U bent hier

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, versterking van de bestuurskracht wordt overal als een must ervaren. Vlaanderen heeft er een mooi ondersteuningspakket voor gemaakt. We hebben er de bestuurskrachtmonitor voor uitgetest waarbij 17 gemeenten tot de uitverkoren selectie behoorden.

Op 7 februari had in de commissie Binnenlands Bestuur een uiterst interessante gedachtewisseling met IDEA Consult plaats en zijn er ook zeer interessante conclusies getrokken. Ik vond het een zeer interessant moment van overleg. Een aantal conclusies waren duidelijk. De druk op de taakstelling gaat toenemen terwijl de middelen om dat allemaal waar te maken, misschien niet zullen meegroeien. Ook de druk op het personeel om alles rond te krijgen, wordt alsmaar hoger. De opgave de komende jaren zal zijn om ongeveer met hetzelfde nog beter te doen.

Minister, welke gevolgen trekt u zelf uit de bevindingen in het eindrapport? Er is duidelijk gezegd dat de bestuurskrachtmonitor nu misschien te kwantitatief is en dat men misschien meer kwaliteitselementen moet toevoegen, meer aandacht moet hebben voor de taakstelling in de indicatoren en de richtvragen. Hebt u suggesties om in het vervolg van deze oefening aan zelfevaluatie te doen? De vraag was ook of zal worden nagegaan of opgevolgd wat de gemeenten die meegewerkt hebben aan de test, er in de toekomst mee gaan doen. Is het de bedoeling om hierover een bevraging te organiseren? Er was een hele reeks aan goede aanbevelingen: het gebruik van de beleids- en beheerscyclus (BBC) als een actief werkinstrument, maken van betere afsprakennota’s, nog helderder interne communicatie, coproductie stimuleren. Minister, hoe ziet u dit om dit op het terrein nog concreter te vertalen?

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Bert Maertens (N-VA)

Voorzitter, minister, collega's, collega Doomst heeft al heel wat geschetst ter inleiding. Het is zinloos om daar opnieuw op in te gaan. Ik wil wel zeggen dat die gedachtewisseling niet oninteressant was. Ik vond het goed dat we die gehouden hebben. We hebben een aantal conclusies over de manier van werken kunnen trekken en ook een aantal algemene conclusies.

Op 2 februari 2016 heb ik een vraag gesteld naar aanleiding van de bekendmaking van de bestuurskrachtmonitor. Ik wil daarop doorgaan. Gemeenten hebben een aantal instrumenten die de Vlaamse overheid aanbiedt om een aantal metingen te doen. Er is deze bestuurskrachtmonitor die door IDEA Consult is begeleid – enkel telefonisch, dacht ik. Er is ook de oefening – en dat was het onderwerp van mijn vraag om vorig jaar – rond de bestuurskrachtmeting en de visitatie die de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) doet bij plattelandsgemeenten. Uit de gesprekken in de commissie met IDEA Consult bleek dat deze oefening kwalitatief van inslag is, dat er goede praktijken worden gedeeld, dat er wordt gewerkt met workshops enzovoort. Dan is er ook de oefening die Audit Vlaanderen aanbiedt aan de gemeenten, een soort handleiding om de werking van het eigen bestuur te verbeteren door zelfevaluatie. Het staat niet in de schriftelijke versie van mijn vraag, maar recent is er een uitbreiding van de stadsmonitor naar de gemeenten gebeurd. Alle gemeenten hebben vorige week een brief ontvangen die zeer positief is onthaald. Mijn vraag was al ingediend, maar ik wil er toch op inspelen in de hoop dat u er verder mee aan de slag kunt. Er zijn dus heel wat instrumenten en misschien is het voor de gemeenten dan wat moeilijk om door de bomen het bos nog te zien. We moeten ons ook de vraag stellen of het efficiënt en effectief is als verschillende administraties van diezelfde Vlaamse overheid met verschillende initiatieven bezig zijn. Moeten we niet komen tot een krachtenbundeling die de gemeenten ten goede komt?

