U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister, Vlaanderen moet meer en meer inzetten op een slimmere benutting van de ruimte. In het recent goedgekeurde witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen is de rode draad ‘meer doen met minder’: een hoger ruimtelijk rendement, verdichting en herbenutting van bestaande gebouwen en terreinen. Onder die terreinen vallen ook voormalige industriële sites. Die liggen vaak in de kern, waar veel mogelijkheden zijn voor herontwikkeling. Ik denk dan aan wonen, sport, recreatie en groen.

Jammer genoeg is de bodem van veel van die industriële terreinen vervuild. Dat maakt dat de herontwikkeling vaak lang duurt en ook veel geld kost. Het Bodemdecreet schrijft bij verkoop of herontwikkeling een bodemonderzoek voor, dat in bepaalde gevallen gevolgd wordt door een bodemsaneringsproject. Zo’n project worden onderworpen aan een openbaar onderzoek, een adviesronde. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) spreekt zich met een conformiteitsattest uit over de conformiteit van het geplande bodemsaneringsproject met de bepalingen van het decreet. Maar aangezien de vervuiling per definitie in de grond zit, kunnen we niet weten wat er aan de hand is. Het is een beetje zoals het topje van de ijsberg, een beetje ook zoals archeologie: ingrijpen in die bodem verstoort het bodemarchief. Daarover gaat mijn vraag.

Zo’n bodemsaneringsproject kan heel ingrijpend zijn. Delen van de bodem worden soms afgegraven en ofwel ter plaatse gesaneerd ofwel afgevoerd. Ik geef een paar voorbeelden. Bij het saneringsproject voor de herontwikkeling van de voormalige Bekaertsite in Zwevegem is ongeveer 40.000 kubieke meter aarde omgewoeld en gedeeltelijk afgevoerd. In mijn eigen stad, op Petroleum Zuid in Antwerpen, is er een volledig nieuwe ontwikkeling gepland, Blue Gate. Die ontwikkeling komt op een voormalig industrieterrein. In de jaren 60 zijn de bedrijven daar weggetrokken. Op het terrein is 110 hectare vervuilde grond achtergelaten. Het is de bedoeling om dat gebied een nieuwe invulling te geven. Het zou een hoogwaardig en duurzaam terrein moeten worden. Het hart van de Petroleumsite moet een nieuwe economische long worden voor Antwerpen. Daarin moet ook groen – niet alleen de partij van collega Caron, maar ook ander groen – een plaats krijgen.

Als we kijken naar de mate van vervuiling, dan is de kans groot dat ook daar, op dat terrein, veel grond zal worden afgevoerd. Het Onroerenderfgoeddecreet spreekt alleen van een archeologisch traject in het kader van een bouw- of verkavelingsaanvraag. Er wordt volgens mij nergens in het Erfgoeddecreet gesproken over bodemsaneringsprojecten. Volgens artikel 11.8 van het Vrijstellingenbesluit van 16 juli 2010, laatst gewijzigd 15 juli 2016, is er geen stedenbouwkundige vergunning nodig voor bodemsaneringsprojecten, en evenmin voor het afgraven van duizenden kubieke meter grond, voor zover het terrein achteraf maar weer opgehoogd wordt tot het oorspronkelijke maaiveld.

Minister, wat is de relatie tussen de archeologieregelgeving en bodemsaneringsprojecten?

Op welke manier wordt momenteel omgegaan met een mogelijk conflict tussen bodemsanering en archeologie?

Hoe kunnen we verkrijgen dat eventuele archeologie voldoende in kaart is gebracht bij bodemsaneringsprojecten met ingreep in de bodem?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega, gewoontegetrouw hebt u al heel veel toelichting gegeven in uw vraag.

Uit het Onroerenderfgoeddecreet vloeit inderdaad voort voor welke handelingen een bekrachtigde archeologienota nodig is. De essentie daarvan is dat het moet gaan om handelingen met ingreep in de bodem, maar waarvoor een stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning nodig is. Als geen stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning nodig is, zit je inderdaad buiten het toepassingsveld van de bekrachtigde archeologienota. Aangezien in de gevallen waarbij bodemsaneringswerken gebeuren waar geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, het conformiteitsattest van OVAM wordt afgeleverd en dat geldt als stedenbouwkundige vergunning, zit je daar inderdaad met een toepassingsgebied dat er niet toe leidt dat daar een archeologienota nodig is.

Artikel 1.5 van hetzelfde Vrijstellingenbesluit zegt dat de bepalingen van dit besluit niet van toepassing zijn op handelingen waarvoor een milieueffectenrapport, een passende beoordeling of een mobiliteitsstudie moet worden opgemaakt. Bij die handelingen is een stedenbouwkundige vergunning wel vereist en zijn wel de bepalingen van het decreet van toepassing. Mijn excuses voor de techniciteit van mijn antwoord.

Er is momenteel dus geen wettelijke basis die de opmaak van een archeologienota verplicht maakt voor handelingen die vrijgesteld zijn van vergunning. Dat is trouwens niet enkel zo bij bodemsaneringsprojecten, maar ook bijvoorbeeld voor een aantal handelingen die opgenomen zijn in een goedgekeurd beheersplan op basis van de natuurwetgeving.

