U bent hier

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, het is misschien al gebeurd, maar ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om de heer Wouters te feliciteren met de promotie van mijn favoriete club naar eerste klasse en tegelijkertijd de heer Wynants een hart onder de riem te steken met het zakken naar een lagere klasse van zijn club Westerlo. (Gelach)

Het kan snel verkeren. Misschien is er volgend jaar een andere boodschap, hopelijk niet voor Antwerp maar wel voor Westerlo.

Minister, ik heb een nieuwe sport ontdekt, namelijk padel. Het is een sport die bijvoorbeeld in Spanje, dat gekend is voor zijn uitstekende voetbal- en basketbalcompetitie, blijkbaar de tweede meest populaire sport is. Ik heb zelf op YouTube moeten kijken wat de regels zijn. Het is een heel intensieve en spectaculaire sport om te zien. Ik ben blij dat ik de sport heb leren kennen.

De racketsport padel is aan een sterke opmars bezig in Vlaanderen. Padel werd succesvol geïntroduceerd op de Vlaamse markt dankzij de inspanningen van enkele idealisten gedurende de voorbije tien jaar. Met nu reeds meer dan vijftig terreinen verdeeld over vijftien locaties kan men in alle Vlaamse provincies deze nieuwe sport het hele jaar door beoefenen. In de loop van 2017 wordt een verdubbeling verwacht. De expansie van deze sport, die in Spanje, de Europese bakermat, al bijna 5 miljoen beoefenaars telt, kent de voorbije decennia haar gelijke niet. Succesfactoren zijn het laagdrempelige, enthousiasmerende en uitdagende karakter van deze sport.

De vzw Padel Vlaanderen zorgt voor een federatiewerking, met de ondersteuning van de oprichting van nieuwe clubs, sportverzekering, expansie, promotie via onder andere twee mobiele courts, opleidingen, organisatie van kampioenschappen zowel nationaal als internationaal, interclubcompetitie, en de introductie van G-Padel. Dit vanuit privaat initiatief en met eigen vrijwillige inzet en middelen.

Een logische volgende stap is de erkenning en ondersteuning van deze sport door Sport Vlaanderen en de opname van padel op de sporttakkenlijst. Sinds 1 januari 2017 is Padel Vlaanderen vzw erkend als Vlaamse sportfederatie binnen het nieuwe decreet houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector. De opname op de sporttakkenlijst volgt vooralsnog niet.

Ondertussen hebben wij vernomen dat er ook vanuit Tennis Vlaanderen een padelwerking is opgestart en dat hier ook middelen vanuit Vlaanderen worden toegekend. Padel Vlaanderen vzw wordt daarbij niet betrokken, ondanks herhaaldelijke vragen tot overleg en samenwerking. We vernemen ook dat Sport Vlaanderen padel als een discipline van tennis beschouwt, terwijl het hier om een heel andere sport gaat, die ook internationaal als dusdanig gestructureerd is en als aparte, autonome sporttak wordt beschouwd.

Minister, hoe komt het dat de erkende federatie Padel Vlaanderen vzw, die de padelsport in Vlaanderen op de kaart heeft gezet en de voorbije jaren alle expertise in deze sport heeft opgebouwd, niet betrokken wordt bij het uitrollen van deze sport in Vlaanderen? Waarom gebeurt dit exclusief via Tennis Vlaanderen, temeer omdat, gezien de nationale en internationale ontwikkelingen, padel op basis van de bestaande criteria, binnen korte tijd zal moeten worden opgenomen op de sporttakkenlijst, waardoor Tennis Vlaanderen als unisportfederatie dit niet langer in het kader van erkenning en subsidiëring zal kunnen opnemen in zijn aanbod?

Hoe komt het dat Sport Vlaanderen padel exclusief als een discipline van tennis beschouwt en zo ook omschrijft, terwijl het hier om een sport gaat die niet te vergelijken is met tennis en geheel eigen spelregels, terreinen en materialen heeft? Op basis van welke criteria en door wie werd dit beslist? Waarom bijvoorbeeld dan niet als discipline van een andere sport?

Waarom wordt padel niet opgenomen op de sporttakkenlijst? Om opgenomen te worden op de sporttakkenlijst moet een sport aan twee van drie criteria voldoen. Kunt u voor ieder van deze drie criteria de argumentatie geven waarom padel al dan niet aan het desbetreffende criterium voldoet?

