U bent hier

De heer Tobback heeft het woord.

Ook mijn vraag is net als de vorige een voorbeeld van het verschil tussen de realiteit op het terrein en de realiteit achter het bureau. Iedereen is voorstander van het systeem van de omgevingsvergunning, die trouwens dateert uit de nog altijd onvolprezen vorige legislatuur toen er nog goede beslissingen werden genomen en toen sommige partijen zich nog wat redelijker opstelden.

Die vergunning moet in werking treden op 23 februari, maar sinds 2014 lopen in een aantal steden proefprojecten. De uitrol daarvan zou sinds begin dit jaar bezig moeten zijn. Iedereen verwacht dat 23 februari de dag van de big bang wordt, dat de bal dan aan het rollen zal gaan en dat die aanzienlijke administratieve vereenvoudiging er zal komen, zowel voor de aanvragers als voor de behandelende overheden.

De laatste tijd hoor ik nogal wat verontruste geluiden van gemeente- en provinciebesturen dat de zaak toch niet zo vlot loopt als was aangekondigd. De minister-president heeft het nog altijd over 23 februari, alsook de website van het omgevingsloket. Maar aan de andere kant circuleren er nota’s, onder andere bij de provincie, waarin men aan scenario’s werkt om de invoering over een wat langere periode te spreiden. Blijkbaar zou de nodige infrastructuur niet beschikbaar zijn en zouden de ICT-systemen onvoldoende werken. Een aantal gemeenten zouden niet vertrouwd zijn met het instrument, wat wel bizar is aangezien het al drie jaar in de pijnlijn zit. Dit zorgt op het terrein voor ongerustheid, vandaar een aantal vragen.

Bestaat nog altijd de mogelijkheid dat alles in orde komt op 23 februari en dat alle vergunningen op alle niveaus in dit systeem zullen worden ingevoerd en behandeld, zoals nog altijd voorzien en aangekondigd is? Is er nog overleg over het operationaliseren met organisaties zoals de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en andere? Wanneer die nota bestaat en circuleert, dan neem ik aan dat die er niet is gekomen omdat alles van een leien dakje loopt. Zijn er problemen? Zo ja, welke? Is het mogelijk dat er nog decretale wijzigingen nodig zijn?

Hoeveel bedraagt de kostprijs tot nu toe voor het ontwerpen van het digitale platform en de ICT-infrastructuur? Hoeveel bedragen de investeringen die daarin zijn gedaan? Wat is de verdeling daarvan tussen de gemeenten, de provincies en het Vlaamse Gewest? Een van de klachten die ik hoor van nogal wat gemeenten, is dat zij deze omgevingsvergunning en de digitale verwerking zullen moeten doorvoeren en dat zij zullen moeten opdraaien voor een groot deel van de ICT-kosten. Het gaat dan van het inscannen van nog altijd op papier ingediende kleinere bouwvergunningen tot het voorzien in de infrastructuur die nodig is om bijvoorbeeld grotere documenten, grotere vergunningsaanvragen en grotere plannen op een praktische manier te kunnen bekijken en behandelen op het kantoor van de dienst Ruimtelijke Ordening van die gemeenten. Een van de klachten is dus dat alle kosten op hun nek terechtkomen terwijl zij eigenlijk geen vragende partij waren.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik heb de vragen vandaag al uitvoerig in de krant kunnen lezen, maar ik dank u, mijnheer Tobback, dat u nog eens herhaalt hoe goed en belangrijk de omgevingsvergunning is en hoe ze inderdaad zorgt voor een belangrijke vermindering van de administratieve lasten en een snellere afwikkeling van een aanvraag. Dat is tegelijkertijd ook een grote hervorming.

De aanvraag van de omgevingsvergunning verloopt digitaal, via het omgevingsloket. Die digitalisering is belangrijk om onze doelstelling te bereiken. Bij het goedkeuren van de omgevingsvergunning hebben we een overgangsperiode ingelast, omdat het om een heel grondige wijziging gaat die inzake digitalisering ook grondige wijzigingen meebrengt.

Het afgelopen jaar hebben de betrokken diensten en de IT-dienstenleverancier, die dat allemaal moesten uitrollen, heel wat stappen gezet. Het netwerk van de digitale bouwaanvraag – de DBA – is uitgebouwd, en op minder dan een jaar tijd zijn we van 50 naar 308 gemeenten gegaan die de DBA toepassen. We hebben het er in de commissie al vaak over gehad. Tegelijk met de installatie, de vorming en het testen van de DBA heeft ook de Vlaamse IT-dienstenleverancier de technische architectuur volledig herwerkt naar de omgevingsvergunning. Er waren dus eigenlijk twee sporen: overal de DBA invoeren en de technische architectuur voor de omgevingsvergunning afwerken.

Via maandelijks overleg met de IT-dienstenleveranciers van de lokale besturen is zo systematisch de volledige set van webservers uitgerold. Die moeten ervoor zorgen dat alle diensten met elkaar kunnen communiceren. Daarnaast werd het digitale omgevingsvergunningenregister uitgebouwd, en in afwachting daarvan worden uiteraard ook de beslissingen inzake de analoge, reguliere stedenbouwkundige vergunningen digitaal gecommuniceerd tussen de lokale besturen en de Vlaamse overheid.

