U bent hier

De heer Maertens heeft het woord.

Ik had mijn vraag beperkt gehouden omdat de heer Kennes daar een uitvoerige inleiding over had. Het gaat dus over het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) over het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid van de Vlaamse overheid, meer bepaald het advies dat traditioneel gevraagd wordt aan de SERV over het rapport van de dienst Diversiteitsbeleid. Er zijn heel wat aanbevelingen waarvan ik vermoed en denk dat ze aan bod zullen komen in onze commissiewerkzaamheden, ook met de jaarlijkse ontmoeting met de diversiteitsambtenaar en de dienst over het rapport, de cijfers enzovoort. Ik zal dus niet ingaan op het totale overzicht van die conclusies, voorstellen en beoordelingen door de SERV van een aantal cijfergegevens, statistieken, voorstellen en initiatieven die genomen worden.

Ik wil toch positief openen, en dat is ook wat de SERV doet. De sociale partners spreken in hun advies hun waardering uit voor het goede werk dat de dienst Diversiteitsbeleid en dus de Vlaamse overheid levert. Om een bepaalde teneur in de media en de berichtgeving een beetje te counteren, moet en mag dit toch zeker gezegd worden.

Maar er zijn dus een aantal aanbevelingen. Terecht, anders vraag je geen advies als er geen aanbevelingen mogen of moeten zijn. Zo vragen de sociale partners en de kansengroepen bijvoorbeeld dat er praktijktesten tegen discriminatie bij selectie en werving bij de Vlaamse overheid worden uitgerold en geïmplementeerd. Daar was heel wat deining rond in de media. Nogmaals, ik wil vooral benadrukken dat als je heel het advies leest, wat wij toch horen te doen, er veel meer positieve dingen in staan dan dat ene wat eruit is gelicht. Voorzitter, ik vermoed dat wij later op het jaar opnieuw de dienst Diversiteitsbeleid zullen zien en dat advies ook zullen bespreken, maar dat is iets voor de regeling der werkzaamheden. Ik zal dus niet ingaan op al die conclusies, maar heb toch een aantal vragen over dat ene punt.

Minister, zult u gevolg geven aan het voorstel van de sociale partners en de kansengroepen om praktijktesten tegen discriminatie bij selectie en werving bij de Vlaamse overheid uit te rollen? Zo ja, op welke manier zult u die organiseren? Zo neen, welke bezwaren ziet u tegen het invoeren van die praktijktesten? Met andere woorden, welke bezwaren houdt u aan tegen het invoeren van die praktijktesten?

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Door collega Maertens is verwezen naar het verslag van de SERV dat ons allemaal recent heeft bereikt. Daar staan een aantal opvallende opmerkingen en suggesties in. Het klopt dat er vaak zaken in staan die minder controversieel zijn of minder aandacht krijgen van de media. Maar het is logisch dat een aantal zaken wel in het oog zijn gesprongen. Daarom willen we daarover het debat aangaan hier in de commissie in het Vlaams Parlement.

Het rapport merkt op dat de Vlaamse Regering sterk hamert op het belang van competenties bij aanwerving, maar dat de Vlaamse overheid daar toch nog onvoldoende aandacht voor heeft. Bij de focus op competenties en talenten is een goedwerkend EVC-beleid (elders verworven competentie) een prioriteit, maar in het advies wordt de huidige EVC-procedure omschreven als omslachtig en duur, waardoor ze bijna nooit wordt gebruikt. In het verleden hebben we hier al vaak over gesproken, ook in de vorige legislatuur is EVC al aan de orde geweest. Als puntje bij paaltje komt, dan weten we inderdaad dat er veel goede wil is, dat er interesse is, dat het met de lippen ook wel beleden wordt maar dat het heel moeilijk blijft om daar concreet invulling aan te geven en op die manier mensen te kunnen tewerkstellen op basis van een goed uitgewerkte procedure. We hebben nog altijd niet de sleutel gevonden om die procedure echt goed te gebruiken. Het blijft nog te veel een goed idee. Daarom vragen de sociale partners en de kansengroepen om hier extra werk van te maken. Ik sluit mij daar graag bij aan.

Er stond nog iets anders in het verslag van de SERV dat in het oog is gesprongen, namelijk de afstemming van Nederlands als tweede taal (NT2) op de taaltest van Selor. De sociale partners en de vertegenwoordigers van de kansengroepen stellen vast dat het hoogste niveau in NT2 niet altijd voldoende blijkt om te slagen voor de taaltest van Selor. Zij stellen dat het Vlaams personeelsstatuut zou moeten worden aangepast zodat personen kunnen worden aangeworven op voorwaarde dat ze binnen een bepaalde periode voor de taaltest slagen. Het idee is dat zij niet het niveau bereikt moeten hebben om binnen te gaan maar dat ze, zodra de deur open is, een bepaalde termijn krijgen om dat niveau te halen om te kunnen blijven.