Een van de criteria om te worden opgenomen op de sporttakkenlijst is een voldoende groot draagvlak hebben in het Nederlandse taalgebied. Dit is een erg vage omschrijving. Kunt u concretiseren wat er juist wordt verstaan onder een voldoende groot draagvlak?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Het lijkt me goed om dat hier vandaag te bespreken. Ik heb met die sector al veel gesprekken gehad. Voor ik inga op uw concrete vragen zal ik eerst duiding geven bij wat de sporttakkenlijst precies inhoudt. Deze lijst vormt op geen enkele manier een erkenning van wat het Vlaamse sportbeleid als sport beschouwt of wat niet.

Bij de opmaak van het nieuwe decreet werd er bewust voor gekozen om geen disciplines per sporttak op te nemen, om een sporttak in de ruimst mogelijke zin te kunnen interpreteren en zo innovatie binnen het landschap alle kansen te geven. Wanneer bijvoorbeeld duiken niet onder zwemmen valt, dan staat het niet op de sporttakkenlijst en kunnen de leden geen subsidies krijgen. Dat is de filosofie.

Door de disciplines niet op te sommen is het mogelijk dat nieuw opkomende trends en sportdisciplines worden opgepikt via die hoofsport en kunnen groeien binnen een al opgenomen sporttak, zonder dat deze lijst constant moet worden aangepast en zonder een versnippering in het landschap in de hand te werken. Het is niet de bedoeling om voor elke nieuwe sport een nieuwe sporttak en een nieuwe structuur te creëren.

Het is ook helemaal niet nodig om op deze sporttakkenlijst te staan om erkend te worden als Vlaamse sportfederatie. Dit blijkt ook duidelijk uit de erkenning van Padel Vlaanderen vzw. Zij worden erkend als Vlaamse sportfederatie.

De erkenningsvoorwaarden zijn bewust zo laagdrempelig mogelijk gehouden, opnieuw om nieuwe sporten de nodige kansen te bieden.

Ik wil hierbij ook nog een ander alternatief feit dat door Padel Vlaanderen werd gelanceerd, namelijk over de subsidieerbaarheid door lokale besturen, uit de wereld helpen. Zij beweren dat door de niet-opname van padel op de sporttakkenlijst, lokale clubs uit de boot zouden vallen voor subsidies bij hun lokaal bestuur. Dit is complete nonsens.

Lokale besturen kunnen autonoom beslissen welke sporten ze ondersteunen. Als ze al een Vlaamse referentielijst gebruiken, zullen ze eerder naar de lijst van erkende sportfederaties kijken dan naar de sporttakkenlijst. Als men dan toch de sporttakkenlijst gebruikt zoals deze door Vlaanderen wordt gehanteerd, dan komen alle padelbeoefenaars in aanmerking voor subsidiëring via de opname van tennis of andere slagsporten op de sporttakkenlijst en de mogelijkheid om padelbeoefenaars zo te laten meetellen voor subsidiëring. De padelbeoefenaars en de clubs worden hierdoor dus op geen enkele manier benadeeld en finaal zijn het toch zij die centraal staan binnen het beleid. Want dat is mijn uitgangspunt: de sporters staan centraal en niet de structuren.

Zoals ik al zei, is Padel Vlaanderen vanaf 1 januari van dit jaar erkend. Zij hebben 681 leden. Vorig jaar hebben zij ook een dossier ingediend, maar toen beschikten ze nog niet over het benodigde aantal leden. De voorwaarde om te worden erkend, is dat er minimum 500 leden moeten zijn.

Deze erkenning is een duidelijk teken dat hun wel een rol gegund wordt in de uitrol van padel in Vlaanderen. Padel Vlaanderen en de padelbeoefening krijgen in Vlaanderen alle kansen maar natuurlijk binnen de contouren die zijn uitgezet in het decreet, net zoals alle andere spelers in het landschap. Ook in het verleden werden al kansen geboden aan Padel Vlaanderen, zelfs als niet-erkende sportfederatie. Zo heb ik in het verleden via het subsidiekanaal ‘breed sportaanbod’ meer dan 40.000 euro ondersteuning gegeven aan deze vzw in functie van promotionele evenementen.

Vandaag voldoet Padel Vlaanderen niet aan de voorwaarden om apart gesubsidieerd te worden. Indien de situatie zou wijzigen, kan de huidig erkende vzw een aanvraag indienen net als alle andere sportfederaties. Ook de exclusieve toewijzing aan Tennis Vlaanderen is een fabeltje. Niet alleen is Padel Vlaanderen zelf opgenomen in de lijst van erkende sportfederaties, ook andere slagsportfederaties en alle multisportfederaties kunnen een padelaanbod opstarten waardoor de bewuste leden kunnen meetellen voor subsidiëring.

