U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Met de hervorming van de Vlaamse Energielening werden de lokale entiteiten hervormd tot de energiehuizen. Die staan in voor het verwerken en beheren van de energieleningen in Vlaanderen. We stellen vast dat ieder energiehuis een eigen werkwijze hanteert. De opdracht van de energiehuizen is gekoppeld aan de Energielening. Daarbij stellen we vast dat deze Energielening in de huidige vorm zal bestaan tot 2019. Vanaf dan zal ze zich enkel richten op de prioritaire doelgroep. Dat zorgde voor een bezorgdheid bij de Energiehuizen.

Minister, in december ontving u een delegatie van de Energiehuizen om de toekomst te bespreken. In de commissie energie van 14 december 2016 stelde u inzake de energiehuizen: “Ik blijf geloven in de taak van de energiehuizen, zeker als het over de sociale doelgroepen gaat. Die opdracht moet nog versterkt worden. Het zal misschien een andere manier van werken zijn voor de energiehuizen, maar ik wil dat ze voor hun kerntaken gaan, namelijk in de komende jaren mikken op energie-efficiëntie, minder energieverbruik en lagere energiefacturen, zeker voor de zwakkere doelgroep.”

Volgens de cijfers van de Koning Boudewijnstichting die begin februari 2017 werden bekendgemaakt, stelt men vast dat sommige kwetsbare gezinnen moeite hebben om de energiefactuur te betalen. De resultaten van hun onderzoek geven aan dat een vijfde van de huishoudens het risico loopt op energiearmoede.

De huidige Vlaamse Regering blijft echter niet bij de pakken zitten en heeft als eerste een Energiearmoedeprogramma uitgewerkt, met tal van concrete acties.

We stellen inderdaad vast dat de kwetsbare doelgroepen moeilijk bereikbaar zijn en vaak onvoldoende op de hoogte zijn van die maatregelen, omdat men vaak door de bomen het bos niet meer ziet. De lokale overheden, gemeenten en OCMW’s, hebben een belangrijke taak in de strijd tegen energiearmoede. In de commissie stelde ik reeds voor om het energiehuis om te vormen tot één uniek, laagdrempelig en lokaal loket voor alles over energie. Ook de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) stelde in zijn advies over de hervorming van de energielening voor om de energiehuizen om te vormen tot ontzorgers. Dat kan men dan door de kwetsbare doelgroepen beter te ondersteunen voor het uitvoeren, ondersteunen, financieren en opvolgen van concrete werken.

Minister, u had recent dus een onderhoud met de vertegenwoordigers van de energiehuizen. Wat zijn de resultaten van dat overleg? Welke concrete acties zijn aangekondigd om de werking te verbeteren? Wat is uw standpunt als het erover gaat het energiehuis om te vormen tot een uniek loket voor energie en het in te schakelen in de gemeentelijke administratie?

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Gryffroy, vorig jaar heb ik het overleg gestart met de vertegenwoordigers van de energiehuizen. Dat heeft geresulteerd in het opstarten van een heroriëntatieoefening van de energiehuizen. Met die oefening wordt nagedacht over de diverse taken die de energiehuizen vervullen en kunnen vervullen, met in het bijzonder aandacht voor, zij het dat dit zich daar niet toe beperkt, hun essentiële rol in de ontzorging voor de sociale doelgroep. Ter ondersteuning daarvan is een consultatieproces opgestart om na te gaan wat de mogelijkheden in dezen zullen zijn, rekening houdend met de enorme diversiteit inzake de werkingsgebieden van de energiehuizen.

Dit consultatieproces wordt geleid door het Vlaams Energieagentschap (VEA), in overleg met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Teneinde een goed en correct beeld van de individuele situaties per energiehuis en per werkingsgebied te verkrijgen, organiseert het VEA, in overleg met de VVSG, in een eerste fase een bevraging met betrekking tot de huidige energiegerelateerde taken die door een energiehuis worden uitgevoerd, al dan niet in samenwerking met andere partners. Ook wordt nagegaan welke energiegerelateerde taken niet door het energiehuis worden opgenomen en door welke instanties die dan wel worden opgenomen. Op basis van de resultaten van die bevraging zal in een tweede fase, met respect voor de autonomie en de eigenheid van elke regio, met elk energiehuis afzonderlijk overleg worden gevoerd om na te gaan in hoeverre het energiehuis een uniek loket kan zijn binnen een regio, en dat voor een ruimer publiek dan de doelgroep. Finaal zal dat in een vorm worden gegoten en worden geformaliseerd door middel van een convenant op maat van de eigen situatie.

