U bent hier

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, de Europese commissaris voor Landbouw lanceerde op 2 februari een uitgebreide bevraging over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De resultaten zullen worden gebruikt voor de voorbereiding van de nieuwe periode van het gemeenschappelijk landbouwbeleid die aanvangt vanaf 2020.

Drie maanden lang mag iedereen zijn mening over het Europees landbouwbeleid kenbaar maken via een online-enquête. We hebben intussen vernomen dat hier al 10.000 mensen op zijn ingegaan. Bij de aankondiging van de publieksraadpleging gaf de EU-commissaris reeds mee dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GBL) moderner en eenvoudiger moet en tezelfdertijd ook duurzamer. In de toekomst moet het meer kunnen doen aan bedreigingen zoals prijsvolatiliteit en de moeizame generatiewisseling.

Het is nog maar van 2013 geleden dat er gedebatteerd werd over het Europees landbouwbeleid. Pas in 2015 werd het nieuwe GLB van kracht, maar twee jaar later wordt er al opnieuw over een hervorming gesproken. De Europese Commissie ziet zelf in dat er zich sindsdien zaken hebben voorgedaan – marktonzekerheid, prijsdalingen, verschuiving van multilaterale naar bilaterale handelsakkoorden, nieuwe internationale verbintenissen op het vlak van klimaat en duurzame ontwikkeling enzovoort – die om een doeltreffende reactie vragen.

Onder meer de Boerenbond roept zijn leden-landbouwers op om deel te nemen aan de bevraging over het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Bij de visievorming gaat de Boerenbond in de eerste plaats uit van de doelstellingen van het oorspronkelijke Europese landbouwbeleid, namelijk landbouwers crisisbestendiger maken, zorgen voor voldoende kwaliteitsvol voedsel en de inkomensvorming in de landbouw verbeteren. Je kunt het samenvatten als: terug naar de basis van het GLB, naar het versterken van de economische slagkracht en tezelfdertijd de nieuwe uitdagingen aanpakken.

Ook onze landbouwminister maakte die denkoefening en formuleerde tijdens een gesprek met Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker tijdens de landbouwbeurs Agriflanders haar belangrijkste aandachtspunten: verjonging, performante marktinstrumenten en de ruimte om nieuwe regionale accenten te leggen. “Vlaanderen is Vlaanderen,” aldus de minister, “we willen niet dat het beleid eenheidsworst serveert. We moeten vanuit het beleid de mogelijkheid krijgen om eigen regionale accenten te leggen.” Mijns inziens zijn dat zeer terechte zorgen. Wie de vorige voorbereiding en debatten over de hervorming van het GLB, die in 2015 inging, heeft gevolgd, weet welk complex proces dit is.

Minister, is er buiten deze publieksraadpleging al enig zicht op andere voorbereidende procedures? Zo ja, welke? Of is het hiervoor te vroeg? Wanneer zullen we hier meer zicht op hebben? Op welke wijze wenst u de raadpleging en het bijhorende debat te stimuleren? Welke andere aandachtspunten dan degene die ik zonet formuleerde, acht u zelf essentieel? Wenst u de commissie Landbouw bij dit debat en bij de voorbereiding te betrekken? Zo ja, op welke wijze?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer De Meyer, uw eerste vraag gaat over de procedure. Hoe komt het GLB na 2020 tot stand? Zijn er zaken die we vandaag al weten? We moeten goed onthouden dat de Europese Commissie de beleidsvoorstellen zal voorbereiden, maar dat het finaal de Raad en het Europees Parlement zullen zijn die daar gezamenlijk over beslissen. Daarnaast kun je het GLB niet los zien van de meerjarige financiële kaders. Dat is ook logisch, want er moeten natuurlijk centen tegenover staan. Beleidsambities uitvoeren, kost uiteraard geld. Het ambitieniveau dat we inschrijven in het GLB, zal afhangen van wat er financieel tegenover staat.

Op dat vlak staat vast dat de Europese Commissie tegen eind 2017 een voorstel van het meerjarig financieel kader op de tafel zal leggen. Op basis van wat commissaris Hogan nu al bekend heeft gemaakt, kan ik de volgende planning meegeven. Die is nog indicatief en dus niet definitief. Op dit moment loopt er een publieke bevraging waaraan iedere burger online kan deelnemen.