Minister, aansluitend bij wat collega Doomst daarnet heeft gevraagd, welke conclusies trekt u nu? We hebben een gedachtewisseling gehad met IDEA Consult. Welke conclusies trekt u uit het eindverslag? Zult u op basis van die evaluatie een en ander bijsturen of niet?

Ik grijp even terug naar de verwoording van de vraagstelling en de antwoorden in 2016, een jaar geleden. U zei toen duidelijk, en terecht, dat het goed is om stap voor stap te werken en volop in te zetten op de ondersteuningsinstrumenten die er vandaag zijn – en er zijn er al een hele hoop – en die eerst te evalueren vooraleer men nieuwe instrumenten creëert. U zei toen terecht dat u tegen de zomer van 2016 een evaluatierapport had gevraagd omtrent het algemene ondersteuningsaanbod inzake bestuurskracht, en dat het goed zou zijn om die evaluatie af te wachten alvorens met nieuwe zaken te komen. Is die gemeentemonitor een resultante van die evaluaties, niet alleen van die bestuurskrachtmonitor, maar ook van andere dingen, zoals de gemeentelijke profielschetsen en ga zo maar door? Gaat u die bestuurskrachtmonitor zoals die vandaag bestaat, wijzigen? Gaat u die aanbevelingen en suggesties meenemen?

Ik maak opnieuw een zijsprongetje naar de oefening die de VLM doet en die, zoals ik al veelvuldig heb vernomen, zeer gewaardeerd wordt in plattelandsgemeenten. Moeten we niet de goede elementen daaruit halen en die toevoegen aan een instrument dat door ABB wordt aangeboden? Moeten we daar niet gaan naar een krachtenbundeling, desnoods met een visitatieteam, multidisciplinair, met andere diensten dan voor de plattelandsgemeenten enzovoort? En wat is de relatie met die gemeentemonitor? Dat is immers niet altijd even duidelijk. De gemeenten zijn zeer tevreden dat dat instrument er zal komen, maar we weten eigenlijk niet goed wat we daaruit zullen kunnen leren, wat we daarvan kunnen verwachten.

Mercedes Van Volcem (Open Vld)

Minister, die krachtenbundeling lijkt me inderdaad wel belangrijk. Wat zijn uw conclusies naar aanleiding van die steekproef in zeventien gemeenten en steden? Wilt u dat ook toegankelijk maken voor andere steden en gemeenten? Wat zijn volgens u eigenlijk de ‘best practices’? Hoe zult u dan eventueel die aanbevelingen meedelen aan de steden en de gemeenten? U hebt als het ware een soort proefproject gelanceerd. Wat zijn daar nu de gevolgen van? Hoe zal dat worden opgevolgd, en hoe zal daarover worden gecommuniceerd?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Geachte leden, u hebt zelf verwezen naar de zeer interessante hoorzitting met onder andere de heer Van Herck van IDEA Consult. Ik heb ook gehoord van andere mensen dat het inderdaad een zeer interessante gedachtewisseling is geweest. Ik hoop dat u me toestaat dat ik hun belangrijkste aanbevelingen niet nog eens allemaal ga herhalen. Dat zou ons te ver leiden. U was ook allemaal aanwezig, denk ik.

Uiteraard onderschrijf ik hun belangrijkste concrete aanbevelingen, maar als ik dan toch mijn belangrijkste conclusie mag geven, dan is dat dat de gemeenten de zelfevaluatie van hun bestuurskracht blijvend moeten maken. Dat was ook een van de grote aanbevelingen van IDEA Consult. Dat gaat dan over hun mogelijkheden om de huidige en de toekomstige taken van een gemeentebestuur blijvend te kunnen waarmaken. Dat is, zeer kort door de bocht, een samenvatting van de belangrijkste aanbevelingen van het rapport.

