U bent hier

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, op 30 november stelde de Europese Commissie haar winterpakket voor: een verzameling van verschillende initiatieven die, zoals de commissie zelf aangeeft, ervoor moet zorgen dat de Europese Unie concurrentieel blijft, rekening houdende met de omschakeling naar hernieuwbare energie en de klimaatuitdagingen.

In de aanloop van de COP22, de klimaattop van Marrakesh, werd hier en daar verklaard dat Europa haar klimaatambities zou hebben opgeborgen en dat de Europese Unie zelfs achterophinkte ten opzichte van de landen die het voorheen niet zo nauw namen met het klimaat, zeker nadat China en de Verenigde Staten het klimaatakkoord als eerste hadden ondertekend. Dit waren onterechte aantijgingen, want met het voornemen om tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met minstens 40 procent te reduceren ten opzichte van de uitstoot in 1990, heeft de Europese Unie op de klimaattop van Parijs net het goede voorbeeld gegeven aan anderen en was ze de drijvende kracht achter het ambitieus klimaatakkoord.

Via het winterpakket heeft de Europese Commissie haar reductiedoelstelling zelfs nog uitgebreid met doelstellingen die betrekking hebben op hernieuwbare energie en op energie-efficiëntie. In verband met hernieuwbare energie zegt de Europese Commissie dat tegen 2030 van de in Europa verbruikte energie 27 procent hernieuwbaar moet zijn. Om de energie-efficiëntie te verbeteren, stelt ze dat het totale energieverbruik met 30 procent moet verminderen. In tegenstelling tot de reductiedoelstelling voor broeikasgassen worden de twee andere doelstellingen niet meer vertaald naar doelstelling per lidstaat, maar is het de bedoeling dat die door de Europese Unie als geheel worden gerealiseerd.

Wij zijn van mening dat Vlaanderen de ambitie moet hebben om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan die Europese doelstellingen. De klimaatresolutie die op 23 november werd goedgekeurd, speelde hier al op in door de aanbeveling te geven dat Vlaanderen “een ambitieuze maar kostenefficiënte bijdrage moet leveren aan beide doelstellingen”. Verder bevat de klimaatresolutie nog heel wat aanbevelingen die helemaal in lijn liggen met de doelstellingen die de Europese Commissie beoogt met haar winterpakket. We hopen dus dat de regering snel van start gaat met het omzetten van de aanbevelingen uit de klimaatresolutie in beleidsplannen op middellange en lange termijn, zodat we vanuit Vlaanderen ons steentje bijdragen aan de klimaatdoelstellingen 2030 en 2050.

De Europese Commissie wil, naar analogie met het begrotingssemester, een energie- en klimaatsemester invoeren. Dat is nieuw. Hiermee wordt aan de lidstaten de verplichting opgelegd om jaarlijks een energie- en klimaatplan en -rapport op te maken en in te dienen bij de Europese Commissie. Elke lidstaat moet klimaatdoelstellingen voor het volgende jaar vooropstellen en deze voorleggen aan de Europese Commissie. Via het rapport moet elke lidstaat na afloop van dat jaar uitleggen hoe het klimaatbeleid er in de voorbije twaalf maanden heeft uitgezien, of de vooropgestelde doelstellingen werden gerealiseerd en welke eventuele bijsturingen er nodig zijn. We komen zo terecht in een sterk Europees framework om ons klimaat- en energiebeleid vorm te geven en te sturen.

Gezien onze bevoegdheid voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, zal Vlaanderen een belangrijk aandeel hebben in de opmaak van dit rapport en deze plannen. Overleg met de federale overheid zal noodzakelijk zijn om een consistent en interfederaal energiebeleid uit te werken. Minister Schauvliege is al een tijd bezig met de opmaak van een klimaatplan voor de periode 2020-2030, en we weten dat u werkt aan een energieluik dat daaraan zal worden toegevoegd.

