U bent hier

De voorzitter

De heer Cordy heeft het woord.

Paul Cordy (N-VA)

Minister, ik verwijs voor deze vraag naar een incident dat zich heeft voorgedaan bij de kandidaatstelling voor de functie van schooldirectrice bij een school van het Gemeenschapsonderwijs, waarbij de directrice geweigerd werd – dat was een van de fundamentele elementen die in de sollicitatieprocedure speelden – omdat zij haar kinderen in een ander net school liet lopen. Het is tot bij de ombudsman geraakt. Die stelde zich daar ook vragen bij. Men heeft dan ook de koepel van het Gemeenschapsonderwijs naar een standpunt gevraagd, en daar kreeg men een beetje een dubbelzinnig antwoord: men vond dat het wel normaal was om daarnaar te peilen, maar het mocht geen voorwaarde zijn om iemand aan te stellen.

Natuurlijk, ofwel peil je bij een sollicitatie naar iets, en dan neem je het mee in de beoordeling, ofwel peil je niet naar iets, omdat het niet geoorloofd is. Dat is zoals peilen naar de kinderwens van een vrouwelijke kandidaat. Dat is ook niet geoorloofd. Dat kun je ook niet meenemen in een procedure.

Minister, weet u hoeveel maal de afgelopen jaren een aanstelling tot directeur werd geweigerd in de verschillende onderwijsnetten, waarbij de motivering tot weigering een inbreuk was op bepaalde grondrechten?

Kunt u zich vinden in de stelling van de koepel van het Gemeenschapsonderwijs dat een kandidaat-directeur verantwoording moet afleggen voor bepaalde keuzes die tot de grondwettelijke vrijheden behoren? Speelt die problematiek ook bij de benoeming van leerkrachten en omkaderend personeel?

Loopt de Vlaamse overheid hier eventueel een financieel risico als een dergelijke weigering voor de arbeidsrechtbank wordt gebracht?

Zult u maatregelen nemen om de grondwettelijk verankerde vrijheid van schoolkeuze te waarborgen, indien dat nodig zou zijn?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Bedankt, collega Cordy. Ik was even aan de voorzitter aan het zeggen dat ik hier niet mijn persoonlijke mening mag geven. Ik moet mij hier ook als minister gedragen. (Opmerkingen)

Dat zal misschien straks nog gebeuren. Sowieso, collega’s, is de aanstelling van directeurs een bevoegdheid van de schoolbesturen zelf. In het Gemeenschapsonderwijs is dat de raad van bestuur van de scholengroep. De overheid is in dezen geen betrokken partij. Ik heb geen zicht op het aantal keren dat een aanstelling tot directeur via een soortgelijke motivering werd geweigerd. Het is niet zo dat wij bij elke aanstelling van een directeur een motivatieverslag krijgen waarom iemand wel of niet aangesteld wordt. Dat kan ik dus niet geven. Ik ben ook niet van plan om dat systematisch op te vragen of dat te gaan opleggen. Dat is de vrijheid van de school. Wij betalen wel, maar wij stellen niet aan.

Dan komt uw zeer begrijpelijke vraag of ik mij kan vinden in die motivering. Ik zal starten met het juridische. We moeten hier een afweging maken tussen de grondrechten die iedereen heeft, waaronder het recht op vrije schoolkeuze, en de verplichtingen die samengaan met de uitoefening van het ambt of het beroep. De aanknopingspunten voor de beslissing van het schoolbestuur in het decreet Rechtspositie Gemeenschapsonderwijs zijn de artikelen 6 en 9. Die artikelen bepalen dat de personeelsleden het belang moeten behartigen van het Gemeenschapsonderwijs en van de instelling waarin zij tewerkgesteld zijn. In de uitoefening van hun ambt moeten ze bovendien de neutraliteit in acht nemen en aan het pedagogisch project van het Gemeenschapsonderwijs gestalte geven. Verder is in het decreet Rechtspositie ook opgenomen dat feiten uit het privéleven die geen weerslag hebben op de relatie tussen leerling, cursist of consultant en het personeelslid, het schoolleven of op de werking van de centra, geen aanleiding kunnen geven tot een maatregel vanwege de inrichtende macht.