Ik kom tot de vragen over de opvolging van de resultaten door gemeenten zelf. Ook wat dat betreft, sluit ik me aan bij de conclusies van de onderzoekers, die stellen dat de zelfevaluatie moet worden gekaderd binnen een context van lokale autonomie en lokale verantwoordelijkheid. U weet dat hier elke week wordt gepleit voor meer lokale autonomie. Ik denk dat dat tweerichtingsverkeer is, en dat dat ook hier van toepassing is. De doelstelling van dit initiatief was het aanreiken van een uitnodiging voor lokale besturen om een proces van zelfreflectie op gang te brengen. Er moet over de resultaten van de zelfevaluatie door de lokale besturen niet worden teruggekoppeld naar de Vlaamse overheid. Zoals de onderzoekers ook heel expliciet stelden, is het immers cruciaal voor het succes van een zelfevaluatie dat men die in een veilige omgeving kan doen. Het koppelen van directe gevolgen aan de uitkomst ervan zou de reflectie weinig zinvol maken. Dat gaan we dus niet doen. Noch het ABB noch ikzelf heeft een zicht op de wijze waarop de zeventien besturen aan de slag gaan met de aanbevelingen uit het ondersteuningsaanbod. Dat was ook uitdrukkelijk niet de opzet van deze oefening.

Dat lijkt me dus een belangrijk element. Ook daar volgen we absoluut het rapport. Het staat de zeventien besturen volledig vrij om zelf een vervolgtraject op te starten om aan de slag te gaan met de aanbevelingen, en daarbij eventueel externe ondersteuning in te huren. Dat mag. Ik heb dat trouwens een hele tijd geleden ook al gezegd in deze commissie. Zelf ga ik hierover niets opleggen of dat opvolgen, gezien de lokale autonomie. Als je aan zelfevaluatie doet, is het eigenlijk niet goed dat er een schoonmoeder constant op je vingers kijkt.

IDEA Consult heeft ook de suggestie gedaan om in het najaar een vervolgevent te organiseren – ik denk dat ze het zelf officieel een ‘terugkomdag’ hebben genoemd – waaraan de zeventien deelnemende besturen kunnen deelnemen om van gedachten te wisselen en van elkaar te leren over de wijze waarop ze gevolg geven aan de aanbevelingen uit het zelfevaluatietraject. Dit lijkt me wél een zeer goed en haalbaar idee. Ik heb mijn administratie dan ook de opdracht gegeven om na te gaan in welke mate ze daarin een rol kan spelen en zo’n terugkomdag daadwerkelijk kan organiseren. Ik meen immers dat niet elk lokaal bestuur zelf het warm water moet uitvinden. Lokale besturen kunnen van elkaar leren, zonder dat de boze stiefmoeder daarop zit te kijken.

Dan was er een reeks vragen over het vervolgtraject door Vlaanderen. U weet dat alle beschikbare documentatie uit deze oefening ter beschikking van alle gemeentebesturen staat, via de webstek van het agentschap. Dat is louter ter inspiratie. De lokale besturen moeten ondertussen, via de diverse communicaties van het ABB, ruim voldoende op de hoogte zijn van dit dossier. Dit jaar en komend jaar zal mijn administratie evenwel geen enkel bijkomend initiatief meer nemen voor een voortzetting van dit concrete project en een verdere cofinanciering door de Vlaamse overheid. Mijnheer Maertens, ik herhaal dat dat ook nooit de bedoeling is geweest van deze projecten van de bestuurskrachtmonitor op zich. Dat is ook altijd zeer duidelijk zo gezegd in de commissie en ook zo beslist in de schoot van de Vlaamse Regering.

Een zelfevaluatie kan nuttig zijn in ieder stadium van een lokale bestuursperiode, maar het meest geschikte moment lijkt me toch wel het begin van een bestuursperiode te zijn, zo ver mogelijk van eventuele verkiezingskoorts en op een moment dat het bestuur nog voldoende tijd heeft om een actieplan uit te rollen. Dat is nu natuurlijk niet het geval. Oktober 2018 is niet meer zo heel ver weg. Dit is trouwens ook een van de adviezen geweest van IDEA Consult. Wil een bestuur dan toch een zelfevaluatie met externe consultancy doen, dan heeft dit traject bewezen dat een handvol dagen per bestuur reeds zinvol kunnen zijn. Dat lijkt me niet zo heel veel te kosten. Dat doen lijkt me dus niet onoverkomelijk voor een lokaal bestuur.