Ik geloof in de taak van de energiehuizen en ik ben van mening dat deze op de specifieke lokale realiteit toegespitste heroriëntatieoefening ertoe zal leiden dat de energiehuizen nog beter hun ontzorgende rol en de rol van uniek energieloket zullen kunnen opnemen. Er kan sprake zijn van een inschakeling in de gemeentelijke administratie, maar dat hoeft wat mij betreft niet per se. De eventuele meerwaarde van een dergelijke inschakeling zal immers verschillend zijn per energiehuis, en dat zal geval per geval moeten worden afgewogen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Voor alle duidelijkheid: ik geloof dus ook in de werking van de energiehuizen in het streven naar een uniek energieloket, vooral ook omdat dit de eerste regering is die een energiearmoedeplan heeft uitgewerkt, met tal van maatregelen. Ik noem er twee op: de energielening tegen 0 procent en de verhoogde energiepremie. Dat zijn toch twee belangrijke zaken. De kunst bestaat er dan inderdaad in om die doelgroep te kunnen bereiken. Ik vind de aanzet die u geeft om te komen tot een convenant, een zeer goed idee. Misschien kunnen we daar later dan ook een gedachtewisseling over houden, als dat is gerealiseerd of bijna gerealiseerd. Ik had dan enkel nog de bijkomende vraag in welke timing u in globo voorziet om dit convenant te kunnen opstellen, zodat dit kan worden uitgewerkt en we inderdaad zo rap mogelijk die doelgroep kunnen bereiken. Anders hebben we maatregelen uitgewerkt, maar bereiken we de doelgroep niet. Dan zou het kunnen gebeuren dat we niet het doel bereiken dat we willen bereiken.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Voorzitter, collega’s, minister, ik herinner me dat u vorige zomer naar buiten bent gekomen met een conceptnota waarin voor het eerst het voorstel werd geformuleerd dat energiehuizen vanaf 1 januari 2019 enkel nog energieleningen tegen 0 procent zouden verstrekken aan de bijzondere doelgroep. De grootste doelgroep is de groep die in aanmerking komt voor leningen tegen 2 procent. Dat zijn ook de grootste afnemers van Vlaamse energieleningen. Het voorstel werd gelanceerd om die vanaf 1 januari 2019 uit het pakket van de energiehuizen te halen.

Nu hebben we hier in de commissie daarover diverse vragen gesteld. Minister, ik herinner me dat u naar aanleiding van een van de laatste vragen daarover, in december, stelde van plan te zijn om op basis van uw conceptnota en het voorstel dat daarin staat om niet langer met een doelgroep voort te werken, een opdracht te geven om een impactstudie te maken over de leefbaarheid van de energiehuizen. Het is nu eind februari en ik denk hier toch te mogen vragen of die impactstudie er is. Ik zou die impactstudie graag krijgen. Ik denk dat we er als parlementsleden toch recht op hebben om eens te zien wat er in die impactstudie staat over de leefbaarheid van de energiehuizen indien die grote doelgroep voor de Vlaamse energielening zou wegvallen.

En dat is eigenlijk, minister, mijn enige vraag.

Het was natuurlijk interessant om te horen dat die heroriëntatieoefening liep, dat er gesprekken zijn met de Vlaamse energie-administratie en met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Dat is allemaal goed. Maar we weten hier in de commissie ook allemaal dat in tussentijd heel veel partners op een actieve manier bezig zijn, met premiebeleid, met energie-armoede, zowel de distributienetbeheerders, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden rond wonen, de steunpunten in elke provincie. Heel veel organisaties zijn op zich al bezig met die zeer interessante thema’s.

Minister, ik heb eigenlijk maar één vraag: kunnen wij beschikken over die impactstudie?

De heer Danen heeft het woord.

Ik wil me graag aansluiten bij die vraag. Het verhaal rond de impactstudie gaat al een paar maanden rond en ik ben ook benieuwd naar die studie. Want blijkbaar heeft niemand ze ingekeken – ik krijg er alleszins geen informatie over –, maar ze zou wel bestaan. Wat is de status van die impactstudie? Verder zou ik ze graag willen inzien.

De energiehuizen hebben blijkbaar al heel wat goede dingen gedaan en ze doen dat nu nog steeds. Het zou natuurlijk jammer zijn om het kind met het badwater weg te gooien. Maar ik heb begrepen dat u dat zeker niet wenst te doen. Wat dat betreft, is dat oké.

