U bent hier

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, mijn vraag, en ook die van de andere collega’s, is ingediend na de toespraak van de Britse premier Theresa May. Dat is drie weken geleden. Ondertussen zijn er ook al wat zaken gebeurd. U zult me vergeven als ik hier en daar uitweidt richting actualiteit, maar ik zal binnen de mij toegemeten tijd trachten te blijven, voorzitter.

Ik begin met de lang verwachte speech van Theresa May. Je kunt er veel van zeggen, maar die heeft wel duidelijkheid gecreëerd. Alle pistes van ‘er komt misschien wel een tweede referendum’, over ‘uiteindelijk zullen we landen op een soort bijna-lidmaatschap’ tot ‘we zullen het zo lang trekken tot er een nieuwe situatie ontstaat en dan gaan we over tot de orde van de dag’, al die pistes zijn nu wel weg. Het is duidelijk dat Theresa May zegt: ‘Brexit is brexit, wij zijn bereid om alle consequenties daarvan te ondergaan. We hebben ons eigen pad uitgestippeld en we gaan dat pad bewandelen. Dat is onze vertrekpositie.’

Een tweede element dat ik daaraan wil toevoegen, is onze gedachtewisseling met de Britse ambassadeur, mevrouw Alison Rose, vorige week. Die vond ik ook wel duidelijk. Ze had natuurlijk kunnen zeggen dat ze streven naar een zo goed mogelijke relatie met het continent, inclusief Vlaanderen, en dat ze zien dat Vlaanderen de hand uitsteekt en voor een zachte brexit kiest. Ze kon ons daarvoor danken en ingaan op ons voorstel. Dat was echter niet de toon. De toon was: harde brexit of zachte brexit, dat zijn allemaal begrippen, dat zijn woorden, maar brexit is brexit. Ze zijn bereid, zoals gezegd, om de consequenties van die brexit helemaal door te trekken.

Dit gebeurt tegen een achtergrond, collega’s, waar revanchisme, om dat woord te gebruiken, – Karel Lannoo gebruikt het ook in zijn column in De Tijd van vandaag – niet weg is in de Europese Unie. Het is duidelijk, zoals de voorzitter van de commissie ook al heeft gezegd, dat men de Britten niet veel zal gunnen. Men zal de Britten niet gunnen dat de brexit hen voordeel zal opleveren. Een brexit die resulteert in een win-win, lijkt mij zeer onwaarschijnlijk. Een brexit die resulteert in een win-lose of een lose-win, lijkt ook niet zeer waarschijnlijk. Dus zullen we wellicht landen op een lose-lose. Dan is het natuurlijk zaak om die lose, dat verlies, zo klein mogelijk te houden, en meer nog, om ervoor te zorgen dat wat aan verlies te meten is aan de kant van de Europese Unie, niet buitenproportioneel bij Vlaanderen terechtkomt. Ik zou zeggen: boer let op uw ganzen. Dat doet u natuurlijk, maar het is heel belangrijk dat we in die onderhandelingen niet alleen de Vlaamse belangen in hun algemeenheid verdedigen maar ook op het debat kunnen wegen in de specifieke sectoren waar Vlaanderen andere belangen te verdedigen heeft dan de andere lidstaten.

Wat me ook opvalt, is dat de zelfverzekerdheid een beetje van kamp is veranderd. Na de brexit had ik een beetje de indruk dat bij de Britse politici de attitude heerste van: oei, wat is er nu gebeurd, dit hadden we niet zien aankomen, nu zitten we met die brexit, wat moeten we ermee doen. Vanuit de Europese Unie was er de attitude van: zie nu waar je geland bent. Dat is nu weg. Theresa May stond daar met heel veel zelfvertrouwen. Het was geen vrouw die aan het twijfelen was. Ze heeft gezegd: ‘De situatie is wat ze is en er komt geen tweede referendum. Het is de weg die we zullen gaan. We gaan er zelfs een beetje tempo in steken: binnen twee jaar moeten die onderhandelingen zijn afgerond.’

Dat is de situatie vandaag. Iedereen kent het standpunt van mijn partij en mijn fractie. Dit gaat over de relaties met onze vierde handelspartner. We hebben recent in de krant nog kunnen lezen dat volgens een ING-studie de brexit ons 2,1 miljard euro zal kosten. In Het Laatste Nieuws lees ik ook dat de verkoop van zware bieren kan worden belemmerd – kwestie van de zaken in de goede proporties te zetten. Min 2,1 miljard euro en dan ook de zware bieren die we niet meer kunnen exporteren, die zich natuurlijk situeren binnen die 2,1 miljard euro! Als partij betreuren wij de brexit, maar we respecteren natuurlijk de beslissing van de Britse regering. Wij vinden ook dat het nu niet het momentum is voor een grote Europese sprong voorwaarts. Ik zie bijvoorbeeld dat de heer Magnette dat wel vindt. Die gaat heel ver. Vandaag zegt hij: ‘Dump ook maar de Hongaren, de Polen, de Bulgaren en de Roemenen. Met wat we overhouden, zullen we een eind verder gaan.’

Dat is niet ons standpunt. Wij kiezen voor stabiliteit, voor realistische hervormingen. Het komt erop aan om met het Verenigd Koninkrijk in haar algemeenheid goede relaties te kunnen onderhouden in de toekomst, maar toch ook, opnieuw, die specifiek Vlaamse belangen goed te kunnen definiëren en ervoor te zorgen dat die in het debat worden meegenomen.

Zo kom ik tot mijn vragen, die een beetje geactualiseerd zijn aangezien ik mijn vraag drie weken geleden indiende. Minister-president, hebt u met de heer Magnette een onderhoud gehad om tot een gemeenschappelijk Belgisch standpunt inzake de brexit te kunnen komen? Ik hoop dat het gesprek dat u met hem hebt gehad, hem niet geïnspireerd heeft tot de uitspraken van vandaag. Ik neem aan dat u niet op diezelfde lijn zit. Kunt u aan ons uitleggen wat de temperatuur van het water is in Vlaanderen en in Wallonië?

Minister-president, wat nu? In het verleden zei u dat Vlaanderen voor een zachte brexit kiest. Dat is wat wij verdedigen. De Britse ambassadeur zegt: “Zacht of hard, dat is allemaal hetzelfde, brexit is brexit.” Het is natuurlijk een beetje moeilijk als dat de attitude is aan de overkant van de onderhandelingstafel. We weten ook dat het allemaal een zaak is van de begrippen goed te definiëren. Wat is hard, wat is zacht? Wat uiteindelijk telt, is wat er concreet op papier komt te staan op het einde van de rit. Of je het dan hard of zacht definieert, is een andere kwestie. Het is natuurlijk een beetje vervelend voor de Vlaamse Regering, als die zegt dat ze voor een zachte brexit kiest, en dat dan die uitgestoken hand aan de overzijde niet wordt gegrepen.

Brengt u ondertussen ook de opportuniteiten in kaart, en niet alleen de nadelen? Ik verwijs naar wat mevrouw Tillekaerts recent nog heeft gezegd. Er zijn wel wat bedrijven die na de brexit een hoofdkwartier op het continent zullen willen. Komt Vlaanderen daar in de ‘picture’? Ik lees dat dat voor de financiële sector al minder evident is en men eerder richting Amsterdam, Frankfurt en Wenen kijkt. Misschien zijn er andere sectoren waar dat wel geldt.

Hoe zit het met de timing? Theresa May zegt twee jaar en dan komt de implementatie van wat men heeft afgesproken. Dat betekent dat heel veel administraties, heel veel diensten zich zullen moeten voorbereiden op wat er tussen nu en twee jaar zal gebeuren, op de nieuwe wereld waarin we wakker zullen worden. Ziet u dat allemaal goed komen? Welke maatregelen zijn er ter zake al genomen?