We hebben heel veel overleg gehad, ook met het veld zelf, onder andere met de lokale besturen, en daarbij hebben we kunnen vaststellen dat niet alle besturen zich klaar voelen om op 23 februari de vergunningsaanvragen digitaal te behandelen. Daarom ben ik van plan om vrijdag aan de Vlaamse Regering voor te stellen de digitale omgevingsvergunning getrapt in te voeren. De vraag komt dus vanuit het veld zelf. Ik zal voorstellen hoe dan ook de permanente vergunning in te voeren. Dat is een van de krachtlijnen waarnaar u ook verwijst, mijnheer Tobback. Belangrijk is dat de vergunning niet meer eindigt, na maximum twintig jaar, maar dat ze permanent wordt. Dat voeren we in op 23 februari, voor alle bestuursniveaus.

Het Vlaamse omgevingsloket dan. Alle projecten die tot de Vlaamse lijst behoren, die dus door de Vlaamse overheid worden behandeld, zullen vanaf 23 februari ook worden ingediend via het Vlaamse omgevingsloket. De volledige architectuur daarvan is klaar, iedereen is erop voorbereid. Alleen de lokale besturen zijn een beetje zenuwacht voor de praktijk, maar Vlaams is dat allemaal geen probleem en kan dat dus vanaf 23 februari worden ingevoerd. De gemeenten en provincies hebben om een overgangsperiode gevraagd, en we stellen dan ook voor dat we ten laatste op 1 juni 2017 hun intern dossierbehandelingssysteem aan het Vlaams omgevingsloket koppelen. Vanaf dat ogenblik zullen de omgevingsvergunningsaanvragen ook digitaal ingediend en behandeld worden door alle besturen, niet alleen Vlaams, maar ook gemeentelijk en provinciaal. Zodra een vergunningsaanvraag via het Vlaams omgevingsloket digitaal kan worden afgehandeld, moeten ook architecten en milieudeskundigen hun aanvragen digitaal indienen.

Dan de digitale bouwaanvraag. De implementatie van de digitale bouwaanvraag is sinds 1 december 2016 bij alle steden en gemeenten uitgerold. Vanaf 23 februari zullen de omgevingsvergunningsaanvragen voor de Vlaamse projecten digitaal worden behandeld. Vergunningsaanvragen die door de andere bestuursniveaus worden behandeld, zullen tot 1 juni nog verlopen via het huidige systeem, en vanaf 1 juni aan het omgevingsloket worden gekoppeld.

Op dit ogenblik is het digitaal indienen van een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning via de DBA vrijwillig en blijft die digitale indiening ook wel beperkt. Dat zien we in de praktijk. Vanuit de doelstelling ‘Vlaanderen radicaal digitaal’ wil ik die digitale behandeling echt wel sterk aanmoedigen en voor professionele gebruikers en in het bijzonder architecten ook verplichten. Zij hebben de voorbije jaren daarrond trouwens heel wat expertise kunnen opbouwen. Het verplicht gebruik van de DBA voor architecten is dan ook gepland vanaf 23 februari.

Er is een beetje koudwatervrees om meteen aan de slag te gaan met de beschikbare oefenomgeving. Men is bang dat er een en ander fout kan lopen. Daarom kunnen gemeentebesturen vanaf 23 februari het systeem vrijwillig testen en ermee aan de slag gaan. Vanaf 1 juni wordt het dan verplicht.

U vraagt of er overleg is geweest. Er is inderdaad heel intensief overleg gepleegd met alle betrokken actoren. Ze zijn ook vragende partij om dit op deze manier te doen, niet alleen de steden en gemeenten, maar ook de IT-dienstenleveranciers van de lokale besturen, de vakverenigingen van studiebureaus, architecten en ondernemingen. Iedereen is het eens met de aanpak die we aan de Vlaamse Regering willen voorstellen. Ik denk dat het op dit ogenblik de enige werkbare oplossing is.

Zullen er zich nog zaken aandienen? Ik heb geen glazen bol. Iedereen wist dat de invoering van de omgevingsvergunning een moeilijke klus zou zijn en dat er heel wat bij zou komen kijken. De vraag om uitstel tot 1 juni konden we niet zomaar zien aankomen. We worden er nu mee geconfronteerd.

Er is tot nog toe een budget van ongeveer 3,2 miljoen euro geïnvesteerd in de analyse en ontwikkeling. Er is ook geld uitgetrokken voor subsidies aan de lokale besturen. Voor het digitale loket voor de bouwaanvraag is er 7500 tot 12.500 euro beschikbaar en nog eens 4500 euro voor de inschakeling in het omgevingsloket.