Binnen de beleidsfocus heeft echter enkel Tennis Vlaanderen een projectaanvraag ingediend met het oog op de promotie van padel in Vlaanderen. Dit project werd door de externe adviescommissie goedgekeurd conform het decreet van 10 juni 2017.

U zegt dat padel door de nationale en internationale ontwikkelingen op korte termijn zal moeten worden opgenomen op de sporttakkenlijst. Ik wil dat enigszins nuanceren. Padel bestaat sinds 1969 en de Federación Internacional de Pádel (FIP) heeft intussen 28 van de 40 benodigde landen als lid om te kunnen toetreden tot SportAccord. Daarnaast heeft Padel Vlaanderen intussen 681 van de 30.000 leden om als afzonderlijke federatie zonder het internationale draagvlak, Olympisch of binnen SportAccord, gesubsidieerd te worden. Ik denk dan ook dat ze nog een poos van de verplichte opname op de sporttakkenlijst verwijderd staan.

Ik vind niet dat de padelbeoefenaars zo lang in de kou moeten blijven staan. Door deze sporters via de Tennis Vlaanderen of andere slagsport- of multisportfederaties toch toegang te bieden tot subsidiëring, bied ik een perfect alternatief. Bovendien werd tijdens de hoorzitting die in juli in het parlement werd georganiseerd, door verschillende sprekers en door de drijvende kracht achter Padel Vlaanderen vzw, gepleit voor rationalisatie binnen de unisportfederaties door het actief stimuleren van shared services of zelfs fusies. In dat licht is het eerder tegenstrijdig om onder het mom van innovatie voor een grote drempelverlaging te pleiten voor de opname op de sporttakkenlijst en voor de subsidiëringsvoorwaarden.

In de ons omringende landen stellen we vast dat er een goede samenwerking tot soms een geïntegreerde werking bestaat tussen padel en tennis. Het sterkste voorbeeld van samenwerking tussen padel en tennis vinden we terug in Frankrijk. Daar heeft de Fédération Française de Tennis padel in haar aanbod opgenomen. In die hoedanigheid is zij ook aangesloten bij de Federación Internacional de Pádel. Ook in Nederland is er samenwerking tussen de tennis- en padelfederatie.

Zolang er internationaal via SportAccord geen beslissing valt over de erkenning van padel, hetzij als onderdeel van tennis of een andere slagsport, hetzij als een aparte sport, is het geen evidente oefening om padel ergens onder te brengen.

In het advies van de Vlaamse Sportraad van 8 juli 2016 met betrekking tot onder andere padel staat: “De sporttakkenlijst zonder disciplines laat meer innovatie toe, nieuwe sporten kunnen opgenomen worden als discipline van een sporttak op de lijst wat ongewenste versnippering van het sportlandschap verhindert, bijvoorbeeld padel als discipline van tennis.”

Gezien een aantal internationale voorbeelden, het advies van de Sportraad en het feit dat Vlaanderen op zich maar een kleine markt heeft, lijkt het een goede en logische keuze dat padel en de padelbeoefenaars via Tennis Vlaanderen of een andere federatie toegang krijgen tot subsidiëring. Dat betekent dus duidelijk niet dat padel exclusief door Tennis Vlaanderen kan worden aangeboden, dat had ik eerder al gezegd.

Ook in Vlaanderen zijn er gesprekken geweest tussen Tennis Vlaanderen en Padel Vlaanderen en tussen Padel Vlaanderen en de Vlaamse Squashfederatie, maar in beide gevallen zijn de gesprekken afgesprongen. Ook een bemiddelingsgesprek in december vorig jaar, in aanwezigheid van Sport Vlaanderen en mijn kabinet, heeft niet tot een oplossing geleid. Net als bij de fusiebewegingen in het kader van het nieuwe decreet, wil ik ook hier niemand dwingen om samen te gaan.

De sporttechnische discussie voeren of padel een discipline is van tennis heeft in mijn ogen geen zin. De tegenargumenten die worden gebruikt door Padel Vlaanderen zijn evengoed van toepassing op minivoetbal, beachvolleybal of ropeskipping en daarover bestaat geen discussie dat deze onder respectievelijk voetbal, volleybal en gymnastiek vallen.

Aangezien er in Vlaanderen met het decreet van 10 juni 2016 duidelijk is gekozen om geen structuren om de structuur te subsidiëren, maar wel de sporter centraal te zetten en zoveel mogelijk mensen te laten sporten, zien we in het mee promoten van padel door Tennis Vlaanderen of een andere slag- of multisportfederatie een meerwaarde voor de sporters en de sport.

