U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

De lage-emissiezone (LEZ) in Antwerpen is sinds 1 februari 2017 in de hele Antwerpse binnenstad en op Linkeroever van kracht. In die LEZ mogen enkel voertuigen rondrijden die aan bepaalde milieucriteria voldoen. Het zijn vooral oudere dieselvoertuigen die de Antwerpse binnenstad en Linkeroever niet meer binnen mogen, waardoor er een verbetering van de luchtkwaliteit wordt verwacht.

Chauffeurs met een buitenlandse nummerplaat zouden echter in bepaalde gevallen ontsnappen aan beboeting. Men heeft uiteraard wel de ‘on street’-handhaving, zoals dat heet, waarbij ook chauffeurs uit Nederland en Frankrijk en andere buitenlandse voertuigen gepakt en beboet worden met onmiddellijke inning. Dat is een van de mogelijkheden om aan handhaving te doen.

Daarnaast hebben we ook de automatische beboeting die via camerasystemen plaatsvindt. Het probleem is echter dat de persoonsgegevens niet mogen worden doorgegeven aan de diensten van de stad Antwerpen. Het is dus niet correct om te zeggen dat die buitenlandse wagens niet zullen of kunnen worden beboet, maar het is wel correct te zeggen dat zich momenteel een probleem voordoet met het doorsturen van de boetes omdat men de juiste persoonsgegevens niet heeft wanneer men met automatische boetes werkt.

Dat heeft te maken met het verdrag over de uitwisseling van de persoonsgegevens met bijvoorbeeld Nederland en Frankrijk. Dat verdrag is afgesloten met de federale overheid, terwijl de LEZ Vlaamse materie is. Dat is een spijtige zaak. Indien men de automatische handhaving correct zou kunnen uitvoeren voor alle voertuigen in combinatie met de ‘on street’-handhaving, dan zou de Antwerpse LEZ een van de best gehandhaafde zones van Europa zijn. Het is dus enkel nog wachten op dat kleine sluitstuk om ervoor te zorgen dat er voor niemand straffeloosheid is.

Minister, ik las al in verschillende reacties in de kranten dat het niet evident is om te zien waar de bevoegdheid precies ligt.

Hebt u of heeft de regering al contact gehad met ambtsgenoten uit Frankrijk en Nederland over dit probleem? Zo ja, wat zijn de voorstellen? Zijn er plannen om gelijkaardige verdragen af te sluiten om die persoonsgegevens daadwerkelijk te gaan uitwisselen? Zo ja, binnen welke termijn?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, collega's, intussen heeft mijn administratie tijd gekregen om een en ander uit te puzzelen want dit is een nogal complexe materie die niet vrij is van enige discussie.

Vanzelfsprekend willen wij dat buitenlandse overtreders worden gevat. Aanvankelijk vertrok men van de stelling dat de verdragen die zijn gesloten met Nederland en Frankrijk ook van toepassing waren in deze specifieke casus. Dat wordt fel gecontesteerd door de federale overheidsdienst (FOD) Mobiliteit.

Enerzijds is er de vaststelling van een overtreding op heterdaad. Dat betekent dat buitenlandse voertuigen 24 uur na het binnenrijden van de LEZ moeten worden geregistreerd. Gebeurt dat niet, dan is de bestuurder van dit voertuig in overtreding, ook al voldoet het voertuig zelf aan de toegangscriteria. Bij overtredingen die worden begaan door personen zonder vaste woon- of verblijfplaats in België kunnen gemeenten overgaan tot onmiddellijke inning op voorwaarde dat men de betrokken persoon ook kan tikken. De LEZ- toezichthouders van de gemeente kunnen de bestuurders van voertuigen daartoe een bevel tot stopzetting geven, wettelijk voorgeschreven documenten opvragen en de identiteit van de vermoedelijke overtreder controleren. Ze kunnen zich hierbij, indien nodig, laten bijstaan door de politie. De gemeenten hebben dus wel degelijk instrumenten in handen om ook buitenlandse overtreders te beboeten.