Tot zover de stand van zaken en onze plannen van aanpak. Ik denk dat we het best op de geschetste manier te werk gaan om het voor iedereen werkbaar te maken.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, ik kan misschien meteen een eerste aanvullende vraag stellen. Er zijn subsidies voor de lokale overheden uitgetrokken – ik zal de bedragen niet herhalen. In hoeverre is daarvan al gebruikgemaakt? Ik hoef het antwoord niet meteen te krijgen, schriftelijk is ook goed. Wel wil ik graag weten of er al gebruik is gemaakt van de subsidiemogelijkheden.

Want er moet me wel iets van het hart. Uzelf en de minister-president hebben nog tot een goede maand geleden – ik herinner me een debat in het Vlaams Parlement – met veel aplomb gezegd dat de omgevingsvergunning op 23 februari in werking zou treden. Nu stel ik echter vast dat het voor de lokale overheden niet gaat over de inwerkingtreding van de digitale aanvraag en de omgevingsvergunning, maar over het van start gaan van een oefenomgeving waarvan ze gebruik kunnen maken. In principe moet de digitale bouwaanvraag intussen in werking zijn, maar in uw eigen nota lees ik dat de overgrote meerderheid van de gemeenten daar nog niet klaar voor is, er geen gebruik van maakt, in het beste geval tot nog toe één dossier heeft behandeld en nog nood heeft aan een oefenplatform.

Ik heb niets tegen een oefenplatform. Het kan zelfs deel uitmaken van een goede voorbereiding. Maar het is toch wel ongelooflijk raar dat de datum van 23 februari al een jaar vastligt, dat er over de omgevingsvergunning in 2014 werd beslist, intussen zo’n 2,5 jaar geleden, en dat u op een maand vóór de uiteindelijke inwerkingtreding aan de Vlaamse Regering extra tijd gaat vragen, terwijl niet alleen overheden, lokale en provinciale, maar evengoed de klanten van die overheden, aanvragers van milieuvergunningen en bouwvergunningen, architectenbureaus, milieuadvieskantoren enzovoort, hier al een hele tijd op worden voorbereid en verondersteld worden klaar te zijn. Dat is een heel eigenaardige gang van zaken, vooral omdat het allemaal een beetje onder de radar verloopt.

U zegt, minister, dat u de vragen in de krant hebt gelezen, maar u kreeg ze van mij al een week voordien. U kreeg dus wel degelijk de primeur van de vragen. Ik stel toch maar vast dat u in alle stilte op problemen bent gestoten en dat u – althans tot nog toe – niet van plan was daar veel over te zeggen, noch tegen de gebruikers, noch tegen de gemeentebesturen, die op veel plaatsen wel met de handen in het haar zitten. Dat het nu in de krant staat, maakt dat ik ook vandaag nogal wat telefoontjes heb gekregen van lokale bestuurders die redelijk ongerust zijn. Misschien was het beter geweest dit al een paar maanden eerder wat grondiger voor te bereiden en wat beter te communiceren. Tot vandaag gaan er nogal wat besturen van uit dat alles op 23 februari klaar moet zijn en van start moet gaan. Quod non, blijkbaar.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, ik ben een beetje verrast door uw antwoord vandaag. Er komt dus een getrapte inwerkingtreding, waarbij de Vlaamse projecten wel al vanaf 23 februari verplicht digitaal door de architecten worden ingediend en in juni dan ook de lokale besturen volgen. Ik ben verrast en verwijs naar het verslag van de commissie van september 2016. Ik stelde toen de vraag of 23 februari haalbaar was. Ook toen al leefde er heel wat ongerustheid bij onder meer de VVSG, maar ook bij een aantal lokale besturen. Toen werd me heel formeel gezegd dat het 23 februari zou zijn. Nadien is dat nog een paar keer aan bod gekomen. Ook tijdens de bespreking van de beleidsbrief is heel duidelijk gezegd: 23 februari is haalbaar en zal ook worden gehaald. Nu blijkt er echter een getrapte invoering te komen.

Het aantal Vlaamse vergunningen dat moet worden afgeleverd, is sowieso niet heel hoog. Ik weet niet of u er een zicht op hebt hoeveel er vermoedelijk zullen worden ingediend. Hebt u daar een raming van?

Daarnaast blijf ik met een praktisch probleem zitten. Lokale besturen die voor een Vlaamse bouwvergunning het openbaar onderzoek, het inzagerecht en dergelijke meer moeten organiseren, kunnen de Vlaamse vergunningsaanvraag maar bekijken en beoordelen als ze ook op het platform kunnen. Bij een getrapte invoering zullen we dus de facto verschillende programma’s moeten hebben, enerzijds het bestaande DBA-programma voor de digitale bouwaanvraag zoals die nu kan worden ingediend, en anderzijds ook een nieuw programma om de Vlaamse aanvraag te kunnen lezen en beoordelen. Het lijkt me moeilijk om met twee programma’s naast elkaar te werken.