Een derde punt dat erg in het oog is gesprongen en het meest aanleiding heeft gegeven tot debat voor en tegen, was een pleidooi voor de uitrol van praktijktesten tegen discriminatie bij de selectie en werving van personeel bij de Vlaamse overheid. In de resolutie van 28 oktober 2015 over sensibilisering, preventie en handhaving inzake discriminatie op de arbeidsmarkt van personen met een migratieachtergrond, wees het Vlaams Parlement reeds op de bijzondere voorbeeldfunctie van de overheid in het kader van het bestrijden van discriminatie. De overheid blijkt deze voorbeeldfunctie evenwel onvoldoende waar te maken. Om die reden vragen de sociale partners en de vertegenwoordigers van de kansengroepen dat er praktijktesten voor selectie en werving bij de Vlaamse overheid zouden worden uitgerold.

Het lijkt me interessant om ook eens te gaan kijken naar een resolutie die werd goedgekeurd in de Kamer en waarvan huidig staatssecretaris Demir mede-indiener was. Daarin werd gevraagd om “inzonderheid bij alle vormen van discriminatie, eerst en vooral te voorzien in een systeem van gerichte controles bij de federale overheid als werkgever en in overleg te treden (…).” Daarin was dus ook sprake van zeer gerichte controles bij de tewerkstelling, in dit geval dan bij de federale overheid.

Minister, hoe staat u tegenover de suggestie van de sociale partners en die kansengroepen om praktijktests uit te rollen voor de selectie en de werving van personeel bij de Vlaamse overheid? Welke andere specifieke acties en initiatieven ziet u om de voorbeeldfunctie van de overheid inzake de discriminatie van personen met een migratieachtergrond op de arbeidsmarkt te vervullen? Ik stel de vraag in het bijzonder omdat ik al heb begrepen uit een aantal reacties dat u niet echt te vinden bent voor het idee van die praktijktests. De vraag is dan echter natuurlijk wat het alternatief is dat u naar voren schuift.

Welke initiatieven hebt u al genomen om de EVC-procedure gebruiksvriendelijker te maken? Welke initiatieven hebt u al genomen en welke zult u nog nemen om NT2 en de taaltest van Selor beter op elkaar af te stemmen? Hebt u daarover al overlegd met Selor? Als dat niet zou zijn gebeurd, bent u dan nog van plan om hierover met Selor rond de tafel te gaan zitten? Hoe staat u, ten slotte, tegenover de suggestie om het Vlaams personeelsstatuut aan te passen, zodat personen kunnen worden aangeworven op voorwaarde dat ze binnen een bepaalde periode voor de taaltest slagen? De consequentie is dan uiteraard dat, als ze niet slagen, de aanwerving dan ook niet kan worden voortgezet.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Voorzitter, minister, aanvullend op wat mijn beide collega’s al hebben aangegeven over het advies wil ik in ieder geval eerst en vooral benadrukken dat het advies van de sociale partners en de kansengroepen een advies is waarover ze gezamenlijk een consensus hebben bereikt. Dat is dus een zeer genuanceerd en gebalanceerd advies. Het advies is ook consequent in vergelijking met de voorgaande adviezen die ze ook al hadden geformuleerd over het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid. In hun begeleidende brief geven ze zelf aan dat de Vlaamse overheid er eigenlijk niet in slaagt om haar voorbeeldfunctie te vervullen. Ze vragen daarom om een tandje bij te steken.

Ze benadrukken zelf drie elementen, drie werkpunten of actiepunten waarvoor ze extra initiatief vragen. Ten eerste willen ze vooral benadrukken dat er meer moet worden gebruikgemaakt van stages en voorbehouden betrekkingen om kansengroepen te laten instromen. Ze stellen vast dat bijvoorbeeld wat jobstudenten betreft in vergelijking met 2013 het aantal personen met een migratieachtergrond is gehalveerd. Als het gaat over personen met een functiebeperking of een chronische ziekte is dat maar 0,83 procent. Sinds 2013 is dat niet geëvolueerd. Dat blijft status quo. Qua stages voor personen met een handicap is er zelfs een achteruitgang. Ze pleiten dus voor een inhaaloperatie ter zake. Voor personen met een handicap pleiten ze zelfs voor effectieve quota om die achterstelling aan te pakken.

Ten tweede pleiten ze voor het verplichten van de opleiding diversiteit en de opleiding over redelijke aanpassingen voor de leidinggevenden en het personeel van de dienst Rekrutering en Selectie. Ze zeggen dat er een kans wordt gemist om stappen vooruit te zetten indien die vorming alleen maar wordt gevolgd door de overtuigden.