De heer Poschet heeft het woord

Op 23 juni 2016 besliste het Verenigd Koninkrijk met 52 procent van de kiezers uit de Europese Unie te stappen. Een schok ging door Europa. De beslissing zorgde meteen voor een reeks nieuwe vragen. Op welke manier zal het Verenigd Koninkrijk de Unie verlaten? Op welke termijn is de brexit uitvoerbaar? Moet ook het Britse parlement stemmen over een beslissing tot brexit? Die laatste vraag is al beantwoord: men is al tot een stemming overgegaan.

Na maanden onzekerheid over de manier van de brexit, is er op 17 januari meer duidelijkheid gebracht door de Britse premier May. Zoals al gezegd, kiest de Britse regering resoluut voor een zogenaamde ‘hard brexit’. May wil namelijk volledige controle over de grenzen krijgen en niet langer onder Europese jurisdictie vallen. Dat betekent, in haar eigen woorden: “I want to be clear: what I am proposing cannot mean membership of the single market.”

Meermaals kwam de impact van de brexit aan bod, zowel in de plenaire vergadering als in de commissie. Enkele dagen voor het referendum in het Verenigd Koninkrijk gaf u nog een overzicht van de strategische en economische gevolgen voor Vlaanderen. Zo berekende de Studiedienst van de Vlaamse Regering, op basis van een rapport van het Nederlandse Centraal Planbureau, dat het Vlaamse bbp tegen 2030 1,8 procent lager zou liggen door een zachte brexit en 2,5 procent bij een harde brexit.

De gevolgen voor onze economie kunnen zowel het gevolg zijn van handelsbarrières of tarieven die ingevoerd kunnen worden, maar ook van een mogelijke recessie in het Verenigd Koninkrijk zelf na de brexit. Globaal is de Vlaamse export naar het Verenigd Koninkrijk goed voor 27,2 miljard euro per jaar. Dat is maar liefst 9,3 procent van onze totale uitvoer.

Daarmee is Vlaanderen in verhouding de derde belangrijkste EU-exporteur naar het Verenigd Koninkrijk. De automotivesector neemt een aandeel van zowat 30 procent. Ook farma, 12 procent, machinebouw, 8 procent, chemie, 7,5 procent, kunststoffen, 7 procent en voeding, 6,7 procent, zijn aanzienlijke uitvoersectoren. Binnen onze uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk nemen ook textielproducten een bijzonder belangrijke plaats in. Bijna één op drie geëxporteerde tapijten en vast tapijt gaat naar het Verenigd Koninkrijk. Ook binnen de landbouw en de zeevisserij is er een groot belang.

Een ander probleem is de impact van het wegvallen van de Britse bijdrage aan de EU-begroting, op dit moment ongeveer 9 miljard euro. Zonder besparingen zou de brexit dus kunnen leiden tot een hogere bijdrage van de lidstaten en dus ook Vlaanderen, wat een impact op de begroting zal hebben, naast de economische achteruitgang. We stevenen recht af op een worstcasescenario voor onze regio.

Minister-president, hebben uw diensten meer recent, naast een snelle macro-economische analyse, nog eigen onderzoek gedaan naar de impact van een harde brexit?

Verschillende Britse bewindsvoerders hinten op het ombouwen van de Britse fiscaliteit om, in combinatie met het sterk gedaalde pond, de EU economisch te beconcurreren. Heeft de Studiedienst hierover onderzoek verricht?

Op welke wijze speelt Flanders Investment & Trade in op de brexit? Er werd een contactpunt opgericht voor Vlaamse bedrijven, maar op welke manier wordt er assertief op mogelijke investeringskansen ingespeeld? Mijn aanvoelen is dat Parijs bijvoorbeeld een aantal slagen aan het slaan is inzake het overhevelen van services uit de City. Die hebben al duizenden hooggekwalificeerde en goed betaalde jobs binnengereven. Misschien moet u hiervoor ook eens samenzitten met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om samen Brussel te promoten als alternatief voor de City.

Wat is de algemene strategie van de Vlaamse Regering rond de ‘hard brexit’? Welke maatregelen kunt u nemen om de impact van een harde brexit te temperen? Hoe zet u de Vlaamse diplomatie in om onze vitale belangen via het federale en Europese niveau te verdedigen?

In het verleden lanceerde u de idee van een ‘unie van de Noordzee’. Dat is een ietwat vaag idee. De keuze voor een harde brexit lijkt ook dit voorstel op losse schroeven te zetten. Hoe evalueert u de impact? Wat is de impact van het wegvallen van nettobetaler Verenigd Koninkrijk op de bijdrage van Vlaanderen en België aan de EU?

Vorige week was er de oplevering door de zogenaamde ‘high level group’, geïnstalleerd door vicepremier Kris Peeters, die onder leiding van graaf Buysse een lijvig rapport heeft afgeleverd. Het was de bedoeling van Buitenlandse Zaken om samen te zitten met gewesten en gemeenschappen om een eerste inventaris van de gevolgen op te stellen. Bedoeling was om in de loop van februari die samenkomsten te houden. Heeft die samenkomst al plaatsgevonden? Zo ja, wat zijn de conclusies van dat overleg?

Minister-president, het is drie weken geleden dat de Britse premier May haar langverwachte speech over de brexit hield. Haar boodschap was duidelijk: het Verenigd Koninkrijk wil geen LAT-relatie met de Europese Unie. Het Verenigd Koninkrijk wil echt scheiden van tafel en bed, het wil echt uit dat gedwongen huwelijk. Het wordt geen half in en half uit, dat maakte ze zeer duidelijk. Ze wil wel de beste toegang tot de vrije markt door een nieuw, alomvattend, gedurfd en ambitieus handelsakkoord. Met andere woorden, wat betreft de vier vrijheden waar de Europese Unie zo prat op gaat, is ze zeer duidelijk. Ze wil heel duidelijk een breuk met de vrijheid van verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal.

In De Ochtend maakte u bekend dat u van oordeel bent dat er een handelsvriendelijk verdrag moet komen, iets waar premier May ook wel voor wil gaan, alleen zijn de risico's voor het tot stand komen van dit handelsverdrag, enorm.

Minister-president, u kondigde aan dit “bijzonder proactief te zullen opvolgen, interfederaal en diplomatiek”. Maar uiteindelijk is de EU bevoegd voor handelsverdragen en moet er dus aan tafel worden gezeten met de andere regeringen om het Belgische mandaat te bespreken.

De bal ligt nu in het kamp van de Europese Unie. We moeten ons ervan bewust zijn dat er mensen zijn als Guy Verhofstadt, die uit zijn op revanche en wraakgevoelens koesteren. Ze willen niet dat de Britten aan ‘cherry picking’ zouden kunnen doen. Als er geen goed akkoord uit de bus komt, zal het Verenigd Koninkrijk zich heroriënteren naar de rest van de wereld. Vlaanderen moet dus sterk kunnen wegen op het Belgische standpunt en de Europese houding.

Natuurlijk moeten we de democratische beslissing van het Verenigd Koninkrijk respecteren, maar de Vlaamse belangen en de jobs in Vlaanderen moeten onze eerste prioriteit zijn.

Minister-president, wat is uw reactie op de toespraak van de Britse premier May?

Welk standpunt wenst u verdedigd te zien binnen de EU? Welke voorwaarden moeten er volgens u gesteld worden aan het VK om handel te drijven met de EU? Wat is voor u ter zake cruciaal?

Kunt u verduidelijken welke stappen u precies zult zetten en met welke timing teneinde onze Vlaamse belangen in het Verenigd Koninkrijk te waarborgen? Zult u ook buiten het Belgische kader diplomatieke initiatieven nemen?

Zit de Vlaamse Regering ter zake op één lijn, gezien bijvoorbeeld de uitspraken van Guy Verhofstadt? Aangezien uw partij ook in de Federale Regering zit, wat is uw standpunt over de uitspraken van koning Filip over de brexit?

