U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Voorzitter, minister, niet enkel de omegabaars wordt in mijn achtertuin gekweekt: ook de prijs van de kippen wordt in mijn stad Deinze bepaald. Daar komen wekelijks commissies samen om de prijs van de kippen vast te leggen. Er blijkt dat de marktmotor van de braadkippensector een beetje sputtert. Steeds meer loopt de prijs tegen het verzadigingspunt aan. De productie in de Europese Unie stijgt elk jaar en ook dit jaar wordt er een groei van 1,7 procent voorspeld. Daar komt ook nog bovenop dat de import van pluimveevlees toeneemt, waardoor de druk op de markten weer verder stijgt. De Vlaamse pluimveesector heeft de afgelopen jaren gewaarschuwd voor een verschuiving van de problemen van de onrendabele varkenskweek naar de renderende braadkippenkweek. Het succes van die laatste dreigt hem nu misschien wel zuur op te breken.

Minister, wat zijn volgens u de mogelijke oorzaken van de verzadiging in de braadkippenmarkt? Is er een duidelijke omschakeling van de varkenssector naar de pluimveesector op te tekenen? Hoe en met welke oplossingen kunt u hen geruststellen of sturen?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Het klopt dat de productie van braadkippen toeneemt in de Europese Unie. In een aantal lidstaten die belangrijke producenten zijn, zoals Polen, Spanje, Italië en Nederland, zien we een sterke stijging van het aantal slachtingen, terwijl er in andere lidstaten, zoals Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, veeleer een stabilisatie of zelfs een daling is.

Als we naar België kijken, dan zien we dat het aantal slachtingen de jongste jaren vrij stabiel gebleven is. Het valt wel op dat er zich een sterke verschuiving in de aanvoer van braadkippen voor slacht heeft voorgedaan. Tot een paar jaar terug was bijna de helft van de braadkippen die in België werden geslacht, afkomstig uit het buitenland, terwijl dat aandeel in 2016 daalde naar ongeveer een derde. Onze slachthuizen verwerken dus meer kippen van eigen bodem.

Onze zelfvoorzieningsgraad voor pluimveevlees bedroeg 200 procent in 2015, dus de helft van al het pluimveevlees dat we produceren, vindt zijn afzet via export. De Europese handelsbalans ter zake is positief op het vlak van het gewicht, maar negatief op het vlak van de euro’s. Dat kan worden verklaard door het feit dat wij in de Europese Unie voornamelijk de hoogwaardige delen van de braadkip consumeren, meer bepaald de uitgebeende borstfilet, met een hoge prijs per kilo, terwijl we vooral de minder dure delen, zoals de bouten en de vleugels, naar derde landen exporteren.

Ik beschik niet over gegevens of cijfers die aantonen dat het specifiek varkenshouders zijn die omschakelen naar de productie van braadkippen. Het is wel duidelijk dat de eigen productie van braadkippen in België sterk is gestegen. Dat hoeft op zich geen probleem te vormen, want er is voldoende slachtcapaciteit. Mochten die kippen hier niet opgekweekt worden, dan zouden onze slachthuizen zich weer in het buitenland gaan bevoorraden, gelet op het vrije verkeer.

Volatiele prijzen zijn eigen aan de geglobaliseerde landbouwmarkt. Ik weet dat onze kippenvleessector veel inspanningen levert om de afzet te stimuleren, zowel bij promotie op de eigen markt als campagnes rond export. In 2017 zal het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) ook nog een extra impuls geven, onder andere via een promotieprogramma dat export naar Zuidoost-Azië zal ondersteunen.

De consumptie zit mondiaal in de lift, zowel bij ons als in andere werelddelen, waardoor de sector op die opportuniteiten inspeelt. Maar net als in alle vrije markten speelt ook hier de balans tussen vraag en aanbod en komt het er dus op neer om verstandig te investeren en ons niet in onverantwoorde avonturen te storten. Maar dat geldt voor elke investering.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Bedankt, minister. Mij was ter ore gekomen dat bepaalde varkenshouders waren omgeschakeld naar pluimveebedrijven. Maar als dat niet effectief uit cijfers blijkt, is dat misschien maar een gerucht. Zijn dat dan specifiek nieuwe bedrijven die opgestart zijn, of zijn het uitbreidingen van bestaande bedrijven?