Ten slotte pleiten werkgevers, vakbonden en vertegenwoordigers van de kansengroepen voor de eerste keer gezamenlijk voor een invoering van praktijktests bij de Vlaamse overheid. Dat is toch echt wel nieuw. Ze verwijzen trouwens naar de Vlaamse en federale resoluties, waarin de regeringspartijen vooral de nadruk leggen op zelfregulering als het gaat over het opsporen van discriminatie. In hun communicatie hebben de werkgevers ook wel terecht aangegeven dat men dat in de privésector doet. Waarom zou de overheid dan niet het voorbeeld volgen van de privésector om ook op het vlak van zelfregulering praktijktests in te voeren om discriminatie beter in kaart te brengen?

Ze verwijzen ter zake trouwens naar de cijfers van Unia, waarbij blijkt dat in vergelijking met 2015 het aantal dossiers van meldingen van discriminatie is gestegen van 71 naar 132, toch bijna een verdubbeling, dus terecht een aandachtspunt.

Minister, vandaar mijn vragen. Eerst een algemene vraag. U hebt dat advies nu. Welk gevolg zult u geven aan de vraag om specifieke acties te ondernemen? In het bijzonder zou ik graag weten met welke argumenten u de vraag om praktijktests in te voeren eigenlijk afwijst. U hebt al gecommuniceerd via de media. U zei daar geen heil in te zien.

Een aandachtspunt dat de SERV toch ook al in zijn vorige advies had meegegeven, is het volgende. Ze geven aan dat de kansengroepen het hardst worden getroffen door de besparingsmaatregelen van de Vlaamse overheid. Dan gaat het over vrouwen die deeltijds werken, personen met een handicap en personen met een migratieachtergrond. Dat is een aandachtpunt, zeker in de afbouwscenario’s, waarbij men nu vooral in koppen telt in plaats van in vte’s voor het bestaande personeel. Die groepen dreigen harder te worden getroffen. In plaats van met vte’s te werken, gaat men nu saneren volgens het aantal koppen, en dan viseert men sneller personen die deeltijds werken. Er wordt ook aangegeven dat de personen met een handicap of een chronische ziekte in de hogere leeftijdscategorie zitten, dat die dus meer uitstromen. Het lage streefcijfer van 3 procent wordt nu absoluut nog niet gehaald. We zitten nu aan 1,3 procent. Ter zake dreigen we nog meer achteruit te gaan als we geen tandje bij steken. Vandaar ook het pleidooi om die bindende streefcijfers of quota voor personen met een handicap in te voeren. Minister, hoe gaat u trachten de negatieve impact van de besparingen op de kansengroepen zo veel mogelijk te vermijden?

Minister Homans heeft het woord.

Het is duidelijk dat dit alles gaat over het advies van de SERV, meer bepaald van de Commissie Diversiteit, over het actieplan inzake het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid voor 2017. De heer Maertens heeft dat ook in zijn inleiding gezegd. Ik heb het advies ontvangen op 27 februari, dus pal in de krokusvakantie. Ik heb dit actieplan nog niet op de agenda van de Vlaamse Regering kunnen zetten, maar dat zal wel zeer binnenkort gebeuren. Zoals gebruikelijk, zoals dat elk jaar gebeurt, zal het actieplan voor 2017 na goedkeuring door de Vlaamse Regering worden bezorgd aan het Vlaams Parlement en ook worden besproken in deze commissie. Het lijkt me dus goed, zoals de heer Maertens ook zelf heeft aangegeven en geïnsinueerd, dat ik me eigenlijk gewoon beperk tot de concrete vragen die zijn gesteld en niet het hele advies uit de doeken ga doen. Ik ga me dus beperken tot het debat over het al dan niet invoeren van de praktijktests, de procedure met betrekking tot EVC, de taaltests bij Selor en de negatieve effecten van de besparingen voor personeelsleden die vaker deeltijds werken.

Daarbij wil ik wel de opmerking maken, maar ik kom daar straks nog op terug, dat men hier een hoorzitting heeft gehad met mensen van het Rekenhof waarbij deze problematiek meer dan ruimschoots aan bod is gekomen, maar goed, herhaling kan soms geen kwaad, denk ik dan.

