U bent hier

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister, vorige week was er toch wel wat commotie in de media over de terugnameplicht voor verzamelverpakkingen. U hebt er de consumenten aan herinnerd dat er een passage staat in het samenwerkingsakkoord van 2008 over de verzamelverpakkingen. Meer in het bijzonder gaat het over artikel 17, paragraaf  1, waarin staat: “Elke verkoper van verpakte huishoudelijke goederen, met uitzondering van de kleinhandelaar, is op zijn verantwoordelijkheid verplicht om in de hiertoe voorziene recipiënten alle verzend- en verzamelverpakkingen in ontvangst te nemen die door de consument worden teruggebracht of achtergelaten, voor zover deze verpakkingen afkomstig zijn van de producten die hij verhandeld heeft.” Daar gaat de discussie dan over, vooral over het aspect ‘teruggebracht’. Die laatste passage wordt in de discussie gebruikt door Comeos en de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO), namelijk dat dat niet zo realistisch is.

Minister, u wenst een betere uitvoering te geven aan de bepaling in het samenwerkingsakkoord. Er ontstond een eigenaardige discussie. Zowel Comeos, als een aantal individuele supermarktketens, als UNIZO stellen dat ze het principe van verzamelverpakkingen achterlaten wel ondersteunen, maar dat er een interne afspraak zou bestaan binnen de Interregionale Verpakkingscommissie (IVC) dat er geen sprake kan zijn van het terugbrengen van verpakkingen. De reden die ze aanhalen, is dat het onmogelijk is te achterhalen welke verpakking van welke handelaar afkomstig is.

Minister, in een persbericht van Comeos las ik dat u bevestigt dat u niet zult terugkomen op de gemaakte afspraken tussen Comeos en de IVC. Dat heb ik zonet van het internet gehaald. Ik kan het u ook bezorgen, of u kunt het even checken. Het is toch een eigenaardige discussie.

Minister, ontkent u formeel dat er een afspraak bestaat om een onderdeel van het samenwerkingsakkoord niet uit te voeren? Dat zou wel heel eigenaardig zijn. Je kunt het eens of oneens zijn met het samenwerkingsakkoord, maar als het er is, moet het ook worden gerespecteerd. Als er iets moet veranderen, dan moet het samenwerkingsakkoord ook maar veranderen. Gewoon een interne afspraak kan natuurlijk niet, maar ontkent u formeel dat zo’n afspraak bestaat en ontkent u dan ook wat er in het persbericht staat van Comeos?

Minister, welke maatregelen zult u treffen om ervoor te zorgen dat recipiënten ter beschikking zullen zijn om verzamelverpakkingen te verzamelen, zoals bepaald in het samenwerkingsakkoord? Dat was ook een onderdeel van uw oproep. Staat u ondubbelzinnig achter het principe dat verzamelverpakkingen ook kunnen worden teruggebracht? Bevestigt u de inhoud van het samenwerkingsakkoord? Hoe wenst u te garanderen dat dit principe wordt gerespecteerd door onder meer de supermarktketens?

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Minister, in de wet van 4 november 2008 staat dat plastic verzamelverpakking rond bijvoorbeeld flessen frisdrank, melk of conserven, of kartonnen verpakkingsmateriaal waarin grotere goederen zitten vervat, in de winkel van aankoop mogen worden achtergelaten. Terugbrengen mag evenzeer, als het om de verpakking van goederen gaat die in die specifieke supermarkt zijn gekocht. Dit was de boodschap die u in het eerste weekend van februari bracht.

Comeos reageerde meteen negatief op het terugbrengprincipe, en beweert dat in de Interregionale Verpakkingscommissie is afgesproken om dat deel van de wet niet uit te voeren. Comeos beargumenteert dat vanuit de idee dat een winkel niet kan weten of de teruggebrachte verpakking ook effectief naar de winkel van aankoop wordt teruggebracht. De koepelorganisatie stelt dat deze afspraak met instemming van uw kabinet is gebeurd, maar u was daar blijkbaar niet van op de hoogte, want u ontkende dat. Uw woordvoerder stelde verder dat dergelijke afspraak niet zou bestaan.

