U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, naar aanleiding van Internationale Vrouwendag op 8 maart kwam ook de aanwezigheid van vrouwen in een aantal beroepen die te boek staan als typisch mannelijk onder de aandacht. Het gaat dan concreet om arbeidsplaatsen in de metaalnijverheid, de betonindustrie, de machinebouw, garages, steenbakkerijen, slagerijen, houthandel, bosbouw, verhuizing, wegtransport en elektriciens. Op basis van bevindingen van Acerta bij 70.000 werknemers met een arbeidersstatuut, blijkt dat in een periode van zes jaar de al geringe aanwezigheid van vrouwen in dit soort beroepen nog verder is teruggelopen met twee procentpunten tot 9 procent. Bij elektriciens was er een terugval van 4,8 naar 4 procent. In de bouw was er evenwel een lichte toename van 1,14 naar 1,38 procent, maar blijft de ondervertegenwoordiging van vrouwen wel heel groot.

Het valt te betreuren dat vrouwen geen bres kunnen slaan in de typische professionele mannenbastions, althans toch zeker bij de uitvoerende functies. Bij bedienden speelt dit niet of veel minder. Zeker nu de krapte op de arbeidsmarkt in het algemeen en bij technische- en vakprofielen in het bijzonder zo toeneemt, verdient dit bijzondere aandacht.

Om dit te verhelpen, moeten natuurlijk verschillende maatregelen worden genomen, maar het lijkt toch evident dat men al begint bij een aantal relatief makkelijk op te lossen omgevingsproblemen. Specifiek voor de bouwsector denk ik aan het sanitair. Dat wordt immers vaak aangehaald als een probleem omdat er op bouwwerven geen verplicht gescheiden sanitair aanwezig is en op kleinere werven soms zelfs totaal geen sanitair aanwezig is. Ik zeg niet dat dit de doorslaggevende reden is, maar die kleine elementen spelen natuurlijk wel mee. Nu spierkracht dankzij technologische toepassingen minder uitgesproken van belang wordt, kan ook dat de toegang van vrouwen tot dit soort beroepen niet langer decisief in de weg staan. Toch blijft er een hoge drempel om als eerste en enige vrouw in een bouwvakkersploeg terecht te komen. Uit praktijkvoorbeelden blijken sommige vrouwen ook te stoten op culturele verschillen met allochtone werknemers.

In de transportsector spelen dan weer vooral de combinatie werk-privé een rol. Heel wat vrouwen vinden het moeilijk om de lange en onregelmatige arbeidstijden te combineren met de zorg voor een gezin. Dat merk je ook wanneer je de cijfers vergelijkt met de aanwezigheid van vrouwelijke chauffeurs bij lijn- en schoolbussen, waar die tendens anders is. Sowieso moeten we het probleem aan de basis aanpakken, meer bepaald in het onderwijs. Daar merk je dat er weinig meisjes kiezen voor opleidingen in dit soort mannenberoepen.

Hoe dan ook moeten we weg van het clichébeeld over en zelfs van het begrip mannen- en vrouwenberoepen.

Minister, welke conclusies trekt u uit de bevindingen van Acerta over de dalende vertegenwoordiging van vrouwen in mannenberoepen? Welke maatregelen acht u op korte termijn haalbaar om de eerder praktische obstakels, zoals de aanwezigheid van sanitair, die door vrouwen worden ingeroepen om niet in mannenberoepen te stappen, aan te pakken? Welke inspanningen doet VDAB om bij de groep van vrouwelijke werkzoekenden na te gaan wie in aanmerking komt voor de invulling van vacatures van typische mannenberoepen? Hoe groot is die groep inmiddels? Welke acties worden ondernomen om vrouwen uit deze doelgroep actief toe te leiden naar opleidingen voor dit soort beroepen? Op welke manier wilt u streven naar meer diversiteit op de werkvloer in typische mannenberoepen en de bestaande clichés hierover uit de wereld helpen?  