U weet dat we het hele Archeologiedecreet zullen evalueren en herbekijken. Dit zal daarbij ongetwijfeld aan bod komen. Ik geef u mee dat er tot nu toe in dezen geen politieke meerderheid is gevonden om hieraan inhoud en vorm te geven in de richting die u ongetwijfeld wenst, zoals ik uit uw vraag kan afleiden. Dit wordt mee opgenomen in de evaluatie van het decreet.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik vraag mij nog twee dingen af. Als een bodemsanering zo’n grote impact kan hebben op het bodemarchief, moeten we onze regelgeving dan niet bijsturen om in overeenstemming met het Verdrag van Valletta te zijn?

En – misschien een heel technische vraag – is het niet logischer om het archeologisch voortraject mee op te nemen in het kader van het plan-MER (milieu-effectenrapport) in plaats van te wachten op de bouwvergunning?

Nu is een archeologienota pas verplicht bij vergunningsaanvragen, terwijl het misschien logischer zou zijn om het onderzoek te doen voor de grond een andere bestemming krijgt, dus bij de opmaak van het plan-MER of het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), en daarna de grond vrij te stellen?

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Ik vind de vraag bijzonder interessant omdat de situatie niet zo eenvoudig is. Minister-president, misschien moet u, of wie daarvoor in de Vlaamse Regering bevoegd is, een klein vademecum tot stand brengen. We hebben in de wetgeving verscheidene wijzigingen gekend. Op sommige ogenblikken weet men niet wat men moet doen om juist te doen. Vroeger deed men te weinig met de gronden, en vandaag doet men een beetje te veel. De communicatieve democratie moet overeind blijven. Men zegt dat men bezig is te doen wat men gaat doen.

Minister-president, zo ziet u ook de grote site in Kluisbergen ontstaan. U ziet, à peu près, van bij u de schouwen in Ruien die zullen worden gesaneerd. Het zou goed zijn indien men daarover duidelijk is en daarvan het belang onderstreept. Ook bij ons doet men archeologische werken. Men geeft ‘explicatieven’. Maar het is zo moeilijk om de mensen wijs te maken dat men daar enkele dagen met een klein lepeltje bezig is. Men moet daar uitleggen dat dat voor de geschiedenis is en voor ons patrimonium. Men moet daar duidelijk over zijn en men mag daarin niet overdrijven.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister-president, mijn waardering voor de aanpassing van het besluit en de bepalingen over archeologie die we eerder al hebben aangekaart.

Ik wil het niet politiek duiden. We moeten in alle eerlijkheid zeggen dat we in Vlaanderen over archeologisch onderzoek minder expertise en terreinkennis hebben dan pakweg voor monumentenzorg. Daardoor hebben we grote gebieden niet in kaart gebracht met vooronderzoeken en vergelijkend onderzoek, waardoor de inschatting van de kans op waardevolle archeologische vondsten nooit helemaal absoluut wetenschappelijk vaststaat. En daardoor ook hebben we nog heel veel werk met de afbakening van archeologische zones en sites.

Mijnheer De Croo, als dat werk in de komende jaren kan worden voortgezet zoals het nu bezig is, en hoe meer kennis van het terrein in Vlaanderen we hebben, hoe minder u de indruk zult hebben dat het nu te veel is en vroeger te weinig. Er zijn al een aantal gebieden afgebakend, ik heb daarover een tijd geleden nog een schriftelijke vraag gesteld.

Die kennis en opbouw zijn nodig. Maar ik wil onderstrepen, zoals u, minister-president, ook suggereert, dat mevrouw Van Werde gelijk heeft. Als je op grote terreinen een heel grote bodemverstoring doet zonder dat je ook maar één vooronderzoekje naar potentialiteiten moet doen, al is het maar een deskonderzoek, zou het jammer zijn dat je die sites verloren laat gaan. Mijnheer De Croo, ik pleit er dus niet voor om heel Vlaanderen aan archeologisch onderzoek te onderwerpen. Maar ik pleit ervoor om de wetenschappelijke kennis verder uit te bouwen, zodat we gericht maar dan ook sluitend voor wat betreft de potentieel waardevolle sites dit soort dingen niet laten gebeuren.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Van Werde, u stelt de pertinente vragen. Ik dacht dat ik er, na mijn technische uitleg, in essentie was op ingegaan. Dat is de hele vraag: of je daar ook een archeologienota op moet toepassen. We zullen daar rekening mee houden in de evaluatie. Dit zijn vragen die – geloof me vrij – vroeger ook aan bod zijn gekomen. Daar is nog nooit een politieke meerderheid voor gevonden. U hebt natuurlijk een punt. (Opmerkingen van Bart Caron)

Ik ken uw onvoorstelbaar voluntarisme ter zake, mijnheer Caron, maar ik vrees dat het ons niet effectief vooruit zal helpen. Maar u kunt proberen een aantal collega’s hier te overtuigen.

Anderzijds wil ik, voor de collega’s met terughoudendheid, toch beklemtonen dat we nu werkelijk de archeologienota en het besluit goed aangepakt hebben om het te beperken, en om meer van op de desk te doen en minder verstorend onderzoek te doen, om ervoor te zorgen dat de zaken sneller gaan, om goedkoper te zijn en het eenvoudiger te laten verlopen.

Mevrouw Van Werde, we zullen met die zaken rekening houden bij de evaluatie van het decreet.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister-president, ik ben blij dat een aantal collega’s vinden dat ik gelijk heb. Ik hoop dan ook een politieke meerderheid te vinden om een en ander bij te sturen, zodat rechtszekerheid en beveiliging van het archeologisch erfgoed kunnen worden gecombineerd met eenvoudige procedures.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.