Mevrouw Kherbache, het is waar dat ik faliekant tegen de invoering van praktijktesten op discriminatie bij de Vlaamse overheid ben. Ik heb dat in verleden gezegd en ik zal dat blijven zeggen. Dat is ook in strijd met het regeerakkoord. Wat ik eigenlijk ook wel vreemd vind, is dat de SERV er zelf ook geen voorstander van is om praktijktesten in te voeren in de privésector, maar wel bij de overheid. U weet hoe de SERV, en zeker de Commissie Diversiteit ervan, is samengesteld. Daar zit ook iemand genaamd Karel Van Eetvelt in. Hij heeft het volgende gezegd, en dat staat nog altijd op de UNIZO-webstek: “De praktijktesten of mystery calls om discriminatie op de arbeidsmarkt aan te pakken, komen er niet op Vlaams niveau. Steekproeven of anonieme controles kunnen nog, maar dan op vraag van de sector zelf. UNIZO reageert tevreden. ‘Het gezond verstand zegeviert. Discriminatie op de arbeidsmarkt doe je niet verdwijnen door met het beschuldigende vingertje naar de werkgever te wijzen. Sensibiliseren en responsabiliseren is een veel effectievere methode’, zegt UNIZO-topman Karel Van Eetvelt.”

Er is iets dat ik eigenlijk heel vreemd vind aan het advies van de SERV. Nogmaals, ik snap dat het door de diversiteit in de samenstelling van de Commissie Diversiteit van de SERV, zeker door de aanwezigheid van vakorganisaties, natuurlijk niet altijd gemakkelijk is om tot een eensluidend advies te komen. Ik heb ook de topman van Voka, de heer Maertens, gehoord. Die hanteerde toch ook wel een iets zachtere formulering dan wat genotuleerd staat in het advies van de SERV, maar het advies van de SERV is natuurlijk wat het is. Ik ben het er niet mee eens. Ik ben er geen voorstander van. Ik ga ze ook niet invoeren, als dat uw volgende vraag is. Eigenlijk is het nog erger. Ik vind het eigenlijk een grove beschuldiging ten aanzien van de Vlaamse overheid. Eigenlijk beschuldigt men de Vlaamse overheid van discriminatie. Dan zeg ik, want we zijn nu blijkbaar in een tijd beland van factchecken, van alternatieve feiten en dergelijke meer: toon het me aan. Toon me aan dat de Vlaamse overheid wel degelijk discrimineert. Toon het mij. Ik heb nog geen enkel bewijs daarvan ontvangen.

Ik kan u wel zeggen dat in uitvoering van het Vlaamse regeerakkoord de Vlaamse Regering vorig jaar met de goedkeuring van het strategisch actieplan voor het diversiteitsbeleid voor de periode 2016-2020 ambitieuze streefcijfers heeft vastgelegd. Daar moeten we echter natuurlijk niet meer echt te diep op ingaan. Die zijn u allen bekend. We doen momenteel ook heel veel inspanningen, en het actieplan voor 2017 bevat ook tal van nieuwe acties om de streefcijfers te kunnen helpen realiseren. Er worden bij de Vlaamse overheid al sedert meerdere jaren specifieke opleidingen georganiseerd voor selectoren die moeten leiden tot kennisoverdracht met betrekking tot discriminatie en tot sensibilisering. Veel entiteiten van de Vlaamse overheid hebben op het vlak van discriminatievoorkoming en -bestrijding al prachtig werk geleverd en kunnen als goede praktijk fungeren, zeker ook voor de privésector.

Ik kan wel iets verdragen, maar ik vind het dus zeer jammer dat men hier in de commissie en in de media gewoon botweg over de leidend ambtenaren, over de mensen van het Agentschap Overheidspersoneel (AgO) zegt dat ze discrimineren, zonder enig bewijs. Misschien is er wel eens een verhaaltje opgedoken, maar geen bewijs. Als ik iets zeg, moet ik het twintig keer bewijzen, twintig tabellen voorleggen, en in de media mag gewoon alles worden beweerd. Maar goed, ik neem daar akte van.

Er is ook een netwerk van personen en diensten waar personeelsleden en sollicitanten terechtkunnen met meldingen en klachten over al dan niet vermeende discriminatie. Het blijft daar redelijk stil. Dat is gewoon een vaststelling.

Ten slotte wijs ik ook nog op het feit dat er op 21 maart, dus binnenkort, een belevingsdag wordt georganiseerd in Kazerne Dossin over de thema’s integriteit en non-discriminatie bij de overheid. De leidend ambtenaren zullen die dag ook een engagementsverklaring ondertekenen.