Maar er zijn natuurlijk een aantal hete hangijzers. Blijkbaar verschillen die ook van energiehuis tot energiehuis, omdat de werking ervan verschillend is.

Wat ik heel belangrijk vind, is dat mensen die niet binnen die prioritaire doelgroep vallen en die dus – u hebt het al een paar keer gezegd – een lening zouden kunnen krijgen bij een commerciële instelling, dat allicht kunnen aan een vrij goedkoop tarief. Maar het ontzorgingsaspect daarvan ontbreekt natuurlijk. Want een bank zal nooit mensen mee op sleeptouw nemen om te bekijken hoe ze ontzorgd kunnen worden in een energie-investering. Het lijkt mij dat de energiehuizen ook voor die groep, wat betreft het ontzorgingsaspect, nog een belangrijke rol kunnen spelen.

Ten tweede denk ik dat de energiehuizen – vroeger hadden ze een veel moeilijkere naam – een uniek loket moeten zijn, waar mensen terechtkunnen met al hun vragen rond energie. Dat komt ook in de vraagstelling naar voren. Ik denk dat dat nu nog heel onduidelijk is. Het zou goed zijn dat het duidelijk is en ook Vlaanderenwijd is, zodat dat overal zo het geval is. Dan kun je daarover een communicatiecampagne opzetten in heel Vlaanderen en weten de mensen en de energiehuizen waar ze aan toe zijn.

Minister, ik wacht af wat die impactstudie zegt.

Minister Tommelein heeft het woord.

Ik heb soms de indruk dat een aantal mensen de noodzakelijke energieomslag die wij in dit land moeten maken op één hoop gooien met energiearmoedebeleid.

We zijn de eerste regering ooit die een energiearmoedeprogramma heeft. Telkens als we het hebben over energieomslag, wordt automatisch de beweging gemaakt naar energiearmoedebeleid. Er zijn in dit land nog een pak mensen die de energieomslag moeten maken, terwijl ze niet in de prioritaire doelgroep zitten. Dat is trouwens de grootste groep. Als die mensen het allemaal al zouden doen, dan geven zij ook het voorbeeld aan de beschermde afnemers en aan de sociale doelgroep.

Begrijp me dus niet verkeerd: ik vind ontzorging en armoedebestrijding, ook voor energie, een prioriteit. Er bestaat daarvoor ook een apart programma. Maar ik denk dat we te vaak het globale energieomslagbeleid verwarren met het energiearmoedebeleid.

Mevrouw Taeldeman, ik voer het regeerakkoord uit. In het regeerakkoord staat letterlijk dat de energieleningen zullen worden beperkt tot de beschermde afnemers. U mag het mij, als minister van de regering, niet kwalijk nemen dat ik een akkoord, dat tussen de regeringspartners is gesloten en goedgekeurd door alle parlementsleden – ook u, ook ik, want ik zat toen nog in dat Vlaams Parlement – uitvoer. Het is duidelijk, dit regeerakkoord zegt: ‘We gaan de energieleningen tot de beschermde afnemers beperken’.

Daarom is er nooit een conceptnota geweest, mevrouw Taeldeman, om dat uit te leggen, maar wel een beslissing van de Vlaamse Regering, een regeringsbesluit, dat stelt dat de energieleningen op een andere manier zullen worden aangepakt. Dat zit nu bij de Raad van State, omdat ik moest wachten op het EPB-decreet (energieprestatie en binnenklimaat) dat ook hier moest worden goedgekeurd.

Ik vind – en dat is mijn persoonlijke mening, maar ik wil er ook wel mijn politieke mening van maken – dat er nog altijd veel te weinig energieleningen worden aangegaan om aan energie-efficiëntie te doen. Ik vind dat er nog altijd veel te veel gemiste kansen zijn.

Om te beginnen – als we de cijfers mogen geloven – hebben de Vlamingen nog gemiddeld heel wat spaargelden staan. Dat beloopt nog altijd in de miljarden. Ze zouden die kunnen aanwenden voor energie-efficiëntie. Laat ons al eens beginnen met die mensen te motiveren en te stimuleren om dat te doen. Ik zie dat trouwens ook fantastisch gebeuren, hoor. Op Batibouw is de drukst bezochte stand die van de Vlaamse overheid,  waar men kan bekijken op welke manier men aan energie-efficiëntie kan doen en hoe dat, naast het rendement dat men uit isolatie, uit zonnepanelen kan halen, ook nog eens door de overheid kan worden ondersteund. Ik vind dat fantastisch.