De aanwezigheid van de Britse ambassadeur in onze commissie was zeer interessant. Ze opende ons de ogen en maakte duidelijk dat het concept van een ‘harde’ of een ‘softe’ brexit nogal vaag is. Het is een brexit, punt. Dan is de vraag wat de doelstellingen en de voorwaarden daarvan zullen zijn. Als we aan iedereen hier zouden vragen om drie kenmerken te geven van de ‘harde’ brexit, of drie kenmerken van de ‘softe’ brexit, dan is het niet evident om daar eenduidige antwoorden op te krijgen.

Wat ik wel weet, is dat de ambassadeur herhaalde wat de eerste minister had verklaard, namelijk: geen gedeeld lidmaatschap met de Europese Unie, geen associatieverdrag, geen lidmaatschap van de douane-unie. Dat zijn allemaal duidelijke elementen. Als we daaraan toevoegen dat Groot-Brittannië geen deel uitmaakt van de Schengenzone en geen deel uitmaakt van de eurozone, krijgen we toch een helder beeld. Welk handelsakkoord kan Groot-Brittannië dan afsluiten met de EU en onder welke voorwaarden?

Ik vroeg de ambassadeur of het mogelijk is voor Groot-Brittannië om een handelsakkoord te sluiten waarbij het effect ervan voor Groot-Brittannië minstens even goed of beter zou zijn. Ik heb daaraan de bedenking toegevoegd dat mij dat zou verrassen, al was het maar omdat dan binnen de EU, politiek gesproken, de vraag zou rijzen waarom men nog bij de Europese Unie zou blijven als het een voordeel zou opleveren om eruit te stappen.

De aanwezige commissieleden zullen zich herinneren dat dit zowat de enige vraag was waarop de ambassadeur niet geantwoord heeft. Ze kan daar natuurlijk niet op antwoorden, maar het is wel een politieke realiteit. Die bedenking doet trouwens de heer Magnette de richting uitgaan van een ‘core-Europe’ zonder Polen, Roemenen, Bulgaren, enzovoort. Voor een minister-president van socialistischen huize is dat toch verrassend.

Een aantal mensen gaan ervan uit dat, los van het economische gegeven, doordat Groot-Brittannië geen deel meer zal uitmaken van de EU, het hechter samenwerken op politiek niveau gemakkelijker zou worden. Voeg daaraan toe dat er een onorthodoxe situatie geldt in de VS, en dan beweegt het politiek misschien wel in die richting. Is dat iets waaraan wij vanuit Vlaanderen zouden meewerken, en zo ja, in welke zin? De meningen lopen daarover wellicht uiteen. Persoonlijk denk ik dat het zo gek nog niet zou zijn. Ik heb het zelf ook meegemaakt dat de Britten niet de gemakkelijkste mensen zijn als het gaat over politieke samenwerking. Als degenen die hechter samenwerken hebben tegengehouden, nu weg zijn, geeft dat andere perspectieven binnen de Unie?

Dan kom ik tot de opportuniteiten. Ik heb het moeilijk met de insteek dat we Groot-Brittannië leeg zouden proberen te roven. Als Groot-Brittannië uit de EU en uit de douane-unie treedt, dan hebben de Britse banken geen Europees paspoort meer. Een deel van de bancaire dienstverlening kan dan niet meer vanuit de city gebeuren. Een aantal van die banken of delen daarvan zullen daar niet kunnen blijven, tenzij het bancair paspoort een deel van de onderhandeling is. Is dat soort van essentiële elementen iets wat mee op tafel ligt? Of kan dat soort specifieke aspecten, zoals het Europese bancaire paspoort, geen onderhandelingselement zijn? Dat is geen strategie om economische activiteit te roven, maar een positie, waarbij de keuze moet gemaakt worden tussen ‘in’ of ‘out’.

Minister-president, mijn bedenkingen komen dus in essentie hierop neer. Denkt u dat het mogelijk is dat er een handelsakkoord tot stand komt waarbij de eindsituatie voor Groot-Brittannië of omgekeerd voor de EU en meer in het bijzonder voor Vlaanderen even goed of beter kan zijn? Denkt u dat er een politieke wijziging tot stand zal komen is de zin dat de rem op de hechtere samenwerking nu weg is, wellicht ook mede door de situatie in de VS?

Denkt u dat sommige elementen niet onderhandelbaar zijn, omdat ze nu eenmaal horen bij het lidmaatschap van de EU?

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Het allerbelangrijkste lijkt mij dat we dit gesprek voeren. Voor mij is dit inderdaad een topdossier in 2017 en 2018. Het is nog altijd de bedoeling van het VK om in maart artikel 50 in werking te stellen. Sommige zeggen dat dit ertoe zal leiden dat de brexit een feit is in oktober 2018. Er zijn intussen ook her en der nog verkiezingen die daarop een impact kunnen hebben. Ik heb al gezegd dat ik de brexit betreur en dat hij slecht is voor de EU, voor ons, maar ook voor de Britten zelf. Heel veel politici en leden van de Common House zijn tegen de brexit gekant. Ze voeren niettemin de wil van het volk uit. Mevrouw May is daar zelf het meest sprekende voorbeeld van. Als anti-brexiteer leidt ze nu de regering die de brexit in goede banen wil leiden.

Ik heb kort na de speech van premier Theresa May mijn inschatting van de Britse positie in de brexit-onderhandelingen publiek gemaakt. Haar toespraak was een sterk staaltje van retoriek. De speech was ook zeer duidelijk, op één punt na: over de douane-unie was ze niet duidelijk. Een douane-unie veronderstelt dat je gemeenschappelijke importtarieven hebt en dat is een belangrijk gegeven. Op dat vlak vond ik die speech niet zo helder, maar op alle andere vlakken wel. Dat maakt de situatie voor ons ook heel duidelijk.

De veertien krachtlijnen van haar toespraak waren de volgende. Eén: ze gaat voor een zuivere brexit: geen half lidmaatschap. Twee: ze wil volledige controle over de eigen wetten. Ze voegde daaraan toe dat ze het acquis communautaire implementeert, maar dat na verkiezingen andere wegen kunnen worden gevolgd. Dat zou problemen kunnen geven inzake productnormen. Drie: geen jurisprudentie van het Hof van Justitie. Vier: volledige controle op immigratie, maar behoud van verworven rechten. Vijf: geen grote bijdragen aan de EU-begroting, maar mogelijk wel participatie in bepaalde programma’s, waar nuttig en relevant, bijvoorbeeld voor wetenschap, technologie en innovatie. Zes: geen lidmaatschap van de interne markt. Zeven: volledige vrijheid om over eigen vrijhandelsakkoorden te onderhandelen. Acht: geen gebondenheid door het gemeenschappelijke externe tarief van de douane-unie. Negen: een breed, omvattend vrijhandelsakkoord met de EU zonder obstakels voor handel in goederen en diensten. Dat was een cruciale passage in haar toespraak. Ze zei letterlijk: “This agreement should allow for the freest possible trade in goods and services between Britain and the EU’s member states”. Tien: samenwerking op het vlak van buitenlands en veiligheidsbeleid en de strijd tegen georganiseerde misdaad en terrorisme. Elf: geen Zwitsers, Noors, Turks of ander model, maar een eigen model. Van meet af aan heb ik gezegd dat we zullen eindigen met een sui-generisovereenkomst.

Twaalf, een strategisch partnerschap en ‘bespoke agreement’ of een akkoord op maat.

Dertien, het VK als een betrouwbare partner en goede vriend van een goed werkende EU, maar wel gericht op de hele wereld. ‘Global Britain’ was trouwens de boodschap die achter Theresa May was geprojecteerd.

Veertien, Theresa May gaf aan dat ze een vlotte overgang wou van het huidig EU-lidmaatschap naar de nieuwe relaties via een gefaseerde transitieperiode.