Ik ben tevreden dat u zegt dat de marktwerking verder haar ding moet kunnen doen. Wij moeten zeker niet gaan pleiten voor een ondersteuning door de overheid, als ook zou blijken dat de braadkippensector de volgende nieuwe crisis zou worden. Dat is niet het punt van deze vraag. Het punt is om hier inderdaad de marktwerking haar ding te laten doen. Als er inderdaad bedrijven zijn die van varkens of een andere teelt overschakelen naar kippen, moet de overheid verder sensibiliseren dat ze dat niet lichtzinnig mogen doen.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Ik wil natuurlijk niet in overdrive gaan vis à vis mijn collega van de groene benadering, die ook voor de vrije markt is. Ik ben voor die vrije markt – het zou nogal spijtig zijn. Er is natuurlijk ook een ‘pattern’ van verbruik dat verandert, minister. Meer en meer ziet men die braadkippenwagens op elke plaats in Vlaanderen, juist voor de avond, om tweeverdieners gemakkelijk te bedienen. Ook op zondagochtend zie je dat. De consumptie is blijkbaar aan het toenemen.

Je moet ook zeggen dat een kilo vlees van een kip alles bij elkaar – qua water, voeding en ruimte – de optie heeft van een minder verbruik van het ene en het andere. Andere landen spelen daarop in. U hebt waarschijnlijk allusie gemaakt op Polen, met een enorme stijging van de uitvoer.

Wat mij treft, is een voorzichtigheidsprincipe. U hebt dat ook gedaan voor de varkensproblemen. Kan men er zo geen dertig voor het kippengebeuren, discreet of anders, opzetten en eens nakijken, zonder dat wij marktverstorend zijn, welke gegevens en prognoses jullie hebben, om niet te laat te komen indien er een soort inflatie of crisis van productie en consumptie zou zijn?

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Dit is een interessante vraag, maar eigenlijk gelden de vraag en de opmerking voor alle sectoren. De minister wijst er terecht op dat de landbouwprijzen vrijer geworden zijn, dat de markt vrijer is. Het is natuurlijk zaak voor de landbouwer, als ondernemer, om in te spelen op die vrije markt en om de risico’s voldoende in te schatten. En daar ligt een belangrijke taak voor de overheid: het sensibiliseren van de landbouwers, het helpen bij bijscholing op het vlak van marktwerking en – en in het verleden is daar ook al sterk op ingezet door de minister – het verspreiden van informatie over de markttoestand en de transparantie in de markt, en dan natuurlijk ook de weerbaarheid van de landbouwers zelf. De tijd moet voorbij zijn dat de landbouwer zich baseerde op de erfbetreder, die hem kon overtuigen van het bouwen van een stal of het omschakelen in deze of gene richting. De landbouwer is de ondernemer en neemt ook persoonlijk het risico van zijn investeringen. Hij moet zich dus zeer bewust zijn van die risico’s en moet in alle sereniteit, openheid en met de meest objectieve informatie de beslissingen kunnen nemen om zijn bedrijf verder te kunnen exploiteren.

Dat sluit ook een beetje aan bij onze resolutie in het kader van schaalverandering, die hier is goedgekeurd. Daarin wordt gezegd dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om volgens zijn eigen capaciteiten in te spelen op het marktgebeuren en in de sectoren waar hij zich het best bij voelt. De overheid moet in dezen een stuk faciliteren en helpen om de mensen weerbaar te maken.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik zal niet reageren op het betoog van de voorzitter bij de vorige vraag. Ik zal dat maar vermijden.

Ik wil gewoon een paar elementen aangeven. Het bevreemdt mij op zich niet dat we hier ook met die problematiek van kost en prijszetting te maken hebben. Dat is voor de hele sector zo. Maar de gegevens die ik gevonden heb, minister, zeggen dat we voor meer dan 1 miljard euro kippenvlees uitvoeren en voor 880 miljoen euro kippenvlees of levende kippen invoeren. We hebben dus in euro nog altijd een positieve handelsbalans. Tot daaraan toe.

Ik heb wel mijn twijfels over sommige vormen van export – ik wil het maar even voor de volledigheid zeggen. Frankrijk, Nederland en Engeland zijn de belangrijkste landen waar we transacties mee voeren en waar we vooral geslacht en verwerkt kippenvlees naar uitvoeren. Maar tot mijn verbazing staat bijvoorbeeld Zuid-Afrika op de vijfde plaats, Ghana op de zesde plaats en de Filippijnen op de zevende plaats van markten waar wij kippenvlees naar uitvoeren. Economisch heb ik daar geen enkele opmerking bij, mijnheer De Croo. Ik ben ook voor vrije handel. Maar ik kan mij om ethische redenen toch wel vragen stellen bij het feit of men daar op een andere manier ons Vlaams kippenvlees – ik zie geen andere reden – hoog in het vaandel voert wegens smaak, kwaliteit of verwerking. Als het verwerking is, vind ik dat prima. Ik heb dat vroeger al gezegd: als we een hoogwaardig product kunnen maken, is dat oké. ‘Meerwaarde’, zoals onze voorzitter altijd zegt.