Ik wil ook opnieuw het volgende meegeven. In het verleden hebben we al een paar keer gevraagd hoe het met de dataset zit. Zijn er al modeldocumenten? Voor de lokale besturen straks zelf met de digitale omgevingsvergunning kunnen werken, moeten er nog heel wat documenten worden aangeleverd. In september en oktober heb ik er al op gehamerd dat die zo snel mogelijk moeten worden geleverd, zodat we uniformiteit krijgen onder de lokale besturen en zodat deze besturen zo snel mogelijk inzage hebben omdat het hele aspect van leefmilieu een heel omvangrijk gegeven is.

U zegt dat er maandelijks overleg is geweest met de softwareleveranciers en de betrokken diensten. Vanaf wanneer hebt u dan formeel te kennen gegeven dat de invoering zou worden uitgesteld?

We weten dat de softwareleveranciers zich een paar keer hebben afgevraagd of het haalbaar was of niet. Ik hoor nu dat er formeel toch al een beslissing zou zijn genomen, wat ons opnieuw een klein beetje verrast. Ik zou toch willen weten wanneer dit dan is voorgelegd aan de overlegvergadering.

Er is het Omgevingsbesluit van november 2015, waarbij de inwerkingtreding was vastgelegd op een jaar na de publicatie, wat de facto dan 23 februari 2016 is geworden, met de inwerkingtreding op 23 februari 2017. Ik neem aan dat er dan nu een wijziging komt op het Omgevingsbesluit. Wanneer mogen we die verwachten?

De heer Ronse heeft het woord.

Ook de N-VA-fractie was verrast door de berichtgeving van de VVSG dat de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning mogelijk zou kunnen worden verlaat, vooral omdat we regelmatig schriftelijke vragen en vragen om uitleg hebben gesteld en uit die antwoorden telkens bleek dat alles perfect op schema zat. Minister, we nemen nu akte van het voorstel dat u vrijdag op de Vlaamse Regering zult voorleggen, een voorstel dat een getrapte invoering inhoudt.

Ik zal me nu niet concreet uitspreken over dat voorstel, maar voor onze fractie zijn er toch drie zaken bijzonder belangrijk. Ten eerste zijn er de gebruikers: investeerders, ondernemers, bouwheren, spelers die hebben uitgekeken naar 23 februari en die ook hun project in functie van die datum hebben opgesteld. Wat zal in uw voorstel de impact voor hen zijn? Blijft de impact hetzelfde? Ten tweede zijn er de steden en gemeenten. Wat zal de getrapte invoering voor hen betekenen? Moeten zij extra investeren in iets? Zal de getrapte invoering snel en eenvoudig naar hen kunnen worden gecommuniceerd? Het zou op zijn minst een neutrale impact moeten hebben op de klanten en gebruikers. Zij kunnen niets doen aan het feit dat de omgevingsvergunning, tot ons aller verbazing, niet in werking kan treden op 23 februari, zoals oorspronkelijk gepland. Ten derde zijn er de architecten. U zegt dat u hen wel gaat verplichten om hun projecten digitaal in te dienen. Wat is het standpunt van de organisatie van architecten? Vinden zij het billijk dat zij wel worden verplicht?

Minister, als ik goed heb geluisterd, zou alles voor de zomer finaal in werking treden. Dat is niet lang meer. Kunnen wij een inzicht krijgen in welke precies de softwareproblemen waren? Kunnen wij desnoods in de commissie een briefing krijgen of nadien via de commissiesecretaris? Kunnen wij de voortgang volgen, zodat wij zeker zijn dat in juni of op de datum die vrijdag zal worden vooropgesteld, de omgevingsvergunning correct en kwalitatief in werking zal treden?

De heer Ceyssens heeft het woord.

Ik wil collega Tobback bijtreden als hij onderstreept hoe belangrijk die omgevingsvergunning wel is. Al sinds de jaren 80 wordt er gesproken over een eengemaakte vergunning. In de commissie Versnelling hebben we constant verwezen naar de ‘permis unique’ in Wallonië, wat trouwens geen eengemaakte vergunning is, maar gewoon een gelijktijdige indiening van de vergunning. Het is niet te onderschatten hoeveel werk er deze legislatuur is gebeurd om te komen tot een omgevingsvergunning. Het gaat niet om twee vergunningsaanvragen die parallel sporen, maar om een geïntegreerde vergunning, met tal van voordelen, wat ons betreft. Door het feit dat er maar één openbaar onderzoek wordt georganiseerd en er maar één procedure is, wordt de vergunning juridisch robuuster. Ze kan maar één keer worden aangevochten. Alle collega’s die enige lokale ervaring hebben, weten dat de bezwaren bij een openbaar onderzoek over een milieuvergunning vaak over de ruimtelijke impact gaan en vice versa. Het is een goede zaak dat er maar één procedure zal zijn. Het is gedaan met de onzekerheid voor bedrijven die wel een milieuvergunning hebben maar geen bouwvergunning of omgekeerd.

De permanente milieuvergunning is helemaal geen vrijbrief want er is een evaluatie in vervat.

Ook niet te onderschatten: de omgevingsvergunningscommissie kan eindelijk komaf maken met de verkokerde adviezen in Vlaanderen. Een advies van het Agentschap voor Natuur en Bos kan bijna haaks staan op het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer.