De hoofdlijnen van de premier uit haar toespraak in het Lancaster House werden ondertussen ook uitvoeriger uitgewerkt in de ‘white paper’ die gepubliceerd is.

Ik herhaal dat ik betreur dat het VK de Europese eenheidsmarkt wil verlaten. Ik heb altijd het EU-standpunt onderschreven dat de vier vrijheden een en ondeelbaar zijn. Men kan daar niet van afwijken. Het VK heeft daar een heel duidelijke keuze gemaakt: geen economische ruimte, geen Noors model, geen Zwitsers model, geen Turks model maar een zuivere brexit.

Dat betekent niet alleen dat het heel duidelijk is wat de Britten wel en niet willen. Het heeft ook een impact op de toekomst van de Europese Unie. Zij waren niet de meest overtuigden, maar toch waren ze vaak partner van Vlaanderen in een aantal materies. Wat de kwaliteit van onderzoek en ontwikkeling betreft, haalden wij disproportioneel veel budgetten binnen omdat de Britten aan onze kant stonden en niet oordeelden in functie van het bevolkingsaantal. Op een aantal vlakken zijn wij nu een partner kwijt. Of dat zal leiden tot een coherentere unie, weet ik niet. Mijn dagelijkse ervaring is dat er grote tegenstellingen zijn en blijven binnen de EU, bijvoorbeeld tussen oost en west, wanneer het gaat over klimaat, sociale dumping, migratie en rechtvaardige spreiding van vluchtelingen, maar evenzeer tussen noord en zuid. Ik zou dan ook niet durven beweren dat de lastige jongens en meisjes nu vertrekken.

Ik heb vastgesteld dat Theresa May wel nog een opening laat om samen te werken door middel van een partieel geassocieerd lidmaatschap van de douane-unie. Ze spreekt over een douane-unie zonder gemeenschappelijk extern tarief, wat nochtans essentieel is voor een douane-unie, waarbij het VK de vrijheid behoudt om zelf over tarieven met derde landen te onderhandelen. Ik zie momenteel niet hoe dat kan werken.

Op 2 februari verduidelijkte Brexit-minister David Davis echter dat het VK niet van plan was om in de douane-unie te blijven. Wat er finaal uit de bus zal komen, zal een soort akkoord sui generis zijn, dat hoop ik althans. Ik heb er van meet af aan voor gepleit om niet alleen een vrijhandelsakkoord te sluiten, maar ook een verdrag plus omdat wij nu eenmaal veel belangen hebben.

In elk geval is het duidelijk dat een ambitieus nieuw vrijhandelsakkoord, type CETA, tussen de Europese Unie en het VK cruciaal is voor Vlaanderen. Het VK is onze vierde belangrijkste handelspartner. Wat de goederenuitvoer betreft, zullen we onder een scenario van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) na Ierland het hardst geraakt worden. U kent de analyse van de studiedienst van de Vlaamse Regering: het gaat over een potentieel verlies van 2,6 procent van ons bnp tegen 2030. Dat is kolossaal veel. De WHO heeft gemiddeld een laag importtarief van 2,1 procent. Daarachter zitten echter heel gedifferentieerde tarieven verscholen. Onze tapijtexport die nu al is getroffen door de koersdaling van het pond, betaalt 8 procent, onze bevroren aardappel en diepvriesproducten 16 procent, onze vruchtensappen 24,4 procent. Vruchtensappen zijn een enorm belangrijk exportproduct. De haven van Zeebrugge heeft twee grote exportproducten namelijk auto’s en vruchtensappen. Die gaan massaal richting VK. U begrijpt dus welk belang we hebben bij een zo goed mogelijk vrijhandelsverdrag met wegwerking van de tarieven. Dat was ook het geval bij CETA, 99 procent van de tarieven was op 0 gebracht.

Daarnaast hebben wij er belang bij om te komen tot een plus-verdrag. Ik heb al gewezen op de zeer intense samenwerking die wij met het VK hebben in het kader van Horizon 2020. We hebben intussen ook rectoren van Vlaamse universiteiten gehoord die zeer nauwe samenwerkingsverbanden hebben met Cambridge en Oxford. Dat gebeurt allemaal in het kader van de EU. Ik heb ervoor gepleit om ook samen te zitten over de gemeenschappelijke belangen van de Noordzee.

Ik ben voorstander van een goed vrijhandelsakkoord aangevuld met een plus-akkoord, en dat is ook de mening van onze stakeholders. Ik heb een brexit-rondetafel georganiseerd op 14 december 2016 met de bedrijven, de werkgeversorganisaties, de sectorfederaties, de havens en de luchthavens. Het is belangrijk die onderhandelingen met een open vizier te voeren zonder echter naïef te zijn. We moeten absoluut vermijden dat er ook aan Europese kant aan cherry picking wordt gedaan, dat bepaalde landen aansturen op akkoorden die gunstig zijn voor hun economie terwijl kleinere lidstaten of deelstaten op bepaalde vlakken in de kou zouden blijven staan. Dat zullen moeilijke onderhandelingen zijn die de samenhang binnen de EU op de proef zullen stellen. In elk geval moeten we vertrekken vanuit de eigen Vlaamse belangen.

FIT heeft de handelsbalans tussen Vlaanderen en het Verenigd Koninkrijk nauwgezet in kaart gebracht. Om de contacten tussen de Vlaamse en Britse stakeholders in verband met de Brexit-discussie te faciliteren, hebben de Vlaamse vertegenwoordigers van Team Flanders op 23 januari 2017 in London een rondetafel georganiseerd. FIT heeft een brexit-meldpunt georganiseerd. Voor meer uitleg daarover verwijs ik graag naar mijn antwoord op een schriftelijke vraag van Karl Vanlouwe.

Ik hoop dat we ook in België een nieuw CETA-debacle kunnen vermijden. Het is een vrijhandelsakkoord dat we moeten sluiten. Het is ook een investeringsluik, u kent mijn stelling daarover, namelijk dat we moeten gaan naar een opsplitsing. Het advies van de advocaat-generaal bepaalt wat ik had gehoopt maar ook gevreesd, namelijk dat Handel niet exclusief een bevoegdheid is van de EU. Transport zit er voor een deel niet in. Het overgrote deel is echter een bevoegdheid van de EU. Men kan gaan naar een splitsing en naar een gemengd akkoord dat heel wat comfort zou bieden. Als Wallonië onder geen beding investeringsakkoorden wil sluiten, dan kan het dat in die hypothese ook doen. Het zou niet goed zijn dat we daar met een groot hiaat zitten. Op een bepaald moment zal die brexit in werking treden. Ik heb ook altijd gepleit, en Theresa May onderschrijft dat, voor een overgangsregeling. Het is immers een illusie te geloven dat de dag na de brexit het nieuwe vrijhandelsakkoord volledig kan worden geïmplementeerd. Het gaat om een ongelofelijke ontrafeling.

Ik heb al gepraat met Waals minister-president Magnette, maar er zijn geen afspraken gemaakt. Ik heb er hem op gewezen dat we gelijklopende belangen hebben. Ook voor Wallonië is het VK de vierde belangrijkste partner. Ik heb een lijst gemaakt van de belangrijkste producten en sectoren. Van onze 25 eerste sectoren zijn er 15 ook de eerste sectoren in Wallonië.

Ik heb hem ook gesproken over de vestiging van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) waar we ook gelijklopende belangen hebben, gelet op het feit dat ook Wallonië met GlaxoSmithKline (GSK) een zeer sterke farmaceutische industrie heeft. Ik kom straks terug op het belang van EMA.

De brexitimpactanalyse van de Studiedienst van de Vlaamse Regering becijfert dat bij een brexit het Belgische bbp in 2030 met 2,1 procent lager zou uitvallen in het scenario zonder handelsakkoord, waar enkel de regels van de WTO gelden. Voor Vlaanderen zou dat dus 2,6 procent zijn; voor Wallonië 1,7 procent. In het scenario met een handelsakkoord is een vermindering voorspeld van 1,8 procent voor Vlaanderen en van 1,2 procent voor Wallonië.

