U bent hier

Krokusreces

Het Vlaams Parlement is in reces van maandag 24 tot en met vrijdag 28 februari 2020. De commissievergaderingen en de plenaire vergadering hervatten in de week van 2 maart.

De diensten blijven bereikbaar tijdens het reces

Commissievergadering

woensdag 22 februari 2017, 10.30u

Voorzitter
van Francesco Vanderjeugd aan minister Joke Schauvliege
1290 (2016-2017)
De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, de Rederscentrale en de beroepsvereniging voor visgroothandelaren blijken het moeilijk te hebben, mede door de aanlandingsplicht die vanaf 2015 geleidelijk moet worden ingevoerd tot 2019. Er wordt een dringende bijsturing gevraagd rond die aanlandingsverplichting, anders vrezen zij voor een ‘catastrofe’ – dat zijn hun woorden.

De sector geeft verschillende argumenten aan om het pleidooi voor de afschaffing van de aanlandingsplicht te verantwoorden. Dat is natuurlijk al een heel groot geheel, als je het over afschaffing hebt. Voorheen, zegt men, werden te kleine of dode vissen en andere schelp- en schaaldieren terug in zee gegooid, maar nu de aanlandingsplicht van kracht is, blijkt de economische rendabiliteit te dalen, doordat er veel minder ruimte op het schip overblijft. Dat betekent dat vissers ook vaker aan land moeten komen. Tegelijkertijd wordt er ook heel wat jonge vis aangeland, waarvan het verboden is ze voor menselijke consumptie aan te bieden. In het beste geval kan dat nog worden omgezet in vismeel. Bovendien weegt het jonge broed op de quota. De verspilde vis wordt van het visquotum afgetrokken. Daardoor worden bepaalde visgronden afgesloten en verengt het gebied voor de vissers. Dat zijn maar enkele van de argumenten die zij aanhalen.

Vanuit Visgro stelt de heer du Bois dat er de jongste jaren heel wat inspanningen geleverd zijn inzake duurzaamheid en een duurzame manier om de vis boven te halen. Men stelt ook dat de quota, de hoeveelheid vis die mag worden bovengehaald, door de sector absoluut gerespecteerd wordt.

Minister, ik houd voor alle duidelijkheid geen pleidooi tegen de aanlandingsplicht of voor de afschaffing ervan. Ik vertaal gewoon wat mij ter ore is gebracht en vraag aandacht voor de noodkreten vanuit de sector zelf.

Hoe schat u die noodkreet rond de impact van de aanlandingsplicht in? Werden bepaalde obstakels inzake de aanlandingsplicht al onderzocht? De sector beweert zich gesteund te voelen door diverse wetenschappers, onder andere door het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), dat toch een gerenommeerd instituut is, en andere wetenschappelijke onderzoekscentra. Zijn daar al studies van bekend die die redenering zouden staven? Ziet u eventueel mogelijke aanpassingen? Welke extra inspanningen ziet u vanuit de sector te doen om, in combinatie natuurlijk, een aanlandingsplicht te gaan versoepelen?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Vanderjeugd, dat de basisverordening van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), en zeker ook het luik betreffende de geleidelijke invoering van de aanlandingsplicht, heel wat implicaties heeft op de uitvoering van visserijactiviteiten, weten we. Dat is hier ook al vaak aan bod gekomen. Ik begrijp ook de uitgesproken bezorgdheid. Het gemeenschappelijk visserijbeleid plaatst de sector voor heel moeilijke uitdagingen. In technische en highlevelgroepen in het kader van het regionale gemeenschappelijk visserijbeleid per zeebekken, waarvan voor ons land de Noord-Westelijke Wateren en de Noordzee de belangrijkste zijn, doen mijn medewerkers al het mogelijke om werkbare oplossingen te vinden, en dit vanuit de finale doelstelling om maximaal ongewenste vangsten te vermijden en volop in te zetten op de verbeterde selectiviteit.

De toolbox waaruit geput wordt, beperkt zich niet alleen tot de mogelijkheden die ons binnen het gemeenschappelijk visserijbeleid worden toegelaten, maar we kijken ook naar technische maatregelen, zoals aanpassingen van het net, sluiting van gebieden in bepaalde periodes, minimum aanlandingsmaat voor bepaalde vissoorten, aanpassing van de quotamaatregelen. Dat zijn maar een paar voorbeelden. Reeds in een heel vroeg stadium, nog tijdens de onderhandelingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, liep een uitgebreid onderzoeksproject onder de titel ‘Selectief vissen doet leven’.