Het is merkwaardig dat Afrikaanse en Aziatische landen zo hoog in de tabel staan. Ik moet er in alle eerlijkheid wel bij zeggen dat bijvoorbeeld de export naar Zuid-Afrika maar een kwart is van datgene wat we naar Nederland of Frankrijk uitvoeren. De vraag is of we dat op termijn ook kunnen houden, gelet op de prijszetting op kippenvlees tout court en de kosten die het transport met zich meebrengt.

Jos De Meyer (CD&V)

Vanuit mijn ervaringswereld en de contacten die ik in het veld heb, merk ik dat er in sommige regio’s een duidelijke verschuiving plaatsvindt van de productie van varkens naar de productie van kippen.

Een zevental maanden geleden las ik een interessant artikel in de Nederlandse vakpers. Ik geef u de cijfers voor wat ze waard zijn. U moet ze niet zien als volledig correct, maar ze waren toch wel frappant. Toen men in Nederland met deze verschijnselen van verschuiving werd geconfronteerd, las ik in de vakpers: ‘Hou er rekening mee als de productie van kippenvlees met 1 procent stijgt in Europa zou het wel eens kunnen zijn dat de prijs met 10 procent daalt.’ Ik geef de cijfers voor wat ze waard zijn. U moet ze vermoedelijk wat relativeren, maar het was een waarschuwing die me doet nadenken. Ik wou dat even meegeven.

Als ik dergelijke vragen op de agenda van de commissie Landbouw zie staan, dan denk ik bij mezelf weleens: zouden er in de commissie Economie aan de bevoegde minister ook vragen worden gesteld over het feit dat er te veel schoenwinkels zijn en wat hij daaraan zal doen? Ik vind dit een eigenaardige discussie. Het zijn nog altijd de ondernemers die beslissen wat ze gaan doen. Wij kunnen – en dat doen we ook vanuit de overheid – goede voorlichting geven, demonstratieprojecten opzetten – dat doen we ook voor de kippen –, KRATOS, bijscholing geven, zorgen dat men weerbaar is en dat men goed geïnformeerd is wat men doet als landbouwer voor men in een nieuwe investering stapt. Dat is onze taak en die zullen we verder blijven doen.

De gedetailleerde cijfers over uitbreidingen van bestaande nieuwe bedrijven zijn er niet. Die analyses hebben we niet. Op basis van de bezorgdheden die er leven, wil ik aan onze diensten vragen om een soort kippenanalyse te maken en alle gegevens op te lijsten en te kijken hoe het in elkaar zit. Daarna kunnen we zien of het nuttig en nodig is dat we verder initiatief nemen om de sector meer klaar te maken voor bijkomende productiestijgingen. Het zal er natuurlijk ook weer op neerkomen dat er voldoende specialisatie en niche moet zijn. Als iedereen hetzelfde zou doen en de productie stijgt, dan zal er inderdaad een prijsdaling zijn.

Het is natuurlijk nog altijd aan de investeerder en de ondernemer om daar keuzes over te maken. Ik kan me ook niet inbeelden dat de minister van Economie zegt dat het gedaan is met de schoenwinkels omdat er te veel zijn. Het is niet zo evident om daar zomaar op in te gaan. Iemand die investeert en een bepaald traject wil doorlopen, moet zelf voor een stuk de risico’s inschatten van wat het avontuur is waar hij of zij in stapt.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Minister, ik volg uw punt volledig dat u kwekers moet sensibiliseren als ze een overschakeling overwegen. Ze kunnen inderdaad niet van de regen in de drop terechtkomen. Sensibilisering blijft inderdaad een punt waar we moeten op blijven hameren, zoals de heer Dochy ook zei.

De heer Caron had het over de exportproducten naar bijvoorbeeld de Filippijnen. Ik heb een aantal maanden van mijn leven in de Filippijnen verbleven en ze eten daar dingen die wij afval noemen. Ze eten onder meer geroosterde kippenvoet, dus echt de voet van de kip. Ze zijn daar tuk op. Wij smijten dat weg, maar zij eten dat met heel veel smaak op, ook de Vlaamse kippenvoet.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.