Voorspellingen zijn altijd moeilijk. Er kunnen nieuwe dynamieken ontstaan enzovoort, maar ik neem aan dat iedereen ervan overtuigd is dat dit een harde noot om te kraken zal zijn. Het is niet onze 46e handelspartner, waar we 700 miljoen euro naar uitvoeren. Vorig jaar ging het om meer dan 27 miljard euro. Het gaat dus niet zomaar om een kleinere, met alle respect, minder belangrijke exportmarkt.

Voor Vlaanderen maakte het Verenigd Koninkrijk in 2015 9,1 procent van onze export uit. Voor heel België was dit 8,7 procent. De goederenuitvoer alleen zorgde voor 23,5 procent van de creatie van bruto toegevoegde waarde in Vlaanderen. Voor het Waalse Gewest is dat 15,3 procent en voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest 8,7 procent. Het gaat om cijfers van 2010, maar de omvang is alleen maar toegenomen.

In 2015 exporteerde Vlaanderen voor 27,20 miljard euro naar het Verenigd Koninkrijk. De handelsbalans met het Verenigd Koninkrijk liet aan Vlaamse zijde in 2015 een overschot zien van 12,17 miljard euro. Dit is het op twee na grootste Vlaamse handelsoverschot wereldwijd, na Duitsland en Frankrijk. Ook in de totaalhandel, import- plus exportwaarde, is het Verenigd Koninkrijk een ongemeen belangrijke partner, met 42,5 miljard euro handelsomzet, en daarmee meteen onze vijfde partner.

Ook de cijfers voor 2016 zijn bemoedigend. Het is niet mijn gewoonte om partiële cijfers vrij te geven, maar ik denk dat het niet onbelangrijk is dat u weet wat de impact tot nu toe is van de aangekondigde brexit met de koersdaling van het pond tot gevolg. Tijdens de eerste tien maanden van 2016 exporteerde Vlaanderen voor 22,77 miljard euro naar het Verenigd Koninkrijk. Het was hiermee de vierde exportmarkt met 9,12 procent van de totale Vlaamse export. De import bedroeg 11,49 miljard euro, de vijfde leverancier aan Vlaanderen. De handelsbalans liet een overschot zien van 11,28 miljard euro. Ook in de totaalhandel blijft het Verenigd Koninkrijk een ongemeen belangrijke partner met 34,3 miljard euro.

Tot nu toe, ook al is er al een nadelig effect bij voeding en textiel, kunnen we niet zeggen dat we er zwaar door getroffen zijn. Het heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat onze ondernemers superactief ervoor zorgen dat ze kunnen verkopen en kunnen leveren op die belangrijke markt.

Ik denk dat ik zowat de eerste in de Europese Unie ben geweest die pleitte voor een ‘soft brexit’. Dat begrip is dan een eigen leven gaan leiden, maar ik heb het gelanceerd. Een soft brexit heeft niets te maken met de brexit op zich, want het is nu wel heerlijk dat de Britten zeggen dat het een zuivere brexit is, dat ze niet in de single market gaan, dat ze niet gaan deelnemen aan het vrije verkeer, dat ze niet meedoen met de vier vrijheden. Als ik voor soft heb gepleit, betekent dat dat er een transitie moet zijn naar een nieuw handelsverdrag. Ik noem het nu ‘handelsvriendelijk’ omdat er nogal wat verwarring is ontstaan over het begrip softe of harde brexit. Als een harde brexit betekent dat er radicaal een einde wordt gemaakt aan de huidige unie, dan is dat zo. Theresa May heeft daar geen onduidelijkheid over gelaten.

We kunnen dus het beste over een handelsvriendelijke brexit spreken. Premier Michel heeft het een intelligente brexit genoemd. Hoe we het ook noemen, het is belangrijk dat we weten waar we het over hebben. Ik heb van in het begin gezegd dat we niet mogen terugvallen op een handel die uitsluitend gebaseerd is op de tarieven van de Wereldhandelsorganisatie. We moeten naar een handelsvriendelijk verdrag gaan. Op de rondetafelconferentie die ik op 14 december heb gehouden, hebben alle sectoren, alle organisaties, alle bedrijven unisono onderschreven wat wij zeggen, namelijk dat er een nieuw handelsverdrag moet komen en meteen ook een plus-verdrag rond de thema’s die ik heb genoemd. Daar moet ook de Noordzee in zitten, want we vissen in Britse territoriale wateren, we hebben transport, de blauwe economie, de blauwe energie, wetenschappelijk onderzoek, de exploitatie van de bodem en samenwerking op dat terrein. Hoe we het organiseren, maakt mij niet uit. We kunnen kiezen voor een macrostrategie van de Europese Unie, zoals dat voor andere landen bestaat, of een Unie van de Noordzee vormen en dan heb ik het niet over een heel grote organisatie. We hebben er gewoon belang bij en ik ben ook blij dat Theresa May zegt te willen samenwerken op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en universiteiten. Ook Rik Torfs en anderen uit universitaire kringen hebben gezegd dat we er absoluut voor moeten zorgen dat er een samenwerkingsverband kan blijven bestaan. Theresa May heeft ook aangegeven dat ze bereid is daarvoor te betalen. Het is evident dat wie aan een bepaalde samenwerking deelneemt, ook zijn portefeuille bovenhaalt.

Naast de rondetafelconferentie heb ik natuurlijk verscheidene andere contacten gehad. Ik heb met premier Rutte en met David Jones, de Britse staatssecretaris, gesproken. Onze algemeen afgevaardigde bij de Europese Unie houdt echt de vinger aan de pols van de instellingen. Morgen heb ik ook opnieuw een onderhoud met Alison Rose, die ik heel vaak zag en zie. U hebt haar hier in het parlement ook ontmoet. We blijven heel sterk inzetten op belangenbehartiging in de Europese Unie, onrechtstreeks via de DGE, de Directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie, maar ook rechtstreeks. Ik heb nu al mijn zesde ontmoeting met Europese commissarissen achter de rug. Ik heb ook een onderhoud aangevraagd met Michel Barnier, de brexitonderhandelaar voor de Europese Commissie. Didier Seeuws is de onderhandelaar voor de Raad en Guy Verhofstadt is de coördinator voor het Europees Parlement. Ook onze diplomatieke vertegenwoordiger in Londen blijft alle contacten onderhouden en we hebben op het Overlegcomité in januari afgesproken dat we heel onze inbreng op het DGE-overleg op tafel zullen leggen. Het is nu immers heel belangrijk dat we unisono spreken, dat we intrafederaal in België aan hetzelfde zeel trekken.

Door de brexit dienen zich uiteraard ook opportuniteiten aan. Flanders Investment & Trade (FIT) heeft daarvoor een strategie en werkt er heel sterk aan. We hebben een argumentarium voor bedrijven met investeringsplannen of bestaande operaties. FIT is heel snel in actie geschoten. In juni 2016 was er een rondetafelconferentie met lokale business leaders in Coventry. Tijdens de zomermaanden werd informatie verzameld, werden er met Britten contacten gelegd en werd er op onze website een specifieke brexit-pagina voor buitenlandse investeerders aangemaakt. De jaarlijkse campagne tijdens de toonaangevende IoD-conferentie in Londen had brexit als focus. IoD, Institute of Directors, is een beetje ons Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Op twee extra rondetafelconferenties georganiseerd in Nottingham en Birmingham kregen we de kans heel veel mensen te ontmoeten. In oktober is er een mailing vertrokken naar een selecte groep van internationale topbedrijven die actief zijn in het Verenigd Koninkrijk. Britse bedrijven die actief zijn in Vlaanderen zijn benaderd, door de uitwerking van een aftercare-activiteit op de Britse ambassade in Brussel. Eind 2016 werd een FinTech event georganiseerd met een ontbijtsessie en een nieuwe rondetafelconferentie voor 17 staten in het Verenigd Koninkrijk.