Minister, hoe gaan de andere gewesten om met het terugbrengprincipe? Ik weet dat u voorstander bent van een uniforme regeling voor heel België. Hoe pakt u het verschil in mening over de interpretatie van de wet van 2008 aan, in het belang van duidelijkheid voor de consument? Is er zicht op de hoeveelheid verpakkingsmateriaal die de consument achterlaat, dan wel terugbrengt? In hoeverre houdt de wet van 2008 rekening met het feit dat winkels niet weten of de teruggebrachte verpakking rond gekochte goederen afkomstig is uit hun winkel? Zult u de violen gelijkstemmen met Comeos en een spoor uitwerken om het terugbrengen logistiek haalbaar te maken? Ziet u een mogelijkheid om op deze manier meer verpakkingsplastic uit de restafvalzak te houden, waarbij extra sensibilisering allicht op zijn plaats is? Welke impact heeft een doorgedreven uitvoering van het terugbrengen of achterlaten van plastic folies in supermarkten op het initiatief van uw hand om proefprojecten te doen inzake de paarse zak, die er in de toekomst waarschijnlijk zit aan te komen?

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, volgens artikel 6 van het samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval is elke verpakkingsverantwoordelijke die jaarlijks minstens 300 kilogram verpakkingen op de markt brengt, onderworpen aan de terugnameplicht. Een producent moet volgens deze regelgeving een welbepaalde hoeveelheid verpakking inzamelen en verwerken.

De verpakkingsverantwoordelijke kan voor de uitvoering van de terugnameplicht zelf zijn plicht vervullen of een overeenkomst sluiten betreffende de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de terugnameplicht. Om die reden worden veel bedrijven lid van erkende organisaties als Fost Plus of VAL-I-PAC. Deze organisaties staan dan in voor de inzameling en de verwerking van het verpakkingsafval.

Minister, zoals de heer Sanctorum net heeft vermeld, staan in artikel 17 van het akkoord de verplichtingen die ten laste van de verkopers en de verbruikers vallen. Als minister van Leefmilieu vond u het een goed idee de inzamelplicht nogmaals onder de aandacht van de mensen te brengen. Wat de communicatie betreft, kon u echter niet op de steun van Comeos rekenen.

De heer Nevens en de heer Sanctorum hebben in hun vraagstelling verwezen naar de afspraken die destijds volgens Comeos in de Interregionale Verpakkingscommissie zijn gemaakt. Volgens uw kabinet bestaan die afspraken niet.

U hebt de inzamelplicht in de media verwelkomd als een maatregel die tot minder afval bij de consument kan leiden en die een hogere recyclagegraad tot gevolg heeft. Daarnaast hebt u verklaard dat de leveranciers van de supermarkten hierdoor zullen worden aangezet om minder verpakkingsafval te produceren.

Minister, kunt u klaarheid scheppen over de inzamelplicht en over de communicatie hierover? Plant u nog verder overleg met Comeos? Hoe wilt u de inzamelplicht in de praktijk tot stand brengen? Momenteel is dat nog niet ingeburgerd en de recipiënten waarin is voorzien worden niet ter beschikking gesteld. Hoe ziet u de verhouding tussen Fost Plus en de inzamelplicht van de verkopers? Op basis van welke argumentatie meent u dat het terugbrengen of het achterlaten van verpakkingsafval een hogere recyclagegraad tot gevolg heeft? Hoe zult u de producenten van verpakkingsafval, ondanks de bevoegdheidsverdeling ter zake, ertoe aanzetten minder en ander verpakkingsafval te produceren?

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Minister, u wilt ons plastic afval en, bij uitbreiding, ons aantal restafvalzakken verkleinen. U stelt voor plastic verpakkingen achter te laten in of terug te brengen naar de winkel. Aangezien de grote winkels al jaren een terugnameplicht hebben, is dat perfect mogelijk. Uw doelstelling is nobel. De vraag is echter of dit de afvalberg daadwerkelijk zal verkleinen.

Ondertussen is mijn vraag om uitleg een beetje achterhaald. Wat de communicatie betreft, hebt u ons immers voorbijgestoken. U hebt zelf een voorstel gelanceerd om bepaalde soorten plastic zakken te verbieden. Waar ik echter persoonlijk mee zit, is het gebrek aan uniformiteit tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest voeren elk hun eigen plasticbeleid. Voor grote bedrijven en grootwarenhuizen, bijvoorbeeld de Colruytgroep, die in heel België actief zijn, is dat niet evident.

In Vlaanderen mogen de flinterdunne zakjes voor groenten en fruit in de supermarkten wel. In Wallonië worden ze vanaf 1 december 2018 totaal verboden. In Brussel geldt nog een andere regeling. Daar worden de zakjes vanaf 1 september 2017 betalend en, indien ik me goed heb geïnformeerd, vanaf 1 september 2018 verboden.