Minister, hoe analyseert u het winterpakket? Er zitten heel wat concrete voorstellen in die een impact kunnen hebben op het Vlaamse beleid. Op welke manier zult u de doelstellingen en voorstellen omzetten in Vlaamse klimaat- en energiebeleidsmaatregelen? Welke nieuwe initiatieven zullen hieruit voortkomen? Hebt u al nagedacht over bijkomende beleidsmaatregelen om de bijgestelde doelstellingen voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te halen? De Europese Commissie vraagt van elke lidstaat een jaarlijks energie- en klimaatrapport. Is er al overleg geweest tussen de gewesten en de federale overheid om een werkwijze en timing af te spreken voor de opmaak van dit rapport? Hoe zal de opmaak van een Vlaams energie- en klimaatplan aangepakt worden? Ik weet dat u recent overleg hebt gehad met uw federale collega daarover. Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

Minister Tommelein heeft het woord.

Het winterpakket omvat heel wat wetgevende voorstellen en een aantal mededelingen om de Europese 2030 klimaat-energiedoelstellingen en de Energie-uniestrategie te realiseren. De wetgevende voorstellen moeten uiteraard eerst nog in de Europese Raad en het Europees Parlement onderhandeld worden om dan in Vlaamse regelgeving te worden omgezet. Uw vraag naar implementatie komt net iets te vroeg, want de procedure op Europees niveau zit slechts in de startblokken. Dit betekent uiteraard niet dat we aan Vlaamse kant rustig het verdere verloop zullen afwachten. We zullen participeren aan de onderhandelingen, en we maken ook werk van een nationaal 2030 energieklimaatplan waarin we, samen met de andere gewesten en de federale overheid, voor de vijf dimensies van de Energie-unie 2030 beleidsdoelstellingen en bijhorende beleidsinstrumenten zullen bepalen.

Volgens een voorstel van de Europese Commissie voor een verordening over de ‘governance’ of het ‘bestuur’ van de Energie-unie dat ook onderdeel uitmaakt van het winterpakket en dat ook nog onderhandeld moet worden in de raad en het parlement, zou een ontwerp van nationaal energie- en klimaatplan eind 2017 bij de Europese Commissie moeten worden ingediend. De talrijke voorstellen uit het winterpakket moeten uiteraard nog verder geanalyseerd worden. Een aantal ervan behoren eerder of gedeeltelijk tot de federale energiebevoegdheden. Wel is duidelijk dat in het winterpakket heel wat relevante energiebeleidsthema’s, zoals de integratie van hernieuwbare energie in de elektriciteitsmarkt, flexibilisering van de elektriciteitsmarkt, duurzaamheidscriteria voor biomassa en innovatie, aan bod komen die ook voor de verdere ontwikkeling van het Vlaamse energiebeleid belangrijk zullen zijn.

Zoals hierboven reeds werd aangegeven, worden deze bijgestelde doelstellingen en bijkomende beleidsmaatregelen voorbereid in het kader van het nationale 2030 energieklimaatplan. Voor de concrete nieuwe beleidsmaatregelen zal ook worden geput uit de voorstellen van de werkgroepen die zijn opgericht in kader van de Stroomversnelling/Energiepact en het Klimaatpact/Klimaatvisie 2050.

Voor de opmaak van het geïntegreerd nationaal klimaat- en energieplan 2030 is er een stuurgroep gemandateerd door ENOVER en de Nationale Klimaatcommissie (NKC) met vertegenwoordigers van de drie gewesten en de federale overheid. Zowel vanuit de klimaatfilière als de energiefilière is telkens een vertegenwoordiger aanwezig. Deze stuurgroep is sinds juli 2016 al vier keer samengekomen waarbij verschillende werkafspraken gemaakt werden. Er wordt gewerkt aan een ontwerpplan dat conform het huidige voorstel aan de commissie moet worden bezorgd tegen het einde van dit jaar. Dus u hoeft zich geen zorgen te maken dat energie stiefmoederlijk behandeld zou worden, integendeel zelfs. Het is natuurlijk wel een feit dat in de andere gewesten en bij de federale overheid de minister van Klimaat en Energie dezelfde persoon is, maar in Vlaanderen is die bevoegdheid opgesplitst. Dat betekent dat wij op die energienagel zullen blijven kloppen.