De omgevingsvergunning is dus niet te onderschatten. We moeten ons ook bewust zijn van het werk dat hieraan is voorafgegaan, zoals uitmaken welke beleidsniveaus bevoegd zijn om in eerste instantie een vergunning te verlenen en in tweede instantie een beroep te kunnen indienen.

Collega’s, ik maak geen vreugdesprongetje als we vandaag vaststellen dat er problemen zijn om op 23 februari de omgevingsvergunning van start te laten gaan. Die datum ligt inderdaad al een jaar vast. We hebben er allemaal naar uitgekeken. Toch wil ik een pleidooi houden om iets wat op een gedragen manier tot stand is gekomen – we hebben kamerbreed goedgekeurd dat die omgevingsvergunning er moest komen –, tijd te geven. We kunnen het ons niet permitteren dat er mensen in de kou blijven staan of dat er onterecht procedurefouten in vergunningen sluipen omdat we niet klaar zijn. Ik heb ook mijn wenkbrauwen gefronst toen ik hoorde dat de software niet tijdig klaar zou zijn. Ik zie wel een aantal voordelen in een getrapte invoering. Ik denk dat het goed is dat Vlaanderen het voorbeeld geeft en haar omgevingsvergunningen al begint te behandelen. Ik denk dat het ook het voordeel is van 308 Vlaamse gemeenten. En laat ons er niet flauw over doen: in elke procedure zitten kinderziekten. Ik denk dat het goed is dat Vlaanderen er ook zelf de kinderziekten uit kan halen. Het voorstel is om de permanente milieuvergunning al mee in te voeren. Ik vind dat goed voor de rechtszekerheid.

Collega, ik denk dat u slecht geïnformeerd over de verplichting om digitaal in te voeren. Het is niet zo dat de gemeenten nog niet met de digitale bouwaanvraag (DBA) kunnen werken, maar het is wel zo dat de architecten er zeer weinig mee werken. Het is gewoon een vaststelling. Er moet zeker en vast een initiatief worden genomen om hiermee te werken.

Dertig jaar geleden waren we over dit dossier al aan het spreken. Mijnheer Tobback, ik zie de twinkeling al in uw ogen. Ik begrijp dat u het leuk vindt om hier vandaag wat cinema rond te maken. Als we op 1 juni die vergunning zullen hebben ingevoerd, dan zal blijken dat het beter was om ze drie maanden later in te voeren en goed in te voeren.

Minister, voor CD&V is vooral de degelijke invoering en een correcte start van de omgevingsvergunning een topprioriteit. Maar laat het duidelijk zijn: het kan voor ons ook niet snel genoeg gaan.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Voor alle duidelijkheid: ik vind het helemaal niet erg dat collega Tobback in de krant staat met een foto en het probleem aankaart. Wat zouden we daartegen kunnen hebben?

Wat me interesseert, is de impact op de praktijk. Ongetwijfeld hebben burgemeesters en lokale mandatarissen daar voor hun stad wat meer inzicht in. Het is duidelijk dat de omgevingsvergunning een aantal voordelen heeft. Een aantal ondersteun ik; van andere ben ik minder fan. Ik ben een absolute voorstander van het eengemaakte karakter, maar ik sta sceptisch tegenover het permanente karakter. Minister, hebt u weet van uitstel van de geplande initiatieven door de vertraging van de omgevingsvergunning? Of is er volgens u nauwelijks een impact op de praktijk?

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Ik kan ook uit lokale praktijkervaring spreken. Het is inderdaad zo dat een aantal gemeentebesturen nog wat aarzelend staan tegenover die omgevingsvergunning. Er is niet enkel de software, maar er zijn ook een aantal administratieve zaken zoals het aanpassen van een reglement om de kost van de omgevingsvergunning te bepalen enzovoort. Er zijn nog maar weinig gemeenten die de stap hebben gezet. Het is misschien zinvol om het getrapt in te voeren, maar de druk die op de gemeenten lag om naar die datum te werken, was ook niet slecht om iedereen er bewust van te maken dat die omgevingsvergunning eraan komt. Het zou toch beter geweest zijn om het af te ronden in één beweging, dat alles klaar was. Het is wat jammer dat we alles nu op de iets langere baan schuiven. Ik hoop dat uitstel geen afstel is en dat alle gemeenten eindelijk de omgevingsvergunning in praktijk kunnen brengen.

Ik wil binnenkort aansluiten bij het pleidooi van de heer Ceyssens. Ik wil ook nog eens onderstrepen welke belangrijke stappen hier worden gezet voor de ruimtelijke ordening en het leefmilieu. Het is een historisch moment en een historisch dossier. Ik herinner me het begin van de discussies. In het parlement was er een draagvlak voor die omgevingsvergunning – bij de ene al wat meer dan bij de andere. Er was ook heel wat bezorgdheid bij de mensen die ze moeten uitvoeren.