Een totaalverbod komt te vroeg. Er is immers nog geen alternatief. Grote ketens als Colruyt, Carrefour en Delhaize werken aan de ontwikkeling van herbruikbare en uitwasbare zakjes voor groenten en fruit, maar er is nog geen oplossing uit de bus gekomen. Aangezien ik het initiatief toejuich dat stappen in de goede richting worden gezet, zou ik hierover een aantal vragen willen stellen.

Minister, hebt u uw voorstel om plastic naar de grootwarenhuizen terug te brengen bij die grootwarenhuizen afgetoetst? Denkt u dat de mensen hun plastic afval naar de winkels zullen terugbrengen? Is er op dat vlak een garantie? Zou het niet beter zijn het probleem bij de bron aan te pakken in plaats van de verantwoordelijkheid voor een substantiële reductie van het gebruik van plastic verpakkingen  in grote winkels bij de burger te leggen? Zou het voor onze bedrijven en voor onze inwoners geen betere en duidelijkere oplossing zijn om over de taalgrenzen heen een uniform beleid te voeren? Ik weet dat u daarvoor niet alleen verantwoordelijk bent. Het is echter een debat dat wel eens kan worden gevoerd.

De heer Vanbesien heeft het woord.

Wouter Vanbesien (Groen)

Minister, aangezien mijn vraag om uitleg hetzelfde ontwerp betreft, zal ik het verhaal niet meer opnieuw vertellen. Dat is hier terecht al viermaal verteld. Als ik de andere sprekers hoor, denk ik dat we hier, voor de duidelijkheid, allemaal zijn om u steunen. We gaan er volledig mee akkoord dat de grote winkels hun verantwoordelijkheid moeten opnemen en dat ze dit te weinig doen. Ze verschuilen zich achter een akkoord. We hopen dat u gelijk hebt en dat dit akkoord niet bestaat. In de praktijk merken we dat zeer weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid verpakkingen achter te laten of terug te brengen.

Ik neem aan dat er een gesprek met Comeos zal komen. Nu Comeos op dergelijke wijze heeft gecommuniceerd, is mijn vraag of dat gesprek er zal komen. Is dat al afgesproken? U moet niet enkel duidelijk maken of nu al dan niet een akkoord bestaat om wat wordt teruggebracht niet op te nemen, daarnaast moet u ook een gesprek voeren over een betere manier om dit te organiseren. Hoe kan dit duidelijk worden? Hoe kunt u zorgen voor infrastructuur voor mensen die ter plaatse verpakkingsafval willen achterlaten? In Duitsland werkt dit beter en is dit beter ingeburgerd. Volgens mij is het een kwestie van sensibilisering, maar de infrastructuur moet ook aanwezig zijn. Het moet duidelijk zijn dat plastic verpakkingen ergens kunnen worden verwijderd. Er moet een tafel staan en er moeten recipiënten zijn. Volgens mij moet het mogelijk zijn dit met de winkels te bespreken.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, ik bedank iedereen voor de massale steun over meerderheid en oppositie heen. Wat het terugbrengen en het achterlaten van verzamelverpakkingen betreft, is hier terecht vermeld dat dit niets nieuws is. Dat bestaat al tien jaar. Het staat zelfs in een decreet. Zowel wat het achterlaten als het terugbrengen betreft, staat het principe heel uitdrukkelijk in het samenwerkingsakkoord vermeld. In 2008 is dit nog eens decretaal verankerd. Dat systeem bestaat en is al tien jaar van kracht.

Het is inderdaad zo dat het weinig geweten is. Het is een beetje per toeval opgepikt. In de afvalweek van Radio 2 kwam dit in een van de gesprekken aan bod. Ik zei dat men ook verzamelverpakking mocht achterlaten in de supermarkt. Het werd toen opgepikt alsof het groot nieuws was, maar eigenlijk bestaat dit al tien jaar.