Er zijn alvast drie noodzakelijke ingrediënten om tot een ambitieus en haalbaar klimaat- en energieplan te komen. Op de eerste plaats dienen we een duidelijk zicht te hebben op de verwachte evoluties inzake broeikasgasemissies en energiegebruik. Waar brengen de huidige maatregelen ons en wat is de impact van een aantal technologische en maatschappelijke evoluties? Zowel de administratie Energie als de administratie Leefmilieu zijn momenteel volop bezig met deze oefening.

In een tweede stap moeten we nagaan welke realistische beleidsmaatregelen we kunnen nemen om het nog beter te doen inzake energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en broeikasgasemissiereductie. Via een uitgebreide bottom-upanalyse van de verschillende sectoren kan zo het potentieel in kaart worden gebracht.

Ten derde moeten we naast deze bottom-upaanpak ook top-down bekijken waar we naartoe willen in 2030.

Inzake klimaat heeft de Europese Commissie voor België al een richtinggevende doelstelling van min 35 procent voorgesteld. Voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie moeten we zelf nagaan hoe we op een billijke manier kunnen bijdragen aan de Europese doelstellingen. Bij de bepaling van deze top-downdoelstellingen wordt erover gewaakt dat we op een kostenefficiënt pad blijven in de transitie naar een koolstofarme samenleving met een decentrale productie.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben blij dat er al een aantal zaken in gang zijn gezet om te voldoen aan de eisen die Europa ons stelt. Ik denk dat dit ook onze eigen doelstellingen zijn. In de klimaatresolutie vragen we om hierrond ambitieus te zijn: realistisch en ambitieus. Die twee kunnen perfect samengaan, zeker als we kijken naar de evolutie van innovatie, onderzoek en ontwikkeling in deze sector. Er is ook een bijzonder groot economisch potentieel dat we met een sterk beleid hieromtrent kunnen aanboren.

Het is goed dat de stuurgroepen al vier keer zijn samengekomen – ENOVER en NKC – en dat er een aantal zaken worden uitgewerkt zodat we een framework hebben om aan Europa te rapporteren. Ik heb begrepen dat u een overleg hebt gehad met uw federale collega Marghem over het opmaken van een gezamenlijk Energieplan voor 2030. Ik had graag eens geïnformeerd naar wat er uit dat overleg is gekomen en welke afspraken er zijn gemaakt.

Europa werkt naar 2030, maar de doelstelling is, zoals u zelf aangeeft, ook een koolstofarme economie in 2050. Het is dus belangrijk dat u bij het uitwerken van de plannen en acties in dit kader ook dat doel voor ogen houdt en de zogenaamde lock-ineffecten probeert te vermijden zodat we nu geen keuzes maken die het achteraf moeilijker maken om het finale doel te bereiken.

Ik ga ervan uit dat intussen alle werkgroepen, ook de Stroomversnelling, zijn samengekomen. Kunt u de timing geven van wanneer we iets in het parlement kunnen verwachten? Europa verwacht van ons een plan voor 2030 tegen eind 2017. Ik denk dat we allemaal weten dat dat eigenlijk morgen is, en dat het snel en efficiënt tot resultaten moet leiden.

De heer Danen heeft het woord.

Er is al heel wat gezegd, maar ik wou toch nog enkele dingen aanvullen.

De klimaatambitie van Europa biedt heel wat opportuniteiten en kansen. Ik zou dat inderdaad op die manier proberen te framen, en dat gebeurt ook. Ik zou er ook absoluut gebruik van maken om dat meer in de verf te zetten en om de koplopersrol van Europa niet te lossen. Ik ben blij te horen dat Vlaanderen daarin een rol wil spelen. Natuurlijk moeten we nog een paar tandjes bij steken, maar zeker aan het begin van het jaar ben ik hoopvol en positief gestemd.