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Uiteraard heb ik de bevindingen van Acerta gelezen. Spijtig genoeg is het geen verrassing dat er weinig vrouwen in mannenberoepen werken. Ik denk dat het andersom ook gebeurt en dat er weinig mannen in vrouwenberoepen zijn. Het verontrust me wel dat hun aandeel nog verder is gedaald in vergelijking met 2011, met uitzondering van de bouwsector.

Daarnaast toont het rapport ook een regionale kloof. In Vlaanderen bedraagt de vrouwelijke vertegenwoordiging in deze mannenberoepen 10 procent, terwijl dit in Wallonië slechts 4 procent is.

Ik wil benadrukken dat in het algemeen de arbeidsparticipatie van vrouwen de afgelopen jaren enorm gestegen is. De werkzaamheidsgraad van vrouwen steeg op 15 jaar tijd met bijna 10 procent. Dat is een enorme evolutie.

Een tweede evolutie is dat vrouwen vandaag beter geschoold zijn. Ze halen gemiddeld een hoger diploma dan mannen. Er valt daarbij niet te ontkennen dat vrouwen eerder voor opleidingen kiezen die toeleiden naar de tertiaire en quartaire sector. Daardoor scoren ze op technische competenties minder goed dan mannen en zijn daardoor minder geschikt voor de zogenaamde mannelijke beroepen. Er is dus zeker nood aan extra impulsen om vrouwen te oriënteren in de richting van mannenberoepen. Dat is iets wat de workshops die georganiseerd worden in het kader van de STEM-beroepen proberen aan te pakken met nuttige initiatieven om goesting te geven in deze beroepen en ook meisjes en vrouwen te steunen in hun ambities om hiervoor te kiezen.

Het onderzoek wijst er verder op dat ondernemingen een afspiegeling moeten zijn van de realiteit. Een divers personeelsbestand kan inderdaad positieve effecten met zich meebrengen. Ik denk aan meer creativiteit en innovatie. Inspelen op elkaar is natuurlijk beter als je een divers team hebt. Ik pleit er vooral voor om niet te kijken naar gender, maar ook niet naar kleur of weet ik veel wat, maar om te kijken naar talenten en competenties. Op die manier kunnen medewerkers ten volle ingezet worden op hun sterktes en mee het verschil maken in het succes van de organisatie. Het uitgangspunt van mijn beleid is ‘focus op talent’. Vorige week heeft de Vlaamse Regering de projecten van de vakbonden goedgekeurd om in die richting te gaan, met inzet op competenties en talenten ook vanuit werknemerskant. U zei zelf dat dit ook soms een probleem is.

De voorwaarden waaraan arbeidsplaatsen dienen te voldoen, zijn wettelijk vastgelegd op federaal niveau. Daarom moet in eerste instantie daarnaar worden gekeken. Indien om praktische redenen niet voldaan is aan de vereisten kan dat uiteraard een obstakel zijn voor vrouwen. Die praktische knelpunten kunnen concreet worden aangepakt met de betrokken bedrijven en met steun van de sector. Er zijn ondernemingen die wat ruimer willen gaan – en dat heb ik het niet meteen over de voorwaarden op de arbeidsplaats –,  bedrijven die werk willen maken van een diversiteitsbeleid en die eventuele problemen rond diversiteit en belemmeringen willen aanpakken.  Zij kunnen een beroep doen op de kmo-portefeuille – dat is daar uitdrukkelijk voor bepaald – en de kmo-groeisubsidie om op maat expertise in te kopen. Verder zet ik uiteraard in op sensibilisering via de sectoren. Dat lijkt mij de beste partner daaromtrent.

Elke VDAB-bemiddelaar – dat weet u – heeft de taak om elke werkzoekende, ongeacht gender, in functie van zijn/haar specifieke noden en wensen, te informeren over de arbeidsmarkt en te stimuleren de beroepskeuze te maken die leidt naar een realistisch doelwit. De hele filosofie van het maatwerk is net dat. Het doel is elke werkzoekende inzicht te geven in de eigen competenties, kwaliteiten en interesses en in de opportuniteiten die ze daarmee hebben op de arbeidsmarkt.