Ik wil ook heel formeel zijn dat er geen afspraak is in de Interregionale Verpakkingscommissie dat het alleen achterlaten zou zijn. In het decreet staat heel uitdrukkelijk dat het achterlaten en terugbrengen is. Ik daag diegenen uit die beweren dat er andere afspraken zijn om de verslagen te tonen waarin zou staan dat in de Interregionale Verpakkingscommissie iets anders is afgesproken. De winkeliers – en er is een uitzondering voor de kleinhandelaar – moeten in de nodige inzamelrecipiënten voorzien waarin de consument zijn secundaire of tertiaire verpakkingen kan achterlaten of kan terugbrengen. Als de consument bijvoorbeeld zijn aankopen naar de wagen heeft gebracht en er de verpakking af haalt, is het niet meer dan logisch dat je die terug naar de winkel kunt brengen. De winkelier is dus verplicht om ook die verpakking in ontvangst nemen.

De enige beperking die men kan afleiden uit wat decretaal bepaald is, is dat de consument geen secundaire of tertiaire verpakking mag binnenbrengen die helemaal niet in de winkel wordt verkocht. Wanneer bijvoorbeeld een bepaald merk van frisdrank niet wordt verkocht in de winkel, kan de consument niet de verzamelverpakking naar die winkel brengen waar dat merk niet wordt verkocht. Dat kan dus door de winkelier worden geweigerd.

Het is in de praktijk moeilijk haalbaar om te achterhalen welke verpakking van welke handelaar afkomstig is zonder dat er grote, administratieve verplichtingen worden opgelegd. In de praktijk gebeurt het ook niet vaak dat de consument die verpakking massaal terugbrengt naar de winkel. Het kan dus wel, en dan gaat het zowel over terugbrengen als achterlaten.

De reden waarom in grootwarenhuizen het achterlaten-en-terugbrengenprincipe nog niet op grote schaal wordt toegepast, is vooral omdat het niet gekend is en omdat de burger niet op de hoogte is van het principe. Burgers kunnen vaak zulke verpakking kwijt in het recyclagepark of in de roze of paarse zak. Dat is makkelijker dan ze mee te nemen naar de winkel.

Ik ben ervan overtuigd dat er burgers zijn die momenteel zulke verpakkingen nog in de restzak steken. Dat was trouwens ook een van de bevindingen van de Radio 2-afvalweek. Door ze in het grootwarenhuis achter te laten, zal de recyclagegraad uiteraard verhogen, want dan worden de verpakkingen bij de burger uit de restzak gehouden. Ik ben er ook ten stelligste van overtuigd – en daar blijf ik bij – dat die terugnameplicht ook een preventief effect heeft. Als men die verpakkingen achterlaat in de supermarkt, zullen supermarkten ook gaan vragen aan de leveranciers om die verzamelverpakking te verminderen zodat er minder wordt achtergelaten. Ik ben er dus van overtuigd dat dit ook een bijzonder preventief effect heeft dat misschien vaak wordt onderschat.

Collega’s, er zijn meerdere pistes om de hoeveelheid plastic in de restafvalzak te verminderen: inzameling op recyclageparken, de roze of paarse zak die in een aantal gemeenten bestaat en waarvan eind dit jaar een definitieve evaluatie zal gebeuren. Er zijn ook proefprojecten inzake het inzamelen van ander plastics samen met pmd.

We hebben er in deze commissie al vaak over gesproken. De strijd tegen plastic voeren we ook preventief verder op. Collega Vandenberghe, het is niet nieuw dat ik een voorstander ben van het verbieden van plastic zakjes. Ik heb dat op vraag van collega Nevens trouwens al heel uitdrukkelijk in de plenaire vergadering gezegd evenals in de commissie. Wat er deze week in het nieuws was, was dus ook niet nieuw. Het komt ook terug in de Radio 2-afvalweek. Het is een beetje jammer dat het niet in de resolutie staat die het parlement heeft goedgekeurd. Ik vind het persoonlijk een beetje een gemiste kans. Dat mag ik hier wel zeggen. Ik ben ervan overtuigd dat ook daar de geesten zullen rijpen om het verbieden van die plastic zakjes ook massaal in het parlement te steunen.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We mogen toch wel zeggen dat er nu wat verwarring bestaat op twee niveaus.

Hoe zit dat nu met die afspraak? Ik ben blij dat u zegt dat er volgens u geen afspraak bestaat. Ik heb er daarnet al naar verwezen – het komt uit een persbericht van Comeos – en ik zal het letterlijk citeren: “We waren dan ook verbaasd over de uitspraak van minister Schauvliege in de pers, temeer daar haar adjunct-kabinetschef in de Interregionale Verpakkingscommissie zetelt. Die laatste heeft intussen bevestigd dat zijn minister niet zal terugkomen op de gemaakte afspraken tussen Comeos en de Interregionale Verpakkingscommissie hieromtrent. Dat is dus een geruststelling.”