Om op de sporttakkenlijst opgenomen te worden, moet men aan twee van de drie voorwaarden voldoen vermeld in artikel 9 van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van sportorganisaties, dat op 1 januari 2017 in werking is getreden.

De sporttakkenlijst wordt geadviseerd door de Sportraad en maakt deel uit van de uitvoeringsbesluiten die door de Vlaamse Regering op 16 september 2016 zijn goedgekeurd. De eerste voorwaarde betreft het aanbieden van een gereglementeerde fysieke activiteit met voldoende cardiovasculair trainingseffect. Hier voldoet padel aan. Aan de tweede voorwaarde, Olympisch zijn of lid zijn van een internationale organisatie opgenomen op de ledenlijst van de internationale unie van sportfederaties – SportAccord – voldoet padel niet. De derde voorwaarde is het hebben van een voldoende groot draagvlak binnen het Nederlands taalgebied en daar voldoet padel ook niet aan. Onder het hebben van een voldoende groot draagvlak wordt verstaan dat deze sport gekend is in Vlaanderen bij de brede bevolking en/of door een voldoende groot aantal sporters vandaag al wordt beoefend. Daarbij denken wij dan aan wandelen, krachtbal of parachutisme. Daarbij wil ik ook opmerken dat een opname op de sporttakkenlijst enkel aangeeft welke sporten voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen. Op zich is dit niet voldoende om als unisportfederatie te worden gesubsidieerd.

Volgens het decreet kunnen unisportfederaties enkel als unisportfederatie A1 – dat  is Olympisch – worden gesubsidieerd als zij 500 leden hebben en als unisportfederatie A2 –dan zitten ze bij SportAccord – als zij 1500 leden hebben. Unisportfederaties B – niet Olympisch en niet bij SportAccord – moeten 30.000 leden hebben om als unisportfederatie te worden gesubsidieerd.

Stel u voor dat ik padel op de sporttakkenlijst zou zetten, dan kan geen enkele sporter van padel worden gesubsidieerd. Ze staan immers op de sporttakkenlijst, maar ze hebben geen 30.000 leden. Als ze niet op de sporttakkenlijst staan, kunnen ze bij multisportfederaties en bij tennis en andere slagsporten wel worden gesubsidieerd. Nu moet u mij eens zeggen wat voor de sporter het beste is.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Ik heb twee bedenkingen. Sport is passie en passie laait soms hoog op. Men probeert dan de dingen juist te zeggen, maar dat lukt niet altijd. Ik heb dat al gemerkt wanneer mensen praten over hun sport. Veel mensen willen niet dat de indruk wordt gewekt dat padel een soort van verlengstuk is van tennis, of dat mensen die padel spelen dat automatisch als een opstap gebruiken om te gaan tennissen. Het is een sport op zich. Mensen denken dat ook niet van bijvoorbeeld badminton of pingpong. Ik denk dat de eigenheid, de identiteit van die sport heel duidelijk moet worden benadrukt door iedereen die daarmee bezig is.

Minister, begrijp ik het goed dat u zegt dat u niet anders kunt dan padel niet als sporttak op te nemen maar wanneer dat wel het geval zou zijn, u het wel zou doen? Mochten ze bijvoorbeeld wel door SportAccord worden opgenomen en die grens van veertig landen overschrijden, zou u ze dan wel apart als sporttak opnemen? Ik stel deze vraag omdat padel wordt beschouwd als een van de snelst groeiende sporten ter wereld. U zegt zelf dat het in 1969 is begonnen en dat er nog altijd maar 28 landen zijn. Er ontstaat nu echter wel een soort van sneeuwbaleffect waarbij de sport steeds sneller groeit. De kans is dan ook niet onbestaande dat ze binnenkort aan die 40 landen zullen geraken en dan ook zullen worden opgenomen door SportAccord. Als dat zo is, klopt het dan dat u ze ook meteen automatisch zult erkennen als sporttak?

U hebt ook gezegd dat de sporter centraal staat. Dat klopt, maar ik denk dat we er vooral voor moeten zorgen dat mensen niet het gevoel hebben dat hun sport wordt gekaapt door een federatie of door een andere sporttak waardoor ze in een soort van oneerlijke positie worden geduwd. Ik denk dat dat vandaag voor een groot deel meespeelt.

Ik herhaal mijn vraag: wanneer binnenkort blijkt dat padel wel aan 40 landen komt en wel wordt opgenomen door SportAccord, betekent dat dan automatisch dat u padel als sporttak zult erkennen?