Er staat een druk programma op stapel waarbij presentaties worden verfijnd met aandacht voor specifieke aspecten van de brexit: optimalisatiemogelijkheden voor research and development (R&D), logistieke projecten, sales en marketing, projecten die aansluiten bij industrie 4.0. Er wordt gebruikgemaakt van diverse mediakanalen, inclusief sociale media, voor een sterke profilering van de mogelijkheden. De komende weken en maanden komen er zeer doelgerichte acties voor bedrijven: roadshows met meetings met beslissingnemers binnen de bedrijven. Ik heb al gezegd dat we niet alleen op Britse bedrijven focussen, maar ook op multinationale bedrijven, Indische, Japanse, Amerikaanse, die vestigingen hebben in het Verenigd Koninkrijk. In Davos heb ik ook vastgesteld dat deze bedrijven zeer sterk twijfelen of ze al dan niet zullen blijven en zich afvragen welke kansen en troeven een eventuele verhuis inhoudt. We moeten niets forceren, maar er wel voor zorgen dat ze goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Ik heb onze troeven uitvoerig onder de aandacht gebracht: onze hogescholen, onze mensen, onze arbeidsproductiviteit, onze R&D, onze logistiek. FIT werkt in zijn acties met 25 focuslanden.

Dan kom ik bij het EMA, het European Medicines Agency. Momenteel is dat Europees geneesmiddelenagentschap in Londen gevestigd. Het stelt ruwweg 600 mensen te werk, exclusief de duizenden experts die wereldwijd permanent of bijna permanent in de omgeving van EMA in werkgroepen actief zijn. Deze mensen verblijven niet per se permanent in Londen, maar enorm veel farmaceutische bedrijven, gezondheidsagentschappen en overheden zijn er wel met een, twee of meer mensen permanent actief. In geval van een brexit moet er voor dit agentschap een nieuwe locatie worden gevonden. Ik heb van bij het begin gezegd dat we daarvoor aandacht moeten hebben.

Ik heb er alle begrip voor dat het VBO en anderen zeggen dat we moeten proberen het bankenagentschap binnen te halen, maar laten we realistisch zijn. Grote spelers met vaak iets sterkere troeven dan wij focussen daar ook op. Denk aan Parijs, Frankfurt, Amsterdam. Dat is een heel sterke concurrentie. Ook andere landen zijn geïnteresseerd om EMA een nieuwe thuis te bieden. Ik heb een onderhoud gevraagd met Vytenis Andriukaitis, de eurocommissaris voor Gezondheid, die opteert voor een locatie “die niet te veel voorbereidend werk vereist en waar een vlotte werking kan worden georganiseerd”, maar dat is natuurlijk een zeer algemene benadering. De Zweden zijn op dit terrein zeer actief, maar ook heel veel andere landen willen het agentschap graag binnenhalen.

Ik heb in Davos ook vastgesteld dat we met onze sterke farmasector grote troeven hebben. In Gent hebben we het VIB, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie en de Europese instellingen zijn vlakbij. We hebben de fiscale octrooi-aftrek, ons excellent onderwijs en we zijn top inzake klinische studies en omzetting van nieuwe klinische toepassingen. Dat mogen we wel eens benadrukken. Alle experts en professoren met wie ik praat, bevestigen dat we op dat vlak echt top zijn. Met FIT en het Departement Buitenlandse Zaken zetten we daar heel sterk op in. Daarom heb ik dit ook voor het eerst in mijn gesprek met Paul Magnette aangekaart. Als we de bankenautoriteit kunnen binnenhalen, is dat uiteraard een zeer goede zaak, maar dat zal niet eenvoudig zijn.

Als er één land is dat farmaceutisch enorm sterk staat en veel troeven heeft, dan zijn wij dat wel. Het is dus heel belangrijk om daarop in te zetten. Het EMA staat niet alleen voor die 600 werknemers en de vele andere mensen die zich er permanent rond bewegen, maar er komen ook jaarlijks tienduizenden mensen naartoe. Dat genereert een toerisme van 40.000 gasten per jaar en er moeten bijna permanent 350 kamers ter beschikking zijn om alle activiteiten in en rond het EMA goed op te vangen. Het is dus echt belangrijk ook daarop in te zetten.

Op de Unie van de Noordzee, mijnheer Poschet, ben ik al ingegaan. Ik vind het belangrijk dat we daar veel aandacht voor hebben. Nogmaals, de vorm doet er niet toe. Het mag een macrostrategie zijn of iets anders, als er maar een samenwerking is.

U vraagt ook een snelle macro-economische analyse met eigen onderzoek. We hebben die macro-economische analyse uitgevoerd. FIT heeft alles van de handelsbalans in kaart gebracht. We zullen die analyses verder blijven uitdiepen. We zijn daar permanent mee bezig, gelet op het enorme belang.

Met betrekking tot de ombouw van de Britse fiscaliteit, in combinatie met het sterk gedaalde pond, heeft onze studiedienst nog geen onderzoek verricht. Het aanpassen van de Britse fiscaliteit is weliswaar vermeld door bepaalde Britse regeringsleden, maar werd nog niet expliciet geconcretiseerd in de toespraak van Theresa May, laat staan dat dit een uitgangspunt zou zijn om de onderhandelingen met de EU op te starten. Zoals de ambassadeur hier vorige week heeft toegelicht, begrijp ik dat dit scenario als ‘worst case’ wordt omschreven. Voor het geval het VK het gevoel heeft om met een punitieve logica af te moeten rekenen, worden natuurlijk aan weerszijden de posities ingenomen. Je gaat naar een onderhandeling met bepaalde standpunten, maar ik hoop dat er genoeg gezond verstand is om tot goede akkoorden te kunnen komen, en dat we het partnerschap dat we voor ogen hebben, kunnen bereiken.

De bijdrage als netto betaler is op dit ogenblik zeer moeilijk in te schatten. Brexit-onderhandelaar Barnier zou in december hebben gesproken over een bedrag tussen 55 en 60 miljard euro, dat de Britten zouden moeten betalen als eenmalige betaling. Ik ga daar nu geen uitspraken over doen. Ik wacht de simulaties of berekeningen van de Commissie af, voor zover die komen, want ik denk dat dat een voorwerp van onderhandeling zal zijn. Theresa May heeft in het parlement laten noteren dat het VK zijn financiële verplichtingen zal nakomen zolang die onderhandelingen van artikel 50 lopen. Als het VK lid blijft tot april 2019, zou dat betekenen dat het VK zou blijven bijdragen aan de EU-begrotingen in 2017 en 2018. Daarna zal alles natuurlijk afhangen van het resultaat van de onderhandelingen. Als het VK zou stoppen met volwaardig bij te dragen aan de EU-begroting, betekent dit dat er een herziening moet komen van de EU-begroting. De bijdragen in het kader van het meerjarige financieel kader zullen voor die overige 27 landen moeten worden herbekeken. Ik neem aan dat ook de uitgavenzijde zal worden bekeken, maar evenzeer de ontvangstenzijde. Onze bijdrage zal afhangen van het resultaat.

Als het VK blijft deelnemen aan een aantal programma’s – Horizon 2020, Caribbean Investment Facility (CIF), Erasmus of andere topprogramma’s van de EU – vind ik het heel logisch dat het VK daaraan blijft bijdragen.

Er is ook een assessment gebeurd op Belgisch niveau. U weet dat vicepremier Kris Peeters een highlevelgroep heeft geïnstalleerd onder leiding van graaf Buysse. Ik lees in dat rapport dat het bedrijfsleven het handelsvriendelijke en ook de plusbenadering van de Vlaamse Regering onderschrijft. Wij zitten inderdaad binnen dit land op een zeer grote gemeenschappelijke lijn. Guy Verhofstadt en het staatshoofd zitten niet in mijn Vlaamse Regering. Ik heb alleen maar vastgesteld dat premier Michel, die de politieke verantwoordelijkheid draagt, gepleit heeft voor een intelligente brexit. Hoe je het kind ook noemt, het belangrijkste is dat wij komen tot een handelsvriendelijk nieuw akkoord.