U begrijpt dat ik als parlementslid dan de vraag stel wat het nu eigenlijk is. Is het de versie van de minister of de versie van Comeos die de juiste is? Een van de twee klopt niet. Het is een heel vreemde situatie. Ik zou graag hebben dat dit wordt opgehelderd. Misschien dat we dit kunnen oplossen door inzage te krijgen in de verslagen van de Interregionale Verpakkingscommissie. U zei daarnet dat u ons uitdaagde om een afspraak in een verslag te vinden, maar daarvoor moeten we die verslagen kunnen inzien. Als we die kunnen inzien, wil ik dat gerust doen.

Misschien nog veel belangrijker dan die eerste verwarring is natuurlijk de verwarring voor de consument. Het is niet zo dat iedereen dit debat aan het volgen is, maar misschien zal het toch nog in de media aan bod komen. Het is duidelijk dat Comeos, UNIZO en anderen het helemaal niet eens zijn met wat u zegt. Het valt dan ook te betwijfelen dat handelaars in de recipiënten zullen voorzien en de mogelijkheden tot terugbrengen zullen faciliteren. Ik denk dat u met hen opnieuw aan tafel moet zitten. Ik zou graag van u horen welke initiatieven u zult nemen om de terugnameplicht van verpakkingsafval in de praktijk om te zetten. We kunnen het allemaal eens zijn met het principe, maar als het in de praktijk niet wordt omgezet, klinkt dat bijzonder hol.

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Minister, dank voor uw antwoord. Ik kan concluderen dat de afvalweek van Radio 2 heel wat heeft teweeggebracht, voor uzelf, maar ook voor de grote supermarkten, wanneer het gaat over het terugbrengen van plastic en kartonnen verpakking.

Ik wil benadrukken dat consumenten nood hebben aan duidelijkheid en die is er vandaag niet. Ik merk dat de verwarring in de communicatie een soort sorteermoeheid teweegbrengt. Mensen weten het niet altijd meer en gooien hun afval dan maar gewoon bij het restafval. Ik vrees dat we door allerlei wegen op te gaan, meer mensen afstoten van de sorteerboodschap, waar we allemaal achter staan en die ook nodig en nuttig is voor het milieu.

We moeten een aantal problemen oplossen. Ik neem het voorbeeld van de blauwe zak, voor pmd-afval. Die wordt al jaren gebruikt, maar tot vandaag is er nog altijd geen duidelijkheid over wat er in die blauwe zak kan, mag en moet. Daar moeten we dringend een einde aan maken en ik ben dan ook blij dat u van plan bent zo snel mogelijk de paarse zak te evalueren om een eenduidige boodschap te brengen naar de consument en de verpakkingsproducenten. De verantwoordelijkheid ligt bij de producent en die verantwoordelijkheid is voor mij even belangrijk als de weg ernaartoe via de consumenten of om het even welk systeem.

U hebt een paar vragen overgeslagen, misschien door snel te gaan. Hoe gaan de andere gewesten om met het terugbrengprincipe? Hoe zult u controleren of de grote supermarkten wel effectief hun terugnameplicht nakomen, zoals u dat interpreteert en hebt afgesproken? Voor mij is het duidelijk: dit past in het kader van het bedrijfsafval en er moet dan ook over worden gerapporteerd. Ik stel dus voor dat u in het kader van het rapporteren van het bedrijfsafval ook informatie verzamelt over het verpakkingsafval dat de consument naar de grote supermarkten terugbrengt, zodat we daarin evoluties kunnen zien en kunnen nagaan of het systeem een toekomst heeft en of we het kunnen gebruiken om het verpakkingsafval op een degelijke manier van onze planeet te laten verdwijnen.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, wanneer we de vragen hier horen en mensen thuis het debat volgen, vergeten we misschien wel eens dat we op het vlak van recyclage in de huishoudens nog altijd koplopers zijn in Europa. Dat mogen we wel benadrukken. Dat we vandaag opnieuw met zovelen vragen stellen, toont echter ook aan dat we nog altijd wakker liggen van dit thema en dat we in toekomst zeker koploper willen blijven.

Het was inderdaad een week over afval, voor uzelf, maar ook voor de mensen thuis. Ik ondersteun de boodschap van de twee vorige collega’s. Het is belangrijk dat het voor de burger duidelijk en eenduidig is. Ik heb het dan zowel over het onderwerp van onze vragen vandaag, als over de aanvulling op het verbod op plastic zakjes waarover u het al meermaals hebt gehad. Het is belangrijk dat er voor de burger geen verwarring ontstaat.