Ik kom tot de vragen over EVC. U weet dat EVC is ingevoerd in de vorige regeerperiode voor aanwerving bij de Vlaamse overheid. Ik heb in het verleden ook al gezegd dat dat jammer genoeg nog maar weinig is toegepast en dat ik dat wel betreur. Zoals ook bleek uit een evaluatie in 2014 is de reden hiervoor dat heel wat entiteiten van de Vlaamse overheid heel de procedure eigenlijk te log vonden. Ze vonden die eigenlijk niet zo erg goed. Recent werden de onderhandelingen afgerond met betrekking tot het sectoraal akkoord 2015-2016. In de ontwerptekst van dat sectoraal akkoord is ook een voorstel opgenomen om de EVC-procedure te vereenvoudigen, zodat ze vaker zal kunnen worden toegepast. Ik verwijs ook naar de conceptnota Geïntegreerd beleid voor erkenning van competenties, die midden 2015 op initiatief van de ministers van Onderwijs en Werk werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering en die tot doel heeft een gemeenschappelijk kader voor EVC vast te leggen waarbinnen de diverse beleidsdomeinen EVC concreet kunnen vormgeven. Als u me dus concreet vraagt hoe we de procedure nog kunnen versoepelen, dan denk ik dat de meeste antwoorden liggen in die conceptnota die ik net heb aangehaald.

Om aan dit EVC-beleid ook verder vorm te kunnen geven – want op dat vlak schieten we inderdaad tekort, daar ben ik het absoluut mee eens – werd een ambtelijke werkgroep opgericht, waaraan ook vertegenwoordigers van het AgO en de Vlaamse Diversiteitsambtenaar deelnemen. De opdracht van de werkgroep is tweeledig: enerzijds komen tot een voorontwerp van decreet over EVC, anderzijds de implementatiesporen afstemmen binnen de diverse beleidsdomeinen. Ten slotte – en dat is wel belangrijk – wil ik er uw aandacht toch nog eens op vestigen dat het altijd de vakbonden zijn geweest die tegen EVC waren. Men kan hier nu dus wel komen zeggen dat het toch wel veel beter zou kunnen worden georganiseerd, dat het iets minder log zou kunnen, en ik ben het daarmee eens, maar als de vakbonden zich blijven verzetten tegen het principe van EVC, dan denk ik dat bepaalde partijen die banden hebben met de vakbonden, misschien eens met hun mensen daar kunnen gaan praten. Ik ben immers absoluut een voorstander van het kunnen toepassen van EVC binnen de Vlaamse overheid.

Dan zijn er de taaltesten bij Selor. Als gevolg van de huidige federale taalwetgeving kan niemand in dienst worden genomen bij de diensten van de Vlaamse overheid zonder bewijs van de kennis van het Nederlands. Dat is zo bepaald in artikel 36, paragraaf 3, van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Dat bewijs kan enkel worden geleverd door een Nederlandstalig diploma op minstens het niveau van de betrekking, of door een taalexamen dat wordt georganiseerd door Selor. U weet – en dan kijk ik vooral naar de heer Kennes – dat er in de vorige regeerperiode al initiatieven zijn genomen om te bekijken of andere instanties dat niet zouden kunnen doen. Dat is altijd op een ‘njet’ gestuit. De Raad van State heeft ook gezegd dat het Vlaamse Gewest totaal niet bevoegd is om het taalgebruik in bestuurszaken te regelen, noch om de taalkennis te regelen voor de eigen diensten. Wij mogen dat dus niet van de Raad van State, alhoewel we dat wel willen. Natuurlijk heeft mijn eigen kabinet, maar ook de administratie, de afgelopen twee jaar, sinds ik bevoegd ben, ook overlegd met Selor, maar ik moet zeggen dat er weinig beweegt. In het advies van de SERV wordt dan letterlijk voorgesteld om gewoon het Vlaams personeelsstatuut aan te passen, zodat personen kunnen worden aangeworven op voorwaarde dat ze binnen een bepaalde periode voor de taaltest slagen. Ja, als ik dat doe, dan maakt de Raad van State daar brandhout van. Wat ze vragen, is dus eigenlijk onwettelijk, want in strijd met de federale taalwetgeving. Dat is heel duidelijk.

Dan was er ten slotte nog het punt, maar daar hebben we het al heel uitgebreid over gehad, dat de negatieve effecten van de besparingen vooral de kwetsbare doelgroepen binnen de Vlaamse overheid zouden treffen. Die besparing van die 1950 koppen is hier al diverse keren aan bod gekomen, ook tijdens de bespreking met het Rekenhof, zoals ik daarnet heb gezegd. Ik heb er toen op gewezen dat de Vlaamse Regering heel wat mogelijkheden aanreikt aan de entiteiten om het met minder personeel te doen, zoals de kerntakenplannen, de rationalisatie van de gemeenschappelijke dienstverlening en de oprichting van de gemeenschappelijke dienstencentra, de fusies van entiteiten, de daling van de administratieve lasten en de verder doorgedreven informatisering.