Minister-president, het zou natuurlijk wel wat zijn met Verhofstadt en Filip in uw regering! (Opmerkingen van minister-president Geert Bourgeois)

Neen, dat is geen optie. (Gelach)

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Minister-president, ik dank u op mijn beurt voor uw uitvoerige antwoord. U bent op heel wat punten dieper ingegaan en u geeft ons de recentste stand van zaken.

Ik weet niet of ik het eens ben met diegenen die zeggen dat soft en hard brexit maar begrippen zijn die in de praktijk niets betekenen. Je kunt die begrippen anders definiëren. Het begin van een goed debat is altijd de precieze definitie van het begrip. Anders praat je naast elkaar heen. Er zijn eigenlijk twee Britse beslissingen: het referendum voor een brexit en de beslissing van de Britse regering om de brexit maximalistisch in te vullen. Er waren andere scenario’s mogelijk, maar die liggen nu achter ons. We kunnen onszelf nog heel lang bezighouden met erover te discussiëren, maar Londen heeft ondertussen ingevuld wat nu eigenlijk met die brexit wordt bedoeld. Dat is de realiteit die bij ons op tafel ligt.

Wat mij betreft, is het debat dan ook een beetje verschoven van de vraag of we kunnen wegen op welk soort brexit we krijgen naar een discussie of we kunnen wegen op minstens de Europese positie aan de onderhandelingstafel, en of we ervoor kunnen zorgen dat de Vlaamse belangen in die Europese positie maximaal worden ingevuld. Daar moet nu de focus op komen te liggen. Of je dat dan een handelsvriendelijke of een intelligente brexit noemt, is een discussie van de tweede orde. We weten nu welk soort brexit we zullen krijgen. Nu is het de kwestie om de Vlaamse belangen maximaal te laten meespelen bij het opstellen van de finale tekst.

Minister-president, ik kan u alleen maar aanmoedigen om de vinger aan de pols te houden, om te proberen met allerlei analyses in te schatten waar we naartoe gaan en wat dat betekent voor Vlaanderen, en om te proberen bondgenoten te vinden, in de eerste plaats binnen België, omdat je dat natuurlijk bij de huidige stand van zaken, waarbij Vlaanderen niet als lidstaat rechtstreeks in de EU vertegenwoordigd is, via België moet doen. Dan zie ik nog wel wat divergentie: de uitspraken van de heer Magnette en van het staatshoofd. De heer Verhofstadt speelt natuurlijk op een ander niveau. Voorzitter, niet een hoger, een ander niveau.

Er zit nog wel wat rek op wat uiteindelijk het Belgisch standpunt kan worden. Dus is er werk aan de winkel om daarin de Vlaamse positie maximaal te laten renderen.

Minister-president, ik heb u ondanks de uitvoerigheid van uw antwoord nog niet veel horen zeggen over de administratie, of zij bezig is met zich voor te bereiden op wat er over twee jaar staat te gebeuren. Worden er scenario’s uitgerold? Het zal natuurlijk een gigantische operatie zijn. We willen niet in Amerikaanse toestanden terechtkomen, waarbij je opeens met inhoudelijke koerswendingen wordt geconfronteerd terwijl de administratie niet weet waar ze aan toe is. Je moet nu al weten waarmee de administratie mogelijk vanaf oktober 2018 zal worden geconfronteerd. Ook daar is heel veel werk aan de winkel. Ik wens u daar goede moed bij.

Het doet mij plezier om vast te stellen – als ik het goed gecapteerd hebben – dat we binnen deze commissie allemaal op dezelfde lijn zitten. De feiten zijn wat ze zijn. Nu komt het erop aan de Vlaamse belangen maximaal te verdedigen in dat onderhandelingsproces, ongeacht de meningen die we konden hebben over de voor- en nadelen van een brexit en een referendum, enzovoort. Nu zijn we geconfronteerd met de feiten, en nu komt het erop aan onze belangen te verdedigen.

De heer Poschet heeft het woord.

Minister-president, dank u voor uw zeer uitgebreide antwoord. Ik kan u enkel aansporen om ook met uw collega’s Vervoort en Vanhengel nog eens contact op te nemen. U hebt blijkbaar al contact gehad met de heer Magnette. Om mensen en bedrijven te verleiden om naar Brussel en naar ons land te komen, zou samenwerking met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een voordeel kunnen zijn.

Het is positief dat onze Vlaamse ondernemers vorig jaar, ondanks de daling van het pond, stand hebben gehouden. We zijn daar allemaal tevreden over.

Een handelsvriendelijke brexit is blijkbaar het nieuwe woord. De brexit moet niet alleen handelsvriendelijk zijn, maar ook EU-vriendelijk. Daarmee bedoel ik dat het de integriteit van de Europese Unie niet op middellange of lange termijn ondermijnt door nu te blind op handelsvriendelijkheid te focussen.

Minister-president, bent u gecontacteerd door uw collega Nicola Sturgeon van Schotland? Schotland ligt me na aan het hart. Heeft zij u gecontacteerd om via u de belangen van Schotland te verdedigen in deze discussie?

De heer Van Grieken heeft het woord.

Ik heb vooreerst een kleine praktische vraag. U hebt gesproken met de heer Magnette, maar zijn daar concrete afspraken uit voortgekomen? Ik geloof van niet. Ik was even weg, mijn excuses daarvoor.

U hebt een uitgebreide uitleg gegeven, maar ik heb het gevoel dat er nog veel werk aan de winkel is. U hebt mij niet kunnen overtuigen dat Vlaanderen zijn stempel zou drukken op het Belgische standpunt, ook het Belgische standpunt binnen de Europese Unie. U hebt me ook niet echt overtuigd dat u ten volle alle wegen benut om, buiten België om, te proberen Vlaanderen te profileren. Er zijn wel wegen, maar ik denk dat u er nog meer moet op inzetten.

Wat me nog het meeste zorgen baart, is dat u zegt dat Guy Verhofstadt onze coördinator is binnen de Europese Unie. Misschien kunt u niet antwoorden op mijn vraag, maar als Guy Verhofstadt onze coördinator is, dan is mijn vraag: wie heeft die man aangesteld? Er is niet over gestemd in het Europees parlement, niet in commissie en niet in de conferentie van voorzitters, wat te vergelijken is met het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Parlement. Het is misschien niet oninteressant, als u poneert dat Guy Verhofstadt onze coördinator is voor de brexit, dat u eens uitzoekt met welke machtiging hij dat is. We hebben via alle mogelijke wegen geprobeerd om te zoeken waar de beslissing is gevallen, maar het is niet te vinden. Misschien kunt u daar – niet nu uiteraard – op antwoorden. Steek het in uw binnenzak, kom alstublieft eens met een antwoord af, want ik denk dat dat niet onbelangrijk is. Ik vrees dat we hier in maart opnieuw zullen zitten met dezelfde vragen en met artikel 50 dat effectief in werking zal treden. Ik hoop dat u alle onzekerheid kunt wegnemen en meer dan ooit die Vlaamse stempel kunt drukken op het Belgische standpunt.

Mevrouw Turan heeft het woord

De vragen van de collega's en het antwoord van de minister-president zijn terecht. Wij moeten daarmee bezig zijn. Welke terminologie we er ook voor gebruiken, de beslissing is genomen. We moeten nu alleen zien hoe we de boedel gaan scheiden en welke relatie we na de boedelscheiding gaan opbouwen. Of je het nu een harde brexit noemt of een zachte, het doet er niet toe omdat in het begin niet duidelijk was wat de Britten zelf wilden. Wilden ze in de eenheidsmarkt blijven? Ze wilden niet in de eenheidsmarkt blijven, maar wilden dan toch medezeggenschap. Al die onzekerheid is nu weggenomen.