Begin juli zal er een conferentie plaatsvinden waarop de Commissie de resultaten van deze openbare bevraging zal toelichten. Vervolgens zal de Commissie een impactstudie uitvoeren van de toekomstige beleidsopties. Naar analogie met voorgaande GLB-hervormingsrondes zullen wellicht een aantal scenario’s worden bekeken, gaande van geen GLB meer tot gewoon verder doen zoals vandaag, en alle scenario’s die daartussen liggen, zullen natuurlijk ook aan bod komen. Dit moet leiden tot een voorstel van de Europese Commissie in de loop van 2018. Nadien is het aan de Raad en het Europees Parlement om aan de slag te gaan met het commissievoorstel en het te amenderen.

Ik hoop en reken op een maximale deelname aan de raadpleging vanuit Vlaanderen. Mijn diensten hebben al verschillende communicatieacties ondernomen om dat nog meer bekend te maken en ook de sectorverenigingen deden al heel wat oproepen. De overheidsinformatie is onder andere verspreid via een persbericht, het e-loket en de sociale media. Een afgevaardigde van het directoraat-generaal Landbouw van de Europese Commissie gaf vorige week aan dat nu al 10.000 Europeanen hadden deelgenomen aan de enquête.

Dan de inhoud. De belangrijke speerpunten voor het toekomstige GLB zijn onder meer de generatiewissel, de marktinstrumenten om de prijsvolatiliteit te bekampen en een billijke verdeling van de marges binnen de keten te realiseren, en tot slot ruimte om regionale accenten te leggen.

Er is ook nog een vierde speerpunt, namelijk de bijdrage van landbouw aan milieudoelstellingen. De Europese Unie heeft voor zichzelf ambitieuze klimaatdoelen richting 2050 gesteld en de verwachting is dat het GLB-instrument verder zal worden ingezet om die doelen te halen. De richting van vergroening, klimaat en milieu is al genomen met het huidige GLB, en dat is ook de weg die we verder moeten bewandelen.

Daarbij zal de EU moeten waken over het evenwicht tussen extra eisen die worden gesteld en de return on investment. Aangezien de productie-randvoorwaarden die de landbouwsector in de EU moet volgen, doorgaans op een hoger niveau liggen dan in andere werelddelen, komt het erop aan de voorstellen te toetsen op haalbaarheid, aanvaardbaarheid en betaalbaarheid. Zo niet dreigen we onze voedselvoorziening op termijn te moeten uitbesteden aan werelddelen die goedkoper kunnen produceren door de lagere productienormen die er gelden, wat strategisch gezien onverstandig zou zijn en meer kwaad dan goed zou doen op het vlak van milieu en klimaat.

Ik denk inderdaad dat ook de commissie Landbouw een enorm belangrijke rol kan spelen. We zullen jullie regelmatig op de hoogte houden. Ik ben ervan overtuigd dat jullie zelf ook nog heel wat andere acties kunnen ondernemen, maar dat laat ik aan jullie wijsheid over.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, bedankt om die procedure heel duidelijk te schetsen. U hebt er terecht bij gezegd dat het indicatief is. We weten dat het nog kan worden aangepast.

Het is belangrijk dat de nieuwe voorstellen – zonder vooruit te willen lopen op het uitgebreide debat dat moet worden gevoerd, en ik hoop dat we daar met de commissie zoals in het verleden een belangrijke rol in kunnen spelen – gaan over een realistisch beleid, ook voor de landbouwsector, er rekening mee houdend dat het economisch haalbaar moet zijn en economische perspectieven moet bieden aan onze land- en tuinbouwbedrijven.

Daarnaast is het evident dat er een voldoende maatschappelijk draagvlak moet zijn voor wat Europa beslist voor de landbouwsector, en dat duurzaamheid daar een belangrijke rol in speelt.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik heb een vraag aan de voorzitter en vraagsteller. Kunnen we met de commissie zelf ook niet een rol spelen en een advies geven in dit verhaal? Misschien vinden we samen wel een aantal aanbevelingen die we delen, waardoor we die rol in de bevraging kunnen spelen. Dit is een uitnodiging aan de voorzitter om daar in de regeling der werkzaamheden eens over na te denken.

Jos De Meyer (CD&V)

Mijnheer Caron, dank u voor de suggestie. Dat zullen we straks doen.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Eerst en vooral mijn excuses dat ik wat later ben. Ik wil me aansluiten bij deze vraag om uitleg. Minister, ik heb uw antwoord niet volledig gehoord, maar ik zal het zeker nalezen. Ik heb toch wat bedenkingen. Het is heel positief dat we nu al nadenken over een nieuw GLB na 2020, en dat u bereid bent die oefening te maken. Ik heb gehoord dat de commissie in de vorige legislatuur constructief heeft meegewerkt aan die denkoefening. Misschien is het inderdaad interessant dat we dat nu met de commissie ruim op voorhand kunnen doen.