VDAB houdt bij de oriëntering of heroriëntering geen rekening met het geslacht van de werkzoekende, maar doet er alles aan – en dat geldt voor zowel mannen- als vrouwenberoepen – om elk beroep genderneutraal voor te stellen. Het detecteren of iemand dan in aanmerking komt voor een specifiek beroep, gebeurt dus los van het gender en volledig op basis van competenties. Ik denk dat u dat weet. Ik denk dat VDAB – als je dat internationaal zou bekijken – daarin duidelijk een voorloper is.

Binnen de sectorale werking van VDAB wordt uiteraard aangegeven dat competentieversterking niet gendergebonden is. Klanten worden gemotiveerd de competenties waarin ze sterk zijn en de interesses die ze hebben verder te ontwikkelen. VDAB werkt aan een genderneutrale online infosessie. Op VDAB-illustraties ziet u dat er zowel mannen als vrouwen worden gebruikt voor zowel mannen- als vrouwenberoepen.

In beroepenfilms en beroepenpagina's wordt erop gelet dat er steeds mannen en vrouwen in beeld komen, ook voor beroepen die klassieke mannenbastions worden genoemd.

Een aantal zaken zijn reeds aan bod gekomen in de vorige vragen. Zo heb ik het al over STEM gehad. Ik wil graag wat dieper ingaan op die STEM-actie. Het toeleiden van meer meisjes en vrouwen naar typische mannenberoepen en meer STEM-gerelateerde beroepen, moet natuurlijk al op de schoolbanken beginnen. Ik zei het daarnet al. Als je de techniciteit niet hebt meegekregen van op school, dan kom je minder in aanmerking voor een aantal beroepen. Vrouwen moeten dus worden aangemoedigd om zich in te schrijven in meer technologische studierichtingen.

In 2014 is er door het Europees Sociaal Fonds ten aanzien van scholen nog een campagne op poten gezet met als naam ‘Gender bij de melk’. Die campagne wilde op scholen de discussie op gang trekken over wat gender is, over gelijke kansen voor mannen en vrouwen en over wat dat betekent in de beroepskeuze. Het gaat dus typisch over wat u daarnet als vraag stelde. Die campagne heeft heel wat positieve reacties losgeweekt. Meer informatie over die campagne, maar ook over andere campagnes, vindt u op de website van het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Daarnaast vragen wij via het instrument van de sectorconvenants aan sectoren verhoogde aandacht voor de toeleiding van meisjes. Want er zijn niet alleen mannenberoepen, maar ook typische mannensectoren, sectoren waarin de mannen veel sterker vertegenwoordigd zijn.

Ook stimuleren wij deze sectoren om werk te maken van een evenredige arbeidsdeelname, om diversiteit op de werkvloer te bevorderen enzovoort.

Naast alles rond STEM, hebben we uiteraard – en dat heb ik ook al aangehaald – het beleid ‘Focus op talent’, waar we alle actoren op de arbeidsmarkt – de programma’s van de vakbonden zijn net goedgekeurd, die van de werkgevers zijn al van midden vorig jaar actief – stimuleren om te investeren in talent en vooroordelen te doorbreken. We hebben een aantal campagnes specifiek over vooroordelen opgezet. Ik denk namelijk dat die ‘mindswitch’ nodig is, waarbij je niet kijkt naar uiterlijkheden, niet naar man of vrouw, niet naar jong of oud, niet naar kleur, maar naar talent als uitgangspunt.

Het feit dat alle werkgeversorganisaties en alle vakbonden daarrond eigen campagnes voeren, vind ik toch heel belangrijk in dat geheel.

Ik wil graag afsluiten. Ik denk dat ik u hiermee nogmaals heb aangetoond dat we echt op maat werken en dat we, daar waar een probleem zich stelt, zeker naar aanvoelen of instroom, zoals bij school, extra maatregelen nemen.