Ik kom dan bij de terugnameplicht op zich. Collega’s zullen ook al wel hebben gemerkt dat in de supermarkt heel vaak geen recipiënten voor het deponeren van afval staan. Daar is dus effectief nog heel wat werk en ik geloof u helemaal wanneer u zegt dat dit een preventief effect heeft. Misschien zal men er nu meer en meer van wakker liggen en zullen de verzamelverpakkingen door de toenemende druk sowieso dalen. Ik ben het absoluut met u eens dat er minder verpakkingsafval moet zijn en ik denk dat er op dat vlak nog een hele weg kan worden afgelegd.

Mijn bijkomende vraag is dan ook of u nog verder overleg plant met Comeos over het feit dat er vaak geen recipiënten aanwezig zijn. Bent u nog in overleg over het streven naar minder verzamelverpakkingen en minder verpakkingen tout cours?

Over proefprojecten zoals die met de paarse zak, de roze zak enzovoort, verwachten we tegen het einde van het jaar definitief nieuws. Deze projecten lopen intussen echter al een hele tijd; zijn er al tussentijdse evaluaties beschikbaar?

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Dank voor uw uitvoerig antwoord, minister. Sommige van mijn opmerkingen hebben collega’s voor mij al geformuleerd en ik zal ze uiteraard niet meer herhalen. Ik heb nog wel twee opmerkingen.

We hebben over de partijgrenzen heen aan de resolutie gewerkt. Als men dan vraagt het punt van de plastic zakken er voorlopig niet in te stoppen, omdat er nog bepaalde zaken moeten worden bekeken, tja… Als we met de verschillende partijen tot een consensus komen, dan is de resolutie wat ze is. Daarom is die aanvulling wel heel erg belangrijk.

Ik weet niet of u volledig hebt geantwoord op mijn laatste vraag over de samenwerking tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Misschien heb ik niet goed geluisterd. Mijn excuses, maar dat is me een beetje ontgaan.

De heer Vanbesien heeft het woord.

Wouter Vanbesien (Groen)

Mijn bijkomende vraag is ook mijn oorspronkelijke vraag. Gaat u met Comeos samenzitten? De enige manier om dit uit te klaren, is door met een gemeenschappelijke communicatie te komen en niet te blijven steken in een welles-nietescommunicatie. De minister zegt ja, Comeos zegt nee. Wij geloven natuurlijk de minister, maar de winkels moeten uiteindelijk wel meewerken, anders zitten we met een mol. We kunnen zo enthousiast zijn over de plannen en principes als we willen, als de winkels zich niet organiseren en niet meewerken, dan blijft het dode letter. 

Hebt u al met Comeos gesproken of is er overleg met hen gepland? Is het uw bedoeling ervoor te zorgen dat zij dezelfde boodschap kunnen geven als u geeft? Hoever staat het met een eventuele verdere sensibilisering rond die terugnamemogelijkheid?

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Naar aanleiding van de afvalweek die door Radio 2 werd georganiseerd, heb ik zelf eens de proef op de som genomen. Ik vroeg mijn echtgenoot om boodschappen te gaan doen, en toen hij thuiskwam, heb ik hem geholpen om alles uit te pakken. Ik nodig u allen uit om dat ook eens te doen: alle verpakkingsmateriaal eraf nemen, op een hoop leggen en daar een foto van nemen. Het is echt spectaculair om te zien met hoeveel verpakkingsafval we thuis geconfronteerd worden. Het is goed dat deze problematiek op die manier aan bod is gekomen in de media.

Ik sluit mij aan bij de woorden van de vorige sprekers: iedereen beaamt dat we in Vlaanderen koploper zijn op het vlak van recyclage en dat we die koppositie moeten blijven behouden. We moeten blijven inzetten op bijkomende initiatieven om daar iets aan te doen. Ik merk ook dat in deze commissie kamerbrede steun is om de problematiek van het verpakkingsafval aan te pakken. Het is jammer dat Comeos zo defensief reageert.

Hoe zal het verdere overleg verlopen om tot een gedragen standpunt te komen rond het verpakkingsafval?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Nevens, ik ben het niet met u eens dat we een nieuwe piste zouden bewandelen. Dit bestaat al tien jaar en is al zo lang decretaal verankerd in de regelgeving.