De commotie over het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) scherpt onze aandacht nog meer voor de vrijemarktwerking met correcte spelregels. Het is ook belangrijk inzake de vrije handel – kijk naar het Russische embargo – en bepaalde protectionistische uitspraken uit de Verenigde Staten, dat we die oefening zeker blijven maken, zodat we vanuit onze perspectieven sterk genoeg staan.

Minister, hoe staat u tegenover de enquête van Phil Hogan van de Europese Unie? Binnen Europa hebben we met verschillende lidstaten toch ook andere belangen. Die kunnen misschien op een andere manier worden vertaald, waardoor de inhoud anders zal zijn dan we ze hier Vlaanderen zien.

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, bij de bespreking van de beleidsbrief heb ik aangehaald dat een breed maatschappelijk debat over het nieuwe GLB noodzakelijk is.

Ik had toen verwezen naar het voorbeeld van Nederland, waar men heel proactief probeert om een breed maatschappelijk debat te voeren, niet alleen met de rechtstreeks belanghebbenden, maar met het brede spectrum van middenveldorganisaties. U stelt mij een beetje gerust, in die zin dat u probeert om de enquête zo breed mogelijk bekend te maken, maar ik zou daar toch nog eens de noodzaak van willen benadrukken.

De vraag is natuurlijk hoe we een goed maatschappelijk debat kunnen voeren als we niet een echte analyse of een effectiviteitsanalyse of -meting doen van het huidige GLB. Die discussie hebben we hier al vaak gevoerd. Hoe efficiënt zijn die maatregelen van het huidige GLB? Ik ben voorstander om dat effectief op regionaal niveau te monitoren, maar u kijkt dan altijd naar Europa. Ook de laatste keer hebt u geantwoord dat ze op Europees niveau zo’n monitoring en evaluatie gaan doen. Wanneer zal die evaluatie er zijn? En is dat geen essentieel onderdeel om een debat te voeren over een toekomstig nieuw GLB? Misschien kunt u daar nu niet meteen op antwoorden, maar anders kan dat misschien schriftelijk overgemaakt worden.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, tijdens de debriefing over de Europese ministerraad op 25 januari gaf uw adjunct-kabinetschef aan dat er ons inderdaad nog wat tijd rest om een visie te gaan uitwerken en om de input van de stakeholders te gaan verzamelen, en dat we dan een Vlaamse visie kunnen uitwerken, waar we zeker nog tijdig op het Europese toneel mee kunnen verschijnen.

Nu verscheen er in de pers inderdaad al verslaggeving van een gesprekje op Agriflanders, waar u al eigen krachtlijnen zou hebben geformuleerd voor die hervorming van het GLB. Ik denk dat een goed debat pas op gang kan worden getrokken als er een degelijke Vlaamse discussietekst naar voren zou worden geschoven, met duidelijk afgebakende en thematische discussiepunten. Welke concrete discussieteksten of voorbereidende nota’s liggen daar momenteel op Vlaams niveau al op tafel? Zitten de Vlaamse partners binnen de Vlaamse Regering al op één lijn wat die krachtlijnen betreft? Verder vroeg ik mij ook af of de strategische adviesraden daarbij betrokken gaan worden.

Een bijkomende bezorgdheid is natuurlijk dat uw federale collega, minister Willy Borsus, ons land vertegenwoordigt op dat Europese toneel. Daardoor moeten Vlaanderen en Wallonië telkens voor de Landbouwraad tot een gemeenschappelijk standpunt komen, en het ziet er toch naar uit dat Vlaanderen en Wallonië waarschijnlijk andere klemtonen gaan leggen. Hoe ziet u die toekomst? Hoe gaan we dat gezamenlijke standpunt kunnen bereiken?