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. In een ideale wereld zou focus op talent alleen moeten volstaan om dit aan te pakken. Maar we moeten natuurlijk wel wat sturen en verder sensibiliseren. U hebt dat ook gezegd. Er is krapte op de arbeidsmarkt  en ook de vergrijzing is in heel wat sectoren voelbaar. We moeten proberen die pool van kandidaat-werknemers zo breed mogelijk te maken. Dan kijken we uiteraard ook richting vrouwen.

Enkele weken geleden hadden we het al over de perceptie ten aanzien van de zorgsector. Maar hier gaat het over de perceptie dat die typische mannenberoepen niet zijn weggelegd voor vrouwen. Ik wil het even weergeven met een clichébeeld. Die vraag deed mij aan dat beeld denken. Vrouwen kunnen evengoed, onder al dan niet bewonderende blikken, kratjes cola light leveren op kantoor. Dat beeld was mij bijgebleven en dus wilde ik hier graag aan refereren.

We moeten inderdaad werken aan die mentaliteitsswitch.

Laten we er de sectoren bij betrekken, want zij zitten aan de bron om hun sector maximaal te promoten. Die specifieke ‘it’s a man’s world’-sectoren kunnen er nog verder op inzetten. We zien dat die campagnes werken, zoals bij de Brusselse MIVB. Het aantal vrouwelijke personeelsleden stijgt door de campagne, weliswaar gestaag, maar het stijgt. Daar hebben we heel wat potentieel. Ook VDAB neemt met de genderneutrale aanpak een goede start. Dat Vlaanderen een betere leerling is dan Wallonië inzake vrouwen in die sectoren, is een lichtpuntje.

Collega Vanwesenbeeck, die afwezig is, zou ook een vraag om uitleg stellen over het vrouwelijke ondernemerschap. Dat kunnen we ook meenemen om vanuit Vlaanderen vrouwen te stimuleren richting het zelfstandige ondernemerschap.

Ik beaam dat we naar het begin van de ketting moeten gaan, naar het onderwijs. Dat is determinerend voor de genderkloof. Het is belangrijk dat we die mind switch bij de ouders tot stand kunnen brengen, want zij hebben meestal een belangrijke impact op de keuzes die de kinderen maken. Het is al een stap verder om samen met minister Crevits van Onderwijs na te gaan welke inspanningen we kunnen leveren om meisjes nog warmer te maken voor die studierichtingen.

Minister, ook in het duaal leren kunt u erover waken dat er een voldoende groot aantal meisjes aanwezig is. Zo kunnen we ook daar aan die weg timmeren.

De voorzitter

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Die krapte op de arbeidsmarkt komt altijd terug in de vraagstelling. Gendergelijkheid en diversiteit zijn heel belangrijke thema’s op de werkvloer. Er zijn heel veel werkgevers die zich daarvan bewust zijn. Ze moeten niet worden betutteld om dat te weten. Ze maken er al werk van. Het is niet alleen de krapte, we moeten ieder talent kunnen gebruiken, man en vrouw, jong en oud, omdat gendergelijkheid en een genderneutrale werkvloer rendabeler, evenwichtiger en performanter is.

De beroepen die in de vraag werden aangehaald, zijn beroepen die niet toenemen, integendeel. We evolueren toch meer naar een diensteneconomie, en dan speelt het verschil tussen mannen en vrouwen een minder grote rol, gezien de fysieke zwaarte. Ook de statuten tussen arbeider en bediende groeien steeds meer naar elkaar toe. Die lijn wordt dus alsmaar dunner, en gelukkig maar.

Ook in de sollicitatiegesprekken moet je de gelijkheid tussen man en vrouw respecteren. Je kunt niet zomaar een vacature enkel voor vrouwen of enkel voor mannen openstellen. In dit opzicht is dat een positieve zaak. Aan de basis moeten we die obstakels ook wegwerken, namelijk in het onderwijs. Als je meisjes wilt motiveren om te kiezen voor meer wetenschappelijke en technologische richtingen, die meestal ook resulteren in meer mannenberoepen, dan moeten we er vroeg bij zijn, al in de kleuterklas. Het hoger onderwijs is al te laat.