Zoals ik heb toegelicht in die vergadering van de commissie Bestuurszaken, zijn de personeelsbesparingen al gestart in 2009 en is het aandeel van personen met een arbeidshandicap geëvolueerd van 1 procent in 2009 naar 1,3 procent in 2015. Is dat een hoerabericht? Neen, absoluut niet. Zeggen dat dat is gedaald, is echter ook de waarheid geweld aandoen. Is dit goed? Neen, dit is niet goed, maar het is geen daling.

Ook het aandeel vrouwen is in diezelfde periode gestegen. Sedert 2007 is het aandeel van de vrouwelijke personeelsleden tewerkgesteld bij de Vlaamse overheid gestegen van 53 procent naar 55,3 procent. Ik heb het al gezegd bij de bespreking met het Rekenhof: uit die cijfergegevens kan ik dus absoluut allesbehalve afleiden dat de personeelsbesparingen, die al zijn gestart in 2009, daarop een effect zouden hebben. We zien eigenlijk een toename voor de kansengroepen. Ik heb het dan nog niet over personen met een migratieachtergrond.

Geachte leden, ik heb hier onder voorbehoud gesproken, want ik moet het plan nog voorleggen aan de Vlaamse Regering. Zoals u weet, maakt het advies van de SERV deel uit van een dossier. Het is ook geen bindend advies. We zullen dat in de schoot van de Vlaamse Regering bespreken. Tot slot geef ik nog mee dat praktijktesten er niet zullen komen binnen de Vlaamse overheid.

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het omstandige antwoord. Ik kan u zeer ver volgen – dat zal niemand verrassen, denk ik –, maar eerlijk gezegd schrok ik nogal toen ik de berichtgeving las over het advies, en zeker over die praktijktesten. Ik heb het advies meteen opgezocht, en via mijn zoekmachine ben ik ook gaan zoeken naar klachten, processen die zouden zijn aangespannen tegen de Vlaamse overheid, naar audits die op een of andere problematiek zouden wijzen. Eerlijk gezegd, ik geloof niet dat ze bestaan, en als ze al bestaan, dan heb ik er zeker geen voorbeelden van gevonden. De Vlaamse overheid, en wij allemaal, heeft het zeer graag over vertrouwen geven aan het middenveld. Dan vind ik het een beetje jammer dat dat niet wederzijds is wat dat kleine aspectje van het hele beleidsspectrum betreft. Neen, we zien geen vertrouwen, maar een betuttelend vingertje. Dat lijkt me niet nodig. Ik vind het jammer dat er blijkbaar een gebrek aan vertrouwen in de overheid is, of toch minstens in de leidinggevend ambtenaren van die Vlaamse overheid, niet het minst in die van het AgO, die toch elke dag of bijna elke dag bezig zijn met die problematiek van selectie en werving.

Praktijktesten kunnen er komen, mocht er een problematiek zijn, op vraag van de sector zelf. Dat is ook het standpunt van de werkgevers. Als dat door de sector is afgesproken, oké, maar niet dat vanop afstand met een betuttelend vingertje gaan opleggen. Nu, ik wil gerust de bevraging doen bij onze leidinggevend ambtenaren, of wil zelfs veel ruimer dan dat in een personeelspeiling vragen of iemand zich gediscrimineerd voelt bij een selectie of werving door de Vlaamse overheid. Ik denk dat het antwoord eensluidend ‘neen’ zal zijn. Laten we een kat een kat noemen: dit is ook door de media uit het rapport gelicht. Daar staat immers zeer veel in. Daarom ben ik blij dat we dat rapport breder zullen kunnen bespreken dan dat vandaag het geval is. Het is dan jammer dat dit voorstel een beetje een signaal geeft dat men bij de overheid op dat vlak althans verkeerd bezig is, terwijl we denken het omgekeerde te doen. Ik denk dat de Vlaamse overheid al lang, nog steeds en hopelijk ook in de toekomst die voorbeeldwerkgever is in Vlaanderen en zelfs breder dan dat, in Europa. Ik hoop dat we dat lang zullen blijven en dat we inderdaad van praktijktests gespaard zullen blijven. Als het niet nodig is, waarom zouden we die moeten invoeren? Ik zie geen probleem. Ik hoop dat dit de conclusie kan zijn.

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, ik had drie punten behandeld. De minister heeft die in haar antwoord ook allemaal op een of andere manier bekeken en toegelicht. Minister, uw standpunt over die taaltesten is duidelijk, met de onwettelijkheid van de vraag om het Vlaams personeelsstatuut aan te passen. Ik heb echter wel gehoord dat u of uw medewerkers met Selor hebben overlegd, dat het probleem op tafel ligt. We moeten natuurlijk binnen een redelijk stringent wettelijk kader opereren. Dat is dus duidelijk.