Hoe in dit specifieke geval de niet-werving en de motivering verlopen zijn, daarover kan ik mij niet uitspreken, omdat ik dat verslag ook niet heb. Het Gemeenschapsonderwijs zelf stelt dat het niet onlogisch is dat een scholengroep zich zo goed mogelijk informeert over kandidaat-directeurs, maar dat kandidaten weigeren op basis van de schoolkeuze van de kinderen, niet kan. Het loutere feit een andere school te kiezen voor zijn kinderen is geen tekortkoming aan een wezenlijke beroepsvereiste. Ik onderschrijf het standpunt daarover volkomen. Ik vind ook dat de plaats waar je kinderen schoollopen, geen impact kan hebben op het oordeel of je al of niet geschikt bent om de functie in te vullen. In een specifieke casus een oordeel uitspreken over het evenwicht tussen die beginselen, komt uiteraard aan de rechterlijke macht toe. Ik ben het dus volkomen eens met het algemene principe dat men stelt, maar ik kan geen uitspraken doen over het individuele geval, omdat ik niet weet of dit een doorslaggevende reden geweest is of niet. Dezelfde afweging geldt ook perfect bij benoemingen, collega Cordy. Ook daar kan ik dus heel duidelijk over zijn.

Elk personeelslid dat meent in zijn rechten geschonden te worden, om welke reden ook, kan beroep aantekenen tegen de beslissingen volgens de geëigende procedures. Dit is een zaak die zich afspeelt tussen de werkgever en het betrokken kandidaat-personeelslid. As such is de overheid geen betrokken partij, gelet ook op het bijzonder decreet. Wij lopen hier ook geen financieel risico.

Tot slot vroeg u of ik maatregelen zal nemen om de grondwettelijk verankerde vrijheid van schoolkeuze te waarborgen. Ik denk dat ik in mijn antwoord zeer duidelijk ben dat voor mij de huidige regelgeving voldoende waarborgen biedt. En als die waarborgen geschonden worden, bestaan er manieren om daar op een geëigende wijze tegen op te treden.

De voorzitter

De heer Cordy heeft het woord.

Paul Cordy (N-VA)

Ik vraag uiteraard geen uitspraak over het concrete geval. Het was meer een aanleiding, en vooral ook de uitspraak van de koepel daarover en het feit dat het ook via de ombudsman onder de aandacht is gebracht. Ik ben in ieder geval verheugd met de stellingname dat zaken uit de privésfeer – en in dit geval moeten we misschien zelfs zeggen: uit de privésfeer van de kinderen, nog meer dan van het betrokken personeelslid – geen weerslag mogen hebben op een aanwerving of het beoordelen van een personeelslid. Ik ben blij met die stellingname.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik ben tevreden, minister, dat u stelt dat de decreetgever daarin duidelijk is dat er procedures gevolgd kunnen worden, want dat is ook zo. Wat onze fractie betreft, is dat standpunt zoals in het decreet verwoord, nog altijd het belangrijkste, namelijk dat je in je privéleven bepaalde keuzes kunt maken en dat je daar ten aanzien van je werkgever niet zomaar voor gesanctioneerd kunt worden en dat je daar ook niet zomaar op aangesproken kunt worden, omdat het nu eenmaal privékeuzes betreft. Dat men vraagt het pedagogische project ten volle te onderschrijven, lijkt mij zeer logisch.

Het gaat in dezen trouwens niet alleen over het Gemeenschapsonderwijs. Je kunt dat van elke school van elke inrichtende macht begrijpen dat men tegelijkertijd vraagt het pedagogische project te onderschrijven, en tegelijk respect heeft voor de privésfeer, ook op het vlak van levensbeschouwelijke keuzes.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Ann Brusseel aan minister Hilde Crevits
1469 (2016-2017)
van Paul Cordy aan minister Hilde Crevits
1625 (2016-2017)
Vraag om uitleg van Caroline Gennez aan Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, over het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) betreffende het basisonderwijs Vraag om uitleg van Jos De Meyer aan Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, over masters in het basisonderwijs Vraag om uitleg van Kathleen Krekels aan Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, over het basisonderwijs in de toekomst

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.