De voorzitter

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Minister, ik volg u volledig in uw antwoord. Ik kan een aantal voorbeelden geven over sporten die in Deurne heel populair zijn, maar die ook geen erkenning krijgen op federatieniveau, waaronder zwerkbal. We hebben in het Rivierenhof een fantastische club, het Antwerp Quidditch Team. Het zijn mensen die hun sport op een zeer legitieme manier beoefenen en daar veel plezier aan hebben. We hebben in Deurne ook de anders georganiseerde vorm, met name de One Love Roller Dolls. Zij beoefenen rollerderby. Ik heb het genoegen gehad om al een aantal wedstrijden te zien. Zoals de heer Annouri ons uitdaagt om padel te youtuben, raad ik hetzelfde aan bij de rollerderby. U zult zich ongetwijfeld amuseren.

Deurne heeft ook clubs waar aan ropeskipping wordt gedaan. Zij hebben hun deel gevonden in de turnfederatie. En ik denk dat u daar een punt hebt, minister, dat het voor padel beter is onderdeel te worden van een grotere federatie. Dat is ook de reden waarom we het Sportdecreet hebben opgesteld. Nog een kleine federatie erbij die dan moeite heeft om te overleven, kan zeker niet de bedoeling zijn van ons Sportdecreet.

Ik denk dat u daar een punt hebt en dat het voor de Padelfederatie inderdaad beter is om een onderdeel te worden van een grotere federatie. Het is ook daarvoor dat we het Sportdecreet hebben klaargemaakt. Zo kunnen we grote gehelen hebben, die beheersbaar zijn. Weer een kleine federatie bij die moeite heeft om te overleven: dat kan zeker niet de bedoeling zijn, in de geest van ons Sportdecreet.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik wil zeker antwoorden op de vraag van de heer Annouri. Als ze voldoen aan twee van de drie voorwaarden, zal ik ze opnemen. Dus als ze op de lijst van Sportaco komen, zal ik ze opnemen. Als ze dan geen 1500 spelers hebben, heeft dat tot gevolg dat ze op de lijst staan, dat het geen onderdeel of discipline kan zijn van andere slagsporten of van de tennissport en dat niemand nog kan worden gesubsidieerd. Dat is dan het gevolg, totdat ze 1500 man hebben. Maar ik zal dat zeker doen. Als ze het aanvragen en ze voldoen aan twee van de drie voorwaarden, zal ik ze opnemen.

Nogmaals, ik vraag mij af wanneer de sporter er het best bij gebaat is. En ik betwijfel dat de sporter er het best bij gebaat is dat ze niet meer kunnen worden gesubsidieerd.

Ik vind het moeilijk. Want ik begrijp uw eerste punt. In uw eerste punt zegt u: ‘Er zijn mensen die zich hebben geëngageerd en die zich niet goed voelen met wat er gebeurt.’ Daarmee ben ik het helemaal eens. Ze hebben dat gepromoot. Ik heb 40.000 euro promotiegeld mee betaald. Ik heb ze ook erkend en al wat je wilt. Maar we moeten ook kijken naar de sporter zelf. Het zou beter zijn dat ze afspraken maken. Ik hoop nog altijd dat dat zal gebeuren. Ze moeten geen onderdeel worden. Maar je kunt, zoals in Nederland, een samenwerking hebben. In Frankrijk is het een onderdeel. In Nederland is het een samenwerking. Met een of andere slagsport, met tennis: het kan allemaal.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, dat is de laatste oproep die ik aan u wil doen. Bij de onderhandelingen die er gevoerd zijn, onder andere met de Koninklijke Vlaamse Voetbalbond (KVV), hebt u laten zien dat u mensen bij elkaar hebt kunnen brengen en tot een consensus bent gekomen.

Ik denk dat dat hier ook nodig is. Ik denk dat de emoties hierin een heel grote rol spelen. De passie voor de sport speelt een heel grote rol. U, als minister – en dat is mijn oproep – kunt ervoor zorgen dat die mensen terug aan tafel komen. U kunt ervoor zorgen dat de verzuchtingen van beide partijen volledig aan bod komen. Zo kan de ontwikkeling van padel als sport hier in Vlaanderen zo organisch en spontaan mogelijk verlopen. Want op dit moment is er heel wat frustratie. Ik vrees dat dat de groei van een heel mooie sport in Vlaanderen zou kunnen belemmeren. Misschien is het wel aan u om de mensen nu opnieuw samen te brengen.

Ik zal de komende maanden dan ook opnieuw een vraag indienen, om te horen of er schot in de zaak is gekomen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.