U hebt goed aangetoond dat er aandacht is voor EVC, wat ik ook in mijn vraagstelling heb aangegeven. De Vlaamse Regering is daarmee bezig. Er zijn initiatieven genomen. Er is verwezen naar die conceptnota. Ik kan u bijtreden: het is vaak bij de vakorganisaties dat er nogal wat terughoudendheid is. Ik heb in het verleden ook gemerkt dat ze nogal vasthouden aan die diploma’s, dat dat voor hen een erg belangrijk iets is, en dit doorkruist dat natuurlijk. Dit is een andere manier om mensen te selecteren, in te schalen, een barema toe te kennen. Ik weet dat dat niet evident is. Ik meen dus dat ze daar wat opener over zullen moeten nadenken, om mensen kansen te geven. Dat is immers waar het uiteindelijk om gaat. Er zijn mensen die vaak niet het traject hebben kunnen doorlopen dat wij als normaal beschouwen, dat voor ons evident en vertrouwd is, waar we ons goed bij voelen, maar die ook talenten hebben die ze op andere manieren verder hebben kunnen ontwikkelen. Dat moet de zorg zijn van het EVC-dossier. Ik denk dus dat dat niet mag worden losgelaten, en ik hoop dat u daar verder ook op blijft inzetten, want ik heb begrepen dat u daar ook een voorstander van bent en dat u ook erkent dat het nog te weinig wordt toegepast.

Dan is er het heikele punt van de praktijktesten. Er is een standpunt in het regeerakkoord, dus ik begrijp dat u zich daarop baseert om uw antwoord te geven. Karel Van Eetvelt kan natuurlijk wel zijn standpunt hebben over hoe dat bij de kmo’s gaat, maar dat is natuurlijk niet het leidmotief voor de Vlaamse Regering. Als overheid heb je altijd nog een voorbeeldfunctie. Natuurlijk hebben UNIZO en Karel Van Eetvelt die ook wel vanuit de maatschappelijke functie die ze hebben, maar de overheidsvoorbeeldfunctie is toch nog anders. Voor mij is het debat dus niet gesloten met een verwijzing naar Karel Van Eetvelt, die ik overigens waardeer, maar die ik niet in alles gelijk moet geven. Het CD&V-congres – en ik denk dat dat voor mij richtinggevend moet zijn – heeft in november van het afgelopen jaar een duidelijk partijstandpunt ingenomen in verband met dat antidiscriminatiebeleid. Ons congres heeft met een duidelijke meerderheid gesteld dat ook praktijktesten daar een plaats in moeten hebben.

Ik denk dat men zich niet altijd geviseerd en aan de muur gespijkerd moet voelen als iemand zegt dat praktijktesten kunnen, naast en samen met veel andere zaken. We zijn het er immers allemaal over eens dat sensibiliseren natuurlijk belangrijker is, en dat we daar eerst op moeten inzetten, en dat er nog andere manieren zijn om een antidiscriminatiebeleid goed te voeren. Ik ben ervan overtuigd dat praktijktesten niet het eerste is waarmee je moet beginnen. Repressie is zeker niet waar het om gaat. Het gaat erom dat je een aantal veranderingen kunt doorvoeren. De cijfers zijn wat ze zijn. De ambitie is er, maar de resultaten zijn er niet, en dan lijkt het me wel logisch dat mensen gaan zoeken naar wat er bijkomend kan gebeuren. Als praktijktesten daar een plaats in kunnen hebben, zonder dat dit een afrekening is met mensen... Men doet hier immers alsof de leidend ambtenaren worden beschuldigd van discriminatie. Dat vind ik wel heel kort door de bocht. We stellen vast dat de doelstellingen niet worden gerealiseerd, dat er nog een maatschappelijk probleem is, dat een aantal instrumenten die al zijn ingezet, tot nu toe niet het beoogde effect hebben gehad. Dan moeten we in de toekomst ook wel durven te kijken naar andere instrumenten. Dan sluit ik toch niet uit dat praktijktesten ook daar een rol in kunnen spelen, zonder dat daarmee de Vlaamse overheid, of de leidend ambtenaren, of het selectieagentschap wordt afgebrand. Dat is echt niet wat ik heb gelezen in het SERV-rapport. Ik denk dat dat een interpretatie is. Minister, het is uw ambitie om de doelstellingen en normen die we hebben afgesproken, te halen. Dat lijkt me ook de ambitie te zijn van iedereen hier. Ik hoop dat we daar op een goede manier, met de juiste instrumenten aan kunnen werken.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, uw antwoord op de praktijktesten verbaast me een beetje, omdat u zelf, in tegenstelling tot de werkgevers, veeleer stappen achteruit dan vooruit zet. Ze hebben aangegeven dat ze daar in het verleden geen voorstanders van waren, maar ze hebben allebei erkend dat er op dat vlak een voortschrijdend inzicht is. Dat is letterlijk wat men bij Voka heeft aangegeven. U citeert Karel Van Eetvelt. Ik ben met hem in debat gegaan over dat thema. In De Zondag, het belangrijke referentiewerkweekblad over Unia en discriminatierecht, zei Van Eetvelt in 2015: “Als men mij kan aantonen dat mystery calls effectief zijn én kunnen ingevoerd worden in een globale aanpak waar ook de werknemer voor zijn verantwoordelijkheid geplaatst wordt, dan ga ik mijn verzet daartegen opgeven.” Nadien ben ik met hem in debat gegaan, en hij heeft toen ook aangegeven dat, als men gelijk oversteekt, als ook rekening wordt gehouden met de discriminatie tussen werknemers onderling, hij niet meer tegen praktijktesten is. Nu pleit hij zelfs voor praktijktesten. In die zin is er dus een evolutie. Ik weet niet of u de woordvoerder bent van Karel Van Eetvelt, maar in ieder geval citeer ik alleen zijn woorden, letterlijk.