De onderzoeken die in dit kader zijn opgestart, hebben resultaten opgeleverd. Het belangrijkste is het zogenaamd Belgisch paneel, een ontsnappingspaneel in de rug van het net dat ondermaatse vis spaart maar ook een deel van de maatse tong laat ontsnappen, en zo meteen ook de grenzen van selectiviteit aantoont. Het Belgisch paneel wordt niet alleen in ons land toegepast, maar ook Nederlandse vissers hebben dit selectiever tuig overgenomen. De verordening staat ook toe, bij significante kans op overleving, dat er nog steeds kan worden teruggegooid. Daarvoor hebben we de toestemming echter nodig en moeten we onze vraag dus eerst wetenschappelijk kunnen onderbouwen. In diverse landen en ook bij het ILVO wordt gewerkt aan onderzoek over deze overleving. Ik sta daar volledig achter en hoop dat er voldoende wetenschappelijk onderbouwde argumenten uit voortvloeien om dit onder welbepaalde omstandigheden te kunnen toestaan. Niet alleen het overleven op zich wordt onderzocht, maar ook de technieken die kunnen worden toegepast om de overlevingskansen te verhogen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over de sleepduur van het net.

De knelsoorten, meestal in het Engels ‘choke species’ genoemd, worden vandaag erkend als een ernstig obstakel. Dit betekent dat wanneer in een gebied het quotum van één soort is opgevist, het hele gebied moet worden gesloten voor visserij. In 2016 heeft ons land daardoor reeds drie visserijen volledig stilgelegd door uitputting van een bepaalde gequoteerde doelsoort. Begrijp dat dergelijke uitdagingen een multidisciplinaire aanpak vergen met een mix van middelen gaande van bestandsschattingen voor gemengde visserijen, over technische maatregelen tot quotaruil tussen lidstaten, enzovoort.

Vandaag is dit dan ook een fundamenteel vraagstuk dat de komende maanden het voorwerp uitmaakt van intens Europees overleg. Zoals daarnet ook al gezegd, wordt er zeker onderzoek gedaan in Vlaanderen. Het ILVO legt zich daarop toe. Het doel is nobel, maar de weg daarheen is kort, zeker voor bepaalde visserijen, waaronder onze Vlaamse gemengde visserij, gericht op demersale soorten. Vandaar dat binnen het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) het hoofdaccent ligt op de begeleiding van de implementatie van het GVB. Onder Unieprioriteit 1 zitten diverse maatregelen die dit bevorderen, zowel door innovatief onderzoek als door investeringen aan boord. Hiervoor heb ik het grootste budget uitgetrokken, namelijk 14 miljoen euro en een even groot bedrag aan Vlaamse cofinanciering.

– Jos De Meyer treedt als voorzitter op.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. Ik ben blij dat u begrip toont voor de bestaande bezorgdheid, die terecht is. De sector heeft het heel moeilijk. Als ik uw antwoord kan samenvatten, dan is inzetten op onderzoek en nieuwe technologieën, mede dankzij ILVO, en een goeie begeleiding van het visserijbeleid al een eerste stap in de goede richting. Zo kunnen we zorgen voor meer ademruimte. Ik merk ook uit uw antwoord dat u daar de nodige middelen tegenover zet.

Minister, hebt u ook zicht op de aanlandingsplicht en hoe dat verloopt in de buurlanden? We hebben hier het debat gevoerd over het GLB na 2020. Het zou misschien interessant zijn om dezelfde oefening te kunnen maken rond het visserijbeleid na 2020, zodat we eventueel van hieruit een versoepeling van die aanlandingsplicht of een bijsturing ervan kunnen bepleiten op Europees niveau.

Ik heb nog een bijkomende vraag. Wat is de stand van zaken in verband met het dispuut tussen de visveiling en de reders en de bemiddelaar die is aangesteld?

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Dit is een interessante vraag. Ik heb die vraag ook al in december gesteld, met ongeveer hetzelfde antwoord. Ik ben een voorstander van de geleidelijke invoering. We zijn vanaf 2015 gestart. Het zou goed zijn dat we niet plots een big bang krijgen vanaf 2019. Daardoor hebben de vissers de mogelijkheid om zich geleidelijk in te schalen, wat ze dan ook zeer goed doen. Ze zetten enerzijds in op selectief vissen en anderzijds sturen zij ook aan op overlevingsuitzonderingen. Als zij er effectief voor kunnen zorgen dat die overlevingsuitzonderingen goede uitzonderingen zijn, dan kan ik daar gerust in komen dat dit ingepast wordt in de aanlandingsverplichting.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, ik sluit mij aan bij uw antwoord. We moeten alle kansen geven aan het onderzoek en de begeleiding die er nu is. Ik vind dat die op een degelijke manier gebeurt door alle actoren samen. Mijnheer Vanderjeugd, we moeten op dit moment niet doen alsof we het halve systeem overboord zullen kieperen, maar zullen aanlanden. Laten we een kans geven aan de technologische aanpassingen die al gebeurd zijn, zoals de maasgrootte, en dergelijke meer. Dan kunnen we inderdaad zien hoever we zullen komen. Ik denk niet dat we vooraf, nog in de overgangsfase, al om een versoepeling moeten vragen. De overlevingskansen van de visserij, is één zaak, en die bekommernis deel ik. De overlevingskansen van een goed visbestand is volgens mij even belangrijk.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, het getuigt van een goede ingesteldheid wanneer u zegt dat de ecologische doelstellingen vooropgesteld worden, maar dat de weg ernaartoe permanent geëvalueerd wordt. Wanneer er technologische ontwikkelingen zijn of innovatie, moet daar rekening mee gehouden worden. Dat wordt hier ook kamerbreed gedragen. Nieuwe opportuniteiten en nieuwe inzichten kunnen aanleiding geven tot aanpassingen. Het is natuurlijk niet evident om een maatregel die nog maar wordt ingevoerd, alweer om te keren. Het is belangrijk om de blik op de toekomst open te houden en te zien hoe die evolutie zich kan aftekenen.