Dan waren er een aantal vragen over de relatie met andere ondersteuningsinitiatieven die reeds bestaan. Er zijn inderdaad linken te leggen tussen de diverse initiateven en ondersteuningsmogelijkheden, maar toch hebben ze allemaal wel hun eigen finaliteit. Bijvoorbeeld het traject van de VLM bekeek de specifieke uitdagingen van plattelandsgemeenten en werd veeleer opgevat als een onderlinge visitatie en het uitwisselen van goede voorbeelden. Het zelfevaluatieaanbod door Audit Vlaanderen focust op de implementatie van de leidraad organisatiebeheersing voor lokale besturen en is bij uitstek een middel om te voldoen aan de bepalingen over interne controle die in het Gemeentedecreet en het OCMW-decreet zijn opgenomen. Het traject dat door het ABB werd opgestart, had de bestuurskrachtmonitor van het steunpunt als basis en had vooral als doel een concreet actieplan voor een verdere verbetering van de bestuurskracht aan de betrokken gemeenten voor te leggen. De veelheid aan verschillende invalshoeken lijkt me veeleer een meerwaarde dan een eventuele hinderpaal te zijn voor de lokale besturen. Gemeenten kunnen op basis van hun belangrijkste noden zelf bepalen op welk ondersteuningsaanbod ze ingaan en zo heel gericht inzetten op bepaalde problematieken die zich voordoen op hun grondgebied. Ik denk dat een bundeling daarvan absoluut niet wenselijk is. Ik kan ook nog meegeven dat ik ondertussen van collega Schauvliege heb vernomen dat ook de VLM-bestuurskrachtmeting zal worden stopgezet, omdat het doel is bereikt.

Mijnheer Maertens, u begon over de gemeentemonitor. Ik heb al gezegd dat elk van de diverse ondersteuningsmechanismen of -initiatieven die we aanbieden, wel een eigen finaliteit heeft. De evaluatie van de eigen werking, dat is dan het rapport van Audit Vlaanderen.

De evaluatie van de bestuurskracht, dat is het rapport van IDEA Consult dat we hier aan het bespreken zijn en dat vorige week ook door jullie is besproken met die mensen. Instrumenten voor de eigen beleidsvoering van gemeenten zijn bijvoorbeeld de gemeentemonitor, of de stadsmonitor als afgeleide daarvan. Ik denk dus dat het goed is dat al die instrumenten naast elkaar blijven bestaan, en ik denk dat een bundeling absoluut niet wenselijk zou zijn.

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, ik dank u voor het antwoord en de perspectieven. Ik denk wel dat we in de juiste tendens zitten, ook hier in de commissie, om sterke besturen te creëren, die zo autonoom mogelijk kunnen werken. In die zin is zo’n kijkspiegel toch wel erg nuttig. Ik moet zeggen dat ik me van bepaalde conclusies niet één, maar twee hoedjes schrik, en ik denk dat dat goed is als wake-upcall. Mijn bedenking is: komt de conclusie over de sterke en de minder sterke punten nu voldoende bij de soortgenoten? Is het de bedoeling om nog meer te rapporteren, in een bundeling, over wat daaruit qua conclusies is gekomen, over wat nuttig is om informatief aan alle lokale besturen over te maken?