U zegt dat u werk aan het maken bent van een klimaat- en energieplan 2030. Dat hebt u nogal eens gezegd, en het is goed dat het af en toe wordt herhaald. Ik ben wel benieuwd naar de timing. Nogmaals, ik wil niet zuur en negatief klinken, maar over de algemene principes van zulke stuurgroepen is men het relatief snel eens, maar hoe concreter het wordt, hoe moeilijker het wordt en hoe vaker men samenkomt. Minister, wanneer denkt u te landen met die werkgroep?

De heer Gryffroy heeft het woord.

Het winterpakket is uiteraard een heel omvangrijk document en het moet nog worden omgezet. Waarschijnlijk is het nu nog wat vroeg om het heel concreet te maken, maar het zal toch wel snel moeten worden aangepakt, zoals collega Bothuyne zegt.

Tot nu toe zijn me een paar elementen opgevallen. Het directief heeft ook tot doel de groene energie stapsgewijs deel te laten uitmaken van de reguliere energiemarkten. Dat is een goede tendens. Vandaag zien we te weinig betrokkenheid van de consument in de groene-energiemarkt omdat hij te weinig getriggerd wordt. Omgekeerd zien we ook dat de groene-energiemarkt momenteel een compleet afzonderlijke markt is. Ze doet bijvoorbeeld niet mee aan balancing en dergelijke meer, waardoor elk megawattuur dat wordt geproduceerd, in Duitsland wordt ondersteund door een feed-intarief en bij ons via certificaten, maar ze treedt niet toe tot de flexibiliteits- en de balancingmarkt. Dat is een goede trend. Wij zullen ook moeten kijken hoe we dat hier gaan aanpakken. Minister, hebt u daaromtrent plannen?

Wat mij ook opviel in verband met de biomassacentrales voor een vermogen groter dan 20 megawatt, is dat die tegen 2020-2021 80 procent minder broeikasgassen moeten uitstoten en tegen 2026 85 procent minder broeikasgassen in vergelijking met reguliere brandstoffen. Hoe zult u daarmee omgaan voor de bestaande en de toekomstige centrales, want ze moeten ook een efficiëntie halen van meer dan 80 procent. Dat wil zeggen dat ze sowieso zullen moeten worden gekoppeld aan een warmtenet, anders geraak je nooit aan 80 procent. Dat bepaalt ook dat we rekening zullen moeten houden met de brandstofcontracten. Dit is geen vraag naar u toe, maar als je kijkt naar een uiteenzetting die we hebben gekregen in de Klimaatcommissie, blijkt men nog voor 40 procent biomassa te gebruiken om gewoon de broeikasgasreductie te kunnen halen. Als je 40 procent wilt doen met biomassa maar je legt 80 en 85 procent broeikasgasreductie op voor biomassa met een rendement tot 80 procent, dan zit daar een kleine interne tegenstrijdigheid in.

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Bothuyne, ik sta klaar zodra de werkgroepen van Stroomversnelling afronden. De eerste werkgroepen hebben als deadline 20 januari, deze week dus, en die deadline zullen ze halen. Dan volgen nog de twee andere werkgroepen. Ik kan de zaak niet omdraaien. Ik heb die Stroomversnellingsgroepen opgezet zodra ik in functie ben getreden. Gelukkig lag dat al grotendeels klaar. Ze hebben hard doorgewerkt. Zoals ik al heb gezegd in de commissie, heb ik een enorme waardering voor de manier waarop de burgers daarin hebben geparticipeerd. We gaan proberen dat zo snel mogelijk te laten uitmonden in de energievisie van Vlaanderen.