Ik wil maar aangeven dat de werkgevers, ook op vraag van de regering, aan zelfregulering hebben gedaan en praktijktesten in de sector zelf hebben toegepast. Daarom zeggen ze dat ook de overheid aan zelfregulering mag doen. Dat zou een vorm van behoorlijk bestuur zijn.

U geeft dan aan dat de sociale partners, de SERV beweerd zou hebben dat de leidend ambtenaren of de overheidsdiensten zouden discrimineren. Niemand beweert dat. Niemand heeft dat gezegd. Het enige wat in het SERV-advies staat, is dat het aantal meldingen van discriminatie bij de overheid bijna verdubbeld is. Dat is een indicatie dat er een probleem is. Maar is er discriminatie, of is er geen discriminatie? Daar heeft niemand enig idee van, want een melding is geen bewijs van discriminatie.

Als we de problemen willen benoemen en effectief willen aanpakken, als we het debat op een rationele manier willen voeren, boven de welles-nietesdiscussie, zonder taboes, zonder meteen verkrampt te reageren, dan hebben we er alle belang bij, zoals de sociale partners vragen, om in zee te gaan met een universiteit en praktijktesten te houden. Dan kun je, zoals men vaak doet, gewoon als een interne vorm van kwaliteitszorg, zien hoe de selecties en de aanwervingen gebeuren. Vaak gebeuren uitsluitingen ook op een onbewuste manier. Vandaar hun pleidooi en vandaar, minister, dat u zich wel vergist als u zegt dat men beschuldigt. Men zegt niet dat er gediscrimineerd wordt, men zegt eigenlijk dat men geen idee heeft, dat men blind aan het varen is en als men het ernstig neemt, men werk zou moeten maken van die praktijktesten.

Minister, ik heb de indruk dat men praktijktesten nog steeds als een sanctie percipieert. Intussen is men in het brede maatschappelijke middenveld van werkgevers en vakbonden al tot inzicht gekomen. In de verschillende gewesten, in de steden, zoals in Gent, voert men praktijktesten in en men merkt dat het ook werkt, dat het aantoont dat heel veel werkgevers en heel veel diensten niet discrimineren. Dan kun je focussen op de diensten waar zich effectief een probleem stelt. Is dat dan met een sanctie? Neen, maar dan kan je wel een verbetertraject opstellen, want nu ben je gewoon blind aan het varen en sluit je je ogen voor een probleem. De cijfers tonen aan dat het probleem is dat er op het vlak van diversiteit nog een gigantisch werk voor de boeg is. Ik denk dat men samen met de sociale partners echt wel stappen vooruit moet durven zetten.

Minister Homans heeft het woord.

Wat was de vraag?

Yasmine Kherbache (sp·a)

Ik gaf aan dat u zegt dat er wordt gediscrimineerd. Ik maak duidelijk dat u zich daar vergist, dat niemand dat beweert en dat praktijktesten geen sanctie zijn. U hebt gezegd dat u het een grote schande vindt dat men beweert… (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

U zegt dat het een schande is dat de sociale partners onze goed werkende diensten… Minister, er is een overheidsdienst zoals VDAB, die in het debat en de hoorzittingen over discriminatie zelf gepleit heeft voor de invoering van praktijktesten. Mijn vraag is of u de suggestie van een overheidsdienst zelf dan zult aangrijpen om tegemoet te komen aan het advies van de sociale partners en aan de dringende nood om het probleem te benoemen en effectief in kaart te brengen.

De minister heeft daar al op geantwoord, denk ik.

Ik zal het herhalen: neen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.