De verwarring komt helemaal niet vanuit het beleid. De sector zelf is beginnen te reageren dat er andere afspraken zouden zijn. Ik ben formeel: in de internationale verpakkingscommissie is er geen enkele afspraak. Ik ben niet verantwoordelijk voor de berichten die Comeos de wereld in stuurt. Mijn adjunct-kabinetschef kan formeel bevestigen dat er geen contact geweest is over dit onderwerp tussen Comeos en onze diensten, ook niet na wat zij gecommuniceerd hebben.

Er is gevraagd hoe we dit alles nog beter bekend gaan maken. In december werd in de Interregionale Verpakkingscommissie afgesproken dat er een affiche zou worden ontworpen die ter beschikking zal staan van de supermarkten. Ze kunnen die ophangen met de boodschap dat klanten met hun verzamelverpakkingen in de supermarkt terecht kunnen.

We zullen uiteraard verder overleggen met Comeos. We doen dat vaak. Zo is er heel veel overleg geweest over het statiegeld, waartegen ook een defensieve reflex was. Ze hebben nu een positieve zwerfvuilactie uitgerold, waar we ook aan hebben meegewerkt. We zijn graag bereid om daar verder in overleg te gaan.

De afstemming tussen Brussel, Wallonië en Vlaanderen gebeurt net in die Verpakkingscommissie. Wat de plastic zakjes betreft, is er in Wallonië wel een politieke consensus om dit in te voeren. Intussen is dat daar al beslist. Bij ons moeten de geesten daarover nog rijpen. Ikzelf ben daar grote voorstander van. Het is dus niet altijd gemakkelijk om dezelfde beslissingen te nemen. Als we iets doen, moeten we dat wel zo goed mogelijk afstemmen. Het statiegeld is daar een voorbeeld van. We gaan daarover in overleg om, als het ingevoerd wordt, dit op een uniforme manier te kunnen doen.

Er moet afstemming zijn, maar het is wel een regionale bevoegdheid. De wil om af te stemmen mag er niet toe leiden dat er niets meer gebeurt. Dan vind ik het normaal dat sommige regio’s het voortouw nemen, voorop lopen en hun verantwoordelijkheid nemen. Soms is dat Vlaanderen, soms Wallonië en op andere vlakken dan weer Brussel.

Dit is een belangrijk thema voor een preventief beleid. Ik blijf daarbij, en we zullen aan de weg blijven timmeren. Dit is geen nieuw of dwaas plan, zoals een kritische stem uit de sector het noemde. Het bestaat zoals gezegd al tien jaar. De communicatie daarover is correct en al tien jaar dezelfde. Het is jammer dat er defensief wordt gereageerd, maar ik ben ervan overtuigd dat als we samenzitten die defensieve reflex ook wel zal verdwijnen.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister, we nemen akte van het feit dat u formeel ontkent dat er contact is geweest tussen uw kabinet en Comeos. U begrijpt dat dit voor ons verwarrend is als dit letterlijk te lezen staat in een persbericht. Dat betekent dat Comeos liegt. Dat is een vreemde situatie, en ik zal zelf met hen contact opnemen om te vragen hoe de zaak volgens hen precies in elkaar zit.

Ik hoop ook – ik heb daarnet de oproep gedaan – dat ik inzage kan krijgen in de verslagen van de Interregionale Verpakkingscommissie. Dat lijkt mij wel interessant. Ik zie dat u bevestigend knikt.

U stelde dat er vandaag al een sensibilisering bestaat voor het inzamelen van verpakkingsafval. Dat klopt inderdaad. Dat zijn die fameuze affiches waarnaar Comeos zelf ook verwijst. Maar de reden dat u nog eens nadrukkelijk moet wijzen op de wettelijke regeling rond dat verpakkingsafval, is nu net dat die affiches onvoldoende effect hebben gehad. Ik denk dat een logische vraag van iedereen in deze commissie is: wat gaat er nu bijkomend gebeuren rond sensibilisering om duidelijk te maken dat mensen effectief hun verpakkingsafval ofwel kunnen achterlaten ofwel kunnen terugbrengen bij de handelaars? Wat zijn de bijkomende maatregelen? Dat is de voornaamste vraag die moet worden beantwoord.