Ik moet vandaag vaststellen dat er een sterke kering is en dat eenieder vragende partij is om het zo snel mogelijk in te voeren en effectief tot uitvoering over te gaan. Minister, ik denk dat dat een verdienste is van u. Het dossier is op een bepaalde manier opgebouwd en gecommuniceerd. Er zijn ook al verschillende studiedagen georganiseerd. Het is een heel belangrijke stap. Het is mooi om te zien hoe iedereen vandaag supportert om zo snel mogelijk te kunnen overgaan tot de uitvoering ervan. Uiteraard betreuren we het dat er technische knelpunten zijn. Ik ben het eens met collega's die zeggen dat, om effectief die stap te kunnen zetten, het belangrijk is dat we die op een goede manier kunnen zetten. Ik stel vast dat u daarover met iedereen in overleg bent gegaan. Ik kan u enkel aanmoedigen om op die manier verder te gaan en zo snel mogelijk tot een volledige uitvoering te kunnen overgaan.

U zegt heel duidelijk : ‘We stellen niet alles uit, we gaan er effectief voor.’ Dat is de flow die er vandaag bij iedereen, ook vanuit de meeste lokale besturen, is.

Minister, iedereen wacht op de getrapte invoering. Er zijn al heel wat infomomenten geweest. Ik denk dat we heel wat mensen kunt inschakelen om mee die communicatie te voeren. Hoe zal de getrapte invoering worden gecommuniceerd aan lokale besturen en diensten?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega's, ik herhaal nog even de geschiedenis. We hebben in dit parlement vaak over die belangrijke omgevingsvergunning vragen behandeld en discussies gevoerd. Vaak is de vraag gekomen of dit wel zou lukken. We hebben altijd toegewerkt naar 23 februari 2017, waar iedereen reikhalzend naar uitkeek. We hebben heel intensief aan dat proces gewerkt. Die IT is ook niet allemaal door onze eigen diensten ontwikkeld. We hebben daarvoor een dienstenleverancier ingehuurd, die dat heel nauwgezet heeft opgevolgd. Maandelijks vinden er opvolgingsvergaderingen plaats. We zijn inderdaad blijven toewerken naar 23 februari. In september, toen die vragen hier de laatste keer gesteld zijn, waren we er ook nog absoluut van overtuigd dat we die datum zouden halen. Toen al leefde hier de idee ‘de gemeenten vragen uitstel, ze zien het niet zitten’. Toen zat alles nog op schema.

Vanuit het veld kreeg ik, net als jullie, in oktober een noodkreet, vooral vanuit de VVSG. Zij zeiden namelijk: ‘Er wordt een kat-en-muisspel gespeeld tussen de toeleveranciers voor de gemeenten en de IT-leverancier die voor Vlaanderen dat raamwerk moet maken. De leveranciers die aan de lokale besturen leveren, moeten dat dan allemaal nog implementeren.’ Van onze dienstenleverancier kreeg te horen: ‘Alles is op tijd klaar, de lokale besturen kunnen dat uitvoeren’ en van de lokale besturen: ‘Nee, nee, dat gaat niet, dat gaat te laat zijn, want wij moeten dat dan ook nog in de praktijk uitrollen.’

Omdat ik dat zo beu was, heb ik in oktober zelf het initiatief genomen om iedereen die daarbij betrokken is, persoonlijk bijeen te roepen, alles op tafel te gooien en te bekijken waar we op dit moment staan. Toen bleek dat die IT-dienstenleverancier alle stappen had nageleefd, maar dat men in de praktijk voelde en zag dat, als dat raam klaar zou zijn, dat ook nog moest worden geïmplementeerd in de gemeenten. Het is vooral de opleiding en de uitleg aan de ambtenaren, de mensen die het in de praktijk moeten doen bij die lokale besturen, die meer tijd vraagt. De vraag naar meer tijd kwam dus ook vanuit het veld zelf. Ze vroegen meer tijd om het in de praktijk uit te leggen, opleidingen te organiseren. Het gaat over een uitstel van drie maanden, op vraag van die lokale besturen, de provincies, en de steden en gemeenten zelf.

Een aantal collega's zeggen: ‘We zien hier nota’s passeren’. Uiteraard hebben wij eerst alles goed overlegd met de betrokken actoren. Dat lijkt me ook logisch. Wanneer je merkt dat men het in de praktijk niet ziet zitten om het op 23 februari in te voeren en mijn drie maanden uitstel vraagt, is het toch wel logisch dat je het aftoetst en in overleg gaat. We zijn heel intensief bezig geweest met dat overleg. Vorige week hebben we voor de eerste keer die ideeën uitgesproken op de regering. Mevrouw Peeters, u had het precies anders begrepen, maar vrijdag staat er een conceptnota op de agenda van de Vlaamse Regering, waarbij die principes zullen worden voorgelegd. Het is dan aan de Vlaamse Regering om daarover een beslissing te nemen.