Gisteren kreeg ik een schrijven van Françoise Chombard, een CEO en voorzitster van het Stemplatform. Ze gaf twee overwegingen mee voor de Vlaamse Regering: het is echt nodig dat elke jongere een gedegen kennis en vaardigheid verwerft in STEM, namelijk probleemoplossend denken en handelen. Ze vraagt uitdrukkelijk voor een contextualisering, de maatschappelijke relevantie vooropstellen. Ze wil de meisjes echt sensibiliseren om meer voor STEM-richtingen te kiezen.

Minister, als ik u hoor, zal de Vlaamse overheid hier zeker aandacht voor hebben.

Güler Turan (sp·a)

Jammer genoeg heb ik de vraagstelling en het antwoord van de minister niet gehoord, maar ik wil even een kleine insteek geven naar aanleiding van de OESO-dagen in Parijs in het kader van de gendergelijkheid. We hebben daar gesproken met een expert inzake onderwijs. Ik zeg niet dat dit meteen van toepassing is in Vlaanderen, maar het is wel een belangrijk aandachtspunt.

Uit een bevraging van de OESO bleek dat in verschillende Europese landen de attitude van de leerkrachten een belangrijke rol speelt, zeker op zeer jonge leeftijd. Als een lerares aan een wiskundeoefening begint en zegt: ‘Dit is heel moeilijk, maar we moeten erdoor’, dan zijn zulke zinsneden op zeer jonge leeftijd dodelijk om van een bepaald vak te kunnen houden. Een andere uitspraak van een leerkracht: ‘Nu moeten de jongens misschien beter opletten, want het is technisch en dus iets voor hen.’

Dit is geen kritiek op ons onderwijssysteem, maar dergelijke uitspraken zijn er waarschijnlijk overal, en daar moet extra aandacht naar gaan, naar de rolmodellen en de attitudes van leerkrachten.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Turan, ik ben het er helemaal mee eens. We hopen dat leerkrachten met een andere attitude het ondernemerschap meer kunnen doorgeven. Niet zozeer om zelf een onderneming te beginnen, maar om te zeggen dat initiatief nemen, dat andere elementen zowel voor mannen als vrouwen van belang zijn. Dat is de filosofie die we met acties van Vlaamse Jonge Ondernemingen (Vlajo) uitdragen. Ik zou dat in mijn antwoord op de vraag om uitleg van mevrouw Vanwesenbeeck hebben gezegd, maar ik neem het hier al mee.

Mevrouw Remen, u hebt het over de diensten. Wellicht is dat een van de verklaringen – niet de enige – waarom er in Wallonië minder vrouwen in de typische mannenberoepen zitten. Het is er nog iets industriëler dan in Vlaanderen. Daar zijn er nog meer mannenberoepen. In een terugdringende economie is het logisch dat het wat moeilijker zal zijn.

Een allerlaatste puur statistisch gegeven: vorige maand was een van de eerste maanden dat het werkloosheidscijfer van mannen hoger lag dan dat van vrouwen.

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Ik ben natuurlijk blij dat u hiermee verder inspanningen wilt leveren op verschillende levels: zowel onderwijs met duaal leren, als de mind switch bij de ouders. Inderdaad, mevrouw Turan, ook leerkrachten kunnen hier mee aan helpen bij de kinderen zelf en ook in de samenleving, want er is een gevoel omtrent die typische mannenberoepen waar we vanaf moeten. Dat moet ook binnen VDAB gebeuren.

Het is natuurlijk en evident dat de vacatures genderneutraal zijn. Maar tussen het papier en de realiteit zitten er wat werkpunten. Daar moeten we verder op inzetten.

Ik zie net als u een belangrijke rol, om niet te zeggen een doorslaggevende rol, weggelegd voor de sectoren om verder campagnes op te zetten.

Wie weet, breng ik volgende week een kratje cola light mee voor de commissie.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.