Mijn tweede bekommernis is om de mensen die perfect in staat zijn een lening aan te gaan, op een of andere manier in de richting van de private sector te sturen, die volgens mij veel meer mogelijkheden heeft om een bereik te halen bij die niet-sociale doelgroep, die niet-beschermde afnemers, dan de energiehuizen zelf. Iedereen zit naar mij te kijken als ik zeg dat het aantal leningen dat bij niet-beschermde afnemers, bij gewone mensen, wordt afgesloten door de energiehuizen, wel mooi is, maar in feite, als je het bekijkt op de totale uitdaging die we hebben, nog altijd veel te weinig is. Als je de cijfers bekijkt van het aantal huizen dat in Vlaanderen nog moet worden geïsoleerd – dakisolatie, spouwmuurisolatie, vloerisolatie, dubbele beglazing –, als je ziet wat de uitdagingen daar nog zijn, dan is er nog een gigantisch werk voor de private sector aan leningen. Ik heb aan de verschillende bankinstellingen, ook op Batibouw zelf, toen ik daar op bezoek was, gevraagd om toch inspanningen te leveren om die groene leningen weer op te waarderen, te herwaarderen, en ervoor te zorgen dat dat een aparte benadering krijgt.

Ik ben een gewezen bankier. Ik weet ook dat een bank een risicokost incheckt. Die algemene risicokosten passen ze dan toe op energieleningen. Energieleningen en groene leningen en energie-efficiëntie: dat is een aparte benadering. Dat zorgt voor meer duurzaamheid, dat zorgt voor meer waarde van de woningen, meestal nog eens van de woningen die de banken in pand hebben voor hun hypothecaire leningen. Ze hebben er dus geen nadeel bij wanneer die woningen worden opgewaardeerd.

Dan kom je tot de situatie dat die sociale doelgroep van beschermde afnemers wel degelijk volop moet worden gesteund door de energiehuizen.

U vraagt mij om de impactstudie te krijgen. Ik heb ze zelf nog niet. De impactstudie is nog niet overgemaakt aan de Vlaamse Regering. Zodra dat is gebeurd, kunnen we ze uiteraard bespreken.

Uit het antwoord dat ik aan de heer Gryffroy heb gegeven, kunt u afleiden dat ik effectief aan het VEA en aan de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) heb gevraagd – er is met beide partijen overleg – om te bekijken hoe wij een nieuw elan kunnen geven aan de energiehuizen. Wat mij betreft is dat belangrijk. Maar ik eindig waar ik ben begonnen: ik vraag met aandrang om de echt noodzakelijke energieomslag die wij in Vlaanderen doen niet te verwarren met de absoluut noodzakelijke energiearmoedebestrijding.

Voor alle duidelijkheid, we hebben de impactstudie wél, maar dan als element van het dossier van het besluit van de Vlaamse Regering waarover het advies van de Raad van State nog niet binnen is. Ik zal ze naar de Vlaamse Regering brengen samen met de beslissing van de Raad van State en met het besluit van de Vlaamse Regering. (Opmerkingen van Valerie Taeldeman)

Mevrouw Taeldeman, ik moet naar de Vlaamse Regering met het totale dossier. Ik kan geen elementen van het dossier waarin de Vlaamse Regering een beslissing moet nemen vooraf loslaten in de publieke opinie. 

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, wat is de timing van dit convenant?

De Raad van State moet mij advies geven over het besluit van de energieleningen. Zodra de Raad van State dat advies geleverd heeft, zal ik opnieuw naar de Vlaamse Regering gaan met dat besluit. Dan zal ik de impactstudie voor de energiehuizen en de nieuwe opdrachten van de energiehuizen meenemen. Die afspraak is gemaakt binnen de Vlaamse Regering. Ik moet samen met het besluit ook met de impactstudie en met een nieuw voorstel voor de energiehuizen komen. Dat zal in de komende weken of maanden zijn, afhankelijk van de beslissing van de Raad van State om mij advies te geven.

De heer Gryffroy heeft het woord.

We mogen inderdaad de discussie niet verwarren. U voert uit wat in het regeerakkoord staat: de 2 procentleningen moeten er vanaf 2019 uit. De impact daarvan op de verdere werking van de energiehuizen mogen we dan in de ruime tijdsmarge van enkele weken tot enkele maanden verwachten. We voeren hier dan opnieuw het debat over deze impact en de nieuwe werking van de energiehuizen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.