanvecht. Men zegt dus dat hij zich niet moet houden aan bepalingen of beperkingen die ik zou opleggen aan de exploitant inzake dierenwelzijn. Dat is een nogal tweeslachtige houding.

We hebben in die gesprekken moeten vaststellen dat de engagementen op papier beperkt bleven. Als men vraagt wat het grootste probleem is met betrekking tot die verschillende versies van actieplannen, dan is het wel de kloof die bestaat tussen enerzijds de mondelinge garanties die worden geboden inzake dierenwelzijn ten aanzien van elke stap en de schriftelijke neerslag daarvan in het actieplan. Daarop zit er dus wat ruis. Dat wil zeggen dat de engagementen die wij opleggen en die mondeling worden bevestigd, ook een schriftelijke vertaling krijgen. Dat is nogal essentieel. Maar daar knelt het schoentje.

Ik zal me niet uitspreken over de schaal en of er een rechtstreekse relatie is tussen enerzijds schaal en anderzijds dierenwelzijn. Bij mijn weten is die er niet, hoewel ik mij er beter niet over zou uitspreken. Ik denk niet dat het automatisch zo is.

De voorwaarden met betrekking tot de milieuvergunning Ruimtelijke Ordening zitten buiten mijn bevoegdheidsactieradius. Ik zet resoluut in op dierenwelzijn. En ik ben blij dat er daarvoor een kamerbrede steun is in dit parlement.

De samenwerking met het FAVV is er van in het begin. Er is regelmatig structureel overleg. Wat het protocol aangaande de rol van de inspecteurs van het FAVV en de melding van problemen rond dierenwelzijn betreft, is het zo dat het afsluiten van dat protocol wel wat voeten in de aarde heeft gehad. We zouden dat nu graag herzien. Ik houd er rekening mee dat dat opnieuw wat voeten in de aarde zal hebben. Alleszins lopen die relaties wel goed.

Wat de taakstelling van de dierenarts met opdracht betreft, hoop ik dat we daarin snel vooruitgang kunnen boeken.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, ten eerste wil ik even herhalen en beklemtonen dat ik het fenomenaal vreemd vind dat met zoveel dierenartsen en inspecties op de vloer gedurende jaren er veel minder naar boven komt dan met een filmpje van een actievoerder die gedurende één maand illegale praktijken filmt. Ik denk dat er ook iets schort aan de rol, de functie van de betrokken dierenartsen en inspecteurs op de vloer. Ofwel worden die getipt in het slachthuis en worden gegevens verboden ofwel wordt er een oogje dichtgeknepen. Ik kan niet anders dan dat vast te stellen.

Ten tweede, ben ik ook bekommerd om de gezagsrelatie met betrekking tot de functionaris dierenwelzijn. U hebt dit aangekaart. Natuurlijk moet een slachthuis die betalen. Maar de vraag is: onder welke gezagsrelatie? Welke bevoegdheid moet hij hebben? Ik heb er ook geen pasklaar antwoord op. Maar er kan ook verplicht een rapportage worden gepland aan de inspectie Dierenwelzijn, om het instrument krachtig genoeg te maken. Ik zeg zomaar iets.

Ten derde, er is iets dat hier wat buiten beeld is gebleven. Gisteren probeerde de directie ook nog eens wat personeelsleden te viseren. Het zou kunnen dat zij in overtreding zijn gegaan. En dat is ook zo, laat ons niet rond de pot draaien. Maar ik vind wel dat de verantwoordelijke, de directie van het slachthuis, ten volle haar verantwoordelijkheid moet nemen.

Ten slotte wil ik graag aansluiten bij de collega’s die stellen dat het jammer is dat de varkenshouders zelf, de landbouwers in kwestie, mee slachtoffer zijn van deze negatieve beeldvorming. Want dat verdienen ze inderdaad niet.

De interpellatie is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.