De voorzitter

Mijnheer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Minister, de landbouwpolitiek is zo verweven met de Europese Unie, in de diverse vormen, dat dit bijna een levend bestanddeel is, misschien ook wel een grote verschuiving, langzaam maar zeker, budgettair, komende van 40 à 45 procent van de begroting naar ongeveer 30 procent. Mijn vraag gaat over die procedure die nu wordt aangevat. Ik heb daar niets tegen. Hoe meer men consulteert, hoe beter. Is dat iets dat vroeger reeds gebeurd is? Indien dat vroeger is gebeurd, hoe is de systematiek dan geweest? En heeft men eventueel lessen getrokken uit die vorige consultatie? Want hoe eigenaardig ook, voor specialisten van het visgebeuren: ik weet niet hoe men een vis verdrinkt. Ik heb daar altijd problemen mee gehad om dat te begrijpen. Maar het zou wel kunnen zijn dat het hier het geval is.

Ik wil alleen maar weten hoe de lessen zijn en welke eventuele oriënteringen wereldwijd, ook rekening houden met een aantal akkoorden die reeds ontstaan zijn – ik denk aan CETA – die misschien een dag nog kunnen ontstaan – ik denk aan TTIP –, hoe die perspectieven daar spelen.

U bent ook tweezijdig, als ik het zo mag zeggen: Landbouw en Milieu. Het zal ook daar natuurlijk een grote rol spelen.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, we moeten eerst en vooral een onderscheid maken tussen de bevraging die Europa nu doet en het toepassen van het GLB op een eigen manier, dus de mogelijkheid om daar te gaan differentiëren binnen Europa. Wat doet de Commissie nu? Een heel brede enquête om te distilleren wat de verschillende gevoelens over dat bestaande GLB zijn, en suggesties voor het toekomstige. En dan wordt er een impactstudie opgemaakt. Die impactstudie heeft natuurlijk ook als bedoeling dat het huidige GLB, wat de effectiviteit daarvan is en de doelstellingen die er waren, om ook de evaluatie van het huidige GLB mee te nemen. Dat zal ook in die impactstudie zitten.

Belangrijk zal zijn dat er gaandeweg dat proces ook voldoende marge zal zijn om, als er een kader wordt uitgewerkt, ook op maat van een bepaalde regio een aantal opties te gaan aannemen.

Wat betreft de voor mij belangrijke speerpunten, klopt het niet dat de primeur voor Agriflanders was. Dat is hier al heel uitgebreid aan bod gekomen in de commissie, collega Joosen. Ik heb ook niet meer of niet minder gezegd dan wat ik hier al heb gezegd. Wij zullen daar uiteraard nog een heel debat aan laten voorafgaan. De adviesraden zullen geraadpleegd worden. En uiteraard zal dit nog verder voorwerp zijn van debat in Vlaanderen.

Hoe gaat dat nu concreet in zijn werk? Het klopt dat bij de Landbouwraad – dat is een heel bizarre situatie – het federale niveau bijna geen bevoegdheden meer heeft, maar dat toch altijd de federale collega van Landbouw in de stoel zit, met dan telkens een assessor of bijzitter, die wijzigt tussen Wallonië en Vlaanderen. De standpunten worden op voorhand bepaald, en eigenlijk zijn het de gewesten die op voorhand de standpunten bepalen. Het zullen dus inderdaad Wallonië en Vlaanderen gezamenlijk zijn die zullen bepalen wat de standpunten zijn. En uiteraard hebben wij vaak andere standpunten dan Wallonië. Dat was ook vaak zo met de crisissen, bijvoorbeeld in de melksector. Vaak zijn er andere inzichten, maar we zijn daar altijd tot een goed standpunt gekomen. Ik denk dus dat dat de komende maanden wel goed zal lopen. Maar we hebben dus nog een hele procedure te gaan. Het is ook goed dat we dat kunnen doen.

Collega De Croo, ik denk dat ik daarmee ook op uw vragen geantwoord heb: eerst de Europese bevraging, dan de impactstudie. (Opmerkingen van Herman De Croo)

Het is de derde of de vierde keer dat het zo verloopt. We hebben daar dus al heel wat ervaring in. Bij de vorige totstandkoming is er ook vanuit deze commissie heel wat waardevol werk gebeurd. Ik denk dat dat een goede manier van werken is. Wij kijken daar ook naar uit, om op dat vlak goed te kunnen samenwerken. Onze diensten staan ook ter beschikking om de informatie die wij hebben, hier te delen met de commissie, om op die manier ook een goed debat in de commissie tot stand te brengen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, bedankt voor uw aanvullende antwoord. Ik wil ook de collega’s bedanken voor hun aanvullende vragen en suggesties. Ik noteer onder meer dat men – zeer terecht – zegt dat het belangrijk is dat we in het proces ook de SALV voldoende betrekken. Wij komen hier straks zeker op terug bij de regeling van de werkzaamheden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.