U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Op 20 april 2016 vond er in deze commissie een bespreking plaats over de energienorm. Twee studies werden toen aangehaald: een studie van PricewaterhouseCoopers en een van Deloitte. De resultaten waren zeer uiteenlopend, doordat er verschillende parameters werden gebruikt. Er zat wel een constante in, namelijk dat energie-intensieve bedrijven bij ons wel degelijk een concurrentieel nadeel hebben ten aanzien van de ons omringende landen.

In het regeerakkoord van de Vlaamse Regering staat op bladzijde 87: “Naast de bovengenoemde maatregelen om de kosten voor de energiefactuur te drukken, zal de Vlaamse Regering samen met de federale overheid de meerkosten van gas en elektriciteit die gelden voor industriële gebruikers in al hun componenten eenduidig vergelijken met die in andere relevante landen en regio’s. We voeren een energienorm in voor energie-intensieve bedrijven die ervoor zorgt dat de som van de meerkosten en nettarieven niet hoger ligt dan in de buurlanden. Hiermee moet in de eerste plaats de competitiviteit van deze bedrijven gevrijwaard worden.” Dat werd ook aangegeven in de beleidsbrief van 2016.

Doordat we hebben vastgesteld dat PricewaterhouseCoopers en Deloitte dit hebben becijferd met verschillende parameters, hebben we toen voorgesteld om een derde studie aan te vragen. Verder werd ook gezegd dat er een bespreking zou zijn met minister Marghem. Dat was nog ten tijde van uw voorgangster, minister Turtelboom. Ik weet dus niet of die effectief heeft plaatsgevonden en of die iets heeft opgeleverd.

Minister, wanneer zal de derde aangekondigde studie over de benchmark van de energie-intensieve bedrijven met de ons omringende landen worden opgeleverd?  Welke modaliteiten worden gehanteerd om deze berekeningen te maken? Blijkbaar ging het om een belangrijk verschil: de parameters waarvan men vertrokken was, waren totaal verschillend. Daardoor kon men moeilijk een vergelijking maken. Worden de maatregelen van de buurlanden mee opgenomen in deze studie? Kunnen deze goede praktijken van de buurlanden een oplossing bieden voor ons land?

Eerder gemaakte studies geven aan dat er wel degelijk een concurrentieel nadeel is voor de energie-intensieve bedrijven in vergelijking met de buurlanden. In dat opzicht kunnen we reeds nadenken om initiatieven te ontwikkelen en dat concurrentieel nadeel weg te werken.

Binnen welke door de EU-opgelegde contouren kunnen maatregelen worden genomen?

Wat zijn de vorderingen van de aangekondigde ‘werkgroep 4’ van de uitwerking van energievisie en -pact? Wanneer zullen de resultaten van die werkgroep worden vrijgegeven?

Vorige vrijdag had u een informeel contact gepland met uw federale collega Marghem, dat echter niet heeft kunnen plaatsvinden. Hoe zult u met haar samenwerken voor de snelle invoering van de energienorm, zowel op distributienet als op transmissieniveau? Is een gezamenlijke invoering opportuun?

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Gryffroy, zoals u weet en ook terecht meldt in uw vraag, is de energienorm opgenomen in werkgroep 4 van de Stroomversnelling. Deze werkgroep is reeds ver gevorderd en de eindsprint of landing is ingezet. Fasten your seatbelts.

Zoals u weet, zijn reeds heel wat studies voorhanden. We hebben de studie van de energie-intensieve energie en we hebben de studie van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG). Kortom, er zijn reeds vele parameters en cijfergegevens beschikbaar. Dat erkennen de sectororganisaties ook. Een extra studie zou in dezen dan ook geen echte meerwaarde bieden. Vandaar dat in eerste instantie cijfers en parameters van bestaande maar recente studies zullen worden gebruikt. Wanneer het duidelijk is dat er specifieke parameters zouden ontbreken, dan zal ik zeker actie ondernemen om een extra studie te bestellen.

Voor een bepaald segment bedrijven is er inderdaad een concurrentieel nadeel, echter niet voor alle segmenten van bedrijven. Het is dan ook noodzakelijk om hier zeer omzichtig mee om te springen.

Zodra werkgroep 4 haar eindwerk heeft afgeleverd – ik heb begrepen dat dit op 20 januari zal zijn –, kunnen we aan de slag gaan om initiatieven te nemen. Ik zal nu geen uitspraken over maatregelen noch over timing poneren. Het zou onheus zijn om de werkzaamheden in deze werkgroep 4 van de Stroomversnelling te bemoeilijken door nu grote uitspraken te doen.

Inderdaad, ook in het federaal regeerakkoord is opgenomen dat er een energienorm moet worden ingevoerd, natuurlijk wel op de federale componenten. Een gezamenlijke invoering kan, maar is wat mij betreft geen must. Ik kan perfect een energienorm voor Vlaanderen invoeren zonder een federale energienorm.

Ieder niveau moet de berekeningen maken en de impact nagaan. Het kan niet zo zijn dat een daling bij het ene bevoegdheidsniveau een stijging van het andere beleidsniveau uitlokt. De energienorm ligt me nauw aan het hart en de werkzaamheden zullen zeker voortgezet worden zodra werkgroep 4 haar eindresultaat bekendmaakt.

Het overleg met minister Marghem is gepland in april. Ik moet eerst duidelijkheid hebben over werkgroep 4 van de Stroomversnelling.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, voormalig minister Turtelboom heeft op 20 april in deze commissie gezegd dat er een interfederaal overleg zou plaatsvinden op 22 april 2016, waarna ze met de resultaten zou terugkeren naar deze commissie. Dat is door de wissel misschien niet gebeurd.

Tijdens die commissievergadering werd duidelijk dat er twee studies waren die vertrokken van totaal verschillende parameters. Ik citeer: “Het klopt dat er twee verschillende studies zijn, maar ze zijn vrij uiteenlopend in de benadering en de cijfers. Daarom is het lastenboek voor de nieuwe studie al gemaakt, waarbij we het nu wel eens zijn over de parameters.” De voormalige minister wist toen niet of dit al gelanceerd was. Ze zou het navragen. Kunt u daar duidelijkheid over brengen?

Ik ben het ermee eens dat we niet op het federale niveau moeten wachten om ons eigen huiswerk te maken. Uiteindelijk zal het wel zo zijn dat ze voor de grote energie-intensieve bedrijven het totaalplaatje willen zien als het gaat over de energienorm, want de transportkost is een onderdeel van de federale bevoegdheid en een onderdeel van de totale factuur.

Minister Tommelein heeft het woord.

Het onderhoud op 22 april is nooit doorgegaan.

Wat u verder vraagt, zal ik nakijken, want ik kan daar niet onmiddellijk op antwoorden.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Mijn vraag is dus of het lastenboek klaar en ooit gelanceerd is?

Dat zullen we nakijken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.