Mijn voorstel is getrapt, omdat ik heel sterk geloof in de inwerkingtreding van die omgevingsvergunning. Ik vind dat we, waar we het kunnen doen, dat ook moeten doen. Dat zal uiteraard ook de trigger zijn om zo veel mogelijk lokale besturen aan te zetten en in te schakelen op dat digitale platform, zodat ze dat al goed kunnen volgen, mevrouw Peeters. Er zijn een honderdtal Vlaamse dossiers. Als we daar al mee van start gaan, tonen we dat het effectief werkt. Er is inderdaad een grote koudwatervrees. Ik begrijp dat ook. Het gaat om een heel grote verandering. Dat vraagt wat tijd en we hebben die tijd genomen. Wat is het alternatief? Dat is nu, manu militari, zeggen: ‘Alles zal vanaf 23 februari in werking treden.’ Ik geef u op papier dat dat in de praktijk niet goed zal lopen en dus geen reclame zal zijn voor de omgevingsvergunning. Dat is dus ook geen alternatief. We moesten zoeken hoe we daaruit kunnen geraken. Het voorstel dat ik zal formuleren aan de Vlaamse Regering, is wat ik u daarnet heb voorgelegd. Finaal zal het de Vlaamse Regering zijn die daarover zal beslissen.

Is het fijn om dat te beslissen? Neen. Heeft dat te maken met een slechte aanpak? Dat denk ik ook niet. Iedereen heeft constant zijn beste beentje voorgezet. Het gaat om een grote verandering, die inderdaad heel wat met zich meebrengt. Op basis van de gesprekken die ik heb gevoerd, kan ik voor een stuk begrijpen waarom die lokale besturen om meer tijd vragen om dat in de praktijk te doen. Voor de lokale besturen stellen we die digitale aanvraag dus uit met drie maanden.

Het feit dat de professionals die aanvraag digitaal moeten doen vanaf 23 februari, ook bij de lokale besturen, voor de DBA, is inderdaad met het veld besproken. We hebben heel nauw overleg met iedereen, de aanvragers en de gebruikers. Mijnheer Ronse, u hebt inderdaad een punt wanneer u vraagt hoe de gebruikers ermee omgaan. Daarom ook hebben we naar hen geluisterd. We hebben hun gevraagd hoe ze daarop zouden reageren. Ze gaan dus mee in wat er nu op tafel ligt. Een van de vragen die we van de gebruikers kregen, was: ‘We hebben erop gerekend dat vanaf 23 februari de vergunningen permanent worden. Laat dat doorgaan.’  Daarom hebben we die beslissing ook voorgelegd en laten we dat belangrijke principe van die omgevingsvergunning op 23 februari doorgaan.

Ik ben het er dus niet mee eens dat er zomaar wordt gezegd dat die omgevingsvergunning op 23 februari niet doorgaat en wordt uitgesteld. Het is een getrapte invoering, waarbij we rekening houden met vragen vanuit het veld.

Is er als impact dat dossiers worden uitgesteld en niet aangevraagd? Neen, we hebben eerder een omgekeerde beweging gezien. Bij heel wat lokale besturen leefde de vrees dat 23 februari, de deadline van die omgevingsvergunning, plots helemaal anders zou zijn en in de soep zou draaien. Maar wat hebben we gezien? Op het einde van vorig jaar is er eigenlijk een rush geweest om dossiers nog snel in te dienen in de hoop dat het nog op de oude manier zou kunnen gebeuren en niet in de soep zou draaien. Dat is dus eigenlijk een beetje een omgekeerde beweging, die vooral in de stedelijke context is gezien. Daarbij kwam ook de vraag: ‘Geef ons wat meer tijd, want zoals het nu loopt, is het ook niet echt ideaal.’

Mijnheer Tobback, ik zal u met plezier een overzicht bezorgen van alle verleende subsidies.

Hoe zal de communicatie verlopen? We kunnen pas officieel communiceren als er in de Vlaamse Regering eensgezindheid is om dat op die manier te doen. We hebben al heel nauw overleg gepleegd over die pistes met alle verschillende niveaus, waaronder de lokale besturen. Het is ook op hun vraag dat we dat op die manier zouden aanpakken. Als die beslissing er is, zullen we dat ook heel intensief en ruim communiceren en verder afhandelen. Waar er decretaal of in het besluit wijzigingen moeten gebeuren, zal dat uiteraard ook moet worden toegevoegd.

Hadden we het met z’n allen graag anders gezien? Uiteraard. Het leukste en het simpelste was geweest dat we konden zeggen dat op 23 februari alles in werking treedt en dat alles vanaf de eerste dag perfect loopt. Dat is niet het geval. Door allerlei omstandigheden, die ik daarnet heb geschetst, vooral dan het opleiden van mensen die er op terrein mee moeten omgaan, door al die verschillende toeleveranciers van die lokale besturen, geven we drie maanden meer de tijd.

Dat is geen drama. Maar voor mij kan dat ook geen afstel zijn. Indien men zou zeggen dat men in juni niet klaar zou zijn, kan dat niet voor mij. 1 juni is 1 juni. Het is een heel belangrijke deadline, die we zeker willen halen.