Er blijft één ding over en dat is toch een grote onzekerheid, want die boedelscheiding die met de Europese Unie zal worden uitgevoerd, artikel 50, is nieuw voor zowel de Europese Unie als voor het Verenigd Koninkrijk. We moeten kijken wat onze prioriteiten zijn. De negatieve effecten voor ons land en voor Vlaanderen zoveel mogelijk beperken, is één ding, maar je kunt Vlaanderen uiteraard niet los zien van dat geheel van Europa.

Bij de boedelscheiding moeten we erover waken dat het grootste economisch belang ligt in een stabiele unie. De boedelscheiding moet vooral geen vechtscheiding worden. We moeten er constructief aan meewerken, ook vanuit Vlaanderen. Zodra de scheiding is gerealiseerd, of terwijl die bezig is, moet je beginnen na te denken over wat erna komt. Vanuit het Verenigd Koninkrijk vraagt men een partnerschap dat anders is dan we tot nu toe hebben gekend. Dat is terecht, want de relaties met het Verenigd Koninkrijk zullen anders zijn dan met eender welk land dat nu aan het onderhandelen is om toe te treden of met landen die nooit hebben willen toetreden.

De minister-president heeft het al gezegd, maar ik wil vooral vragen om op te letten voor ‘cherry picking’, te zien dat heel de boedelscheiding correct verloopt en dat we in de eerste plaats een stabiele Europese Unie en een stabiele eenheidsmarkt voor ogen hebben, dat het vrijhandelsakkoord dat we moeten sluiten met het Verenigd Koninkrijk in de toekomst mee mag worden onderhandeld, en tegelijkertijd om dat zo sterk mogelijk te houden.

Wat ik vorige week aan de ambassadeur heb gevraagd, wil ik vandaag ook nog eens vragen, namelijk dat we erover moeten waken dat het vrijhandelsakkoord dat erbij komt kijken, van het Verenigd Koninkrijk geen mogelijke valsspeler naast de deur maakt. De fiscale hervormingen die er nu op Europees vlak zijn, de sociale dumping, de milieudumping, wat nu wordt aangepakt op Europees niveau, de strenge voorwaarden die we daar stellen, mogen we niet laten ontkrachten door een vrijhandelsakkoord dat daar geen oog voor heeft, met het Verenigd Koninkrijk of met eender welk ander land. Dat is de enige vraag die ik op dit ogenblik wil stellen over de onderhandelingen.

We moeten unisono optreden, hebt u gezegd, minister-president. Ik ben het daarmee eens. Het is niet alleen een kwestie om zich intra-Belgisch zo sterk mogelijk op te stellen. Ik denk dat het vooral een uitdaging is waarbij hoe sterker we ons kunnen opstellen als Europa, des te beter het brexitverhaal kan worden en een des te beter akkoord er kan worden onderhandeld om in de toekomst samen te werken.

Mijn twee grote opmerkingen zijn dus de volgende. De keuze is gemaakt. We moeten waken over een stabiele Europese Unie met zo weinig mogelijk neveneffecten voor Europa en ook voor Vlaanderen, en geen valsspeler maken van het Verenigd Koninkrijk.

Ik heb nog een bijkomende opmerking omdat u er zelf een aantal keer naar hebt verwezen, minister-president. Op 14 december hebt u een meeting georganiseerd. Ik vind het spijtig dat de parlementsleden daar niet welkom waren. Wij hebben uitdrukkelijk via de secretaris het kabinet ingelicht over de vraag om daar aanwezig te mogen zijn. Voorzitter, ik kijk vooral uw richting uit. U bent voor parlementaire diplomatie, internationaal, maar ik vind het heel frappant dat wanneer er iets wordt georganiseerd door de minister-president betreffende de brexit, samen met stakeholders, de parlementsleden als mogelijk belangrijke stakeholders, als volksvertegenwoordigers, niet toegelaten waren.

Minister-president Bourgeois heeft het woord

Minister-president Geert Bourgeois

Uiteraard zijn we daar organisatiebreed mee bezig, mijnheer Van Overmeire. Alle administraties werken eraan mee. Dat heeft een impact op heel veel van onze beleidsdomeinen. We betrekken die er ook allemaal bij.

Ik heb geen contact specifiek met Nicola Sturgeon. Vroeger heeft zij me wel gesproken over haar plannen en de mogelijke reactie van Schotland op een brexit. Ik heb nu geen rechtstreeks contact gehad. Ze heeft me wel haar paper ‘Scotland in Europe’ bezorgd. Die is ook bekend. U kunt die vinden op het net, denk ik.

Met Magnette heb ik, zoals ik zei, geen afspraken gemaakt. Het was een open gesprek waarbij ik de verschillende zaken die van belang zijn, besproken heb. Het was ook niet de bedoeling om daar tot een gemeenschappelijk standpunt of verklaring te komen.

In tegenstelling tot wat de heer Van Grieken beweert, hebben we wel degelijk onze Vlaamse stempel heel hard kunnen drukken. Ik denk dat er in dit land niemand voor een punitieve logica gaat, niemand voor een brexit die niet gevolgd wordt door een vrijhandelsverdrag. De ‘soft brexit’ die ik gelanceerd heb, is heel snel opgepikt door alle Angelsaksische media en is heel snel gemeengoed geworden. Nog eens, de naam doet er niet toe, maar iedereen, zeker in dit land, federaal of Vlaams, ook mensen die vroeger niet die stelling verdedigden, zitten op die lijn.

Guy Verhofstadt is geen onderhandelaar. Hoe of waar of door wie hij aangesteld is? Hij is inderdaad geen onderhandelaar, hij is een coördinator. De onderhandelaar is Barnier. Voor de Raad is dat Didier Seeuws. Het parlement heeft een controlerende taak. Daar is voor Guy Verhofstadt blijkbaar een coördinerende functie weggelegd. Hij is niet de man die de onderhandelingen gaat voeren.

Mevrouw Turan, er was inderdaad aanvankelijk zeer veel onduidelijkheid, iedereen weet dat. De Britten wisten zelf niet wat ze wilden, ondanks het feit dat artikel 50 door Lord Kerr geschreven was. De man heeft gezegd: “Ik heb het artikel 50 geschreven maar tot mijn grote verrassing passen wij het nu ook toe.” Ze wisten helemaal niet wat ze wilden. Het heeft geduurd tot aan de speech van Theresa May voor iedereen duidelijk wist welke keuzes ze zouden maken, ook nadat van de Europese Unie uit duidelijk was gemaakt dat ze niet konden gaan voor twee of drie van de vrijheden en niet voor de andere.

Dan hebben ze in mijn ogen een zeer consequente, daarom geen goede, keuze gemaakt: niet de ‘single market’, dus ook niet de vier vrijheden.

Dat is een heel duidelijk standpunt, maar het maakt de zaken niet eenvoudiger. Dat we een stabiele Unie moeten hebben, werd hier ook al gezegd. Ik hoop dat ik een onderhoud met de heer Barnier kan hebben om te weten hoe daar de zaken aangepakt worden.

Ik heb begrepen dat de Britse ambassadeur hier zei dat er niet de bedoeling is om een race to the bottom te doen op fiscaal vlak, maar dat ze een fair akkoord wil. Ik hoop dat het zo nageleefd zal worden. Ze hebben daar zelf ook belang bij. Ze zijn een grote exporteur naar de EU. Ik ga ervan uit dat mensen met gezond verstand zich daarin zullen vinden. De rondetafel met bedrijven op 14 december was een besloten vergadering waar vertrouwelijke zaken voor bedrijven en sectoren werden besproken. Het kan niet de bedoeling zijn, met alle respect voor het parlement, om daar het parlement bij te betrekken.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.