Europees Parlementslid Tom Vandenkendelaere neemt deze materie op het Europese forum ter harte en plant ook een aantal overlegmomenten met collega’s uit andere lidstaten om af te toetsen welke ervaringen men daar heeft.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik zou voorzichtig zijn met het nu al in vraag stellen van die aanlandingsplicht, want eigenlijk is dat ook heel belangrijk voor de visserijsector. Die aanlandingsplicht heeft als bedoeling het op peil houden van het duurzame visbestand. Het is dus in het belang van de visserijsector in de toekomst dat dat wordt gerespecteerd. Ik sta achter die aanlandingsplicht. Ik denk ook niet dat de tijd zal terugkomen dat men weer volop mag vissen, dat er geen quota en geen aanlandingsplicht meer zullen zijn. We mogen onszelf niets wijsmaken. Dat zou ook niet wijs zijn, zeker in het belang van de biodiversiteit, maar ook met het oog op een mooie toekomst voor onze vissers.

Hoe zit dat in andere landen? Die hebben dezelfde problematiek. Dat komt aan bod in alle overlegfora. Wij leggen ook onze bevindingen samen met die van andere lidstaten, en komen enigszins tot dezelfde conclusies. Uiteraard zullen we ook voor het gemeenschappelijk visserijbeleid 2020 op dezelfde manier te werk gaan. Er is wel een verschil met het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Wat dat betreft, is er eigenlijk al een heel duidelijk traject uitgetekend, en heeft de Commissie eigenlijk ook al enigszins in haar kaarten laten kijken. Inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid staat men eigenlijk nog nergens. We weten nog niet goed welke procedure ter zake zal worden gevolgd. Dat zal wel komen, en dan zullen we er uiteraard voor zorgen dat we dat op dezelfde manier gaan aanpakken.

Het wetenschappelijk onderzoek is en blijft zeer belangrijk. Ik denk dat we daar volop op moeten inzetten, dat dat de juiste weg is die we moeten bewandelen om het evenwicht te vinden tussen enerzijds de economische leefbaarheid van de sector en anderzijds het ervoor zorgen dat het visbestand op peil blijft en dat vissers ook op lange termijn kunnen blijven vissen. De enige uitweg ter zake lijkt me dat wetenschappelijk onderzoek, dat we ook samen met andere lidstaten aanpakken.

Wat het dispuut van de visveiling betreft, kan ik zeggen dat de gesprekken in een positieve sfeer verlopen. Ik ben dus hoopvol als het gaat over het kunnen vinden van een oplossing ter zake. Waar dat enige tijd geleden nog schoorvoetend op gang kwam, heb ik het gevoel dat iedereen er nu wel van overtuigd is dat daar een oplossing moet komen. We zijn dus positief gestemd dat dat wel eens zou kunnen worden opgelost.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voor alle duidelijkheid, en ik heb het ook gezegd in mijn inleiding, met deze vraag om uitleg ben ik absoluut geen pleidooi aan het houden voor de afschaffing of een versoepeling. Ik vertaal gewoon wat de sector heeft gezegd. Het lijkt me zeker niet verstandig om dat zomaar af te schaffen. Minister, met mijn vraag hebt u nu ook duidelijk geantwoord: u bent geen voorstander van het afschaffen of zelfs eventueel versoepelen van die aanlandingsplicht. Ik denk dat we een goede oefening moeten maken in het algemeen, met alles wat kan worden geïmplementeerd voor de oefening voor het visserijbeleid na 2020. Dit is dus een heel duidelijk antwoord van u.

Wat het dispuut betreft, het is natuurlijk goed dat de gesprekken in een positieve sfeer verlopen. U had ook gezegd dat u daar geen deadline op zou zetten, maar hopelijk landt men ook wat dat betreft binnenkort aan.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.