Daarnaast registreert de automatische nummerplaatcontrole ook de buitenlandse nummerplaten. In het geval van overtreding moeten de gegevens worden uitgewisseld met het betreffende land. In 2013 werd een verdrag gesloten tussen België en Nederland over de uitwisseling van persoonsgegevens voor inbreuken in het kader van het gebruik van de weg, en in 2008 werd een verdrag gesloten tussen België en Frankrijk over de uitwisseling van persoonsgegevens voor de bestraffing van verkeersovertredingen. Deze verdragen zijn volgens de Vlaamse administratie ook van toepassing op de LEZ.

De memorie van toelichting bij het wetsontwerp over het verdrag met Nederland bepaalt ook expliciet dat het de bedoeling is gegevensuitwisseling mogelijk te maken voor zoveel mogelijk verkeersinbreuken, los van het feit of die strafrechtelijk, administratief of fiscaal worden gekwalificeerd en of die met een inning, minnelijke schikking, geldboete of retributie worden afgehandeld. Dat betekent dat de stad Antwerpen wel degelijk gebruik zou kunnen maken van die verdragen om de nodige gegevens op te vragen. Toen de stad Antwerpen hierover eind vorig jaar contact opnam met de FOD Mobiliteit bleek dat deze een andere mening is toegedaan. De bilaterale verdragen zijn volgens de FOD Mobiliteit niet van toepassing aangezien het om exclusief federale verdragen gaat.

Daarnaast is er de wet over de Kruispuntbank van de voertuigen die bepaalt dat de Belgische overheden die gemachtigd zijn door een decreet, toegang hebben tot de gegevens van de Kruispuntbank mits een voorafgaande machtiging van het sectoraal comité. In het LEZ-decreet wordt bepaald dat de personeelsleden die belast zijn met het toezicht op de LEZ-reglementering, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging en het toezicht op deze reglementering, kunnen opvragen bij de overheid die belast is met de inschrijvingen van de voertuigen.

Tot slot wordt in het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 juli 2013 ter uitvoering van de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen, nog verduidelijkt dat ook de gegevensuitwisselingen in het kader van de internationale verdragen inzake de grensoverschrijdende uitwisseling van gegevens met het oog op het identificeren van personen die ervan verdacht worden inbreuken te hebben begaan in het kader van het gebruik van de weg, worden geïntegreerd in de Kruispuntbank van de voertuigen.

Naar onze mening is het dus niet nodig dat Vlaanderen hiervoor een bijkomend verdrag aangaat, noch dat hierover een protocol met Nederland of Frankrijk wordt afgesloten.

Zoals eerder gesteld, is er daarover echter geen overeenstemming met de federale overheid. Dat maakt dat ik mijn collega heb gevraagd om op dat vlak tot enige overeenstemming te kunnen komen. Samen met de minister-president heb ik een signaal gegeven richting minister Bellot, met de motivering van ons standpunt en met de vraag om de gevraagde gegevens onmiddellijk ter beschikking te stellen, om ons toe te laten toegang te hebben tot die databank.

Vanzelfsprekend zijn wij voorstander van een Europese regelgeving die de gegevensuitwisseling inzake verkeer mogelijk zou maken voor alle verkeersovertredingen, maar dat is toch nog verre toekomst.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Ik vind het wat jammer om, samen met u, vast te stellen dat dit het zoveelste conflict is met de federale collega's, over een interpretatie waarover de Vlaamse politiek en administratie redelijk eensgezind zijn. Zeker wanneer het gaat over de uitrol van zoiets belangrijks als de lage-emissiezone en de handhaving daarvan, lijkt het mij toch iets dat iedereen kan toejuichen en waar we allemaal aan hetzelfde zeel zouden moeten trekken om ervoor te zorgen dat er geen straffeloosheid bestaat. Het is dan ook niet echt goed nieuws dat er vanuit de FOD Mobiliteit weer een soort blokkering komt.

Ik stel vast dat u stappen onderneemt, dat u stappen hebt ondernomen. Ik hoop, samen met u, dat daarover zo snel mogelijk duidelijkheid komt, aangezien het ook belangrijk is voor het draagvlak. Niemand ziet zichzelf graag verplicht worden tot bepaalde maatregelen, wanneer je moet vaststellen dat anderen overtredingen kunnen begaan zonder dat er gevolgen aan verbonden zijn.

Veel goede moed! Dit is het zoveelste conflict in het rijtje. Ik hoop dat we er op korte termijn door kunnen geraken, om dan toch die LEZ ook qua handhaving volledig te kunnen uitrollen in Antwerpen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.