Waarom heb ik niet sneller, bijvoorbeeld in het voorjaar, gezegd: ‘Oh, 23 februari, we zien wel of we die datum halen.’? Dat hebben we heel bewust gedaan. Want, indien we tijdens de voorbereidingen ergens ook maar het signaal hadden gegeven dat we wel zouden zien of we de datum van 23 februari zouden halen, dan gaf ik u op een papier dat er op 23 februari nergens een omgevingsvergunning zou zijn. Het is dus echt wel heel belangrijk dat we bij zo’n grote omschakeling naar die datum toe werken.

Dat is vandaag de stand van zaken van de manier waarop we willen werken, om het werkbaar te maken op het terrein. We zullen dat ook op die manier vrijdag voorstellen aan de regering. We willen op die manier tegemoetkomen aan de vragen uit het veld. Ik hoop dat we op die manier heel snel duidelijkheid kunnen geven. Veel zal afhangen van de beslissing die vrijdag al of niet door de regering zal worden genomen. We zullen collectief goed afwegen welke beslissing we daar nemen. 

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Voor de duidelijkheid wil ik onderstrepen dat ik het uitstel op zich geen drama vind. In tegenstelling tot wat de heer Ceyssens meent te zien, krijg ik er ook geen twinkeling van in de ogen. (Opmerkingen van Lode Ceyssens)

Ah nee, want ik keek naar mijn blad. Ik vroeg me al af hoe u dat kon zien. Ik krijg er in ieder geval geen twinkeling van in de ogen. Ik vind het op zich ook geen groot drama dat er een zeker uitstel nodig is. Ik vind wel dat de manier waarop het momenteel verloopt nogal wat mensen aan beide kanten van de barrière, aan de ene kant de overheden, in de eerste plaats dan de lokale overheden, en aan de andere kant de aanvrager, op het verkeerde been zet en heeft gezet. Ik betreur dat. Het creëert op dit ogenblik twijfel op het terrein.

Men had dit moeten vermijden. Een van de eerste manieren om dat te vermijden, was misschien dat de Vlaamse Regering lokale besturen in dezen wat meer au sérieux had moeten nemen en al lang had moeten zien dat dit een probleem was. Indien men merkt dat na meer dan een jaar nog altijd de grote meerderheid van de architectenbureaus bijvoorbeeld niet gebruikmaakt van de mogelijkheid om digitaal in te dienen, dan had men toch moeten weten dat er een probleem is. Wanneer er meer dan genoeg klachten zijn bij heel wat gemeenten – daarom heb ik ook specifiek de vraag gesteld naar de subsidies – dat de kost en de praktische organisatie van deze invoering heel wat problemen creëert, dan had men daar sneller moeten ingrijpen. Ik zie nog altijd niet goed wat men nu precies heeft gedaan om in te grijpen.

Ja, mijnheer Ceyssens, ik ben enthousiast over het principe van een vereenvoudigde, eengemaakte vergunning. In de praktijk betekent wat er nu gebeurt natuurlijk dat we minstens voor een zekere tijd vastzitten in het systeem van de ‘permis unique’, namelijk naast elkaar lopende procedures die op een of andere manier aan elkaar zullen worden geplakt bij de lokale of provinciale besturen, die overigens de overgrote meerderheid van de aanvragen behandelen, want de Vlaamse lijst is een zeer korte lijst. Voor de grote meerderheid van de indieners is er nog altijd geen duidelijkheid waar en hoe het aan elkaar zal worden geplakt. Sommigen moeten vertrouwen op de evaluatie van de permanente milieuvergunning. U weet dat er twijfel bestaat over dat punt. Op zich heb ik daartegen principieel geen bezwaar. Het is echter wel nodig om het dan correct te evalueren en correcte informatie te hebben om het correct te kunnen opvolgen. En ook daarover is er momenteel geen duidelijkheid hoe dat dan zal gebeuren. Want als de indiening niet gebeurt in het voorziene systeem, dan weet ik ook niet hoe de evaluatie zal gebeuren. Ik zie nu een hele hoop snelle aanvragen gebeuren, maar hoe zullen we die vervolgens opvolgen? Kan men garanderen dat er daarbij geen accidenten gebeuren, dat er geen dingen onder tafel worden geschoven en vervolgens evaluaties fout zullen lopen? Daarover maak ik mij zorgen – en ik denk niet dat ik de enige ben. Ik hoop dat de Vlaamse Regering daarin duidelijkheid kan brengen, want anders is dit inderdaad van in het begin een moeras.

Ik merk dat in vele gevallen de laatste jaren er heel wat misloopt bij de Vlaamse overheid, wanneer het gaat over opvolging en het bijhouden van statistische gegevens, informatie en data. Ik hoop dat de omgevingsvergunning niet het volgende hoofdstuk is waarvan we binnen twee jaar een rapport krijgen van het Rekenhof waarin wordt vastgesteld dat we dingen die we zouden moeten weten, niet weten, omdat er dingen scheeflopen op vlak van IT en informatie en opvolging. Op dat vlak is het in elk geval geen goed begin.

We kijken allen uit naar vrijdag en naar de verdere stappen in dit belangrijke dossier.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.