Ondertussen zijn inderdaad een aantal informele en formele contacten met federaal minister Marghem aangekondigd. Ik moet u teleurstellen: door de langdurige zitting van de Vlaamse Regering op vrijdag 13 januari is de afspraak met minister Marghem niet kunnen doorgaan. Die afspraak was trouwens informeel. Zij vroeg om mij eens te zien, zonder agenda, maar wat er op de agenda stond, kon ik vermoeden. Er wordt een nieuwe afspraak gemaakt met minister Marghem. Ik weet wel dat er ook een afspraak is gepland met de twee andere collega’s van het Brusselse en het Waalse Gewest en dat er in de komende weken intens overleg zal moeten zijn tussen de gewesten en het federale niveau om al die zaken in een goede richting te laten lopen en dus ook de doelstellingen 2030-2050 te kunnen formuleren.

Mijnheer Gryffroy, de integratie van de hernieuwbare-energiemarkt in de reguliere energiemarkt is absoluut een belangrijke zaak. Het is niet goed dat je dat apart blijft beschouwen. Op een bepaald moment moet dat in zijn geheel daarin worden betrokken. Zoals u zelf zegt, is oog voor balancing en de betrokkenheid van de consument een enorm goede zaak. Er zitten verschillende ambities in voor 2030, het batterijenplan sowieso. Ik ga er ook van uit dat straks uit Stroomversnelling ook een aantal aanbevelingen rond opslag en batterijen zullen worden meegenomen in het verhaal.

Wat betreft de biomassa, zal ik nog eens herhalen dat, wat mij betreft, ik met argusogen naar de ontwikkeling van de verdere biomassa kijk. Ik kies voor lokale, kleinschalige biomassacentrales die gekoppeld zijn aan markten. In de eerste plaats moeten we zorgen dat die warmtenetten zich verder ontwikkelen en dat we dat ook lokaal doen. Dat sluit dan ook aan bij de vraag die de heer Gryffroy al een paar keer heeft gesteld in verband met onze grondstoffen die we zelf ook voor een stuk moeten verwerken. Lokale biomassa met warmtenetten is voor mij een absolute optie.

Wat de duurzaamheidscriteria voor biomassa betreft, weet u dat wij in Vlaanderen al strengere regels hebben dan Europa. We hebben die zelf vastgelegd en ze zijn al verhoogd in de voorbije periode. Het is belangrijk dat wij effectief die duurzaamheidscriteria goed in de gaten houden en ervoor zorgen dat dat inderdaad een duurzame vorm van hernieuwbare energie is, niet zoals Europa het vandaag bekijkt, maar zoals wij het in Vlaanderen bekijken en zoals wij het willen uitrollen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, dank u wel voor een aantal bijkomende elementen. Het is goed dat u dat winterpakket op een proactieve manier aanpakt. Er zit heel veel in over ontwikkeling van onze markt, over innovatie, maar bijvoorbeeld ook over de ontwikkeling van elektrische mobiliteit in Europa en in Vlaanderen. Er zijn heel concrete doelstellingen en acties in opgenomen. U hebt er inderdaad veel belang bij om vanuit Vlaanderen daar een standpunt rond te ontwikkelen en al deels een proactief beleid vorm te geven.

Wat de samenwerking met minister Marghem en de andere deelstaten betreft, is het jammer dat de afspraak vrijdag niet is kunnen doorgaan, maar het is goed dat er wordt gesproken, want het is van bijzonder groot belang dat er een goed plan komt. Een goed plan kan alleen maar als er wordt samengewerkt tussen de deelstaten en de federale overheid. Omdat we er alle vertrouwen in hebben, maar controle nog altijd beter is, zullen we vanuit het parlement, samen met de andere parlementen die dit land rijk is, binnenkort ook een initiatief nemen om een eigen klimaat- en energiecommissie samen te roepen om u en uw collega’s nog beter aan te vuren en tot de juiste actie aan te zetten. Het wordt dus zeker vervolgd.

Er komt inderdaad ongetwijfeld een vervolg.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.