Ten slotte, minister, is de vraag wie exact de verwarring veroorzaakt zeker niet onbelangrijk, maar finaal is ze wel secundair. Het moet uiteindelijk worden opgehelderd. Ik verwijs naar het voorbeeld van de partner van mevrouw Taeldeman, die terugkeert van de supermarkt, alles uit elkaar haalt en zo een lading verpakkingsafval verzamelt. Stel nu dat de partner van mevrouw Taeldeman getrouw de oproep volgt en dat terugbrengt naar de supermarkt. Wat zal er dan gebeuren? Mijn inschatting op dit moment is dat de handelaar zal zeggen: ‘Sorry, mijnheer, maar u kunt uw rommel terug meenemen naar huis. Wij zijn daar niet verantwoordelijk voor.’

Minister, ik denk dat er nog altijd klaarheid moet worden gecreëerd. Ik wil duidelijk de oproep doen. Het mag niet bij deze vraagstelling in deze commissie blijven. Ik hoop dat er de komende week ook klaarheid zal komen ten aanzien van de consument. Die klaarheid is nodig.

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Voorzitter, minister, het klopt dat dit decreet, deze wet, een oude wet is. Maar ik zou niet graag in de persoon zijn schoenen staan die alle wetten onder de loep moet nemen die vandaag in de praktijk dode letter blijven.

U, als minister bevoegd voor afvalbeleid, bent de toezichthoudende overheid. Indien er wetten niet worden nageleefd, indien u een vermoeden hebt dat sommige distributiebeheerders of distributieketens het niet nauw nemen met die wet en die niet toepassen in de praktijk, moet u daar paal en perk aan stellen. U moet inderdaad zelf de leiding nemen om ervoor te zorgen dat het wél mogelijk is om verpakkingsmateriaal terug te brengen naar die grote supermarkten.

Minister, ik heb nog een aantal vragen. Misschien stel ik ze u schriftelijk. Een scoutsgroep die zijn inkopen doet in supermarkt x en dan op kamp gaat in de Ardennen, kan die het verpakkingsmateriaal terugbrengen naar de supermarkt van dezelfde keten? In principe wel. Het verpakkingsmateriaal komt van een bepaalde winkelketen en kan volgens mij worden teruggebracht naar een winkel van die keten die misschien 100 kilometer verder ligt.

Er zit dus nog wat ruis op dat verhaal. Het is aan u om daar wat duidelijkheid in te scheppen. Het is aan u om aan Comeos te zeggen dat ze als taak hebben om die wet in de praktijk te brengen en om hun klanten te sensibiliseren dat de mogelijkheid bestaat om verpakkingsmateriaal achter te laten in de winkel. 

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik had daarnet ook gevraagd of er een tussentijdse evaluatie is betreffende de proefprojecten van de paarse en de roze zak. U mag uw antwoord uiteraard ook schriftelijk overmaken. Het benieuwt mij wel.

Het is inderdaad heel belangrijk om in overleg te gaan met Comeos betreffende het in de praktijk brengen, maar zeker en vast ook betreffende het verminderen van het verpakkingsafval en zeker ook in verband met het gaan naar milieuvriendelijkere alternatieven. Het is belangrijk om dat zo snel mogelijk te doen en op die manier duidelijkheid te scheppen voor de consument.

Het is belangrijk om dat niet alleen met Comeos te doen, maar ook met VAL-I-PAC. Ook voor bedrijven is er namelijk werk aan de winkel om naar minder verpakkingsafval te gaan. Het is nodig om ook met hen het gesprek aan te gaan.

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Ik heb de meeste antwoorden op mijn vragen gekregen. Ik volg het in ieder geval verder op.

De heer Vanbesien heeft het woord.

Wouter Vanbesien (Groen)

Minister, het verbaast mij dat u zegt: ‘We hebben sinds de communicatie van Comeos, dat er een akkoord zou zijn om de wet niet toe te passen, die nog niet gezien of gesproken. Het klopt niet dat er gesprekken geweest zijn. In de toekomst zullen we die misschien nog wel eens zien.’ Ik zou denken dat u na zo’n communicatie van Comeos onmiddellijk de telefoon pakt en zegt: ‘Kom nu eens hier. Dit moeten we jullie toch eens goed uitleggen, want blijkbaar hebben jullie het niet begrepen.’ Ik vind het een lakse houding dat Comeso met zo’n bericht zo’n verwarring kan stichten en dat er blijkbaar niet onmiddellijk snel en duidelijk op werd gereageerd. Maar goed, dat is dan op die manier genoteerd.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.