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Bert Maertens (N-VA)

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik wil nog even kort doorgaan over die gemeentemonitor. Ik wil daar niet te diep op ingaan deze namiddag. Ik heb u ook niet de kans gegeven om u voor te bereiden daarop. Ik had er niets over vermeld in mijn schriftelijke vraagstelling. In welke mate wordt het element van de bestuurskracht meegenomen in die monitor, of blijft die monitor beperkt tot de bevraging van inwoners van de gemeente? Als ik me die brief voor de geest kan halen, denk ik dat het het laatste was. Er was sprake van een enquête bij de inwoners. Blijft het louter bij een bevraging waarbij wordt gepeild naar het aanbod dat de gemeente kan brengen met de al dan niet beperkte middelen waarover ze beschikt, of worden daar ook de profielschetsen, de gestandaardiseerde cijfers aan gekoppeld om de kracht van de gemeente te gaan meten?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Om met die laatste vraag te beginnen, ik denk dat we nog wel eens dieper kunnen ingaan op die gemeentemonitor, maar ik wil daar nu al wel kort iets over zeggen. Die bevat natuurlijk ook een omgevingsanalyse en ook de bevraging van de inwoners en nog andere zaken, zodat het lokale bestuur zelf eigenlijk conclusies kan trekken. Dat lijkt me nu eenmaal het nut en ook het doel te zijn van zulke instrumenten.

Mijnheer Doomst, zoals ik al zei, zijn de rapporten beschikbaar op de webstek van het agentschap, en het is natuurlijk wel aan de lokale besturen zelf om conclusies te trekken. Wat dit concrete project van de bestuurskrachtmonitor betreft, heb ik gezegd dat het de intentie is van IDEA Consult om, in samenwerking met mijn agentschap, een vervolgtrefdag te organiseren. Men is natuurlijk welkom om daar conclusies en goede praktijken met elkaar te delen. Het staat elk van onze 308 Vlaamse gemeenten natuurlijk vrij om de webstek van het ABB te consulteren en te bekijken of ze bijvoorbeeld iets kan leren van wat uit de bus is gekomen bij een van die 17 gemeenten die hebben meegedaan aan die bestuurskrachtmonitor.

De voorzitter

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Voorzitter, minister, ik zal niet herhalen wat al is gezegd, maar het was inderdaad een interessante oefening van IDEA Consult, en ook een interessante gedachtewisseling. Minister, het is natuurlijk goed dat de gemeenten de verplichting niet opgelegd krijgen om terug te koppelen, om feedback te geven aan het ABB, maar het lijkt me toch ook wel nuttig dat uit die rapporten van die zeventien gemeenten een aantal algemene conclusies kunnen worden getrokken, zij het onder de vorm van een aanbeveling, niet betuttelend. Kunnen er initiatieven worden genomen voor heel Vlaanderen om dat te verhelpen?

In de verslagen van de gedachtewisseling met IDEA Consult lezen we ook concreet de roep naar een betere ondersteuning ter voorbereiding van de integratie van de OCMW’s in de gemeenten. Velen zijn daar al mee bezig, velen zijn al ver gevorderd, maar we moeten ook vaststellen dat heel veel steden en gemeenten toch nog actie aan het nemen zijn. Plant u, in afwachting van het nieuwe ontwerp van decreet Lokaal Bestuur, dat we hopelijk binnenkort hier in de commissie kunnen bespreken, nog initiatieven om gemeenten daarin nog beter te begeleiden?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Mijnheer De Meulemeester, het was natuurlijk uw volste recht om u nog aan te sluiten – u was per vergissing nog niet aan de beurt gekomen – maar ik denk dat ik op de meeste van uw vragen eigenlijk al heb geantwoord. Het is natuurlijk wel zo dat alle initiatieven die nu lopen en waarvan we eigenlijk een hele trits hebben overlopen, ook de lopende hervormingen, zoals de integraties van de OCMW’s in de steden of in de gemeenten, kunnen inspireren.

U zei dat er aanbevelingen zijn gedaan, maar u vroeg of er ook conclusies zijn. Op pagina 31 van het rapport van IDEA Consult staan duidelijk niet alleen aanbevelingen, maar ook wel de grootste conclusies. Dat lijkt me toch ook wel belangrijk om mee te nemen. Nogmaals, dit is allemaal toegankelijk voor elk lokaal bestuur in Vlaanderen, via de webstek van het ABB.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.